Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2011:BR2426

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
08-06-2011
Datum publicatie
20-07-2011
Zaaknummer
AWB 10/507 LB/PVV, AWB 10/508 LB/PVV en AWB 10/509 LB/PVV
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Geen bijtelling privégebruik auto, nu de bestelauto naar aard en inrichting (nagenoeg) uitsluitend geschikt is voor het vervoer van goederen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
V-N 2011/49.23.2
FutD 2011-1379
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE

Sector bestuursrecht

Afdeling 4, meervoudige kamer

Procedurenummers: AWB 10/507 LB/PVV, AWB 10/508 LB/PVV en

AWB 10/509 LB/PVV

Uitspraakdatum: 8 juni 2011

Uitspraak ingevolge artikel 8:77 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb)

in de gedingen [X] B.V., gevestigd te [Z], eiseres,

en

de inspecteur van de Belastingdienst/[te P], verweerder.

I PROCESVERLOOP

1.1. Verweerder heeft aan eiseres over de tijdvakken december 2006, december 2007 en januari 2008 naheffingsaanslagen loonbelasting/ premie volksverzekeringen opgelegd.

1.2. Verweerder heeft bij uitspraken op bezwaar van 11 december 2009 en 15 januari 2010 de naheffingsaanslagen gehandhaafd.

1.3. Eiseres heeft daartegen bij faxberichten van 21 januari 2010, ontvangen bij de rechtbank op 21 januari 2010, beroep ingesteld.

1.4. Verweerder heeft de op de zaken betrekking hebbende stukken overgelegd en een verweerschrift ingediend.

1.5. Partijen hebben vóór de zitting nadere stukken ingediend. Deze stukken zijn telkens in afschrift verstrekt aan de wederpartij.

1.6. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 21 april 2011.

Namens eiseres zijn verschenen [A] en [B]. Namens verweerder is verschenen [C].

II OVERWEGINGEN

Feiten

Op grond van de stukken van het geding en het verhandelde ter zitting staat het volgende vast:

2.1. Eiseres exploiteert een timmerbedrijf. In 2009 is bij eiseres een boekenonderzoek ingesteld. Tijdens dat boekenonderzoek is geconstateerd dat eiseres aan haar enige werknemer een bestelbus van het merk Nissan ter beschikking heeft gesteld. De bestelbus heeft een laadruimte en naast de bestuurdersplaats is plaats voor een medepassagier.

2.2. Tussen partijen is niet in geschil dat de werknemer de bestelbus mede voor privédoeleinden mag gebruiken en voorts dat de werknemer de bestelbus ook voor privédoeleinden heeft gebruikt. Voorts staat vast dat de werknemer geen sluitende kilometeradministratie heeft bijgehouden.

2.3. Eiseres heeft in haar aangiften loonbelasting/premie volksverzekeringen (hierna: LB/PVV) over de jaren 2006, 2007 en 2008 geen bijtelling wegens privégebruik van de bestelbus aangegeven.

2.4. Naar aanleiding van de bevindingen uit het boekenonderzoek is eiseres gemaand om door middel van correctieberichten alsnog de bijtelling wegens privégebruik van de bestelbus aan te geven. Eiseres heeft hieraan gehoor gegeven door het indienen van gecorrigeerde aangiften LB/PVV over de onderhavige tijdvakken. Eiseres heeft evenwel verzuimd om de ter zake van de bijtelling verschuldigde belasting te betalen. Daarom zijn de naheffingsaanslagen aan eiseres opgelegd.

Geschil

2.5. Tussen partijen is in geschil of de naheffingsaanslagen terecht zijn opgelegd. Meer specifiek is in geschil of de bestelbus uitsluitend of nagenoeg uitsluitend geschikt is voor het vervoer van goederen.

2.6. Eiseres stelt zich op het standpunt dat de bestelbus uitsluitend of nagenoeg uitsluitend geschikt is voor vervoer van goederen. Volgens eiseres zijn de feiten in het onderhavige geval nagenoeg gelijk aan de feiten van het geval dat aan de orde was in het arrest van de Hoge Raad van 18 september 2009, nr. 08.00707, LJN: BJ7918. Zo past de bestelbus, gezien zijn afmetingen, niet in een standaard parkeergarage en is de laadruimte geheel ingericht voor het vervoer van goederen. Voorts heeft eiseres ter zitting gesteld dat de bestelbus te vies en te stoffig is om privéritten mee te maken. Eiseres concludeert tot gegrondverklaring van de beroepen, vernietiging van de uitspraken op bezwaar en vernietiging van de belastingaanslagen.

2.7. Verweerder stelt zich op het standpunt dat geen sprake is van een bestelbus die naar aard en inrichting uitsluitend of nagenoeg uitsluitend geschikt is voor vervoer van goederen. Hij voert daartoe aan dat de bestelbus beschikt over een bijrijderstoel. Voorts weerspreekt verweerder dat de bestelbus gezien zijn afmetingen niet in een standaard parkeergarage zou passen. De feiten in het onderhavige geval komen niet overeen met die in de jurisprudentie op dit gebied. Zo zijn de bestelbussen die aan de orde waren in het arrest van de Hoge Raad van 29 mei 2009, nr. 43602, LJN: BB3475, qua omvang en uiterlijk niet vergelijkbaar met de bestelbus van eiseres. De naheffingsaanslagen zijn terecht opgelegd. Wel dient de naheffingsaanslag over het tijdvak december 2006 te worden verminderd aangezien eiseres pas op 1 mei 2006 is opgericht en de bijtelling per abuis is berekend over het gehele jaar. Verweerder concludeert tot gegrondverklaring van het beroep inzake de naheffingsaanslag over het tijdvak december 2006 en vermindering van die naheffingsaanslag en ongegrondverklaring van de andere beroepen.

2.8. Voor het overige verwijst de rechtbank naar de gedingstukken.

Beoordeling van het geschil

2.9. Ingevolge artikel 13bis, eerste lid, Wet op de loonbelasting 1964 dient, indien een auto ook voor privédoeleinden ter beschikking is gesteld, een voordeel wegens privégebruik van die auto in aanmerking te worden genomen. De auto wordt in ieder geval geacht ook voor privédoeleinden ter beschikking te zijn gesteld, tenzij blijkt dat de auto op kalenderjaarbasis voor niet meer dan 500 kilometer voor privédoeleinden wordt gebruikt.

2.10. Voor de toepassing van artikel 13bis van de Wet op de loonbelasting 1964 en de daarop berustende bepalingen wordt ingevolge het derde lid van dat artikel - voor zover hier van belang - onder auto verstaan een personenauto of bestelauto als bedoeld in artikel 3 van de Wet op de belasting van personenauto's en motorrijwielen 1992, met uitzondering van de bestelauto die door aard of inrichting uitsluitend of nagenoeg uitsluitend geschikt blijkt te zijn voor vervoer van goederen.

2.11. In zijn arrest van 18 september 2009, nr. 08/00707, LJN BJ7918, heeft de Hoge Raad geoordeeld: "Ook indien in een bestelauto in de bestuurderscabine meer dan één stoel aanwezig is en in die cabine geen voorzieningen zijn aangebracht die zijn gericht op het vervoer van goederen, kan onder omstandigheden sprake zijn van een bestelauto die uitsluitend of nagenoeg uitsluitend geschikt is voor het vervoer van goederen (vgl. HR 29 mei 2009, nr. 43602, LJN BB3475)."

2.12. Zo'n situatie doet zich hier naar het oordeel van de rechtbank voor. Eiseres heeft ter zitting verklaard dat de bestelbus ten gevolge van het gebruik in het timmerbedrijf zo vies en stoffig is dat deze in wezen niet geschikt is voor privégebruik. De bestelbus is slechts een enkele keer gebruikt voor privédoeleinden zoals het ophalen van spullen bij IKEA. Verweerder heeft dit niet weersproken. Gelet hierop acht de rechtbank aannemelijk dat de bestelbus uitsluitend of nagenoeg uitsluitend geschikt is voor het vervoer van goederen. Voor bijtelling wegens privégebruik van de bestelbus is derhalve geen plaats.

2.13. Gelet op het vorenoverwogene dienen de beroepen gegrond te worden verklaard.

Proceskosten

2.14.1. Nu de beroepen gegrond zijn, vindt de rechtbank aanleiding verweerder te veroordelen in de kosten die eiseres in verband met de behandeling van die beroepen redelijkerwijs heeft moeten maken. Eiseres verzoekt om een integrale vergoeding van de kosten op grond van artikel 2, derde lid, van het Besluit proceskosten bestuursrecht (hierna: Bpb). Voor toekenning van een proceskostenvergoeding in afwijking van de forfaitaire bedragen van het Bpb is grond indien het bestuursorgaan het verwijt treft dat het een beschikking of uitspraak geeft respectievelijk doet of in rechte handhaaft, terwijl op dat moment duidelijk is dat die beschikking of uitspraak in een daartegen ingestelde procedure geen stand zal houden (zie HR 13 april 2007, nr. 41235, LJN BA2802, BNB 2007/260). Daarvan is in het onderhavige geval naar het oordeel van de rechtbank geen sprake. Eerst in beroep, en met name in haar verklaring ter zitting, heeft eiseres aannemelijk gemaakt dat de auto uitsluitend of nagenoeg uitsluitend geschikt is voor het vervoeren van goederen.

2.14.2. De rechtbank stelt de kosten op de voet van het Bpb voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 874 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, 1 punt voor het verschijnen ter zitting met een waarde per punt van € 437 en een wegingsfactor 1), welke kosten de rechtbank voor de drie samenhangende zaken gezamenlijk toekent.

III BESLISSING

De rechtbank:

- verklaart de beroepen gegrond;

- vernietigt de uitspraken op bezwaar;

- vernietigt de naheffingsaanslagen;

- veroordeelt verweerder de proceskosten tot een bedrag van € 874 aan eiseres te voldoen;

- gelast dat verweerder het door eiseres voor de drie zaken betaalde griffierecht van in totaal € 891 aan hem vergoedt.

Aldus vastgesteld door mr. J.M. van Kempen, mr. T. van Rij en mr. K.M. Braun, in tegenwoordigheid van de griffier mr. W.M.M.A. van der Vegt.

Uitgesproken in het openbaar op 8 juni 2011.

RECHTSMIDDEL

Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de verzenddatum hoger beroep instellen bij het gerechtshof te 's-Gravenhage (belastingkamer), Postbus 20021, 2500 EA Den Haag.

Bij het instellen van hoger beroep dient het volgende in acht te worden genomen:

1. - bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd.

2. - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:

a. de naam en het adres van de indiener;

b. een dagtekening;

c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het hoger beroep is ingesteld;

d. de gronden van het hoger beroep.