Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2011:BR6255

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
09-08-2011
Datum publicatie
31-08-2011
Zaaknummer
AWB 11/13043
Rechtsgebieden
Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Wet beëdigde tolken en vertalers.

Niet in geschil is dat verweerder niet conform artikel 28, eerste lid, onder d, van de Wet beëidigde tolken en vertalers, gebruik heeft gemaakt van een beëdigde tolk. Verder heeft verweerder niet gesteld noch is gebleken dat de omstandigheden als bedoeld in het tweede lid van dat artikel zich voordoen. Verweerders standpunt dat uit het rapport van nader gehoor van 2 november 2010 niet blijkt dat zich communicatieproblemen hebben voorgedaan en dat eiser dus niet in zijn belangen is geschaad, volgt de rechtbank niet. Volgens de Memorie van toelichting (TK 2004-2005, 29936, nr. 3) is de doelstelling van de Wet beëdigde tolken en vertalers het waarborgen van de kwaliteit en integriteit van de tolk. Nu verweerder gebruik heeft gemaakt van een niet-beëdigde tolk was de kwaliteit van deze tolk niet gewaarborgd. Daarom valt niet uit te sluiten dat er als gevolg daarvan communicatieproblemen zijn ontstaan tussen de contactambtenaar en eiser.

Wetsverwijzingen
Wet beëdigde tolken en vertalers
Wet beëdigde tolken en vertalers 28
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JV 2011/447
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ’s-GRAVENHAGE

Sector bestuursrecht

Zittinghoudende te Amsterdam

zaaknummer: AWB 11/13043

V-nr: [V-nr]

uitspraak van de enkelvoudige kamer voor vreemdelingenzaken in de zaak tussen:

[eiser],

geboren op [1986], van Chinese nationaliteit, eiser,

gemachtigde: mr. I.J.M. Oomen, advocaat te Amsterdam,

en:

de minister voor Immigratie en Asiel,

verweerder,

gemachtigde: mr. C.J. Tromp, werkzaam bij de Immigratie- en Naturalisatiedienst.

Procesverloop

Bij besluit van 16 maart 2011 heeft verweerder de aanvraag van eiser van 18 september 2010 tot verlening van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 28 van de Vreemdelingenwet (Vw) 2000 afgewezen. Op 14 april 2011 heeft de rechtbank het beroepschrift van eiser ontvangen.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 20 juni 2011. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Verweerder is vertegenwoordigd door zijn voornoemde gemachtigde. Ook was ter zitting aanwezig Y. Skiller-Zheng, als tolk Mandarijn.

De rechtbank heeft het onderzoek ter zitting gesloten.

Asielrelaas

Eiser heeft het volgende relaas aan zijn asielaanvraag ten grondslag gelegd. Eisers ouders waren actief in de Falun Gong en eiser heeft ook activiteiten ontwikkeld voor de Falun Gong. Eiser heeft meegedaan aan demonstraties en folders verspreid, waarvoor eiser een waarschuwing van de politie heeft gekregen. Eiser is sinds 2003 niet meer naar school gegaan en eisers ouders hebben eiser naar Europa gestuurd. Eisers ouders vreesden problemen vanwege hun lidmaatschap van de Falun Gong.

Overwegingen

1. Eiser heeft zich op het standpunt gesteld dat het onderzoek in de asielprocedure onzorgvuldig is geweest, nu verweerder geen gebruik heeft gemaakt van een beëdigde tolk als bedoeld in artikel 28, eerste lid, onder d, van de Wet beëdigde tolken en vertalers (Wbtv). Eiser heeft als gevolg van de slechte kwaliteit van de tolk dusdanig veel correcties en aanvullingen op het rapport van nader gehoor van 2 november 2010 moeten geven respectievelijk aanbrengen, dat verweerder zich in de asielprocedure niet op dit rapport had mogen baseren.

2. Verweerder heeft zich op het standpunt gesteld dat de enkele omstandigheid dat eiser heeft gewezen op de verplichting om gebruik te maken van een beëdigde tolk en dit niet is gebeurd, onvoldoende is om te concluderen dat er geen sprake is van een onzorgvuldig onderzoek. Uit het rapport van nader gehoor van 2 november 2010 blijkt niet dat eiser communicatieproblemen heeft gehad met de tolk. Uit dit rapport blijkt dat eiser is medegedeeld dat hij het diende aan te geven indien hij moeite had met de vragen, om wat voor reden dan ook, en dat eiser heeft geantwoord dat hij dat zou doen. Ook blijkt uit pagina twee en drie van dit rapport dat eiser aan het begin en einde van het gehoor gevraagd is of hij de tolk goed kon verstaan en begrijpen en dat eiser deze vraag bevestigend heeft beantwoord. Bovendien blijkt uit pagina veertien van dit rapport dat eiser aan het eind van het gehoor is gevraagd of hij op- of aanmerkingen had over de manier waarop het gehoor heeft plaatsgevonden of over de ambtenaar of de tolk, en dat eiser deze vragen negatief heeft beantwoord. Nu eiser heeft nagelaten om aan te geven dat er tijdens het gehoor communicatieproblemen zouden zijn geweest en eiser hiertoe wel meerdere malen de gelegenheid is geboden, komt dit voor rekening en risico van eiser. Bovendien zijn de aangevoerde correcties en aanvullingen van 26 november 2010 op het nader gehoor van 2 november 2010 bij de besluitvorming betrokken waardoor eiser in dit verband niet in zijn belangen is geschaad. Dat gemachtigde van eiser, met het oog op verspilling van tijd en het belastinggeld niet het hele rapport van het nader gehoor van 2 november 2010 met eiser op onvolkomenheden heeft kunnen doorlopen, komt evenzeer voor rekening en risico van eiser. Gelet op het voorgaande behoefde verweerder eiser niet opnieuw te horen. Ten slotte leidt eisers stelling dat er wel communicatieproblemen waren, nu de ambtenaar die eiser heeft gehoord eiser en tolk niet kon verstaan en eiser de ambtenaar en de tolk niet kon verstaan, niet tot een ander standpunt, aldus verweerder.

3. Op grond van artikel 28, eerste lid, onder d, van de Wet beëdigde tolken en vertalers, maakt de Immigratie- en Naturalisatiedienst in het kader van het vreemdelingenrecht uitsluitend gebruik van beëdigde tolken of vertalers. Op grond van het derde lid van dat artikel, voor zover van belang, kan in afwijking van het eerste lid gebruik worden gemaakt van een tolk die geen beëdigde tolk is of van een vertaler die geen beëdigde vertaler is indien wegens de vereiste spoed een ingeschrevene in het register niet tijdig beschikbaar is of indien het register voor de desbetreffende bron- of doeltaal dan wel bron- of doeltalen geen ingeschrevene bevat.

4. Niet in geschil is dat verweerder niet conform artikel 28, eerste lid, onder d, van de Wet beëidigde tolken en vertalers, gebruik heeft gemaakt van een beëdigde tolk. Verder heeft verweerder niet gesteld noch is gebleken dat de omstandigheden als bedoeld in het tweede lid van dat artikel zich voordoen. Verweerders standpunt dat uit het rapport van nader gehoor van 2 november 2010 niet blijkt dat zich communicatieproblemen hebben voorgedaan en dat eiser dus niet in zijn belangen is geschaad, volgt de rechtbank niet. Volgens de Memorie van toelichting (TK 2004-2005, 29936, nr. 3) is de doelstelling van de Wet beëdigde tolken en vertalers het waarborgen van de kwaliteit en integriteit van de tolk. Nu verweerder gebruik heeft gemaakt van een niet-beëdigde tolk was de kwaliteit van deze tolk niet gewaarborgd. Daarom valt niet uit te sluiten dat er als gevolg daarvan communicatieproblemen zijn ontstaan tussen de contactambtenaar en eiser. De gemachtigde van eiser heeft in dat verband gewezen op de hoeveelheid aanvullingen en correcties op het rapport van nader gehoor. Uit een bevestigend antwoord op de zogeheten controlevragen kan niet worden afgeleid dat de tolk het relaas van eiser op juiste wijze heeft vertaald. Eiser weet immers niet of de tolk de vragen van de contactambtenaar en zijn antwoorden correct heeft vertaald. Gelet op het voorgaande had verweerder zich naar het oordeel van de rechtbank niet op het rapport van nader gehoor van 2 november 2010 mogen baseren.

5. Hieruit volgt dat het bestreden besluit niet op zorgvuldige wijze tot stand is gekomen en onvoldoende is gemotiveerd. Het is daarom in strijd met artikel 3:2 en artikel 3:46 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Het beroep is gegrond en de rechtbank vernietigt het bestreden besluit. Verweerder zal daarom een nieuw besluit moeten nemen met inachtneming van deze uitspraak. De rechtbank stelt hiervoor een termijn van zes weken.

6. De rechtbank veroordeelt verweerder in de door eiser gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 874,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, 1 punt voor het verschijnen ter zitting, met een waarde per punt van € 437,-en een wegingsfactor 1).

7. Omdat aan eiser een toevoeging is verleend op grond van de Wet op de rechtsbijstand moet verweerder op grond van artikel 8:75, tweede lid, van de Awb het bedrag van de proceskosten betalen aan de griffier.

Beslissing

De rechtbank,

- verklaart het beroep gegrond;

- vernietigt het bestreden besluit;

- draagt verweerder op binnen zes weken na de dag van verzending van deze uitspraak een nieuw besluit te nemen op de aanvraag met inachtneming van deze uitspraak;

- veroordeelt verweerder in de proceskosten tot een bedrag van € 874,-- (zegge: achthonderdvierenzeventig euro), te betalen aan de griffier.

Deze uitspraak is gedaan door mr. A.W.C.M. van Emmerik, rechter, in aanwezigheid van

mr. M.I. van Baal, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 9 augustus 2011.

griffier rechter

De griffier is verhinderd

deze uitspraak te ondertekenen

Afschrift verzonden aan partijen op:

Conc.: MvB

Coll.: AEM

D: B

VK

Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen vier weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (adres: Raad van State, Afdeling bestuursrechtspraak, Hoger beroep vreemdelingenzaken, Postbus 16113, 2500 BC 's-Gravenhage). Naast de vereisten waaraan het beroepschrift moet voldoen op grond van artikel 6:5 van de Awb (zoals het overleggen van een afschrift van deze uitspraak) dient het beroepschrift ingevolge artikel 85, eerste lid, van de Vw 2000 een of meer grieven te bevatten. Artikel 6:6 van de Awb (herstel verzuim) is niet van toepassing.