Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2011:BQ5970

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
24-05-2011
Datum publicatie
25-05-2011
Zaaknummer
391325 - KG ZA 11-381
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Kort geding. Aanbesteding groen- en terreinonderhoud van de door het COA beheerde en geëxploiteerde asielzoekerscentra. Niet valt in te zien wat er te vragen valt in een situiatie waarin de inschrijver een - in zijn opvatting voor hem voldoende duidelijke - uitleg verdedigt. Aldus geen sprake van rechtsverwerking. Zogenaamde "RAW-bepalingen" zijn op zichzelf van toepassing, In dat verband is echter een uitzondering gemaakt voor artikel 01.01.03, dat ziet op "inschrijfstaten". In de aanbestedingsprocedure zal dus niet worden gewerkt met inschrijfstaten, al dan niet met vermelding van fictieve hoeveelheden. Daarmee ook de in artikel 01.01.11 verplicht voorgeschreven vermelding van fictieve hoeveelheden vervallen, ook al wordt in de aanbestedingsstukken melding gemaakt van de representativiteit van de prijzen en de kosten. Desondanks wel sprake van aanbesteding van raamovereenlkomsten (in RAW-bepalingen aangeduid als overeenkomsten met "open posten"). Een en ander moet voor eiseres duidelijk zijn geweest, al beweert zij het tegendeel. Manipulatieve inschrijvingen niet aannemelijk geworden. Geen schending van het transparantiebeginsel.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JAAN 2011/97
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE

Sector civiel recht - voorzieningenrechter

zaak- / rolnummer: 391325 / KG ZA 11-381

Vonnis in kort geding van 24 mei 2011

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

DOLMANS LANDSCAPING LIMBURG B.V.,

gevestigd te Bunde, gemeente Meerssen,

eiseres,

advocaat mr. E. Grabandt te 's-Gravenhage,

tegen

de publiekrechtelijke rechtspersoon

CENTRAAL ORGAAN OPVANG ASIELZOEKERS (COA),

zetelend te Rijswijk (Zuid-Holland),

gedaagde,

advocaat mr. J.S. Honée te 's-Gravenhage,

en tegen

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

DONKERGROEN B.V.,

gevestigd te Sneek,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

VAN HELVOIRT GROENPROJECTEN B.V.,

gevestigd te Berkel-Enschot,

tussenkomende partijen,

advocaat mr. A. Stellingwerff Beintema te Amsterdam.

Partijen zullen hierna worden aangeduid als "Dolmans", "het COA", "Donkergroen" en "Van Helvoirt".

1. Het incident tot tussenkomst en voeging

Donkergroen en Van Helvoirt hebben primair verzocht te mogen tussenkomen in de procedure tussen Dolmans en het COA en subsidiair om zich te mogen voegen aan de zijde van het COA. Ter zitting van 11 mei 2011 hebben Dolmans en het COA verklaard geen bezwaar te hebben tegen de incidentele vordering. Donkergroen en Van Helvoirt zijn vervolgens toegelaten als tussenkomende partijen, aangezien zij aannemelijk hebben gemaakt dat zij daarbij voldoende belang hebben. Voorts is niet gebleken dat de tussenkomst aan de vereiste spoed bij dit kort geding en de goede procesorde in het algemeen in de weg staat.

2. De feiten

Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting van 11 mei 2011 wordt in dit geding van het volgende uitgegaan.

2.1. Het COA is in januari 2011 een aanbestedingsprocedure gestart ter zake van het groen- en terreinonderhoud van de door hem beheerde en geëxploiteerde azielzoekerscentra in Nederland. Als gunningscriterium wordt gehanteerd de economisch meest voordelige inschrijving.

2.2. De daarop betrekking hebbende "offerteaanvraag" vermeldt - voor zover hier van belang - het volgende:

"(.....)

Begripsbepalingen

(.....)

Nadere Overeenkomst Aanvullende verbintenis onder bezwarende titel tussen een onderdeel van Opdrachtgever en Opdrachtnemer, geplaatst onder de Overeenkomst

(.....)

Overeenkomst De schriftelijke verbintenis tussen Opdrachtgever en Opdrachtnemer met het doel gedurende een bepaalde periode de voorwaarden inzake nader te gunnen Opdrachten vast te leggen

(.....)

1.4 Inhoud van de Opdracht

(.....)

De opdracht voor het verrichten van diensten in casu onderhoud groen en terreinen wordt verdeeld in vier (4) percelen.

De percelen zijn ingedeeld op basis van hun regio. In de sectie Bijlagen van de E-sourcing tool is een kaart met de perceelverdeling en locaties bijgevoegd. De percelen zijn voor deze opdracht als volgt ingedeeld:

Perceel 1: regio Noord-Oost: clusters Groningen, Drenthe en Overijssel;

Perceel 2: regio Noord-West: clusters Friesland, Flevoland en Noord-Holland;

Perceel 3: regio Midden: clusters Zuid-Holland, Utrecht en Gelderland;

Perceel 4: regio Zuid: clusters Zeeland, Noord-Brabant en Limburg.

Door te kiezen voor een regionale indeling resulteert dit ook in selectie en gunning per regio. Één leverancier of Combinatie kan meer dan één regio gegund krijgen. Uit deze aanbesteding zullen maximaal vier (4) Overeenkomsten voortvloeien.

Elke locatie krijgt de mogelijkheid een opdracht aan de voor zijn regio gecontracteerde dienstverlener te verstrekken gebaseerd op de prijzen en condities die in de Overeenkomst zijn vastgelegd.

(.....)

1.5 Omvang van de Opdracht

Het COA verwacht een volume van circa € 8.000.000- (incl. btw) op het gebied van groenvoorziening en terreinonderhoud te gaan afroepen in de komende vier (4) jaren. (.....)

2.28 Tegenstrijdigheden en bezwaren

Deze Offerteaanvraag met alle bijbehorende bijlagen is met zorg samengesteld. Mocht Inschrijver desondanks bezwaren hebben vanwege bijvoorbeeld vermeende tegenstrijdigheden, onvolkomenheden of eventuele inbreuken op de wettelijke voorschriften, dan dient Inschrijver hier voorafgaande aan de sluiting van de onder "Informatie-uitwisseling" in dit hoofdstuk genoemde vragenronde het COA schriftelijk van op de hoogte te stellen danwel om opheldering te vragen, dan wel bezwaar maken.

Door het indienen van een Inschrijving gaat u immers onverkort akkoord met de bepalingen van de aanbestedingsdocumenten (incl. bijlagen). Indien Inschijver niet tijdig op de voorgeschreven wijze COA heeft geattendeerd op voornoemde tegenstrijdigheden, onvolkomenheden of eventuele inbreuken op de wettelijke voorschriften zijn zijn rechten om op een later tijdstip hier alsnog over te klagen verwerkt.

Indien u vervolgens van mening bent dat de reactie van COA in de Nota van Inlichtingen niet correct is dan dient u dat onverwijld te melden aan de contactpersoon als genoemd in pararaaf 2.4 van de Offerteaanvraag en desgewenst terstond een kort gedingprocedure aan te spannen door betekening van een dagvaarding aan COA, zulks op straffe van verval van rechten.

(.....)

4.2.1 Overzicht gunningscriteria

Aan de Inschrijvingen zullen op de diverse gebieden punten worden toegekend. Een op voorhand vastgesteld systeem van wegingsfactoren is vervolgens bepalend voor de totaalscores van Inschrijvers. De gunningscriteria die het COA hanteert zijn in onderstaande tabel weergegeven.

gunningscriteria

Hieronder volgt een toelichting op het eerder vermelde gunningscriterium.

(.....)

4.4 G2: Prijs

In de prijs dienen de gevraagde tarieven, prijzen en kosten te worden weergegeven voor het uitvoeren van de werkzaamheden voor Onderhoud Groen & Terreinen. De tarieven, prijzen en kosten dienen voor één jaar vast te zijn. De door u opgegeven prijzen worden door middel van een verrekenmodel met elkaar vergeleken.

Inschrijvers kunnen hun tarieven (prijsaanbieding) toevoegen in sectie GP2 van het Commerce-hub tool. Hiervoor dient het prijzenblad zoals bijgevoegd in sectie GP2 te worden gebruikt. Het prijzenblad dient volledig ingevuld te worden. Het is de Inschrijver niet toegestaan om € 0.00 of negatieve tarieven aan te bieden.

Na gunning wordt er per perceel een Overeenkomst afgesloten. Daarnaast zal er per locatie een Nadere Overeenkomst worden afgesloten. In deze Nadere Overeenkomst komen per locatie de werkzaamheden te staan die de locatie door de Leverancier wil laten uitvoeren en hoe de inzet van de asielzoekers wordt gewaarborgd en geregeld. Deze Overeenkomst is dus locatie specifiek. De Leverancier zal een opname moeten doen voor de uit te voeren werkzaamheden. Vervolgens zal er een jaarplanning ingediend moeten worden. De prijzen zoals vastgelegd in de Overeenkomst door middel van het prijzenblad gelden voor alle locaties in dat perceel. Voor het vaststellen van de staffelprijs per werkzaamheid gelden de volumes, oppervlaktes en afmetingen op de desbetreffende locatie. Bijvoorbeeld: als er op locatie x een totale oppervlak is van 10.000 m2 gazons verdeeld over drie kleinere oppervlakten geldt de staffelprijs die is afgesproken voor de 10.000 m2.

(.....)

4.5.2 G2: Prijs

De prijsbeoordeling (totaalprijs) zal geschieden aan de hand van de opgegeven tarieven en kosten. De tarieven en kosten worden gebruikt in het in de bijlage (zie tool Commerce-hub) opgenomen rekenmodel.

De totaalprijs, die representatief wordt geacht voor de prijzen en kosten, die later zullen voorkomen bij het afsluiten van Nadere Overeenkomsten, is bepalend voor de puntenscore op prijs.

Vervolgens zal de volgende formule worden toegepast:

SCORE = 60 - ((PRIJS aanbieder - PRIJS laagste)/PRIJS laagste)*60

Uitwerking:

Prijs aanbieder is 10% hoger dan laagste prijs: score van 54 punten

Prijs aanbieder is 20% hoger dan laagste prijs: score van 48 punten

Prijs aanbieder is 50% hoger dan laagste prijs: score van 30 punten

Prijs aanbieder is 100% hoger dan laagste prijs: score van 0 punten

(.....)"

2.3. Het op de aanbesteding van toepassing zijnde bestek vermeldt, onder meer:

"(.....)

0.05 INSCHRIJVINGSSTAAT

Artikel 01.01.03 van de Standaard RAW Bepalingen (Standaard 2005) is niet van toepassing en wordt vervangen door het prijzenblad (zie Bijlagen van de offerteaanvraag)

(.....)

01 01 01 VAN TOEPASSING ZIJNDE BEPALINGEN

01 Op dit werk zijn van toepassing de Standaard RAW Bepalingen, zoals laatstelijk gewijzigd in mei 2008, hierna te noemen 'Standaard 2005', uitgegeven door de Stichting CROW.

(.....)"

2.4. De Nota van Inlichtingen houdt - onder andere - het volgende in:

"De vragen en antwoorden

Onderstaand vindt u de vragen en antwoorden betreffende onderhavige aanbesteding.

Nota van Inlichtingen

(.....)

Mede naar aanleiding van de mogelijkheid tot het stellen van schriftelijke vragen wordt ten aanzien van bovenvermeld bestek nader het volgende bepaald.

(.....)

PRIJZENBLAD

De bij het bestek behorende prijzenstaat is gewijzigd en in gewijzigde vorm in de bijlage weergegeven.

(.....)

INSCHRIJVINGSSTAAT

De bij het bestek gevoegde inschrijfstaat vervalt.

(.....)"

2.5. Het bij de Nota van Inlichtingen gevoegde gewijzigde prijzenblad vermeldt, voor zover hier van belang:

"In prijzenblad dient de prijs per eenheid per staffel te worden ingevuld"

2.6. Op 24 februari 2011 heeft het COA - per e-mail - het volgende bericht aan de kandidaat-inschrijvers:

Vandaag, 24 februari, is onderstaande vraag (voorzieningenrechter: van Dolmans) binnengekomen betreffende het prijzenblad:

"Als er op het prijzenblad verrekenprijzen worden ingevuld dan komen deze bedragen niet terug in de kolom "totaal staffel 1 t/m 8" te staan. Hierdoor krijg je ook geen totaaltelling van het totale prijzenblad. U vraagt per perceel een inschrijfbiljet en een afzonderlijk prijzenblad. Als er geen totaalbedrag is, dan kan er ook geen inschrijfbiljet ingevuld worden. Hoe hiermee om te gaan?"

Hierbij sturen wij het antwoord op deze vraag:

"De ingevulde bedragen van het prijzenblad dienen horizontaal te worden opgeteld en te worden ingevuld in de totaal kolom. Dit kan men handmatig berekenen of door middel van een formule toe te voegen. Dit geldt tevens voor de verticale optelling van de totaal kolom. Deze mogelijkheid geldt tevens voor de berekening van de staartkosten. In het prijzenblad zijn geen vooraf ingestelde formules van doortellingen ingesteld"

Wij vertrouwen erop u hiermee voldoende te hebben geinformeerd."

2.7. In perceel 1 zijn de azielzoekerscentra gevestigd op 12 locaties, in perceel 2 op 10, in perceel 3 op 14 en in perceel 4 op 17.

2.8. Dolmans heeft - naast vier andere partijen - (tijdig) ingeschreven op de vier percelen. Bij brieven van 22 maart 2011 heeft het COA Dolmans bericht dat zij op geen van de vier percelen de hoogst scorende inschrijver is en dat zij (dus) niet voor gunning in aanmerking komt. Voor wat betreft de percelen 1, 2 en 3 eindigde Dolmans op de derde plaats en voor wat betreft perceel 4 op de vierde plaats. Het COA heeft daarbij telkens aangegeven dat het "Plan van Aanpak & Implementatie" van Dolmans goed scoorde, maar dat haar "Prijs" - in vergelijking met de laagste aanbieding - dermate hoog was, dat zij daarvoor 0 punten scoorde.

2.9. Het COA is voornemens de percelen 1 en 2 te gunnen aan Donkergroen en de percelen 3 en 4 aan Van Helvoirt.

3. Het geschil

3.1. Na vermeerdering van eis vordert Dolmans - zakelijk weergegeven - het COA onder verbeurte van een dwangsom:

primair:

A. te verbieden de opdracht(en) te gunnen aan een derde, anders dan na een heraanbesteding;

B. te gebieden Dolmans uit te nodigen tot het doen van een inschrijving indien wordt overgegaan tot heraanbesteding;

subsidiair (voor zover de opdracht toch wordt gegund):

C. te verbieden meer werkzaamheden op te dragen dan tweemaal de in het bestek opgenomen hoeveelheden.

3.2. Naast de hiervoor vermelde feiten voert Dolmans daartoe - samengevat - het volgende aan.

Op de aanbesteding zijn de zogenaamde "Standaard RAW-bepalingen" van toepassing. Die bepalingen kennen met het oog op de aanbesteding van een raamovereenkomst ("overeenkomst met open posten") - zoals hier aan de orde - speciale regels in de artikelen 01.01.10 tot en met 01.01.12. Een dergelijke overeenkomst moet worden aanbesteed op basis van een inschrijvingsstaat waarop fictieve hoeveelheden zijn vermeld. Door vermenigvuldiging van de te verstrekken eenheidsprijzen per activiteit/levering met de fictieve hoeveelheden ontstaat de fictieve inschrijfsom die dient ter bepaling van de inschrijver met de laagste prijs. Daarbij is van belang dat de fictieve hoeveelheden representatief zijn voor het uiteindelijk op te dragen werk. Weliswaar was geen opgave gedaan van de fictieve hoeveelheden, maar op basis van de aanbestedingstukken nam Dolmans aan, althans mocht zij aannemen, dat de prijsbeoordeling op de hiervoor geschetste wijze zou plaatsvinden. Een andere wijze zou ook onzinnig zijn, aangezien dat uitnodigt tot manipulatief inschrijven en feitelijk niet leidt tot de (economisch) meest voordelige inschrijving. Daarvan uitgaande heeft Dolmans op basis van haar in het verleden opgedane ervaringen - zij is namelijk één van de thans zittende opdrachtnemers - een inschatting gemaakt van de verhouding tussen de verschillende activiteiten/leveringen en aan de hand daarvan het prijzenblad ingevuld. Daarop diende het COA het hiervoor omschreven rekenmodel toe te passen. Na de bekendmaking van de voorlopige gunningsbeslissing bleek echter dat het COA - in strijd daarmee - het subgunningscriterium "Prijs" enkel heeft beoordeeld aan de hand van de saldi van de door de inschrijvers ingediende prijzenbladen. Het COA heeft dus iedere activiteit/levering slechts eenmaal meegeteld, ongeacht de hoeveelheid waarin die activiteit/levering zich zal voordoen. Dat kan niet als representatief worden aangemerkt en Dolmans behoefde daarmee geen rekening te houden. Aldus is het in acht te nemen transparantiebeginsel geschonden. Dit geldt ook voor wat betreft de posten 850010 ("Maken werktekeningen per locatie"), 850020 ("Maken hoeveelheden overzicht per locatie") en 850030 ("Maken deelovereenkomst per locatie"). Dienaangaande is ook in strijd met de RAW-bepalingen gehandeld.

Als Dolmans had geweten dat het COA de door hem gehanteerde beoordelingswijze zou toepassen, had zij haar inschrijving(en) daarop ingericht en zou zij de aanbesteding(en) hebben gewonnen. Onder de gegeven omstandigheden kan de thans ingezette aanbestedingsprocedure niet worden voortgezet en moeten de raamovereenkomsten opnieuw worden aanbesteed. Daarvoor moet ook Dolmans worden uitgenodigd. Het COA heeft haar duidelijk gemaakt dat dat niet zal gebeuren als Dolmans een procedure aanhangig maakt.

Voor het geval de voorzieningenrechter haar niet volgt in het bovenstaande - en dus van oordeel is dat geen sprake is van een overeenkomst met "open posten", ofwel een raamovereenkomst - stelt Dolmans zich op het standpunt dat de aan de winnaars te verstrekken opdrachten hooguit tweemaal de in het bestek opgenomen hoeveelheden (van telkens één) mogen betreffen, omdat anders sprake is van een wezenlijke wijziging, hetgeen niet is toegestaan.

3.3. Verkort weergegeven vorderen Donkergroen en Van Helvoirt het COA te gebieden om verdere uitvoering te geven aan diens voorlopige gunningsbeslissingen. Daartoe voeren zij aan dat er niets aan in de weg staat om de percelen 1 en 2 te gunnen aan Donkergroen en de percelen 3 en 4 aan Van Helvoirt.

3.4. Het COA heeft de vorderingen van Dolmans gemotiveerd bestreden. Voor zover nodig zal zijn verweer hierna worden besproken.

3.5. Dolmans en het COA hebben gemotiveerd verweer gevoerd tegen de vordering van Donkergroen en Van Helvoirt, dat - voor zover nodig - hierna zal worden besproken.

4. De beoordeling van het geschil

Inleiding

4.1. De kern van het onderhavige geschil betreft de vraag of de door het COA toegepaste beoordelingswijze van het (sub)gunningscriterium "Prijs" is toegestaan (primair) en zo ja wat de gevolgen daarvan moeten zijn (subsidiair).

Rechtsverwerking

4.2. Zowel het COA als Donkergroen en Van Helvoirt hebben aangevoerd dat Dolmans niet-ontvankelijk moet worden verklaard in haar vorderingen omdat zij haar rechten heeft verwerkt. Volgens hen heeft het COA de inschrijvingsprijzen beoordeeld geheel overeenkomstig de wijze zoals die aan de hand van de aanbestedingsstukken kenbaar was en had het op de weg van Dolmans gelegen om de door haar - voor het eerst in deze procedure - geuite bezwaren daartegen vóór het sluiten van de inschrijvingstermijn kenbaar te maken aan het COA, zoals ook voorgeschreven onder 2.28 in de "offerteaanvraag", hetgeen Dolmans heeft nagelaten.

4.3. Op zichzelf kan uit de stellingen van Dolmans worden afgeleid dat er wat haar betreft bepaalde onduidelijkheden bestonden over de wijze waarop zij haar inschrijfprijs diende te bepalen en deze vervolgens door het COA zou worden beoordeeld, onder meer vanwege het ontbreken van de - volgens haar - noodzakelijke "fictieve hoeveelheden". Gelet hierop zou Dolmans kunnen worden verweten dat zij het COA daarover niet eerder nadrukkelijk op de hoogte heeft gesteld, dan wel om opheldering heeft gevraagd. Haar vraag aan het COA had in ieder geval meer expliciet kunnen zijn dan die van 24 februari 2011 (zie r.o. 2.6). Aan de andere kant heeft Dolmans gemotiveerd aangegeven dat zij de wijze waarop haar inschrijfprijs diende te worden bepaald en vervolgens beoordeeld door het COA heeft mogen opvatten/uitleggen, zoals zij heeft gedaan. Hiervan uitgaande behoefde - naar het oordeel van de voorzieningentrechter - van Dolmans niet gevergd te worden dat zij vóór het verstrijken van de inschrijvingstermijn (nog meer) vragen stelde aan het COA. Niet valt in te zien immers wat er te vragen valt in een situatie waarin de inschrijver juist een - in zijn opvatting voor hem voldoende duidelijke - uitleg verdedigt. Op grond hiervan zou het te ver gaan om Dolmans - wegens rechtsverwerking - niet-ontvankelijk te verklaren in haar vorderingen. Hierna zal worden beoordeeld of de interpretatie van Dolmans van de aanbestedingsstukken deugt.

De primaire vorderingen

4.4. De primaire vorderingen van Dolmans strekken er - kort gezegd - toe dat de vier raamovereenkomsten opnieuw moeten worden aanbesteed, omdat de door het COA toegepaste beoordelingsmethode voor wat betreft het criterium "Prijs" strijdig is met het aanbestedingsrecht, in het bijzonder het transparantiebeginsel.

4.5. Met het oog op de bezwaren van Dolmans is allereerst aan de orde de vraag of bij de beoordeling - anders dan het COA heeft gedaan - ook rekening dient te worden gehouden met "fictieve hoeveelheden", zoals voorgeschreven in artikel 01.01.11 van de RAW-bepalingen, dat betrekking heeft op overeenkomsten met open posten, ofwel raamovereenkomsten. Lid 1 van dat artikel schrijft voor dat ten behoeve van de inschrijving bij de (raam)overeenkomst een inschrijvingsstaat is gevoegd waarop fictieve hoeveelheden zijn vermeld. Artikel 01.01.10 bepaalt wat onder fictieve hoeveelheden moeten worden verstaan.

4.6. Op zichzelf is juist dat de RAW-bepalingen van toepassing zijn verklaard. In het bestek is echter uitdrukkelijk bepaald dat artikel 01.01.03 van de RAW-bepalingen - dat ziet op de inschrijvingsstaten - niet van toepassing is en wordt vervangen door het prijzenblad. In het kader van de aanbesteding van de onderhavige raamovereenkomsten zal dus niet worden gewerkt met inschrijvingstaten - al dan niet met vermelding van fictieve hoeveelheden - ondanks de toepasselijkheid van de RAW-bepalingen. Dit is ook nog eens uitdrukkelijk aangegeven in de Nota van Inlichtingen. Daarmee is ook de verplichte vermelding van fictieve hoeveelheden ex artikel 01.01.11 van de RAW-bepalingen komen te vervallen.

4.7. Niet valt in te zien dat bij het - voor de inschrijvingsstaat in de plaats komende - prijzenblad ook melding zou moeten worden gemaakt van fictieve hoeveelheden. De aanbestedingsstukken bieden daarvoor in ieder geval geen enkel aanknopingspunt. Ook voor Dolmans moet duidelijk zijn geweest dat er zonder fictieve hoeveelheden zou worden gewerkt. Dat in de "offerteaanvraag" - onder 4.5.2 G2 - is aangegeven dat de totaalprijs "representatief" moet worden geacht voor de prijzen en kosten die later zullen voorkomen bij het afsluiten van de Nadere Overeenkomsten, leidt niet tot een ander oordeel. Aangenomen moet worden dat die representativiteit er slechts op ziet dat de in het prijzenblad - staffelgewijs - opgegeven prijzen (in ieder geval gedurende het eerste jaar) ook dienen te gelden bij het afsluiten van de Nadere Overeenkomsten en niet ook op de verhouding waarin de verschillende activiteiten/leveringen zullen plaatsvinden. De omstandigheid dat - naast Dolmans - ook andere inschrijvers 0 punten hebben gescoord, omdat hun prijs meer dan 100% hoger lag dan de laagste prijs, is onvoldoende om aan te nemen dat die inschrijvers er eveneens van uitgingen dat de prijsbeoordeling mede zou plaatsvinden aan de hand van fictieve hoeveelheden. Daaraan kunnen ook andere redenen ten grondslag liggen. Het voorgaande klemt te meer nu gesteld noch gebleken is dat één of meer van die "andere inschrijvers" is opgekomen tegen de voorlopige gunningsbeslissing van het COA.

4.8. Het bovenstaande heeft in feite al de bodem onder de primaire vorderingen van Dolmans weggeslagen. Voor het overige moet worden geconcludeerd dat uit de aanbestedingstukken op onmiskenbare wijze volgt hoe het prijzenblad dient te worden ingevuld. In dat verband kan bijvoorbeeld worden gewezen op het antwoord van het COA op de vraag van Dolmans, zoals vastgelegd in het e-mailbericht van 24 februari 2011. Dat het ook voor Dolmans duidelijk was blijkt uit de door het COA overgelegde inschrijvingsbiljetten van Dolmans (prod. 4). Mede bezien in het licht van hetgeen hiervoor is overwogen met betrekking tot de fictieve hoeveelheden, kan de inhoud van de aanbestedingsstukken evenmin leiden tot misverstanden met betrekking tot de wijze van beoordeling door het COA. Behoudens de posten "Werken van algemene aard" (850010, 850020 en 850030), waarop hierna nog zal worden ingegaan, dienen de inschrijvers op het prijzenblad een eenheidsprijs per staffel op te geven. Het totaal van die staffelprijzen, ofwel het saldo van het prijzenblad, vormt vervolgens de inschrijfprijs die moet worden opgenomen in het inschrijvingsbiljet. Het COA zet vervolgens de inschrijfprijzen van de verschillende inschrijvers tegen elkaar af. Voor de goede orde wordt in dit verband nog opgemerkt, dat waar in de "offerteaanvraag", onder 4.4 G2 en 4.5.2 G2, wordt gesproken van een (ver)rekenmodel, daarbij niet wordt gedoeld op fictieve hoeveelheden. Daarvoor ontbreekt in ieder geval elk aanknopingspunt. Aangenomen moet worden dat met "verrekenmodel" (in 4.4 G2) wordt gedoeld op de in 4.5.2 G2 vermelde formule en met "rekenmodel" (in 4.5.2 G2) de optellingen van de staffelprijzen in het prijzenblad.

4.9. Met betrekking tot de hiervoor al vermelde (euro)posten "Werken van algemene aard", is van belang dat zowel het COA als Donkergroen en Van Helvoirt de door Dolmans in haar dagvaarding geponeerde stellingen gemotiveerd hebben bestreden, alsmede dat Dolmans daarop tijdens de mondelinge behandeling - noch in eerste noch in tweede termijn - is teruggekomen. Op grond hiervan moet - voor zover Dolmans haar stellingen heeft willen handhaven - worden geconcludeerd dat zij die niet voldoende heeft onderbouwd, zodat daaraan zal worden voorbijgegaan.

4.10. Dolmans heeft nog aangevoerd dat de door het COA gehanteerde beoordelingswijze uitnodigt tot manipulatieve inschrijvingen en daardoor feitelijk niet leidt c.q. kan leiden tot de meest voordelige inschrijving. In dat verband wordt vooropgesteld dat strategisch biedgedrag geoorloofd is. Op zichzelf is niet uitgesloten dat - gelet op de wijze waarop het COA de procedure heeft ingericht, waarin hij overigens in beginsel vrij is - op de onderhavige aanbesteding manipulatief kan worden ingeschreven, hetgeen overigens ook geldt voor de door Dolmans voorgestane wijze. Manipulatief biedgedrag is weliswaar niet geoorloofd, maar kan niet leiden tot het door Dolmans beoogde doel, te weten heraanbesteding. Dergelijke aanbiedingen worden immers in beginsel als ongeldig terzijde gelegd (zie onder meer Pijnacker Hordijck e.a., Aanbestedingsrecht, vierde druk, pag. 435). Daar komt bij dat het COA gemotiveerd heeft aangegeven dat na onderzoek is gebleken dat er geen manipulatieve inschrijvingen zijn ingediend, terwijl Donkergroen en Van Helvoirt gemotiveerd hebben gesteld dat zij zich hebben bediend van reële prijzen. Dolmans heeft dat niet weersproken. Een en ander betekent dat de onderhavige stelling(en) Dolmans evenmin kunnen baten.

4.11. Op grond van het voorgaande luidt de slotsom dat niet aannemelijk is geworden dat het transparantiebeginsel is geschonden bij de door het COA gehanteerde beoordelingsmethode voor wat betreft het criterium "Prijs". Voor heraanbesteding van de raamovereenkomsten om die reden is dan ook geen aanleiding.

4.12. Ten overvloede zij nog opgemerkt dat moet worden aangenomen dat de door Dolmans beoogde beoordelingsmethode veeleer een schending van het aanbestedingsrecht zou hebben meegebracht, wegens het ontbreken van de benodigde fictieve hoeveelheden. Dat zou bijvoorbeeld de inschrijvers die niet de positie innemen van zittende opdrachtnemer van het COA op een ontoelaatbare achterstand hebben gezet, aangezien zij - in tegenstelling tot de zittende opdrachtnemers, zoals Dolmans - geen enkel aanknopingspunt zouden hebben om dienaangaande een inschatting te kunnen maken.

De subsidiaire vordering

4.13. Voor wat betreft haar subsidiaire vordering gaat Dolmans ervan uit dat geen sprake is geweest van de aanbesteding van raamovereenkomsten. De aanbestedingsstukken laten er echter geen enkele twijfel over bestaan dat wel degelijk sprake is van raamovereenkomsten. In dat verband wordt onder meer verwezen naar hetgeen in de "offerteaanvraag" op verschillende plaatsen staat vermeld met betrekking tot de "Overeenkomst" en de "Nadere Overeenkomst", alsmede naar het verwachte volume van de opdracht ad circa € 8 miljoen in de komende vier jaren. In de "offerteaanvraag" wordt onder 3.l5 A, sub A3, zelfs uitdrukkelijk gesproken van "Raamovereenkomst". Gelet op de primaire vorderingen van Dolmans en de stellingen die zij daaraan ten grondslag legt, was kennelijk ook voor haar duidelijk dat het om raamovereenkomsten ging. De enkele omstandigheid dat de in de RAW-bepalingen voorgeschreven inschrijvingsstaat met fictieve hoeveelheden is vervangen door een prijzenblad brengt in ieder geval niet mee dat geen sprake meer kan zijn van een raamovereenkomst.

Afronding van de vorderingen van Dolmans

4.14. Op grond van het bovenstaande zullen de vorderingen van Dolmans worden afgewezen, met veroordeling van haar - als de in het ongelijk gestelde partij - in de proceskosten.

De vorderingen van Donkergroen en Van Helvoirt

4.15. Nu het COA op de zitting heeft aangegeven (nog steeds) van plan te zijn uitvoering te geven aan haar op 22 maart 2011 bekendgemaakte voornemen om de percelen 1 en 2 te gunnen aan Donkergroen en de percelen 3 en 4 aan Van Helvoirt, moeten Donkergroen en Van Helvoirt geacht worden geen belang (meer) te hebben bij hun vorderingen. Deze zullen dan ook worden afgewezen.

4.16. Donkersloot en Van Helvoirt zullen worden veroordeeld in de kosten van het COA, welke kosten worden begroot op nihil, nu niet is gebleken dat het COA als gevolg van de vorderingen van Donkersloot en Van Helvoirt extra kosten heeft moeten maken. Ondanks de afwijzing van de vorderingen van Donkersloot en Van Helvoirt moet Dolmans in haar verhouding tot hen worden aangemerkt als de in het ongelijk gestelde partij. Het doel van Donkersloot en Van Helvoirt was immers te voorkomen dat de raamovereenkomsten niet aan hen zouden worden gegund, welk doel is bereikt.

5. De beslissing

De voorzieningenrechter:

- wijst de vorderingen van Dolmans af;

- wijst de vorderingen van Donkersloot en Van Helvoirt af;

- veroordeelt Donkersloot en Van Helvoirt voor wat betreft de door hen ingestelde vorderingen jegens het COA in de kosten van de procedure, tot op dit vonnis begroot op nihil;

- veroordeelt Dolmans in de overige proceskosten, tot op dit vonnis aan de zijde van zowel het COA als Donkersloot en Van Helvoirt (telkens) begroot op € 1.384,--, waarvan € 568,-- aan griffierecht en € 816,-- aan salaris van de advocaat, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf veertien dagen na het uitspreken van dit vonnis;

- verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

- wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.Th. Nijhuis en in het openbaar uitgesproken op 24 mei 2011.

jvl