Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2011:BR6848

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
31-08-2011
Datum publicatie
21-09-2011
Zaaknummer
AWB 09/4767
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:RVS:2013:BZ1282, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bij beschikking van 14 juli 2007 is de aan eiser toegekende zorgtoeslag met ingang van 1 januari 2006 stopgezet. Hiertegen maakt eiser op 23 juli 2007 bezwaar. De rechtbank heeft het beroep ter zake ongegrond verklaard. Bij beschikking van 26 november 2007 is het voorschot zorgtoeslag 2007 herzien tot nihil. Laatstgenoemde beschikking bevat een rechtsmiddelverwijzing. Verweerder heeft het bezwaar daartegen niet-ontvankelijk verklaard omdat het besluit van 26 november 2007 geen zelfstandig besluit is.

Volgens de rechtbank kan het besluit van 26 november 2007 niet anders worden gezien dan als samenstellende bestanddelen van het in heroverweging genomen besluit op het door eiser gemaakte bezwaar tegen het besluit van 14 juli 2007. Verweerder heeft eisers bezwaarschrift terecht niet-ontvankelijk verklaard. Wel valt verweerder te verwijten dat in de brief van 26 november 2007 ten onrechte een rechtsmiddelverwijzing is opgenomen. Beroep ongegrond.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
V-N Vandaag 2011/2339
V-N 2011/53.2.1
FutD 2011-2297
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE

Sector bestuursrecht

zaaknummer: AWB 09/4767

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van 31 augustus 2011 van de enkelvoudige kamer ingevolge artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in de zaak tussen

[X], wonende te [Z], eiser

(gemachtigde: [A]),

en

de inspecteur van de Belastingdienst/[P], verweerder.

De bestreden uitspraak op bezwaar

De uitspraak van verweerder van 28 mei 2009 op het bezwaar van eiser tegen de beschikking voorschot zorgtoeslag 2007 met beschikkingsnummer [nummer].

I ZITTING

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 24 augustus 2011.

Gemachtigde van eiser is door de griffier bij aangetekende brief, verzonden op 2 augustus 2011 aan [adres], onder vermelding van plaats en tijdstip, uitgenodigd om op de zitting te verschijnen. Gemachtigde van eiser is zonder kennisgeving aan de rechtbank niet verschenen. Nu de genoemde brief niet ter griffie is terugontvangen en uit de informatie van TNT Post is gebleken dat de brief op 3 augustus 2011 op het hiervoor vermelde adres is afgeleverd, is de rechtbank van oordeel dat de uitnodiging om op de zitting te verschijnen op juiste wijze is geschied.

Namens verweerder is verschenen [B].

II BESLISSING

De rechtbank:

- verklaart het beroep ongegrond;

- gelast dat verweerder het door eiser betaalde griffierecht ten bedrage van € 41 aan hem vergoedt.

III OVERWEGINGEN

1. Op 30 december 2005 heeft eiser een aanvraag zorgtoeslag over het berekeningsjaar 2006 ingediend. Op grond van artikel 15, vierde lid, van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen (hierna: Awir) wordt deze aanvraag geacht mede te zijn gedaan voor de daaropvolgende berekeningjaren.

2. Bij beschikking met dagtekening 14 juli 2007 is bepaald dat eiser geen recht heeft op zorgtoeslag over de berekeningsjaren 2006 en 2007 en dat de eerder verleende voorschotten terugbetaald dienen te worden. Hiertegen heeft eiser op 23 juli 2007 bezwaar aangetekend.

3. Bij uitspraak van 11 september 2007 is het bezwaar ongegrond verklaard. Tegen deze beslissing heeft gemachtigde namens eiser op 23 oktober 2007 beroep ingesteld bij deze rechtbank. Bij uitspraak van 21 oktober 2008 heeft de rechtbank dit beroep ongegrond verklaard.

4. Bij beschikking met dagtekening 26 november 2007 is het voorschot zorgtoeslag 2007 herzien tot nihil. Deze beschikking bevat een rechtsmiddelverwijzing.

5. Tussen partijen is in geschil of verweerder het bezwaarschrift tegen het besluit van 26 november 2007 ten onrechte niet-ontvankelijk heeft verklaard, hetgeen eiser stelt en verweerder betwist.

6. Eiser voert aan dat niet kan worden ingezien dat geen bezwaar tegen dit besluit kan worden ingediend. Verweerders standpunt dat sprake zou zijn geweest van een herhaling van een reeds eerder genomen besluit, kan eiser niet volgen.

7. Verweerder heeft aangevoerd dat de brief van 26 november 2007 geen zelfstandig besluit is in de zin van de Awb, omdat deze brief slechts een uitwerking is van de beschikking van 14 juli 2007 en derhalve geen (eigen) rechtsgevolg heeft.

8. Eiser heeft niet betwist dat met dagtekening 31 december 2006 een voorschot zorgtoeslag 2007 is verleend van € 433. Bij beschikking met dagtekening 14 juli 2007 is de zorgtoeslag met ingang van 1 januari 2006 stopgezet. Blijkens die brief heeft dit ook te gelden voor 2007. Naar het oordeel van de rechtbank kan de brief van 26 november 2007 niet anders worden gezien dan als de samenstellende bestanddelen van het in heroverweging genomen besluit op het door eiser gemaakte bezwaar tegen het besluit van 14 juli 2007. Derhalve heeft verweerder het bezwaarschrift van eiser terecht niet-ontvankelijk verklaard.

9. Wel valt verweerder te verwijten dat in de brief van 26 november 2007 ten onrechte een rechtsmiddelverwijzing is opgenomen. Hierin ziet de rechtbank aanleiding verweerder op te dragen het door eiser betaalde griffierecht te vergoeden.

10. Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen, is het beroep ongegrond verklaard.

11. Voor de verdere kostenvergoeding ziet de rechtbank geen aanleiding.

Deze uitspraak is gedaan door mr. K.M. Braun, rechter, in aanwezigheid van

mr. A. Atwaroe, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 31 augustus 2011.

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na verzending van de uitspraak hoger beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, Postbus 20019, 2500 EA Den Haag. (Nadere informatie www.raadvanstate.nl)

Bij het instellen van hoger beroep dient het volgende in acht te worden genomen:

1. - bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd.

2. - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:

a. de naam en het adres van de indiener;

b. een dagtekening;

c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het hoger beroep is ingesteld;

d. de gronden van het hoger beroep.