Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2011:BQ3164

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
20-04-2011
Datum publicatie
02-05-2011
Zaaknummer
AWB 10/1919 WWB
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Bijzondere bijstand gevraagd voor kosten van rechtshulp. De Wet op de rechtsbijstand is in beginsel een op de WWB voorliggende voorziening. Eiseres heeft geen gebruik gemaakt van gefinancierde rechtshulp, maar heeft de hulp ingeroepen van Legal2People. Alleen de van rechtsbijstandverleners die worden genoemd in de Wrb verkregen rechtsbijstand is, behoudens een kleine eigen bijdrage, kostenloos. De bij Legal2People werkzame juristen zijn geen rechtsbijstandverleners zoals bedoeld in de Wrb. De door Legal2People geboden hulp valt dus niet onder de werkingssfeer van de Wrb en de aan eiseres in rekening gebrachte kosten dienen naar het oordeel van de rechtbank evenmin te worden afgewenteld op de bijzondere bijstand. Beroep ongegrond.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK 's-GRAVENHAGE

Sector bestuursrecht

Eerste afdeling, meervoudige kamer

Reg. nr.: AWB 10/1919 WWB

UITSPRAAK als bedoeld in artikel 8:77 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het geding tussen

[Eiseres], wonende te [plaats],

en

het college van burgemeester en wethouders van Leidschendam-Voorburg, verweerder.

Ontstaan en loop van het geding

Bij besluit van 20 oktober 2009 heeft verweerder de aanvraag van eiseres om bijzondere bijstand ingevolge de Wet werk en bijstand (hierna: WWB) voor de kosten van rechtshulp afgewezen.

Het tegen dit besluit gemaakte bezwaar heeft verweerder bij besluit van 5 maart 2010 ongegrond verklaard.

Hiertegen is bij faxbericht van 15 maart 2010 beroep ingesteld.

Het beroep is op 1 maart 2011 ter zitting behandeld. Daarbij is eiseres niet verschenen, maar heeft zij zich laten vertegenwoordigen door mr. L. Orie als vervanger van mr. M.L.M. Klinkhamer, beiden werkzaam bij Legal2People te Den Haag. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door M. Schuurman.

Overwegingen

Vastgesteld wordt dat het bureau Legal2People uit Den Haag eiseres rechtshulp heeft geboden in een tweetal procedures. Blijkens de stukken is eiseres voor de door Legal2People verleende rechtsbijstand een vergoeding voor ten minste de kantoorkosten (de eigen bijdrage) verschuldigd, alsmede de door het bestuursorgaan dan wel de rechter toegewezen vordering tot vergoeding van de proceskosten (no cure no pay). Legal2People heeft eiseres een eigen bijdrage van € 192,00 in rekening gebracht. Voor de vergoeding van die kosten heeft eiseres bijzondere bijstand aangevraagd. Verweerder heeft de aanvraag van eiseres afgewezen en dit besluit na heroverweging gehandhaafd, op de grond dat de Wet op de Rechtsbijstand (hierna: Wrb) voor eiseres een toereikende en passende voorliggende voorziening biedt.

De vraag die beantwoord moet worden is of verweerder terecht de aanvraag van eiseres om bijzondere bijstand heeft afgewezen omdat de Wrb een voorliggende voorziening is voor de kosten waarvoor eiseres vergoeding heeft aangevraagd.

Eiseres heeft zich op het standpunt gesteld dat de Wrb voor de door haar gemaakte kosten van rechtsbijstand geen voorliggende voorziening is. De bijzondere bijstand is gevraagd voor de eigen bijdrage die eiseres aan haar gemachtigde dient te betalen. Ingevolge de Wrb blijft eveneens immers een bepaald bedrag voor eigen rekening. Voor de eigen bijdrage ingevolge de Wrb kan bijzondere bijstand worden aangevraagd. Ten aanzien van deze eigen bijdrage kan niet worden gesteld dat de Wrb voorliggend is, aldus eiseres. Verweerder had volgens eiseres de noodzaak van de door eiseres gemaakte kosten moeten beoordelen en aan de hand daarvan moeten bepalen of er bijzondere bijstand kon worden verstrekt.

In artikel 35, eerste lid, van de WWB is bepaald dat, onverminderd paragraaf 2.2, de alleenstaande of het gezin recht heeft op bijzondere bijstand voor zover de alleenstaande of het gezin niet beschikt over de middelen om te voorzien in de uit bijzondere omstandigheden voortvloeiende noodzakelijke kosten van het bestaan en deze kosten naar het oordeel van het College niet kunnen worden voldaan uit de bijstandsnorm, de langdurigheidstoeslag, het vermogen en het inkomen voor zover dat meer bedraagt dan de bijstandsnorm, waarbij artikel 31, tweede lid, en artikel 34, tweede lid, niet van toepassing zijn.

Ingevolge artikel 15, eerste lid, van de WWB bestaat geen recht op bijstand voor zover een beroep kan worden gedaan op een voorliggende voorziening die, gezien haar aard en doel, wordt geacht voor de belanghebbende toereikend en passend te zijn. Het recht op bijstand strekt zich evenmin uit tot kosten die in de voorliggende voorziening als niet noodzakelijk worden aangemerkt. Zoals blijkt uit de Memorie van Toelichting is inkomensaanvulling op grond van de WWB niet aan de orde indien binnen een voorliggende voorziening een bewuste beslissing is genomen over de noodzaak van bepaalde kostensoorten in het algemeen of in een specifieke situatie (TK 2002-2003, 28 870, nr. 3, p. 46). Of een voorziening gezien haar aard en doel passend en toereikend is, is afhankelijk van de omstandigheden en mogelijkheden van het individuele geval en wordt mede bepaald door wat naar maatschappelijk inzicht aanvaardbaar wordt geacht.

De rechtbank stelt vast dat Nederland met het oog op de toegang tot de rechter een stelsel van gefinancierde rechtshulp kent. Dit stelsel, dat is uitgewerkt in de Wrb, is speciaal in het leven geroepen voor diegenen die anders niet of in mindere mate van rechtsbijstand gebruik zouden kunnen maken. Naar vaste rechtspraak van de Centrale Raad van Beroep (hierna: CRvB) (zie onder meer de uitspraak van 31 oktober 2006 LJN: AZ1426) wordt de Wrb voor de kosten van rechtsbijstand in beginsel beschouwd als een aan de WWB voorliggende, toereikende en passende voorziening. In voornoemde uitspraak is voorts overwogen dat bij een gedeeltelijke vergoeding voor een noodzakelijk geachte voorziening aanvullende bijstand mogelijk is, indien betrokkene een beroep doet op deze voorliggende voorziening maar deze niet toereikend is omdat de kosten om budgettaire redenen niet worden vergoed dan wel daarvoor een eigen bijdrage wordt gevraagd.

Afgezien van de vraag of de kosten waarvoor eiseres in deze procedure bijzondere bijstand heeft aangevraagd zijn te beschouwen als een eigen bijdrage in de zin van de Wrb, volgt de rechtbank eiseres niet in haar betoog dat uit voornoemde uitspraak van de CRvB volgt dat ten aanzien van de eigen bijdrage in de zin van de Wrb, de Wrb geen voorliggende voorziening is. Immers, de CRvB heeft overwogen dat voor de kosten van rechtsbijstand (waaronder de eigen bijdrage) de Wrb voorliggend is, maar dat dient te worden onderzocht of de voorliggende voorziening, nu er een eigen bijdrage wordt gevraagd, gezien de omstandigheden van deze individuele betrokkene, wel toereikend is.

Eiseres heeft geen gebruik gemaakt van gefinancierde rechtshulp, maar heeft de hulp ingeroepen van Legal2People. Alleen de van rechtsbijstandverleners die worden genoemd in de Wrb verkregen rechtsbijstand is, behoudens een kleine eigen bijdrage, kostenloos. De bij Legal2People werkzame juristen zijn geen rechtsbijstandverleners zoals bedoeld in de Wrb. De door Legal2People geboden hulp valt dus niet onder de werkingssfeer van de Wrb en de aan eiseres in rekening gebrachte kosten dienen naar het oordeel van de rechtbank evenmin te worden afgewenteld op de bijzondere bijstand.

De door eiseres aangehaalde uitspraken van deze rechtbank van 25 augustus 2010 (AWB 10/1201 WWB) en van 25 februari 2011 (AWB 10/4137 WWB) leiden niet tot een ander oordeel. In die uitspraken heeft de rechtbank zich niet uitgelaten over de mogelijkheid van het verstrekken van bijzondere bijstand voor de kosten van door Legal2People geboden rechtshulp.

Niet gebleken is van zeer dringende redenen als bedoeld in artikel 16, eerste lid, van de WWB, die verweerder hadden moeten bewegen om in afwijking van artikel 15, eerste lid, van de WWB wel bijstand voor deze kosten te verlenen. Verweerder heeft het besluit tot afwijzing van bijzondere bijstand na heroverweging terecht gehandhaafd.

Het beroep is ongegrond.

Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Beslissing

De Rechtbank 's-Gravenhage,

RECHT DOENDE:

verklaart het beroep ongegrond.

Aldus gegeven door mr. L. Koper, mr. M.P. de Valk en mr. G.F. van der Linden-Burgers, in tegenwoordigheid van de griffier mr. W. Goederee.

In het openbaar uitgesproken op 20 april 2011.

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep.