Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2011:BU5186

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
15-11-2011
Datum publicatie
22-11-2011
Zaaknummer
374805 - FA RK 10-7047
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Oorspronkelijk gemeenschappelijk echtscheidingsverzoek met ouderschapsplan / kinderconvenant. Het kinderconvenant is gesloten na mediation in het kader van een door de vader gestarte teruggeleidingsprocedure. De moeder had de minderjarige zonder toestemming van de vader meegenomen naar Nederland. Het kinderconvenant houdt kort gezegd in: een afwisselend verblijf bij de vader in de Verenigde Staten van Amerika en de moeder in Nederland, tot de schoolgaande leeftijd een wisseling elke drie maanden en vanaf de schoolgaande leeftijd een wisseling elk jaar waarbij elke vakantie bij de andere ouder wordt doorgebracht. De rechtbank heeft de behandeling van het gemeenschappelijk verzoekschrift naar de zitting verwezen in verband met vragen over dit kinderconvenant. In de tussenbeschikking heeft de rechtbank overwogen er vooralsnog niet van overtuigd te zijn dat de door partijen overeengekomen zorgregeling in het belang van de minderjarige is. Er is vervolgens een bijzonder curator benoemd. In de eindbeschikking heeft de rechtbank beslist aan de hand van alle omstandigheden van het geval en met inachtneming van de belangen van de vader, van de moeder en van de minderjarige, waarbij de belangen van de minderjarige voor de rechtbank de eerste overweging zijn. De rechtbank heeft geoordeeld dat de huidige regeling niet kan worden gehandhaafd en dat de hoofdverblijfplaats van de minderjarige bij een van de ouders dient te worden vastgesteld (hetgeen inmiddels ook het standpunt is van beide ouders). Beide ouders zijn in staat de minderjarige een goede verzorging en opvoeding te bieden en de minderjarige heeft met beide ouders een goede band. De rechtbank heeft geoordeeld dat de hoofdverblijfplaats van de minderjarige bij de vader in de Verenigde Staten van Amerika dient te zijn. De doorslaggevende argumenten daarvoor zijn: hij wordt - meer dan de moeder - in staat geacht het contact tussen de minderjarige en de andere ouder te waarborgen. Hij heeft tot nu toe bij zijn handelingen en beslissingen steeds het belang van de minderjarige voorop gesteld, hetgeen de moeder niet in die mate heeft gedaan. De opstelling van de moeder richting de vader voor wat betreft zaken rondom de minderjarige is minder faciliterend geweest. Bovendien is de financiële positie van de moeder kwetsbaarder dan die van de vader.

Zie voor tussenbeschikking: LJN BU5186

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RFR 2012/21

Uitspraak

RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE

Sector familie- en jeugdrecht

Meervoudige kamer

7x

Rekestnummer: FA RK 10-7047

Zaaknummer: 374805

Datum beschikking: 15 november 2011 (bij vervroeging)

Scheiding

Beschikking op het op 1 september 2010 ingekomen gemeenschappelijk verzoekschrift van:

[de man, dan wel de vader],

de man, dan wel de vader,

wonende te [woonplaats A] (Verenigde Staten van Amerika),

advocaat: mr. S.L.A. Verburgt te 's-Gravenhage,

en

[de vrouw, dan wel de moeder],

de vrouw, dan wel de moeder,

wonende te [woonplaats B],

advocaat: mr. S.A. Ray te Rotterdam,

alsmede op de nadien ingekomen eenzijdige verzoeken van beide partijen, waarbij de andere partij als belanghebbende wordt aangemerkt.

Procedure

Bij beschikking van 27 april 2011 van deze rechtbank is - samengevat -:

- de echtscheiding tussen partijen uitgesproken;

- de afwikkeling van het gemeenschappelijk huwelijksvermogen vastgesteld;

- afgewezen het verzoek van de vader om partijen te verwijzen naar een forensisch mediator althans een ouderschapsonderzoek te gelasten;

- mr. I.J. Pieters, advocaat te Leiden, tot bijzonder curator benoemd over

[de minderjarige], geboren op [geboortedatum minderjarige] 2005 te [geboorteplaats minderjarige] (Verenigde Staten van Amerika), hierna: [de minderjarige].

- bepaald dat de bijzondere curator namens [de minderjarige] een verweerschrift zal indienen, dat beide partijen hierop schriftelijk kunnen reageren en hun verzoeken ten aanzien van [de minderjarige] desgewenst kunnen wijzigen/aanvullen en kunnen ingaan op het verzoek betreffende de reiskostenregeling van de vader en dat beide partijen in de gelegenheid worden gesteld op gewijzigde verzoeken van de wederpartij te reageren;

- iedere verdere beslissing inzake [de minderjarige] en de reiskostenregeling aangehouden.

De rechtbank heeft vervolgens de volgende stukken ontvangen:

- het verweerschrift van de bijzondere curator;

- het verweerschrift tevens gewijzigd verzoekschrift van de zijde van de vader;

- de brief van 21 september 2011 van de zijde van de vader, met als bijlagen vertalingen van diverse stukken;

- de brief van 22 september 2011 van de zijde van de moeder;

- het faxbericht van 22 september 2011 van de zijde van de vader;

- de brief van 4 oktober 2011 van de bijzondere curator inhoudende een reactie op het verweerschrift van de zijde van de vader;

- het faxbericht van 6 oktober 2011 van de zijde van de moeder;

- het faxbericht van 6 oktober 2011 van de zijde van de vader;

- het verweerschrift tevens gewijzigd verzoekschrift van de moeder van 11 oktober 2011;

- de brief van 21 oktober 2011 van de zijde van de moeder, met als bijlagen diverse producties;

- de brief van 24 oktober 2011 van de zijde van de vader, met als bijlage een vertaling van een brief van de vader aan de bijzondere curator;

- de brief van 25 oktober 2011, met bijlagen, van de zijde van de vader, inhoudende een verweerschrift op het gewijzigd verzoekschrift van de moeder;

- het faxbericht van 25 oktober 2011 van de bijzondere curator.

Huidige stand van zaken verzoek en verweer

De resterende verzoeken van de vader, zoals die thans luiden, strekken tot:

- bepaling van de hoofdverblijfplaats van [de minderjarige] bij de vader, met vaststelling van een vakantieregeling inhoudende dat [de minderjarige] alle vakanties door zal brengen bij de moeder in Nederland;

- het vastleggen van een regeling over de reiskosten;

een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.

De moeder heeft verzocht deze verzoeken van de vader af te wijzen.

De resterende verzoeken van de moeder, zoals die thans luiden, strekken tot:

- bepaling van de hoofdverblijfplaats van [de minderjarige] bij de moeder, met vaststelling van een voor de vader goede omgangsregeling (de rechtbank begrijpt: regeling in het kader van de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken);

- bepaling van een door de vader aan de moeder te bepalen kinderalimentatie ten behoeve van [de minderjarige] van € 710,- per maand, waarbij de vader tevens de volledige reiskosten dient te voldoen;

een en ander met uitvoerbaarverklaring bij voorraad en met compensatie van kosten.

De bijzondere curator heeft geadviseerd om de hoofdverblijfplaats van [de minderjarige] bij de moeder te bepalen en voorts om vast te stellen dat [de minderjarige] tijdens de schoolvakantie bij de ouder zal zijn bij wie zij niet haar hoofdverblijfplaats heeft.

Op 1 november 2011 is de behandeling ter terechtzitting voortgezet. Hierbij zijn verschenen: de moeder met haar advocaat en de vader met zijn advocaat en een tolk, mevrouw F. Burnham-Veldhuyzen, alsmede de bijzondere curator. Tevens was ter zitting een stagiaire van de advocaat van de vader aanwezig, mevrouw S. Bennekom.

Van de zijde van de vader zijn pleitnotities overgelegd.

Beoordeling

De rechtbank handhaaft al hetgeen bij genoemde tussenbeschikking van 27 april 2011 is overwogen en beslist, voor zover in deze beschikking niet anders wordt overwogen of beslist.

Hoofdverblijfplaats en zorgregeling

In genoemde tussenbeschikking heeft de rechtbank overwogen er vooralsnog niet van overtuigd te zijn dat de door de ouders in het kinderconvenant getroffen regeling (waarbij de hoofdverblijfplaats van [de minderjarige] na het bereiken van de schoolgaande leeftijd jaarlijks zal wisselen tussen beide ouders) in het belang van [de minderjarige] is. De regeling lijkt veeleer tegemoet te komen aan de belangen van de ouders.

Teneinde nader te worden geïnformeerd over de vraag welke regeling het meest in het belang van [de minderjarige] is, heeft de rechtbank een bijzondere curator benoemd.

De bijzondere curator heeft aangegeven dat [de minderjarige] niet veilig gehecht is en dat de huidige regeling niet in haar belang is. Zo kan zij haar banden met haar ouders onvoldoende verdiepen. Indien [de minderjarige] haar hoofdverblijfplaats bij één ouder zal hebben zal deze wel de mogelijkheid hebben om de band met haar te verdiepen. De andere ouder zal aangewezen zijn op de schoolvakanties. De bijzondere curator heeft voorts betoogd dat hij twee ouders ziet die veel om hun kind geven en haar ook veel liefde geven. Bij zowel de moeder als de vader is er een gezinsleven waarin er veel ruimte is voor [de minderjarige]. De leefomstandigheden verschillen in dit opzicht niet veel van elkaar. Ook de ontplooiingsmogelijkheden van [de minderjarige] bij de een dan wel de andere ouder verschillen niet substantieel van elkaar. De band van [de minderjarige] met haar ouders is eveneens niet wezenlijk anders. Zij lijkt niet een beduidend sterkere band met haar vader dan wel haar moeder te hebben. De wensen van [de minderjarige] neigden naar Nederland. De moeder lijkt meer tijd beschikbaar te hebben voor [de minderjarige] doordat zij parttime werkt. Bovendien lijkt de vader meer rationaliteit in zijn ouderschap te leggen en de moeder haar moederschap meer op haar gevoel te doen. Door dit een en ander lijkt de moeder meer tijd en mogelijkheden te hebben om [de minderjarige] aan zich te laten hechten, hetgeen in haar belang is. Bovendien lijkt het erop dat de kans op een beter contact met beide ouders iets meer gewaarborgd is indien [de minderjarige] bij haar moeder woont dan bij haar vader, omdat de vader eerder de gelegenheid zal nemen om haar te bezoeken dan de moeder in de omgekeerde situatie, daar zij de financiën daarvoor niet heeft. In het kader van de mogelijkheid om de banden met beide ouders te behouden dan wel deze verder te verdiepen hecht de bijzondere curator iets meer waarde aan de opvang die de moeder doordeweeks kan bieden en die dus niet extern is, maar meteen uit school in het gezin van de moeder. De bijzondere curator meent dat een dergelijke opvang [de minderjarige] meer goed doet dan de externe opvang. De bijzondere curator heeft, alles overziende, een lichte voorkeur voor de bepaling van de hoofdverblijfplaats bij de moeder uitgesproken.

Beide ouders hebben op dit betoog gereageerd.

In deze zaak dient de rechtbank te beslissen aan de hand van alle omstandigheden van het geval en met inachtneming van de belangen van de vader, van de moeder en van [de minderjarige], waarbij de belangen van [de minderjarige] voor de rechtbank de eerste overweging dienen te zijn. De belangen van [de minderjarige] kunnen, afhankelijk van hun aard en ernst, zwaarder wegen dan de belangen van de beide ouders. De belangen van de ouders bestaan in dit geval uit de wens [de minderjarige] zelf op te voeden en te verzorgen dan wel tenminste regelmatig contact met haar te hebben. Het belang van [de minderjarige], die nu niet veilig gehecht lijkt, bestaat daarin dat zij met beide ouders zo regelmatig mogelijk contact heeft, maar dat zij wordt verzorgd en opgevoed door één van beide ouders, zodat zij in staat wordt gesteld om zich tenminste aan die ouder (verder) te hechten. Zij dient vanuit een veilige en voorspelbare omgeving adequaat in staat te worden gesteld om haar ontwikkelingstaken te doorlopen. De aard en ernst van de belangen van [de minderjarige] maken in dit geval dat de huidige regeling niet kan worden gehandhaafd. Voortzetting van die regeling zou [de minderjarige] nog meer schade toebrengen dan zij thans reeds heeft opgelopen.

Derhalve dient nu te worden bepaald bij wie [de minderjarige] haar hoofdverblijfplaats dient te hebben, bij haar vader of bij haar moeder. Deze beslissing is ingrijpend, nu de vader in [woonplaats A] (Verenigde Staten van Amerika) woont en de moeder in [woonplaats B], Nederland, terwijl geen van beide ouders bereid is naar het andere land te verhuizen. De ouder bij wie de hoofdverblijfplaats niet zal worden bepaald zal derhalve in beginsel met name zijn aangewezen op contact tijdens de schoolvakanties.

Aan de rechtbank is genoegzaam gebleken dat beide ouders geschikt en in staat zijn om [de minderjarige] een goede en liefdevolle verzorging en opvoeding te bieden. [de minderjarige] lijkt met beide ouders een even sterke band te hebben. Hoewel de leefomstandigheden bij de ouders vanzelfsprekend verschillen kan niet worden gezegd dat [de minderjarige] bij één van hen slechter af is en voorts kunnen beide ouders [de minderjarige] voldoende ontplooiingsmogelijkheden bieden. Beide ouders geven blijk van sensitief ouderschap en zij zijn gelijkelijk in staat [de minderjarige] aan zich te laten hechten. Niet gebleken is dat de moeder doordeweeks en in het weekend, als [de minderjarige] niet op school is, meer in de gelegenheid is om tijd met [de minderjarige] door te brengen dan de vader. Immers, zij werkt ook wel in de tijd dat [de minderjarige] vrij is van school en zij dient haar aandacht bovendien te verdelen over vier kinderen, terwijl de vader geen andere kinderen heeft. Aan de door de bijzondere curator gesignaleerde lichte voorkeur van [de minderjarige] voor Nederland komt geen doorslaggevende waarde toe, gelet op haar leeftijd. Bovendien dient haar mening bezien te worden in het licht van de omstandigheden waarin zij zich bevond ten tijde van het gesprek met de bijzondere curator in juli 2011. [de minderjarige] woonde toen reeds vanaf januari 2009 bij de vader, en bracht slechts de vakanties door bij de moeder, zodat zij mogelijk geen reële vergelijking heeft gemaakt (kunnen maken) van haar leven bij de vader in de Verenigde Staten van Amerika en haar leven bij de moeder in Nederland.

Het voorgaande heeft nog geen argumenten opgeleverd om de hoofdverblijfplaats bij de vader dan wel de moeder te bepalen. De rechtbank is evenwel van oordeel dat de hoofdverblijfplaats van [de minderjarige] bij de vader moet worden bepaald. Daartoe acht zij het volgende doorslaggevend.

De vader wordt - meer dan de moeder - in staat geacht het contact tussen [de minderjarige] en de andere ouder te waarborgen. Bovendien is genoegzaam gebleken dat hij tot nu toe bij zijn handelingen en beslissingen steeds het belang van [de minderjarige] voorop heeft gesteld. Daartoe wordt het volgende overwogen.

Vaststaat dat de moeder in 2007 met [de minderjarige] en zonder toestemming van de vader vanuit de Verenigde Staten naar Nederland is verhuisd, waardoor er niet op de plaats van het gewone verblijf van [de minderjarige] overleg heeft kunnen plaatsvinden over de gevolgen van het uiteengaan van de ouders voor [de minderjarige]. De vader is vervolgens in het kader van een kinderontvoeringsprocedure alsnog het overleg met de moeder aangegaan. Hij heeft hiermee een mogelijke strafrechtelijke vervolging van de moeder in de Staat van [woonplaats A] voorkomen alsmede een verslechtering van de onderlinge verhoudingen tussen de ouders. De vader heeft verreweg het grootste deel betaald van de reiskosten verbonden aan het onderhouden van het contact tussen [de minderjarige] en de moeder in de periodes dat [de minderjarige] bij hem verbleef, een en ander ook in een voor hem financieel moeilijke periode. De vader heeft in deze procedure aangeboden om in het geval de hoofdverblijfplaats bij hem bepaald wordt de reiskosten gepaard gaand met het verblijf van [de minderjarige] bij de moeder tijdens de schoolvakanties geheel voor zijn rekening te nemen. In de periode waarin [de minderjarige] begeleid vloog heeft de vader haar 18 keer begeleid, ter gelegenheid waarvan hij telkens weken van zijn werk heeft verzuimd. [partner van moeder] (de partner van de moeder) heeft [de minderjarige] vier keer begeleid en de moeder heeft [de minderjarige] geen enkele keer begeleid. Hierdoor heeft zij geen kennis kunnen nemen van de leefomstandigheden van [de minderjarige] in de Verenigde Staten van Amerika. Evenmin heeft zij een andere gelegenheid te baat genomen om voor [de minderjarige] naar de Verenigde Staten van Amerika te reizen. De vader heeft er (anders dan de moeder) voor gezorgd dat zij op een rustige eigen plek met haar moeder kan skypen. De gemaakte skype-afspraken zijn door de vader steeds nagekomen. De vader heeft aldus altijd aangegeven een goed en frequent contact tussen [de minderjarige] en de moeder zeer belangrijk te vinden. Toen [de minderjarige] in Nederland bij haar moeder verbleef heeft hij ook tijdens werktijd tijd vrij gemaakt om met [de minderjarige] te skypen. Daarnaast heeft hij, zodra [de minderjarige] bij hem verbleef, zijn werktijden aangepast. De vader heeft een psycholoog ingeschakeld om [de minderjarige] te begeleiden bij een eventueel loyaliteitsconflict. Niet gebleken is dat de moeder begeleiding van [de minderjarige] bij haar loyaliteitsconflict voorstaat dan wel aanbiedt. Verder heeft hij (anders dan de moeder) in de onderhavige procedure direct volledige informatie en openheid van zaken gegeven omtrent de woonsituatie van [de minderjarige] en hem in [woonplaats A]. Niet gezegd kan worden dat de vader zich de afgelopen periode heeft ingezet om de tweetaligheid bij [de minderjarige] te bevorderen, zoals door partijen bij convenant overeengekomen, maar de vader heeft voldoende gemotiveerd uiteengezet dat hij in deze periode keuzes heeft moeten maken om financiële redenen, overigens heeft de moeder [de minderjarige] tot nu toe evenmin onderwijs in de Engelse taal aangeboden.

Gebleken is dat ook de moeder bij haar handelen het belang van [de minderjarige] voor ogen heeft, maar niet gezegd kan worden dat zij in dezelfde mate als de vader, zoals hiervoor om-schreven, telkens het belang van [de minderjarige], met name ook in het contact met de andere ouder, boven alles heeft gesteld. De opstelling van de moeder richting de vader voor wat betreft zaken rondom [de minderjarige] is bepaald minder faciliterend geweest.

Daarnaast is de financiële positie van de vrouw kwetsbaarder dan die van de vader. De moeder woont samen met haar huidige partner, die tevens de (biologische) vader van haar andere drie kinderen is. Zij heeft kennelijk uit overtuiging gekozen voor het verzorgen en begeleiden van haar vier kinderen (inclusief [de minderjarige]), gecombineerd met het verrichten van betaalde werkzaamheden buitenshuis gedurende slechts enkele uren per week. Zij verkeert hierdoor evenwel - in tegenstelling tot de vader - in een financieel afhankelijke positie. Ter zitting heeft de moeder nog verklaard dat zij tevens haar eigen appartement in [woonplaats C] aanhoudt, hetgeen voor haar een financiële last is.

De rechtbank zal derhalve de hoofdverblijfplaats van [de minderjarige] bij de vader bepalen.

De ouders zijn (evenals de bijzondere curator) van mening dat [de minderjarige], indien zij haar hoofdverblijfplaats bij de vader heeft, iedere schoolvakantie bij de moeder zal zijn. Het verzoek van de vader daartoe kan derhalve als niet weersproken, op de wet gegrond en in het belang van [de minderjarige] worden toegewezen. De rechtbank gaat er hierbij vanuit dat de vader, conform het besprokene ter zitting, de moeder voorts altijd in de gelegenheid zal stellen om contact met [de minderjarige] te hebben indien zij tijdens een niet-vakantieperiode in de Verenigde Staten van Amerika is of de vader, met [de minderjarige], in Nederland is.

De rechtbank gaat er verder van uit dat beide ouders zich ervoor zullen blijven inzetten om frequent skype-contact tussen [de minderjarige] en de ouder bij wie zij op dat moment niet verblijft mogelijk te maken. De exacte frequentie van die skype-contacten zullen zij in onderling overleg moeten bepalen, daarbij met name doch niet uitsluitend rekening houdend met de belangen van [de minderjarige] en de andere ouder bij wie zij op dat moment niet verblijft. De ouders hebben niet aan de rechtbank verzocht in dit kader een beslissing te nemen.

Kinderalimentatie en verdeling reiskosten

Nu deze verzoeken zijn ingediend als nevenvoorziening in de echtscheidingsprocedure en de Nederlandse rechter in die procedure bevoegd is, heeft de Nederlandse rechter rechtsmacht hiervan kennis te nemen. Op de verzoeken - zoals die zijn komen te luiden nadat de gewone verblijfplaats van de minderjarige conform de door partijen overeengekomen regeling in Nederland is gevestigd - wordt Nederlands recht toegepast als het recht van de gewone verblijfplaats van de onderhoudsgerechtigde.

Het verzoek van de moeder om bepaling van een door de vader aan haar te betalen kinderalimentatie ziet op de situatie dat de hoofdverblijfplaats van [de minderjarige] bij haar wordt bepaald. Dit verzoek behoeft derhalve geen behandeling.

De vader heeft - als gezegd - ter zitting aangeboden om in het geval de hoofdverblijfplaats van [de minderjarige] bij hem wordt bepaald en hij geen kinderalimentatie aan de moeder hoeft te betalen, de reiskosten die gepaard gaan met het verblijf van [de minderjarige] bij de moeder tijdens de schoolvakanties geheel voor zijn rekening te nemen. De rechtbank zal aldus beslissen.

De ouders zijn beiden van mening dat het een goed signaal is voor [de minderjarige] indien zij allebei financieel bijdragen aan haar verzorging en opvoeding. De moeder heeft verklaard dat zij daar nu geen mogelijkheden toe ziet, maar wel bereid is iets specifieks te betalen, bijvoorbeeld balletlessen of zakgeld. De rechtbank gaat er van uit dat de ouders hier in onderling overleg afspraken over maken.

Uitvoerbaarverklaring bij voorraad

De rechtbank zal na te melden bepalingen niet uitvoerbaar bij voorraad verklaren. Het is niet in het belang van [de minderjarige] dat haar hoofdverblijfplaats thans direct wordt gewijzigd, terwijl deze als gevolg van een eventueel hoger beroep wederom kan wijzigen. Tevens is het in het belang van [de minderjarige] dat zij zorgvuldig wordt voorbereid op haar vertrek naar haar vader. Indien beide ouders zich neerleggen bij deze beschikking, geeft de rechtbank hen in overweging om [de minderjarige] met ingang van 2012 of na de kerstvakantie naar de vader te laten reizen.

Het is de rechtbank bekend dat het in zaken als deze mogelijk is om - in het geval hoger beroep van deze beschikking wordt ingesteld - een spoedbehandeling bij het gerechtshof te vragen.

Kostenveroordeling

Gelet op het feit dat het hier een procedure van familierechtelijke aard betreft, ziet de rechtbank aanleiding de proceskosten te compenseren als hierna vermeld.

Gelet op het vorenstaande zal de rechtbank beslissen als na te melden.

Beslissing

De rechtbank:

bepaalt dat [de minderjarige], geboren op [geboortedatum minderjarige] 2005 te [geboorteplaats minderjarige] (Verenigde Staten van Amerika), de hoofdverblijfplaats zal hebben bij de vader;

bepaalt dat [de minderjarige] tijdens de schoolvakanties bij de moeder zal zijn;

bepaalt dat de vader de reiskosten die gepaard gaan met het verblijf van [de minderjarige] bij de moeder tijdens de schoolvakanties geheel voor zijn rekening zal nemen;

bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt;

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mrs. M.J. Alt-van Endt, J.M. Vink en B. Hammer, tevens kinderrechters, bijgestaan door mr. T.A.E. Scheers als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 15 november 2011.