Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2011:BQ1409

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
24-02-2011
Datum publicatie
15-04-2011
Zaaknummer
1027379/11-371
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Onvoldoende grond voor inhouding aanvulling op WIA-uitkering. Verder kan er voorshands niet van uitgegaan worden dat er voldoende objectieve en genoegzame redenen waren om door het laten uitvoeren van recherche-onderzoek een inbreuk te maken op het privé-leven van eisende partij.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2011-0311
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

----------------------------------------------------------------------------------------------------------

RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE

Sector kanton - locatie Den Haag

Rolnr. 1027379/11-371

24 februari 2011

Vonnis ex artikel 254 Rv in de zaak van:

[X],

wonende te [woonplaats],

eisende partij,

gemachtigde: mr. M.G. Hofman,

tegen

de besloten vennootschap m.b.a.

ING VASTGOED ONTWIKKELING B.V.,

gevestigd te Den Haag,

gedaagde partij,

gemachtigde: mr. M.J. Bas.

Partijen worden aangeduid als [X] en ING.

Procedure:

De kantonrechter heeft kennis genomen van de dagvaarding van 4 februari 2011 met producties.

De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 17 februari 2011.

Voorafgaande aan de mondelinge behandeling hebben beide partijen reeds stukken in het geding gebracht, telkens onder toezending van afschriften aan de wederpartij.

Ter mondelinge behandeling hebben partijen hun standpunten doen bepleiten, onder overlegging van pleitnotities, welke notities aan beide zijden slechts gedeeltelijk zijn voorgedragen wegens recente ontwikkelingen. [X] heeft zijn eis gewijzigd ter zitting.

Tenslotte heeft de kantonrechter de uitspraak bepaald op heden.

Feiten

Tussen partijen staat als enerzijds gesteld en anderzijds erkend dan wel niet of niet voldoende gemotiveerd weersproken, mede op grond van de in zoverre niet betwiste inhoud van de overgelegde producties, voor zover in deze van belang, voorshands het navolgende vast.

a. [X] is sinds 1 oktober 1998 in voor onbepaalde duur dienst van ING in de functie van [functie]. Op de arbeidsovereenkomst is de ING-CAO van toepassing.

b. [X] is sinds 3 januari 2006 ten gevolge van ziekte arbeidsongeschikt, in verband waarmee hem ingaande 4 juli 2008 een WIA-uitkering is toegekend.

c. ING is voor de WIA eigen risicodrager.

d. De WIA-uitkering van [X] bedraagt thans maandelijks € 2.646,96 bruto.

e. ING heeft [X] opgeroepen om op 1 november 2010 een bezoek te brengen aan de bedrijfsarts.

f. De bedrijfsarts heeft [X] bij e-mail d.d. 2 november 2010 bericht dat [X] in staat geacht wordt om gedeeltelijk de werkzaamheden te hervatten, aanvankelijk 2 uren in de week, nadien oplopende naar 10 uren per week.

g. ING heeft [X] vervolgens opgeroepen voor een gesprek op 4 november 2010 teneinde te spreken over de hervatting der werkzaamheden conform het advies van de bedrijfsarts. De gemachtigde van [X] heeft ING hierop doen weten dat [X] het niet eens is met het standpunt van de bedrijfsarts en derhalve een deskundigenoordeel van het UWV gaat aanvragen.

h. Na deskundigenonderzoek heeft het UWV op 13 december 2010 bericht dat [X] per 1 november 2010 voor 100% arbeidsongeschikt geoordeeld is.

i. Bij aangetekende brief d.d. 21 december 2010 heeft ING aan [X] bericht dat hem voor de duur van twee maanden de WGA uitkering geweigerd wordt wegens het niet voldoen aan de op [X] rustende verplichting om zich in te zetten voor werkhervatting, een en ander conform de conclusie van de bedrijfsarts na het onderzoek op1 november 2010.

j. Tevens wordt in de hiervoor sub i bedoelde brief gewag gemaakt van onderzoek door bedrijfsrecherchebureau [bedrijfsrecherchebureau] B.V. (naar aanleiding van een anonieme tip) waaruit gebleken zou zijn dat [X] geenszins 100% arbeidsongeschikt zou zijn.

Vordering

[X] vordert overeenkomstig de dagvaarding, zulks na eiswijziging ter zitting, ertoe strekkende - zakelijk weergegeven - dat bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad ING zal worden veroordeeld:

- om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan [X] te betalen:

- de achterstallige aanvulling op de WIA-uitkering over de maanden november 2010, december 2010 en januari 2011 ten bedrage van (in totaal) € 1.047,08 bruto

- de aanvulling op de WIA-uitkering ten bedrage van € 383,93 bruto per maand, vermeerderd met de rechtens toepasselijke verhogingen, welke aanvullingen maandelijks opeisbaar worden, over de periode vanaf 1 februari 2011

- de wettelijke verhoging over € 1.047,08, afgerond € 500,00

- de wettelijke rente over de gevorderde bedragen vanaf de (respectievelijke) dagen van verzuim tot de dag der algehele voldoening

- de buitengerechtelijke kosten ad € 535,50 inclusief BTW

- om op straffe van een dwangsom ad € 5.000,00 per overtreding alsmede een bedrag ad € 250,00 per dag dat ING na betekening van het vonnis in gebreke zal zijn, geen onderzoeksmaatregelen door een particulier recherchebureau te laten verrichten ten opzichte van [X] en zijn gezinsleden

- om aan [X] bekend te maken alle bij ING bekend zijnde informatie omtrent de anonieme tip, waaronder begrepen eventuele schriftelijke gegevens, zulks op straffe van een dwangsom ad € 250,00 voor elke dag dat ING in gebreke zal na betekening van het vonnis

alles met veroordeling van ING in de kosten van de procedure.

[X] legt aan zijn vordering voormelde vaststaande feiten ten grondslag alsmede de navolgende stellingen.

Ten onrechte heeft ING een loonsanctie toegepast. [X] is na deskundigenonderzoek volledig arbeidsongeschikt geoordeeld per 1 november 2010. Aldus behoefde [X] niet in te gaan op de uitnodiging voor een gesprek over werkhervatting voor twee uren per week.

ING heeft zonder goede gronden langdurig inbreuk laten maken op de privacy van [X] door hem en zijn gezin te laten observeren. De in het observatierapport vermelde activiteiten van [X] betekenen niet dat [X] wél zijn werk zou kunnen hervatten. [X] heeft korte autoritjes gemaakt en een fysiotherapeut bezocht die praktijk houdt in een fitnesscenter.

Verweer

ING voert verweer en stelt daartoe het navolgende.

[X] heeft onvoldoende spoedeisend belang bij toewijzing van de achterstallige aanvullingen op zijn uitkering nu de voorzieningenrechter van de sector bestuursrecht van deze rechtbank ING reeds veroordeelde tot betaling aan [X] van de (ingehouden) uitkeringsbedragen. Derhalve moet [X] financieel kunnen rondkomen.

Weliswaar heeft het UWV [X] per 1 november 2010 volledig arbeidsongeschikt geoordeeld, maar dat zou wellicht anders zijn indien men bij het UWV de bevindingen van [bedrijfsrecherchebureau] B.V. had gekend.

Omdat er voor [X] geen beletsel bestond om met ING te komen praten begin november 2010 is de loonsanctie terecht toegepast.

Beoordeling

[X] heeft voldoende spoedeisend belang. Er wordt een substantieel deel van zijn gebruikelijke maandelijkse inkomen niet uitbetaald door ING. Dat de voorzieningenrechter van de sector bestuursrecht ING recent veroordeelde tot betaling van de [X] toekomende, doch door ING ten onrechte ingehouden uitkering kan ING niet met vrucht als reden gebruiken om aan het spoedeisend belang van [X] te tornen.

In wezen heeft ING als grond voor de loonsanctie niet méér gesteld dan de weigering van [X] om begin november 2010 te komen praten over de werkhervatting voor twee tot uiteindelijk 10 uren per week. Dit uitgangspunt voor (afspraken tot) werkhervatting is echter achterhaald door het deskundigenoordeel van het UWV dat [X] per 1 november 2010 volledig arbeidsongeschikt was. Er is derhalve onvoldoende grond voor inhouding van (uitkering en) aanvulling. De verplichting tot aanvulling vloeit onweersproken voort uit de CAO. De door ING uitgevoerde maatregel is disproportioneel.

De (vooronder)stelling van ING dat het deskundigenoordeel anders zou zijn uitgevallen indien het UWV kennis had gehad van het [bedrijfsrecherchebureau]-rapport lijkt nergens op gebaseerd, althans er zijn in deze procedure geen objectieve feiten en/of omstandigheden gesteld of gebleken waaruit zou kunnen worden afgeleid dat de [bedrijfsrecherchebureau]-bevindingen onherroepelijk moeten leiden tot het oordeel dat het deskundigenoordeel onjuist zou zijn. [X] heeft verklaringen gegeven voor de waarnemingen van de [bedrijfsrecherchebureau]-observanten die nog niet zonder meer onaannemelijk lijken. ING geeft echter een eigen, voorshands ongegronde uitleg aan zowel het deskundigenoordeel als de waarnemingen van [bedrijfsrecherchebureau]. Ten onrechte derhalve heeft ING geweigerd de aanvullingen te betalen. De betreffende vorderingen (c.a.), die voor het overige niet (voldoende gemotiveerd) bestreden zijn, zullen worden toegewezen.

ING stelt het recherche-onderzoek naar het doen en laten van [X] te hebben laten uitvoeren naar aanleiding van een tip. Ter zitting kwam daar ineens een tweede tip bij die enige tijd voordien bij ING zou zijn binnengekomen. Desgevraagd kon ING evenwel niet aangeven wat de inhoud van die tip(s) dan wel geweest was en evenmin kon worden aangegeven waarom door ING uitgegaan werd van de betrouwbaarheid van de tip(s). Aldus kan er voorshands niet van uitgegaan worden dat er voldoende objectieve en genoegzame redenen waren om door het laten uitvoeren van recherche-onderzoek een inbreuk te maken op het privé-leven van [X]. Ter zitting gaf ING aan dat het onderzoek thans niet meer loopt, doch dat ING zich het recht voorbehield om het in de toekomst weer te laten uitvoeren. [X] heeft aldus voldoende belang bij toewijzing van een verbod, nu zijn aanspraak op- en belang bij het respecteren van zijn privacy het wint van de voorshands flinterdunne gronden van ING om het onderzoek te laten uitvoeren.

De vordering van [X] tot onthulling van de informatie waarop ING het onderzoek heeft doen plaatsvinden zal niet worden toegewezen. Weliswaar kan worden aangenomen dat [X] daartoe enig belang heeft, maar de spoedeisendheid daarvan kan betwijfeld worden. Bovendien zal bezien moeten worden in hoeverre door overdracht van de informatie de anonimiteit van de tipgever(s) in het gedrang komt en zo ja, of dat te rechtvaardigen is. Die vragen kunnen slechts in een bodemprocedure beantwoord worden.

Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen, is de vordering van [X] toewijsbaar als hierna in het dictum aan te geven. ING zal als de in het ongelijk gestelde partij in de kosten van de procedure worden veroordeeld.

Beslissing

De kantonrechter, rechtdoende ex artikel 254 Rv:

- veroordeelt ING om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan [X] te betalen:

- de achterstallige aanvulling op de WIA-uitkering over de maanden november 2010, december 2010 en januari 2011 ten bedrage van (in totaal) € 1.047,08 bruto

- de aanvulling op de WIA-uitkering ten bedrage van € 383,93 bruto per maand, vermeerderd met de rechtens toepasselijke verhogingen, welke aanvullingen maandelijks opeisbaar worden, over de periode vanaf 1 februari 2011

- de wettelijke verhoging over € 1.047,08, ad afgerond € 500,00

- de wettelijke rente over de gevorderde bedragen vanaf de (respectievelijke) dagen van verzuim tot de dag der algehele voldoening

- de buitengerechtelijke kosten ad € 535,50 inclusief BTW;

- veroordeelt ING om geen onderzoeksmaatregelen door een particulier recherchebureau te laten verrichten ten opzichte van [X] en zijn gezinsleden, zulks op straffe van een dwangsom ad € 5.000,00 per overtreding alsmede een bedrag ad € 250,00 per dag dat ING na betekening van het vonnis in gebreke zal zijn en de overtreding voortduurt, met een maximum ad € 25.000,00;

- veroordeelt ING in de kosten van de procedure tot hiertoe aan de zijde van [X] begroot op € 561,81, waaronder begrepen een bedrag ad € 400,00, als het aan de gemachtigde van toekomende salaris;

- verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

- wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. W. ten Cate, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting d.d. 24 februari 2011, in tegenwoordigheid van de griffier.