Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2011:BQ3292

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
03-05-2011
Datum publicatie
03-05-2011
Zaaknummer
09-753304-10; 09-645274-10
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Vrijspraak van het onder 2, 3 en 4 tenlastegelegde. Ten aanzien van het onder 2 tenlastegelegde: Het is de rechtbank niet gebleken dat verdachte enig opzet op het voorhanden hebben van de kinderpornografische videofragmenten op haar laptop had noch dat zij enige wetenschap omtrent de aanwezigheid daarvan had. Over de vraag of verdachte enig opzet had op het voorhanden hebben van drie kinderpornografische foto's op een SD kaart of dat zij enige wetenschap omtrent de aanwezigheid daarvan had, kan de rechtbank zich geen oordeel vormen. Ten aanzien van het onder 3 tenlastegelegde: Los van het feit dat de tekst van de tenlastelegging niet strookt met hetgeen volgens voornoemde wettelijke bepaling strafbaar is gesteld, levert hier het dichttrekken van de autodeur, naar het oordeel van de rechtbank, niet zonder meer op dat wordt belet, belemmerd of verijdeld dat de auto wordt doorzocht, zeker niet nu het bevel als aan verdachte gegeven zich richt op het uit de auto stappen door verdachte. Bewezenverklaard het onder 1 tenlastegelegde: Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een poging tot afdreiging (chantage) van een tweetal personen die samen, zo meende althans verdachte, buitenechtelijke intimiteiten hadden begaan. Verdachte heeft dit gedaan door deze personen te confronteren met door verdachte gemaakte foto's, waarop deze vermeende intimiteiten te zien zouden zijn. De slachtoffers zijn echter niet overgegaan tot betaling van enig geldbedrag aan verdachte, maar hebben aangifte hebben gedaan bij politie. De rechtbank overweegt dat, gelet op verdachtes blanco strafblad en overige persoonlijke omstandigheden, een werkstraf van enige duur in de rede had gelegen. Nu verdachte echter reeds 72 dagen in voorarrest heeft gezeten, is de rechtbank van oordeel, dat met een gevangenisstraf gelijk aan dit voorarrest kan worden volstaan.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE

Sector strafrecht

Meervoudige kamer

Parketnummers 09/753304-10; 09/645274-10 (ter berechting gevoegd)

Datum uitspraak: 3 mei 2011

(Verkort vonnis)

De rechtbank 's-Gravenhage, rechtdoende in strafzaken, heeft het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1985,

adres: [adres]

De terechtzitting.

Het onderzoek is gehouden ter terechtzitting van 19 april 2011.

De verdachte, bijgestaan door haar raadsman mr. J.F. van Bruggen, advocaat te Amsterdam, is ter terechtzitting verschenen en gehoord.

De officier van justitie mr. P. Gruppelaar heeft gevorderd dat verdachte ter zake van het haar bij dagvaarding onder 4 ten laste gelegde wordt vrijgesproken en dat verdachte ter zake van het haar bij dagvaarding onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 162 dagen, met aftrek van de tijd in voorarrest doorgebracht, waarvan 90 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren en als bijzondere voorwaarde reclasseringstoezicht, ook indien dit inhoudt behandeling door De Waag, en tot een werkstraf voor de duur van 80 uren, subsidiair 40 dagen vervangende hechtenis.

De officier van justitie heeft voorts gevorderd dat het op de lijst van inbeslaggenomen voorwerpen (verder beslaglijst) onder 1 genummerde voorwerp, te weten een sleutel, zal worden teruggegeven aan de rechthebbende en dat het op de beslaglijst onder 2 genummerde voorwerp, te weten een enveloppe, wordt verbeurdverklaard.

De tenlastelegging.

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

zij in of omstreeks de periode van 29 maart 2010 tot en met 3 april 2010 te Zoetermeer en/of Benthuizen, althans in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door bedreiging met smaad, smaadschrift of openbaarmaking van een geheim [A] en/of [B] te dwingen tot de afgifte van een geldbedrag (2.000 euro), in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan die [A] en/of [B], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of haar mededader(s), met een of meer van haar mededader(s), althans alleen

- foto's heeft/hebben gemaakt van die [A] en/of [B] op een parkeerplaats en/of

- mondeling en/of schriftelijk aan die [A] en/of [B] heeft/hebben laten weten dat die [A] en/of [B] een geldbedrag (1.000 euro en/of 2.000 euro) moet/moeten betalen om die foto's te laten vernietigen,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

2.

zij op of omstreeks 25 mei 2010 te Zoetermeer, in elk geval in Nederland, telkens een (groot) aantal afbeeldingen (digitale foto's), en/of een aantal videofragmenten, bevattende (telkens) één of meer afbeeldingen, heeft verspreid en/of vervaardigd en/of ingevoerd en/of uitgevoerd en/of in bezit heeft gehad, terwijl op vorenbedoelde afbeelding(en) (een) seksuele gedraging(en) zichtbaar is/zijn, waarbij (telkens) (een) perso(o)n(en) die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had(den) bereikt, was/waren betrokken of schijnbaar was/waren betrokken, welke (afbeeldingen van) voornoemde seksuele gedragingen (onder meer) bestonden uit:

- een videofragment waarop drie meisjes te zien zijn in een geschatte leeftijd van 11 tot 16 jaar; zij zitten, staan, liggen en dansen op een hoekbank in een kamer; de meisjes zijn zo goed als geheel naakt en opgemaakt; het enige dat ze dragen zijn schoenen met hoge hakken en op de onderbenen/knieën dragen twee meisjes leerachtige kleding; de meisjes aaien en strelen zichzelf, onder andere aan hun beginnende borstjes; de meisjes hebben om de beurt hun benen wijd geopend waardoor hun vagina goed zichtbaar in beeld is; de meisjes omhelzen elkaar er aan het einde van het filmpje zoenen ze elkaar op de mond

([bestandnaam] - Video.mpg)

- een videofragment waarop een meisje in de geschatte leeftijd van 13 tot 15 jaar oud danst in een ruimte voor een open haard; het meisje is vrijwel geheel naakt, ze draagt alleen witte laarzen en een zeer kort T-shirt dat boven haar borstjes stopt; de beginnende borstjes, billen en vagina van het meisje zijn duidelijk in beeld; het meisje danst en beweegt; tijdens het dansen en liggen wordt diverse keren ingezoomd op haar vagina; als het meisje op de grond ligt streelt ze zichzelf over haar schaamhaar, buik en tussen haar borsten; aan het einde zit ze op een houten stoel met haar benen wijd en wordt er ingezoemd op haar vagina

([bestandsnaam].mpg)

- een foto van een meisje met een geschatte leeftijd van 9 tot 11 jaar oud; ze staat tot en met haar bovenbenen in water; haar vagina is boven het water nog net zichtbaar in beeld; ook de rest van haar lichaam aan de voorzijde is geheel naakt in beeld; het meisje staat te poseren met haar armen half omhoog en haar handen achter haar hoofd

([bestandsnaam])

- een foto van een meisje met een geschatte leeftijd van 10 tot 12 jaar oud; ze ligt met haar benen wijd, haar vagina en anus zijn goed zichtbaar; de beginnende borstjes zijn ook goed zichtbaar

- een foto van een jongen met een geschatte leeftijd van 12 tot 16 jaar oud; hij zit geheel naakt op zijn knieën op een bed; hij heeft zijn handen op zijn rug en heeft een erectie; een meisje in de geschatte leeftijd van 11 tot 14 jaar oud zit voor hem; zij heeft haar benen wijd en haar vagina is goed zichtbaar; het meisje heeft de stijve penis van de jongen in haar mond;

3. ter berechting gevoegd 09.645274-10

zij op of omstreeks 2 maart 2010 te Leiden, opzettelijk enige ambtshandeling ondernomen ter uitvoering van enig wettelijk voorschrift door (een) ambtena(a)r(en), te weten [hoofdagent] (hoofdagent van politie Haaglanden) en/of [aspirant] (aspirant van politie Haaglanden), met de uitoefening van enig toezich belast of door (voornoemde) ambtena(a)r(en), belast met of bevoegd verklaard tot het opsporen of onderzoeken van strafbare feiten, heeft belet, belemmerd of verijdeld, immers heeft zij, verdachte, toen en daar op de Hofvlietweg opzettelijk een (openstaand) portier van een auto waarin zij, verdachte aanwezig was, dichtgetrokken (tengevolge van welke handeling een doorzoeking van die auto onmogelijk is gemaakt, althans is bemoeilijkt en/of niet is voldaan aan een door voornoemde ambtena(a)r(en) gedane vordering tot doorzoeking van de auto);

4.

zij op of omstreeks 2 maart 2010 te [woonplaats] en/of Leiden, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (een) honkbalknuppel, zijnde (een) voorwerp(en) als bedoeld in artikel 2, lid 1, categorie IV van de Wet wapens en munitie, heeft gedragen op de openbare weg of andere voor het publiek toegankelijke plaats, recreatiegebied Vlietland en/of Hofvlietweg.

De in deze telastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voorzover daaraan in de Wet wapens en munitie betekenis is gegeven, geacht in dezelfde betekenis te zijn gebezigd.

Vrijspraak.

De rechtbank acht op grond van het onderzoek ter terechtzitting met de officier van justitie niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen de verdachte bij dagvaarding onder 4 is ten laste gelegd, zodat zij daarvan dient te worden vrijgesproken.

De rechtbank acht echter ook het bij dagvaarding onder 2 en 3 ten laste gelegde niet wettig en overtuigend bewezen. De rechtbank heeft daartoe het volgende overwogen.

Ten aanzien van het onder 2 tenlastegelegde.

Niet uit te sluiten valt, dat de kinderpornografische videofragmenten die zijn aangetroffen op de laptop (Toshiba Satellite P100) van verdachte, door een ander dan verdachte en buiten haar wetenschap op haar computer zijn gezet. Verdachte heeft ter terechtzitting immers verklaard dat zij pas op 25 februari 2009, middels een kort geding, de afgifte c.q. teruggave van (onder meer) haar laptop heeft afgedwongen, die zich tot dat moment (kennelijk) bij haar vader bevond en waartoe zij geen toegang had. De betreffende bestanden zijn, zo volgt uit pagina 158 van het proces-verbaal1, echter reeds op 15 november 2008 op de computer gezet, op die datum voor het laatst geopend en op 23 december 2008 voor het laatst gewijzigd. Het is de rechtbank dan ook niet gebleken dat verdachte enig opzet op het voorhanden hebben van deze kinderpornografische videofragmenten had noch dat zij enige wetenschap omtrent de aanwezigheid daarvan op haar laptop had.

Over de SD kaart van het Samsung fototoestel, waarop drie kinderpornografische foto's zijn aangetroffen heeft verdachte verklaard, dat zij deze kaart ook als USB-stick gebruikte en liet gebruiken door anderen. Het proces-verbaal biedt voorts geen inzicht in wat er naast deze foto's is aangetroffen op de SD kaart. De rechtbank kan dan ook niet inschatten hoe het aantal kinderpornografische bestanden zich verhoudt tot het totaal aantal bestanden dat op de SD kaart aanwezig was. Nu ook geen inzicht bestaat in de aard van de bestanden kan de rechtbank zich geen oordeel vormen over de vraag of verdachte enig opzet had op het voorhanden hebben van deze kinderpornografische foto's op de SD kaart of dat zij enige wetenschap omtrent de aanwezigheid daarvan had.

De rechtbank neemt ten aanzien van het onder 3 tenlastegelegde in overweging dat verdachte, al dan niet bewust, in weerwil van een haar gegeven bevel krachtens enig wettelijk voorschrift door de in de tenlastelegging genoemde opsporingsambtenaar, de deur van de auto heeft dichtgedaan en niet, conform de haar gedane vordering zoals onder meer blijkt uit pagina 13 en 20 van het proces-verbaal2, meteen is uitgestapt en heeft meegewerkt aan de kennelijk voorgenomen doorzoeking van de auto. Artikel 184 lid 1 van het Wetboek van Strafrecht stelt twee feiten strafbaar, te weten het niet voldoen aan een krachtens wettelijk voorschrift gegeven ambtelijk bevel en het beletten, belemmeren of verijdelen van een ambtshandeling ter uitvoering van een wettelijk voorschrift. Aan verdachte is tenlastegelegd het beletten, belemmeren of verijdelen van een door de in de tenlastelegging genoemde opsporingsambtenaren voorgenomen doorzoeking van de auto door het dichttrekken van de autodeur, ten gevolge waarvan verdachte niet zou hebben voldaan aan een ambtelijk bevel. Los van het feit dat de tekst van de tenlastelegging niet strookt met hetgeen volgens voornoemde wettelijke bepaling strafbaar is gesteld, levert hier het dichttrekken van de autodeur, naar het oordeel van de rechtbank, niet zonder meer op dat wordt belet, belemmerd of verijdeld dat de auto wordt doorzocht, zeker niet nu het bevel als aan verdachte gegeven zich richt op het uit de auto stappen door verdachte. Verdachte heeft door het dichttrekken van de deur het bevel tot uitstappen (en daarmee medewerking aan doorzoeking van de auto) van genoemde opsporingsambtenaren naast zich neergelegd. Dit is verdachte echter niet ten laste gelegd. Dat zij door zo te handelen ook deze door de opsporingsambtenaren voorgenomen doorzoeking doelbewust zou hebben belet, belemmerd of verijdeld, is de rechtbank niet gebleken.

Verdachte dient derhalve ook van hetgeen haar bij dagvaarding onder 2, 3 is ten laste gelegd te worden vrijgesproken.

De bewijsmiddelen.

De rechtbank grondt haar overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.

In die gevallen waarin de wet aanvulling van het vonnis vereist met de bewijsmiddelen, dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, zal zulks plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit vonnis zal worden gehecht.

De bewezenverklaring.

Door de voormelde inhoud van vorenstaande bewijsmiddelen - elk daarvan, ook in zijn onderdelen, gebruikt voor het bewijs van datgene waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft - staan de daarin genoemde feiten en omstandigheden vast. Op grond daarvan acht de rechtbank bewezen en is zij tot de overtuiging gekomen dat de verdachte het op de dagvaarding onder 1 ten laste gelegde feit heeft begaan, met dien verstande, dat de rechtbank bewezen acht - en als hier ingelast beschouwt, zulks met verbetering van eventueel in de tenlastelegging voorkomende type- en taalfouten, zoals weergegeven in de bewezenverklaring, door welke verbetering de verdachte niet in de verdediging is geschaad - de inhoud van de tenlastelegging, dat:

1.

zij in de periode van 29 maart 2010 tot en met 3 april 2010 te Zoetermeer en Benthuizen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door bedreiging met openbaarmaking van een geheim [A] en [B] te dwingen tot de afgifte van een geldbedrag toebehorende aan die [A] en [B]

- foto's heeft gemaakt van die [A] en [B] op een parkeerplaats en

- mondeling en schriftelijk aan die [A] en [B] heeft laten weten dat die [A] en [B] een geldbedrag moeten betalen om die foto's te laten vernietigen,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde en van de verdachte.

Het bewezenverklaarde is volgens de wet strafbaar. De verdachte is deswege strafbaar, nu geen strafuitsluitingsgronden aannemelijk zijn geworden.

Strafmotivering.

Na te melden straffen zijn in overeenstemming met de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gegrond op de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan tijdens het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Voorts wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een poging tot afdreiging (chantage) van een tweetal personen die samen, zo meende althans verdachte, buitenechtelijke intimiteiten hadden begaan. Verdachte heeft dit gedaan door deze personen te confronteren met door verdachte gemaakte foto's, waarop deze vermeende intimiteiten te zien zouden zijn. De slachtoffers zijn echter niet overgegaan tot betaling van enig geldbedrag aan verdachte, maar hebben aangifte hebben gedaan bij politie. Door zo te handelen als zij heeft gedaan heeft verdachte er blijk van gegeven louter oog te hebben voor haar eigen geldelijk gewin. De rechtbank acht het ongeloofwaardig dat haar handelen op morele motieven steunde, mede gelet op het herhaaldelijk benaderen van de eerste persoon en het verhogen van het te betalen bedrag bij de tweede persoon alsmede gelet op de reactie van aangevers op het bewezenverklaarde. Overigens zou een dergelijk motief aan de strafwaardigheid niet afdoen.

De rechtbank heeft acht geslagen op het uittreksel justitiële documentatie d.d. 21 maart 2011 betreffende verdachte, waaruit blijkt dat zij niet eerder werd veroordeeld wegens enig strafbaar feit.

De rechtbank heeft voorts acht geslagen op het reclasseringsadvies betreffende verdachte d.d. 25 november 2011. Hierin wordt geconcludeerd dat een verplicht reclasseringscontact met eventuele behandeling niet geïndiceerd is, nu de reclassering verdachte voldoende in staat acht zelf haar problemen op te lossen en haar eigen keuzes te maken. De reclassering merkt hierbij op dat zij, hoewel uit de psychologische rapportage een ander advies volgt, toch tot de conclusie komt dat verplicht reclasseringstoezicht niet geïndiceerd is.

De rechtbank heeft ten slotte acht geslagen op genoemd psychologisch rapport van Pro Justitia d.d. 22 november 2011, waarin, kort gezegd, reclasseringstoezicht en behandeling van verdachte wordt geadviseerd wegens diverse probleemgebieden in verdachtes levenssituatie, capaciteiten en persoonlijkheid.

De rechtbank overweegt dat verdachte na een succesvolle (sport)carrière op jeugdige leeftijd nu ook haar vervolgcarrière op de rails lijkt te krijgen, gelet op de door de verdediging ter terechtzitting overgelegde stukken hieromtrent.

De rechtbank acht het door de reclassering uitgebrachte advies, mede gelet op de houding en presentatie van verdachte ter terechtzitting, reëel en sluit zich hierbij aan. De rechtbank gaat dan ook voorbij aan het door de psycholoog uitgebrachte advies en acht oplegging van een deels voorwaardelijke straf met bijzondere voorwaarden niet geboden.

De rechtbank overweegt dat, gelet op verdachtes blanco strafblad en overige persoonlijke omstandigheden, een werkstraf van enige duur in de rede had gelegen. Nu verdachte echter reeds 72 dagen in voorarrest heeft gezeten, is de rechtbank van oordeel, dat met een gevangenisstraf gelijk aan dit voorarrest kan worden volstaan.

Inbeslaggenomen voorwerpen.

De rechtbank zal het op de beslaglijst onder 2 genummerde voorwerp, een envelop, verbeurdverklaren. Dit voorwerp is voor verbeurdverklaring vatbaar, aangezien dit voorwerp aan verdachte toebehoort en met behulp van dit voorwerp het onder 1 bewezenverklaarde feit is begaan of voorbereid.

Op grond van het onderzoek ter terechtzitting kan met betrekking tot het op de beslaglijst onder 1 genummerde voorwerp, een sleutel van een Opel in een grijs sleuteletui, geen persoon als rechthebbende worden aangemerkt. De rechtbank zal daarom de bewaring van dit voorwerp ten behoeve van de rechthebbende gelasten.

De toepasselijke wetsartikelen.

De op te leggen straffen zijn gegrond op de artikelen:

- 33, 33a, 45, 57 en 318 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

Beslissing.

De rechtbank,

verklaart niet wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de bij dagvaarding onder 2, 3 en 4 tenlastegelegde feiten heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;

verklaart wettig en overtuigend bewezen, dat de verdachte het bij dagvaarding onder 1 tenlastegelegde feit heeft begaan en dat het bewezenverklaarde uitmaakt:

ten aanzien van feit 1:

poging tot afdreiging, meermalen gepleegd;

verklaart het bewezen verklaarde en de verdachte deswege strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

veroordeelt de verdachte tot:

een gevangenisstraf voor de duur van 72 dagen;

bepaalt dat de tijd, door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de haar opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht, voor zover deze niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht;

heft op het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte;

verklaart verbeurd het op de beslaglijst onder 2 genummerde voorwerp, te weten: een enveloppe;

gelast de bewaring ten behoeve van de rechthebbende van het op de beslaglijst onder 1 genummerde voorwerp, te weten: een sleutel.

Dit vonnis is gewezen door

mrs. P. Poustochkine, voorzitter,

E.E. Schotte en S.M. Christiaan, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. R. Janssens, griffier,

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 3 mei 2011.

Mr. Schotte is buiten staat dit vonnis te ondertekenen.

1 Het proces-verbaal met registratienummer PL1630 2010081585-1 van politie Hollands Midden, doorgenummerd blz. 1 t/m 428.

2 Het proces-verbaal met registratienummer PL1573 2010044944-1 van politie Haaglanden, doorgenummerd blz. 1 t/m 38.