Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2011:BU7598

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
07-12-2011
Datum publicatie
12-12-2011
Zaaknummer
389913 - HA ZA 11-857
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Sleutelgebruik bij verduistering. Verhaal van verzekeraar op een derde die de verzekerde auto heeft verduisterd. Rechtstreekse onrechtmatige daad van een derde jegens een verzekeraar door in strijd met de waarheid verklaringen af te leggen aan die verzekeraar.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RAV 2012/37
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 389913 / HA ZA 11-857

Vonnis van 7 december 2011

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

DELTA LLOYD SCHADEVERZEKERING N.V.,

gevestigd te Amsterdam,

eiseres,

advocaat mr. F.R. Duijn te Zaandam,

tegen

[A],

wonende te [woonplaats],

gedaagde,

advocaat mr. P.D. van der Kooi te Leiden.

Partijen zullen hierna Delta Lloyd en [A] genoemd worden.

1.De procedure

1.1.Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de inleidende dagvaarding d.d. 11 maart 2011, met producties 1 t/m 4;

- de conclusie van antwoord, met producties 5 en 6;

- het tussenvonnis van 18 mei 2011, waarin een comparitie van partijen is bepaald;

- het proces-verbaal van comparitie van 30 augustus 2011 en de daarin genoemde stukken.

1.2.Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.[A] Beveiliging Services Digitaal B.V. (hierna: KBS) heeft bij Delta Lloyd een motorrijtuigverzekering afgesloten ten behoeve van een BMW X5 met een cataloguswaarde van EUR 106.952,00 exl. BTW (hierna: de BMW). [A] is bestuurder geweest van KBS en van [A] Holding B.V. Tot 13 februari 2008 was [A] Holding B.V. enig aandeelhouder van KBS. [A] Holding B.V. is op 1 december 2009 opgeheven.

2.2.De BMW werd gebruikt door [A]. [A] beschikte over de twee bij de BMW behorende sleutels, een hoofdsleutel en een reservesleutel, met elk een eigen codering. [A] heeft namens KBS op 29 augustus 2009 bij de politie aangifte gedaan van diefstal van de BMW. In deze aangifte heeft hij aangegeven dat hij de BMW op vrijdag 28 augustus 2009 om 20.15 uur heeft geparkeerd ter hoogte van de [A-straat te plaats A] en dat de BMW daar de volgende dag op zaterdag 29 augustus 2009 om 10.15 uur niet meer stond. Bij de aangifte was [A] in staat om de beide bij de BMW behorende sleutels te tonen.

2.3.Delta Lloyd is op enig moment overgegaan tot uitkering van een bedrag van EUR 109.817,00 aan verzekeringnemer KBS. De expert van Delta Lloyd, de heer Bernards, heeft onderzoek gedaan naar de diefstal. De BMW-dealer "De Fonkert" te Numansdorp heeft de digitale gegevens van de beide door [A] afgegeven autosleutels uitgelezen. Volgens de digitale gegevens heeft de hoofdsleutel op vrijdag 28 augustus 2009 om 22.24 uur in het contact van de BMW gezeten, terwijl de motor van de BMW draaide.

2.4.Tegenover de heer Bernards heeft [A] aanvullend verklaard dat, toen hij op vrijdagavond 28 augustus 2009 rond 21.00 uur naar een in de buurt van de [A-straat] gelegen café liep, hij de BMW nog heeft zien staan. Tevens heeft hij verklaard dat hij de hoofdsleutel van de BMW, nadat hij die om 20.15 uur geparkeerd had, steeds bij zich heeft gedragen in zijn broekzak. De reservesleutel bevond ten tijde van de diefstal in een geldkistje in de slaapkamerkast van de woning aan de [A-straat]. Voorts heeft [A] verklaard dat het navigatiesysteem van de BMW goed werkte en de klok ook. De tijd van de klok in de BMW was juist ingesteld en [A] wijzigde alleen de zomer- en wintertijd. Voor de rest zat hij nooit aan (de tijdsinstelling van) de klok van de BMW, aldus nog steeds de verklaring van [A].

2.5.Bij brief van 28 januari 2010 heeft Delta Lloyd [A] aansprakelijk gesteld voor het door haar aan KBS uitgekeerde schadebedrag. [A] is niet tot betaling van het door Delta Lloyd gevorderde bedrag overgegaan. Op 2 maart 2011 heeft Delta Lloyd conservatoir beslag laten leggen op het woonhuis van [A].

3.Het geschil

3.1.Delta Lloyd vordert - na wijziging van eis en samengevat - veroordeling van [A] tot betaling van EUR 119.020,44, vermeerderd met rente en kosten. Dit bedrag omvat de door Delta Lloyd uitgekeerde schade, de door Delta Lloyd gemaakte expertisekosten, verschenen rente en beslagkosten.

3.2.Delta Lloyd legt primair aan haar vordering een onrechtmatige daad van [A] ten grondslag, erin bestaande dat hij betrokken is geweest bij de verduistering van de BMW en dat hij in strijd met de waarheid mededelingen aan Delta Lloyd heeft gedaan. Subsidiair verwijt Delta Lloyd [A] een toerekenbare tekortkoming. De schade bestaat uit het aan KBS uitgekeerde bedrag van EUR 109.817,00 en EUR 4.489,58 aan onderzoekskosten.

3.3.[A] voert gemotiveerd verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4.De beoordeling

4.1.Delta Lloyd heeft - na wijziging van eis - primair betoogd dat [A] onrechtmatig jegens haar heeft gehandeld door onwaarachtige mededelingen te doen over de feitelijke gang van zaken ten tijde van de gestelde diefstal. Volgens Delta Lloyd zou uit die onwaarachtige mededelingen en de overige omstandigheden blijken dat [A] betrokken is geweest bij de verduistering van het voertuig. De rechtbank is met Delta Lloyd van oordeel dat, indien komt vast te staan dat [A] betrokken is geweest bij verduistering c.q. diefstal van de BMW, dit een onrechtmatige daad van [A] jegens Delta Lloyd oplevert, nu Delta Lloyd op grond van artikel 7:962 lid 1 BW door uitkering van de schade is gesubrogeerd in het vorderingsrecht van verzekeringnemer KBS jegens [A].

4.2.[A] ontkent dat hij betrokken is geweest bij de verduistering van de BMW. Hij heeft, daarnaar op de comparitie gevraagd, echter geen verklaring kunnen geven voor het feit dat uit de digitale gegevens van de hoofdsleutel van de BMW blijkt dat deze sleutel is gebruikt op het moment dat die hoofdsleutel zich, volgens [A], in zijn broekzak bevond. Naar het oordeel van de rechtbank is de door [A] ter comparitie geopperde suggestie dat de hoofdsleutel misschien ongemerkt uit zijn jaszak is gehaald en daar na de diefstal van de BMW weer ongemerkt in terug is gestopt, in strijd met zijn eerdere verklaring dat hij de hoofdsleutel voortdurend bij zich heeft gedragen in zijn broekzak, aan welke verklaring de rechtbank onder de gegeven omstandigheden meer gewicht toekent. Bovendien acht de rechtbank het volstrekt ongeloofwaardig dat de hoofdsleutel ongemerkt uit de broekzak van [A] zou zijn weggenomen en daar vervolgens eveneens onopgemerkt in terug is gestopt. Het verweer van [A] dat de hoofdsleutel buiten zijn wetenschap is gebruikt, faalt derhalve.

4.3.[A] heeft in zijn verklaring tegenover de expert van Delta Lloyd erkend dat de tijdregistratie in de BMW voorafgaande aan de diefstal juist stond ingesteld. Die juiste tijdsinstelling wordt ook bevestigd door de vriendin van [A] in haar verklaring tegenover de expert van Delta Lloyd d.d. 8 december 2009. Daarnaast heeft [A] de stelling van Delta Lloyd niet bestreden dat de hoofdsleutel van de BMW pas een verplaatsing van de BMW registreert nadat de BMW ten minste 4 kilometer heeft gereden met een snelheid boven de 40 km/u of 10 kilometer met een snelheid boven de 40 km/u. Tussen partijen is evenmin in geschil dat het tijdstip van 29 augustus 2009 om 22.24 uur dat op de hoofdsleutel is geregistreerd, afkomstig is van de tijdsaanduiding van de BMW.

4.4.Gezien het voorgaande staat vast dat de hoofdsleutel niet buiten de wetenschap van [A] is gebruikt, en dat diezelfde hoofdsleutel op 28 augustus 2009 om 22.24 uur in het contact van de BMW heeft gezeten, terwijl met de BMW toen al ten minste 4 kilometer was gereden. Zonder nadere verklaring, welke door [A] niet is gegeven, valt onder de gegeven omstandigheden niet in te zien dat de BMW kan zijn ontvreemd zonder dat [A] daar een relevante betrokkenheid in heeft gehad. Die betrokkenheid moet er naar het oordeel van de rechtbank op zijn minst in hebben bestaan dat [A] de hoofdsleutel ten behoeve van de verduistering ter beschikking heeft gesteld. Nu vast is komen te staan dat [A] een relevante betrokkenheid heeft gehad bij de verduistering van de BMW, kan Delta Lloyd hem met succes aansprakelijk houden voor de ten gevolge van de verduistering door Delta Lloyd geleden schade. Zij kan dit niet alleen in haar hoedanigheid van gesubrogeerd verzekeraar. Door aan Delta Lloyd in strijd met de waarheid mededelingen te doen, waardoor Delta Lloyd is overgegaan tot uitkering aan KBS, heeft [A] tevens rechtstreeks jegens Delta Lloyd onrechtmatig gehandeld. Ook uit dien hoofde is [A] jegens Delta Lloyd aansprakelijk, zoals Delta Lloyd terecht heeft betoogd.

4.5.Het verweer van [A] dat de tijdsregistratie van de reservesleutel niet juist was, kan hem niet baten. Nog los van het feit dat door Delta Lloyd is betwist dat de tijdregistratie op de reservesleutel niet klopt, staat vast dat gebruik is gemaakt van de hoofdsleutel. Zonder nadere toelichting, welke ontbreekt, valt niet in te zien waarom eventuele defecten van de reservesleutel van invloed zouden kunnen zijn op de tijdregistratie van de hoofdsleutel.

4.6.[A] heeft voorts als verweer gevoerd dat er meerdere problemen waren met de BMW. Hij concretiseert dat door te stellen dat het alarm ten tijde van de diefstal niet werkte en dat hij eerst een verkeerde reservesleutel bij de BMW kreeg. Zonder nadere toelichting, welke door [A] niet is gegeven, valt niet in te zien waarom beide omstandigheden - zo ze al juist zijn - in het licht van de voornoemde feiten en omstandigheden in enig causaal verband staan met het feit dat op de hoofdsleutel een tijdsregistratie op 28 augustus 2009 om 22.24 uur is aangetroffen. De rechtbank gaat dan ook aan dit verweer als onvoldoende onderbouwd voorbij.

4.7.Het betoog van [A] dat Delta Lloyd heeft nagelaten te onderzoeken of er niet met de BMW gereden kan worden zonder gebruik te maken van sleutels, kan worden gepasseerd, nu in de onderhavige zaak vast staat dat de hoofdsleutel van [A] op 28 augustus 2009 om 22.24 uur in het contact van de BMW heeft gezeten.

4.8.Ten slotte voert [A] aan dat hij geen enkel belang had bij oplichting van de verzekering omdat aan hem niet is uitgekeerd en hij geen bestuurder van KBS was. Dit kan hem evenmin baten. Dit betoog doet immers niet af aan het feit dat hij onrechtmatig jegens Delta Lloyd heeft gehandeld en uit dien hoofde tot vergoeding van de door Delta Lloyd geleden schade verplicht is.

4.9.Nu [A] onrechtmatig jegens Delta Lloyd heeft gehandeld, zal de rechtbank de door Delta Lloyd gevorderde schade als gevolg van dat onrechtmatig handelen toewijzen. Het betreft een bedrag van EUR 119.020,44. Van dat bedrag maakt deel uit de door Delta Lloyd gevorderde beslagkosten voor een bedrag van € 1.141,52. Deze vordering is gelet op het bepaalde in art. 706 Rv en nu [A] het gevorderde bedrag niet heeft bestreden, toewijsbaar.

4.10.Met betrekking tot de gevorderde wettelijke rente, zal de rechtbank slechts de wettelijke rente conform artikel 6:119 BW toewijzen, zoals gevorderd met ingang van 9 maart 2011, nu aan de vereisten voor toewijzing van de wettelijke handelsrente niet is voldaan.

4.11.[A] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Delta Lloyd worden begroot op:

- dagvaarding EUR 83,31

- griffierecht 2.969,00

- salaris advocaat 2.842,00 (2,0 punten × tarief EUR 1.421,00)

Totaal EUR 5.894,31

5. De beslissing

De rechtbank

5.1.veroordeelt [A] om aan Delta Lloyd te betalen een bedrag van EUR 119.020,44, vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW over het bedrag van EUR 114.515,49 vanaf 9 maart 2011 tot de dag van volledige betaling,

5.2.veroordeelt [A] in de proceskosten, aan de zijde van Delta Lloyd tot op heden begroot op EUR 5.894,31,

5.3.verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

5.4.wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.L.M. Luiten en in het openbaar uitgesproken op 7 december 2011.