Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2011:BR4406

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
09-08-2011
Datum publicatie
09-08-2011
Zaaknummer
398200 - KG ZA 11-812
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Kort geding. Antisemitische spreekkoren tijdens thuiswedstrijden van ADO De Haag. ADO is de eerstverantwoordelijke om op te treden tegen ongewenste spreekkoren en is daarop ook aanspreekbaar. De tijdens de wedstrijd ADO Den Haag-Ajax op 20 maart 2011 aangeheven spreekkoren zijn antisemitisch en kwetsend en daarmee ongewenst en ontoelaatbaar. De stelling van ADO dat zij de spreekkoren niet heeft waargenomen is ongeloofwaardig. Op grond van de maatschappelijke betamelijkheid, alsmede de KNVB-regels en haar eigen Huisregels rustte op ADO de plicht om daartegen onmiddellijk op te treden. Daaraan doet niet af dat de spreekkoren slechts van korte duur en niet voldoende massaal zouden zijn geweest. In geval van een eenmalig en kortstondig (ongewenst) spreekkoor behoeft een B(etaald)V(oetbal)O(organisatie) geen directe - naar buiten toe kenbare - actie te ondernemen. Doel daarvan is immers het voorkomen of beëindigen van het spreekkoor, waarvan in die situatie geen sprake is. De voorzieningenrechter gaat ervan uit dat op 20 maart 2011 regelmatig en bij herhaling ontoelaatbare spreekkoren plaatsvonden. ADO diende daartegen onmiddellijk op te treden, maar heeft niet aannemelijk gemaakt dat ook te hebben gedaan. Ontoelaatbare spreekkoren behoeven niet te leiden tot directe stillegging van de wedstrijd. Het staat een redelijk handelende BVO vrij om alvorens daartoe over te gaan eerst een aantal andere - minder ingrijpende, maar wel in ernst toenemende - maatregelen te treffen. Pas als dat geen effect heeft, zal uiteindelijk moeten worden overgegaan tot - al dan niet tijdelijke - stillegging van de wedstrijd. Op mogelijke organisatorische problemen en/of risico's voor de handhaving van de openbare orde dient de BVO te anticiperen. Het nalaten van ADO tijdens de bewuste wedstrijd brengt mee dat ADO onrechtmatig heeft gehandeld. Op grond van uitlatingen van ADO moet worden aangenomen dat zij in de toekomst niet anders zal handelen dan zij deed op 20 maart 2011. ADO wordt geboden om onmiddellijk adequate maatregelen te treffen indien zich tijdens door haar georganiseerde wedstrijden langdurig, dan wel - in geval van kortstondigheid - bij herhaling antisemitische spreekkoren voordoen, waarin het woord "joden" in enige samenstelling voorkomt, teneinde die spreekkoren te beëindigen en/of nieuwe spreekkoren te voorkomen, welke maatregelen zo nodig dienen uit te monden in het stilleggen van de betreffende wedstrijd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE

Sector civiel recht - voorzieningenrechter

zaak- / rolnummer: 398200 / KG ZA 11-812

Vonnis in kort geding van 9 augustus 2011

in de zaak van

de stichting

STICHTING BESTRIJDING ANTISEMITISME (STICHTING BAN),

gevestigd te Amstelveen,

eiseres,

advocaat mr. H.H.Q. Abeln te Amsterdam,

tegen:

de naamloze vennootschap

N.V. ADO DEN HAAG,

gevestigd te 's-Gravenhage,

gedaagde,

advocaat mr. E.J. Daalder te 's-Gravenhage.

Partijen zullen hierna worden aangeduid als "Stichting BAN" en "ADO".

1. De feiten

Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting van 2 augustus 2011 wordt in dit geding van het volgende uitgegaan.

1.1. Stichting BAN heeft krachtens haar statuten als doel:

- het bestrijden van antisemitisme in de ruimste zin des woords;

- het voeren van rechtsgedingen met betrekking tot het bestrijden van antisemitisme;

- het verrichten van alle verdere handelingen die met het voorgaande in de ruimste zin verband houden of daartoe bevorderlijk kunnen zijn.

1.2. ADO exploiteert de Betaald Voetbal Organisatie ("BVO") ADO Den Haag en is aangesloten bij c.q. lid van de Koninklijke Nederlandse Voetbalbond ("KNVB").

1.3. De "Standaardvoorwaarden" van de KNVB houden - voor zover hier van belang - het volgende in:

"Inleiding

Deze Standaardvoorwaarden zijn door de KNVB opgesteld teneinde een aantal doelen te verwezenlijken. Uitgangspunt is dat een ieder die betrokken is bij de voetbalsport in Nederland, en niet in de laatste plaats de toeschouwer, er belang bij heeft dat voetbalevenementen op een ordelijke wijze verlopen. Gedragingen van personen (alleen of in groepen) die de openbare orde en/of de veiligheid bij voetbalevenementen verstoren, zijn schadelijk voor het aanzien en het belang van het Nederlandse voetbal en kunnen een gevaar opleveren voor personen. Teneinde een ordelijk verloop in de ruimste zin te bewerkstelligen en een dergelijk onordelijk en onveilig gedrag bij voetbalevenementen te beteugelen heeft de KNVB de onderhavige regels opgesteld.

(.....)

Artikel 6 Reglementen, statuten en overige toepasselijke regelingen

De Voetbalwedstrijden worden gespeeld onder de statuten, reglementen en overige toepasselijke regelingen van de KNVB en/of die organisaties waarbij de KNVB te eniger tijd aangesloten is dan wel waaraan de KNVB zich onderworpen heeft."

1.4. Tot de in artikel 6 van de Standaardvoorwaarden van de KNVB bedoelde regelingen behoort het "Handboek veiligheid" van de KNVB. De versie "2010/'11" daarvan vermeldt onder meer:

"VERANTWOORDELIJKHEDEN ALGEMEEN

Artikel 1

De bvo's die bij een wedstrijd zijn betrokken, zijn tevens verantwoordelijk voor de voorbereiding en uitvoering van de veiligheidsmaatregelen. Zij hebben ook de taak vóór, tijdens en na een wedstrijd onmiddellijk maatregelen te nemen om ongeregeldheden te voorkomen of te beëindigen.

VERANTWOORDELIJKHEDEN THUISSPELENDE BVO

Artikel 2

1. De thuisspelende bvo is verantwoordelijk voor de naleving van de voorschriften die gelden bij thuiswedstrijden.

(.....)

4. De thuisspelende bvo treft maatregelen die politie-inzet tot een minimum beperken - vooral in het stadion zelf. Tot die maatregelen behoren onder andere de inzet van stewards en veiligheidsfunctionarissen.

(.....)

VERBAAL GEWELD

Artikel 31

1. De bvo neemt maatregelen om verbaal geweld tegen te gaan.

2. Ter bestrijding van ongewenste spreekkoren maakt de bvo gebruik van de richtlijn bestrijding verbaal geweld - zie bijlage 3."

1.5. De - als bijlage 3 bij voormeld handboek gevoegde - "Richtlijn bestrijding verbaal geweld" houdt, onder andere, het volgende in:

"Beleidsuitgangspunten

a. Bvo's en supportersverenigingen zijn in beginsel verantwoordelijk voor het gedrag van hun supportersaanhang c.q. leden.

b. Bvo's en supportersverenigingen zijn verantwoordelijk voor duidelijke tolerantiegrenzen ten aanzien van ongewenste spreekkoren c.q. verbaal geweld. Deze grenzen worden onder meer bekendgemaakt in het huisreglement.

c. Bvo's en supportersverenigingen ondernemen al het mogelijke om ongewenste spreekkoren c.q. verbaal geweld tegen te gaan. Dat doen zij zowel preventief, beheersmatig als repressief. Dit betekent in elk geval dat aanstichters en daders worden aangesproken op hun gedrag.

(.....)

1. De rol van de bvo's (onder uitdrukkelijke eindverantwoordelijkheid van bestuur/directie):

a. Afspraken maken (en/of communiceren) met:

(.....)

b. Over onder andere:

• onmiddellijk optreden door de bvo onder regie van directie/bestuur tegen ongewenste spreekkoren;

(.....)

c. En vastleggen in:

• het convenant (jaarlijks);

• (integrale) beleidsplannen (incidenteel);

• het veiligheidsdraaiboek (voor elke wedstrijd)."

1.6. Met het oog op de uitvoering van het Handboek veiligheid, met inbegrip van voormelde richtlijn, heeft ADO "Huisregels" opgesteld. Deze houden - onder meer - het volgende in:

"Inleiding

Het bestuur van ADO Den Haag heeft bij bestuursbesluit de huisregels vastgesteld die gelden voor, tijdens en na de wedstrijden van ADO Den Haag gespeeld in het kader van de KNVB-competitie, bekerwedstrijden, vriendschappelijke wedstrijden en wedstrijden die gespeeld worden in het kader van de UEFA.

Motivatie

Een ieder die betrokken is bij de voetbalsport in Nederland en niet in de laatste plaats de toeschouwer heeft er belang bij dat het bijwonen van voetbalevenementen op een ordelijke wijze kan geschieden. Onregelmatigheden, zelfs van relatief geringe omvang kunnen aanleiding geven tot ernstige repercussies voor spelers, club en anderen. Onder meer kunnen zware geldboetes worden opgelegd en kan uitsluiting van een team met betrekking tot verdere deelname aan een bepaalde competitie volgen - zelfs indien de spelende club geen enkel verwijt treft. Naast de directe overlast zijn deze onregelmatigheden en de daaropvolgende straffen schadelijk voor de beeldvorming van de club bij het publiek. ADO Den Haag wenst onordelijk en onveilig gedrag bij voetbalevenementen uit te bannen, dan wel te beteugelen en hoopt daarmee de belangen te dienen van een ieder die de voetbalsport een warm hart toedraagt.

(.....)

Artikel 4: Discriminatie, vuurwerk, wapens, hinder

(.....)

4.4 Het is verboden zich in het stadion van ADO Den Haag te gedragen op een wijze die door anderen als provocerend, bedreigend, beledigend of discriminerend kan worden ervaren, dan wel als hinderlijk of als enigerlei wijze de orde en rust verstorend. Hieronder valt ook het scanderen van leuzen die door anderen als discriminerend kunnen worden ervaren."

1.7. In sommige kringen worden spelers en supporters van de voetbalclub Ajax aangeduid als "joden". Een deel van de Ajax-supporters ziet dat als een "geuzennaam".

1.8. Bij brief van 16 maart 2011 heeft Stichting BAN - onder verwijzing naar het "Handboek veiligheid" en de "Richtlijn bestrijding verbaal geweld" van de KNVB - aan ADO verzocht haar verantwoordelijkheid te nemen tegen kwetsende, antisemitische uitlatingen die zich rond/tijdens de op 20 maart 2011 te spelen wedstrijd ADO Den Haag-Ajax zullen voordoen.

1.9. Gedurende de wedstrijd ADO Den Haag-Ajax op 20 maart 2011 hebben spreekkoren plaatsgevonden, waarbij in ieder geval leuzen als "Kutkankerjoden", "Hamas, Hamas, alle joden aan het gas" en "Vriend van de joden" zijn gescandeerd.

1.10. Bij brief van 6 juni 2011 heeft Stichting BAN - mede naar aanleiding van de gebeurtenissen tijdens voormelde wedstrijd - aan ADO verzocht een beleid te formuleren en te publiceren waarin is vastgelegd dat:

- antisemitische uitingen niet worden getolereerd;

- aan personen, die zich binnen het stadion van ADO Den Haag antisemitisch uiten, een stadionverbod wordt opgelegd;

- in geval van antisemitische spreekkoren bij toekomstige thuiswedstrijden zal worden overgegaan tot stillegging van de wedstrijd.

Bij brief van 20 juni 2011 is dat verzoek min of meer herhaald.

2. Het geschil

2.1. Stichting BAN vordert ADO te gebieden de door haar georganiseerde voetbalwedstrijden onmiddellijk stil te (laten) leggen indien spreekkoren zijn aangeheven die antisemitisch zijn, althans waarin het woord "joden" voorkomt in enige samenstelling, dan wel indien een spreekkoor is aangeheven met de tekst "Kutkankerjoden", of "Wij gaan op jodenjacht", of "Wie niet springt die is een jood", of "Hamas, Hamas alle joden aan het gas", onder compensatie van de proceskosten.

2.2. Stichting BAN voert daartoe - verkort weergegeven - het volgende aan.

Tijdens de wedstrijd ADO Den Haag-Ajax op 20 maart 2011 zijn vrijwel voortdurend, althans bij herhaling, kwetsende en antisemitische spreekkoren voortgebracht door het publiek, hetgeen in een beschaafde maatschappij volstrekt onaanvaardbaar is. ADO heeft - ondanks een daartoe strekkend verzoek van Stichting BAN - verzuimd daartegen onmiddellijk op te treden door de wedstrijd stil te leggen, hetgeen binnen haar macht lag. ADO was daartoe gehouden op grond van het geldende recht en de regelgeving van de KNVB. Door dat na te laten handelde ADO onrechtmatig. Uit de reactie van ADO op de brieven van Stichting BAN van 6 en 20 juni 2011 blijkt dat ADO ook in de toekomst niet bereid zal zijn om in een dergelijke situatie onmiddellijk de wedstrijd stil te leggen. De onderhavige problematiek speelt al lang en staat al jaren op de agenda. Alle overlegvormen en alle mede daaruit voortvloeiende voornemens hebben echter niet kunnen voorkomen dat nog steeds antisemitische spreekkoren worden aangeheven. Het is noodzakelijk dat thans eindelijk eens komt vast te staan dat een BVO onmiddellijk moet optreden tegen antisemitische spreekkoren. Toewijzing van het gevorderde gebod schept niet alleen duidelijkheid voor Stichting BAN, maar ook voor andere betrokkenen, zoals de toeschouwers en de BVO's. Het geeft in ieder geval een duidelijk signaal af.

2.3. ADO heeft de vordering van Stichting BAN gemotiveerd weersproken. Voor zover nodig zal haar verweer hierna worden besproken.

3. De beoordeling van het geschil

3.1. Door middel van haar vordering wenst Stichting BAN ADO ertoe te dwingen om thuiswedstrijden van ADO Den Haag onmiddellijk stil te leggen zodra zich antisemitische spreekkoren voordoen. Tijdens de mondelinge behandeling heeft zij haar vordering enigszins genuanceerd, in die zin dat aan het stilleggen van een wedstrijd een waarschuwing vooraf dient te gaan. Daarbij gaat zij ervan uit dat een toewijzend vonnis een signaal afgeeft naar alle BVO's.

3.2. De vordering betreft ontegenzeggelijk een collectieve actie in de zin van artikel 3:305a van het Burgerlijk Wetboek. Met het oog daarop wordt aangenomen dat Stichting BAN en haar vordering voldoen aan de eisen die dat artikel stelt. ADO heeft op dat punt ook geen verweer gevoerd.

3.3. Alvorens verder inhoudelijk in te gaan op het geschil, stelt de voorzieningenrechter voorop dat het de primaire verantwoordelijkheid is van een BVO - en dus ook van ADO - om op te treden tegen ongewenste spreekkoren. Dit volgt onmiskenbaar uit de Standaardvoorwaarden, het Handboek veiligheid en de Richtlijn bestrijding verbaal geweld van de KNVB, waarnaar de BVO's zich hebben te gedragen. Voor zover ADO zich heeft willen verschuilen achter de KNVB en/of het arbitrale kwartet (zijnde de scheidsrechter, de assistent-scheidsrechters en de vierde man), gaat haar verweer dan ook niet op. Dat een maatregel in overleg met (één van) hen wordt getroffen, doet daaraan niet af. ADO is en blijft de eerstverantwoordelijke en is daarop ook aanspreekbaar.

3.4. De tijdens de wedstrijd ADO Den Haag-Ajax aangeheven spreekkoren, zoals onder 1.9. vermeld, moeten als antisemitisch en kwetsend - en daarmee ongewenst en ontoelaatbaar - worden aangemerkt. ADO heeft dat op zichzelf ook niet bestreden. De stelling van ADO dat zij de spreekkoren niet heeft waargenomen, wordt als ongeloofwaardig terzijde gelegd. ADO heeft de juistheid van die stelling in ieder geval niet aannemelijk gemaakt. Te minder nu uit de inhoud van de door Stichting BAN in het geding gebrachte - en door ADO onweersproken gelaten - DVD, waarop verschillende fragmenten van de televisiebeelden van de wedstrijd voorkomen, veeleer de onjuistheid van die stelling kan worden afgeleid. Daar komt bij dat - volgens de eigen stellingen van ADO - in het stadion circa 150 stewards aanwezig waren, die in verbinding stonden met de "commandokamer". Niet kan worden aangenomen dat geen van hen iets heeft opgemerkt van hetgeen uit voormeld beeldmateriaal blijkt. Voor zover zij geen aanleiding zagen om daarvan melding te maken, komt dat voor risico van ADO.

3.5. Onder voormelde omstandigheid rustte op ADO - op grond van de maatschappelijke betamelijkheid, almede de KNVB-regels en haar eigen Huisregels - de plicht om onmiddellijk op te treden tegen de zich voordoende antisemitische spreekkoren. Daaraan doet niet af dat - zoals ADO stelt - de spreekkoren slechts van korte duur waren en niet voldoende massaal, wat daar verder ook van zij. Het enige criterium in dit verband vormt namelijk de ontoelaatbaarheid van de spreekkoren c.q. het verbale geweld. Daarvan was op 20 maart 2011 sprake.

3.6. Het voorgaande vergt nog wel enige nuancering. In geval van een eenmalig en kortstondig (ongewenst) spreekkoor behoeft van een BVO geen directe - naar buiten toe kenbare - actie te worden verwacht. Doel van zo'n actie is immers het voorkomen of beëindigen van het spreekkoor. Dat is in die situatie niet meer aan de orde.

3.7. De stelling van ADO dat de spreekkoren niet voortdurend - ofwel langdurig en ononderbroken - plaatsvonden (pleitnota sub 4.4) kan haar niet baten. Uit het voorgaande volgt dat ook onmiddellijk - naar buiten toe kenbaar - optreden is vereist in geval van regelmatig en bij herhaling plaatsvindende ontoelaatbare spreekkoren. De voorzieningenrechter gaat ervan uit dat daarvan sprake is geweest tijdens de bewuste wedstrijd. De onderbouwde stellingen van Stichting BAN op dat punt heeft ADO in ieder geval onvoldoende gemotiveerd weersproken. Dat klemt te meer nu uit de inhoud van de hiervoor al aangehaalde DVD de juistheid van die stellingen blijkt.

3.8. Het vorenstaande betekent dat ADO - in ieder geval - gehouden was onmiddellijk op te treden toen de antisemitische spreekkoren zich herhaalden tijdens de wedstrijd. ADO heeft niet aannemelijk gemaakt daaraan op enige wijze te hebben voldaan. In de stellingen van ADO ligt besloten dat zij in het geheel niet is opgetreden. Zij stelt immers dat zulks niet nodig was, waar zij niets heeft waargenomen. ADO heeft nog wel gesuggereerd dat de spreekkoren slechts van korte duur waren (< 30 seconden) als gevolg van mogelijk optreden van één of meer stewards. Bezien in het licht van het voorgaande is dat echter (volstrekt) onvoldoende om aan te nemen dat ADO adequaat heeft gehandeld.

3.9. Anders dan Stichting BAN kennelijk beoogt te stellen - ook al heeft zij op de zitting daarin enige nuancering aangebracht - houdt de verplichting om onmiddellijk maatregelen te treffen, niet in dat de wedstrijd direct moet worden stilgelegd. Het staat een redelijk handelende BVO vrij om alvorens daartoe over te gaan eerst een aantal andere - minder ingrijpende, maar wel in ernst toenemende - maatregelen/acties te treffen/ondernemen. Indien vervolgens duidelijk wordt dat die maatregelen/acties niet leiden tot het gewenste resultaat, zal uiteindelijk moeten worden overgegaan tot het - al dan niet tijdelijk - stilleggen van een wedstrijd. Het kennelijk bij ADO bestaande "stappenplan", zoals toegelicht op de zitting, lijkt op het eerste gezicht aan het voorgaande te voldoen. Van ADO mag echter wel worden verwacht dat zij in voorkomende gevallen overeenkomstig dat plan handelt. Nu zij stelt op 20 maart 2011 geen spreekkoor te hebben gehoord, volgt daaruit dat dat toen niet het geval is geweest.

3.10. Dat het stilleggen van een wedstrijd kan leiden tot organisatorische problemen en/of risico's voor de handhaving van de openbare orde ontslaat ADO niet van voormelde verplichting. Dat zou immers kunnen meebrengen dat kwetsende spreekkoren worden getolereerd, hetgeen moet worden uitgesloten. Het ligt op de weg van ADO om te anticiperen op de mogelijkheid dat een wedstrijd wordt stilgelegd, opdat in een voorkomend geval snel en adequaat kan worden gehandeld, bijvoorbeeld door met het oog daarop afspraken te maken met de verschillende betrokken instanties.

3.11. Het bovenstaande leidt tot de conclusie dat ADO op 20 maart 2011, tijdens de wedstrijd ADO Den Haag- Ajax, onrechtmatig heeft gehandeld door niet onmiddellijk over te gaan tot het treffen van maatregelen teneinde de zich bij herhaling voordoende spreekkoren te beëindigen. Gelet op de statuten van Stichting BAN en op hetgeen onder 3.2 is overwogen, kan Stichting BAN ADO daarop in rechte aanspreken.

3.12. Op grond van de reactie van ADO op de brieven van Stichting BAN van 6 en 20 juni 2011 en het standpunt dat ADO in de onderhavige procedure heeft ingenomen, moet ervan worden uitgegaan dat ADO bij toekomstige ontoelaatbare spreekkoren op dezelfde - nalatige - wijze zal handelen als op 20 maart 2011. ADO stelt zich immers op het standpunt dat zij toen heeft gehandeld zoals van haar mocht worden verwacht en zegt niet toe in de toekomst anders te zullen optreden. Gelet hierop heeft Stichting BAN belang bij toewijzing van haar vordering. Hetgeen hiervoor onder 3.9 is overwogen staat er echter aan in de weg dat de gevorderde onmiddellijke stillegging van een wedstrijd wordt toegewezen. Ingevolge vaste jurisprudentie kan echter ook een minder verstrekkende voorziening - dan gevorderd - worden toegewezen. Verder is van belang dat Stichting BAN uitdrukkelijk heeft aangegeven dat het door haar gevorderde gebod zich niet (mede) uitstrekt tot spreekkoren waarbij uitsluitend "joden" wordt gescandeerd, zulks in verband met het - door haar overigens betreurde - feit dat die uitdrukking door een bepaalde groep als een geuzennaam voor Ajacieden wordt beschouwd.

3.13. Een en ander leidt ertoe dat de vordering van Stichting BAN zal worden toegewezen zoals hieronder in het dictum vermeld.

3.14. Gelet op het voorgaande en op het uitdrukkelijke verzoek van Stichting BAN dienaangaande, zullen de proceskosten op de gebruikelijke wijze worden gecompenseerd.

4. De beslissing

De voorzieningenrechter:

- gebiedt ADO om onmiddellijk adequate maatregelen te treffen indien zich tijdens door haar georganiseerde voetbalwedstrijden langdurig, dan wel - in geval van kortstondigheid - bij herhaling antisemitische spreekkoren voordoen, waarin het woord "joden" in enige samenstelling voorkomt, teneinde die spreekkoren te beëindigen en/of nieuwe spreekkoren te voorkomen, welke maatregelen zo nodig dienen uit te monden in het stilleggen van de betreffende wedstrijd;

- verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

- compenseert de proceskosten in die zin, dat iedere partij de eigen kosten draagt;

- wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.J. Paris en in het openbaar uitgesproken op 9 augustus 2011.