Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2011:BU7342

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
07-12-2011
Datum publicatie
09-12-2011
Zaaknummer
385927 / HA ZA 11-296
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Inbreuk op auteursrecht en niet-geregistreerd Gemeenschapsmodelrecht op een bed? De vorderingen zijn afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 385927 / HA ZA 11-296

Vonnis van 7 december 2011

in de zaak van

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

GOLDEN DREAM B.V.,

gevestigd te Hillegom,

2. [X],

wonende te [Y],

3. de vennootschap naar Pools recht

FIRMA EMPIRE,

gevestigd te Rumia, Polen,

eisers,

advocaat mr. H. Maatjes te Amsterdam,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

POLYETHER BEDDENHAL (PBH) B.V.,

gevestigd te Berkel en Rodenrijs,

gedaagde,

advocaat mr. J.P.W. van Bohemen te Alphen aan den Rijn.

Eisers zullen hierna gezamenlijk Golden Dream c.s. genoemd worden. Eiser sub 1 zal hierna Golden Dream genoemd worden, eiser sub 2 [X] en eiser sub 3 Empire. Gedaagde zal hierna PBH genoemd worden. Deze zaak is voor Golden Dream c.s. behandeld door mr. Maatjes voornoemd en mr. Leeuwenburg, advocaten te Amsterdam en voor PBH door mr. Van Bohemen voornoemd.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding van 11 januari 2011 met producties 1 en 2, alsmede 5 tot en met 13 (producties 3 en 4 zijn niet in het geding gebracht, omdat de zaak niet is aangebracht tegen een tweede partij die was gedagvaard)

- de conclusie van antwoord van 9 maart 2011 met producties 1 tot en met 7

- het tussenvonnis van 23 maart 2011 waarin een comparitie van partijen is gelast

- het proces-verbaal van comparitie van 10 augustus 2011 en de daarin genoemde stukken, waaronder de ten behoeve van de comparitie door PBH overgelegde producties 1 tot en met 14.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. Golden Dream is een onderneming die zich bezig houdt met de import en verkoop van slaapkamermeubelen. Golden Dream biedt een model bed te koop aan onder de naam 'Baltimore', dat zij inkoopt bij Empire.

2.2. [X] is een ontwerper, die zijn ontwerpen middels Empire exploiteert. Empire vervaardigt en verhandelt de door [X] ontworpen meubelen.

2.3. Op 9 februari 2009 heeft Empire bij het Pools octrooibureau een aanvraag gedaan voor registratie van model Baltimore als nationaal model. Deze aanvraag heeft geleid tot een registratie van het model onder nummer 14543. De bij de registratie behorende afbeeldingen zijn hieronder weergegeven:

afbeeldingen registratie Baltimore

2.4. PBH is een groothandel in bedden, lattenbodems, matrassen, kussens en aanverwante artikelen. In haar stand op de HTC beurs heeft PBH onder de naam 'Magic' een bed tentoongesteld met het hieronder weergegeven uiterlijk. PBH had dit bed betrokken van Lion Beddengoed B.V. (hierna: 'Lion').

bed Magic

2.5. Op haar website www.matista.com heeft PBH in 2010 enige tijd de hieronder weergegeven webpagina openbaar gemaakt. De foto was haar door Lion ter beschikking gesteld.

webpagina

2.6. Lion heeft het bed 'Magic' zelf te koop aangeboden onder de naam 'Miami'.

2.7. Op 26 november 2008 heeft Lion goederen verkocht aan [klant 1]. Daarvoor is een factuur opgemaakt met het factuurnummer 60007589. Op een voor ontvangst ondertekende afleverbon van Lion betreffende factuurnummer 60007589, is vermeld: 'Ledikant 160*200 No 2870 Black&White Miami'.

2.8. Op 8 januari 2009 heeft Lion een boxspring verkocht aan [klant 2]. Daarvoor is een factuur opgemaakt met factuurnummer 600007963. Blijkens een schermafdruk met bezorgingsinformatie van Lion is met betrekking tot dit factuurnummer op 4 februari 2009 aan [klant 2] onder meer bezorgd '1 ledikant 180*200 No. 2870'.

2.9. Op 14 juli 2011 heeft [klant 2] een e-mail gestuurd aan Lion, waarin zij schrijft:

Hierbij de rekening dat ik het bed bij jullie heb gekocht.

Heb hem gekocht in de denhaag megastore op 8-1-2009 en bed gekregen op 4-2-2009. Er zijn ook foto s.

Bij de e-mail is de hieronder weergegeven foto als bijlage gevoegd:

foto e-mail

2.10. Op een verkoopoverzicht uit de administratie van Lion van 9 december 2010 betreffende 'Ledikant 180*200 NO.2870 Black&White Miami' zijn 18 verkopen van het betreffende product vermeld in de periode 2 mei 2008 tot en met 9 februari 2009. Op het overzicht is onder meer vermeld:

Overzicht

2.11. In een Affidavit van 12 augustus 2010 heeft Mr. [Z], CEO van Foshan Golden Furniture Co. in Foshan City, China, verklaard:

As regards bed model

bed model

I affirm that

a) we produce and sell this bed model since March 2008 in our factory, and have shown it to interested Chinese and international customers, including customers from the European Union, in our showroom (...) from the beginning of 2008 until October 2009.

b) We distributed this bed model to customers in the European Union Lion Beddengoed Co. Ltd/mr [A], selling by Ms [B] since August 2008.

c) We advertised this bed model since the beginning of 2008 and before 11/06/2009 as follows;

- we offered the product via internet under http://chinagrd.en.alibaba.com

- (...)

2.12. In een vonnis in kort geding van 29 november 2010<sup>1</sup> tussen partijen gewezen, heeft de voorzieningenrechter van deze rechtbank voorlopig geoordeeld dat het door PBH op de HTC beurs en op haar website getoonde bed als beschreven in 2.4. en 2.5., inbreuk maakte op de modelrechten van [X] op het niet-ingeschreven Gemeenschapsmodelrecht voor het bed Baltimore.

2.13. In een vonnis in kort geding van 1 februari 2011<sup>2</sup> tussen Golden Dream c.s. en Lion gewezen, heeft de voorzieningenrechter van deze rechtbank geoordeeld dat het bed Miami van Lion geen inbreuk maakte op enig recht van Golden Dream c.s., omdat Golden Dream c.s. zich naar zijn voorlopig oordeel, op grond van de stellingen en weren die partijen in die procedure hadden ingenomen, niet kon beroepen op een geldig niet-ingeschreven Gemeenschapsmodelrecht of auteursrecht voor model Baltimore.

3. Het geschil

3.1. Golden Dream c.s. vordert - samengevat - veroordeling van PBH, uitvoerbaar bij voorraad, tot staking van iedere inbreuk op de auteursrechten en niet-ingeschreven Gemeenschapsmodelrechten van [X] en Empire. Golden Dream c.s. vordert daarnaast staking van ieder onrechtmatig handelen door PBH jegens Golden Dream c.s.. Voorts vordert Golden Dream c.s. een recall van het bed 'Magic', een door een registeraccountant gecontroleerde opgave van de inkoop-, voorraad en verkoopgegevens van de inbreukmakende meubels, vernietiging van de inbreukmakende meubels, een dwangsom op niet-naleving van één of meer van de veroordelingen en bevelen en vergoeding van de proceskosten van Golden Dream c.s. op de voet van artikel 1019h Wetboek van Rechtsvordering (Rv).

3.2. Golden Dream c.s. legt aan haar vordering het volgende ten grondslag. [X] is auteursrechthebbende op het ontwerp van het in 2.3. afgebeelde bed Baltimore. Het ontwerp is door [X] gemaakt in december 2008 en voldoet aan de vereisten voor auteursrechtelijke bescherming. De ontwerptekening van [X] van het gehele ontwerp ziet er als volgt uit:

ontwerptekening

3.3. Daarnaast zijn [X] en/of Empire rechthebbende op het niet-ingeschreven Gemeenschapsmodelrecht voor model Baltimore, daar [X] dit model voor het eerst op 9 februari 2009 middels Empire aan het publiek beschikbaar heeft gesteld. Golden Dream is de licentienemer van Empire in de Benelux en als zodanig exclusief gerechtigd model Baltimore te verhandelen in de Benelux. Het in 2.4. en 2.5. afgebeelde bed 'Magic' is een identieke dan wel sterk overeenstemmende verveelvoudiging van model Baltimore. Door het vervaardigen, te koop aanbieden en/of verkopen van bed 'Magic' maakt PBH inbreuk op de auteursrechten van [X] op grond van artikel 12 en 13 Auteurswet (Aw) en op de niet-ingeschreven Gemeenschapsmodelrechten van [X] en/of Empire op grond van artikel 10 lid 1 jo. artikel 19 lid 1 en 2 van Verordening (EG) nr. 6/2002 van de Raad van 12 december 2001 betreffende Gemeenschapsmodellen (GModVo). Daarnaast handelt PBH onrechtmatig omdat bed 'Magic' afbreuk doet aan de exploitatiemogelijkheden van model Baltimore en een slaafse nabootsing daarvan vormt die voor het publiek niet te onderscheiden is van model Baltimore.

3.4. PBH voert verweer. Haar primaire verweer is dat [X] niet de rechthebbende is op het auteursrecht op model Baltimore en dat [X] en Empire dit model op 9 februari 2009 niet als eerste aan het publiek in de Gemeenschap beschikbaar hebben gesteld. Volgens PBH heeft haar leverancier Lion al in het voorjaar van 2008 ontwerptekeningen en exemplaren van bed Miami bij haar leverancier in China gezien en dit bed vanaf augustus 2008 in Nederland geïmporteerd en verkocht. Haar Chinese leverancier zou het bed al vanaf begin 2008 aan afnemers in de Gemeenschap, met name in Duitsland, hebben geleverd. [X] kan dus niet het ontwerp hebben gemaakt in december 2008 en heeft het bed ook niet als eerste aan het publiek in de Gemeenschap ter beschikking gesteld in februari 2009. Golden Dream c.s. kan zich dus niet beroepen op een auteursrecht, niet-ingeschreven Gemeenschapsmodelrecht of slaafse nabootsing ter zake model Baltimore.

3.5. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

4.1. Tussen partijen is niet in geschil dat model Baltimore en het bed dat PBH onder de naam 'Magic' te koop aanbood, dezelfde uiterlijke kenmerken hebben of kenmerken die slechts in onbelangrijke details verschillen. In deze zaak draait het om de vraag of [X] zich met recht beroept op het makerschap van model Baltimore en of [X] en/of Empire zich kan beroepen op een Gemeenschapsmodelrecht dat voldoet aan de nieuwheidseis. Deze vragen zal de rechtbank gezamenlijk behandelen, nu de feitelijke grond voor de betwisting door PBH voor beide vragen hetzelfde is.

4.2. [X] wijst, ter onderbouwing van zijn stelling dat hij model Baltimore in december 2008 heeft ontworpen, uitsluitend op de hiervoor in 3.2. weergegeven ontwerptekeningen. Deze tonen echter geenszins aan dat [X] de maker is van het ontwerp. Zijn naam is niet op de schetsen vermeld. De tekeningen tonen bovendien niet aan wanneer de schetsen zijn gemaakt. De datumvermelding '12.08' op de schetsen kan er later op geplaatst zijn of kan duiden op de datum 12 augustus in enig jaar.

4.3. [X] heeft geen gehoor gegeven aan het bij tussenvonnis gegeven bevel van de rechtbank om in persoon bij de comparitie van partijen te verschijnen. Daardoor heeft de rechtbank niet van hem persoonlijk kunnen vernemen hoe en wanneer hij het ontwerp precies tot stand heeft gebracht, zoals hij stelt. Golden Dream c.s. hebben ook geen gehoor gegeven aan het verzoek van de rechtbank voorafgaand aan de comparitie om, gezien de verweren van Lion in het in 2.13. beschreven kort geding die PBH in de onderhavige procedure tot de hare heeft gemaakt, stukken in het geding te brengen ter nadere onderbouwing van het gestelde makerschap en Gemeenschapsmodelrecht.

4.4. PBH heeft gemotiveerd gesteld dat het ontwerp van model 'Magic' al voor december 2008 door Lion werd verhandeld onder de naam 'Miami'. Zij heeft daarbij in de eerste plaats gewezen op foto's die Lion zou hebben gemaakt van dit bed bij bezoeken aan haar leverancier in China in de loop van 2008. De directeur van Lion heeft dit ter comparitie bevestigd en ook de in 2.11. beschreven affidavit bevestigt deze stelling. Blijkens de overgelegde schermafdrukken waarop gegevens van deze foto's in een venster worden getoond, dateren deze foto's van 25 maart 2008 en 3 juli 2008. Alhoewel de zijkanten van het bed op de foto's niet zichtbaar zijn, is het vooraanzicht identiek aan het door Lion verhandelde model Miami. Deze foto's en de verklaringen van Lion's directeur en de CEO van diens leverancier vormen op zichzelf echter geen sluitend bewijs van het feit dat Lion deze foto's ook daadwerkelijk in 2008 heeft gemaakt. Het is immers niet erg moeilijk om de datering van de gemaakte foto's digitaal te wijzigen alvorens de gegevens op de schermafdrukken zichtbaar te maken en de directeuren van Lion en haar leverancier hebben zelf ook belang bij hun bevestigende verklaringen.

4.5. PBH heeft daarnaast echter gewezen op de verkoopadministratie van Lion, waaruit zij een overzicht van alle verkopen van ledikant 'No.2870 Black&White Miami' vanaf 8 november 2008 tot en met februari 2009 heeft overgelegd, alsmede verkoopfacturen en afleverbonnen van de verkopen in die periode. De overgelegde administratie omvat onder meer de in 2.7. beschreven factuur aan [klant 1] van 26 november 2008 en een afleverbon aan deze klant, waarvan de gegevens corresponderen met elkaar en de daarbij eveneens overgelegde kassabon en pinbon. De pinbon heeft dezelfde datum en vrijwel dezelfde tijdstipvermelding als de kassabon en factuur (14.21 uur op de kassabon, 14.23 uur op de pinbon en 14.25 uur op de factuur), de kassabon vermeldt dezelfde artikelen als de afleverbon en de pinbon en kassabon vermelden hetzelfde aanbetaalde bedrag als de afleverbon. Dat de pinbon met de datum 26 november 2008 niet zou horen bij de verkoop aan [klant 1], zoals Golden Dream c.s. stelt, is dan ook volstrekt niet aannemelijk. Daarnaast toont de overgelegde administratie voldoende aan dat aan [klant 1] bed 'Miami' is verkocht. De afleverbon bevat immers de vermelding 'Ledikant 160*200 No.2870 Black&White Miami' en een paraaf van de klant voor bezorging, waar met de hand '29-01-08' bij is geschreven. Dat de afleverbon de datum 29 januari 2008 vermeldt doet onvoldoende af aan de betrouwbaarheid van die bon, nu de levertijd van het bed volgens de factuur circa 8 weken bedroeg, zodat het voor de hand ligt dat deze klant per abuis het oude jaartal heeft ingevuld en het op 26 november 2008 gekochte bed op 29 januari 2009 bezorgd heeft gekregen. Uit het samenstel van deze administratieve bescheiden volgt dan ook dat [klant 1] op 26 november 2008 een bed van het model nummer 2870 met de naam 'Miami' heeft gekocht.

4.6. Bij de verkoopadministratie van Lion bevindt zich ook de in 2.8. beschreven factuur van de verkoop van een bed aan [klant 2] op 8 januari 2009. Deze factuur is identiek aan de factuur die [klant 2] bij haar in 2.9. beschreven e-mail heeft gevoegd, waarin zij bevestigt bij Lion een bed te hebben gekocht op die datum. Bij die e-mail heeft zij ook een foto gevoegd van het door haar gekochte bed, waarop een exemplaar van bed 'Miami' te zien is. Voorts blijkt uit de factuur dat aan deze klant een bed is geleverd met het model nummer 2870. Dit nummer correspondeert blijkens het in 2.10. beschreven verkoop overzicht van Lion en de afleverbon van het bed van [klant 1] met het bed 'Miami'. Het nummer 2870 correspondeert ook met het blijkens de in het geding gebrachte stukken door de Chinese leverancier van Lion gedurende een bepaald periode gebruikte productnummer voor dit type bed. Ook uit deze bescheiden volgt derhalve dat Lion begin januari 2009 bed 'Miami' verkocht.

4.7. Voorts heeft PBH correspondentie in het geding gebracht vanaf juni 2008 tussen Lion en haar Chinese leverancier, waarin afbeeldingen van bed Miami zijn opgenomen. Golden Dream c.s. wijst er op dat zich daarbij afbeeldingen bevinden die van Empire afkomstig zijn. Daaruit volgt volgens Golden Dream c.s. dat de Chinese leverancier die foto's van de website van Empire heeft gekopieerd, zodat de informatie van de Chinese leverancier dus niet uit 2008 kan stammen. Golden Dream c.s. wijst daarbij met name op een foto van een nachtkastje dat bij model Baltimore past. De bewuste foto is in dit geding door PBH overgelegd als onderdeel van de producties die Lion in het in 2.13. beschreven kort geding heeft overgelegd. Op deze foto is op de achtergrond van het nachtkastje een schilderij te zien dat [X] zelf heeft geschilderd. PBH betwist niet dat die foto van Empire afkomstig is, maar bestrijdt de conclusie die Golden Dream c.s. daaruit trekt. Volgens PBH heeft de advocaat van Lion de bewuste foto per abuis bij een productie gevoegd naar aanleiding van e-mail verkeer tussen Golden Dream c.s. en Lion.

4.8. De rechtbank is van oordeel dat uit het feit dat de foto van het nachtkastje van Empire afkomstig is, niet zonder meer volgt dat de door PBH overgelegde correspondentie tussen Lion en haar leverancier is geantedateerd. Blijkens de door PBH in het geding gebrachte stukken is de bewuste foto als laatste bladzijde van een productie van de zijde van Lion overgelegd in het in 2.13. beschreven kort geding. De foto maakt echter geen integraal onderdeel uit van de e-mail die onder hetzelfde productienummer op de bladzijden voor de foto is opgenomen. De foto is ook niet afgebeeld in een tabel met bijbehorende verkoopinformatie, zoals alle overige informatie van de Chinese leverancier van Lion die door PBH in het geding is gebracht. Het is dan ook goed mogelijk, zoals PBH stelt, dat deze foto door de advocaat van Lion per abuis is verwisseld met de juiste foto.

4.9. Voorts stelt Golden Dream c.s. dat de foto van model 'Miami' in de overzichten van de Chinese leverancier van 4 en 31 juli 2008, een foto is die voor Empire in Polen is gemaakt in de bij Empire gebruikelijke stijl. Dat de bewuste foto door of voor Empire in Polen is gemaakt, is door Golden Dream c.s. echter in het geheel niet onderbouwd. Ook hieruit valt derhalve niet af te leiden dat de verkoopinformatie van de Chinese leverancier van Lion niet uit 2008 kan stammen en geantedateerd moet zijn.

4.10. Gelet op de in 4.2. en 4.3. beschreven magere onderbouwing van haar eigen stellingen door Golden Dream c.s. enerzijds en de hiervoor beschreven waardering van de door PBH in het geding gebrachte bewijsstukken anderzijds, gaat de rechtbank voorbij aan het bewijsaanbod van Golden Dream c.s. van het makerschap van [X] en komt zij tot de vaststelling dat Lion het bed 'Miami' al voor december 2008 in de Gemeenschap heeft ingekocht, te koop heeft aangeboden en verkocht en [X] derhalve niet de maker kan zijn. Dit betekent dat Golden Dream c.s. geen beroep kan doen op een auteursrecht op grond van het makerschap van [X].

4.11. Daarnaast brengt het voorgaande met zich mee dat model Baltimore op 9 februari 2009 niet nieuw was in de zin van artikel 5 GModVo. Immers, door de verkoop van bed 'Miami' vanaf november 2008 was er al een identiek of vrijwel identiek model ter beschikking van het publiek in de Gemeenschap gekomen voor 9 februari 2009. Golden Dream c.s. kan derhalve ook geen beroep doen op een niet-ingeschreven Gemeenschapsmodelrecht.

4.12. Uit het voorgaande volgt ook dat niet kan worden vastgesteld dat bed 'Magic' een nabootsing is van model Baltimore. Dientengevolge is er evenmin sprake van een slaafse nabootsing die onrechtmatig is.

4.13. Nu geen van de grondslagen tot toewijzing van de vorderingen van Golden Dream c.s. kan leiden, zal de rechtbank de vorderingen afwijzen.

4.14. Golden Dream c.s. zal als de in het ongelijk gestelde partij hoofdelijk worden veroordeeld in de proceskosten. Nu deze procedure betrekking heeft op intellectuele eigendomsrechten als bedoeld in artikel 1019 Rv, is de door PBH gevorderde proceskostenveroordeling op de voet van artikel 1019h Rv toewijsbaar. Volgens opgave van PBH bedragen haar volledige proceskosten € 4.940,13. Golden Dream c.s. heeft de hoogte van deze kosten niet bestreden, zodat die voor toewijzing in aanmerking komen. PBH heeft voorts de wettelijke rente over de proceskostenveroordeling gevorderd, welke vordering eveneens zal worden toegewezen. Omdat de titel voor de proceskostenvergoeding pas ontstaat op de datum van dit vonnis, is de wettelijke rente verschuldigd vanaf die datum, niet vanaf de datum van de conclusie van antwoord zoals door PBH gevorderd. PBH heeft tevens nakosten gevorderd. Nu PBH een proceskostenveroordeling op de voet van artikel 1019h Rv vordert, beschikt de rechtbank op dit moment nog niet over voldoende gegevens om de nakosten te kunnen begroten. De rechtbank beperkt de begroting van de proceskosten op dit moment dan ook tot de kosten gemaakt tot de datum van dit vonnis. Voor nakosten geeft de veroordeling in de proceskosten een executoriale titel (HR 19 maart 2010, LJN BL1116). Zo nodig kan PBH op de voet van artikel 237 lid 4 Rv voor de na de uitspraak ontstane kosten een bevelschrift verzoeken.

5. De beslissing

De rechtbank

5.1. wijst de vorderingen af,

5.2. veroordeelt Golden Dream c.s. hoofdelijk in de kosten van de procedure, tot op heden aan de zijde van PBH begroot op € 4.940,13, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum van dit vonnis tot aan de dag van volledige betaling,

5.3. verklaart de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. F.M. Bus en in het openbaar uitgesproken op 7 december 2011.

<sup>1</sup> IEPT20101129

<sup>2</sup> IEPT20110201