Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2011:BU3707

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
05-10-2011
Datum publicatie
09-11-2011
Zaaknummer
385777 - HA ZA 11-258
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Vraag is of telefonisch een overeenkomst tot energielevering tot stand is gekomen. De rechtbank is van oordeel dat een dergelijke overeenkomst niet tot stand is gekomen, gelet op de inhoud van de opname van een gedeelte van het telefoongesprek, het tempo van het gesprek alsmede hetgeen gedaagde onweersproken heeft gesteld omtrent de inhoud van het gesprek voordat de opname werd gestart. Het bestaan van een overeenkomst kan ook niet worden afgeleid uit het feit dat gedaagde niet heeft gereageerd op door de energiemaatschappij aan haar gezonden brieven. Geen sprake van ongerechtvaardigde verrijking van gedaagde, nu niet is komen vast te staan dat aan haar energie is geleverd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Prg. 2012/28
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 385777 / HA ZA 11-258

Vonnis van 5 oktober 2011

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

E.ON BENELUX LEVERING B.V.,

statutair gevestigd te Eindhoven,

eiseres,

advocaat mr. F. Panis te 's-Gravenhage,

tegen

[gedaagde],

wonende te [woonplaats],

gedaagde,

advocaat mr. L.C.H. Karstanje te Gouda.

Partijen zullen hierna Eon en [gedaagde] genoemd worden.

1.De procedure

1.1.Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 13 juli 2011;

- de akte aanvulling producties van Eon van 27 juli 2011;

- de antwoordakte van [gedaagde] van 10 augustus 2011;

- de rolberichten van partijen van 24 augustus 2011 waarbij zij de rechtbank vragen om in deze zaak vonnis te wijzen;

- de brief zonder bijzondere inhoud van 7 september 2011 van mr. Panis met als bijlage - op verzoek van de rechtbank - nogmaals de voicelog op cd-rom.

1.2.Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De verdere beoordeling

2.1.De rechtbank blijft bij hetgeen zij in haar tussenvonnis van 13 juli 2011 heeft overwogen en beslist.

2.2.Bij vonnis van 13 juli 2011 heeft de rechtbank de zaak verwezen naar de rol voor het nemen van een akte aan de zijde van Eon waarbij een afschrift van de opname die is gemaakt van het telefoongesprek dat op 4 maart 2009 heeft plaatsgevonden tussen (een medewerker van) Eon en [gedaagde] (hierna: het telefoongesprek) in het geding wordt gebracht. Eon heeft bedoeld afschrift bij akte overgelegd, waarna [gedaagde], conform hetgeen in bedoeld tussenvonnis is overwogen, een antwoordakte heeft genomen.

2.3.De rechtbank heeft de door Eon in het geding gebrachte geluidsopname beluisterd. Het opgenomen deel van het telefoongesprek luidt als volgt, waarbij de teksten geplaatst tussen [ ] niet zijn uitgesproken:

'[Eon:]

Dan start ik die opname. Dan wil ik u vragen: mevrouw [gedaagde], gaat u ermee akkoord dat dit gedeelte van het gesprek wordt opgenomen?

[[gedaagde]:]

Ja.

[Eon:]

Het is vandaag 4-3-2009. Is dit correct?

[[gedaagde]:]

Ja.

[Eon:]

Uw volledige naam is mevrouw [gedaagde]. U bent geboren op [geboortedatum]-1987. Is dit correct?

[[gedaagde]:]

Ja, het klopt.

[Eon:]

Uw volledige adres is de [A-straat te plaats A]. Is dit correct?

[[gedaagde]:]

Ja.

[Eon:]

U bent tevens degene die de gas- of elektriciteitsrekening betaalt of u bent bevoegd om daarover te beslissen. Is dit correct?

[[gedaagde]:]

Ja, dat doen we samen.

[Eon:]

Oké. U gaat ermee akkoord dat als er rekeningen zijn die betaald moeten worden in eerste instantie betaald worden door middel van acceptgiro, ten laste van mevrouw [gedaagde]. Is dit correct?

[[gedaagde]:]

Ja.

[Eon:]

Het is een overeenkomst met de Eon voor de levering van duurzame energie en gas en betalingsleveringstarieven voor drie jaar. Hiervoor ga ik u algemene voorwaarden toezenden. U gaat daarmee akkoord?

[[gedaagde]:]

Ja.

[Eon:]

U heeft in eerste instantie gekozen voor de teruggave van € 150,00.

De overeenkomst die heeft zeven werkdagen bedenktijd en die starten na dagtekening van de bevestigingsbrief. Op deze overeenkomst zijn de algemene voorwaarden van de Eon van toepassing. Deze voorwaarden en andere informatie over het product vindt u natuurlijk terug in de welkomstbrief en elders op www.eonbenelux.com. Mocht u toch nog van deze aanmelding afzien, dan kunt u de overeenkomst uiteraard binnen zeven werkdagen na dagtekening van de bevestigingsbrief schriftelijk, telefonisch of per e-mail annuleren. Tot slot wil ik u nog melden dat Eon zoals gebruikelijk het recht heeft om voordat de levering plaatsvindt informatie op te vragen over betalingsgedrag van de aanvrager. Afhankelijk van de uitkomst kunnen wij vragen om waarborg of anders een bankgarantie. Mocht u nog vragen hebben, dan kunt u uiteraard contact met ons opnemen. Dan heb ik alles met u doorgenomen. Dan beëindig ik bij dezen de opname.'

2.4.Zoals de rechtbank in het tussenvonnis van 13 juli 2011 al heeft overwogen ligt ter beoordeling allereerst voor of tussen Eon en [gedaagde] een overeenkomst betreffende de levering van energie is gesloten. De rechtbank is van oordeel dat een dergelijke overeenkomst niet tot stand is gekomen. Daartoe is het volgende redengevend.

2.5.Vaststaat dat een gedeelte van het gesprek tussen Eon en [gedaagde] niet is opgenomen. [gedaagde] heeft gesteld dat zij voorafgaand aan het starten van de opname door Eon uitdrukkelijk aan Eon te kennen heeft gegeven dat zij alleen informatie wilde, dat zij zich niet wilde vastleggen, dat het niet ging om de levering van elektriciteit en gas aan het adres [A-straat te plaats A] omdat zij daar niet over ging (zij huurde in dat pand een appartement) en dat zij op het punt stond te verhuizen. Eon heeft dit niet weersproken, zodat de rechtbank uitgaat van de juistheid van bedoelde stellingen van [gedaagde]. Uit het opgenomen gedeelte van het gesprek valt niet af te leiden dat [gedaagde] nadien niettemin het aanbod van Eon tot het sluiten van een overeenkomst zou hebben aanvaard. Zij heeft weliswaar met 'ja' geantwoord op de door de medewerker van Eon uitgesproken tekst 'Het is een overeenkomst met de Eon voor de levering van duurzame energie en gas en betalingsleveringstarieven voor drie jaar. Hiervoor ga ik u algemene voorwaarden toezenden. U gaat daarmee akkoord?', maar niet valt uit te sluiten, mede gelet op de inhoud van het gesprek vóór de start van de opname, dat [gedaagde] dit heeft opgevat als een aanbod tot het toezenden van informatie over een dergelijke overeenkomst. Dit zou anders kunnen zijn als de uitgesproken tekst die aanvangt met de woorden 'De overeenkomst die heeft' en eindigt met de zin 'Dan beëindig ik bij dezen de opname.' hierbij wordt betrokken. Echter, niet is opgenomen de reactie van [gedaagde] op deze tekst, zodat niet is komen vast te staan dat zij hiermee heeft ingestemd. Bij al het voorgaande komt nog dat het tempo van dit gesprek erg hoog ligt en dat met name in laatstbedoelde passage veel informatie in korte tijd wordt gegeven, zodat niet valt uit te sluiten dat [gedaagde] de consequenties van een en ander niet heeft kunnen overzien, temeer nu zij er zelf kennelijk vanuit ging dat ze slechts om informatie vroeg.

Onder deze omstandigheden is niet komen vast te staan dat tussen Eon en [gedaagde] op 4 maart 2009 een (mondelinge) overeenkomst tot stand is gekomen.

2.6.Het bestaan van een overeenkomst tussen Eon en [gedaagde] kan evenmin worden afgeleid uit het feit dat [gedaagde] niet heeft gereageerd op de brieven van Eon van 6 maart 2009, 30 maart 2009 en 14 april 2009 (zie r.o. 2.2, 2.3 en 2.4 van het tussenvonnis van 13 juli 2011). Eon kan immers niet eenzijdig, door toezending van brieven, bewerkstelligen dat alsnog een overeenkomst tot stand komt.

2.7.Gelet op het voorgaande kan de primaire grondslag de vordering van Eon niet dragen.

2.8.Eon heeft subsidiair aan haar vordering ten grondslag gelegd dat [gedaagde] door de levering van energie ongerechtvaardigd is verrijkt en dat Eon is verarmd. De rechtbank volgt Eon hierin niet. Als niet weersproken staat vast dat [gedaagde] op 1 april 2009 is vertrokken uit de woning aan de [A-straat te plaats A]. Nu Eon stelt vanaf 13 april 2009 energie te hebben geleverd aan die woning, is niet komen vast te staan dat aan [gedaagde] energie is geleverd, zodat zij niet degene is die ongerechtvaardigd zou zijn verrijkt. De subsidiaire grondslag kan de vordering dus evenmin dragen.

2.9.Gelet op het voorgaande zal de vordering van Eon worden afgewezen.

2.10.Eon zal, als de in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de proceskosten. De kosten aan de zijde van [gedaagde] worden tot dusverre begroot op € 1.031,-, waarvan € 71,- aan griffierecht en € 960,- aan salaris advocaat (2,5 punten à € 384,-, volgens tarief I).

3.De beslissing

De rechtbank:

3.1.wijst de vordering af;

3.2.veroordeelt Eon in de kosten van deze procedure, aan de zijde van [gedaagde] tot op heden begroot op € 1.031,-.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.E. Bierling en in het openbaar uitgesproken op 5 oktober 2011.