Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2011:BR5899

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
22-08-2011
Datum publicatie
26-08-2011
Zaaknummer
AWB 11 / 25179
Rechtsgebieden
Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken
Conservatoire maatregel
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Grensdetentie / Terugkeerrichtlijn / Toegangweigering / Grensbewaking / Risico op onderduiken of ontwijken of belemmeren van de voorbereiding van de terugkeer of verwijderingsprocedure

De rechtbank gaat er van uit gaat dat het in artikel 6 Vreemdelingenwet vastgelegde wettelijke criterium van toegangsweigering voor oplegging en voortduring van de vrijheidsontnemende maatregel kan impliceren dat er risico op onderduiken bestaat of dat de vreemdeling de voorbereiding van de terugkeer of de verwijderingsprocedure ontwijkt of belemmert. De rechtbank heeft onderzocht of er aanwijzingen zijn voor deze conclusie. Naar het oordeel van de rechtbank rechtvaardigen de omstandigheden zoals verwoord in rechtsoverweging 2.10 de conclusie dat sprake is van een situatie als omschreven in artikel 15, eerste lid, van de Terugkeerrichtlijn. Op basis van deze wisselende verklaringen en de niet in overeenstemming met elkaar zijnde documenten is de conclusie gerechtvaardigd dat sprake is van risico op onderduiken. In het licht van de eerdere verklaringen kan getwijfeld worden aan de oprechtheid van de laatste verklaring van eiseres inhoudende dat zij zo snel mogelijk wil en zal terugkeren naar Irak. De beroepsgrond dat de vrijheidsontnemende maatregel is opgelegd in strijd met de Terugkeerrichtlijn slaagt niet.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ’s-GRAVENHAGE

Sector bestuursrecht

Nevenzittingsplaats Haarlem

zaaknummer: AWB 11 / 25179

uitspraak van de enkelvoudige kamer voor vreemdelingenzaken van 22 augustus 2011

in de zaak van:

[naam eiseres],

geboren op [geboortedatum], van Iraakse nationaliteit, verblijvende in [locatie],

eiseres,

raadsvrouw: mr. J. van Veelen-Hoop, advocaat te Rotterdam,

tegen:

de minister voor Immigratie en Asiel,

verweerder,

gemachtigde: mr. M. Erik, werkzaam bij de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND), te ’s-Gravenhage.

1. Procesverloop

1.1 De ambtenaar belast met de grensbewaking heeft op 28 juli 2011 aan eiseres op grond van artikel 3 Vreemdelingenwet 2000 (Vw) de toegang tot Nederland geweigerd en bij besluit van 28 juli 2011 aan haar op grond van artikel 6, eerste en tweede lid, Vw een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.

1.2 Eiseres heeft tegen de maatregel op 3 augustus 2011 beroep ingesteld en verzocht om schadevergoeding toe te kennen.

1.3 De openbare behandeling van het geschil heeft plaatsgevonden op 15 augustus 2011. Eiseres is in persoon verschenen, bijgestaan door haar raadsvrouw. Verweerder is vertegenwoordigd door zijn gemachtigde.

2. Overwegingen

2.1 Eiseres heeft medegedeeld een bezwaarschrift en een verzoek om voorlopige voorziening te hebben ingediend tegen de toegangsweigering nu daarvoor volgens eiseres gronden waren. Zolang op het bezwaarschrift en/of het verzoek om voorlopige voorziening niet is beslist op de door eiseres voorgestane wijze moet van de rechtmatigheid van de toegangsweigering worden uitgegaan.

2.2 Namens eiseres is onder meer aangevoerd dat het in strijd is met artikel 15 van de Richtlijn 2008/115/EG van het Europees parlement en de Raad van 16 december 2008 over gemeenschappelijk normen en procedures in de lidstaten voor de terugkeer van onderdanen van derde landen die op hun grondgebied verblijven (de Terugkeerrichtlijn), dat zij nog in bewaring verblijft.

2.3 Ingevolge het bepaalde in artikel 6, eerste en tweede lid, Vw kan de vreemdeling aan wie toegang tot Nederland is geweigerd worden verplicht zich op te houden in een door de ambtenaar belast met de grensbewaking aangewezen ruimte of plaats die is beveiligd tegen ongeoorloofd vertrek.

2.4 In A6/2.2 van de Vreemdelingencirculaire 2000 (Vc) is vermeld dat artikel 6 Vw het doel dient onrechtmatige binnenkomst in een land te voorkomen en de mogelijkheid biedt om geweigerde vreemdelingen hun vrijheid te beperken of zelfs te ontnemen.

2.5 Volgens artikel 15 van de Terugkeerrichtlijn kunnen de lidstaten, tenzij in een bepaald geval andere afdoende maar minder dwingende maatregelen doeltreffend kunnen worden toegepast, de onderdaan van een derde land jegens wie een terugkeerprocedure loopt alleen in bewaring houden om zijn terugkeer voor te bereiden en/of om de verwijderingsprocedure uit te voeren, met name indien:

a) er risico op onderduiken bestaat, of

b) de betrokken onderdaan van een derde land de voorbereiding van de terugkeer of de verwijderingsprocedure ontwijkt of belemmert.

De bewaring is zo kort mogelijk en duurt niet langer dan de voortvarend uitgevoerde voorbereiding van de verwijdering.

2.6 Artikel 3, zevende lid, van de Terugkeerrichtlijn definieert het risico op onderduiken als het in een bepaald geval bestaan van redenen, gebaseerd op objectieve, in wetgeving vastgelegde criteria, om aan te nemen dat een onderdaan van een derde land jegens wie een terugkeerprocedure loopt, zich zal onttrekken aan het toezicht.

2.7 Vast staat dat de Nederlandse Staat de Terugkeerrichtlijn nog niet in nationale regelgeving heeft omgezet. Derhalve heeft de Nederlandse Staat geen gebruik gemaakt van de in artikel 2, tweede lid, onder a, van de Terugkeerrichtlijn gegeven bevoegdheid te besluiten de Terugkeerrichtlijn niet toe te passen op onderdanen van derde landen aan wie de toegang is geweigerd overeenkomstig artikel 13 van de Schengengrenscode, of die door de bevoegde autoriteit zijn aangehouden of onderschept wegens het op niet reguliere wijze overschrijden over land, over zee of door de lucht van de buitengrens van een lidstaat, en die vervolgens geen vergunning of recht heeft verkregen om in die lidstaat te verblijven. Dit betekent dat eiseres met ingang van 25 december 2010 een rechtstreeks beroep toekomt op voldoende duidelijke en onvoorwaardelijke bepalingen van de Terugkeerrichtlijn. Naar het oordeel van de rechtbank zijn de artikelen 3 en 15 van de Terugkeerrichtlijn voldoende duidelijk en onvoorwaardelijk zodat eiseres zich op die bepalingen kan beroepen.

2.8 Uit de door verweerder in het besluit tot oplegging van de vrijheidsontnemende maatregel van 28 juli 2011 gegeven motivering blijkt niet dat de maatregel op grond van artikel 6, eerste en tweede lid, Vw is opgelegd om redenen als in artikel 15 van de Terugkeerrichtlijn genoemd. Verweerder heeft, zo blijkt uit het besluit, de vrijheidsontnemende maatregel opgelegd omdat aan eiseres de toegang is geweigerd. Uit A6/2.2 van de Vc blijkt dat de toegangsweigering wordt gegeven in het belang van de grensbewaking en ter voorkoming van onrechtmatige binnenkomst.

2.9 De rechtbank gaat er van uit gaat dat het in artikel 6 Vw vastgelegde wettelijke criterium van toegangsweigering voor oplegging en voortduring van de vrijheidsontnemende maatregel kan impliceren dat er risico op onderduiken bestaat of dat de vreemdeling de voorbereiding van de terugkeer of de verwijderingsprocedure ontwijkt of belemmert.

2.10 In het zich in het dossier bevindende proces-verbaal van overgave van 28 juli 2011 blijkt dat eiseres beschikt over een grensoverschrijdingsdocument en een vliegticket van Turkisch Airlines. Zij verklaart eigenlijk naar Noorwegen te willen om daar asiel te krijgen. Als zij niet naar Noorwegen kan wil zij in Nederland blijven. Eiseres zegt niet terug te kunnen naar Irak. Zij is invalide, vrijgezel en ongelukkig.

In het zich in het dossier bevindende proces-verbaal van bevindingen van 28 juli 2011 blijkt dat eiseres beschikt over een authentiek bevonden Iraaks paspoort en een vliegticket van Turkisch Airlines voor de route [route]. Uit het rapport van eerste gehoor van 1 augustus 2011 blijkt dat aan eiseres is voorgehouden dat zij asiel wilde aanvragen in Noorwegen maar een ticket heeft naar Oostenrijk (p.3). Voorts blijkt uit dit rapport dat eiseres een visum heeft voor Frankrijk (p.6). Desgevraagd verklaart eiseres (p.8) niet te weten waarom zij naar Noorwegen wil met een ticket voor Oostenrijk en een Frans visum.

Uit het Dublingehoor van 3 augustus 2011 blijkt dat eisers naar Frankrijk wil voor vakantie (p.3). Voorts blijkt uit dit gehoor (p.4) dat zij zo snel mogelijk naar Frankrijk wil, dat haar psychische toestand achteruit gaat, dat zij geen zeven dagen vast wil zitten als ze met vakantie gaat en dat zij haar advocaat niet vertrouwt. Eiseres geeft aan zelf geen asiel te hebben aangevraagd en als zij het had geweten thuis zou zijn gebleven.

In het dossier bevindt zich een verklaring van 3 augustus 2011 waaruit blijkt dat eiseres een andere advocaat wenst in haar asielzaak.

Blijkens een briefje van eiseres van 4 augustus 2011 trekt zij haar asielverzoek in. Eiseres zegt zo spoedig mogelijk terug te willen keren naar Irak, dat zij in het bezit is van een geldig paspoort en ticket en het liefst vandaag of morgen wil terugkeren.

2.11 Naar het oordeel van de rechtbank rechtvaardigen de omstandigheden zoals verwoord in rechtsoverweging 2.10 de conclusie dat sprake is van een situatie als omschreven in artikel 15, eerste lid, van de Terugkeerrichtlijn. Op basis van deze wisselende verklaringen en de niet in overeenstemming met elkaar zijnde documenten is de conclusie gerechtvaardigd dat sprake is van risico op onderduiken. In het licht van de eerdere verklaringen kan getwijfeld worden aan de oprechtheid van de laatste verklaring van eiseres inhoudende dat zij zo snel mogelijk wil en zal terugkeren naar Irak.

2.12 De beroepsgrond van eiseres dat de vrijheidsontnemende maatregel is opgelegd in strijd met de Terugkeerrichtlijn slaagt niet.

2.13 Eiseres heeft voorts aangevoerd dat verweerder onvoldoende voortvarend heeft gewerkt aan de voorbereiding van het vertrek van eiseres.

2.14 Verweerder heeft ter zitting medegedeeld dat op 28 juli 2011 een removal order is neergelegd bij Turkish Airlines, maar dat op die datum ook de uitzettingshandelingen (tijdelijk) zijn gestaakt omdat eiseres op deze datum asiel heeft aangevraagd. Op 4 augustus 2011 heeft eiseres haar asielaanvraag ingetrokken en op 5 augustus 2011 is eiseres overgeplaatst naar [locatie]. Op 8 augustus 2011 is een vertrekgesprek met eiseres gehouden en is Turkish Airlines aangezegd eiseres tot 10 augustus 2011 te vervoeren. Omdat de Turkse autoriteiten op grond van nationale wetgeving een illegale vreemdeling niet langer dan 72 uur in Turkije wilden houden wilden zij niet meewerken aan de removal order. Derhalve heeft de regievoerder op 11 augustus 2011 het paspoort van eiseres naar bureau boekingen gezonden en is op die datum een vlucht aangevraagd.

2.15 Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder met voorgaande handelwijze voldoende voortvarend gewerkt aan de voorbereiding van het vertrek van eiseres. De ter zake aangevoerde beroepsgrond slaagt niet.

2.16 De rechtbank zal het beroep ongegrond verklaren.

2.17 De rechtbank zal het verzoek tot toekenning van schadevergoeding afwijzen, omdat zij de opheffing van de vrijheidsontnemende maatregel niet zal bevelen.

3. Beslissing

De rechtbank:

3.1 verklaart het beroep ongegrond ;

3.2 wijst het verzoek om schadevergoeding af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. J.M. Janse van Mantgem, rechter, en op 22 augustus 2011 in het openbaar uitgesproken, in tegenwoordigheid van mr. M.H. Boomsma, griffier.

Afschrift verzonden op:

Coll:

Rechtsmiddel

Partijen kunnen tegen deze uitspraak hoger beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, Afdeling bestuursrechtspraak, Hoger beroep vreemdelingenzaken, Postbus 16113, 2500 BC ’s-Gravenhage. Het hoger beroep moet ingesteld worden door het indienen van een beroepschrift, dat een of meer grieven bevat, binnen een week na verzending van deze uitspraak door de griffier. Bij het beroepschrift moet worden gevoegd een afschrift van deze uitspraak.