Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2011:BT8737

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
18-10-2011
Datum publicatie
20-10-2011
Zaaknummer
AWB 11/31610 en 11/31611
Rechtsgebieden
Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Vreemdelingenzaak; toekenning van € 2.800,00 aan schadevergoeding vanwege ten onrechte opgelegde vrijheidsbeperkende maatregel ex artikel 56 van de Vw 2000. Schadebedrag wordt bepaald op € 35,00 per dag dat de maatregel is ondergaan (zie ook LJN: AZ5789).

Wetsverwijzingen
Algemene wet bestuursrecht
Algemene wet bestuursrecht 8:73
Vreemdelingenwet 2000
Vreemdelingenwet 2000 56
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JV 2011/512
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ’s-GRAVENHAGE

Nevenzittingsplaats ’s-Hertogenbosch

Sector bestuursrecht

Zaaknummer: AWB 11/31610 en AWB 11/31611

Uitspraak van de enkelvoudige kamer van 18 oktober 2011

inzake

[man], geboren op [datum] 1983 (man),

en [vrouw], geboren op [datum] 1989 (vrouw),

alsmede hun 2 minderjarige kinderen

allen van Iraakse nationaliteit,

eisers,

gemachtigde mr. E.I. Robert,

tegen

de minister voor Immigratie en Asiel,

te Den Haag,

verweerder,

gemachtigde mr. R.P.G. van Bel.

Procesverloop

Bij besluiten van 14 september 2011 heeft verweerder met toepassing van artikel 56 van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000) aan eisers de verplichting opgelegd met ingang van 20 september 2011 te verblijven in de gemeente [gemeente].

Eisers hebben tegen deze besluiten beroep ingesteld. Daarbij is verzocht om toekenning van schadevergoeding.

Verweerder is op 10 oktober 2011 overgegaan tot opheffing van de maatregel. Naar aanleiding van deze opheffing heeft de gemachtigde van eisers de rechtbank laten weten de beroepen te willen voortzetten met het oog op schadevergoeding.

De beroepen zijn behandeld op de zitting van 11 oktober 2011, waar eisers noch hun gemachtigde zijn verschenen. Verweerder is verschenen bij gemachtigde.

Overwegingen

1. De rechtbank beoordeelt of de toepassing van de maatregel ex artikel 56 van de Vw 2000 in overeenstemming is met de wet en bij afweging van alle daarbij betrokken belangen in redelijkheid gerechtvaardigd is.

2. Ingevolge artikel 56, eerste lid, van de Vw 2000 kan door verweerder, indien het belang van de openbare orde of de nationale veiligheid zulks vordert, de vrijheid van beweging worden beperkt van de vreemdeling die geen rechtmatig verblijf heeft dan wel rechtmatig verblijf heeft op grond van artikel 8, met uitzondering van de onderdelen b, d en e, van de Vw 2000.

3. Ingevolge artikel 5.1 van het Vreemdelingenbesluit 2000 (Vb 2000) kan de maatregel van beperking van vrijheid van beweging, bedoeld in artikel 56, eerste lid, van de Vw 2000, bestaan uit:

a. een verplichting zich bij verblijf in Nederland in een bepaald gedeelte van Nederland te bevinden, of

b. een verplichting zich te houden aan een verbod om zich in een bepaald gedeelte of bepaalde gedeelten van Nederland te bevinden.

4. Verweerder is op 10 oktober 2011 overgegaan tot opheffing van de aan eisers opgelegde maatregel.

5. Tussen partijen is niet in geschil dat de oplegging van de maatregel ex artikel 56 van de Vw 2000 van aanvang af onrechtmatig is geweest. Het beroep is derhalve gegrond zodat de bestreden besluiten dienen te worden vernietigd. Verweerder heeft ter zitting evenwel aangevoerd dat er geen aanleiding is voor toewijzing van het verzoek om schadevergoeding, aangezien geen sprake is geweest van vrijheidsontneming. Eisers zijn slechts in hun bewegingsvrijheid beperkt. Niet aannemelijk is dat zij dientengevolge schade hebben geleden, aldus verweerder.

6. De rechtbank gaat ervan uit dat een maatregel, houdende de beperking van de bewegingsvrijheid, evenals een vrijheidsontnemende maatregel, immateriële schade tot gevolg heeft bij degene die de maatregel dient te ondergaan. Die schade zal bij een vrijheidsbeperkende maatregel wel geringer zijn dan bij een vrijheidsontnemende maatregel. Hiervan uitgaande acht de rechtbank acht de aannemelijk dat eisers ten gevolge van de ten onrechte opgelegde maatregel immateriële schade hebben geleden van € 35,00 per dag dat zij die maatregel hebben ondergaan. De rechtbank sluit daarbij aan bij haar uitspraak van 19 december 2006, LJN: AZ5789. De rechtbank stelt vast dat aan eisers ten onrechte gedurende 20 dagen in hun bewegingsvrijheid zijn beperkt, zodat aanleiding bestaat om verweerder met toepassing van artikel 8:73, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) te veroordelen tot vergoeding aan eisers van een totaal bedrag aan schade van € 2.800,00.

7. Voorts acht de rechtbank termen aanwezig verweerder onder toepassing van artikel 8:75 van de Awb te veroordelen in de door eisers gemaakte proceskosten. Deze kosten zijn met inachtneming van het Besluit proceskosten bestuursrecht en de daarbij behorende bijlage begroot op in totaal € 437,00 voor kosten van door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand:

• 1 punt voor het indienen van een (aanvullend) beroepschrift;

• waarde per punt € 437,00;

• wegingsfactor 1.

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart de beroepen gegrond;

- vernietigt de besluiten van 14 september 2011;

- wijst het verzoek om schadevergoeding toe, ten laste van verweerder, ten bedrage van € 2.800,00;

- veroordeelt verweerder in de door eisers gemaakte proceskosten, vastgesteld op € 437,00;

- bepaalt dat het bedrag van de proceskosten moet worden voldaan aan de griffier.

Aldus gedaan door mr. W.C.E. Winfield als rechter in tegenwoordigheid van W.G.M. de Boer als griffier en in het openbaar uitgesproken op 18 oktober 2011.

Voornoemd lid van de enkelvoudige kamer voor vreemdelingenzaken beveelt de tenuitvoerlegging van de in deze uitspraak toegekende schadevergoeding ten bedrage van € 2.800,00 (TWEEDUIZEND ACHTHONDERD EURO).

Aldus gedaan op 18 oktober 2011 door mr. W.C.E. Winfield.

<HR>

<i>Ingevolge artikel 84, aanhef en onder a, van de Vw 2000 staat tegen deze uitspraak geen hoger beroep open.</i>

Afschriften verzonden: