Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2011:BR2159

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
20-04-2011
Datum publicatie
19-07-2011
Zaaknummer
AWB 10/8312 MAW
Rechtsgebieden
Ambtenarenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Beroep van een beroepsmilitair tegen weigering bevordering na herwaardering van de opgedragen functie. De militair vervulde een burgerfunctie en de minister van Defensie stelt dat bij de herwaardering van de functie alleen een burgersalarisschaal is toegekend. Uit het Fuwa-overzicht van het onderdeel waarvan alle functies zijn hergewaardeerd blijkt evenwel dat aan alle functies tevens een militaire rang is toegekend. Onvoldoende zorgvuldige voorbereiding en niet draagkrachtige motivering van het standpunt van de minister. Beroep gegrond.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE

Sector bestuursrecht

Afdeling 3, enkelvoudige kamer

Reg.nr.: AWB 10/8312 MAW

UITSPRAAK ingevolge artikel 8:77 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb)

in het geding tussen

[A], wonende te [plaats], eiseres,

gemachtigde mr. T.H. ten Wolde,

en

de minister van Defensie, verweerder.

I PROCESVERLOOP

Eiseres heeft op 20 mei 2010 verzocht om te worden bevorderd tot de rang van [rang].

Bij besluit van 21 juli 2010 heeft [B] het verzoek van eiseres afgewezen.

Bij brief van 29 juli 2010 heeft eiseres bezwaar gemaakt tegen dit besluit. Tijdens een hoorzitting op 3 september 2010 is eiseres namens verweerder op haar bezwaar gehoord.

Bij besluit van 27 oktober 2010 heeft verweerder het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard.

Eiseres heeft bij brief van 22 november 2010 beroep ingesteld tegen dit besluit.

Verweerder heeft de gedingstukken en een verweerschrift ingediend.

Het beroep is op 1 februari 2011 ter zitting behandeld.

Eiseres is in persoon verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde.

Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. E.C.H. Pot.

II OVERWEGINGEN

1 Eiseres, gewezen [rang] bij [C], is in het verleden aangesteld als [functie] voor bepaalde tijd.

Bij besluit van 10 september 2002 is eiseres herbestemd naar het functiegebied Algemeen. Naar aanleiding van haar wens een aanstelling te krijgen in [fase] is met eiseres overeengekomen dat zij zou worden herbestemd naar het functiegebied [functiegebied].

2.1 Bij besluit van 11 juni 2009 is aan eiseres met ingang van 15 december 2008 de functie [functie] bij de afdeling [afdeling], met als standplaats [standpunt], toegewezen. De verwachte einddatum is

8 september 2010. In dit besluit is tevens vermeld dat na een jaar functioneren een beoordeling wordt opgemaakt. Bij een goede beoordeling komt eiseres in aanmerking voor een aanstelling [fase] in het functiegebied [gebied]. Tevens zal er worden gezocht naar een functie in de rang van [rang] binnen dit functiegebied. Voor haar huidige functie ([functie]) is de minimale functieduur van twee jaar niet van toepassing.

De functietoewijzing met nummer [nummer] is bij genoemd besluit ingetrokken.

Tegen dit besluit heeft eiseres geen bezwaar gemaakt.

2.2 Op 12 mei 2010 is een beoordeling opgemaakt over het functioneren van eiseres in de periode van 15 december 2008 tot 12 mei 2010. Deze beoordeling is op 31 mei 2010 vastgesteld.

Bij besluit van 1 november 2010 is het hiertegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij brief van 22 november 2010 heeft eiseres tegen dit besluit beroep ingesteld (AWB 10/8311 MAW).

2.3 Eiseres heeft op 20 mei 2010 verzocht om te worden bevorderd tot de rang van [rang]. Bij besluit van 21 juli 2010 heeft de [B] het verzoek van eiseres afgewezen.

2.4 Bij het thans bestreden besluit van 27 oktober 2010 heeft verweerder het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard.

2.5 Het beroep tegen de beoordeling (AWB 10/8311 MAW) is bij uitspraak van

20 april 2011 gegrond verklaard voor zover het betrekking heeft op onderdeel 7B, Inzet, van de beoordeling en ongegrond voor het overige.

3.1 Verweerder heeft eiseres bij het in bezwaar gehandhaafde primaire besluit van

21 juli 2010 medegedeeld dat de haar toegewezen functie een burgerfunctie met niveau schaal 8 betreft, dat haar functie onderwerp is van een functiewaarderingsprocedure en dat hij niet bekend is met de eventuele uitkomst van de herwaardering. Verweerder heeft aan de afwijzing van het verzoek tot bevordering ten grondslag gelegd dat de over eiseres opgemaakte beoordeling als uitgangspunt functievervulling op het niveau van [rang] heeft, dat de beoordeling is vastgesteld als onvoldoende en dat geconcludeerd wordt dat eiseres niet beschikt over de voor het niveau van [rang] vereiste capaciteiten. Nu reeds uit de functietoewijzing van 11 juni 2009 blijkt dat dit als zodanig geclausuleerd is, wordt eiseres niet in beschouwing genomen voor een bevordering in de rang van [rang].

3.2 In het thans bestreden besluit van 27 oktober 2010 heeft verweerder, die het onbevoegd genomen besluit van 21 juli 2010 voor zijn rekening heeft genomen, overwogen dat aan de functie, tijdens de toewijzing daarvan aan eiseres, schaal 8 was verbonden en dat de rang [rang] voor een deel is te beschouwen als equivalent van deze schaal. In april 2010 is het functieniveau van onder meer deze functie formeel vastgesteld en zijn alle medewerkers van het [afdeling] geïnformeerd over de definitieve waardering van hun functie. Indien daartoe aanleiding was, zijn medewerkers met terugwerkende kracht tot uiterlijk 4 juli 2008 bevorderd. Bij brief van 3 augustus 2010 is eiseres medegedeeld dat, gelet op de onvoldoende beoordeling en de voorwaarden in het besluit van 11 juni 2009, het onvoldoende functioneren van eiseres aan haar bevordering in de weg stond.

3.3 Bij besluit van 9 augustus 2010 is eiseres de functie [functie] toegewezen, waarmee zij formeel van haar functie [functie] is ontheven. Het gaat hier om een BDS-plaatsing in het kader van de uitfasering van eiseres uit de militaire dienst. Feitelijk is eiseres al rond 1 juni 2010 gestopt met het uitoefenen van deze functie.

Verweerder stelt vast dat de functie van eiseres in april 2010 is vastgesteld op schaal 10 van het Inkomstenbesluit burgerlijke ambtenaren defensie (IBBAD). Aan de aan eiseres toegewezen functie is geen hogere rang verbonden dan de door haar beklede rang. Aan burgerfuncties zijn immers in het geheel geen militaire rangen verbonden, aldus verweerder.

4 Eiseres heeft aangevoerd dat haar functie is herschreven en de benaming [benaming] heeft gekregen. De functie is gewaardeerd met schaal 10 IBBAD, wat vergelijkbaar is met het salaris, behorende bij de militaire rang van [rang].

Zij meent dat verweerder een te enge uitleg geeft aan artikel 40 van de BAFBD.

5.1 De rechtbank overweegt dat bij ongedateerde nota van de Directeur [afdeling] de functiebeschrijvingen van de [afdeling]-functies binnen de platformorganisatie Den Helder en onderliggende niveaus aan [functie]/Afdeling Organisatie zijn aangeboden teneinde een in het kader van functiewaardering een oordeel te geven over de aard en het niveau van de functies. In deze nota is om speciale aandacht gevraagd voor onder meer de functie van

[functie]. De benaming van de functie wordt gewijzigd in [functie]. Voorts is vermeld dat de huidige indeling schaal 8 is en dat indeling in schaal 10 gewenst is. De door eiseres vervulde functie [functie] is aangeduid als burgerfunctie.

In de ongedateerde functievergelijkingstabel zijn die gegevens evenzeer opgenomen.

In het daarbij gevoegde ongedateerde FUWA-overzicht is bij deze functie een overzicht van de scores bij de gezichtspunten vermeld, evenals een somscore. Voorts is indeling in salarisschaal 10 vermeld met daarbij als rangsadvies [rangadvies] de rang van [rang].

5.2 Verweerder heeft ter zitting medegedeeld dat niet duidelijk is waarom de militaire rang in het FUWA-overzicht is opgenomen. De KLu heeft de functie nooit op een bepaalde rang vastgesteld. Het gaat hier om een veronderstelling van een medewerker van P&O. Dit overzicht heeft geen formele status. Verweerder heeft voorts aangegeven geen antwoord te kunnen geven op de betekenis van de vermelding 'N' in kolom 7 (huidige rang of schaal) van het FUWA-overzicht.

Verweerder stelt zich op het standpunt dat op grond van artikel 27, vierde lid, van het AMAR geen bevordering kan plaatsvinden, nu de rang niet aan de functie is verbonden. Aan artikel 40 van de BAFBD wordt dan niet toegekomen.

Eiseres heeft zich op het standpunt gesteld dat uit het FUWA-overzicht wel blijkt dat is doorgeëxerceerd naar militaire rangen en dat deze informatie afkomstig moet zijn van de assimilatietabel. Eiseres meent dat artikel 27, vierde lid, van het AMAR een mogelijkheid biedt tot bevordering en dat daarnaast bevordering via artikel 40 van de BAFBD kan plaatsvinden. Zij betwist het standpunt van verweerder dat aan artikel 40 van de BAFBD niet wordt toegekomen.

5.3 De rechtbank overweegt dat verweerder niet heeft aangetoond dat de functiewaardering door CDC/DC Formatieadvies beperkt is gebleven tot de vaststelling van de (burger)salarisschaal en dat in dit kader geen militaire rang is vastgesteld. Uit het FUWA-overzicht blijkt het tegendeel. Dat hier sprake is van een veronderstelling van een medewerker van P&O is niet gebleken. Evenmin is aangetoond dat het FUWA-overzicht, dat het resultaat bevat van de volledige herwaardering van de functies van [afdeling], geen formele status heeft.

5.4 De rechtbank is, gelet op het vorenstaande, van oordeel dat het bestreden besluit niet met de benodigde zorgvuldigheid is voorbereid en niet draagkrachtig is gemotiveerd. Dit betekent dat het beroep gegrond dient te worden verklaard en het bestreden besluit van 27 oktober 2010 voor vernietiging in aanmerking komt. Verweerder dient bij de hernieuwde behandeling van het bezwaar van eiseres met stukken die in het kader van de functiewaardering zijn vastgesteld alsmede de assimilatietabel inzichtelijk te maken of de functie alleen met een (burger)salarisschaal is gewaardeerd dan wel tevens is gewaardeerd met een militaire rang. Gelet op het vorenstaande komt de rechtbank niet toe aan beantwoording van de vraag of verweerder eiseres had dienen te bevorderen.

6 Verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van

€ 874,-- (1 punt voor het indienen van een beroepschrift, 1 punt voor het bijwonen van de zitting, waarde per punt € 437,--, wegingsfactor 1). Voorts dient verweerder het door eiseres betaalde griffierecht te vergoeden.

III BESLISSING

De Rechtbank 's-Gravenhage,

RECHT DOENDE:

1 verklaart het beroep gegrond;

2 vernietigt het bestreden besluit van 27 oktober 2010;

3 bepaalt dat verweerder een nieuwe beslissing neemt op het bezwaar met inachtneming van hetgeen in deze uitspraak is overwogen;

4 bepaalt dat verweerder aan eiseres het door haar betaalde griffierecht, te weten

€ 150,--, vergoedt;

5 veroordeelt verweerder in de door eiseres gemaakte proceskosten tot een bedrag van € 874,--, welk bedrag aan eiseres moet worden vergoed.

Aldus vastgesteld door mr. J.W.H.B. Sentrop, in tegenwoordigheid van de griffier

A.J. Faasse - van Rossum.

De griffier is niet in staat

deze uitspraak te ondertekenen

Uitgesproken in het openbaar op 20 april 2011.

RECHTSMIDDEL

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep.