Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2011:BQ3193

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
21-04-2011
Datum publicatie
03-05-2011
Zaaknummer
09/900529-10, 09/925066-10, 09/655728-10, TUL 09/752084-08
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft zich gedurende een periode van 6 maanden schuldig gemaakt aan een aantal verschillende strafbare feiten. Hij heeft zich samen met anderen schuldig gemaakt aan een gewapende overval op een filiaal van de supermarkt C1000 op 19 juni 2010. Bij de overval is verdachte samen met zijn medeverdachten de winkel in gegaan en heeft hij de medewerkers onder dreiging van een op een vuurwapen gelijkend voorwerp de kluis laten open maken waarna verdachte met een groot geldbedrag de winkel heeft verlaten. Voorts heeft verdachte zich samen met anderen schuldig gemaakt aan vier bedrijfsinbraken, waarbij de nodige materiële schade is veroorzaakt. De verdachte heeft, samen met een ander, openlijk geweld gepleegd tegen twee personen die zojuist een nachtclub verlieten. Tenslotte heeft verdachte een politieagent die belast was met de surveillance op een Kermis uitgescholden. Gevangenisstraf voor de duur van drie jaren. Zie ook: LJN BQ3233 en BQ3246 (medeverdachten van overval op filiaal C1000 op 19 juni 2010).

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE

Sector Strafrecht

Meervoudige strafkamer

Parketnummers 09/900529-10, 09/925066-10, 09/655728-10, TUL 09/752084-08

Datum uitspraak: 21 april 2011

Tegenspraak

(Promis)

De rechtbank 's-Gravenhage heeft op de grondslag van de tenlastelegging en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting het navolgende vonnis gewezen in zaak van de officier van justitie tegen de verdachte:

[verdachte W],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1991,

adres: [adres]

thans gedetineerd in de penitentiaire inrichting Vught "Nieuw Vosseveld 2" te Vught.

1. Het onderzoek ter terechtzitting

Het onderzoek is gehouden ter terechtzitting van 7 april 2011.

De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie mr. Berger en van hetgeen door de raadsman van verdachte mr. Knoester, advocaat te 's-Gravenhage, en door de verdachte naar voren is gebracht.

2. De tenlastelegging

Aan de verdachte is - na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting - ten laste gelegd dat:

09/900529-10

1.

hij op of omstreeks 19 juni 2010 te 's-Gravenhage tezamen en in vereniging met

een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke

toeëigening heeft weggenomen enig geldbedrag en/of

strippenkaarten en/of postzegels, in elk geval enig goed, geheel of ten dele

toebehorende aan C1000 (filiaal Heeswijkplein), in elk geval aan een ander of

anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd

voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met

geweld tegen [P1] en/of [P2], gepleegd met het oogmerk

om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij

betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de

vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld bestond(en) uit het:

- vastpakken en/of duwen en/of trekken (aan de kleding) van die [P1] en/of

[P2] en/of

- in de rug duwen en/of tonen van een (op een) vuurwapen gelijkend voorwerp aan die [P2] en/of

- tonen van een (op een) vuurwapen gelijkend voorwerp en/of mes aan die [P1] en/of

- (meermalen) slaan van die [P1] en/of [P2] en/of

- zeggen tegen die [P2] dat hij hem zou vermoorden, althans woorden

van gelijke strekking;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

2.

hij op of omstreeks 29 maart 2010 te Rijswijk opzettelijk beledigend (een)

ambtena(a)r(en), te weten [agent], agent van politie Haaglanden,

gedurende en/of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn/haar/hun

bediening, tijdens surveillance in diens/dier tegenwoordigheid mondeling heeft

toegevoegd de woorden "Hoerenjong(eren)" en/of "Klootzakken", althans woorden

van gelijke beledigende aard en/of strekking;

art 266 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 267 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

09/925066-10

hij op of omstreeks 29 januari 2010 te 's-Gravenhage met een ander of anderen,

op of aan de openbare weg, de Laan, in elk geval op of aan een openbare weg,

openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [P3] en/of [P4],

welk geweld bestond uit het met een mes steken in de zij van die [P4]

en/of (meermalen) slaan tegen het hoofd, althans het lichaam van die [P3]

en/of die [P4];

art 141 lid 1 Wetboek van Strafrecht

09/655728-10

1.

hij op of omstreeks 12 mei 2010 te Zoetermeer tezamen en in vereniging met een

ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke

toeëigening in/uit het kantoor van een woonlocatie van Steinmetz de Compaan

heeft weggenomen een kluis (met inhoud), in elk geval enig goed, geheel of ten

dele toebehorende aan [P5] en/of Steinmetz de Compaan, in elk geval aan

een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), zulks na zich

de toegang tot de plaats van het misdrijf te hebben verschaft en/of de/het weg

te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik te hebben gebracht door twee,

althans een, ra(a)m(en) van dat kantoor in te gooien en/of in te slaan en/of

te forceren;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

2.

hij in of omstreeks de periode van 12 mei 2010 tot en met 13 mei 2010 te

's-Gravenhage tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans

alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een kantoor,

gelegen aan [adres] heeft weggenomen twee, althans een,

laptop(s) en/of een scanner, in elk geval enig goed, geheel of ten dele

toebehorende aan [P6] en/of [P7] Adviesgroep, in elk geval

aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), zulks na

zich de toegang tot de plaats van het misdrijf te hebben verschaft en/of

de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik te hebben gebracht door

een nooddeur van dat kantoor (met een breekwerktuig) open te breken en/of te

forceren;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

3.

hij in of omstreeks de periode van 08 januari 2010 tot en met 10 januari 2010

te 's-Gravenhage tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans

alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een kantoor,

althans een bedrijfspand, gelegen aan [adres 2] heeft

weggenomen 11, althans een (aantal), laptop(s) en/of een Nintendo Wii

spelcomputer (met accessoires) en/of drie, althans een (aantal), telefoon(s)

en/of een hoeveelheid geld (in totaal ongeveer 100 euro), in elk geval enig

goed, geheel of ten dele toebehorende aan [P8] en/of [P9] in

elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

zulks na zich de toegang tot de plaats van het misdrijf te hebben verschaft

en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik te hebben gebracht

door het raam van de toegangsdeur van dat kantoor (met een brandblusser) in te

slaan en/of in te gooien en/of de toegangsdeur van dat kantoor open te

breken/te forceren;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

4.

hij in of omstreeks de periode van 19 maart 2010 tot en met 20 maart 2010 te

's-Hertogenbosch tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans

alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een kantoor,

althans een bedrijfspand, gelegen aan [adres 3] heeft weggenomen

vier, althans een (aantal), laptop(s)/computer(s) en/of een dinerbon en/of een

lederen aktetas en/of een kentekenbewijs met kenteken [kenteken] en/of een metal

case, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [P10] en/of GGZ en/of [P11] en/of de [bedrijf], in elk

geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

zulks na zich de toegang tot de plaats van het misdrijf te hebben verschaft

en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik te hebben gebracht

door een ruit aan de achterzijde van dat kantoor, althans dat bedrijfspand, in

te gooien en/of in te slaan en/of te forceren;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

3. Het bewijs

3.1 Het standpunt van de officier van justitie

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte

- op 19 juni 2010 in vereniging een gewapende overval heeft gepleegd in de C1000 aan het Heeswijkplein in Den Haag.

- op 29 maart 2010 een politieagent heeft beledigd

- op 29 januari 2010 openlijk geweld heeft gepleegd tegen [P4] en [P3], waarbij heeft te gelden dat het steken met een mes door de mededader niet kan worden toegerekend aan verdachte, die in zoverre dient te worden vrijgesproken,

- in de periode van 8 januari tot en met 13 mei 2010 in vereniging vier bedrijfsinbraken heeft gepleegd

De officier van justitie heeft gevorderd dat de rechtbank wettig en overtuigend bewezen zal verklaren dat verdachte alle feiten heeft begaan.

3.2 Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich in zaak 09/900529-10 op het standpunt gesteld dat de hele zaak berust op toevalligheden zonder enig direct bewijs, zodat vrijspraak dient te volgen.

In zaak 09/925066-10 heeft de raadsman vrijspraak bepleit voor het steken van [P4] met een mes, omdat verdachte niet wist en niet hoefde te weten dat zijn medeverdachte met een mes ging steken. Voor het overige heeft de raadsman een beroep op noodweer gedaan en bepleit dat verdachte moet worden ontslagen van alle rechtsvervolging.

Ten aanzien van de overige tenlastegelegde feiten heeft de raadsman zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

3.3 De beoordeling van de tenlastelegging

09/900529-10, feit 1

Op zaterdag 19 juni 2010 rond 6.55 zien [P1] (hierna [P1]) en [P2] (hierna: [P2]), twee medewerkers van de C1000 aan het Heeswijkplein te 's-Gravenhage, drie onbekende mannen aan komen lopen. [P1] wordt door één van de mannen bij zijn bovenarm vastgepakt en [P2] wordt door een andere man vastgepakt. Er wordt om geld gevraagd. [P1] en [P2] worden getrokken respectievelijk geduwd naar het kassakantoor, waar zich de kluis met de kassaladen en het geld bevinden. [P2] voelt iets hards in zijn rug porren, iets onnatuurlijks waarvan hij denkt dat het een pistool was.

[P1] moet de afgesloten deur van het kassakantoor openen en wordt het kassakantoor ingeduwd. [P2] moet bij de deuropening blijven staan met een van de mannen. [P1] moet de kleine kluis openen. In het kassakantoor zien [P1] en [P2] dat een van de mannen een pistool/vuurwapen in zijn hand heeft en dat een andere man een mes in zijn hand heeft.

Een van de mannen pakt een kassalade uit de kluis. [P1] moet de kassalade openen, waarop een van de mannen het geld eruit haalt en het in een tas stopt. Op dezelfde manier worden nog twee of drie kassalades geleegd en wordt een ongeopende kassalade in een C1000 tas gedaan. Als de mannen het kassakantoor verlaten slaat een van hen [P1] met zijn vuist in zijn gezicht en een ander slaat [P2] twee keer met de vuist in zijn gezicht.1 Bij de overval zijn geld, strippenkaarten, postzegels en emballagebonnen weggenomen.2

Buurtbewoners zien kort na de overval drie mannen rennen in de binnentuin tussen de flats van de Verwoldestraat en de Hackfortstraat (hierna: de binnentuin) en zien dat zij daar iets weggooien.3

De politie vindt daar een tas - met daarin geld, strippenkaarten, postzegelvellen en emballagebonnen -, een zwarte jas, zwarte handschoenen, een plastic C1000 tas met daarin twee geldlades en een zwart vuurwapen.4 Het vuurwapen is een veerdrukpistool, model [model]. In de C1000 is na de overval een magazijn aangetroffen dat vermoedelijk bij dit pistool hoort.5

Verdachte is in de nacht van 18 op 19 juni 2010 bij zijn vriendin [P12] (hierna: [P12]) geweest. Rond 4.45 heeft zijn vriendin foto's gemaakt van verdachte met een vuurwapen in zijn hand. Verdachte draagt op die foto's zwart/witte Air Max sportschoenen.6

Het vuurwapen op deze foto's is hetzelfde model als het na de overval in de binnentuin aangetroffen veerdrukpistool.7 De sportschoenen op de foto's tonen zeer veel gelijkenissen met de schoenen die een van de mannen aanhad bij de overval. Deze man droeg voorts een zwarte jas en zwarte handschoenen.8

Op de in de binnentuin aangetroffen zwarte jas worden zowel op de kraag, als op de manchet DNA-sporen gevonden die afkomstig kunnen zijn van verdachte. De kans dat dit DNA-profiel van een willekeurig gekozen persoon matcht met dit DNA-profiel is kleiner dan een op een miljard.9 Op de in de binnentuin aangetroffen zwarte handschoenen is een DNA-mengprofiel aangetroffen van verdachte.10

Verdachte is op 19 juni 2010 's ochtends vertrokken en is rond 7.20 uur teruggekomen in de woning van zijn vriendin.11

Verdachte heeft verklaard dat hij rond 7.00 uur is weggegaan bij zijn vriendin. Hij heeft in eerste instantie verklaard dat hij even bij zijn vader langs was geweest om kleding te halen. Dit spoorde niet met de verklaring van zijn vader, dat verdachte die ochtend niet bij hem thuis is geweest. Uiteindelijk heeft verdachte verklaard dat hij naar een ander meisje is geweest.

Verdachtes verklaringen sporen niet met die van [P12], dat verdachte om 06.00 uur bij haar vertrokken was om even naar huis te gaan om te douchen en andere kleren aan te doen. Bij thuiskomst droeg verdachte nog steeds dezelfde kleding en had hij niet gedoucht.12

De rechtbank hecht meer geloof aan de verklaring van [P12] dan aan de verklaring van verdachte over het tijdstip van vertrek, die gepaard gaat met wisselende verklaringen over zijn activiteiten tijdens zijn afwezigheid. De rechtbank gaat er dus van uit dat de verdachte ruim een uur weg is geweest, weg was op het moment dat de overval werd gepleegd en lang genoeg weg is geweest om de overval te kunnen plegen.

Later die ochtend spreken verdachte en [P12] af met [P13] (hierna: [P13]). Ze rijden in de auto van [P13]. Verdachte wijst de weg.13

Buurtbewoners zien dat de auto van [P13] parkeert in de Hackfortstraat , dat een jongen en twee meisjes uitstappen, die gaan zoeken in dezelfde bosjes waar de politie die ochtend had gezocht.14

Het valt een van de buurtbewoners, die ook meteen na de overval drie mannen had zien wegrennen, op dat de jongen die hij 's ochtends had zien rennen dezelfde schoenen aanhad (zwart met een witte bies) als de jongen die in de bosjes zoekt.15

Uit opgevraagde historische verkeersgegevens van een Samsung-telefoon die in de auto van [P13] is aangetroffen en die door verdachte is gebruikt16 blijkt dat op 19 juni 2010 om 9.52 uur met deze telefoon is gebeld naar een mobiele telefoon die in gebruik is bij [X], een van de medeverdachten. In de vroege ochtend van 19 juni 2010, om 0.11 uur, is eveneens met deze Samsung-telefoon gebeld naar het mobiele nummer van [X]17.

In dit verband overweegt de rechtbank dat [X] in zijn door deze rechtbank tegelijk behandelde strafzaak weliswaar is vrijgesproken van het hem tenlastegelegde medeplegen van afpersing met geweld, doch dat de rechtbank daarbij heeft overwogen dat er sterke aanwijzingen zijn dat [X] bij de overval op de C1000 betrokken was.

Anders dan de raadsman, is de rechtbank van oordeel dat verdachte samen met anderen op 19 juni 2010 de C1000 heeft overvallen - en dat het onder 1 tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen kan worden.

09/900529-10, feit 2

Op 29 maart 2010 is [agent] agent van politie Haaglanden, in uniform gekleed en belast met de surveillance op de Kermis op het Bogaardplein te Rijswijk, doende om na sluiting van de kermis alle jongeren - waaronder verdachte - weg te sturen van de kermis. Daar aanwezige verbalisanten zien dat verdachte zich omdraait richting [agent], en schreeuwt: "jullie zijn hoerenjongeren, klootzakken".18

Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij die avond wel gescholden heeft, maar dat hij, omdat hij dronken was, niet meer weet wat hij gezegd heeft.19

De rechtbank is van oordeel dat dit feit wettig en overtuigend bewezen kan worden.

09/925066-10

Op 29 januari 2010 komt het op de Laan in Den Haag tot een treffen tussen verdachte en zijn vriend [P14] enerzijds en [P3] en [P4] anderzijds.20 Verdachte wordt geslagen en slaat de anderen ook zelf.21 [P14] heeft een mes en maakt daarmee stekende bewegingen naar [P4] die nadien een steekwond in zijn linkerzij blijkt te hebben.22

Met de officier van justitie en de raadsman is de rechtbank van oordeel dat de stekende bewegingen die [P14] met het mes heeft gemaakt niet aan verdachte kunnen worden toegerekend. De rechtbank zal verdachte in zoverre vrijspreken. Wel kan wettig en overtuigend bewezen worden dat verdachte openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [P4] en [P3] door te slaan.

09/655728-10, feit 1 tot en met 4

Ter terechtzitting heeft verdachte verklaard dat hij bij alle vier de in de dagvaarding genoemde inbraken, waar steeds aangifte van is gedaan23 betrokken is geweest. Hij heeft bij de inbraak in Den Bosch en Zoetermeer zowel de braakhandelingen verricht als de goederen weggenomen. Bij de twee inbraken in Den Haag hebben anderen de braakhandelingen verricht, is verdachte mee naar binnen gegaan en heeft hij goederen weggenomen.24

Naar het oordeel van de rechtbank is voor een bewezenverklaring van medeplegen van een diefstal met braak, het niet noodzakelijk dat verdachte daadwerkelijk zelf de braakhandeling heeft verricht.

De rechtbank zal, gelet op het vorenstaande alle vier de feiten wettig en overtuigend bewezen verklaren.

3.4 De bewezenverklaring

09/900529-10

1.

hij op of omstreeks 19 juni 2010 te 's-Gravenhage tezamen en in vereniging met

een ander of anderen met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen enig geldbedrag, strippenkaarten en postzegels toebehorende aan C1000 (filiaal Heeswijkplein), welke diefstal werd vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen [P1] en/of [P2], gepleegd met het oogmerk

om die diefstal gemakkelijk te maken en het bezit van het gestolene te verzekeren,

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld bestond(en) uit het:

- vastpakken en/of duwen en/of trekken (aan de kleding) van die [P1] en/of

[P2] en/of

- in de rug duwen en/of tonen van een (op een) vuurwapen gelijkend voorwerp aan die [P2] en/of

- tonen van een (op een) vuurwapen gelijkend voorwerp en/of mes aan die [P1] en/of

- (meermalen) slaan van die [P1] en/of [P2] en/of

- zeggen tegen die [P2] dat hij hem zou vermoorden, althans woorden

van gelijke strekking;

2.

hij op 29 maart 2010 te Rijswijk opzettelijk beledigend (een)

ambtenaar, te weten [agent], agent van politie Haaglanden,

gedurende en/of ter zake van de rechtmatige uitoefening van haar

bediening, tijdens surveillance in diens tegenwoordigheid mondeling heeft

toegevoegd de woorden "Hoerenjong(eren)" en/of "Klootzakken", althans woorden

van gelijke beledigende aard en/of strekking;

09/925066-10

hij op 29 januari 2010 te 's-Gravenhage met een ander op de openbare weg, de Laan, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [P3] en/of [P4], welk geweld bestond uit het (meermalen) slaan tegen het hoofd, althans het lichaam van die [P3] en/of die [P4];

09/655728-10

1.

hij op of omstreeks 12 mei 2010 te Zoetermeer tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit het kantoor van een woonlocatie van Steinmetz de Compaan heeft weggenomen een kluis (met inhoud), in elk geval enig goed, toebehorende aan Steinmetz de Compaan, zulks na zich de toegang tot de plaats van het misdrijf te hebben verschaft door twee ram(en) van dat kantoor in te gooien;

2.

hij op 13 mei 2010 te 's-Gravenhage tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening uit een kantoor, gelegen aan [adres] heeft weggenomen twee laptops en een scanner toebehorende aan [P7] Adviesgroep, zulks na zich de toegang tot de plaats van het misdrijf te hebben verschaft door een nooddeur van dat kantoor (met een breekwerktuig) open te breken;

3.

hij in of omstreeks de periode van 08 januari 2010 tot en met 10 januari 2010 te 's-Gravenhage tezamen en in vereniging met een ander met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening uit een bedrijfspand, gelegen aan [adres 2] heeft weggenomen 11 laptops en een Nintendo Wii spelcomputer met accessoires en drie telefoons en een hoeveelheid geld (in totaal ongeveer 100 euro), toebehorende aan [P8] en/of [P9] zulks na zich de toegang tot de plaats van het misdrijf te hebben verschaft door het raam van de toegangsdeur van dat kantoor met een brandblusser in te gooien en de toegangsdeur van dat kantoor open te breken;

4.

hij in of omstreeks de periode van 19 maart 2010 tot en met 20 maart 2010 te 's-Hertogenbosch tezamen en in vereniging met een ander of anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening uit een kantoor gelegen aan [adres 3] heeft weggenomen vier computers en een dinerbon en een lederen aktetas en een kentekenbewijs met kenteken [kenteken] en een metalcase toebehorende aan GGZ en/of [P11] en/of de [bedrijf], zulks na zich de toegang tot de plaats van het misdrijf te hebben verschaft door een ruit aan de achterzijde van dat kantoor in te gooien;

4. De strafbaarheid van de feiten

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

Dit levert het in de beslissing genoemde strafbare feiten op.

5. De strafbaarheid van de verdachte

De raadsman heeft ten aanzien van het aan verdachte ten laste gelegde openlijk geweld (09/925066-10) een beroep op noodweer gedaan. Hij heeft daartoe aangevoerd dat verdachte in eerste instantie door [P4] is geslagen en hij vervolgens is terug gaan vechten om zichzelf en zijn vriend [P14] te verdedigen. Bovendien kon hij zich - omdat hij aan zijn jas werd vastgehouden- niet distantiëren van de vechtpartij.

De rechtbank verwerpt dit verweer. Weliswaar volgt uit de verklaringen dat [P4] verdachte als eerste heeft geslagen, echter niet is gebleken dat verdachte, in plaats van terugvechten, geen mogelijkheden had om zich aan de vechtpartij te onttrekken. Daarentegen zijn er meerdere momenten geweest waarop verdachte zich had kunnen onttrekken. Verdachte heeft verklaard dat hij [P3] heeft tegengehouden om te voorkomen dat [P14] twee personen tegenover zich zou krijgen. Dit was naar het oordeel van de rechtbank tenminste één moment geweest waarop verdachte ervoor had kunnen kiezen om weg te lopen. Hij heeft er daarentegen voor gekozen de confrontatie aan te gaan, zodat van een noodweersituatie geen sprake is geweest.

Verdachte is strafbaar, nu niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

6. De straf/maatregel

6.1. De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ten aanzien van het aan verdachte onder 09/900529-10, 09/925066-10, en 09/655728-10 ten laste gelegde wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 jaar en 10 maanden, met aftrek van de tijd in voorarrest doorgebracht

6.2. Het standpunt van de verdediging

De raadsman stelt zich ten aanzien van de strafmaat op het standpunt dat verdachte gezien moet worden als een jong volwassene. De eis die de officier van justitie in de zaak van zijn cliënt heeft neergelegd is buitenproportioneel in vergelijking met de strafeis voor de minderjarige medeverdachten in deze zaak, terwijl ze wat de leeftijd betreft maar 2 jaar schelen, aldus de raadsman.

6.3. Het oordeel van de rechtbank

Bij het bepalen van de op te leggen straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van de verdachte.

Verdachte heeft zich gedurende een periode van 6 maanden schuldig gemaakt aan een aantal verschillende strafbare feiten, waarvan in het bijzonder de overval zeer ernstig is. Verdachte heeft zich samen met anderen schuldig gemaakt aan een gewapende overval op een filiaal van de supermarkt C1000. Bij de overval is verdachte samen met zijn medeverdachten de winkel in gegaan en heeft hij de medewerkers onder dreiging van een op een vuurwapen gelijkend voorwerp de kluis laten open maken waarna verdachte met een groot geldbedrag de winkel heeft verlaten. Verdachte en zijn medeverdachten hebben bij voornoemde overval alleen aan het eigen geldelijk gewin gedacht en niet aan de emotionele en psychische gevolgen voor de slachtoffers. Verdachte en zijn medeverdachten hebben door de overval grote angst bij deze slachtoffers teweeg gebracht.

Voorts heeft verdachte zich samen met anderen schuldig gemaakt aan vier bedrijfsinbraken, waarbij de nodige materiële schade is veroorzaakt. Ook in deze gevallen heeft verdachte zijn eigen financiële gewin voorop gesteld. Bedrijfsinbraken zijn hinderlijke feiten die bijdragen aan een onveilig gevoel bij de werknemers van dat bedrijf.

De verdachte heeft, samen met een ander, openlijk geweld gepleegd tegen twee personen die zojuist een nachtclub verlieten. Nadat verdachte de eerste klap had geïncasseerd heeft hij ervoor gekozen de confrontatie met beide mannen aan te gaan, waarna er een vechtpartij op straat is ontstaan.

Tenslotte heeft verdachte een politieagent die belast was met de surveillance op een Kermis uitgescholden. Door aldus te handelen heeft verdachte inbreuk gemaakt op het respect dat dient te worden opgebracht voor opsporingsambtenaren die hun publieke taken verrichten.

De rechtbank heeft kennis genomen van het reclasseringsadvies van 24 oktober 2010. Het advies is opgesteld naar aanleiding van de openlijke geweldpleging. De reclassering adviseert de rechtbank in geval van bewezenverklaring een deels voorwaardelijke straf op te leggen, met als bijzondere voorwaarde een meldingsgebod en deelname aan een gedragsinterventie.

De rechtbank ziet - ook in dit advies, dat slechts is opgesteld in een van de zaken - geen aanleiding om een deels voorwaardelijke straf op te leggen. Oplegging van de geadviseerde bijzondere voorwaarde is daarmee niet aan de orde.

De rechtbank houdt tevens rekening met de omstandigheid dat verdachte blijkens een hem betreffend uittreksel justitiële documentatie van 1 februari 2011 reeds eerder is veroordeeld. Uit deze veroordeling heeft hij kennelijk geen lering getrokken. Bovendien liep verdachte in een proeftijd.

Gelet op de ernst van de feiten en hetgeen in vergelijkbare gevallen wordt opgelegd, acht de rechtbank oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van aanzienlijke duur passend en geboden.

7. De vordering tenuitvoerlegging

7.1. De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie vordert voorts de tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de kinderrechter d.d. 15 april 2009 voorwaardelijk opgelegde jeugddetentie, te weten jeugddetentie voor de duur van 1 maand;

7.2. Het standpunt van de verdediging

De raadsman refereert zich aan het oordeel van de rechtbank.

7.3. Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank acht termen aanwezig voor toewijzing van de vordering van de officier van justitie tot tenuitvoerlegging van het voorwaardelijk deel van de opgelegde jeugddetentie waartoe verdachte werd veroordeeld bij onherroepelijk geworden vonnis van deze rechtbank, nu uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat verdachte de algemene voorwaarde niet heeft nageleefd, doordat deze zich voor het einde van de proeftijd die bij voormeld vonnis was, wederom heeft schuldig gemaakt aan een soortgelijk feit.

8. De toepasselijke wetsartikelen

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen:

- 14a, 14b, 14c, 57, 141, 266, 267, 310, 311, 312 van het Wetboek van Strafrecht;

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

9. De beslissing

De rechtbank,

verklaart wettig en overtuigend bewezen, dat de verdachte de bij gewijzigde dagvaarding onder 09/900529-10, 09/925066-10, en 09/655728-10 tenlastegelegde feiten heeft begaan en dat het bewezenverklaarde uitmaakt:

ten aanzien van 09/900529-10 feit 1:

diefstal door twee of meer verenigde personen, vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken en het bezit van het gestolene te verzekeren;

ten aanzien van 09/900529-10 feit 2:

belediging van een ambtenaar gedurende of terzake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening

ten aanzien van 09/925066-10 feit 1:

het openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen;

ten aanzien van 09/655728-10 feiten 1, 2, 3 en 4:

diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak, meermalen gepleegd;

verklaart het bewezen verklaarde en de verdachte deswege strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

veroordeelt de verdachte tot:

een gevangenisstraf voor de duur van drie (3) jaren

bepaalt dat de tijd, door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de hem opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht, voorzover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht;

gelast de tenuitvoerlegging van de straf, voorwaardelijk opgelegd bij voormeld vonnis van deze kinderrechter in deze rechtbank d.d. 15 april 2009, gewezen onder parketnummer 09/752084-08, te weten:

jeugddetentie voor de duur van 1 maand

Dit vonnis is gewezen door

mrs. L. Alwin, voorzitter,

J.A. Van Steen en S.M. Christiaan, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. N.M. Hamelink, griffier,

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 21 april 2011.

1 PV van aangifte [P1], PL1533 2010126056-1, blz. 94 t/m 98 en PV van aangifte [P2], PL1533 2010126056-1, blz. 100 t/m 104.

2 PV verhoor aangever, PL1533 2010126056-51, blz. 105 en bijlagen blz. 107 en 108.

3 Pv verhoor getuige [getuige], blz. 113

4 PV bevindingen, Politie Haaglanden, afdeling speurhonden, blz. 74, PV bevindingen,PL1531 2010126056-5, blz. 71 en 72, pv bevuindingen, blz 170

5 PV Nr. 2010126056, WEN nummer 164/2010, blz. 182, foto wapen + magazijn blz. 183.

6 PV bevindingen, PL15332010126056-77, blz. 185. PV bevindingen, PL15332010126056-86, blz. 190, met als bijlage foto's blz. 192 t/m 196.

7 PV Nr. 2010126056, WEN nummer 357/2010, blz. 270.

8 PV bevindingen, PL15332010126056-53, 153, zie ook foto's blz. 151 en foto's overval blz. 157.PV bevindingen, PL1533 2010126056-49, blz. 69

9 Rapport NFI zaaknummer 20100812005, aanvraagnummer 002, blz. 285.

10 Rapport NFI zaaknummer 20100812005, aanvraagnummer 002, blz. 285, 286.

11 PV verhoor getuige, PL1533 2010126056-39, blz. 144.

12 PV verhoor getuige, PL1533 2010126056-39, blz. 128.

13 PV verhoor getuige PL 1531 201026056-37, blz. 137 ev

14 PV bevindingen, PL1531 201026056-26, blz. 77 en 78

15 PV bevindingen, PL1531 201026056-26, blz. 79

16 PV bevindingen, PL1531 201026056-26, blz. 292 en 293

17 PV bevindingen 2010126056, blz. 292

18 PV aangifte, PL15612010065783-7., blz. 15.

19 PV ter terechtzitting d.d. 7 april 2011.

20 PV verhoor verdachte, PL 1512 2010021020-2, blz. 808 PV verhoor verdachte, PL 1512 2010021020-26, blz.42..

21 PV verhoor verdachte, PL 1512 2010021020-30, blz.93. PV verhoor verdachte, PL 1512 2010021020-29, blz.80

22 PV bevindingen, PL1512 2010021020-15, blz. 19-20.

23 PV aangifte, PL1551 2010097800-1, blz. 17 en 18.PV van aangifte, PL1511 2010098644-1, blz. 70 en 71.PV van aangifte PL1511 2010007088-1, blz.86 en 87.PV van aangifte, PL21XS 2010029990-1, blz. 133 en 134

24PV ter terechtzitting d.d. 7 april 2011.