Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2011:BR0223

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
29-06-2011
Datum publicatie
06-07-2011
Zaaknummer
09-758874-10
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft in wisselende samenstelling met een of meer medeverdachten ernstige strafbare feiten gepleegd waarbij door met name medeverdachten veelvuldig gebruik is gemaakt van fysiek geweld en bedreiging met geweld, al dan niet in combinatie met het gebruik van een vuurwapen en een mes. Gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden. Zie ook LJN: BQ9992, BR0143 en BR0183.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE

Sector Strafrecht

Meervoudige strafkamer

Parketnummer 09/758874-10

Datum uitspraak: 29 juni 2011

Tegenspraak

(Promis)

De rechtbank 's-Gravenhage heeft op de grondslag van de tenlastelegging en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte:

[verdachte (D)]

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1991,

adres: [adres].

thans gedetineerd in de penitentiaire inrichting "Haaglanden-Zoetermeer" te Zoetermeer.

1. Het onderzoek ter terechtzitting

Het onderzoek is gehouden ter terechtzittingen van 10 januari 2011, 6 april 2011 en 9 juni tot en met 15 juni 2011.

De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie mr. L.M. Robert en van hetgeen door de raadsman van verdachte mr. J.M. van Dam, advocaat te 's-Gravenhage, en door de verdachte naar voren is gebracht.

2. De tenlastelegging

Aan de verdachte is - na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting - ten laste gelegd dat:

1. (Vlaardingen)

hij op of omstreeks 29 juli 2010 te Vlaardingen en/of elders in Nederland tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met een ander of anderen met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening weg te nemen een of meer geldbedragen, geheel of ten dele toebehorende aan [bedrijf] en/of [eigenaar bedrijf], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), en daarbij die voorgenomen diefstal te doen voorafgaan en/of te doen vergezellen en/of te doen volgen van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [eigenaar bedrijf] en/of een of meer medewerkers van het bedrijf [bedrijf] te plegen met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of (een) aan andere

deelnemer(s) van dat misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

met een of meer van zijn mededader(s),

- (rijdende in een auto voorzien van gestolen kentekenplaten) is/zijn gereden naar het bedrijf [bedrijf] en/of

- voornoemd bedrijf heeft/hebben geobserveerd, en/of

- uit de auto is gestapt om naar het bedrijf te gaan en/of

- (daarbij) een of meer vuurwapens en/of een of meer bivakmutsen en/of een of meer tierips en/of een of meer handschoenen en/of een plattegrond van de

omgeving van het bedrijf [bedrijf] bij zich had(den),

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 afh/sub 1 Wetboek van Strafrecht

Subsidiair, indien het vorenstaande niet tot een bewezenverklaring en/of een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 juli 2010 tot en met 29 juli 2010 te Vlaardingen en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, ter voorbereiding van het met anderen of een ander, althans alleen, te plegen misdrijf waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van acht jaren of meer is gesteld, te weten het onder bedreiging van en/of met gebruik van een of meer vuurwapens wegnemen, althans afhandig maken, van een geldbedrag toebehorende aan [bedrijf] en/of [eigenaar b[eigenaar bedrijf], hetgeen zou opleveren diefstal met geweld en/of afpersing in vereniging, strafbaar gesteld in de artikelen 312 en/of 317 van het Wetboek van Strafrecht, althans een met anderen of een ander te plegen misdrijf waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van acht jaren of meer is gesteld, opzettelijk een of meer vuurwapen(s) en/of bivakmuts(en) en/of handschoenen en/of tierips en/of een auto voorzien van gestolen kentekenplaten en/of een plattegrond van de omgeving van het bedrijf [bedrijf] bestemd tot het begaan van dat misdrijf voorhanden heeft gehad;

art 46 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

2. (Leyweg deel 1)

hij op of omstreeks 30 juli 2010 te 's-Gravenhage, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk [B] wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en/of beroofd gehouden, immers heeft (hebben) hij verdachte en/of een of meer van zijn mededader(s) met dat opzet

- die [B] plaats laten nemen op de achterbank van een (driedeurs)auto, en/of

- meermalen, althans eenmaal, (dreigend) een vuurwapen, althans op een vuurwapen gelijkend voorwerp gericht op die [B] en/of (dreigend) een mes getoond aan die [B], en/of die [B] meermalen, althans eenmaal, geslagen, en/of

- (zo) een dreigende sfeer gecreëerd en/of in stand gehouden waardoor die [B] enige tijd werd belet/belemmerd zich vrijelijk te bewegen en/of te gaan en staan waar hij wilde gaan en/of staan;

art 282 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 afh/sub 1 Wetboek van Strafrecht

Subsidiair, indien het vorenstaande niet tot een bewezenverklaring en/of een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

[A] en/of [F] en/of [E] en/of een of meeer anderen op of omstreeks 30 juli 2010 te 's-Gravenhage, opzettelij[B] wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en/of beroofd gehouden, immers heeft (hebben) die [A] en/of [F] en/of [E] en/of een of meer anderen met dat opzet

- die [B] plaats laten nemen op de achterbank van een (driedeurs)auto, en/of

- meermalen, althans eenmaal, (dreigend) een vuurwapen, althans op een vuurwapen gelijkend voorwerp gericht op die [B] en/of (dreigend) een mes getoond aan die [B], en/of die [B] meermalen, althans eenmaal, geslagen, en/of

- (zo) een dreigende sfeer gecreëerd en/of in stand gehouden waardoor die [B] enige tijd werd belet/belemmerd zich vrijelijk te bewegen en/of te gaan en staan waar hij wilde gaan en/of staan,

Tot en/of bij het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 30 juli 2010 te 's-Gravenhage en/of elders in Nederland, meermalen, althans eenmaal, opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest door voornoemde auto te besturen;

3. (Leyweg deel 1 - vervolg)

hij op of omstreeks 30 juli 2010 te 's-Gravenhage, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen 190 euro, althans enig geldbedrag, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [B], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [B], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld bestond(en) uit het

- zeggen tegen die [B] dat die [B] geld moest betalen en/of geld van zijn

bankrekening moest pinnen en/of dat als die [B] geen geld zou hebben zijn

pols zou worden doorgesneden, althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking, en/of

- plaatsen en/of richten van een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, op het hoofd en/of de knie en/of het lichaam van die [B], en/of

- meermalen, althans eenmaal, slaan in het gezicht van die [B], en/of

- tonen van een mes aan die [B];

art 312 lid 2 afh/sub 2 Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 afh/sub 1 Wetboek van Strafrecht

en/of

hij op een of meer tijdstippen op of omstreeks 30 juli 2010 te 's-Gravenhage, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [B] heeft gedwongen tot de afgifte van 190 euro, in elk geval van enig geldbedrag, geheel of ten dele

toebehorende aan die [B], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welk geweld en/of welke bedreiging met geweld bestond(en) uit het

- zeggen tegen die [B] dat die [B] geld moest betalen en/of geld van zijn

bankrekening moest pinnen en/of dat als die [B] geen geld zou hebben zijn

pols zou worden doorgesneden, althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking, en/of

- plaatsen en/of richten van een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, op het hoofd en/of de knie en/of het lichaam van die [B], en/of

- meermalen, althans eenmaal, slaan in het gezicht van die [B], en/of

- tonen van een mes aan die [B];

art 317 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1/afh sub 1 Wetboek van Strafrecht

Subsidiair, indien het vorenstaande niet tot een bewezenverklaring en/of een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

[A] en/of [F] en/of [E] en/of een of meer anderen op of omstreeks 30 juli 2010 te 's-Gravenhage, althans in Nederland, met het oogmerk van

wederrechtelijke toe-eigening heeft/hebben weggenomen 190 euro, althans enig geldbedrag, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan die [B], in elk geval aan een ander of anderen dan aan die [A] en/of [F] en/of [E] en/of (een) ander(en), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [B], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld bestond(en) uit het

- zeggen tegen die [B] dat die [B] geld moest betalen en/of geld van zijn

bankrekening moest pinnen en/of dat als die [B] geen geld zou hebben zijn

pols zou worden doorgesneden, althans woorden van gelijke dreigende aard en/of

strekking, en/of

- plaatsen en/of richten van een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend

voorwerp, op het hoofd en/of de knie en/of het lichaam van die [B], en/of,

- meermalen, althans eenmaal, slaan in het gezicht van die [B], en/of

- tonen van een mes aan die [B];

tot en/of bij het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 30 juli 2010 te 's

Gravenhage en/of elders in Nederland, meermalen, althans eenmaal, opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest door de auto te besturen waarin die [A] en/of [F] en/of [B] zaten en/of voornoemde [A] en/of [F] en/of [B] te brengen naar een pinautomaat;

art 312 lid 2 afh/sub 2 Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 afh/sub 1 Wetboek van Strafrecht

art 48 ahf/sub 1 en 2 Wetboek van Strafrecht

en/of

[A] en/of [F] en/of [E] en/of een of meer anderen op een of

meer tijdstippen op of omstreeks 30 juli 2010 te 's-Gravenhage, althans in Nederland, met

het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [B] heeft gedwongen tot de afgifte van 190 euro, in elk geval van enig geldbedrag, geheel of ten dele toebehorende aan die [B], in elk geval aan een ander of anderen dan aan die [A] en/of [F] en/of [E] en/of (een) ander(en), welk geweld en/of welke bedreiging met geweld bestond(en) uit het

- zeggen tegen die [B] dat die [B] geld moest betalen en/of geld van zijn

bankrekening moest pinnen en/of dat als die [B] geen geld zou hebben zijn

pols zou worden doorgesneden, althans woorden van gelijke dreigende aard of

strekking, en/of

- plaatsen en/of richten van een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend

voorwerp, op het hoofd en/of de knie en/of het lichaam van die [B], en/of,

- meermalen, althans eenmaal, slaan in het gezicht van die [B], en/of

- tonen van een mes aan die [B];

tot en/of bij het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 30 juli 2010 te 's-Gravenhage en/of elders in Nederland, meermalen, althans eenmaal, opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest door de auto te besturen waarin die [A] en/of [F] en/of [B] zaten en/of voornoemde [A] en/of [F] en/of [B] te brengen naar een pinautomaat;

art 317 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 47 lid l/afh sub 1 Wetboek van Strafrecht

art 48 ahf/sub 1 en 2 Wetboek van Strafrecht

4. (Leyweg deel 2)

hij op of omstreeks 30 juli 2010 te 's-Gravenhage, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, ter uitvoering van het voorgenomen misdrijf om met een ander of anderen met het oogmerk om zich en/of zijn

mededader(s) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [B] te dwingen tot afgifte van ongeveer 6000 euro, althans enig geldbedrag, geheel of ten dele toebehorende aan die [B] voornoemd, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders

- die [B] heeft gedwongen te knielen, en/of

- een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, op het hoofd van die [B] heeft geplaatst, en/of

- die [B] meermalen, althans eenmaal, een klap heeft gegeven met een

vuurwapen, althans met een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, tegen/op het hoofd van die [B] en/of

- tegen die [B] gezegd dat die [B] binnen 10 dagen 6000 euro aan hem/hen, verdachte(n), moest afgeven,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

art 317 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

art 45 Wetboek van Strafrecht

Subsidiair, indien het vorenstaande niet tot een bewezenverklaring en/of een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

[A] en/of [F] en/of [E] en/of een of meer anderen op of

omstreeks 30 juli 2010 te 's-Gravenhage, althans in Nederland, ter uitvoering van het

voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich en/of zijn mededader(s) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [B] te dwingen tot afgifte van ongeveer 6000 euro, althans enig geldbedrag, geheel of ten dele toebehorende aan die [B] voornoemd, in elk geval een ander of anderen dan aan die [A] en/of [F] en/of [E] en/of (een) ander(en)

- die [B] heeft gedwongen te knielen, en/of

- een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, op het hoofd van die [B] heeft geplaatst, en/of

- die [B] meermalen, althans eenmaal, een klap heeft gegeven met een

vuurwapen, althans met een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, tegen/op het

hoofd van die [B] en/of

- tegen die [B] gezegd dat die [B] binnen 10 dagen 6000 euro aan hem/hen,

verdachte(n), moest afgeven,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid,

tot en/of bij het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 30 juli 2010 te 's-Gravenhage en/of elders in Nederland, meermalen, althans eenmaal, opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest door voornoemde [A] en/of [F] en/of [B] met een auto te vervoeren en/of door op de uitkijk te staan;

art 317 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

art 45 Wetboek van Strafrecht

art 48 ahf/sub 1 en 2 Wetboek van Strafrecht

Meer subsidiair, indien het vorenstaande niet tot een bewezenverklaring en/of een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 30 juli 2010 te 's-Graveuhage, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, [B] meermalen, althans eenmaal, heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(s) (telkens) opzettelijk dreigend

- die [B] gedwongen te knielen, en/of

- een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, op het hoofd van die [B] geplaatst, en/of

- die [B] meermalen, althans eenmaal, een klap gegeven met een vuurwapen, althans met een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, tegen/op het hoofd van die [B];

art 285 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 47 lid l/afh sub 1 Wetboek van Strafrecht

Meest subsidiair, indien het vorenstaande niet tot een bewezenverklaring en/of een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

[A] en/of [F] en/of [E] en/of een of meer anderen op of

omstreeks 30 juli 2010 te 's-Gravenhage, althans in Nederland, [B] meermalen,

althans eenmaal, heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware

mishandeling, immers heeft/hebben [A] en/of [F] en/of [E] en/of een of meer anderen (telkens) opzettelijk dreigend

- die [B] gedwongen te knielen, en/of

- een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, op het hoofd van die [B] geplaatst, en/of

- die [B] meermalen, althans eenmaal, een klap gegeven met een

vuurwapen, althans met een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, tegen/op het

hoofd van die [B],

tot en/of bij het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 30 juli 2010 te 's

Gravenhage en/of elders in Nederland, meermalen, althans eenmaal, opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest door voornoemde [A] en/of [F] en/of [B] met een auto te vervoeren en/of door op de uitkijk te staan;

art 285 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1/afh sub 1 Wetboek van Strafrecht

art 48 ahf7sub 1 en 2 Wetboek van Strafrecht

5. (Polo deel 1)

hij op of omstreeks 01 augustus 2010 te 's-Gravenhage, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met een ander of anderen met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een kelderbox gelegen aan de [adres 1], althans een kelderbox behorende bij het perceel gelegen aan de [adres 2], weg te (doen) nemen goederen en/of geld van zijn/hun gading, geheel of ten dele toebehorende aan [X], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) en zich daarbij de toegang tot die

kelderbox te verschaffen en/of die/dat weg te nemen goederen en/of geld van zijn gading onder zijn/hun bereik te (doen) brengen door middel van braak, verbreking en/of inklimming,

met een of meer van zijn mededader(s), althans alleen,

- een ruit van een toegangsdeur met een koevoet, althans een voorwerp, heeft ingegooid en/of heeft ingeslagen en/of heeft geforceerd en/of

- het slot van de deur van de kelderbox met een koevoet en/of schroevendraaier, althans een voorwerp, heeft geopend en/of heeft geforceerd,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1/afh sub 1 Wetboek van Strafrecht

Subsidiair, indien het vorenstaande niet tot een bewezenverklaring en/of een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

[C] en/of een of meer anderen op of omstreeks 01 augustus 2010 te 's-Gravenhage ter uitvoering van door [C] en/of een ander of anderen voorgenomen misdrijf om met het met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een kelderbox gelegen aan de [adres 1], althans een kelderbox behorende bij het perceel gelegen aan de [adres 2], weg te (doen) nemen goederen en/of geld van zijn/hun gading, geheel of ten dele toebehorende aan [X], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) en zich daarbij de toegang tot die kelderbox te verschaffen en/of die/dat weg te nemen goederen en/of geld van zijn gading onder zijn/hun bereik te (doen) brengen door middel van braak, verbreking en/of inklimming,

met een of meer van zijn mededader(s), althans alleen,

- een ruit van een toegangsdeur met een koevoet, althans een voorwerp, heeft ingegooid en/of heeft ingeslagen en/of heeft geforceerd en/of

- het slot van de deur van de kelderbox met een koevoet en/of schroevendraaier, althans een voorwerp, heeft geopend en/of heeft geforceerd,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid, tot en/of bij het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 01 augustus 2010 te 's-Gravenhage en/of elders in Nederland, meermalen, althans eenmaal, opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest door op de uitkijk te staan;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1/afh sub 1 Wetboek van Strafrecht

art 48 ahf/sub 1 en 2 Wetboek van Strafrecht

6. (Polo deel '2' - geweldshandelingen)

hij op of omstreeks 01 augustus 2010 te 's-Gravenhage, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, [C] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(s) opzettelijk dreigend een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, geplaatst op de borst en/of buik, althans het lichaam, van die [C];

art 285 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1/afh sub 1 Wetboek van Strafrecht

en/of

hij op of omstreeks 01 augustus 2010 te 's-Gravenhage, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, [C] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(s) opzettelijk dreigend een mes getoond aan die [C] en/of met een mes een of meer steekbewegingen gemaakt richting het been, althans het lichaam, van die [C];

art 285 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1/afh sub 1 Wetboek van Strafrecht

en/of

hij op of omstreeks 01 augustus 2010 te 's-Gravenhage, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk een persoon (te weten [C]) met een mes heeft gesneden in het gezicht en/of meermalen, althans eenmaal, in het gezicht en/of tegen het lichaam heeft geslagen, waardoor voornoemde [C] letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden

art 300 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1/afh sub 1 Wetboek van Strafrecht

7. (Polo deel 3)

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 30 juli 2010

tot en met 1 augustus 2010 te 's-Gravenhage en/of Nootdorp, gemeente

Pijnacker-Nootdorp, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [C] heeft gedwongen tot de afgifte van 110 euro, in elk geval enig geldbedrag, geheel of ten dele toebehorende aan die [C], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welk geweld en/of welke bedreiging met geweld bestond(en) uit het

- het meermalen, althans eenmaal, slaan tegen het gezicht, althans het lichaam, van die [C] en/of

- het dichtknijpen van de keel van die [C], en/of

- het zeggen tegen die [C] dat hij geld moest betalen;

art 317 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1/afh sub 1 Wetboek van Strafrecht

Subsidiair, indien het vorenstaande niet tot een bewezenverklaring en/of een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

[A] op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 30 juli 2010 tot en met 1 augustus 2010 te 's-Gravenhage en/of Nootdorp, gemeente Pijnacker-Nootdorp, althans in Nederland, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [C] heeft gedwongen tot de afgifte van 170 euro, in elk geval enig geldbedrag, geheel of ten dele toebehorende aan die [C], in elk geval aan een ander of anderen dan aan die [A], welk geweld en/of welke bedreiging met geweld bestond(en) uit het

- het meermalen, althans eenmaal, slaan tegen het gezicht, althans het lichaam, van die [C] en/of

- het dichtknijpen van de keel van die [C], en/of

- het zeggen tegen die [C] dat hij geld moest betalen,

tot en/of bij het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 01 augustus 2010 te 's-Gravenhage en/of elders in Nederland, meermalen, althans eenmaal, opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest door die [C] en/of [A] naar een pinautomaat te brengen;

art 317 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 2 ahf7sub 2 Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1/afh sub 1 Wetboek van Strafrecht

art 48 ahl/sub 1 en 2 Wetboek van Strafrecht

8. (Polo deel 3 - vervolg)

hij op of omstreeks 1 augustus 2010 te 's-Gravenhage en/of Nootdorp, gemeente Pijnacker

Nootdorp, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, ter uitvoering van het voorgenomen misdrijf om met een ander of anderen met het oogmerk om

zich en/of zijn mededader(s) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging

met geweld [C] te dwingen tot afgifte van ongeveer 1000 euro, althans enig geldbedrag, geheel of ten dele toebehorende aan die [C] voornoemd, in elk geval een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders

- meermalen, althans eenmaal, tegen het gezicht, althans het lichaam, van die [C] heeft geslagen en/of

- de keel van die [C] heeft dichtgeknepen en/of

- tegen die [C] heeft gezegd dat als [C] nu niet naar zijn vriendin zou gaan om geld te halen het lichaam van die [C] worden opgesneden met een mes, althans woorden van gelijke strekking en aard,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

art 317 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

art 47 lid l/afh sub 1 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

Subsidiair, indien het vorenstaande niet tot een bewezenverklaring en/of een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

[A] op of omstreeks 1 augustus 2010 te 's-Gravenhage en/of Nootdorp, gemeente Pijnacker-Nootdorp, althans in Nederland, ter uitvoering van het door S.R.

[A] voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [C] te dwingen tot afgifte

van ongeveer 1000 euro, althans enig geldbedrag, geheel of ten dele toebehorende aan die [C] voornoemd, in elk geval aan een ander dan die [A],

- meermalen, althans eenmaal, tegen het gezicht, althans het lichaam, van die [C] heeft geslagen en/of

- de keel van die [C] heeft dichtgeknepen en/of

- tegen die [C] heeft gezegd dat als [C] nu niet naar zijn vriendin zou gaan om geld te halen het lichaam van die [C] zou worden opengesneden met een mes, althans woorden van gelijke strekking en aard,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid,

tot en/of bij het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 01 augustus 2010 te 's-Gravenhage en/of elders in Nederland, meermalen, althans eenmaal, opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest door die [C] en/of [A] naar de vriendin van [C] te brengen;

art 317 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 2 aht7sub 2 Wetboek van Strafrecht

art 47 lid l/afh sub 1 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 48 ahf/sub 1 en 2 Wetboek van Strafrecht

9. (Korrel - vuurwapens)

hij op een of meer tijdstippen in de periode van 29 juli 2010 tot en met 24 augustus 2010 te 's-Gravenhage en/of Rijswijk en/of Vlaardingen, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, een vuurwapen als bedoeld in artikel 2 lid 1 van categorie III van de Wet wapens en munitie, te weten een vuurwapen van het kaliber 7.65 mm (telkens) voorhanden heeft gehad.

De in deze telastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voorzover daaraan in de Wet wapens en munitie betekenis is gegeven, geacht in dezelfde betekenis te zijn gebezigd;

art 26 lid 1 Wet wapens en munitie

art 55 lid 3 ahf/sub a Wet wapens en munitie

art 47 lid l/afh sub 1 Wetboek van Strafrecht

en/of

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 29 juli 2010 tot en met 24 augustus 2010 te 's-Gravenhage en/of Rijswijk en/of Vlaardingen, althans in Nederland, meermalen, althans eenmaal (een) wapen(s) van categorie 1 onder 7°, te weten een C02-pistool, zijnde (een) voorwerp dat voor wat betreft zijn vorm en afmetingen een sprekende gelijkenis vertoonde met een vuurwapen en/of met een voor ontploffing bestemde voorwerp (telkens) voorhanden heeft gehad.

De in deze telastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voorzover

daaraan in de Wet wapens en munitie betekenis is gegeven, geacht in dezelfde

betekenis te zijn gebezigd.

art3l lid 1 Wetwapens en munitie

art 47 lid l/afh sub 1 Wetboek van Strafrecht

3. Het bewijs

3.1 Het standpunt van de officier van justitie

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte zich, al dan niet samen met een ander of anderen, schuldig heeft gemaakt aan een poging overval, een wederrechtelijke vrijheidsberoving, tweemaal een afpersing/diefstal met geweld en tweemaal een poging daartoe, een poging inbraak, een mishandeling, een bedreiging meermalen gepleegd, en het voorhanden hebben van een vuurwapen en een gaspistool.

De officier van justitie heeft gevorderd dat de rechtbank verdachte zal vrijspreken van het onder 9 alternatief/cumulatief tenlastegelegde feit en wettig en overtuigend bewezen zal verklaren dat verdachte feit 1 primair, 2, 3 primair eerste en tweede alternatief/cumulatief, 4 primair, 5 primair, 6 eerste, tweede en derde alternatief/cumulatief, 7 primair en 8 primair heeft begaan.

3.2 Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich ten aanzien van zaaksdossier (ZD) Vlaardingen, hetgeen onder 1 ten laste is gelegd, primair op het standpunt gesteld dat er geen sprake zou zijn geweest van een poging, nu het voornemen van verdachte en zijn medeverdachten om een misdrijf te plegen zich nog niet door een begin van uitvoering had geopenbaard. Cliënt dient alleen daarom al van het primair tenlastegelegde te worden vrijgesproken, aldus de raadsman.

Subsidiair, indien de rechtbank de raadsman niet volgt in vrijspraak van het primair ten laste gelegde, heeft de raadsman aangevoerd dat er sprake zou zijn van vrijwillige terugtred ten aanzien van de poging overval. De overval is gestaakt vanwege omstandigheden van de wil van cliënt afhankelijk en niet de angst voor ontdekking. Cliënt dient dan ook te worden ontslagen van alle rechtsvervolging.

Voorts heeft de raadsman ten aanzien van de subsidiair ten laste gelegde voorbereidingshandelingen eveneens ontslag van alle rechtsvervolging bepleit, nu er naar zijn mening ook hier sprake is geweest van vrijwillige terugtred.

Ten aanzien van ZD Leyweg, delen I en II, hetgeen onder 2, 3 en 4 ten laste is gelegd, heeft de raadsman algehele vrijspraak bepleit. De (gewelds)handelingen genoemd in de gedachtestreepjes, zoals opgenomen in de desbetreffende tenlasteleggingen, zijn immers allen niet door zijn cliënt gepleegd. Voorts heeft de raadsman aangevoerd dat er geen sprake is geweest van een nauwe en bewuste samenwerking tussen zijn cliënt en de medeverdachten, zodat er ook in die zin niet gesproken kan worden van medeplegen. Cliënt heeft weliswaar de auto bestuurd, maar was niet op de hoogte van afspraken en/of plannen gericht op hetgeen aangever [B] is overkomen, aldus de raadsman. Gezien de dreigende en onmogelijke situatie waarin zijn cliënt zich bevond, kan het feit dat hij zich niet volledig heeft gedistantieerd naar de mening van de raadsman voorts niet aan zijn cliënt worden tegengeworpen.

Wat betreft de onder subsidiair tenlastegelegde medeplichtigheid heeft de raadsman aangevoerd dat ook daarvan geen sprake kan zijn, nu verdachte geen (voorwaardelijk) opzet heeft gehad op de ten laste gelegde gronddelicten.

.

Voor wat betreft ZD Polo, deel 1, zoals ten laste gelegd onder 5, heeft de raadsman zich ten aanzien van de poging tot inbraak gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. Voor wat betreft ZD Polo, delen 2 en 3, hetgeen onder 6, 7 en 8 ten laste is gelegd, heeft de raadsman aangegeven dat hetgeen hij ten aanzien van ZD Leyweg heeft aangevoerd, overeenkomstig van toepassing is op de feiten die onder ZD Polo delen 2 en 3 ten laste zijn gelegd.

Tot slot heeft de raadsman ten aanzien van ZD Korrel, hetgeen onder 9 ten laste is gelegd, conform de officier van justitie vrijspraak bepleit wegens het ontbreken van beschikkingsmacht en handelingsbevoegdheid van zijn cliënt.

3.3 De beoordeling van de tenlastelegging

Algemeen

Medeverdachte [A] heeft als bijnaam "[bijnaam A]".1 Medeverdachte [F] wordt "[bijnaam F]" of "[bijnaam F]"2 genoemd, medeverdachte [E] "[bijnaam E]"3 en medeverdachte [H] "[bijnaam H]"4.

Vlaardingen

Verklaring van de verdachte

Verdachte heeft verklaard dat hij medeverdachte [B] in contact heeft gebracht met medeverdachte [A]. Medeverdachte [B] heeft verdachte en medeverdachte [A] verteld over een transportbedrijf van zijn oom. Daar zouden twee mannen komen, een Poolse man en een Hindoestaanse man. Er zou sprake zijn van een tasje met daarin ongeveer € 15.000,- tot € 20.000,-. Medeverdachte [A] heeft dit vervolgens weer aan medeverdachte [E] verteld. Vervolgens is er een week overheen gegaan en er is meerdere keren over gesproken. De opbrengst zou worden verdeeld tussen medeverdachte [A] en medeverdachte [E] 5. Medeverdachte [A] zou op zijn beurt een deel aan onder meer medeverdachte [B] geven. Voorts zijn de verdachte, medeverdachte Van [A] en medeverdachte [B] gezamenlijk naar het bedrijf gereden waar medeverdachte [B] onder meer de locatie van het bedrijf, de camera's en een plek waar de auto geparkeerd kon worden, heeft laten zien.6

Verdachte heeft voorts verklaard dat de overval zou plaats vinden op een donderdag.7 Die dag is hij met zijn auto, voorzien van gestolen nummerborden, samen met medeverdachten [A] en [F] naar Vlaardingen gereden. Medeverdachte [F] had een tasje bij zich met daarin twee wapens en tie-wraps.8 Verdachte moest voor de bivakmutsen, handschoenen en ducktape zorgen.9 Er was ook een plattegrond, waarop medeverdachte [B] had aangewezen waar de camera's stonden.10 Op de bewuste dag hebben verdachte, [F] en [A] aldaar met de auto achter de bosjes gestaan11. Op dat moment zagen zij de vrachtwagen al staan12. Naast de vrachtwagen stond een gele bus. Op enig moment is medeverdachte [A] uit de auto gestapt. Kort hierop is medeverdachte [A] weer in de auto gestapt. Op enig moment hebben zij alle drie in de auto hun bivakmuts opgezet. Wat betreft de wapens heeft de verdachte verklaard dat medeverdachte [F] die avond in de auto in antwoord op een vraag van medeverdachte [A] heeft gezegd dat het om echte vuurwapens ging.13 [F] zou ook hebben gezegd dat een van de twee wapens een 7.65 mm betrof.14 Verdachte heeft daarnaast het CO2-pistool aangewezen als een wapen dat aanwezig was op de avond van de overval.15 Hij heeft gezien dat medeverdachte [F] in de auto een wapen aan medeverdachte [A] heeft gegeven. Verdachte heeft gezien dat medeverdachte [A] de slede van dit wapen naar achteren haalde en op dat moment heeft verdachte een kogel gezien. Verder heeft hij medeverdachte [F] het wapen horen doorladen.16

Op enig moment is de gele bus met groot licht het bedrijventerrein afgereden. Verdachte en zijn medeverdachten zijn vervolgens met gedoofde lichten achter de bestelbus aangereden en hebben het bedrijventerrein verlaten.

Verdachte heeft medeverdachte [A] horen zeggen dat hij de oom van [B] wel door de knieën zou schieten.17

De verklaring van medeverdachte [B]

Medeverdachte [B] heeft verklaard18 dat hij financiële problemen had en dat hij dat heeft besproken met verdachte. Ook heeft hij het idee met verdachte besproken om het bedrijf van zijn oom in Vlaardingen, genaamd [bedrijf], te overvallen. Verdachte heeft tegen medeverdachte [B] gezegd dat hij wel wat jongens kende die hem konden helpen. Medeverdachte [B] heeft vervolgens een plattegrond gemaakt met daarop de situatie ter plaatse, waaronder de indeling van het pand van [bedrijf] en de locaties van de beveiligingscamera's. Verder heeft hij verteld hoe laat de vrachtwagen zou arriveren, hoeveel mensen er bij het bedrijf aanwezig zouden zijn, hoe deze mensen er uit zouden zien en wat de hoogte zou zijn van het bedrag aan contanten dat ter plaatse aanwezig zou zijn. Ook heeft hij met verdachte en medeverdachte [A] de omgeving van het bedrijf in Vlaardingen verkend.19

Voorts heeft medeverdachte [B] verklaard dat hij medeverdachte [A] met medeverdachte [E] heeft horen bellen. Zij bespraken hoe ze de overval zouden aanpakken en dat medeverdachte [A] drie echte pistolen mee wou en een neppe.20 Ook heeft medeverdachte [A] gezegd dat hij de eigenaar van het bedrijf, tevens de oom van medeverdachte [B], in zijn been zou schieten.21 Volgens medeverdachte [B] zou het plan zijn geweest om de man met het tasje met geld te pakken en dan te schieten. Het zou binnen plaatsvinden en het personeel zou vastgebonden worden met tie-wraps.22

Verklaring van medeverdachte [A]

Medeverdachte [A] heeft verklaard dat hij via verdachte in contact is gekomen met medeverdachte [B]. Het zou gaan over een vrachtwagen uit Duitsland waar een Poolse man in zou zitten met een enveloppe met € 20.000,- à € 30.000,-. Deze Pool zou overmeesterd moeten worden en zou het geld afhandig gemaakt moeten worden.

Medeverdachte [A] heeft vervolgens verdachte in contact gebracht met iemand die ook wel geïnteresseerd was.23 De plattegrond is door medeverdachte [B] getekend.24 Medeverdachte [A] is bij het betreffende bedrijf gaan posten. Op de avond van de overval zijn verdachte en medeverdachten [A] en [F] naar Vlaardingen gereden. Onderweg hebben ze de kentekenplaten van de auto van verdachte verwisseld voor gestolen kentekenplaten. Verdachte had bivakmutsen en handschoenen gekocht.25 Ook was er ducktape meegenomen. Er was een tas waar alle spullen in zaten.

Voorts heeft medeverdachte [A] verklaard26 dat hij zich kan herinneren dat medeverdachten [E] en [G] samen een huis binnen zijn gegaan. Medeverdachte [F] moest op dat moment op de auto letten van medeverdachte [E]. Medeverdachten [E] en [G] zijn vervolgens teruggekomen met een rugtas en hebben die aan medeverdachte [F] meegegeven.Tot slot heeft medeverdachte [A] verklaard dat hij en medeverdachte [E] ieder de helft van het geld zouden krijgen en hun deel vervolgens weer in hun eigen groep verder zouden verdelen.27

De verklaring van medeverdachte [F]

Medeverdachte [F] heeft verklaard dat verdachte en medeverdachte [A] tegen hem en medeverdachte [E] hadden gezegd dat zij een klusje hadden waar zij € 30.000,- mee konden verdienen. Het ging om een transportbedrijf van de oom van medeverdachte [B]. Medeverdachte [F] is vervolgens op een avond samen met verdachte en medeverdachte [A] naar het transportbedrijf gegaan.28 Medeverdachte [F] had een rugzakje met een touwtje erin bij zich.29

Verklaring van medeverdachte [E]

Medeverdachte [E] heeft verklaard dat hij van medeverdachte [F] had gehoord dat medeverdachte [B] de verdachte en medeverdachten [F] en [A] had gestuurd om een vrachtwagen te rippen. Ze hadden in ieder geval twee vuurwapens bij zich.30 De overval zou zijn mislukt omdat er allemaal bewaking of politie was.

Verklaring van medeverdachte [G]

Medeverdachte [G] heeft verklaard dat verdachte en medeverdachten [A] en [F] de overval gingen plegen en dat zij een CO2-pistool en een [merk] bij zich hadden.31

Verklaring van verdachte [C] (ZD Polo)

Verdachte [C] heeft verklaard dat hij de kentekenplaten in de nacht van woensdag 28 juli 2010 op donderdag 29 juli 2010 heeft gestolen. Verdachte heeft de kentekenplaten op donderdagochtend, 29 juli 2010, opgehaald omdat ze de platen die dag nodig hadden.32

Verklaring van getuige [getuige 1]

Getuige [getuige 1] heeft verklaard dat er tussen 17 juli 2010 en 31 juli 2010 in de avond iets is gebeurd.33 Hij was die avond bij het bedrijf aanwezig. Toen hij weg wilde rijden in zijn gele bedrijfsauto, een Mercedes Sprinter, zag hij tegenover het bedrijf aan de overkant van de straat een kleine personenauto staan. Vervolgens heeft hij het groot licht aangezet. Hij zag op de bestuurdersstoel en de bijrijderstoel personen zitten. Hij heeft een rondje gereden en bij terugkomst heeft hij nogmaals het groot licht aangedaan. Op dat moment zag hij een manspersoon, gekleed in een lange zwarte glimmende jas met bontkraag met de capuchon over zijn hoofd, de bosschages uitlopen en links achterin de kleine personenauto stappen.34 Vervolgens is de getuige weggereden en werd hij gevolgd door de personenauto waarvan de lichten waren gedoofd. Uiteindelijk is de personenauto de andere kant opgereden.

Verklaring van getuige [getuige 2]

Getuige [getuige 2] heeft verklaard dat haar man in de periode van 17 juli 2010 tot en met 31 juli 201035 in Suriname verbleef. In die periode, op een donderdag36, was zij in hun bedrijf aanwezig toen de vrachtwagen van het bedrijf terug kwam van zijn ritten. Op een gegeven moment is getuige [getuige 1] met de gele bedrijfsauto37 naar huis gegaan. Onderweg belde hij dat hij bij het wegrijden een verdacht persoon had gezien, die op een warme dag in een dikke jas liep.38 Hierop is hij naar het bedrijf teruggekeerd en heeft hij de boel in de gaten gehouden.

Bevindingen aangetroffen spullen bij doorzoeking Volkswagen Polo

In de witte Volkswagen Polo van verdachte is een situatieschets en een navigatiesysteem aangetroffen. Uit de data van het navigatiesysteem blijkt dat het adres [adres] te Vlaardingen is ingevoerd. Na onderzoek op het internet wordt geconcludeerd dat de situatieschets gedetailleerd overeen komt met de locatie [adres] te Vlaardingen. Derhalve kan worden vastgesteld dat genoemde locatie de locatie betreft alwaar een overval was beraamd.39 Op het adres [adres] te Vlaardingen blijkt het bedrijf [bedrijf] gevestigd te zijn.40

Oordeel van de rechtbank

Uit bovenstaande verklaringen volgt dat de verdachte op 29 juli 2010 samen met medeverdachten [A] en [F] naar Vlaardingen is gegaan met als doel het plegen van een overval op (een geldloper[bedrijf]rijf [bedrijf] te Vlaardingen. Zij hebben hiertoe voorbereidingshandelingen uitgevoerd, namelijk het eerder die week verkennen van de locatie van de voorgenomen overval door verdachte en medeverdachten [A] en [B], de aanschaf van bivakmutsen, handschoenen en ducktape, het meenemen van tie-wraps, het door medeverdachte [B] laten maken van een plattegrond van het bedrijf met daarop aangegeven de locaties van de camera's en het voorzien van de auto van verdachte van gestolen kentekenplaten op 29 juli 2010. Voorts hebben verdachte en medeverdachten [A] en [F] het bedrijf op 29 juli 2010 geobserveerd. In de auto waren op dat moment een vuurwapen en een C02-wapen aanwezig. Voorts staat vast dat medeverdachte [A] op enig moment uit de auto is gestapt. Nu hierover door verdachte en zijn medeverdachten verschillende en tegenstrijdige verklaringen zijn afgelegd, laat de rechtbank in het midden of de medeverdachte [A] op dat moment alleen zijn capuchon of een bivakmuts op had en of hij een vuurwapen in zijn hand had. Voorts kan de rechtbank niet met voldoende zekerheid vaststellen op welk moment medeverdachte [A] precies is uitgestapt en wat hij op dat moment van plan was te gaan doen. Onder deze omstandigheden kan derhalve niet worden vastgesteld dat de handelingen die verdachte en zijn medeverdachten tot het moment dat zij zijn weggereden hebben verricht van dien aard zijn dat het niet anders kan dan dat zij naar hun uiterlijke verschijningsvorm moeten worden beschouwd als te zijn gericht op de voltooiing van het misdrijf. Dit betekent dat de rechtbank tot de conclusie komt dat niet bewezen kan worden geacht dat sprake is geweest van een begin van uitvoering van de overval en daarmee van een strafbare poging. De rechtbank zal de verdachte dan ook vrijspreken van de primair ten laste gelegde poging tot overval.

Uit het hierboven weergegeven bewijsmiddelen volgt dat door de verdachte en zijn medeverdachten de tenlastegelegde voorbereidingshandelingen, in de zin van art. 46 Sr, met het oog op de gezamenlijke uitvoering van een diefstal met geweld waren voltooid. Wat betreft dit onder 1 subsidiair ten laste gelegde feit heeft de raadsman aangevoerd dat sprake is van vrijwillige terugtred bij de verdachte, nu hij het voornemen van het plegen van de overval heeft afgebroken op het moment dat hij een vrouw en een kind/kinderen zag. De rechtbank overweegt als volgt. Zowel verdachte als zijn medeverdachten [A] en [F] hebben verklaard dat zij na aankomst ter plaatse op enig moment een vrouw en een kind/kinderen bij het bedrijf hebben gezien. Voorts hebben zij ieder voor zich verklaard dat dit (mede) de reden was waarom zij uiteindelijk hun plan niet hebben doorgezet en zijn weggereden. Nog daargelaten dat de aanwezigheid van onverwachte personen in het bedrijf niet kan worden aangemerkt als een van de wil van verdachte afhankelijke omstandigheid (vgl. HR 27 november 2001, LJN AD4484), geldt dat uit de verklaringen van verdachte en zijn medeverdachten blijkt dat de verdachte en zijn medeverdachten na het zien van de vrouw en kind(eren) niet direct zijn vertrokken. Verdachte en zijn medeverdachten zijn nog enige tijd op hun positie gebleven, kennelijk om af te wachten "wat er verder zou gebeuren". Voorts hebben verdachte en zijn medeverdachten allen verklaard over een groot licht, afkomstig van een (bestel)bus die op het terrein van [bedrijf] stond geparkeerd en in hun richting scheen, hetgeen toen bij verdachten de indruk zou hebben gewekt dat men bij het bedrijf [bedrijf] 'iets in de gaten had'. Dit zou volgens verdachte (mede) de reden zijn geweest dat medeverdachte [A] weer plaatsnam in de auto, nadat hij eerder was uitgestapt. Vervolgens hebben verdachte en zijn medeverdachten het bedrijventerrein opzettelijk bij de eerste mogelijkheid met gedoofde lichten verlaten en zijn in de richting van Delft gereden. Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat de doorslaggevende reden om de overval te staken het vermoeden van betrapping door één van de medewerkers van het bedrijf is geweest. Nu een besluit waartoe men door omstandigheden (zoals een groot risico op ontdekking) wordt gedwongen niet kan gelden als een omstandigheid van de wil van de dader afhankelijk als bedoeld in art. 46b Sr, zal de rechtbank het verweer verwerpen.

Leyweg deel 1 en 2

De rechtbank is ten aanzien van het ZD Leyweg van oordeel dat de verdachte van de ten laste gelegde feiten dient te worden vrijgesproken. De rechtbank overweegt daartoe dat deze feiten de eerste in een reeks van gepleegde gewelddadige feiten zijn geweest. Uit geen van de bewijsmiddelen kan volgen dat de verdachte op dat moment op de hoogte was van de voorgenomen (gewelds)handelingen door medeverdachten [A], [F] en [E], noch dat hij op grond van eerdere ervaringen met die medeverdachten redelijkerwijs had moeten vermoeden dat genoemde medeverdachten dergelijke plannen hadden. Gelet op het voorgaande, in samenhang met het feit dat de gebeurtenissen met betrekking tot aangever [B] vrijwel zonder onderbreking en in een kort tijdsbestek hebben plaatsgevonden, zal de rechtbank de verdachte vrijspreken van de onder 2, 3 en 4 ten laste gelegde feiten.

Polo deel 1

Aangifte door [X]

Aangever [X] heeft aangifte gedaan van inbraak in de kelderbox behorende bij zijn woning gelegen aan de [adres 2] in Den Haag, waarvan de ingang van de kelderbox is gelegen aan de [adres 1] te Den Haag. Er is niets weggenomen.41

Aangifte door [C]

Aangever [C] heeft verklaard dat hij op 31 juli 2010 door verdachte en medeverdachte [A] is opgehaald. In totaal waren ze met zeven personen en twee auto's.

Aangever [C] moest van medeverdachte [A] inbreken in een kelderbox in de buurt van de tramhalte aan de Wouwermanstraat42. Aangever [C] heeft geprobeerd de deur te openen met een schroevendraaier en een koevoet, hetgeen niet lukte. Uiteindelijk is medeverdachte [A] er ook bijgekomen en heeft hij geprobeerd met de koevoet en de schroevendraaier de deur open te krijgen.43 Toen dit niet lukte is medeverdachte [A] boos geworden en heeft aangever [C] van medeverdachte [A] de ruit van de toegangsdeur moeten inslaan. Aangever [C] heeft dit gedaan met de koevoet. Medeverdachte [A] is op dat moment weer weggelopen. Vervolgens kreeg aangever [C] de binnendeur ook niet open, waarna verdachte, medeverdachte [A] en een andere jongen er bij zijn gekomen.44 Nadat deze laatste jongen had voorgedaan hoe aangever [C] de deur open moest maken, hebben aangever [C] en verdachte de deur naar de kelderbox opengemaakt. Uiteindelijk is er niets meegenomen omdat de goederen die verdachte en zijn medeverdachten zochten, er niet lagen.45

Verklaring van verdachte

Verdachte heeft verklaard dat medeverdachten [A], [F] en [E] bij de inbraak bij de kelderbox aanwezig zijn geweest.46 Op een gegeven moment is hij door medeverdachte [E] naar de groep personen bij de kelderbox gestuurd. Aldaar heeft hij gezien dat de ruit van de portiekdeur naar de kelderboxen ingeslagen was47. Toen het aangever [C] niet lukte om de deur open te krijgen, heeft medeverdachte [F] het voorgedaan, waarna verdachte en aangever [C] de deur hebben geopend.48 Voorts heeft de verdachte verklaard dat hij in de kelderbox is geweest en dat er niets is meegenomen.49

Oordeel van de rechtbank

Op grond van bovengenoemde bewijsmiddelen acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte tezamen met anderen heeft ingebroken in de kelderbox, gelegen aan de [adres 1] te Den Haag en behorende bij de woning gelegen aan de [adres 2] te Den Haag. De rechtbank overweegt daartoe dat uit de gebezigde verklaringen volgt dat verdachte zich met dat doel tezamen met anderen naar genoemde kelderbox heeft begeven. De rechtbank acht daarnaast bewezen dat verdachte aldaar ook zelf braakhandelingen heeft verricht. Daarmee is er sprake van een nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en zijn medeverdachten. Nu uiteindelijk niets uit de kelderbox is weggenomen, is het bij een voltooide poging tot diefstal met braak in vereniging gebleven.

Polo deel 2

Aangifte

Aangever [C] heeft verklaard dat zij op 1 augustus 2010 na de mislukte inbraak in de kelderbox naar een afgelegen plek zijn gegaan waar hij opnieuw door medeverdachte [A] is bedreigd, ditmaal met een mes.50 Medeverdachte [A] heeft geprobeerd met het mes in zijn benen te steken.51 Ook is hij door medeverdachte [A] met het mes in zijn gezicht gesneden.52 Hierbij heeft hij een sneetje op zijn linkerwang en aan zijn linkeroor opgelopen.53

Verklaring van verdachte

Verdachte heeft verklaard dat hij aanwezig is geweest bij de parkeerplaats in de buurt van de Meppelweg.54 Hij is hier samen met medeverdachte [A], [E] en [F] en twee voor hem onbekende personen na de inbraak in de kelderbox heen gegaan. Hier heeft medeverdachte [A] aangever [C] bij de keel gepakt en tegen een schutting geduwd, waarna verdachte aangever [C] meerdere malen met de vlakke hand heeft geslagen en de punt van een mes tegen zijn wang heeft gezet. Voorts heeft verdachte stekende bewegingen in de richting van de benen van aangever [C] gemaakt.55

Verklaring medeverdachte [G]

Medeverdachte [G] heeft verklaard dat hij op enig moment in de auto bij medeverdachte [E] heeft gezeten. Nadat [C] was teruggekomen met een snee en bloed aan zijn hand, heeft hij iemand tegen medeverdachte [A] horen zeggen dat medeverdachte [A] aangever [C] manieren moest leren. Vervolgens heeft hij gehoord dat medeverdachte [A] om een mes vroeg, waarna verdachte een aardappelschilmesje uit de auto heeft gepakt en aan medeverdachte [A] heeft gegeven. Vervolgens heeft hij gezien dat medeverdachte [A] een mes tegen het gezicht van aangever [C] heeft gezet.56 Daarna heeft medeverdachte [G] gezien dat medeverdachte [A] aangever [C] met zijn ene hand bij zijn jas of shirt vast heeft gehouden en gelijktijdig snijdende bewegingen in het gezicht van aangever [C] heeft gemaakt.57

Aantreffen messen

In het voertuig van verdachte zijn in de kofferbak twee vleesmessen aangetroffen. Voor de bestuurdersstoel is tevens een vleesmes aangetroffen.58

Oordeel van de rechtbank

De rechtbank zal de verdachte van het onder 6 als eerste alternatief/cumulatief ten laste gelegde, te weten de bedreiging met een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, vrijspreken. De rechtbank overweegt hiertoe dat niet blijkt dat verdachte - op het moment dat hij naar de Esso aan de Valkenboslaan ging - wist wat medeverdachten [F] en [A] van plan waren. Verder geldt dat hij er redelijkerwijs ook geen rekening mee hoefde te houden dat een dergelijke bedreiging zou plaatsvinden. nu de situatie aanmerkelijk anders was dan de situatie waarbij aangever [B] was bedreigd. Aangever [C] had zich immers zelf aangemeld om die nacht met de groep een inbraak in een kelderbox te plegen. Er was op het moment dat de groep bij het tankstation verzamelde ook nog geen sprake van een mislukte uitvoering van het voorgenomen plan om in te breken. Dientengevolge is de rechtbank van oordeel dat niet kan worden bewezen dat verdachte het (voorwaardelijk) opzet heeft gehad op de bedreiging van aangever [C], zoals deze heeft plaatsgevonden bij de Esso aan de Valkenboslaan.

Ook van het onder het derde cumulatief/alternatief ten laste gelegde slaan zal de rechtbank verdachte vrijspreken nu het dossier onvoldoende aanknopingspunten biedt om aan te kunnen nemen dat het verdachte zelf is geweest die (een van) die ten laste gelegde feitelijkheden heeft gepleegd, en het dossier verder onvoldoende aanknopingspunten biedt om aan te kunnen nemen dat sprake is geweest van een nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en (een van) zijn medeverdachte(n), welke gericht is geweest op het uitvoeren van die betreffende handelingen.

De rechtbank komt gelet op de voorgaande bewijsmiddelen tot de conclusie dat verdachte wel als medepleger kan worden aangemerkt ten aanzien van de bedreiging en mishandeling van aangever [C] met een mes. Hierbij heeft verdachte in opdracht van medeverdachte [A] een mes uit zijn auto gepakt en aan medeverdachte [A] gegeven. Dit mes heeft medeverdachte [A] vervolgens aan aangever [C] getoond, en tevens heeft hij met dit mes stekende bewegingen in de richting van de benen van aangever [C] gemaakt en hem mishandeld door met het mes in zijn gezicht te snijden, ten gevolge waarvan aangever [C] letsel heeft bekomen en pijn heeft ondervonden. Gelet op hetgeen eerder die avond was voorgevallen bij de Esso op de Valkenboslaan, het feit dat ondertussen (ook) de inbraak in de kelderbox was mislukt en hetgeen zich eerder ten aanzien van aangever [B] had afgespeeld (ZD Vlaardingen), kan het niet anders dan dat verdachte willens en wetens de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat medeverdachte [A] aangever [C] met het mes zou bedreigen en verwonden. De omstandigheid dat verdachte medeverdachte [A] in een dergelijk explosieve situatie heeft voorzien van een mes, maakt dat kan worden gesproken van een nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en medeverdachte [A] met betrekking tot de mishandeling en de bedreiging met het mes. De rechtbank acht dan ook het onder 6 als tweede en derde - behoudens het daarin ten laste gelegde slaan - alternatief ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen.

Polo deel 3

Aangifte

Aangever [C] heeft verklaard dat hij na het incident op de parkeerplaats waarbij hij onder meer door medeverdachte [A] in zijn gezicht gesneden was, samen met verdachte en medeverdachte [A] in de auto heeft gezeten. In de auto heeft medeverdachte [A] hem wederom met de vlakke hand geslagen en heeft hij tegen aangever [C] gezegd dat hij geld van hem wilde hebben. Samen zijn zij naar het huis van aangever [C] gereden, waarna hij medeverdachte [A] € 30,- heeft gegeven. Vervolgens zijn aangever [C], verdachte en medeverdachte [A] naar een pinautomaat bij de Fahrenheitstraat gereden waar aangever € 110,- heeft gepind en aan medeverdachte [A] heeft gegeven. Daarna heeft medeverdachte [A] tegen aangever [C] gezegd dat hij nog diezelfde avond € 1.000,- euro van aangever wilde hebben en dat zij daarvoor naar de vriendin van aangever [C] zouden gaan. Medeverdachte [A] heeft voorts tegen aangever gezegd dat als aangever niet naar zijn vriendin zou gaan, hij het hele lichaam van aangever [C] open zou snijden.59

Aangever heeft voorts verklaard dat de € 140,- die hij aan medeverdachte [A] heeft gegeven, bestond uit 5 briefjes van € 20,- en 4 briefjes van € 10,-.60

Verklaring van verdachte

Verdachte heeft verklaard dat hij in de nacht van 1 augustus 2010 heeft gezien dat aangever [C] door medeverdachte [A] is geslagen. Verder heeft hij gehoord dat medeverdachte [A] voor de deur van de woning van aangever [C] in Den Haag tegen aangever [C] heeft gezegd dat hij al zijn geld aan hem moest afgeven. Vervolgens heeft medeverdachte [A] de keel van aangever dichtgeknepen en heeft diezelfde medeverdachte aangever [C] in de straat waar de pinautomaat zit waar aangever [C] heeft gepind, met gebalde vuist tegen zijn oor geslagen. Voorts heeft verdachte verklaard dat hij heeft gezien dat aangever [C] daarna is gaan pinnen en het geld aan medeverdachte [A] heeft gegeven.61 Vervolgens heeft hij gehoord dat medeverdachte [A] tegen aangever zegt dat hij € 1000,- van aangever [C] wilde en in aanvulling daarop heeft gezegd: "Je hebt me 140 gegeven je moet nu nog 860 geven. Weet je wat we gaan naar je vriendin toe". 62 Nadat aangever [C] heeft aangegeven dat hij dat niet wil, heeft medeverdachte [A] tegen hem gezegd "Wat nou nee? We gaan gewoon naar je vriendin of wil je afgemaakt worden?"63

Verklaring getuige [getuige 3]

Getuige [getuige 3] heeft op woensdag 4 augustus 2010 verklaard dat zij aangever [C] afgelopen zaterdag op zondagnacht bij haar huis in Nootdorp uit een Volkswagen Polo had zien stappen en dat hij haar had gezegd dat hij € 860,- nodig had en dat zij dat aan hem moest geven. Voorts heeft zij aangever [C] horen zeggen dat hij zonder dat geld niet weer in de auto kon gaan zitten omdat dan zijn buik opengesneden zou worden. De getuige heeft gezien dat aangever [C] doodsbang was.64

Verklaring getuige [getuige 4]

Getuige [getuige 4] heeft verklaard dat aangever [C] haar op 1 augustus 201065 heeft verteld dat hij bedreigd werd door de jongens. Getuige [getuige 4] heeft twee jongens gezien, waaronder een Antilliaanse jongen, en een auto.66

Aangetroffen geld bij medeverdachte [A]

In de fouillering van medeverdachte [A] is een bedrag van € 140,- aangetroffen, bestaande uit 4 briefjes van € 10,- en 5 briefjes van € 20,-.67

Oordeel van de rechtbank

De rechtbank acht op grond van het voorgaande wettig en overtuigend bewezen dat verdachte samen met medeverdachte [A] door geweld en bedreiging met geweld aangever [C] een bedrag van € 140,- heeft afgeperst en heeft gepoogd een bedrag van € 860,- af te persen. Na het voorval op de parkeerplaats wist verdachte dat er sprake was van een zeer gewelddadige situatie ten aanzien van aangever [C]. Door hierna toch weer met de aangever [C] en medeverdachte [A] in de auto te stappen heeft hij bewust de aanmerkelijke kans aanvaard dat dit geweld gericht tegen aangever [C] zich zou voortzetten. Dit is vervolgens ook gebeurd. Weliswaar heeft hij niet actief bijgedragen aan die geweldshandelingen, doch heeft deze wel ondersteund door zijn medeverdachte en de aangever eerst in zijn auto naar de woning van aangever te rijden, vervolgens naar de pinautomaat en tot slot ook nog naar Nootdorp, welke handelingen allen tot doel hadden aangever [C] een geldbedrag aan medeverdachte [A] te doen afstaan. Daarmee is er naar het oordeel van de rechtbank sprake van opzet op de afpersing en poging tot afpersing van aangever [C] en zal de rechtbank verdachte veroordelen voor het medeplegen van deze feiten.

Korrel

De rechtbank is van oordeel, evenals de officier van justitie en de raadsman, dat de verdachte van de onder 9 ten laste gelegde feiten dient te worden vrijgesproken, nu bij verdachte de beschikkingsmacht ten aanzien van de wapens ontbrak.

3.4 De bewezenverklaring

Door de inhoud van de vorenstaande bewijsmiddelen staan de daarin genoemde feiten en omstandigheden vast en is de rechtbank op grond daarvan tot de overtuiging gekomen en acht zij wettig en overtuigend bewezen, dat de verdachte de bij dagvaarding onder 1 subsidiair, 5 primair, 6 tweede en derde alternatief/cumulatief, 7 primair en 8 primair tenlastegelegde feiten heeft begaan, met dien verstande, dat de rechtbank bewezen acht:

1. (Vlaardingen)

hij in de periode van 1 juli 2010 tot en met 29 juli 2010 te Vlaardingen en elders in Nederland tezamen en in vereniging met anderen ter voorbereiding van het met anderen te plegen misdrijf waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van acht jaren of meer is gesteld, te weten het onder bedreiging van en met gebruik van een of meer vuurwapens wegnemen, althans afhandig maken, van een geldbedrag toebehorende aan [bedrijf] en/of [eigenaar bedrijf], hetgeen zou opleveren diefstal met geweld en/of afpersing in vereniging, strafbaar gesteld in de artikelen 312 en/of 317 van het Wetboek van Strafrecht, opzettelijk een of meer vuurwapen(s) en bivakmutsen en handschoenen en tie-wraps en een auto voorzien van gestolen kentekenplaten en een plattegrond van de omgeving van het bedrijf [bedrijf] bestemd tot het begaan van dat misdrijf voorhanden heeft gehad;

5. (Polo - deel 1)

hij op 01 augustus 2010 te 's-Gravenhage tezamen en in vereniging met anderen ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met anderen met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening uit een kelderbox gelegen aan de [adres 1], althans een kelderbox behorende bij het perceel gelegen aan de [adres 2], weg te nemen goederen van hun gading, toebehorende aan [X], en zich daarbij de toegang tot die kelderbox te verschaffen door middel van braak,

met zijn mededaders,

- een ruit van een toegangsdeur met een koevoet heeft ingeslagen en

- het slot van de deur van de kelderbox heeft geforceerd,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

6. (Polo deel '2' - geweldshandelingen)

hij op 01 augustus 2010 te 's-Gravenhage tezamen en in vereniging met een ander [C] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, immers hebben verdachte en zijn mededader opzettelijk dreigend een mes getoond aan die [C] en met een mes steekbewegingen gemaakt richting het been van die [C];

en

hij op 01 augustus 2010 te 's-Gravenhage tezamen en in vereniging met een ander opzettelijk een persoon (te weten [C]) met een mes heeft gesneden in het gezicht, waardoor voornoemde [C] letsel heeft bekomen en pijn heeft ondervonden;

7. (Polo deel 3)

hij in de periode van 30 juli 2010 tot en met 1 augustus 2010 te 's-Gravenhage en/of Nootdorp, gemeente Pijnacker-Nootdorp, tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en bedreiging met geweld [C] heeft gedwongen tot de afgifte van 140 euro, toebehorende aan die [C], welk geweld en/of welke bedreiging met geweld bestond(en) uit

- het meermalen slaan tegen het gezicht van die [C] en

- het dichtknijpen van de keel van die [C], en

- het zeggen tegen die [C] dat hij geld moest betalen;

8. (Polo deel 3 - vervolg)

hij op 1 augustus 2010 te 's-Gravenhage en/of Nootdorp, gemeente Pijnacker Nootdorp, tezamen en in vereniging met een ander ter uitvoering van het voorgenomen misdrijf om met een ander met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [C] te dwingen tot afgifte van ongeveer 860 euro toebehorende aan die [C] voornoemd,

- meermalen tegen het gezicht van die [C] heeft geslagen en

- de keel van die [C] heeft dichtgeknepen en

- tegen die [C] heeft gezegd dat als [C] nu niet naar zijn vriendin zou gaan om geld te halen het lichaam van die [C] zou worden opgesneden met een mes,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

4. De strafbaarheid van de feiten

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Dit levert de in de beslissing genoemde strafbare feiten op.

5. De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is eveneens strafbaar, omdat niet is gebleken van omstandigheden die zijn strafbaarheid uitsluiten.

6. De straf

6.1. De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat aan verdachte wordt opgelegd een gevangenisstraf voor de duur van 48 maanden, met aftrek van de tijd die de verdachte in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, waarvan 8 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren en als bijzondere voorwaarde reclasseringstoezicht.

6.2. Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft erop gewezen dat de strafeis inhoudt dat zijn cliënt netto 40 maanden in detentie zal moeten doorbrengen, terwijl hij een beperkt strafblad heeft. Dit, terwijl de eisen tegen de medeverdachten als gevolg van de Wet voorwaardelijke invrijheidsstelling ook uitkomen op een netto gevangenisstraf van circa 40 maanden en deze wel een uitgebreid strafblad hebben. Hij heeft aangedragen dat zijn cliënt oprecht spijt heeft van zijn daden. Een gevangenisstraf van 1 jaar zou naar de mening van de raadsman meer recht doen aan de ernst van de feiten en in het bijzonder de rol die zijn cliënt daarbij heeft gespeeld.

6.3. Het oordeel van de rechtbank

Na te melden straf is in overeenstemming met de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gegrond op de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan tijdens het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Voorts wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft in wisselende samenstelling met een of meer medeverdachten ernstige strafbare feiten gepleegd waarbij door met name medeverdachten veelvuldig gebruik is gemaakt van fysiek geweld en bedreiging met geweld, al dan niet in combinatie met het gebruik van een vuurwapen en een mes.

De rechtbank rekent het verdachte in het bijzonder aan dat hij bij het plegen van deze ernstige feiten alleen heeft gedacht aan zijn eigen behoeften en geen enkel respect heeft getoond voor de bezittingen van anderen en de lichamelijke integriteit van de slachtoffers. Het is een feit van algemene bekendheid dat slachtoffers van dergelijk feiten hiervan nog lange tijd lichamelijke en psychische klachten kunnen ondervinden. Dit blijkt ook uit de verschillende verklaringen van betrokkenen.

Uit een hem betreffend uittreksel uit het algemeen documentatieregister d.d. 15 november 2010 blijkt dat de verdachte eerder is veroordeeld voor strafbare feiten.

De rechtbank heeft acht geslagen op het rapport van psychiater E.F.J. Wasmann d.d. 2 april 2011. Voor zover hier van belang staat het volgende in dit rapport, zakelijk weergegeven:

"Het betreft een jongeman van negentien jaar, die moeite heeft met het stellen van grenzen en op te komen voor zichzelf. Hij heeft een beschermende opvoeding gehad. Hij is op geraffineerde wijze in een vriendengroep gezogen. Hij voelde zich aanvankelijk begrepen, hij werd langzaam aan steeds meer door de groep gebruikt dan wel misbruikt. In deze periode gebruikte hij geen Concerta. Hij kon geen weerstand bieden, kon geen grenzen stellen, dit op grond van zijn voorgeschiedenis, zijn persoonlijkheid waaronder de identiteitsproblematiek en de agressiegeremdheid. In toenemende mate speelde daarbij de angst een grote rol. Hij was bang dat het gezin van herkomst iets zou overkomen. Het zou goed kunnen dat hij ook op grond van zijn ADHD niet goed kon overzien in wat voor situatie hij terecht was gekomen. Hij durfde geen nee te zeggen. Door de toenemende angst en de druk van de clan ging hij slechter slapen, voelde zich machteloos en dreigde de controle te verliezen, kortom er was voor hem geen weg terug. Hij ging decompeseren. De medicatie Concerta heeft een positieve reactie op betrokkene, hij is minder extrovert, rustiger, kan zich beter concentreren en is meer in balans. Door zijn voorgeschiedenis, de identiteitsproblematiek, gebrek aan assertiviteit en de agressieremming is zijn wilsvrijheid aan ernstige beperking onderhevig. Zijn jeugdige leeftijd speelt daarbij een rol zoals het stoer willen zijn en aardig gevonden willen worden."

De rechtbank heeft voorts acht geslagen op het reclasseringsadvies betreffende verdachte d.d. 4 februari 2011, voor zover hier van belang inhoudende:

"Rapporteur is van mening dat betrokkene hulp en ondersteuning nodig heeft om herhaling in de toekomst te voorkomen. In het eerste contact met de medeverdachten lijkt betrokkene vooral geprikkeld te zijn geweest door de status van de ander. Daarnaast is door zijn ADHD, welke hem impulsief maakt, sprake van een gevoeligheid voor spanning. Betrokkene geeft aan open te staan voor elke vorm van ondersteuning en begeleiding die de reclassering noodzakelijk acht om herhaling te voorkomen. Gezien het bovenstaande en het feit dat betrokkene niet in staat is geweest zich terug te trekken uit het contact met medeverdachten, terwijl hij dit wel wilde, is een toezicht geïndiceerd. Daarnaast is er een indicatie om betrokkene aan te melden bij De Jutters voor een zogenaamde Equip-training 18+. Binnen deze training krijgt betrokkene inzicht in zijn handelen en leert hij vaardigheden die hem in staat zullen stellen andere keuzes te maken. Betrokkene heeft aangegeven hiervoor gemotiveerd te zijn. Geadviseerd wordt een (gedeeltelijk) voorwaardelijke straf op te leggen. Hierbij worden als bijzondere voorwaarden een meldingsgebod en een behandelingsverplichting geadviseerd."

Alles overwegende is de rechtbank van oordeel dat een vrijheidsbenemende straf van na te melden duur passend en geboden is. De rechtbank zal om de verdachte in de toekomst van het plegen van strafbare feiten te weerhouden, een deel van deze straf voorwaardelijk opleggen. Voorts acht de rechtbank het van belang dat de verdachte wordt begeleid door de reclassering en zal daarom als bijzondere voorwaarde bij het voorwaardelijke deel van de straf verplicht reclasseringscontact opleggen.

7. De vordering van de benadeelde partij

7.1. De vordering van de benadeelde partij

[C], heeft zich als benadeelde partij gevoegd ter zake van de vordering tot schadevergoeding, groot € 11.894,22. Deze vordering bestaat uit de volgende posten:

1. ziektekosten € 665,--

2. op 1 augustus 2010 afhandig gemaakt geld € 160,--

3. verlies arbeidsvermogen € 5.920,55

4. voorschot smartengeld € 5.000,--

5. incassokosten € 148,67

7.2. De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de vordering van de benadeelde partij [C] hoofdelijk zal worden toegewezen voor een bedrag van € 1.170, -, betreffende een bedrag van € 170,- voor de post afgenomen geld (post 2) en een voorschot van € 1.000,- voor de post immateriële schade (post 4), met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Voorts heeft zij gevorderd dat de benadeelde partij voor het overige deel van zijn vordering niet-ontvankelijk wordt verklaard, nu dit geen rechtstreekse schade als gevolg van de door verdachte gepleegde feiten betreft.

7.3. Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft primair afwijzing van de vordering van de benadeelde partij bepleit en subsidiair niet-ontvankelijkheidverklaring van de benadeelde partij.

7.4. Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank zal, voor zover de vordering betrekking heeft op de posten ziektekosten, verlies van arbeidsvermogen en incassokosten (posten 1, 3 en 5), de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in zijn vordering tot schadevergoeding, aangezien de behandeling van dit deel van de vordering een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert.

De benadeelde partij kan dit deel van de vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

De vordering, voor zover deze betrekking heeft op de post immateriële schade in verband met de onder feit 6 bewezen verklaarde feiten, is voldoende onderbouwd door de benadeelde partij. Uit het onderzoek ter terechtzitting is vast komen te staan dat de benadeelde partij rechtstreeks schade heeft geleden als gevolg van de onder 6 bewezen verklaarde feiten. Ter zake van de gevorderde immateriële schade voortvloeiende uit de onder 6 bewezen verklaarde feiten zal de rechtbank een bedrag van € 400,- toewijzen.

De rechtbank zal de vordering voor het overige deel niet-ontvankelijk verklaren aangezien de behandeling van dat deel van de vordering een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert. De benadeelde partij kan dit deel van de vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Nu verdachte tegenover het slachtoffer naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door de onder 6 bewezen verklaarde strafbare feiten is toegebracht en verdachte voor deze feiten zal worden veroordeeld, zal de rechtbank aan verdachte de verplichting opleggen tot betaling aan de Staat van een bedrag groot € 400,-, ten behoeve van het slachtoffer genaamd [C].

De rechtbank bepaalt voorts dat de verdachte bij gehele of gedeeltelijke betaling door zijn mededader [A] ter zake van de onder 6 bewezen verklaarde feiten aan de benadeelde partij, dan wel bij gehele of gedeeltelijke voldoening van de, aan de mededader ter zake van de onder 6 bewezen verklaarde feiten opgelegde verplichting tot betaling aan de Staat, zal zijn bevrijd tot de hoogte van het betaalde bedrag.

De vordering, voor zover deze betrekking heeft op de post afhandig gemaakt geld en op de post immateriële schade in verband met de onder feit 7 bewezen verklaarde feiten, is voldoende onderbouwd door de benadeelde partij. Uit het onderzoek ter terechtzitting is vast komen te staan dat de benadeelde partij rechtstreeks schade heeft geleden als gevolg van de onder 7 bewezen verklaarde feiten, met dien verstande dat de rechtbank bewezen acht dat tijdens dit feit een bedrag ter hoogte van € 140,- van de benadeelde partij afhandig is gemaakt..

Ter zake van de immateriële schade voortvloeiende uit de onder 7 en 8 bewezenverklaarde feiten zal de rechtbank een bedrag van € 200,- toewijzen.

Nu verdachte tegenover het slachtoffer naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door de onder 7 en 8 bewezen verklaarde strafbare feiten is toegebracht en verdachte voor deze feiten zal worden veroordeeld, zal de rechtbank aan verdachte de verplichting opleggen tot betaling aan de Staat van een bedrag groot € 340,-, ten behoeve van het slachtoffer genaamd [C].

De rechtbank bepaalt voorts ten aanzien van het gehele bedrag van € 340,- dat de verdachte bij gehele of gedeeltelijke betaling door zijn mededader [A] ter zake van de onder 7 en 8 bewezen verklaarde feiten aan de benadeelde partij, dan wel bij gehele of gedeeltelijke voldoening van de, aan de mededader ter zake van de onder 7 en 8 bewezen verklaarde feiten opgelegde verplichting tot betaling aan de Staat, zal zijn bevrijd tot de hoogte van het betaalde bedrag.

Het voorgaande brengt mee, dat de verdachte dient te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met zijn vordering heeft gemaakt, welke kosten de rechtbank tot op heden begroot op nihil, en de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.

8. De inbeslaggenomen goederen

8.1. De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat het op de lijst van inbeslaggenomen voorwerpen onder 1 genummerde voorwerp zal worden verbeurdverklaard.

8.2. Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft teruggave van het op de beslaglijst onder 1 genummerde voorwerp gevraagd.

8.3. Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank zal het op de beslaglijst onder 1 genummerde voorwerp verbeurdverklaren. Dit voorwerp is voor verbeurdverklaring vatbaar, aangezien dit voorwerp aan verdachte toebehoort en met behulp van dit voorwerp de onder 1, 5, 6, 7 en 8 bewezenverklaarde feiten zijn voorbereid of begaan.

Bij de vaststelling van deze bijkomende straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de draagkracht van verdachte.

9. De toepasselijke wetsartikelen

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen:

- 14a, 14b, 14c, 33, 33a, 36f, 45, 46, 47, 57, 285, 300, 311, 312 en 317 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

10. De beslissing

De rechtbank,

verklaart niet wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de bij gewijzigde dagvaarding onder 1 primair, 2, 3, 4, 6 eerste alternatief/cumulatief en 9 ten laste gelegde feiten heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;

verklaart wettig en overtuigend bewezen, dat de verdachte de bij gewijzigde dagvaarding onder 1 subsidiair, 5 primair, 6 tweede en derde alternatief/cumulatief, 7 primair en 8 primair ten laste gelegde feiten heeft begaan en dat het bewezenverklaarde uitmaakt:

1. subsidiair

MEDEPLEGEN VAN VOORBEREIDING VAN DIEFSTAL MET GEWELD IN VERENIGING;

5. primair

POGING TOT DIEFSTAL DOOR TWEE OF MEER VERENIGDE PERSONEN, WAARBIJ DE SCHULDIGE ZICH DE TOEGANG TOT DE PLAATS VAN HET MISDRIJF HEEFT VERSCHAFT DOOR MIDDEL VAN BRAAK;

6.

MEDEPLEGEN VAN BEDREIGING MET ENIG MISDRIJF TEGEN HET LEVEN GERICHT;

EN

MEDEPLEGEN VAN MISHANDELING;

7. primair

AFPERSING, TERWIJL HET FEIT WORDT GEPLEEGD DOOR TWEE OF MEER VERENIGDE PERSONEN;

8. primair

POGING TOT AFPERSING, TERWIJL HET FEIT WORDT GEPLEEGD DOOR TWEE OF MEER VERENIGDE PERSONEN;

verklaart het bewezen verklaarde en de verdachte deswege strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

veroordeelt de verdachte tot:

een gevangenisstraf voor de duur van 24 (vierentwintig) maanden;

bepaalt dat de tijd, door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de hem opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht, voorzover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht;

bepaalt, dat een gedeelte van die straf, groot 8 (acht) maanden, niet zal worden tenuitvoergelegd, zulks onder de algemene voorwaarde, dat de veroordeelde zich voor het einde van de hierbij op twee jaren vastgestelde proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

alsmede onder de algemene voorwaarde dat de veroordeelde ter vaststelling van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;

en onder de bijzondere voorwaarde dat de veroordeelde zich gedurende de proeftijd zal gedragen naar de voorschriften hem te geven door of namens de stichting Reclassering Nederland, ressort Den Haag, zolang die instelling zulks nodig acht;

geeft hierbij opdracht aan bovengenoemde reclasseringsinstelling krachtens het bepaalde bij artikel 14d, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht;

wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij gedeeltelijk hoofdelijk toe en veroordeelt verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan [C] een bedrag van € 740,-;

met bepaling dat de verdachte bij gehele of gedeeltelijke betaling door zijn mededader [A] aan de benadeelde partij, dan wel bij gehele of gedeeltelijke voldoening van de, aan de mededader opgelegde, verplichting tot betaling aan de Staat, zal zijn bevrijd tot de hoogte van het betaalde bedrag;

veroordeelt de verdachte tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

verklaart de benadeelde partij voor het overige deel niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat hij dit deel van de vordering in zoverre slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;

legt aan verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat van een bedrag groot

€ 740,- ten behoeve van het slachtoffer genaamd [C];

bepaalt dat in geval volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt - onder handhaving van voormelde verplichting - vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 14 dagen.

bepaalt dat voldoening van de gehele of gedeeltelijke betalingsverplichting aan de benadeelde partij de betalingsverplichting aan de Staat in zoverre doet vervallen, alsmede dat voldoening van de gehele of gedeeltelijke betalingsverplichting aan de Staat de betalingsverplichting aan de benadeelde partij in zoverre doet vervallen;

verklaart verbeurd het op de beslaglijst onder 1 genummerde voorwerp, te weten: een personenauto van het merk Volkswagen, type Polo, voorzien van kenteken [kenteken].

Dit vonnis is gewezen door

mrs. A.M.H. van der Poort-Schoenmakers, voorzitter,

M.M. Meessen en M.C. Bruining, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. M. van Dongen, griffier,

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 29 juni 2011.

1 Proces-verbaal van aangifte [verdachte], PL 1561 2010174018-1, zaaksdossier Leyweg, p. 22.

2 Proces-verbaal van verhoor verdachte [F], 2010174018, verdachtendossier [F], p. 37.

3 Proces-verbaal van verhoor verdachte [E], PL 2010174018, verdachtendossier [E], p. 33.

4 Proces-verbaal van verhoor verdachte [H], 2010174018, verdachtendossier [H], p. 22.

5 Proces-verbaal van verhoor verdachte [verdachte], 2010174018, verdachtendossier [verdachte], p. 23.

6 Proces-verbaal van verhoor verdachte [verdachte], 2010174018, verdachtendossier [verdachte], p. 31

7 Proces-verbaal van verhoor verdachte [verdachte], 2010174018, verdachtendossier [verdachte], p. 23.

8 Proces-verbaal van verhoor verdachte [verdachte], 2010174018, verdachtendossier [verdachte], p. 32

9 Proces-verbaal van verhoor verdachte [verdachte], 2010174018, verdachtendossier [verdachte], p. 31

10 Proces-verbaal van verhoor verdachte [verdachte], 2010174018, verdachtendossier [verdachte], p. 32

11 Proces-verbaal van verhoor verdachte [verdachte], 2010174018, verdachtendossier [verdachte], p. 25.

12 Proces-verbaal van verhoor verdachte [verdachte], 2010174018, verdachtendossier [verdachte], p. 35.

13 Proces-verbaal van verhoor verdachte [verdachte], 2010174018, verdachtendossier [verdachte], p. 33

14 Proces-verbaal van verhoor verdachte [verdachte], 2010174018, verdachtendossier [verdachte], p. 23 en vervolg aangifte van der Lubbe, zaaksdossier Klarinet, p. 32.

15 Proces-verbaal van verhoor verdachte [verdachte], 2010174018, verdachtendossier [verdachte], p. 37.

16 Proces-verbaal van verhoor verdachte [verdachte], 2010174018, verdachtendossier [verdachte], p. 33

17 Proces-verbaal van verhoor verdachte [verdachte], 2010174018, verdachtendossier [verdachte], p. 32

18 Proces-verbaal van verhoor verdachte [B], BVH2010174018, verdachtendossier [B], p. 24.

19 Proces-verbaal van verhoor verdachte [B], BVH2010174018, verdachtendossier [B], p. 24.

20 Proces-verbaal van verhoor verdachte [B], BVH2010174018, verdachtendossier [B], p. 24.

21 Proces-verbaal van verhoor verdachte [B], BVH2010174018, verdachtendossier [B], p. 24.

22 Proces-verbaal van verhoor verdachte [B], BVH2010174018, verdachtendossier [B], p. 35.

23 Proces-verbaal van verhoor verdachte [A], PL 2010174018, verdachtendossier [A], p. 37.

24 Proces-verbaal van verhoor verdachte [A], PL 2010174018, verdachtendossier [A], p. 35.

25 Proces-verbaal van verhoor verdachte [A], PL 2010174018, verdachtendossier [A], p. 37 en 38.

26 Proces-verbaal van verhoor verdachte [A], PL 2010174018, verdachtendossier [A], p. 54.

27 Proces-verbaal van verhoor verdachte [A], PL1561 2010174018, verdachtendossier [A], p. 87.

28 Proces-verbaal van verhoor verdachte [F], 2010174018, verdachtendossier [F], p. 36 en 37.

29 Proces-verbaal van verhoor verdachte [F], 2010174018, verdachtendossier [F], p. 38.

30 Proces-verbaal van verhoor van verdachte [E], PL2010174018, verdachtendossier [E], p. 36 .

31 Proces-verbaal van verhoor verdachte [G], PL2010174018, verdachtendossier [G], p. 18 en 19.

32 Proces-verbaal van verhoor verdachte [C], PL1583 2010157010-25, zaaksdossier Polo, bijlage A, p. 129.

33 Proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 1], PL17A0 2010048780-12, zaakdossier Vlaardingen, p. 57.

34 Proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 1], PL17A0 2010048780-12, zaakdossier Vlaardingen, p. 58.

35 Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 2], PL 17A0 2010048780-11, zaaksdossier Vlaardingen, p. 55.

36 Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 2], PL 17A0 2010048780-11, zaaksdossier Vlaardingen, p. 55.

37 Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 2], PL 17A0 2010048780-11, zaaksdossier Vlaardingen, p. 56.

38 Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 2], PL 17A0 2010048780-11, zaaksdossier Vlaardingen, p. 55.

39 Proces-verbaal van bevindingen, PL 1561 2010174018, zaaksdossier Vlaardingen, p. 16.

40 Proces-verbaal van bevindingen, PL 1561 2010174018, zaaksdossier Vlaardingen, p. 29.

41 Proces-verbaal van aangifte [X], PL1513 2010156953-1, zaaksdossier Polo, p. 252 en 253

42 Proces-verbaal van verhoor [C], PL1583 2010157010-30, zaaksdossier Polo, p. 103.

43 Proces-verbaal van verhoor [C], PL1583 2010157010-30, zaaksdossier Polo, p. 135.

44 Proces-verbaal van verhoor [C], PL1583 2010157010-30, zaaksdossier Polo, p. 135.

45 Proces-verbaal van aangifte [C], PL1583 2010157010-1, zaaksdossier Polo, p. 102 en 103.

46 Verhoor getuige [verdachte] bij rechter-commissaris, punt 5.

47 Proces-verbaal van verhoor [verdachte], 2010174018, verdachtendossier [verdachte], p. 51.

48 Verhoor van verdachte ter terechtzitting op 9 juni 2011.

49 Verhoor van verdachte ter terechtzitting op 9 juni 2011.

50 Proces-verbaal van aangifte [C], PL1583 2010157010-1, zaaksdossier Polo, p. 103.

51 Proces-verbaal van verhoor [C], PL1583 2010157010-30, zaaksdossier Polo, p. 135.

52 Proces-verbaal van aangifte [C], PL1583 2010157010-1, zaaksdossier Polo, p. 103.

53 Proces-verbaal van verhoor [C], PL1583 2010157010-25, zaaksdossier Polo, p. 130.

54 Verhoor van verdachte ter terechtzitting op 9 juni 2011.

55 Proces-verbaal van verhoor [verdachte], 2010174018, verdachtendossier [verdachte], p. 51 en 52.

56 Verhoor getuige [G] bij rechter-commissaris, punt 12.

57 Proces-verbaal van verhoor [G], PL2010174018, verdachtendossier [G], p. 22

58 Proces-verbaal van bevindingen, PL1583 2010157010-23, zaaksdossier Polo, p. 175

59 Proces-verbaal van aangifte [C], PL1583 2010157010-1, zaaksdossier Polo, p. 104.

60 Proces-verbaal van verhoor [C], PL1583 2010157010-30, zaaksdossier Polo, p. 137.

61 Proces-verbaal van verhoor aangever [verdachte], 2010174018, bijlage bij zaaksdossier Polo met nummer PL1583 2010157010-1, p. 271 - 272.

62 Proces-verbaal van verhoor [verdachte], 2010174018, verdachtendossier [verdachte], p. 53.

63 Proces-verbaal van verhoor [verdachte], 2010174018, verdachtendossier [verdachte], p. 54.

64 Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 3], PL1583 2010157010-41, zaaksdossier Polo, p. 120.

65 Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 4], PL1583 2010157010-40, zaaksdossier Polo, p. 117.

66 Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 4], PL1583 2010157010-40, zaaksdossier Polo, p. 118.

67 Proces-verbaal van bevindingen, PL1583 2010157010-34, zaaksdossier Polo, p. 167 en 168.