Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2011:BR0843

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
08-07-2011
Datum publicatie
08-07-2011
Zaaknummer
09-757199-11 en 09-665212-11
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Witwassen. Opzetheling. Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het witwassen en helen van een geldbedrag van € 15.990,-. Gevangenisstraf voor de duur van 118 dagen, met aftrek, waarvan 30 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE

Sector Strafrecht

Meervoudige strafkamer

Parketnummers 09/757199-11 en 09/665212-11 (gev. ttz.)

Datum uitspraak: 8 juli 2011

Tegenspraak

(Promis)

De rechtbank 's-Gravenhage heeft op de grondslag van de tenlastelegging en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1982,

adres: [adres]

1. Het onderzoek ter terechtzitting

Het onderzoek is gehouden ter terechtzitting van 24 juni 2011.

De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie mr. F.A. Kuipers en van hetgeen door de raadsman van verdachte mr. M.H.H. Meulemeesters, advocaat te Utrecht, en door de verdachte naar voren is gebracht.

2. De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

Ten aanzien van parketnummer 09/757199-11:

hij op een of meer tijdstippen in de periode van 31 december 2010 tot en met 9 januari 2011, te Wassenaar en/of Zaltbommel en/of elders in Nederland en/of in België, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, van een voorwerp, te weten een auto, merk Mercedes type CLS320 CDI met Belgisch exportkenteken [kenteken], de werkelijke aard, de herkomst, de vindplaats, de vervreemding en/of de verplaatsing heeft verborgen en/of verhuld en/of voornoemde auto heeft verworven en/of voorhanden heeft gehad, terwijl hij wist dan wel redelijkerwijs moest vermoeden dat dat voorwerp - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was uit enig misdrijf (namelijk dat die auto is aangeschaft met ontvreemd geld);

art 420bis lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht

Ten aanzien van parketnummer 09/665212-11:

hij op een of meer tijdstippen in de periode van 24 december 2010 tot en met 9 januari 2011, te Wassenaar en/of elders in Nederland en/of in Spanje, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, van een geldbedrag van EUR 15.990,-, de werkelijke aard, de herkomst, de vindplaats, de vervreemding en/of de verplaatsing heeft verborgen en/of verhuld en/of dit geldbedrag heeft verworven en/of voorhanden heeft gehad, terwijl hij wist dat dat dit geldbedrag - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was uit enig misdrijf (te weten van diefstal)

en/of

hij op een of meer tijdstippen in de periode van 24 december 2010 tot en met 9 januari 2011 te Wassenaar en/of elders in Nederland en/of in Spanje, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een geldbedrag van EUR 15.990,- heeft verworven en/of voorhanden heeft gehad, terwijl hij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van dit geldbedrag wist dan wel redelijkerwijs moest vermoeden dat het een door misdrijf verkregen goed/geldbedrag betrof;

artikel 47 Wetboek van Strafrecht

artikel 416 Wetboek van Strafrecht

artikel 417bis Wetboek van strafrecht

art 420bis lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht

3. De voorvragen

3.1 De ontvankelijkheid van de officier van justitie

3.1.1. De rechtsmacht

De feiten zouden ook zijn begaan in het buitenland, namelijk in België (parketnummer 09/757199-11) en Spanje (parketnummer 09/665212-11). Ingevolge artikel 2 van het Wetboek van Strafrecht en de geldende jurisprudentie is de Nederlandse strafwet toepasselijk op eenieder die zich in Nederland aan enig strafbaar feit schuldig maakt. Indien als plaats waar een strafbaar feit is gepleegd zowel in als buiten Nederland gelegen plaatsen kunnen gelden, is reeds op grond van de hiervoor genoemde wetsbepaling vervolging van dat strafbare feit in Nederland mogelijk, ook ten aanzien van de van dat strafbare feit deel uitmakende gedragingen die buiten Nederland hebben plaatsgevonden. De rechtbank is van oordeel dat hiermee met betrekking tot de rechtsmacht op zich aan de eisen die de wet daaraan stelt is voldaan. Overigens geldt voor België en Spanje ook de dubbele strafbaarheid op grond van artikel 5 van het Wetboek van Strafrecht, aangezien verdachte de Nederlandse nationaliteit heeft, de feiten volgens de Nederlandse wet misdrijven zijn en op soortgelijke feiten bij de artikelen 505-507 Strafwetboek respectievelijk artikel 301 Código Penal straf is gesteld.

4. Het bewijs

4.1 Het standpunt van de officier van justitie

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte samen met een ander een personenauto van het merk Mercedes type CLS320 CDI en een geldbedrag van € 15.990,- heeft witgewassen, alsmede dat hij laatstgenoemd geldbedrag samen met een ander heeft geheeld.

De officier van justitie heeft gevorderd dat de rechtbank wettig en overtuigend bewezen zal verklaren dat verdachte zowel het onder parketnummer 09/757199-11 als het onder parketnummer 09/665212-11 tenlastegelegde heeft begaan.

4.2 Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte dient te worden vrijgesproken van het onder 09/757199-11 tenlastegelegde. Hiertoe is aangevoerd dat het witwassen van de Mercedes niet kan worden bewezen omdat niet kan worden vastgesteld dat die is aangeschaft met gelden die van misdrijf afkomstig zijn. Subsidiair is aangevoerd dat niet bewezen kan worden dat verdachte van de criminele herkomst van de Mercedes op de hoogte was of daar een vermoeden van had moeten hebben.

Ook met betrekking tot het onder parketnummer 09/665212-11 tenlastegelegde heeft de verdediging vrijspraak bepleit. De raadsman heeft hiertoe aangevoerd dat op geen enkele manier is komen vast te staan dat het geld in de schoenzool van misdrijf afkomstig is.

4.3 De beoordeling van de tenlastelegging1

De rechtbank stelt op grond van de bewijsmiddelen de volgende feiten vast.

Op 9 januari 2011 werd verdachte aangehouden in Algeciras (Spanje). Hij reed op dat moment in een Mercedes, type CLS320 CDI met Belgisch exportkenteken [kenteken]. Bij hem werd in zijn schoenzool een geldbedrag van € 15.990,- aangetroffen.2

Uit onderzoek is gebleken dat deze Mercedes op 30 december 2010 door [broer], de broer van verdachte, was aangekocht voor een bedrag van € 24.500,- en dat deze contant voor de auto heeft betaald.3 Het kenteken is op 4 januari 2011 op naam van verdachte gesteld.4

Ten aanzien van de Mercedes:

Verdachte heeft verklaard dat de auto eigendom van zijn broer, [broer], is en dat de auto op zijn naam is gekomen toen hij kentekenplaten ging regelen. De auto stond in Brussel met het oorspronkelijke kenteken dat slechts 5 dagen geldig was en hij was bang dat de auto zou worden weg getakeld toen dit kenteken verlopen was.5

[broer] heeft in de periode van 1 januari 2010 tot en met 1 februari 2011 geen uitkering en geen inkomen door middel van uitkering of loon genoten. Wel is bekend dat hij bij de Belastingdienst een openstaande schuld heeft van € 8.164,-.6

Daarnaar gevraagd heeft [broer] bij de politie verklaard dat hij een klaploper is en dat als hij tweeduizend verdient, hij er vierduizend op maakt.7

Over de Mercedes autosleutel die in zijn fouillering werd aangetroffen, heeft [broer verdachte] in eerste instantie verklaard dat hij denkt dat die van een van zijn maten is en dat hij die sleutel op 31 december 2010 in zijn auto heeft gevonden.8 In een later verhoor heeft [broer] verklaard: "Hoe komen jullie erbij dat ik een Mercedes heb gekocht?"9

De rechtbank constateert dat [broer verdachte] geen legale herkomst van de middelen die hij heeft gebruikt voor de betaling van de Mercedes heeft aangegeven.

De rechtbank is van oordeel dat, gelet op het feit dat [broer] geen legale herkomst van het geld waarmee hij de auto heeft aangeschaft heeft kunnen geven en hij ook wisselende en aantoonbaar onware verklaringen heeft afgelegd met betrekking tot de aanschaf van de Mercedes, deze personenauto middellijk of onmiddellijk afkomstig is van enig misdrijf.

De rechtbank is voorts van oordeel dat uit de bewijsmiddelen kan worden afgeleid dat de verdachte de personenauto voorhanden heeft gehad in de periode van 4 januari 2011 tot en met 9 januari 2011 nu de Mercedes op 4 januari 2011 in België op zijn naam is gezet en hij op 9 januari 2011 in Spanje in het bezit van de Mercedes is aangehouden.

De vraag die de rechtbank vervolgens dient te beantwoorden is, of de verdachte wetenschap heeft gehad van het feit dat deze personenauto afkomstig was van enig misdrijf.

Nu vast staat dat de verdachte de personenauto niet zelf heeft betaald en ook vaststaat dat de verdachte wist dat de auto was aangeschaft door zijn broer, [broer], spitst deze vraag zich toe op de vraag of de verdachte wist dat [broer verdachte] illegale inkomsten had. De rechtbank is van oordeel dat indien de verdachte wetenschap had van illegale inkomsten van zijn broer, hij daarmee op zijn minst genomen bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat de personenauto was aangeschaft met deze illegale inkomsten.

De officier van justitie heeft aangevoerd dat verdachte moet hebben geweten dat zijn broer geen geld had om een dergelijke auto te kopen en zij acht daarmee bewezen dat verdachte de auto samen met zijn broer heeft witgewassen.

De verdediging heeft aangevoerd dat verdachte wist dat [broer] in auto's handelde en dat hij wel meer dure auto's op zijn naam had staan die hij dan naar Marokko bracht. De verdediging heeft ter onderbouwing van deze stelling een aantal koopcontracten van verschillende auto's overgelegd waaruit blijkt dat die door [broer verdachte] zijn aangekocht.

De rechtbank is van oordeel dat in het onderhavige geval de wetenschap ten aanzien van de criminele herkomst van de Mercedes niet wettig en overtuigend bewezen kan worden.

Het feit dat [broer verdachte] geen legale herkomst voor de betaling van de Mercedes heeft kunnen aantonen, kan niet aan verdachte worden tegengeworpen. Verdachte heeft, onderbouwd met koopcontracten, verklaard dat hij wist dat zijn broer in auto's handelde en vaker auto's op zijn naam had staan, die vervolgens met winst werden verkocht. Gelet daarop is de rechtbank van oordeel dat verdachte niet wist, of had moeten vermoeden, dat de Mercedes was aangekocht met geld dat van misdrijf afkomstig was.

De verdachte zal derhalve worden vrijgesproken van hetgeen aan hem is tenlastegelegd onder parketnummer 09/757199-11.

Ten aanzien van het geldbedrag van € 15.990,-

De rechtbank is van oordeel dat uit de bewijsmiddelen kan worden afgeleid dat het geldbedrag van € 15.990,- middellijk of onmiddellijk afkomstig is van enig misdrijf. Hierbij is relevant dat de verdachte in de periode van 1 januari 2010 tot en met 1 februari 2011 geen uitkering en geen inkomen door middel van uitkering of loon heeft genoten.10

Verdachte heeft nimmer een verklaring willen afleggen over de herkomst van het geldbedrag van € 15.990,- dat in zijn schoenzool werd aangetroffen nadat hij in Spanje was aangehouden. Verdachte heeft daarmee geen legale herkomst van het geldbedrag kunnen geven.

De rechtbank stelt vast er sprake is van een groot geldbedrag in contanten, te weten € 15.990,-. Dit bedrag heeft verdachte verborgen in zijn schoenzool, een naar het oordeel van de rechtbank hoogst ongebruikelijke plaats die om het geven van een verklaring schreeuwt. Verdachte heeft deze verklaring echter niet gegeven.

Deze omstandigheden duiden er naar het oordeel van de rechtbank op dat het gaat om geld waarvan het bestaan en de herkomst verborgen moesten blijven. Nu op geen enkele manier is gebleken of ook maar aannemelijk is geworden dat het geld legaal is verkregen, acht de rechtbank bewezen dat verdachte de verplaatsing van het geldbedrag heeft verborgen, alsmede dat hij dit bedrag voorhanden heeft gehad terwijl hij wist dat dit door misdrijf verkregen was.

4.4 De bewezenverklaring

Ten aanzien van parketnummer 09/665212-11:

hij op 9 januari 2011 in Spanje, van een geldbedrag van EUR 15.990,-, de verplaatsing heeft verborgen, terwijl hij wist dat dit geldbedrag - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was uit enig misdrijf

en

hij op 9 januari 2011 in Spanje, een geldbedrag van EUR 15.990,- voorhanden heeft gehad, terwijl hij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van dit geldbedrag wist dat het een door misdrijf verkregen geldbedrag betrof.

5. De strafbaarheid van de feiten

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Dit levert de in de beslissing genoemde strafbare feiten op.

6. De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is eveneens strafbaar, omdat niet is gebleken van omstandigheden die zijn strafbaarheid uitsluiten.

7. De straf/maatregel

7.1. De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat aan verdachte ten aanzien van het onder parketnummer 09/757199-11 en het onder parketnummer 09/665212-11 tenlastegelegde een gevangenisstraf van 8 maanden waarvan 4 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar zal worden opgelegd, onder aftrek van de tijd die verdachte, ook in Spanje, in voorarrest heeft doorgebracht.

7.2. Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft verzocht om bij de strafmaat rekening te houden met de tijd die door verdachte in voorarrest is doorgebracht, het feit dat de detentie in Spanje verdachte bijzonder zwaar is gevallen en de meerdaadse samenloop. Voorts heeft de verdediging verzocht rekening te houden met het feit dat de vriendin van verdachte zwanger is en in september is uitgerekend. Verdachte heeft ook zicht op werk hetgeen gefrustreerd zou worden indien hij opnieuw vast zou komen te zitten.

7.3. Het oordeel van de rechtbank

Na te melden straffen zijn in overeenstemming met de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gegrond op de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan tijdens het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het witwassen en helen van een geldbedrag van € 15.990,-.

Bij witwassen van opbrengsten van misdrijven gaat het om het verbergen of verhullen van de illegale herkomst van gelden of voorwerpen. Het doel hiervan is om die opbrengsten aan het zicht van politie en justitie te onttrekken. Deze handelwijze vormt een bedreiging van de legale economie en tast de integriteit van het financiële en economische verkeer aan. Bij dit type feiten dient de strafoplegging enerzijds de norm te bevestigen en anderzijds te voorkomen dat er recidive optreedt.

Door het voorhanden hebben van dit geldbedrag heeft verdachte geprofiteerd van geld dat door misdrijf is verkregen. Dergelijke handelingen houden de criminaliteit in stand en dienen daarom te worden tegengegaan en bestraft.

De rechtbank heeft kennis genomen van het uittreksel justitiële documentatie betreffende verdachte, waaruit naar voren komt dat verdachte weliswaar eerder en ook recent is veroordeeld wegens strafbare feiten, maar dat hij nog niet eerder is veroordeeld wegens soortgelijke feiten als thans zijn bewezen verklaard.

Voorts heeft de rechtbank acht geslagen op reclasseringsadvies van 15 april 2011. Hieruit komt naar voren dat het recidiverisico wordt ingeschat als laag gemiddeld. Verdachte handelt soms impulsief, maar lijkt er op gebrand om zijn toekomstgerichte doelen te behalen, ten behoeve van zijn gezin. Reclasseringstoezicht wordt niet geadviseerd, mede gelet op het feit dat verdachte geen hulpvraag heeft.

Gelet op straffen die in vergelijkbare zaken worden opgelegd en rekening houdend met hetgeen hierboven is uiteengezet alsmede de samenloop tussen de bewezenverklaarde feiten, is de rechtbank van oordeel dat een onvoorwaardelijke straf gelijk aan de duur die verdachte reeds in voorarrest heeft doorgebracht, passend en geboden is.

Daarnaast zal de rechtbank aan verdachte een voorwaardelijke straf opleggen om verdachte ervan te weerhouden in de toekomst opnieuw strafbare feiten te plegen. Gelet op hetgeen door de reclassering is overwogen, ziet de rechtbank geen aanleiding om reclasseringstoezicht op te leggen.

8. De vorderingen van de benadeelde partijen

8.1. De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geconcludeerd afwijzing van de vorderingen van de benadeelde partijen [benadeelde partij 1] en [benadeelde partij 2].

8.2. Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft de afwijzing van de vorderingen van de benadeelde partijen bepleit nu niet kan worden gesteld dat deze het rechtstreekse gevolg zijn van de aan verdachte tenlastegelegde feiten.

8.3. Het oordeel van de rechtbank

Ten aanzien van de vordering van [benadeelde partij 1]

[Benadeelde partij 1] heeft zich als benadeelde partij gevoegd ter zake van de vordering tot schadevergoeding, groot € 320.140,83.

Deze vordering is als volgt opgebouwd:

- spaargeld moeder € 36.000,-

- contant geld, opgenomen bij ING € 25.000,-

- contant geld (ongeveer) € 10.000,-

- dollars (ongeveer) € 1.144,12

- UK ponden (ongeveer) € 1.765,23

- verschillende valuta (ongeveer) € 1.090,65

- verzameling horloges € 236.200,-

- kosten taxatie horloges € 357,-

- kosten rechtsbijstand € 8.583,83

De rechtbank zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in zijn vordering tot schadevergoeding, aangezien aan de benadeelde partij niet rechtstreeks schade is toegebracht door de bewezenverklaarde feiten. De benadeelde partij kan de vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Dit brengt mee, dat de benadeelde partij dient te worden veroordeeld in de kosten die de verdachte tot aan deze uitspraak in verband met zijn verdediging tegen die vordering heeft moeten maken, welke kosten de rechtbank tot op heden begroot op nihil.

Ten aanzien van de vordering van [benadeelde partij 2]

[Benadeelde partij 2] heeft zich als benadeelde partij gevoegd ter zake van de vordering tot schadevergoeding, groot € 50.000,-.

De rechtbank zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in zijn vordering tot schadevergoeding, aangezien aan de benadeelde partij niet rechtstreeks schade is toegebracht door de bewezenverklaarde feiten. De benadeelde partij kan de vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Dit brengt mee, dat de benadeelde partij dient te worden veroordeeld in de kosten die de verdachte tot aan deze uitspraak in verband met zijn verdediging tegen die vordering heeft moeten maken, welke kosten de rechtbank tot op heden begroot op nihil.

9. De toepasselijke wetsartikelen

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen:

14a, 14b, 14c, 57, 416 en 420bis van het Wetboek van Strafrecht.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

10. De beslissing

De rechtbank,

verklaart niet wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het bij dagvaarding met parketnummer 09/757199-11 tenlastegelegde feit heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

verklaart wettig en overtuigend bewezen, dat de verdachte de bij dagvaarding met parketnummer 09/665212-11 onder het eerste cumulatief/alternatief en het onder het tweede cumulatief/alternatief tenlastegelegde feit heeft begaan en dat het bewezenverklaarde uitmaakt:

Ten aanzien parketnummer 09/665212-11, eerste cumulatief/alternatief:

Witwassen;

Ten aanzien van parketnummer 09/665212-11, tweede cumulatief/alternatief:

Opzetheling;

verklaart het bewezen verklaarde en de verdachte deswege strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

veroordeelt de verdachte tot:

een gevangenisstraf voor de duur van 118 (HONDERDACHTTIEN) DAGEN;

bepaalt dat de tijd, door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van het onvoorwaardelijk gedeelte van de hem opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht, voorzover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht;

bepaalt, dat een gedeelte van die straf, groot 30 (DERTIG) DAGEN niet zal worden tenuitvoergelegd, zulks onder de algemene voorwaarde, dat de veroordeelde zich voor het einde van de hierbij op 2 jaren vastgestelde proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

heft op het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte;

bepaalt dat de vordering niet-ontvankelijk is en dat de benadeelde [benadeelde partij 1] de vordering in zoverre slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;

veroordeelt de benadeelde partij in de kosten door de verdachte ter verdediging tegen die vordering gemaakt, tot op heden begroot op nihil;

bepaalt dat de vordering niet-ontvankelijk is en dat de benadeelde partij [benadeelde partij 2] de vordering in zoverre slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;

veroordeelt de benadeelde partij in de kosten door de verdachte ter verdediging tegen die vordering gemaakt, tot op heden begroot op nihil.

Dit vonnis is gewezen door

mr. Y.J. Wijnnobel-Van Erp, voorzitter,

mrs. M.H. Rochat en M.T. Renckens, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. V. van Rhijn, griffier,

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 8 juli 2011.

1 Waar hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal wordt - tenzij anders vermeld - bedoeld een ambtsedig proces-verbaal met nummer PL1571 2010262288-1, opgemaakt door de politie Haaglanden in de wettelijke vorm, door een of meer daartoe bevoegde opsporingsambtenaren (p. 1-1504)

2 Proces-verbaal bevindingen, p. 1218, 1219, 1226 en 1237

3 Koopcontract, p. 1251

4 P. 1261 en verhoorblad [naam] p. 1476

5 Verklaring van verdachte ter terechtzitting van 24 juni 2011

6 Rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel, p. 11

7 Proces-verbaal verhoor verdachte, p. 319

8 Proces-verbaal verhoor verdachte, p. 105, 106

9 Proces-verbaal verhoor verdachte, p. 325

10 Rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel, p. 11