Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2011:BQ0964

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
05-04-2011
Datum publicatie
12-04-2011
Zaaknummer
383808 / FT-RK 10.2994
Rechtsgebieden
Insolventierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Verzoek tot toepassing schuldsaneringsregeling niet ontvankelijk verklaard, vanwege het feit dat verzoeker onvoldoende informatie heeft verstrekt over burgerlijke staat. Ten overvloede overweegt de rechtbank dat het verzoek zou dienen te worden afgewezen nu verzoeker reeds geruime tijd in Nederland woonachtig is, maar niet, althans onvoldoende in staat is om zijn eigen belangen te behartigen, gelet op gebrek aan kennis van de Nederlandse taal. Doordat verzoeker recent gestart is met het leren van Nederlands, is hij daardoor niet in de gelegenheid te voldoen aan de verplichting ex artikel 288 lid 1 sub c Faillissementswet.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

rekestnummer: 383808/FT-RK 10.2994

nummer verklaring: LDS0231000592

uitspraakdatum: 5 april 2011

RECHTBANK TE 'S-GRAVENHAGE

sector civiel recht - enkelvoudige kamer

[verzoeker],

wonende te [adres]

[postcode en woonplaats],

verzoeker,

heeft op 28 december 2010 een verzoekschrift met bijlagen ingediend tot toepassing van de schuldsaneringsregeling.

Het verzoekschrift is op 22 maart 2011 behandeld. De verzoeker is gehoord met de hulp van

mevrouw R. Musa, tolk, die de belofte heeft afgelegd. Voorts is aanwezig een zoon van verzoeker.

Op de door verzoeker ingediende lijst met schuldvorderingen staat een totaalbedrag van € 15.355,21, zijnde een fraudevordering van de gemeente [X.] uit het jaar 1998.

Verzoeker heeft ter zitting onder andere verklaard dat zijn enige schuld is ontstaan omdat hij betaald werk deed en daarnaast ook een uitkering van de gemeentelijke sociale dienst genoot. Verzoeker geeft aan dat hij daaromtrent niet goed was geïnformeerd. Voorts verklaart hij dat in [A.], zijn geboorteland, was gehuwd. Bij de indiening van het verzoekschrift heeft hij zich – vanwege de vermissing van zijn vrouw – echter als alleenstaand laten registreren. Op de vraag of hij in

gemeenschap van goederen was gehuwd, antwoordt verzoeker dat dit in Somalië anders is geregeld. De bedoeling van verzoeker, bij vertrek naar Nederland, was om ook zijn gezin, bestaande uit vrouw en kinderen, over te laten komen. Mede door de oorlog in [A.] is zijn vrouw vermist geraakt. Zij is tot op heden niet gevonden. De kinderen zijn thans in Nederland woonachtig. Bij aanvang van zijn verblijf in Nederland probeerde verzoeker telefonisch via familie, vrienden en bekenden informatie te verkrijgen over zijn vrouw. Hij stuurde dan geld om informatie te krijgen. Daardoor kwam hij financieel in de problemen. Gevraagd of verzoeker zijn vrouw officieel als vermist dan wel als overleden heeft laten registreren, antwoordt verzoeker dat in [A.] geen centrale instantie is die dergelijke zaken regelt. In Nederland heeft hij hiertoe geen stappen ondernomen.

Verzoeker verklaart voorts dat hij geen nieuwe schulden heeft gemaakt. Al zijn vaste lasten worden betaald. Momenteel heeft verzoeker geen werk. Wel volgt hij sinds korte tijd Nederlandse les. Hij zou graag betaald werk willen vinden. De Nederlandse taal spreekt hij niet.

De rechtbank overweegt als volgt.

In zijn verklaring ter zitting heeft verzoeker aangegeven dat zijn vrouw wordt vermist Enig bewijsstuk heeft hij niet overgelegd, ook geen officiële papieren waaruit de vermissing blijkt.

Door dit na te laten heeft hij onvoldoende informatie verstrekt over zijn burgerlijke staat. Hij lijkt zich daarbij onvoldoende te hebben gerealiseerd wat de gevolgen kunnen zijn van een eventuele terugkeer van zijn vrouw. De rechtbank is van oordeel dat verzoeker door deze onduidelijkheid te laten voortbestaan onvoldoende informatie heeft verstrekt, hetgeen hem verwijtbaar is. Het verzoek is derhalve onvolledig en zal niet-ontvankelijk worden verklaard.

Ten overvloede overweegt de rechtbank dat het verzoek zou dienen te worden afgewezen daar verzoeker al geruime tijd woonachtig is in Nederland, maar niet, althans onvoldoende, in staat is om zijn eigen belangen te behartigen, gelet op zijn gebrek aan kennis van de Nederlandse taal. Doordat verzoeker pas recent is gestart met het leren van Nederlands is het voor hem vrijwel onmogelijk thans op korte termijn een baan te vinden en dus aan die verplichting ex artikel 288 lid 1 sub c Faillissementswet te voldoen.

Verzoeker zal niet-ontvankelijk verklaard worden in het onderhavige verzoek.

BESLISSING

De rechtbank:

- verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in zijn verzoek.

Gewezen door mr. P. van Essen en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 5 april 2011 in tegenwoordigheid van J.P.C.G. van der Wielen, griffier.

wsnp vonnis niet-ontvankelijk

LS30