Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2011:BQ8132

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
14-06-2011
Datum publicatie
16-06-2011
Zaaknummer
394946 - KG ZA 11-583
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Bij uitvoerbaar bij voorraad verklaard vonnis van 12 mei 2011 heeft de kantonrechter op grond van wanprestatie, bestaande uit het gebruik van het gehuurde als hennepkwekerij, de huurovereenkomst ontbonden en eiser veroordeeld tot ontruiming van het gehuurde. Vordering van eiser om de tenuitvoerlegging van het vonnis te schorsen totdat dit onherroepelijk is geworden, wordt afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE

Sector civiel recht - voorzieningenrechter

zaak- / rolnummer: 394946 / KG ZA 11-583

Vonnis in kort geding van 14 juni 2011 (bij vervroeging)

in de zaak van

[eiser],

wonende te [plaats],

eiser,

advocaat mr. L.E.M. Elbertse te Waddinxveen,

tegen:

de stichting Woningstichting [plaats],

gevestigd te [plaats],

gedaagde,

advocaat mr. K.A.M. Jaspers te Rotterdam.

1. De feiten

Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting van 6 juni 2011 wordt in dit geding van het volgende uitgegaan.

1.1. Eiser heeft van gedaagde vanaf 1 maart 2004 een woning aan de [adres] gehuurd.

1.2. Bij dagvaarding van 30 december 2010 heeft gedaagde bij deze rechtbank, sector kanton, locatie Gouda onder meer de ontbinding van de huurovereenkomst met eiser en ontruiming van het gehuurde gevorderd.

1.3. Bij uitvoerbaar bij voorraad verklaard vonnis van 12 mei 2011 heeft de kantonrechter op grond van wanprestatie, bestaande uit het gebruik van het gehuurde als hennepkwekerij, de huurovereenkomst ontbonden en eiser veroordeeld tot ontruiming van het gehuurde.

1.4. Eiser heeft bij het gerechtshof 's-Gravenhage op 20 mei 2011 hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis. Tevens heeft eiser in hoger beroep schorsing gevorderd van de tenuitvoerlegging van voormeld vonnis.

1.5. De ontruiming van de woning aan de [adres] is van 1 juni 2011 verplaatst naar 29 juni 2011.

2. Het geschil

2.1. Eiser vordert - zakelijk weergegeven - de tenuitvoerlegging van het onder 1.3 vermelde vonnis te schorsen totdat dit onherroepelijk is geworden.

2.2. Daartoe voert eiser het volgende aan.

Er is geen sprake van bedrijfsmatige hennepteelt, maar juist van teelt voor eigen gebruik. Eiser is verslaafd aan het roken van wiet. Hij heeft zich om die reden aangemeld bij een afkickkliniek. Indien eiser geen woning meer heeft, mag hij niet meedoen aan het afkick-programma. Het is voor eiser bijna onmogelijk om een nieuwe woning te vinden. Elke potentiële verhuurder zal hem weigeren omdat in zijn verhuurderverklaring zal komen te staan dat de huur is beëindigd vanwege hennepteelt. Hij heeft geen vrienden of familie bij wie hij kan verblijven. Eiser komt op straat te staan.

Eiser heeft een verzoek tot schuldhulpverlening gedaan bij de gemeente. Indien eiser geen woning meer heeft, zal de schuldhulpverlening worden stopgezet. Dit wordt bevestigd in een brief van Sociale Zaken van K5 gemeenten van 23 mei 2011.

Voorts stelt eiser dat het woningblok waar hij woont over een jaar of langer gedwongen ontruimd zal worden vanwege de realisatie van nieuwe woonplannen van gedaagde, zodat gedaagde slechts een beperkt belang heeft.

2.3. Gedaagde voert gemotiveerd verweer, dat hierna, voor zover nodig, zal worden besproken.

3. De beoordeling van het geschil

3.1. Eiser heeft aangevoerd dat er een niet te verwaarlozen kans bestaat dat het vonnis van de kantonrechter in hoger beroep zal worden vernietigd. Hiermee miskent hij echter de door de voorzieningenrechter te hanteren maatstaf in een executiegeschil als het onderhavige. Als uitgangspunt heeft dan immers te gelden de bevoegdheid tot tenuitvoerlegging van de partij, aan wie de vordering bij - zoals hier - uitvoerbaar bij voorraad verklaard vonnis is toegewezen. Slechts indien gedaagde geen in redelijkheid te respecteren belang bij executie heeft, kan tenuitvoerlegging van het vonnis verboden worden. Hiervan kan sprake zijn indien het te executeren vonnis op een juridische of feitelijke misslag berust of indien na het vonnis voorgevallen of aan het licht gekomen feiten een noodtoestand doen ontstaan voor eiser, waardoor een onverwijlde tenuitvoerlegging niet aanvaardbaar is.

3.2. De voorzieningenrechter is van oordeel dat eiser geen feitelijke of juridische misvattingen heeft aangevoerd die de conclusie kunnen dragen dat het vonnis in kwestie een evidente misslag bevat. Voor zover eiser heeft willen betogen dat het vonnis van 12 mei 2011 van de kantonrechter op een feitelijke misslag berust, kan zijn stelling niet slagen. Niet in geschil is dat bij eiser 45 hennepplanten zijn aangetroffen. Eiser heeft tegenover de gemotiveerde betwisting van gedaagde onvoldoende aannemelijk gemaakt dat deze slechts bedoeld waren voor eigen gebruik. Bovendien is deze stelling ook betrokken tijdens de procedure bij de kantonrechter.

3.3. Van een noodtoestand op grond van na het vonnis voorgevallen of aan het licht gekomen feiten is evenmin sprake. Niet is gebleken dat, nadat het vonnis gewezen is, zich nieuwe feiten hebben voorgedaan die bij tenuitvoerlegging van het vonnis eiser in een dergelijke toestand zouden brengen. Uit de brief van Sociale Zaken van K5 gemeenten van 23 mei 2011 blijkt niet dat eiser niet voor schuldsanering in aanmerking komt als hij zijn woning moet ontruimen. Voorts heeft eiser geen stukken overgelegd waaruit blijkt dat indien de huurovereenkomst wordt beëindigd, hij niet mag meedoen aan het afkick-programma bij een afkickkliniek. Daarnaast is de stelling van eiser dat het voor hem bijna onmogelijk is om met zijn zieke hond een andere woning te vinden geen ná het vonnis voorgevallen feit. Eiser heeft ter zitting nog verklaard dat hij voor een tijdelijke woonplek niet de financiële middelen heeft. Dat gaat gedaagde echter niet aan.

3.4. De stelling dat het woningblok waar eiser woont over een jaar of langer gedwongen ontruimd zal worden vanwege de realisatie van nieuwe woonplannen van gedaagde, impliceert evenmin dat gedaagde geen in redelijkheid te respecteren belang bij executie heeft.

3.5. Het vorenstaande brengt mee dat uitgegaan dient te worden van het uitvoerbaar bij voorraad verklaarde vonnis van 12 mei 2011 van de kantonrechter, zodat gedaagde het recht heeft om tot executie daarvan over te gaan.

3.6. Het voorgaande leidt tot de conclusie dat de vorderingen moeten worden afgewezen. Eiser zal, als de in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de kosten van dit geding.

4. De beslissing

De voorzieningenrechter:

- wijst het gevorderde af;

- veroordeelt eiser in de kosten van dit geding, tot dusverre aan de zijde van gedaagde begroot op € 1.384,--, waarvan € 816,-- aan salaris advocaat en € 568,-- aan griffierecht;

- verklaart deze proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. P.A. Koppen en in het openbaar uitgesproken op 14 juni 2011 (bij vervroeging).

mb