Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2011:BR3016

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
08-07-2011
Datum publicatie
27-07-2011
Zaaknummer
09-757888-11
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Medeplegen van opzetheling. Verdachte heeft zich samen met anderen schuldig gemaakt aan heling van gestolen documenten. Het betrof zeer persoonlijke documenten die bij een inbraak uit de woning van aangever waren weggenomen. Nadat de documenten in handen van verdachte en zijn mededaders waren gekomen, hebben zij geprobeerd deze documenten tegen betaling van een geldbedrag dat vele tonnen bedroeg terug te verkopen aan de rechtmatige eigenaar. De rol van verdachte hierbij was naar het oordeel van de rechtbank vergelijkbaar met die van mededader [B] en groter dan die van mededader [E]. Doordat aangever de politie heeft ingeschakeld toen hij door verdachte en zijn mededaders werd benaderd, zijn zij uiteindelijk aangehouden en zijn de gestolen documenten weer in handen van de rechtmatige eigenaar gekomen. Werkstraf van 120 uur en een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 1 maand, met en proeftijd van 2 jaar.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE

Sector Strafrecht

Meervoudige strafkamer

Parketnummer 09/757888-11

Datum uitspraak: 8 juli 2011

Tegenspraak

(Promis)

De rechtbank 's-Gravenhage heeft op de grondslag van de tenlastelegging en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte:

[verdachte F],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1974,

adres: [adres]

1. Het onderzoek ter terechtzitting

Het onderzoek is gehouden ter terechtzitting van 24 juni 2011.

De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie mr. F.A. Kuipers en van hetgeen door de raadsman van verdachte mr. R.D.J. Visschers, advocaat te Zutphen, en door de verdachte naar voren is gebracht.

2. De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 13 april 2011 te Vianen en/of Nijmegen en/of Capelle aan den IJssel, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, documenten (waaronder een testament van [aangever] en/of een testament van [X] en/of huwelijkse voorwaarden van [aangever] en [X] en/of een eigendomsbewijs op naam van [aangever] van de woning [adres] te Wassenaar) en/of levering certificaten van aandelen van [BV1] BV en [BV2] BV en/of Verpanding van certificaten van aandelen in het kapitaal van [BV1] BV en/of aandelenoverdracht 21 aandelen [NV] NV heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van deze goederen wist dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;

artikel 47 Wetboek van Strafrecht

art 416 lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht

3. Het bewijs

3.1 Het standpunt van de officier van justitie

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte samen met anderen op of omstreeks 13 april 2011 documenten, die afkomstig waren uit de kluis van aangever [aangever], heeft geheeld.

De officier van justitie heeft gevorderd dat de rechtbank wettig en overtuigend bewezen zal verklaren dat verdachte dit feit heeft begaan.

3.2 Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft het navolgende aangevoerd.

Aangever [aangever] heeft toestemming gegeven voor het voorhanden hebben van de documenten doordat hij vroeg deze aan hem over te dragen. Daarmee ontbreekt de wederrechtelijkheid op het voorhanden hebben van de documenten en dient verdachte te worden vrijgesproken van het aan hem tenlastegelegde.

3.3 De beoordeling van de tenlastelegging1

Namens [aangever] heeft zijn huishoudster, [huishoudster], op 27 december 2010 aangifte gedaan.

Zij heeft verklaard dat zij op 23 december 2010 omstreeks 16.00 à 16.30 uur de woning aan de [adres] te Wassenaar heeft verlaten, het alarm heeft ingeschakeld en de woning rondom slotvast heeft afgesloten. Op 27 december 2010 omstreeks 03.30 uur werd zij door aangever [aangever] gebeld vanuit Thailand dat er in de woning was ingebroken.

[huishoudster] kwam op 27 december 2010 omstreeks 09.00 à 09.15 uur in het huis en zij zag dat op de eerste etage in de kleedkamer spullen op de grond lagen en dat de kamer kennelijk doorzocht was. Zij zag dat de kluis die in de kast aan de muur vast zat, weg was en dat de kast van binnen kapot was. Ook zag zij dat er een andere kast open stond en dat deze doorzocht was. In die kast bevond zich de horlogeverzameling van [aangever]. Zij zag dat er een aantal doosjes open stonden.2

Aangever [aangever] heeft op 30 december 2010 bij de politie verklaard dat er uit zijn woning aan de [adres] te Wassenaar een groot aantal waardevolle horloges is weggenomen waarvan de totale waarde door hem op € 200.000,- wordt geschat. Daarnaast is de kluis in zijn geheel weggenomen en daarin zaten - onder andere - :

- zijn testament

- 20% aandelen aan toonder in een Belgische golfclub [NV] ter waarde van € 2.500.000,-

- eigendomspapieren van het huis aan de [adres] te Wassenaar.3

De rechtbank is van oordeel dat op grond van het bovenstaande vast staat dat er een diefstal/inbraak is gepleegd in de woning van [aangever] aan de [adres] te Wassenaar waarbij horloges en persoonlijke documenten zijn weggenomen.

Aangever [aangever] heeft op 13 april 2011 een verklaring afgelegd.

Hij heeft verklaard dat hij op 11 april 2011 van zijn secretaresse hoorde dat zij was gebeld door een persoon genaamd Jansen. Jansen zou wetenschap hebben over de gestolen spullen, te weten het testament en de echtscheidingspapieren die in de kluis hadden gezeten en die bij de inbraak waren weggenomen. Aangever heeft deze persoon teruggebeld op het opgegeven telefoonnummer [nummer] en kreeg een persoon aan de telefoon die zich Erik Jansen noemde. Deze Erik vertelde hem dat hij ongeveer 2 weken daarvoor een gesprek had opgevangen tussen vier mannen van Marokkaanse afkomst dat ging over horloges, papieren en geld en waarbij hij de naam [aangever] had gehoord. Erik wilde bemiddelen tussen aangever en de groep Marokkanen. Hierop heeft aangever met hem afgesproken om 13.00 uur bij het NH hotel in Capelle aan den IJssel. Op 12 april 2011 is aangever naar voornoemd hotel gegaan. In het hotel trof hij een man met een laptoptas bij zich. Hij bood aan te bemiddelen en zei dat de waardepapieren in het bezit waren van de Marokkaanse mannen en dat zij er € 800.000,- voor wilde hebben. Op de laptop toonde de man aan aangever een aantal foto's van papieren die duidelijk van aangever waren. Aangever zag een document dat uit de kluis was weggenomen. Erik zei dat ze de goederen aan aangever wilden verkopen voor het bedrag van € 800.000,-. Aangever zei dat hij dat niet ging betalen en hierop zakte Erik met de prijs tot € 500.000,-. Aangever heeft daarop gezegd dat hij de goederen eerst wilde zien en er werd een afspraak gemaakt voor de volgende dag in het Van der Valk hotel in Vianen.

Op 13 april 2011 ontmoette aangever Erik in het hotel in Vianen. Aangever vroeg naar de papieren en zag dat Erik een map opende. Aangever zag daarin twee authentieke documenten uit zijn kluis. Aangever zei tegen Erik dat hij € 150.000,- wilde geven voor de papieren.4

Op woensdag 13 april 2011 om 19.35 uur zijn verdachten [B], [F] en [E] aangehouden op de Capelseweg te Rotterdam. Ten tijde van de aanhouding bevonden zij zich in een Mercedes.5

Deze Mercedes is door de politie doorzocht en in de kofferbak werd -onder andere- het volgende aangetroffen:

- testament [aangever]

- testament [X]

- huwelijkse voorwaarden [aangever] en [X]

- eigendomsbewijs [aangever], [adres] te Wassenaar

- levering certificaten van aandelen "[BV1] BV en [BV2] BV"

- verpanding van certificaten van aandelen in het kapitaal van "[BV1] BV"

- aandelenoverdracht 21 aandelen [NV] NV.6

Bovengenoemde documenten zijn aan aangever [aangever] getoond en hij heeft de documenten herkend als zijn eigendom en die bij de diefstal/inbraak in zijn woning weggenomen.7

Verdachte [verdachte] heeft bij de politie een verklaring afgelegd.

Hij heeft verklaard dat hij ongeveer 4 weken voor het verhoor (rechtbank: het verhoor vond plaats op 21 april 2011) [E] tegenkwam. [E] zei dat hij iemand kende die obligaties had van meneer [aangever]. Na ongeveer een week spraken zij elkaar weer en [E] vertelde [verdachte] dat hij de obligaties had gezien. [verdachte] en [E] zijn toen samen naar een Marokkaanse jongen gegaan die zich voorstelde als [B]. [B] liep naar boven en kwam later terug met een COOP plastic tas. In de tas zaten allerlei documenten, overeenkomsten en dat soort dingen met de naam [aangever] erop. Op maandag 11 april zijn [E], [B] en [verdachte] weer bij elkaar gekomen en daar hebben ze met de digitale fotocamera van [verdachte] de documenten gefotografeerd en op de laptop van [verdachte] gezet omdat ze zo aan [aangever] konden tonen dat ze de documenten echt hadden. Diezelfde dag heeft [verdachte] bij de Kijkshop een prepaid telefoon gekocht. Met die telefoon heeft verdachte gebeld naar de Free Record Shop. Verdachte noemde zich Jansen. Hij werd daarna teruggebeld door [aangever]. [verdachte] en [aangever] maakten een afspraak op elkaar op dinsdag 12 april 2011 te ontmoeten in een NH hotel in Capelle. [B] vertelde [verdachte] dat hij moest doen of ze met vier man waren. Op 12 april zijn ze met zijn drieën naar het NH hotel gereden. [E] is eerst naar binnen gegaan en [verdachte] daarna, [B] bleef in de auto. In het hotel heeft [verdachte] met [aangever] aan tafel gezeten en de documenten via de laptop aan [aangever] getoond. De volgende dag zouden de documenten aan [aangever] overhandigd worden. Op 13 april 2011 lag het COOP tasje bij [verdachte] thuis, [E] had het die dag aan hem gegeven. Bij een hotel in Vianen was de ontmoeting met [aangever]. [verdachte] heeft hem daar twee documenten laten zien. Zij zouden € 150.000 krijgen voor alle documenten en nog € 100.000 als ze de horloges zouden kunnen leveren. Na deze ontmoeting zijn de verdachten naar [woonplaats] gereden. De rest van de documenten lag nog bij [verdachte] thuis.

Tenslotte heeft [verdachte] verklaard dat hij via de media had vernomen dat die goederen van diefstal afkomstig waren.8

Met betrekking tot het verweer van de raadsman dat de wederrechtelijkheid voor het voorhanden hebben van de documenten ontbreekt omdat [aangever] had verzocht om de documenten aan hem te overleggen oordeelt de rechtbank als volgt.

Nog daargelaten dat reeds sprake was van voltooide heling vóór het moment dat aangever [aangever] verzocht de documenten aan hem te overleggen, kan er nimmer sprake zijn van ontbreken van wederrechtelijkheid op het moment dat de rechtmatige eigenaar van de documenten, probeert zijn ontvreemde eigendommen terug te krijgen. Van toestemming in die zin, dat daarmee de wederrechtelijkheid aan het handelen van verdachte wordt ontnomen, is in dat geval geen sprake.

Op grond van het bovenstaande komt de rechtbank tot het oordeel dat verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan het medeplegen van heling.

3.4 De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen, met verbetering van type- en taalfouten en kennelijke verschrijvingen, waardoor verdachte niet in zijn belangen is geschaad, dat

hij omstreeks 13 april 2011 te Vianen en Nijmegen en Capelle aan den IJssel, tezamen en in vereniging met anderen, documenten (waaronder een testament van [aangever] en een testament van [X] en huwelijkse voorwaarden van [aangever] en [X] en een eigendomsbewijs op naam van [aangever] van de woning [adres] te Wassenaar en levering certificaten van aandelen van [BV1] BV en [BV2] BV en Verpanding van certificaten van aandelen in het kapitaal van [BV1] BV en aandelenoverdracht 21 aandelen [NV] NV) voorhanden heeft gehad terwijl hij ten tijde van het voorhanden krijgen van deze goederen wist dat het door misdrijf verkregen goederen betrof.

4. De strafbaarheid van het feit

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Dit levert het in de beslissing genoemde strafbare feit op.

5. De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is eveneens strafbaar, omdat niet is gebleken van omstandigheden die zijn strafbaarheid uitsluiten.

6. De straf/maatregel

6.1. De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat aan verdachte ten aanzien van het aan hem tenlastegelegde een werkstraf voor de duur van 180 uren, subsidiair 90 dagen vervangende hechtenis en een gevangenisstraf voor de duur van drie maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar zal worden opgelegd.

6.2. Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de duur van de geëiste werkstraf en de gevangenisstraf aan de hoge kant zijn gelet op de opheffing van voorlopige hechtenis.

6.3. Het oordeel van de rechtbank

Na te melden straf is in overeenstemming met de ernst van het gepleegde feit, de omstandigheden waaronder dit is begaan en gegrond op de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan tijdens het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich samen met anderen schuldig gemaakt aan heling van gestolen documenten. Het betrof zeer persoonlijke documenten die bij een inbraak uit de woning van aangever [aangever] waren weggenomen. Nadat de documenten in handen van verdachte en zijn mededaders waren gekomen, hebben zij geprobeerd deze documenten tegen betaling van een geldbedrag dat vele tonnen bedroeg terug te verkopen aan de rechtmatige eigenaar. Zij hebben daarbij slechts hun eigen financiële belangen voor ogen gehad en hebben grof misbruik gemaakt van de wens van aangever om de documenten niet in de openbaarheid te laten komen.

De rol van verdachte hierbij was naar het oordeel van de rechtbank vergelijkbaar met die van mededader [B] en groter dan die van mededader [E].

Doordat aangever de politie heeft ingeschakeld toen hij door verdachte en zijn mededaders werd benaderd, zijn zij uiteindelijk aangehouden en zijn de gestolen documenten weer in handen van de rechtmatige eigenaar gekomen.

In de straf dient tot uitdrukking te worden gebracht dat het niet de bedoeling is dat iemand profiteert van een goed dat door het misdrijf van een ander is verkregen. Door feiten als het onderhavige wordt de criminaliteit in stand gehouden en daarom dient daartegen streng te worden opgetreden.

De rechtbank heeft acht geslagen op het uittreksel justitiële documentatie betreffende verdachte, waaruit blijkt dat verdachte eerder is veroordeeld wegens strafbare feiten, waaronder ook voor witwassen.

Gelet op hetgeen in soortgelijke zaken als straf pleegt te worden opgelegd alsmede op de rol die verdachte heeft gespeeld bij de uitvoering van het plan om de documenten aan [aangever] te verkopen, is de rechtbank van oordeel dat oplegging van een forse onvoorwaardelijke werkstraf passend en geboden is.

Daarnaast zal aan verdachte een voorwaardelijke gevangenisstraf worden opgelegd. De rechtbank acht dit passend, niet alleen om verdachte er in algemene zin van te weerhouden in de toekomst opnieuw strafbare feiten te plegen maar met name ook om hem ervan te doordringen dat mocht hij in de toekomst nogmaals de beschikking -of zelfs alleen wetenschap- krijgen over gestolen goederen, hij daarmee naar de politie dient te gaan.

7. De toepasselijke wetsartikelen

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 47 en 416 van het Wetboek van Strafrecht.

8. De beslissing

De rechtbank,

verklaart wettig en overtuigend bewezen, dat de verdachte het bij dagvaarding tenlastegelegde feit heeft begaan en dat het bewezen verklaarde uitmaakt:

Medeplegen van opzetheling;

verklaart het bewezen verklaarde en de verdachte deswege strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

veroordeelt de verdachte tot:

een taakstraf, bestaande uit een werkstraf, zijnde het verrichten van onbetaalde arbeid, voor de tijd van 120 (HONDERDTWINTIG) UREN;

beveelt, voor het geval dat de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de tijd van 60 (ZESTIG) DAGEN;

beveelt dat de tijd, door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de taakstraf geheel in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht;

bepaalt de maatstaf volgens welke de aftrek overeenkomstig artikel 27 Wetboek van Strafrecht zal geschieden op 2 uren per dag;

veroordeelt verdachte voorts tot:

een gevangenisstraf voor de duur van 1 (EEN) MAAND;

bepaalt, dat die straf niet zal worden tenuitvoergelegd, zulks onder de algemene voorwaarde, dat de veroordeelde zich voor het einde van de hierbij op 2 jaren vastgestelde proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit.

Dit vonnis is gewezen door

mr. Y.J. Wijnnobel-Van Erp, voorzitter,

mrs. M.H. Rochat en M.T. Renckens, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. V. van Rhijn, griffier,

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 8 juli 2011.

1 Waar hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal wordt - tenzij anders vermeld - bedoeld een ambtsedig proces-verbaal met nummer PL1571 2010262288-1, opgemaakt door de politie Haaglanden in de wettelijke vorm, door een of meer daartoe bevoegde opsporingsambtenaren (p. 1-1504).

2 Proces-verbaal aangifte, p. 45

3 Proces-verbaal verhoor aangever, p. 59

4 Proces-verbaal verhoor aangever, p. 1031-1033

5 Proces-verbaal, p. 914-915

6 Proces-verbaal bevindingen, p. 993-995

7 Proces-verbaal verhoor aangever, p. 1395-1396

8 Proces-verbaal verhoor verdachte, p. 1453-1455