Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2011:BU8327

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
13-12-2011
Datum publicatie
15-12-2011
Zaaknummer
406923 11-3157
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

ouders kunnen niet voor hun kind een verzoek om contra-expertise doen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE

Sector familie- en jeugdrecht

Enkelvoudige kamer

Rekestnummer: 11-3157

Zaaknummer: 406923

Datum beschikking: 13 december 2011

Beschikking op het op 14 november 2011 ingekomen verzoekschrift van:

[de moeder],

de moeder,

wonende te [woonplaats moeder],

advocaat: mr. T.C. ten Rouwelaar te Amsterdam.

Als belanghebbenden worden aangemerkt:

[de vader],

de vader,

wonende te [woonplaats vader],

advocaat: mr. M.S. Odink te 's-Gravenhage,

mr. B.C.V.J. van Leur,

de bijzondere curator van de minderjarige:

[de minderjarige], geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],

(hierna de minderjarige),

kind van de moeder en vader voornoemd.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van het verzoekschrift.

Verzoek

De moeder verzoekt namens de minderjarige om een contra-expertise als bedoeld in artikel 810a lid 2 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv.) in de zaken met zaaknummers 382719 en 402420 (gezag, omgang, vernietiging erkenning en ondertoezichtstelling).

Beoordeling

Artikel 810a lid 2 Rv. regelt het recht op (contra-)expertise. Het geeft de ouders in zaken betreffende ondertoezichtstelling, ontheffing en ontzetting van het ouderlijke gezag of van de voogdij (kortweg: kinderbeschermingszaken) het recht de rechtbank te verzoeken een deskundige te benoemen. Volgens de letter van de wet kan slechts de ouder een dergelijk verzoek indienen. Gelet op de wetsgeschiedenis van laatstgenoemd artikel ziet de rechtbank geen aanleiding deze bevoegdheid ook aan het kind zelf toe te kennen (Kamerstukken II 1993-1994, 22 487, nrs. 13 en 18). Anders dan de advocaat van de moeder kennelijk meent, kan aan artikel 1:245 lid 4 van het Burgerlijk Wetboek, dat bepaalt dat de ouder met gezag de minderjarige vertegenwoordigt in burgerlijke zaken, zowel in als buiten rechte, niet een recht op het indienen van een verzoek op basis van artikel 810a Rv. namens de minderjarige worden ontleend.

Derhalve zal als volgt worden beslist.

Beslissing

De rechtbank:

verklaart de moeder niet-ontvankelijk in haar verzoek.

Deze beschikking is gegeven door mr. M. Dam, bijgestaan door mr. B. Laterveer als griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 13 december 2011.