Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2011:BP7318

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
09-03-2011
Datum publicatie
10-03-2011
Zaaknummer
09-925681-10
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Bedreiging van de moeder met de dood en marteling van haar kind. Verdachte sms't de moeder van een negen maanden oude baby en dreigt in die berichten met de dood en marteling van dat kind. Door de zeer nauwe band van ouders met de kinderen vormen bedreigingen tegen de kinderen, gericht aan de ouders, ook strafbare bedreigingen van die ouders. Die nauwe band maakt dat bij ouders een daadwerkelijke en aanzienlijke vrees wordt opgewekt. Wettekst sluit niet uit dat bedreigingen tegen een derde zijn gericht, terwijl in de parlementaire geschiedenis juist de ingrijpendheid van de bedreigingen leidend is.

gevangenisstraf 12 maanden waarvan 5 maanden voorwaardelijk onder de bijzondere voorwaarde: toezicht Reclassering Nederland; Geen contact met Slachtoffer.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE

Sector strafrecht

Meervoudige kamer

Parketnummer 09/925681-10

Datum uitspraak: 9 maart 2011

(Verkort vonnis)

De rechtbank 's-Gravenhage, rechtdoende in strafzaken, heeft het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1965,

zonder bekende woon- of verblijfplaats hier te lande,

thans gedetineerd in de penitentiaire inrichting [naam] te [vestigingsplaats].

De terechtzitting.

Het onderzoek is gehouden ter terechtzitting van 23 februari 2011.

De verdachte, bijgestaan door zijn raadsman mr. E.J.P. Nolet, advocaat te 's-Gravenhage, is ter terechtzitting verschenen en gehoord.

De officier van justitie, mr. L.T. Bregman, heeft gevorderd dat verdachte ter zake van het hem bij dagvaarding onder 11 en 12 ten laste gelegde wordt vrijgesproken en dat verdachte ter zake van het hem bij dagvaarding onder 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9 en 10 ten laste gelegde wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden, met aftrek van de tijd in voorarrest doorgebracht, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren en onder de bijzondere voorwaarden dat de verdachte zich gedurende de proeftijd zal gedragen naar de voorschriften hem te geven door of namens de stichting Reclassering Nederland, ressort Den Haag zolang die instelling zulks nodig acht, ook als dat inhoudt ambulante behandeling bij de GGZ of een soortgelijke instelling en dat verdachte op geen enkele wijze contact zal opnemen met [slachtoffer F.].

De tenlastelegging.

Aan de verdachte is ten laste gelegd - na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting - dat:

1.

hij op of omstreeks 12 september 2010 te Voorburg, gemeente Leidschendam-Voorburg, [slachtoffer A.] (per sms) heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk dreigend een sms bericht verstuurd aan de zus van die [slachtoffer A.] met daarin de volgende tekst: "Eerst gaat er een rraket bij [je broer] door het huis daarna de rest zet het.";

2.

hij op of omstreeks 12 september 2010 te Voorburg, gemeente Leidschendam-Voorburg, [slachtoffer B.] (per sms) heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk dreigend een sms bericht verstuurd met daarin de volgende tekst: "[slachtoffer B.] ik vierrendeel je vier paarden trekken je armen en benen eraf en je leeft met veel pijn en ik laat je heel oud worden zonder armen en benen";

3.

hij op of omstreeks 13 september 2010 te Leidschendam, gemeente Leidschendam-Voorburg, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een hoeveelheid (van een of meerdere slokje(s)) bier (merk: Grolsch), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan winkelbedrijf [naam] (gelegen aan de [adres winkelbedrijf]), in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte;

4.

hij op of omstreeks 12 september 2010 te 's Gravenhage [slachtoffer C.] en/of haar minderjarige dochter [naam] (per sms) heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk dreigend een sms bericht verstuurd met daarin de volgende tekst: "hoi stel er is een probleem maak niet uit wat 4 uur wil ik me zin anders zal ik [naam] baby toch echt voor je ogen moeten verbranden en jij kijkt je schatje ik verbrand haar langzaam op mijn eiland eerst langzaam zal haar oogjes uitsteken ik zal winnen en waarom je moeder is gek nog 4 uur" en/of "Jouw kanker moeder heeft alles kapot gemaakt mijn jongens zijn gekken doen alles voor me zit met russen en joegoos en sisilianen wreden mensen ik ben een lulletje en zij zijn maffer dan maf vinden het leuk om een baby of peuter te martelen heel lang in het bijzijn van [opa + voornaam] [oma + voornaam] ik kan er niet tegen het is niet goed te maken ik wil er niets meer van weten het is fout er is geen terugweg sorry.";

5.

hij op of omstreeks 12 september 2010 en/of 13 september 2010 te Voorburg, gemeente Leidschendam-Voorburg, [slachtoffer D.] (per sms) heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, en/of met verkrachting immers heeft verdachte opzettelijk dreigend een sms bericht verstuurd aan de moeder van die [slachtoffer D.] met daarin de volgende tekst: "wil [slachtoffer D.] gruwelijk verkrachten ik lol en [slachtoffer D.] snij ik haar keel door in het bijzijn van kids [voornaam] verkracht ik [voornaam] en [voornaam] kijken toe daarna verbrand ik haar mijn dag is weer goed" en/of "ga [slachtoffer D.] elke dag verkrachten vind haar leuk ben extreem doe de gekste dingen met haar al haar tanden trekken xxxxxx";

6.

hij op of omstreeks 9 september 2010 te Voorburg, gemeente Leidschendam-Voorburg, opzettelijk en wederrechtelijk een raam van een woning, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer E.], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt door toen en daar opzettelijk en wederrechtelijk een (bak)steen, althans een hard voorwerp, tegen genoemd raam te gooien;

7.

hij in of omstreeks de periode van 16 september 2010 tot en met 23 september 2010 te Voorburg, gemeente Leidschendam-Voorburg, in elk geval in Nederland, [slachtoffer F.] (per telefoon) heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde [slachtoffer F.] dreigend de woorden toegevoegd:

- "Ik heb een mitrailleur gekocht en ga je lek schieten. Ik ga dwars door je huis schieten." en/of

- "Ik heb een pistool gekocht en ga iedereen overhoop schieten."

- "Hoe je het ook wendt of keert, ik ga dood of jij gaat dood maar ik wil mijn spullen." en/of

- "Je gaat vermoord worden, ik weet nog niet hoe het gaat gebeuren maar jij gaat dood. Weet je wat ik wil? Ik wil je naar een afgelegen terrein brengen en dan ben ik daar met vier man en dan slaan wij jou met honkbalknuppels dood. Je krijgt een erge dood of je pleegt zelfmoord dan kan je alles redden. Ik wil gewoon je leven en dan komt alles goed." en/of

- "Ik ga er nu een schepje bovenop doen. Iedereen waar jij van houdt die gaat dood. Eerst gaan zij eraan en jij gaat als laatste dood.", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

8.

op 16 september 2010 te 's-Gravenhage, meermalen opzettelijk, zonder dat daartoe de noodzaak aanwezig was, gebruik heeft gemaakt van een alarmnummer voor publieke diensten, namelijk van het nummer 112;

9.

hij in of omstreeks de periode van 18 september 2010 tot en met 19 september 2010 te Rijswijk, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een auto, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan gemeente Rijswijk, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte;

10.

hij op of omstreeks 25 september 2010 te Mierlo, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een Australian trainingspak, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan sportwinkel [naam], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte;

11.

hij op of omstreeks 30 september 2010 te Leidschendam, gemeente Leidschendam-Voorburg, opzettelijk en wederrechtelijk de muur van een politiecel, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan de politie regio Haaglanden, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt door toen en daar opzettelijk en wederrechtelijk op de muur tekst aan te brengen;

12.

hij op of omstreeks 30 september 2010 te Leidschendam, gemeente Leidschendam-Voorburg, [hoofdagent], heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk dreigend op de muur van zijn politiecel geschreven: "[hoofdagent] gaat dood".

Overwegingen ten aanzien van het bewijs.

De rechtbank acht de feiten 11 en 12 niet wettig en overtuigend bewijzen, zodat verdachte daarvan dient te worden vrijgesproken.

De raadsman van verdachte heeft betoogd dat verdachte van het hem onder 2 ten laste gelegde feit dient te worden vrijgesproken. Weliswaar heeft verdachte bekend de ten laste gelegde tekst naar [slachtoffer B.] te hebben gesms't, maar die tekst kon door haar redelijkerwijs niet als bedreiging worden opgevat nu deze tekst verwijst naar een praktijk die voor het laatst in de Middeleeuwen werd toegepast.

De rechtbank overweegt hieromtrent als volgt. Hoewel het op zich juist is dat [slachtoffer B.] redelijkerwijs niet hoefde te vrezen feitelijk te worden gevierendeeld blijkt uit de sms van verdachte aan [slachtoffer B.] onmiskenbaar dat zij met de dood werd bedreigd. Voorts werd de bedreiging gedaan kort nadat de relatie tussen verdachte en de dochter van [slachtoffer B.] was beëindigd. Onder deze omstandigheden kon de sms van verdachte bij [slachtoffer B.] redelijkerwijs de vrees opwekken dat er een misdrijf tegen haar leven gericht gepleegd zou worden. De rechtbank zal dit feit dan ook bewezenverklaren.

Ten aanzien van het onder 4 ten laste gelegde feit overweegt de rechtbank als volgt.

Verdachte heeft een sms gestuurd naar [slachtoffer C.] waarin haar dochter [naam], op dat moment negen maanden oud, wordt bedreigd met een misdrijf tegen het leven gericht en met zware mishandeling. Vast staat dat [naam] gelet op haar leeftijd niet in staat was om de strekking van deze -overigens zeer gewelddadige- bedreigingen te begrijpen. De rechtbank zal verdachte dan ook vrijspreken van bedreiging van [naam].

Echter, door de zeer nauwe band die ouders met hun kinderen hebben, vormen bedreigingen tegen de kinderen, gericht aan de ouders, ook strafbare bedreigingen jegens die ouders. Juist die nauwe band maakt, anders dan in andere gevallen, dat er bij ouders een daadwerkelijke en aanzienlijke vrees wordt opgewekt. De dood van een niet verwant kind, hoe tragisch ook en hoe graag die ook voorkomen wordt, zal niet snel een dergelijke, grote vrees opwekken.

Artikel 285 van het Wetboek van Strafrecht sluit ook niet uit dat de bedreigingen tegen een derde zijn gericht. Ook de wetgeschiedenis geeft voor een beperkte lezing geen aanleiding: bedreigingen hoeven immers niet enkel tegen een bepaald persoon gericht te zijn. (vgl. MvT, TK 1878-1879, 110, nr 3, toelichting op artikel 308). Evenmin noopt de wettekst of bedoelde parlementaire geschiedenis tot de uitleg dat enkel het eigen leven bedreigd kan worden. In die wetgeschiedenis is immers juist de ingrijpendheid van de bedreigingen leidend, hetgeen het oordeel ondersteunt dat een bedreiging tegen het kind ook de ouders strafbaar raakt.

Een andere wetsuitleg zou met zich brengen dat bedreiging van jonge kinderen, hoe ernstig ook en hoe ook de verdere omgeving door die bedreigingen zou worden geraakt, niet strafbaar zou zijn.

De bewijsmiddelen.

De rechtbank grondt haar overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.

In die gevallen waarin de wet aanvulling van het vonnis vereist met de bewijsmiddelen, dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, zal zulks plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit vonnis zal worden gehecht.

De bewezenverklaring.

De rechtbank acht - met verbetering van in de tenlastelegging voorkomende type- en taalfouten, door welke verbetering de verdachte niet in de verdediging is geschaad - wettig en overtuigend bewezen dat verdachte:

1.

op 12 september 2010 te Voorburg, gemeente Leidschendam-Voorburg, [slachtoffer A.] (per sms) heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, immers heeft verdachte opzettelijk dreigend een sms bericht verstuurd aan de zus van die [slachtoffer A.] met daarin de volgende tekst: "eerst gaat er een rraket bij [je broer] door het huis daarna de rest zet het.";

2.

op 12 september 2010 te Voorburg, gemeente Leidschendam-Voorburg, [slachtoffer B.] (per sms) heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, immers heeft verdachte opzettelijk dreigend een smsbericht verstuurd met daarin de volgende tekst: "[slachtoffer B.] ik vierrendeel je vier paarden trekken je armen en benen eraf en je leeft met veel pijn en ik Laat je heel oud worden zonder armen en benen";

3.

op 13 september 2010 te Leidschendam, gemeente Leidschendam-Voorburg, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen slokjes bier (merk: Grolsch), toebehorende aan winkelbedrijf [naam] (gelegen aan de [adres winkelbedrijf]);

4.

op 12 september 2010 te 's-Gravenhage [slachtoffer C.] per sms heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, immers heeft verdachte opzettelijk dreigend een sms bericht verstuurd met daarin de volgende tekst: "hoi stel er is een probleem maak niet uit wat 4 uur wil ik me zin anders zal ik [naam] baby toch echt voor je ogen moeten verbranden en jij kijkt je schatje ik verbrand haar langZaam op mijn eiland eerst langZaam zal haar oogjes uitsteken ik zal winnen en waarom je moeder is gek nog 4 uur";

en

op 12 september 2010 te 's-Gravenhage [slachtoffer C.] per sms heeft bedreigd met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk dreigend een sms bericht verstuurd met daarin de volgende tekst: "jouw kanker moeder heeft alles kapot gemaakt mijn jongens Zijn gekken doen alles voor me zit met russen en joegoos en sisilianen wreden mensen ik ben een lulletje en zij zijn maffer dan maf vinden het leuk om een baby of peuter te martelen heel lang in het bijZijn van [opa + voornaam] [oma + voornaam] ik kan er niet tegen het is niet goed te maken ik wil er niets meer van weten het is fout er is geen terugweg sorry.";

5.

op 12 september 2010 en 13 september 2010 te Voorburg, gemeente Leidschendam-Voorburg, [slachtoffer D.] (per sms) heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, met zware mishandeling en/of met verkrachting immers heeft verdachte opzettelijk dreigend een sms bericht verstuurd aan de moeder van die [slachtoffer D.] met daarin de volgende tekst: "wil [slachtoffer D.] gruwelijk verkrachten ik lol en [slachtoffer D.] snij ik haar keel door in het bijzijn van kids [voornaam] verkracht ik [voornaam] en [voornaam] kijken toe daarna verbrand ik haar mijn dag is weer goed" en "ga [slachtoffer D.] elke dag verkrachten vind haar leuk ben extreem doe de gekste dingen met haar al haar tanden trekkenxxxxxx";

6.

op 9 september 2010 te Voorburg, gemeente Leidschendam-Voorburg, opzettelijk en wederrechtelijk een raam van een woning, toebehorende aan een ander of anderen dan aan verdachte, heeft vernield door toen en daar opzettelijk en wederrechtelijk een steen tegen genoemd raam te gooien;

7.

hij in de periode van 16 september 2010 tot en met 23 september 2010 te Voorburg, gemeente Leidschendam-Voorburg [slachtoffer F.] (per telefoon) heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde [slachtoffer F.] dreigend de woorden toegevoegd:

- "Ik heb een mitrailleur gekocht en ga je lek schieten. Ik ga dwars door je huis schieten." en

- "Ik heb een pistool gekocht en ga iedereen overhoop schieten." en

- "Hoe je het ook wendt of keert, ik ga dood of jij gaat dood maar ik wil mijn spullen." en

- "Je gaat vermoord worden, ik weet nog niet hoe het gaat gebeuren maar jij gaat dood. Weet je wat ik wil? Ik wil je naar een afgelegen terrein brengen en dan ben ik daar met vier man en dan slaan wij jou met honkbalknuppels dood. Je krijgt een erge dood of je pleegt zelfmoord dan kan je alles redden. Ik wil gewoon je leven en dan komt alles goed." en

- "Ik ga er nu een schepje bovenop doen. Iedereen waar jij van houdt die gaat dood. Eerst gaan zij eraan en jij gaat als laatste dood.";

8.

op 16 september 2010 te 's-Gravenhage, meermalen opzettelijk, zonder dat daartoe de noodzaak aanwezig was, gebruik heeft gemaakt van een alarmnummer voor publieke diensten, namelijk van het nummer 112;

9.

omstreeks de periode van 18 september 2010 tot en met 19 september 2010 te Rijswijk, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een auto toebehorende aan gemeente Rijswijk;

10.

op 25 september 2010 te Mierlo, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een Australian trainingspak toebehorende aan sportwinkel [naam].

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde en van de verdachte.

Het bewezenverklaarde is volgens de wet strafbaar. De verdachte is deswege strafbaar, nu geen strafuitsluitingsgronden aannemelijk zijn geworden.

Strafmotivering.

Na te melden straf is in overeenstemming met de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gegrond op de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan tijdens het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

In het bijzonder wordt het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een aanzienlijk aantal bedreigingen. De geuite bedreigingen waren in enkele gevallen zo ernstig, dat zelfs verdachte zelf bij de politie niet wilde horen wat hij precies aan zijn slachtoffers had geschreven. Verdachte heeft deze bedreigingen geuit om zijn woede te uiten over het beëindigen van de relatie met zijn vriendin. Hij heeft zijn bedreigingen echter niet alleen geuit naar zijn ex-vriendin, maar ook naar personen uit haar omgeving die niets met de relatiebreuk te maken hadden Door verdachtes handelen is bij al deze personen de vrees ontstaan dan hen iets zeer ernstigs zou overkomen. Ook heeft verdachte niet geschroomd de moeder van een negen maanden oude baby met de gewelddadige dood van haar kind te bedreigen. Verdachte heeft op geen enkele manier rekening gehouden met het effect dat zijn woorden op de slachtoffers kon hebben. De rechtbank acht dit zeer ernstig. Bij de strafoplegging zal de rechtbank echter meewegen dat verdachte, hoewel te laat om het leed ongedaan te maken, thans het kwalijke van zijn handelen inziet.

Voorts heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan een drietal diefstallen variërend van het wegnemen van enkele slokjes bier tot een auto. Verdachte heeft op dat moment laten zien weinig respect te bezitten voor andermans bezit. Voorts zijn dergelijke feiten voor de slachtoffers zeer hinderlijk. Daarnaast zullen zij doorgaans niet zelden geconfronteerd worden met schade als gevolg van dergelijke feiten. De rechtbank rekent dit verdachte eveneens aan.

Verder heeft verdachte een ruit van een woning ingegooid. Hierdoor hebben de bewoners van de woning hinder ondervonden en heeft de eigenaar van de woning schade geleden. Juist in een woning moeten de bewoners zich veilig kunnen voelen, welk gevoel verdachte niet heeft gerespecteerd. Het ingooien van de ruit van de woning, dat plaatsvond enkele dagen voor de bedreigingen, heeft er alleen maar meer voor gezorgd dat de slachtoffers van de bedreigingen die bedreiging nog serieuzer zijn gaan opvatten.

Ook heeft verdachte zonder noodzaak daartoe tweemaal gebruik gemaakt van het alarmnummer 112. Ook bij deze twee laatstgenoemde feiten waren personen uit de omgeving van zijn ex-vriendin het slachtoffer. Verdachte heeft hen daardoor zeer gehinderd in hun normale leven. Ook heeft hij onnnodig de inzet gevraagd van beperkte middelen, die daardoor niet ingezet konden worden op plaatsen waar ze daadwerkelijk nodig en mogelijk levensreddend zouden zijn geweest. Ook dit rekent de rechtbank verdachte ernstig aan.

De rechtbank heeft acht geslagen op het uittreksel justitiële documentatie van 23 februari 2011 van verdachte. Hieruit blijkt dat verdachte niet eerder wegens soortgelijke feiten met politie en justitie in aanraking is gekomen.

De rechtbank heeft voorts acht geslagen op het psychiatrisch rapport van [psychiater] van 14 februari 2011. Uit het rapport komt naar voren dat verdachte ten aanzien van de bewezenverklaarde feiten sterk verminderd toerekeningsvatbaar moet worden geacht.

Bij verdachte is, zo volgt uit het rapport, sprake van een zogeheten schizoaffectieve stoornis, een chronisch psychiatrisch toestandsbeeld dat intensieve behandeling en begeleiding behoeft. Deze begeleiding is alleen goed mogelijk indien er sprake is van voldoende dagstructuur en reële sociale omstandigheden zoals een adequate huisvesting. Een schizoaffectieve stoornis behoeft levenslange, intensieve behandeling en begeleiding. Het is van belang dat verdachte een geïntegreerde ambulante behandeling zal krijgen waarbij de behandeling van zijn stoornis samengaat met de behandeling van zijn middelengebruik.

Geadviseerd wordt aan verdachte een verplicht reclasseringscontact op te leggen en hem toe te leiden naar een team dat passende (ook psychiatrische) zorg kan leveren.

De rechtbank heeft voorts acht geslagen op het rapport van Reclassering Nederland van 7 februari 2011. De reclassering acht van belang acht dat verdachte na zijn detentie zo snel mogelijk wordt toegeleid naar een begeleide woonvorm. Ook moet er worden gewerkt aan een stabiele dagbesteding en dient de ambulante hulpverlening te worden hervat. Het recidiverisico wordt thans op laag gemiddeld ingeschat, maar wanneer verdachte zijn medicatie niet trouw inneemt en alcohol drinkt zal de kans op recidive aanzienlijk hoger liggen, aldus het rapport.

Ook de reclassering adviseert aan verdachte een verplicht reclasseringstoezicht op te leggen en hem te verplichten een ambulante behandeling te laten ondergaan bij een instelling zoals de GGZ.

De rechtbank neemt de conclusies van de rapporteurs over. De rechtbank acht behandeling van verdachtes stoornis en overige problemen geboden om toekomstige recidive zoveel mogelijk te voorkomen. De rechtbank zal daarom aan verdachte een deels voorwaardelijke gevangenisstraf opleggen. Aan de voorwaardelijke gevangenisstraf zal de voorwaarde worden gekoppeld dat verdachte zich dient te gedragen naar de voorschriften hem te geven door Reclassering Nederland, zolang die instelling zulks nodig acht. De rechtbank zal ook bepalen dat verdachte ambulante behandeling bij de GGZ of een soortgelijke instelling dient te ondergaan indien de reclassering dat nodig acht.

De rechtbank acht een straf zoals geëist door de officier van justitie passend.

De raadsman van verdachte heeft ter terechtzitting in dit verband het volgende naar voren gebracht. Verdachte moet na zijn detentie direct worden ondergebracht in een setting van begeleid wonen. Het kan nog tussen de één en drie maanden duren voordat er voor verdachte een plek vrij zal komen. Het zou daarom goed zijn een langere onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen, zodat het risico wordt vermeden dat verdachte na zijn detentie op straat komt te staan.

De rechtbank acht het met de raadsman van verdachte van belang dat verdachte na zijn detentie direct terecht kan in een begeleide woonvorm. De rechtbank zal daarom aan verdachte een gevangenisstraf van twaalf maanden waarvan vijf maanden voorwaardelijk opleggen. Op deze manier heeft men nog enige tijd om voor verdachte een plek te vinden in een begeleide woonvorm - de rechtbank heeft de woorden van de raadsman zo begrepen dat het traject inmiddels al zo goed mogelijk is ingezet -, terwijl een onnodig lange onvoorwaardelijke straf redelijkerwijs wordt voorkomen.

Inbeslaggenomen voorwerpen.

De rechtbank zal het op de beslaglijst onder 1 genummerde voorwerp verbeurdverklaren. Dit voorwerp is voor verbeurdverklaring vatbaar aangezien dit voorwerp aan verdachte toebehoort en met behulp van dit voorwerp de onder 1, 2, 4, 5, 7 en 8 bewezenverklaarde feiten zijn begaan.

De toepasselijke wetsartikelen.

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen:

- 14a, 14b, 14c, 33, 33a, 57, 142, 285, 310 en 350 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

Beslissing.

De rechtbank,

verklaart niet wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de bij dagvaarding onder 11 en 12 ten laste gelegde feiten heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;

verklaart wettig en overtuigend bewezen, dat de verdachte de bij dagvaarding onder 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9 en 10 ten laste gelegde feiten heeft begaan en dat het bewezenverklaarde uitmaakt:

ten aanzien van feit 1, 2, 7:

bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, meermalen gepleegd

ten aanzien van feit 3, 9 en 10:

diefstal, meermalen gepleegd

ten aanzien van feit 4:

bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht

en

bedreiging met zware mishandeling

ten aanzien van feit 5:

bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht en met verkrachting

en

bedreiging met verkrachting

ten aanzien van feit 6:

opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat aan een ander toebehoort vernielen

ten aanzien van feit 8:

opzettelijk, zonder dat daartoe de noodzaak aanwezig is, gebruik maken van een alarmnummer voor publieke diensten, meermalen gepleegd

verklaart het bewezenverklaarde en de verdachte deswege strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

veroordeelt de verdachte tot:

een gevangenisstraf voor de duur van 12 (twaalf) MAANDEN;

bepaalt dat de tijd, door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van het onvoorwaardelijk gedeelte van de hem opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht, voorzover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht;

bepaalt, dat een gedeelte van die straf, groot 5 (vijf) MAANDEN niet zal worden tenuitvoergelegd, zulks onder de algemene voorwaarde, dat de veroordeelde zich voor het einde van de hierbij op twee jaren vastgestelde proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

alsmede onder de algemene voorwaarde dat de veroordeelde ter vaststelling van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;

en onder de hierna te noemen bijzondere voorwaarden:

- dat de veroordeelde op geen enkele wijze contact op zal nemen of zal zoeken met [slachtoffer F.];

- dat de veroordeelde zich gedurende de proeftijd zal gedragen naar de voorschriften hem te geven door of namens de stichting Reclassering Nederland, ressort Den Haag zolang die instelling zulks nodig acht, ook als dat inhoudt ambulante behandeling bij de GGZ of een soortgelijke instelling;

geeft hierbij opdracht aan bovengenoemde reclasseringsinstelling krachtens het bepaalde bij artikel 14d, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht;

heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte met ingang van het tijdstip waarop de duur van de voorlopige hechtenis gelijk wordt aan die van het onvoorwaardelijk gedeelte van de opgelegde gevangenisstraf;

verklaart verbeurd het op de beslaglijst onder 1 genummerde voorwerp, te weten: een telefoontoestel, kleur zwart, merk Apple, type Iphone en een kabel.

Dit vonnis is gewezen door

mr. Van Rossum, voorzitter,

mrs Van As en Smelt, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. Gunnewegh, griffier,

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 9 maart 2011.