Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2011:BQ7748

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
10-06-2011
Datum publicatie
14-06-2011
Zaaknummer
393373 - KG ZA 11-499
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Voorschot schadevergoeding. Naar voorlopig oordeel heeft eiser onvoldoende aangetoond dat sprake is van een verzekerde gebeurtenis op grond waarvan de gevorderde kosten (bij wijze van voorschot) voor vergoeding in aanmerking komen. Vordering afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE

Sector civiel recht - voorzieningenrechter

zaak- / rolnummer: 393373 / KG ZA 11-499

Vonnis in kort geding van 10 juni 2011

in de zaak van

[eiser],

wonende te [plaats],

eiser,

advocaat mr. H.E. de Leeuw-Blokland te Rotterdam,

tegen:

de naamloze vennootschap

Achmea Schadeverzekeringen N.V., mede handelend onder de naam Interpolis,

gevestigd te Apeldoorn,

gedaagde,

advocaat mr. P.S.T. Hulsbergen Henning te Amsterdam.

Partijen worden hierna respectievelijk aangeduid als '[eiser]' en 'Interpolis'.

1. De feiten

Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting van 30 mei 2011 wordt in dit geding van het volgende uitgegaan.

1.1. [eiser] is eigenaar van een grote schuur, bestaande uit drie aan elkaar gebouwde delen/schuren en van een losstaande kleinere schuur, alle gelegen aan het [adres] te [plaats], hierna te noemen 'de schuren'. De schuren zijn, met uitzondering van het achterste gedeelte van de grote schuur, voorzien van asbesthoudende dakplaten. [eiser] verhuurt de schuren aan derden voor de stalling van caravans.

1.2. Ter verzekering van diverse (bedrijfs-)risico's, onder meer ter zake van de schuren, heeft [eiser] een 'Bedrijven Compact Polis' afgesloten bij (de rechtsvoorganger van) Interpolis, voor zover hier relevant bestaande uit een gebouwenverzekering, een aansprakelijkheidsverzekering en een milieuschadeverzekering.

1.3. Op de verzekeringen van [eiser] zijn de 'Verzekeringsvoorwaarden Bedrijven Compact Polis Agrarisch, Versie 5.1: augustus 2008', hierna 'de verzekeringsvoorwaarden' van toepassing.

1.4. Onder de gebouwenverzekering is [eiser] verzekerd voor schade als gevolg van brand en storm.

De aansprakelijkheidsverzekering dekt particuliere aansprakelijkheid en bedrijfsaansprakelijkheid. In paragraaf 1 van hoofdstuk 5 van de verzekeringsvoorwaarden, die betrekking heeft op de bedrijfsaansprakelijkheidsverzekering, is aansprakelijkheid voor schade veroorzaakt door, voortvloeiend uit of verband houdend met asbest uitgesloten.

De milieuschadeverzekering omvat de basismodule, de milieudekking top en de milieudekking uitgebreide evenementen. De basismodule biedt - voor zover hier van belang - dekking voor verontreiniging van de bodem, het oppervlaktewater of één of meer al dan niet ondergrondse (water-)gangen, die rechtstreeks en uitsluitend het gevolg is van een emissie die veroorzaakt is door het verzekerde gevaar. Op grond van de milieudekking uitgebreide evenementen is - onder meer - het gevaar 'storm' verzekerd en op grond van de milieudekking top 'ieder ander van buiten komend onheil'. In de bij de verzekeringsvoorwaarden behorende begrippenlijst is het begrip 'verontreiniging' als volgt omschreven: "De aanwezigheid van een stof in een zodanige concentratie dat toepasselijke overheidsnormen (streefwaarde of een overeenkomstige waarde) die gelden op het moment dat de aanwezigheid van de stof zich manifesteert, wordt overschreden.".

Op grond van de aansprakelijkheidsverzekering en de milieuschadeverzekering zijn binnen de grenzen van het verzekerde bedrag ook bereddingskosten meeverzekerd. Volgens de hiervoor bedoelde begrippenlijst gaat het daarbij om "Kosten die verbonden zijn aan maatregelen die tijdens de contractsduur van de verzekering door of vanwege de verzekerde worden getroffen en die redelijkerwijs geboden zijn om het onmiddellijk dreigende gevaar van schade af te wenden en/of om de schade te beperken en de schade aan zaken die daarbij zijn ingezet."

1.5. Op 26 mei 2009 heeft het in [plaats] gehageld. [eiser] heeft geconstateerd dat de lichtdoorlatende platen en de asbesthoudende golfplaten op de schuren zijn beschadigd en heeft daarvan melding gemaakt bij Interpolis. Op 29 mei 2009 en 20 november 2009 heeft [A]als schade-expert in opdracht van Interpolis een bezoek gebracht aan [eiser]. In een verkort rapport, opgemaakt op 4 februari 2010, heeft deze expert - voor zover hier van belang - het volgende opgenomen:

"(...)

In de nacht van 25 op 26 mei zijn er forse hagelbuien met grote hagelstenen over zuid-west Brabant getrokken. Verzekerde meld in eerste instantie schade aan de lichtdoorlatende platen. Verzekerde is niet voor hagel verzekerd, maar onder de coulance regeling is de schade onder een verhoogd eigen risico geregeld.

Verzekerde meldt op aanwijzing van een plaatselijke aannemer, dat er slagschade aan de asbesthoudende golfplaten te zien is. De platen zijn niet lek. Indien verzekerde niets aan de platen doet, zullen in de toekomst de platen door vorst kunnen scheuren. Ook staan de asbestvezels van de platen licht omhoog, waardoor bij een volgende storm of hagelbui het risico op asbest schade wordt verhoogd.

Schade

Er is momenteel geen schade aan het constructieve element van de plaat. Door de hagel zal het slijtage proces hoogstens zijn versneld.

Dekking

Verzekerde heeft geen dekking voor hagelschade op de loodsen.

(...)".

1.6. In een rapport van RPS Advies B.V., gevestigd te Breda, hierna 'RPS', van 29 april 2010 is - voor zover hier relevant - het volgende vermeld:

"(...)

De genoemde beschadigingen hebben de bovenzijde van de golfplaat (coatingslaag) ernstig beschadigd. Hierdoor is in ieder geval tijdens de hagelbui asbest vrijgekomen. De actuele situatie laat zien dat er asbestvezelbundels op, dan wel net onder, de beschadigde delen van de daken liggen. De binding van de deze bundels is te verwaarlozen nu de coatingslaag is weggeslagen door de hagel.

Gevolg is dat door weersinvloeden, zoals regen en wind, er sprake kan zijn van een verspreiding van asbestvezels naar de omgeving. Deze vezels zullen zich ongecontroleerd blijven verspreiden in het riool dan wel in de directe omgeving van de betreffende opstallen. Dit zorgt voor onacceptabele risico's voor mens en milieu.(...)".

1.7. Aquatest Consultancy, gevestigd te Bladel, heeft op 19 februari 2011 een asbestinventarisatie en op 18 maart 2011 een aanvullend asbestonderzoek uitgevoerd met betrekking tot de schuren. De resultaten hiervan zijn onder meer neergelegd in een 'aanvullend briefrapport' van 31 maart 2011 en luiden - voor zover hier van belang - als volgt:

"(...)

Conclusies

- Op de begane grond, onder de aanwezige verdiepingsvloeren van Loodsen 1 en 2 zijn geen asbestvezels in de luchtmonsters en kleefmonster angetroffen tijdens het aanvullend onderzoek, volgens de analyseresultaten is er geen gevaar voor de gezondheid op de begane grond onder de aanwezige verdiepingsvloeren,

- In loods 3 is geen asbest aangetoond in de genomen lucht- en kleefmonsters tijdens het aanvullend onderzoek.

- Op de verdiepingen van loodsen 1 en 2, en op de begane grond van het achterste deel van loods 2, is tijdens de asbestinventarisatie van 19 februari 2011 asbest op de kleef en mos-monsters aangetroffen tijdens de asbestinventarisatie van 19 februari 2011.

(...)".

1.8. Bij brieven van 3 september 2010, 6 oktober 2010, 18 november 2010 en 22 februari 2011 heeft de advocaat van [eiser] aan Interpolis meegedeeld dat Interpolis zich ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat [eiser] niet verzekerd is voor de schade aan de schuren, waarbij Interpolis is verzocht alsnog dekking onder de polis te erkennen en tot vaststelling van de schade over te gaan.

1.9. Interpolis heeft onder meer bij brieven aan de advocaat van [eiser] van 8 oktober 2010, 11 november 2010 en 1 december 2010 betwist dat zij gehouden is de schade aan de schuren aan [eiser] te vergoeden. In haar brief van 1 december 2010 heeft zij - voor zover hier van belang - het volgende meegedeeld:

"(...)

Op grond van de uitgebrachte rapporten van de experts zijn wij van mening dat niet is aangetoond dat de hagelbui van 26 mei 2009 een fysieke beschadiging heeft toegebracht aan het asbestdak van onze verzekerde. Wij zijn tevens van mening dat de hagelbui niet heeft geleid tot een emissie die op grond van de milieuschadeverzekering noopt tot een sanering. Evenmin kan gesteld worden dat door de hagelbui een dreigende milieuverontreiniging is ontstaan. Wij verwijzen naar het rapport van onze expert de heer [A], die vlak na de schade het dak heeft geïnspecteerd en toen niet heeft kunnen vaststellen dat het dak fysieke beschadigingen vertoonde. Dit brengt met zich dat vergoeding van de kosten van vervanging / waardevermindering van het dak, de kosten van sanering en/of bereddende maategelen niet aan de orde is, althans niet onder de bij Interpolis gesloten verzekeringen zijn gedekt. Noch de rubriek Gebouwen, noch de rubrieken Aansprakelijkheid of MSV bieden voor deze schade dekking.(...)".

2. Het geschil

2.1. [eiser] vordert na intrekking van de vordering strekkende tot veroordeling van Interpolis om de schade aan de schuren vast te stellen en na vermindering c.q. wijziging van eis voor het overige - zakelijk weergegeven - Interpolis te veroordelen om binnen zeven dagen na betekening van dit vonnis een bedrag van € 350.000,-- aan [eiser] te betalen, tegen verstrekking van een bankgarantie door [eiser] aan Interpolis, met veroordeling van Interpolis in de proceskosten.

2.2. Daartoe stelt [eiser] het volgende. Door een hagelstorm op 26 mei 2009 zijn de daken van de schuren van [eiser] beschadigd. De lichtdoorlatende en de asbesthoudende platen vertonen gaten en scheuren en zijn gaan lekken. Door de hagelstorm is de coating van de asbesthoudende platen beschadigd, zodat de asbestvezels zich onder invloed van diverse weersomstandigheden ongecontroleerd kunnen verspreiden. Na onderzoek is gebleken dat zich asbeststof in de schuren bevindt, hetgeen grote risico's met zich brengt voor de eigenaren van de caravans die de schuur bezoeken. Voorts bevinden zich in de directe omgeving van de schuren akkerbouwbedrijven waar gewassen in de openlucht worden verbouwd, zodat verspreiding van asbest een groot gevaar voor de volksgezondheid oplevert. De herstelkosten van de daken, bestaande uit de kosten van sanering en vervanging van de asbestgolfplaten en uit de reinigingskosten van het asbeststof in de schuren en op de caravans, zijn door een deskundige begroot op € 366.982,67. Voorts heeft [eiser] nog schade in de vorm van de kosten van het opruimen van asbestverontreiniging van de bodem en de (hemelwater-)afvoer, alsmede bedrijfsschade. Deze schade is allereerst verzekerd onder de gebouwenverzekering. Weliswaar heeft [eiser] geen dekking voor hagelschade, maar de schade is veroorzaakt door een hagelstorm en voor stormschade is hij wel verzekerd. Op grond van de milieuschadeverzekering is [eiser] verzekerd tegen alle van buiten komende onheilen, derhalve ook tegen schade door hagel, zodat de schade aan de schuren onder de dekking valt. Uit het rapport van RPS blijkt dat er bij de hagelstorm een emissie van asbest is geweest, waardoor de bodem en/of de (hemelwater-)afvoer is verontreinigd, zodat de kosten van sanering van de bodem en de kosten van het verwijderen en afvoeren van asbest onder de dekking van de milieuschadeverzekering vallen. De kosten van het verwijderen van de asbesthoudende golfplaten en het asbeststof zijn voorts aan te merken als bereddingskosten, zodat deze gedekt zijn onder de aansprakelijkheidsverzekering en de milieuschadeverzekering. Ter zitting heeft [eiser] gesteld dat de kosten in verband met asbestschade tevens door Interpolis vergoed moeten worden uit hoofde van een particuliere aansprakelijkheidsverzekering van [eiser], die de dekking van schade door asbest niet uitsluit. Interpolis is dan ook gehouden tot vergoeding van de schade aan [eiser] over te gaan. Gelet op het risico van asbestverspreiding dient [eiser] de daken zo snel mogelijk te saneren en te vervangen. Hij beschikt echter over onvoldoende financiële middelen om de kosten daarvoor te dragen. [eiser] heeft dan ook recht op en belang bij het door hem gevorderde voorschot op schadevergoeding.

2.3. Interpolis voert gemotiveerd verweer, dat hierna, voor zover nodig, zal worden besproken.

3. De beoordeling van het geschil

3.1. Vooropgesteld wordt dat ten aanzien van een geldvordering in kort geding terughoudendheid is geboden. Niet alleen zal moeten worden onderzocht of het bestaan van die vordering voldoende aannemelijk is, maar tevens of daarnaast sprake is van feiten en omstandigheden die meebrengen dat uit hoofde van onverwijlde spoed een onmiddellijke voorziening is vereist.

3.2. Volgens [eiser] is de schade gedekt onder de gebouwenverzekering. Weliswaar is hagelschade van dekking uitgesloten, maar in het onderhavige geval gaat het niet slechts om hagel, maar om een hagelstorm met windsnelheden van 21 tot 29 m/s en voor stormschade is hij verzekerd, aldus [eiser]. Interpolis heeft hiertegen aangevoerd dat de schade is ontstaan door hagel en dat [eiser] er zelf voor heeft gekozen om geen dekking af te sluiten voor hagelschade. Gelet op het voorgaande is de voorzieningenrechter van oordeel dat nu vaststaat dat [eiser] niet voor hagelschade verzekerd is en op grond van zijn eigen stelling de schade door de inslag van hagel ontstaan is, voorshands niet aannemelijk is dat Interpolis gehouden is tot vergoeding van de schade onder de gebouwenverzekering. Dat [eiser] zich op het standpunt heeft gesteld dat de schade het gevolg is van een hagelstorm maakt dit niet anders, nu de schade kennelijk het rechtstreeks gevolg is van de hagelinslag en niet van de windkracht. [eiser] heeft nog gesteld dat Interpolis telefonisch aan zijn advocaat heeft meegedeeld dat Interpolis tot vergoeding van de schade zou overgaan indien duidelijk zou worden dat dit soort schades dient te worden gedekt en dat Interpolis er in dat geval geen beroep op zal doen dat [eiser] niet is verzekerd voor hagelschade. Aan deze stelling wordt echter voorbijgegaan, nu daaruit niet valt af te leiden dat schade ten gevolge van een hagelstorm steeds is gedekt.

3.3. Dat de aansprakelijkheidsverzekering van [eiser] dekking biedt voor de schade is voorshands evenmin aannemelijk geworden, nu de aansprakelijkheid voor schade veroorzaakt door, voortvloeiend uit of verband houdend met asbest in hoofdstuk 5 van de verzekeringsvoorwaarden uitdrukkelijk is uitgesloten. Voor zover [eiser] zich heeft beroepen op zijn particuliere aansprakelijkheidsverzekering, uit hoofde waarvan Interpolis wel gehouden zou zijn tot vergoeding van asbestschade, wordt hieraan voorbijgegaan, nu [eiser] deze verzekering pas ter zitting ter sprake heeft gebracht en Interpolis bovendien onbetwist naar voren heeft gebracht dat de schuren, die bedrijfsmatig door [eiser] worden geëxploiteerd, niet onder de dekking van deze particuliere aansprakelijkheidsverzekering vallen.

3.4. [eiser] heeft voorts aanspraak gemaakt op vergoeding van de schade op grond van de milieuschadeverzekering. Volgens [eiser] dekt deze verzekering het risico van verontreiniging van de bodem, het oppervlaktewater en watergangen door een emissie ten gevolge van alle van buiten komende onheilen. Voorshands is echter onvoldoende gebleken dat (thans reeds) sprake is van een verontreiniging als bedoeld in de bij de verzekeringsvoorwaarden behorende begrippenlijst, terwijl evenmin is gebleken dat eventuele verontreiniging de toepasselijke overheidsnormen heeft overschreden.

3.5. Voorts beroept [eiser] zich op dekking van de sanerings- en vervangingskosten als zijnde bereddingskosten onder de milieuverzekering en de aansprakelijkheidsverzekering. Volgens [eiser] is er een onmiddellijk dreigend gevaar voor de gezondheid door de grote kans op asbestemissie en omdat gebleken is dat er al asbeststof in de schuren aanwezig is. Verwijdering van de asbestdakplaten en het asbeststof neemt het gevaar weg, zodat daarmee schade door emissie wordt voorkomen en/of beperkt, aldus [eiser]. Interpolis betwist dat [eiser] aanspraak kan maken op bereddingskosten. In dat verband heeft Interpolis voldoende aannemelijk gemaakt dat er geen onmiddellijke dreiging van een verzekerde gebeurtenis is, omdat asbestschade niet onder de dekking van de aansprakelijkheidsverzekering valt en het gevaar zich kennelijk twee jaar na de hagelbui nog altijd niet heeft verwezenlijkt. De voorzieningenrechter is dan ook van oordeel dat [eiser] reeds daarom geen aanspraak kan maken op vergoeding van bereddingskosten. Daar komt nog bij dat Interpolis gemotiveerd heeft betwist dat de maatregelen die [eiser] wenst te nemen ter afwending of beperking van schade in redelijkheid geboden zijn, nu ook met minder verstrekkende maatregelen dan het vervangen van de daken van de schuren kan worden volstaan ter voorkoming van verdere schade. Onder die omstandigheden heeft [eiser] voorshands onvoldoende aannemelijk gemaakt dat hij bij wijze van voorschot aanspraak kan maken op vergoeding van bereddingskosten.

3.6. Naar voorlopig oordeel heeft [eiser] gelet op het voorgaande onvoldoende aangetoond dat sprake is van een verzekerde gebeurtenis op grond waarvan de gevorderde kosten (bij wijze van voorschot) voor vergoeding in aanmerking komen. Dat verzekeraars in andere gevallen wel schade aan gebouwen als gevolg van de hagelbui op 26 mei 2009 hebben vastgesteld en vergoed, zoals [eiser] heeft betoogd, doet aan het voorgaande niet af, nu Interpolis onbetwist naar voren heeft gebracht dat het vaststellen van schade en de vergoeding daarvan dermate afhankelijk zijn van de specifieke omstandigheden van het geval, dat hieruit niet zonder meer kan volgen dat Interpolis gehouden is tot vergoeding van schade aan [eiser] over te gaan.

3.7. Ten slotte heeft Interpolis de omvang van de door [eiser] gestelde schade betwist. Dit verweer behoeft echter gelet op hetgeen hiervoor is overwogen geen bespreking meer.

3.8. [eiser] zal, als de in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de kosten van dit geding zoals hierna vermeld, alsmede (deels voorwaardelijk) in de nakosten.

4. De beslissing

De voorzieningenrechter:

- wijst de vordering af;

- veroordeelt [eiser] in de kosten van dit geding, tot dusver aan de zijde van Interpolis begroot op € 4.443,81, waarvan € 816,-- aan salaris advocaat, € 3.537,-- aan griffierecht en € 90,81 aan dagvaardingskosten, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf de vijftiende dag na dit vonnis tot aan de dag der algehele voldoening;

- veroordeelt [eiser] in de nakosten, forfaitair begroot op € 131,-- aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat betekening van dit vonnis heeft plaatsgevonden en [eiser] niet binnen veertien dagen na aanschrijving aan voormelde veroordeling heeft voldaan, met een bedrag van € 68,-- aan salaris advocaat en de deurwaarderskosten, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 131,-- vanaf de vijftiende dag na dit vonnis tot aan de dag der algehele voldoening en te vermeerderen met de wettelijke rente over € 68,-- en over de deurwaarderskosten vanaf de vijftiende dag na voormelde aanschrijving tot aan de dag der algehele voldoening;

- verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. P.A. Koppen en in het openbaar uitgesproken op 10 juni 2011.

mvt