Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2011:BU5127

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
21-11-2011
Datum publicatie
21-11-2011
Zaaknummer
09-607646-11
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Belaging en smaadschrift. Verdachte heeft gedurende een periode van ruim een half jaar met regelmaat de burgemeester van Gouda, een wijkagent en de politie Gouda lastig gevallen. Hij heeft genoemde personen (beledigende) e-mails en brieven gestuurd en daarnaast op diverse openbare plekken in Gouda grote aantallen pamfletten opgehangen met teksten die de genoemde personen, dan wel de politie van Gouda in hun eer en goede naam aantasten. Verdachte heeft ook vanuit die bedoeling gehandeld. De ernst van het bewezenverklaarde en de door de rechtbank in aanmerking genomen omstandigheden komen naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende tot uitdrukking in de door de officier van justitie gevorderde straf. Met name de hoge kans op recidive, in combinatie met het gebrek aan ziekte-inzicht bij verdachte, baart de rechtbank grote zorgen, zodat de rechtbank het aangewezen acht dat aan verdachte een groter voorwaardelijk strafdeel wordt opgelegd dan door de officier van justitie gevorderd. Gevangenisstraf voor de duur van 198 dagen, met aftrek, waarvan 90 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar, met als bijzondere voorwaarden reclasseringscontact en een (ambulante) behandelverplichting bij de Forensische Polikliniek van Palier.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE

Sector strafrecht

Meervoudige kamer

Parketnummer: 09/607646-11

Datum uitspraak: 21 november 2011

(Verkort vonnis)

De rechtbank 's-Gravenhage, rechtdoende in strafzaken, heeft het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] 1975 te [geboorteplaats],

adres: [adres].

De terechtzitting.

Het onderzoek is gehouden ter terechtzitting van 1 juli 2011 en 7 november 2011.

De verdachte, bijgestaan door zijn raadsman mr. J.E. Eradus, advocaat te Alphen aan den Rijn, is ter terechtzitting verschenen en gehoord.

Er heeft zich een benadeelde partij gevoegd.

De officier van justitie mr. A. Baas heeft gevorderd dat verdachte ter zake van het hem ten laste gelegde wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 168 dagen, met aftrek van de tijd in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, waarvan 60 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren en als bijzondere voorwaarde reclasseringstoezicht, ook als dat inhoudt behandeling bij de Forensische Polikliniek van Palier.

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot gedeeltelijke toewijzing van de vordering van de benadeelde partij tot een bedrag van € 400,-, niet-ontvankelijk verklaring van de benadeelde partij voor het overige en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel van een bedrag van € 400,-, subsidiair 6 dagen hechtenis.

De tenlastelegging.

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij in of omstreeks de periode van 24 januari 2011 tot en met 21 februari 2011 te Gouda, in elk geval in Nederland, wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van (burgemeester) [burgemeester], in elk geval van een ander, met het oogmerk die [burgemeester], in elk geval die ander te dwingen iets te doen, niet te doen, te dulden en/of vrees aan te jagen, immers heeft verdachte met genoemd oogmerk die [burgemeester] met regelmaat, althans op een groot aantal tijdstippen, in genoemde periode lastiggevallen door die [burgemeester] e-mails te sturen en/of op of aan de openbare weg met krijt tekst(en) te schrijven en/of pamfletten op te hangen met - voor die [burgemeester] - beledigende teksten (o.a.

'Burgemeester berooft nog steeds oude vrouwtjes, burgemeester 100 procent volksverraad, de nieuwe NSB in vredestijd, burgemeester hoort in het gevang');

art 285b lid 1 Wetboek van Strafrecht

2.

hij in of omstreeks de periode van 1 februari 2011 tot en met 14 maart 2011 te Gouda, in elk geval in Nederland, wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van (wijkagent) [wijkagent], in elk geval van een ander, met het oogmerk die [wijkagent], in elk geval die ander te dwingen iets te doen, niet te doen, te dulden en/of vrees aan te jagen, immers heeft verdachte met genoemd oogmerk die [wijkagent] met regelmaat, althans op een groot aantal tijdstippen, in genoemde periode lastiggevallen door die [wijkagent] (beledigende) e-mails ('je bent een viespeuk en een NSB-er') te sturen en/of naar de werkgever van die [wijkagent] brieven te sturen en/of op de openbare weg met krijt tekst(en) te schrijven en/of pamfletten op te hangen met - voor die [wijkagent] - beledigende teksten (o.a. ' Wijkagent [wijkagent] corrupt en een viespeuk');

art 285b lid 1 Wetboek van Strafrecht

3.

hij op meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 24 januari 2011 tot en met 14 maart 2011 te Gouda (telkens) opzettelijk, door middel van verspreiding van (een) geschrift(en), de eer en/of de goede naam van burgemeester [burgemeester] en/of wijkagent [wijkagent] en/of (de andere) ambtenaren van de politie Gouda heeft aangerand door telastlegging van een of meer bepaalde feiten, met het kennelijke doel om daaraan ruchtbaarheid te geven, immers heeft verdachte (telkens) met voormeld doel (een) geschrift(en), te weten pamfletten met de volgende teksten:

- 'burgemeester berooft nog steeds oude vrouwtjes, burgemeester 100 procent volksverraad, de nieuwe NSB in vredestijd, burgemeester hoort in het gevang' en/of

- 'wijkagent [wijkagent] corrupt en een viespeuk' en/of

- 'motoragent met losse handjes zit aan kleine meisjes, bescherm uw kind', en/of 'politie is

corrupt' en/of 'Politie Gouda, de nieuwe NSB in vredestijd' en/of 'Politie Gouda

leugenaarsnest, niet te vertrouwen'

heeft verspreid door genoemde pamfletten (telkens) op of aan de openbare weg op te hangen en/of achter te laten;

art 261 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 261 lid 2 Wetboek van Strafrecht

4.

Ter berechting wordt gevoegd de zaak onder parketnummer 09/647615-11:

hij in of omstreeks de periode van 21 september 2010 tot 24 januari 2011 te Gouda, in elk geval in Nederland, wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van (burgemeester) [burgemeester], in elk geval van een ander, met het oogmerk die [burgemeester], in elk geval die ander te dwingen iets te doen, niet te doen, te dulden en/of vrees aan te jagen, immers heeft verdachte met genoemd oogmerk die [burgemeester]

met regelmaat, althans op een groot aantal tijdstippen, in genoemde periode lastiggevallen door die [burgemeester] e-mails te sturen en/of op de openbare weg pamfletten op te hangen met - voor die [burgemeester] - beledigende teksten (o.a. 'Burgemeester berooft nog steeds oude vrouwtjes, burgemeester 100 procent volksverraad, de nieuwe NSB in vredestijd');

art 285b lid 1 Wetboek van Strafrecht

5.

hij op meerdere tijdstippen in of omstreeks periode van 1 september 2010 tot 24 januari 2011 te Gouda (telkens) opzettelijk, door middel van verspreiding van (een) geschrift(en), de eer en/of de goede naam van burgemeester [burgemeester] en/of ambtenaren van de politie Gouda heeft aangerand door telastlegging van een of meer bepaalde feiten, met het kennelijke doel om daaraan ruchtbaarheid te geven, immers heeft verdachte met voormeld doel (een) geschrift(en), te weten pamfletten met de volgende teksten:

- 'burgemeester berooft nog steeds oude vrouwtjes, burgemeester volksverraad, de nieuwe NSB,' en/of

- 'politie Gouda leugenaarsnest', en/of 'Politie niet te vertrouwen, motoragent met losse handjes naar kleine meisjes, bescherm uw kind, niet te vertrouwen', en/of 'politie is corrupt' en/of

'politie Gouda 100 % Volksverraad, de nieuwe NSB in vredestijd'

heeft verspreid door genoemde pamfletten (telkens) op of aan de openbare weg op te hangen en/of achter te laten;

art 261 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 261 lid 2 Wetboek van Strafrecht

De bewijsmiddelen.

De rechtbank grondt haar overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.

In die gevallen waarin de wet aanvulling van het vonnis vereist met de bewijsmiddelen, dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, zal zulks plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit vonnis zal worden gehecht.

De bewezenverklaring.

Door de voormelde inhoud van vorenstaande bewijsmiddelen - elk daarvan, ook in zijn onderdelen, gebruikt voor het bewijs van datgene waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft - staan de daarin genoemde feiten en omstandigheden vast. Op grond daarvan acht de rechtbank bewezen en is zij tot de overtuiging gekomen dat de verdachte de ten laste gelegde feiten heeft begaan, met dien verstande, dat de rechtbank bewezen acht de inhoud van de tenlastelegging, te weten dat verdachte:

1.

in de periode van 24 januari 2011 tot en met 21 februari 2011 te Gouda, wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van (burgemeester) [burgemeester], met het oogmerk die [burgemeester] te dwingen iets te doen, immers heeft verdachte met genoemd oogmerk die [burgemeester] met regelmaat, in genoemde periode lastiggevallen door pamfletten op te hangen met - voor die [burgemeester] - beledigende teksten (o.a. 'Burgemeester berooft nog steeds oude vrouwtjes, burgemeester 100 procent volksverraad, de nieuwe NSB in vredestijd, burgemeester hoort in het gevang');

2.

in de periode van 1 februari 2011 tot en met 14 maart 2011 te Gouda, wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van (wijkagent) [wijkagent], met het oogmerk die [wijkagent] te dwingen iets te doen, immers heeft verdachte met genoemd oogmerk die [wijkagent] met regelmaat in genoemde periode lastiggevallen door die [wijkagent] (beledigende) e-mails ('je bent een viespeuk en een NSB-er') te sturen en naar de werkgever van die [wijkagent] brieven te sturen en pamfletten op te hangen met - voor die [wijkagent] - beledigende teksten (o.a. 'Wijkagent [wijkagent] corrupt en een viespeuk');

3.

op meerdere tijdstippen in de periode van 24 januari 2011 tot en met 14 maart 2011 te Gouda (telkens) opzettelijk, door middel van verspreiding van geschriften, de eer en de goede naam van burgemeester [burgemeester] en wijkagent [wijkagent] en (de andere) ambtenaren van de politie Gouda heeft aangerand door telastlegging van bepaalde feiten, met het kennelijke doel om daaraan ruchtbaarheid te geven, immers heeft verdachte (telkens) met voormeld doel geschriften, te weten pamfletten met de volgende teksten:

- 'burgemeester berooft nog steeds oude vrouwtjes, de nieuwe NSB in vredestijd, burgemeester hoort in het gevang' en/of

- 'wijkagent [wijkagent] corrupt en een viespeuk' en

- 'motoragent met losse handjes naar kleine meisjes, bescherm uw kind', en/of 'politie is corrupt' en/of 'Politie Gouda, de nieuwe NSB in vredestijd' en/of 'Politie Gouda leugenaarsnest, niet te vertrouwen'

verspreid door genoemde pamfletten (telkens) op of aan de openbare weg op te hangen en achter te laten;

4.

in de periode van 21 september 2010 tot 24 januari 2011 te Gouda, wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van (burgemeester) [burgemeester], met het oogmerk die [burgemeester] te dwingen iets te doen, immers heeft verdachte met genoemd oogmerk die [burgemeester] met regelmaat in genoemde periode lastiggevallen door die [burgemeester] e-mails te sturen en op de openbare weg pamfletten op te hangen met - voor die [burgemeester] - beledigende teksten (o.a. 'Burgemeester berooft nog steeds oude vrouwtjes, de nieuwe NSB in vredestijd');

5.

op meerdere tijdstippen in periode van 1 september 2010 tot 24 januari 2011 te Gouda (telkens) opzettelijk, door middel van verspreiding van geschriften, de eer en de goede naam van burgemeester [burgemeester] en ambtenaren van de politie Gouda heeft aangerand door telastlegging van bepaalde feiten, met het kennelijke doel om daaraan ruchtbaarheid te geven, immers heeft verdachte met voormeld doel geschriften, te weten pamfletten met de volgende teksten:

- 'burgemeester berooft nog steeds oude vrouwtjes, burgemeester volksverraad, de nieuwe

NSB,' en

- 'politie Gouda leugenaarsnest', en 'Politie niet te vertrouwen, motoragent met losse handjes naar kleine meisjes, bescherm uw kind, niet te vertrouwen', en 'politie is corrupt' en 'politie Gouda 100 % Volksverraad, de nieuwe NSB in vredestijd' heeft verspreid door genoemde pamfletten (telkens) op of aan de openbare weg op te hangen en achter te laten.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde en van de verdachte.

Het bewezenverklaarde is volgens de wet strafbaar, aangezien er geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

De verdachte is deswege strafbaar, nu er evenmin feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten.

Strafmotivering.

Na te melden straf is in overeenstemming met de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gegrond op de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan tijdens het onderzoek ter terechtzitting is gebleken. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft gedurende een periode van ruim een half jaar met regelmaat de burgemeester van Gouda [burgemeester], wijkagent [wijkagent] en de politie Gouda lastig gevallen, omdat hij zich door hen onheus bejegend voelde. Verdachte heeft naar zijn zeggen geprobeerd om aangifte te doen van de door hem vermeende misstanden, maar toen hiermee niets werd gedaan, zag hij zich genoodzaakt om de genoemde personen (beledigende) e-mails en brieven te sturen. Daarnaast heeft hij in diezelfde periode op diverse openbare plekken in Gouda grote aantallen pamfletten opgehangen met teksten die de genoemde personen, dan wel de politie van Gouda in hun eer en goede naam aantasten. Verdachte heeft ook vanuit die bedoeling gehandeld.

Door aldus te handelen heeft verdachte zich meermalen schuldig gemaakt aan belaging en smaadschrift. Belaging is een ernstig feit, nu het gaat om een misdrijf gericht tegen de persoonlijke vrijheid van de slachtoffers. Een slachtoffer ondervindt door belaging in veel gevallen gevoelens van angst, onzekerheid en onveiligheid. In de teksten die verdachte in het openbaar heeft opgehangen heeft hij onder meer gesteld dat de burgemeester oude vrouwtjes berooft, heeft hij verwijzingen gemaakt naar de NSB en heeft hij gesteld dat de politie Gouda en wijkagent [wijkagent] corrupt zijn en dat [wijkagent] een viespeuk is. Deze beweringen worden in de regel door slachtoffers als een aantasting van hun eer en goede naam en als grievend ervaren. In het onderhavige geval blijkt zulks ook uit de aangiftes die door de slachtoffers zijn gedaan. Het gegeven dat door een ander bewust publiekelijk een verwijt van een bepaald feit wordt gemaakt vormt tevens een door een slachtoffer ongewenste inbreuk op zijn persoonlijke levenssfeer en berokkent hem dikwijls aanzienlijke (emotionele) schade. Zij kunnen immers door derden met de beschuldigingen worden geconfronteerd, hetgeen hen dwingt daarover jegens derden ongewild verantwoording af te leggen en hetgeen hen in hun dagelijks functioneren belemmert. De rechtbank rekent dit verdachte zwaar aan, te meer omdat de aantijgingen van verdachten personen betreft die beroepsmatig handelden. Meer in het bijzonder acht de rechtbank de tekst "motoragent met losse handjes naar kleine meisjes, bescherm uw kind" een ernstige aantasting van de eer en goede naam van de politie Gouda, waardoor agenten - met name in de huidige tijd - in grote mate beschadigd kunnen raken. Uit de schriftelijke slachtofferverklaring van slachtoffer [wijkagent] blijkt dat hij ook daadwerkelijk in zijn werkgebied is geconfronteerd met mensen die hem vragen stelden over de inhoud van de teksten.

Verdachte heeft daarnaast laten zien zeer vasthoudend te zijn in zijn streven om de door hem vermeende misstanden juist op deze - strafrechtelijk verwijtbare - wijze aan de kaak te stellen. Ondanks het feit dat verdachte meerdere malen op het politiebureau over de verweten feiten was verhoord, is hij doorgegaan met het versturen van e-mails en brieven en het ophangen van pamfletten. Ook ter terechtzitting heeft hij aangegeven dat het hem nog steeds hoog zit en heeft hij - ook ter terechtzitting - te kennen gegeven zich niets gelegen te laten liggen aan hetgeen zijn handelen bij zijn slachtoffers teweeg brengt. Dit doet - ondanks het feit dat verdachte zich na zijn laatste aanhouding kennelijk niet meer schuldig heeft gemaakt aan belaging - vrezen voor herhaling.

Daarbij komt het volgende. Blijkens het uittreksel Justitiële Documentatie van 10 oktober 2011 betreffende verdachte, is hij eerder veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten, deels ook jegens de burgemeester van Gouda. Dit heeft hem er kennelijk niet van weerhouden om nogmaals strafbare feiten te plegen.

Uit het psychiatrisch onderzoek van 22 augustus 2011 opgesteld door A. Haitsma, psychiater i.o., onder supervisie van A. Banaei Kashani, psychiater en het psychologisch onderzoek van 23 augustus 2011 opgesteld door A.L. Faas, GZ-psycholoog, blijkt dat bij verdachte sprake is van een waanstoornis van het paranoïde type. Verdachte heeft een persisterend en rigide denkpatroon met betrekking tot de burgemeester, de politie en justitie. Hij trekt conclusies en legt verbanden die redelijkerwijs niet te trekken zijn. Hiernaast is sprake van een laaggemiddelde intelligentie, antisociale en narcistische persoonlijkheidstrekken, misbruik van alcohol in remissie en misbruik van cannabis. Verdachte heeft zich ten tijde van de gepleegde feiten grotendeels door zijn waanachtige ideeën laten sturen en was nauwelijks in staat zijn gedrag te controleren. Hij wist echter dat hij strafbare feiten zou plegen. Door zijn laaggemiddelde intelligentie en narcistische en antisociale karaktertrekken is hij niet in staat geweest meer adequate copingstijlen aan te wenden. De onderzoekers achten verdachte sterk verminderd toerekeningsvatbaar ten aanzien van de feiten. Het ontbreekt verdachte aan ziektebesef en inzicht, hetgeen inherent is aan een waanstoornis, en hierdoor zal de behandeling van de stoornis lastig zijn. Het recidiverisico wordt ingeschat als hoog. Zonder begeleiding zal hij dezelfde inadequate copingstijlen aanwenden om met zijn frustratie om te gaan, met alle gevolgen van dien. Om het recidiverisico te beperken achten de onderzoekers medicamenteuze en psychotherapeutische behandeling noodzakelijk. Geadviseerd wordt om aan verdachte als bijzondere voorwaarde reclasseringstoezicht op te leggen, met daarbij een ambulante behandeling bij de Forensische Polikliniek van Palier.

Dit advies sluit aan bij het reclasseringsadvies van 12 augustus 2011 betreffende verdachte. Daaruit komt naar voren dat bij verdachte sprake is van diverse praktische problemen. Hij woont in een stacaravan op een camping, heeft schulden en kan met moeite rondkomen. Verdachte zit al langere tijd in de ziektewet in verband met spierreuma, waardoor hij zijn werk als stratenmaker niet meer kon doen. In de gesprekken heeft verdachte aangegeven een klankbord te missen in de tijd dat hij niet meer werkte, waardoor hij zijn frustraties binnenhield en deze zich ophoopten, waardoor het tot een escalatie is gekomen. Verdachte heeft aangegeven dat hij begeleid wil worden bij het aanpakken van zijn praktische problemen en met iemand wil kunnen praten over zijn gevoelens en de zaken die hem bezighouden. De reclassering verwacht dat verdachte alsdan zijn frustraties beter kan kanaliseren, waardoor hij een conflict niet meer dusdanig laat escaleren.

De rechtbank sluit zich aan bij de conclusies en adviezen van de onderzoekers, maakt deze tot de hare en zal aan verdachte een deels voorwaardelijke gevangenisstraf opleggen met als bijzondere voorwaarden reclasseringscontact en een (ambulante) behandelverplichting bij de Forensische Polikliniek van Palier.

Hoewel de rechtbank rekening houdt met het feit dat verdachte sterk verminderd toerekeningsvatbaar moet worden geacht ten aanzien van de feiten, was verdachte zich bewust van het feit dat hij strafbaar handelde. De ernst van het bewezenverklaarde en de door de rechtbank in aanmerking genomen omstandigheden komen naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende tot uitdrukking in de door de officier van justitie gevorderde straf. Met name de hoge kans op recidive, in combinatie met het gebrek aan ziekte-inzicht bij verdachte, baart de rechtbank grote zorgen, zodat de rechtbank het aangewezen acht dat aan verdachte een groter voorwaardelijk strafdeel wordt opgelegd dan door de officier van justitie gevorderd.

De voorwaardelijke straf heeft niet alleen tot doel verdachte te weerhouden van het opnieuw plegen van strafbare feiten, maar dient tevens als stok achter de deur om te bewerkstelligen dat verdachte de aanwijzingen van de reclassering zal opvolgen en een noodzakelijke behandeling zal afronden.

De vordering van de benadeelde partij.

[wijkagent], gemachtigde: [gemachtigde], heeft zich als benadeelde partij gevoegd ter zake van de vordering tot schadevergoeding, groot € 3.035,-.

De rechtbank acht deze vordering, voor zover deze betrekking heeft op een bedrag van € 1000,-, als vergoeding ter zake van immateriële schade tot dat bedrag naar billijkheid toewijsbaar, nu vast is komen te staan dat de benadeelde partij rechtstreeks schade heeft geleden als gevolg van de onder 2 en 3 bewezenverklaarde feiten.

De rechtbank zal derhalve de vordering toewijzen tot een bedrag van € 1000,-.

De rechtbank zal voorts de gevorderde wettelijke rente toewijzen, nu vast is komen te staan dat de schade met ingang van 24 januari 2011 is ontstaan.

De rechtbank zal het overige deel van de vordering niet-ontvankelijk verklaren, aangezien de vordering in zoverre een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert.

De benadeelde partij kan dit deel van de vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Dit brengt mee, dat de verdachte dient te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met zijn vordering heeft gemaakt, welke kosten de rechtbank tot op heden begroot op nihil.

De toepasselijke wetsartikelen.

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen:

- 14a, 14b, 14c, 14d, 36f, 57, 261 en 285b van het Wetboek van Strafrecht.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

Beslissing.

De rechtbank,

verklaart wettig en overtuigend bewezen, dat de verdachte de onder feit 1 tot en met 5 ten laste gelegde feiten heeft begaan en dat het bewezenverklaarde uitmaakt:

ten aanzien van de feiten 1, 2 en 4:

belaging, meermalen gepleegd;

ten aanzien van de feit 3 en 5:

smaadschrift, meermalen gepleegd;

verklaart het bewezenverklaarde en de verdachte deswege strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

veroordeelt de verdachte tot:

een gevangenisstraf voor de duur van 198 (honderdachtennegentig) DAGEN;

bepaalt dat de tijd, door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van het onvoorwaardelijk gedeelte van de hem opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht, voorzover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht;

bepaalt, dat een gedeelte van die straf, groot 90 (negentig) dagen niet zal worden tenuitvoergelegd, zulks onder de algemene voorwaarde, dat de veroordeelde zich voor het einde van de hierbij op 2 jaren vastgestelde proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

alsmede onder de algemene voorwaarde dat de veroordeelde ter vaststelling van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;

en onder de bijzondere voorwaarden:

- dat de veroordeelde zich gedurende de proeftijd zal gedragen naar de voorschriften hem te geven door of namens de stichting Reclassering Nederland, in dit geval Leger des Heils Jeugdzorg & Reclassering te 's-Gravenhage, zolang die instelling zulks nodig acht, ook als dat inhoudt een meldingsgebod en (ambulante) behandeling bij de Forensische Polikliniek van Palier of een soortgelijke instelling;

geeft hierbij opdracht aan bovengenoemde reclasseringsinstelling krachtens het bepaalde bij artikel 14d, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht;

wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij gedeeltelijk toe en veroordeelt verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan [wijkagent], gemachtigde: [gemachtigde], Politie Hollands Midden, Dienst Financiën, Postbus 4240, 2350 CE Leiderdorp, een bedrag van € 1000,-, vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente daarover vanaf 24 januari 2011 tot aan de dag waarop deze vordering is voldaan;

veroordeelt de verdachte tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

verklaart de benadeelde partij voor het overige deel niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat hij dit deel van de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;

legt aan verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat van een bedrag groot € 1000,- ten behoeve van het slachtoffer genaamd [wijkagent], gemachtigde: [gemachtigde];

bepaalt dat in geval volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt - onder handhaving van voormelde verplichting - vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 20 dagen;

bepaalt dat voldoening van de gehele of gedeeltelijke betalingsverplichting aan de benadeelde partij de betalingsverplichting aan de Staat in zoverre doet vervallen, alsmede dat voldoening van de gehele of gedeeltelijke betalingsverplichting aan de Staat de betalingsverplichting aan de benadeelde partij in zoverre doet vervallen.

Dit vonnis is gewezen door

mr. Brand, voorzitter,

mrs Milius en Bouwman, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. Schrover, griffier,

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 21 november 2011.