Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2011:BQ2079

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
20-04-2011
Datum publicatie
21-04-2011
Zaaknummer
09/753558-09 en 09/637708-10
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een verduistering van een bestelauto die hij als zelfstandige werknemer zonder personeel bij een hoveniers- en bestratingbedrijf in gebruik had. Voorts heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan een tweetal bedreigingen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE

Sector Strafrecht

Meervoudige strafkamer

Parketnummers: 09/753558-09 en 09/637708-10 (ter terechtzitting gevoegd)

Datum uitspraak: 20 april 2011

Tegenspraak

(Promis)

De rechtbank 's-Gravenhage heeft op de grondslag van de tenlastelegging en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1987,

adres: [adres].

1. Het onderzoek ter terechtzitting

Het onderzoek is gehouden ter terechtzitting van 6 april 2011.

De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie mr. S.M. van der Kallen en van hetgeen door de raadsman van verdachte mr. J.A.W. Knoester, advocaat te 's-Gravenhage, en door de verdachte naar voren is gebracht.

2. De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

ten aanzien van de dagvaarding met parketnummer 09/753558-09:

1.

hij op of omstreeks 05 september 2009 te Bodegraven ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld een of meer perso(o)n(en) genaamd [A] en/of [B] en/of [C] te dwingen tot de afgifte van geld, in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [autocentrum], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), met een of meer van zijn mededader(s), althans alleen met een bivakmuts op, althans met een bedekt gezicht, dat autocentrum is binnengegaan en/of een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, (afwisselend) heeft gericht op voornoemde perso(o)n(en) en/of (daarbij) heeft gezegd/geroepen: "Geld, geld, kluis of ik schiet." en/of "Ik weet dat er geld is, links achterin. Mee naar de kluis, alle drie mee.", terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

art 317 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

EN/OF

hij op of omstreeks 5 september 2009 te Bodegraven ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeeigening weg te nemen geld, geheel of ten dele toebehorende aan [autocentrum], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), met een of meer van zijn mededader(s), althans alleen met een bivakmuts op, althans met een bedekt gezicht, dat autocentrum is binnengegaan en/of (vervolgens) in een of meer kantoorruimtes en/of de keuken van dat autocentrum een aantal kasten en/of bureaus heeft doorzocht, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid, welke poging tot

diefstal werd vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [A] en/of [B] en/of [C], gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichelf en/of aan (een) andere deelnemer(s) het zij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolenen te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld bestond(en) uit het (afwisselend) richten van een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, op voornoemde [A] en/of [B] en/of [C] en/of het (daarbij) zeggen/roepen van de volgend woorden: "Geld, geld, kluis of ik schiet." en/of "Ik weet dat er geld is, links achterin. Mee naar de kluis, alle drie mee.";

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 317 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

Subsidiair, indien het vorenstaande niet tot een bewezenverklaring en/of een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

[X] op of omstreeks 05 september 2009 te Bodegraven ter uitvoering van het door hem voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld een of meer perso(o)n(en) genaamd [A] en/of [B] en/of [C] te dwingen tot de afgifte van geld, in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [autocentrum], in elk geval aan een ander of anderen dan aan die [X] en/of verdachte, met een bivakmuts op, althans met een bedekt gezicht, dat autocentrum is binnengegaan en/of een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, (afwisselend) heeft gericht op voornoemde perso(o)n(en) en/of (daarbij) heeft gezegd/geroepen: "Geld, geld, kluis of ik schiet." en/of "Ik weet dat er geld is, links achterin. Mee naar de kluis, alle drie mee.", terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid, tot en/of bij het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 05 september 2009 te Bodegraven en/of elders in Nederland opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest door die [X] op een scooter naar de plaats van het misdrijf ([autocentrum]) te vervoeren en/of met die scooter op die [X] te wachten en/of die [X] vanaf de plaats van het misdrijf te vervoeren naar elders;

art 317 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 48 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

art 48 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

EN/OF

[X] op of omstreeks 5 september 2009 te Bodegraven ter uitvoering van het door hem voorgenomen misdrijf om met het oogmerk van wederrechtelijke toeeigening weg te nemen geld, geheel of ten dele toebehorende aan [autocentrum], in elk geval aan een ander of anderen dan aan die [X] en/of verdachte, met een bivakmuts op, althans met een bedekt gezicht, dat autocentrum is binnengegaan en/of (vervolgens) in een of meer kantoorruimtes en/of de keuken van dat autocentrum een aantal kasten en/of bureaus heeft doorzocht, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid, welke poging tot diefstal werd vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [A] en/of [B] en/of [C], gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichelf en/of aan (een) andere deelnemer(s) het zij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolenen te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld bestond(en) uit het (afwisselend) richten van een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, op voornoemde [A] en/of [B] en/of [C] en/of het (daarbij) zeggen/roepen van de volgend woorden: "Geld, geld, kluis of ik schiet." en/of "Ik weet dat er geld is, links achterin. Mee naar de kluis, alle drie mee.", tot en/of bij het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 05 september 2009 te Bodegraven en/of elders in Nederland opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest door die [X] op een scooter naar de plaats van het misdrijf ([autocentrum]) te vervoeren en/of met die scooter op die [X] te wachten en/of die [X] vanaf de plaats van het misdrijf te vervoeren naar elders;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 48 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

art 48 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

art 317 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

art 48 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

art 48 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

2.

Ter berechting wordt/worden gevoegd de zaak/zaken geregistreerd onder parketnummer 09/561538-09:

hij op of omstreeks 06 juli 2009 te Bodegraven opzettelijk een (bestel)auto (Renault Kangoo), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele toebehoorde(n) aan [bedrijf] en/of [D], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, en welk(e) goed(eren) verdachte uit hoofde van zijn persoonlijke dienstbetrekking en/of beroep van/als zelfstandige hovenier zonder personeel, in elk geval anders dan door misdrijf onder zich had, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend;

art 321 Wetboek van Strafrecht

art 322 Wetboek van Strafrecht

3.

hij op of omstreeks 03 juli 2009 te Bodegraven [D] en/of [E] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde [D] en/of [E] dreigend de woorden toegevoegd :"Ik zal je kop van je romp trekken", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

art 285 lid 1 Wetboek van Strafrecht

4.

hij op of omstreeks 06 juli 2009 te Bodegraven [D] en/of [E] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde [D] en/of [E] dreigend de woorden toegevoegd :"Ik kom met een hakbijl je kop eraf slaan", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

art 285 lid 1 Wetboek van Strafrecht

5.

hij op of omstreeks 13 juli 2009 te Bodegraven [D] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde [D] dreigend de woorden toegevoegd :"Ik ga [F] begraven als je niet gauw mijn broer daar weghaalt, kankerjood, ik snijd je kop eraf", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

art 285 lid 1 Wetboek van Strafrecht

ten aanzien van de dagvaarding met parketnummer 09/637708-10:

1.

hij op of omstreeks 7 november 2009 te Bodegraven opzettelijk en wederrechtelijk een bestelauto (merk Volkswagen), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [G], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt door toen en daar opzettelijk en wederrechtelijk tegen die bestelauto te schoppen/trappen en/of te slaan;

art 350 lid 1 Wetboek van Strafrecht

2.

hij op of omstreeks 7 november 2009 te Bodegraven [G] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde [G] dreigend de woorden toegevoegd :"ik maak je kapot" en/of "ik vermoord je", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

art 285 lid 1 Wetboek van Strafrecht

3. Het bewijs

3.1 Het standpunt van de officier van justitie

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

ten aanzien van de dagvaarding met parketnummer 09/753558-09:

- op 5 september 2009 te Bodegraven zich samen met een ander, dan wel als medeplichtige, schuldig heeft gemaakt aan een poging tot een gewapende overval op [autocentrum] (feit 1),

- op 6 juli 2009 te Bodegraven een bestelauto die hij uit hoofde van zijn beroep onder zich had, heeft verduisterd (feit 2),

- op 3 en 6 juli 2009 te Bodegraven [D] en/of [E] heeft bedreigd (feiten 3 en 4),

- op 13 juli 2009 te Bodegraven [D] heeft bedreigd (feit 5),

ten aanzien van de dagvaarding met parketnummer 09/637708-10:

- op 7 november 2009 te Bodegraven een bestelauto, toebehorende aan [G], heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt (feit 1) en

- op 7 november 2009 te Bodegraven [G] heeft bedreigd (feit 2).

De officier van justitie heeft gevorderd dat de rechtbank verdachte zal vrijspreken van de bij de dagvaarding met parketnummer 09/753558-09 onder 1 primair eerste en tweede cumulatief/alternatief, 3 en 4 ten laste gelegde feiten en wettig en overtuigend bewezen zal verklaren dat verdachte de bij de dagvaarding met parketnummer 09/753558-09 onder 1 subsidiair eerste en tweede cumulatief/alternatief, 2 en 5 en de bij de dagvaarding met parketnummer 09/637708-10 onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten heeft begaan.

3.2 Het standpunt van de verdediging

Ten aanzien van de dagvaarding met parketnummer 09/753558-09

Met betrekking tot het onder 1 ten laste gelegde heeft de raadsman betoogd dat bij de vaststelling van de feiten dient te worden uitgegaan van hetgeen verdachte heeft verklaard, met als gevolg dat verdachte, vanwege het alsdan ontbreken van wettig en overtuigend bewijs, dient te worden vrijgesproken.

Ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde heeft de raadsman aangevoerd dat er geen sprake was van verduistering, nu verdachte de bestelauto heeft meegenomen totdat een vordering zou zijn voldaan. Volgens de raadsman heeft verdachte daarmee gebruik gemaakt van een hem toekomend retentierecht en is derhalve geen opzet op de wederrechtelijkheid van de toe-eigening van de auto aanwezig.

Ten aanzien van de feiten 3 en 4 heeft de raadsman vrijspraak bepleit.

Met betrekking tot feit 5 heeft de raadsman zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Ten aanzien van de dagvaarding met parketnummer 09/637708-10

Ten aanzien van feit 1 heeft de raadsman vrijspraak bepleit, nu aangever en getuige [getuige 1] niet hebben verklaard dat verdachte schade aan de auto heeft veroorzaakt. Weliswaar heeft verdachte ter terechtzitting verklaard dat hij schade aan de auto van de aangever heeft gezien, maar dat was niet op 7 november 2009. Ook voor feit 2 heeft de raadsman vrijspraak bepleit, nu de verklaringen van de aangever en getuige [getuige 1] over de geuite woorden niet overeenkomen.

3.3 De beoordeling van de tenlastelegging

Ten aanzien van feit 1 op de dagvaarding met parketnummer 09/753558-09

De rechtbank acht, met de officier van justitie en de verdediging, het primair eerste en tweede cumulatief/alternatief ten laste gelegde niet wettig en overtuigend bewezen en zal verdachte hiervan vrijspreken.

Anders dan de officier van justitie acht de rechtbank ook het subsidiair eerste en tweede cumulatief/alternatief ten laste gelegde niet wettig en overtuigend bewezen.

Hoewel verdachte over meerdere feiten en omstandigheden een merkwaardige en bevreemdende verklaring heeft afgelegd, kan de rechtbank niet in voldoende mate uitsluiten dat deze verklaring onjuist is. De rechtbank heeft ter terechtzitting de overtuiging gekregen dat verdachte naar waarheid heeft verklaard. De rechtbank zal dan ook bij het vaststellen van de feiten uitgaan van hetgeen verdachte heeft verklaard. Gelet hierop kan niet worden geconcludeerd dat verdachte (op voorhand) wist dat [X] een gewapende overval zou plegen en evenmin dat hij de aanmerkelijke kans hierop heeft aanvaard.

Ook de gedragingen na afloop van de overval leveren naar het oordeel van de rechtbank geen medeplichtigheid op. Ondersteunende gedragingen na afloop van een gepleegd misdrijf vallen immers in beginsel buiten het bereik van artikel 48 van het Wetboek van Strafrecht. Dit kan niettemin als strafbare medeplichtigheid worden aangemerkt indien de verdachte ook vóór of tijdens het misdrijf min of meer ondersteunende gedragingen heeft verricht. Nu uit de wettige bewijsmiddelen niet kan worden afgeleid dat verdachte wist of had moeten vermoeden dat [X] een overval zou plegen, kan niet worden aangetoond dat verdachte op grond van een gemaakte afspraak [X] heeft vervoerd naar de plaats van het misdrijf dan wel dat hij op grond van een dergelijke afspraak met zijn scooter heeft gewacht op zijn terugkomst. De omstandigheden, te weten dat [X] na het plegen van de overval naar verdachte is gerend, dat [X] toen een bivakmuts droeg, dat verdachte [X] met een scooter van de plaats van het misdrijf naar een andere plaats heeft vervoerd en dat verdachte de kentekenplaten van deze scooter heeft verwijderd, zijn onvoldoende om medeplichtigheid van verdachte aan te nemen. Het feit dat verdachte - zoals hij zelf heeft verklaard - wist dat [X] een overval had gepleegd op het moment dat hij zag dat deze naar hem toe kwam rennen met een bivakmuts op, maakt dit niet anders.

Niet uitgesloten is dat - met die wetenschap - voornoemd handelen van verdachte zou kunnen vallen onder de strafbaarstelling van artikel 189, lid 1 sub 1 van het wetboek van Strafrecht, maar dit is niet ten laste gelegd.

De verdachte zal daarom ook worden vrijgesproken van hetgeen hem subsidiair eerste en tweede cumulatief/alternatief ten laste is gelegd.

Ten aanzien van feiten 2, 3, 4 en 5 op de dagvaarding met parketnummer 09/637708-101

Feit 2:

Aangeefster [D] heeft verklaard dat zij mede-eigenaar is van het bedrijf [bedrijf] en dat verdachte als zelfstandige werknemer zonder personeel voor dat bedrijf heeft gewerkt. Verdachte had in die hoedanigheid een bestelbus van dat bedrijf, merk Renault, type Kangoo, tot zijn beschikking. Naar aanleiding van een financieel conflict heeft verdachte op 6 juli 2009 een gesprek met aangeefster en haar partner [E] gevoerd. De bestelbus stond op dat moment nog voor de deur. Toen verdachte wegging, heeft hij - ondanks dat daarom door aangeefster expliciet was verzocht - geweigerd om de sleutels van de bestelbus af te geven.2

De bestelbus werd later op die dag aangetroffen op de [straat] te Bodegraven.3

Verdachte heeft verklaard dat hij ten behoeve van zijn werkzaamheden als zzp-er kon beschikken over de bestelbus, dat hij tegen aangeefster en haar partner heeft gezegd dat zij deze bestelbus niet zouden terugkrijgen voordat zij het geld aan hem hadden betaald dat hij nog tegoed had en dat hij deze bestelbus op 6 juli 2009 bij zijn broer in Bodegraven heeft geparkeerd.4

Naar het oordeel van de rechtbank heeft verdachte zich jegens aangeefster en haar partner niet op enig vermeend retentierecht beroepen en valt het gedrag van verdachte niet te rijmen met de door de raadsman ingenomen stelling dat verdachte meende afgifte van de bestelauto te mogen opschorten totdat een vermeende vordering zou zijn voldaan, nog daargelaten dat niet is komen vast te staan dat verdachte daadwerkelijk een vordering had op aangeefster. Nu verdachte desondanks de bestelbus heeft meegenomen, zonder toestemming van aangeefster, nadat expliciet om afgifte van de sleutels was verzocht, staat daarmee vast dat de toe-eigening door verdachte wederrechtelijk is geschied.

Gelet op het voorgaande acht de rechtbank het onder 2 ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen.

Feiten 3 en 4:

De rechtbank is - met de officier van justitie en de verdediging - van oordeel dat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs aanwezig is voor de onder 3 en 4 ten laste gelegde feiten. Zij zal verdachte van deze feiten vrijspreken.

Feit 5:

De rechtbank is van oordeel dat met een opgave van bewijsmiddelen, als genoemd in artikel 359, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering kan worden volstaan, nu de verdachte het bewezenverklaarde heeft bekend. Voorts heeft verdachte nadien niet anders verklaard en heeft de raadsman van verdachte geen vrijspraak bepleit.

De rechtbank komt tot bewezenverklaring van het onder 5 ten laste gelegde feit op grond van de navolgende bewijsmiddelen:

- proces-verbaal van aangifte van [D], p. 98 t/m 101, en

- de verklaring van verdachte, afgelegd ter terechtzitting van 6 april 2011.

Ten aanzien van de feiten 1 en 2 op de dagvaarding met parketnummer 09/637708-105

Aangever [G] heeft verklaard dat hij op 7 november 2009 met [getuige 1] in zijn bedrijfsauto door Bodegraven reed. Hij merkte dat hij werd achtervolgd door een auto. Toen hij stilstond, zag hij dat de auto die hem achtervolgde ook stil ging staan achter hem. Hij zag dat de bestuurder van deze auto uitstapte. Hij herkende de bestuurder als verdachte. Hij zag dat verdachte naar zijn auto rende en hoorde hem roepen: "Ik maak je kapot". Hij hoorde dat verdachte tegen zijn auto schopte; hij hoorde klappen en verdachte was de enige die bij zijn auto stond. Vervolgens is [G] weggereden, waarna verdachte achter hem is aangereden. Nadat verdachte [G] wederom tot stoppen had gemaand, is verdachte weer uit zijn auto gestapt. Hij riep weer: "Ik maak je kapot". Bij [G] bestond de overtuiging dat verdachte zijn bedreiging werkelijk ten uitvoer zou leggen. Verdachte begon weer tegen de auto te slaan en begon aan het raam te trekken.6

Getuige [getuige 1] heeft verklaard dat hij, toen hij op 7 november 2009 samen met [G] in de auto zat, heeft gehoord dat verdachte tegen [G] schreeuwde: "Ik vermoord je". Hij hoorde dat verdachte tegen de auto bonkte, sloeg en trapte. [G] is toen weggereden. Even later stopten zij weer. Hij zag dat verdachte weer naar [G] toeliep en doodsbedreigingen uitte. Toen [G] wegreed hoorde hij dat verdachte nog hard tegen de auto aan trapte.7

Naar het oordeel van de rechtbank staat onvoldoende vast dat er schade is ontstaan aan de auto van aangever [G] als gevolg van het handelen van verdachte.

Aangever [G] en getuige [getuige 1] hebben weliswaar verklaard dat verdachte zich agressief gedroeg en dat zij hoorden dat er op de auto geschopt en geslagen werd, maar zij hebben niet verklaard dat er schade aan de auto is ontstaan door het handelen van verdachte, hetgeen bij het doen van aangifte van een dergelijk feit wel voor de hand had gelegen. Weliswaar heeft verdachte ter zitting verklaard dat hij schade aan de auto van [G] heeft geconstateerd, maar dit was niet op de dag van het incident, maar een aantal dagen later. [G] had - aldus verdachte - daarbij tegen hem gezegd dat die schade door hem veroorzaakt was.

De rechtbank zal verdachte dan ook van het onder 1 ten laste gelegde vrijspreken.

Gelet op de bovengenoemde verklaringen acht de rechtbank het onder 2 ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen. Dat de verklaringen van [G] en [getuige 1] niet met elkaar overeenkomen voor wat betreft de bedreigende woorden die door verdachte zijn geuit, doet daar niet aan af.

3.4 De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat:

ten aanzien van de dagvaarding met parketnummer 09/753558-09:

2.

hij op 6 juli 2009 te Bodegraven opzettelijk een bestelauto, Renault Kangoo, die toebehoorde aan [bedrijf] en/of [D], en welk goed verdachte uit hoofde van zijn beroep als zelfstandige hovenier zonder personeel onder zich had, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend;

5.

hij op 13 juli 2009 te Bodegraven [D] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde [D] dreigend de woorden toegevoegd :"Ik ga [F] begraven als je niet gauw mijn broer daar weghaalt, kankerjood, ik snijd je kop eraf", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

ten aanzien van de dagvaarding met parketnummer 09/637708-10:

2.

hij op 7 november 2009 te Bodegraven [G] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde [G] dreigend de woorden toegevoegd :"ik maak je kapot" of "ik vermoord je", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking.

4. De strafbaarheid van de feiten

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

Dit levert de in de beslissing genoemde strafbare feiten op.

5. De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is eveneens strafbaar, omdat niet is gebleken van omstandigheden die zijn strafbaarheid uitsluiten.

6. De straf

6.1 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld tot een werkstraf voor de duur van 200 uren, subsidiair 100 dagen hechtenis, en tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden, met een proeftijd van 2 jaren.

6.2 Het standpunt van de verdediging

De raadsman geeft bepleit om aan verdachte - gelet op zijn persoonlijke omstandigheden - een lagere straf op te leggen dan door de officier van justitie geëist.

6.3 Het oordeel van de rechtbank

Na te melden straf is in overeenstemming met de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gegrond op de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan tijdens het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Voorts wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een verduistering van een bestelauto die hij als zelfstandige werknemer zonder personeel bij een hoveniers- en bestratingbedrijf in gebruik had. Hij heeft door zijn handelen misbruik gemaakt van het vertrouwen dat dat bedrijf in hem had gesteld.

Voorts heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan een tweetal bedreigingen. Het is een feit van algemene bekendheid dat slachtoffers van dergelijke misdrijven nog lange tijd de gevolgen daarvan, zoals psychische problemen en gevoelens van angst en onveiligheid, kunnen ondervinden.

De rechtbank heeft acht geslagen op een op naam van verdachte staand Uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 9 maart 2011. Hieruit blijkt dat verdachte eerder in aanraking met politie en justitie is gekomen.

De rechtbank heeft kennis genomen van het verdachte betreffende voorlichtingsrapport d.d. 8 december 2009 van Palier, forensische & intensieve zorg. De rapporteur concludeert dat de kans op recidive laag gemiddeld is. Er zijn geen grote problemen op de leefgebieden aanwezig. Om die reden is het volgens de rapporteur niet nodig om een hulpverleningstraject te starten en is een verplicht reclasseringscontact niet wenselijk.

Nu de rechtbank verdachte zal vrijspreken van het meest ernstige feit (de poging tot overval op [autocentrum]) komt zij tot een aanzienlijk lagere straf dan door de officier van justitie geëist.

De rechtbank acht na te melden straf passend en geboden.

7. De inbeslaggenomen goederen

7.1 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de op de lijst van in beslag genomen voorwerpen (beslaglijst, die als bijlage A aan dit vonnis is gehecht) onder 1 tot en met 16 genummerde voorwerpen zullen worden bewaard ten behoeve van de rechthebbende.

7.2 Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft geen opmerkingen gemaakt met betrekking tot de in beslag genomen voorwerpen.

7.3 Het oordeel van de rechtbank

Op grond van het onderzoek ter terechtzitting kan met betrekking tot de op de beslaglijst onder 1 tot en met 16 genummerde voorwerpen geen persoon als rechthebbende worden aangemerkt.

De rechtbank zal daarom de bewaring van deze voorwerpen ten behoeve van de rechthebbende gelasten.

8. De toepasselijke wetsartikelen

De op te leggen straffen zijn gegrond op de artikelen:

- 9, 22c, 22d, 57, 63, 285, 321 en 322 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

9. De beslissing

De rechtbank,

verklaart niet wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de bij dagvaarding met parketnummer 09/753558-09 onder 1 primair eerste en tweede cumulatief/alternatief en subsidiair eerste en tweede cumulatief/alternatief, 3 en 4 en bij dagvaarding met parketnummer 09/637708-10 onder 1 tenlastegelegde feiten heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

verklaart wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de bij dagvaarding met parketnummer 09/753558-09 onder 2 en 5 en bij dagvaarding met parketnummer 09/637708-10 onder 2 tenlastegelegde feiten heeft begaan en dat het bewezenverklaarde uitmaakt:

ten aanzien van feit 2 op de dagvaarding met parketnummer 09/753558-09

verduistering gepleegd door hem die het goed uit hoofde van zijn beroep onder zich heeft

ten aanzien van feit 5 op de dagvaarding met parketnummer 09/753558-09 en feit 2 op de dagvaarding met parketnummer 09/637708-10

bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, meermalen gepleegd

verklaart het bewezen verklaarde en de verdachte deswege strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

veroordeelt de verdachte tot:

een taakstraf, bestaande uit een werkstraf, voor de tijd van 40 (VEERTIG) UREN;

beveelt, voor het geval dat de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de tijd van 20 (TWTINTIG) DAGEN;

beveelt dat de tijd, door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de werkstraf geheel in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht;

bepaalt de maatstaf volgens welke de aftrek overeenkomstig artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht zal geschieden op 2 uren per dag;

heft op het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte;

gelast de bewaring ten behoeve van de rechthebbende van de op de beslaglijst onder 1 tot en met 16 genummerde voorwerpen.

Dit vonnis is gewezen door

mrs. A.M.H. van der Poort-Schoenmakers, voorzitter,

R. Brand en S.M. Krans, rechters,

in tegenwoordigheid van W.H. Ng, griffier,

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 20 april 2011.

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina's van een proces-verbaal betreft dit pagina's van de doorgenummerde op ambtseed door de politie Hollands Midden opgestelde processen-verbaal met nummer 2009271998-1

2 Proces-verbaal van aangifte van [D], p. 52 t/m 54

3 Proces-verbaal aantreffen gesignaleerd motorvoertuig, p. 79

4 Verklaring van verdachte, proces-verbaal van de terechtzitting van 6 april 2011

5 Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina's van een proces-verbaal betreft dit pagina's van het doorgenummerde op ambtseed door de politie Hollands Midden opgestelde proces-verbaal met nummer PL1625 2009300092-1.

6 Proces-verbaal aangifte van [G] p. 6 en 7

7 Proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 1], p. 9 en 10