Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2011:BQ7107

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
30-05-2011
Datum publicatie
06-06-2011
Zaaknummer
Awb 11/16014 VRONTN/BL1 CM AN2
Rechtsgebieden
Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Ter zitting is gebleken dat namens eiser enkel beroep is ingesteld tegen het voortduren van de bewaring om daarmee informatie over de voortgang van de vertrek- dan wel verwijderingsprocedure van eiser te verkrijgen. In dit kader heeft eisers gemachtigde onweersproken gemeld dat zij de Dienst Terugkeer en Vertrek verscheidene malen telefonisch heeft verzocht haar informatie te verstrekken over de voortgang. Die kreeg zij echter niet, haar werd gezegd dat zij (daarvoor) maar in beroep moest gaan.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ‘s-GRAVENHAGE

Sector Bestuursrecht

vreemdelingenkamer

nevenzittingsplaats Almelo

regnr.: Awb 11/16014 VRONTN/BL1 CM AN2

uitspraak van de enkelvoudige kamer

op het beroep tegen het voortduren van de bewaring op grond van artikel 59 Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000), toegepast ten aanzien van de vreemdeling genaamd althans zich noemende:

(…),

geboren op (…) te (…),

van Afghaanse nationaliteit,

thans verblijvende in (…) te Rotterdam,

justitienummer: (…),

eiser,

gemachtigde: mr. I. van den Elshout, advocaat te 's-Hertogenbosch;

tegen

DE MINISTER VOOR IMMIGRATIE EN ASIEL,

verweerder,

vertegenwoordigd door mr. H.A.W. Oude Lenferink, ambtenaar van de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND).

1. Procesverloop

Bij brief van 10 mei 2011 is beroep ingesteld tegen het voortduren van de bewaring.

Verweerder heeft de op de zaak betrekking hebbende stukken aan eiser en aan de rechtbank toegezonden. Eiser is in de gelegenheid gesteld daarop te reageren.

Het beroep is behandeld ter zitting van 23 mei 2011. Eiser is niet verschenen, maar heeft zich doen vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Verweerder heeft zich doen vertegenwoordigen.

2. Standpunten

Ter zitting is gebleken dat namens eiser enkel beroep is ingesteld tegen het voortduren van de bewaring om daarmee informatie over de voortgang van de vertrek- dan wel verwijderingsprocedure van eiser te verkrijgen. In dit kader heeft eisers gemachtigde onweersproken gemeld dat zij de Dienst Terugkeer en Vertrek verscheidene malen telefonisch heeft verzocht haar informatie te verstrekken over de voortgang. Die kreeg zij echter niet, haar werd gezegd dat zij (daarvoor) maar in beroep moest gaan.

Voor het overige heeft zij niets op te merken.

Verweerder heeft de rechtbank verzocht het beroep ongegrond te verklaren en het verzoek om schadevergoeding af te wijzen omdat de (voortduring van de) bewaring zijns inziens rechtmatig is. Ter zitting heeft verweerder voorts aangegeven dat hij het signaal, dat eisers gemachtigde heeft gegeven over de problemen met de informatieverstrekking, zal doorgeven binnen de organisatie.

3. Overwegingen

Op 11 januari 2011 is eiser in bewaring gesteld. Bij uitspraak van 31 januari 2011 heeft de rechtbank een eerder tegen de bewaring gericht beroep ongegrond verklaard. Thans staat ter beoordeling of het voortduren van de bewaring gerechtvaardigd is.

De bewaring is een tijdelijke maatregel, bedoeld om de verwijdering te bewerkstelligen. Hoewel de bewaring thans vier en een halve maand maanden heeft geduurd, bestaat nog zicht op verwijdering van eiser binnen een redelijke termijn. De rechtbank neemt daarbij in aanmerking dat uit informatie van verweerder blijkt dat voor eiser een vlucht naar zijn land van herkomst is geboekt voor 12 juni 2011. Eiser zal dan onder begeleiding van een escorte worden verwijderd. Nu ter zitting is gebleken dat de rechtmatigheid van de voortduring van de bewaring niet meer in geschil is, is de rechtbank van oordeel dat het beroep ongegrond dient te worden verklaard.

De rechtbank is van oordeel dat verweerder voldoende voortvarendheid betracht bij de (voorbereiding van de) verwijdering van eiser en dat er zicht op verwijdering van eiser bestaat binnen redelijke termijn.

Het beroep is ongegrond. Daarom kan geen schadevergoeding worden toegekend.

4. Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep ongegrond;

- wijst het verzoek om schadevergoeding af.

Aldus gedaan door mr. H. Bloebaum, rechter, in tegenwoordigheid van mr. J.T.M. Nijboer, griffier.

De griffier, De rechter,

Uitgesproken in het openbaar op

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Afschrift verzonden: