Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2011:BP5036

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
18-02-2011
Datum publicatie
18-02-2011
Zaaknummer
09/754189-10
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Moord. Het door verdachte gepleegde feit kenmerkt zich door een koelbloedige voorbereiding en een al even koelbloedige maar tevens gruwelijke en weerzinwekkende uitvoering. Verdachte heeft het slachtoffer, met wie hij in 2007 drie à vier maanden een relatie heeft gehad, in 2010 op haar verjaardag, een datum die hij bewust had gekozen, meermalen op en in haar hoofd gestoken met één van de door hem vervaardigde wapens. Toen verdachte de indruk kreeg dat het gebruik van het wapen (nog) niet het door hem gewenste effect had, is hij met kracht met zijn hak op haar hoofd gaan stampen. Het slachtoffer heeft geen enkele kans gehad om het op haar uitgeoefende geweld te overleven. De rechtbank acht verdachte verminderd toerekeningsvatbaar. Gelet op de bevindingen van de gedragwetenschappers dat er sprake is van gevaar voor herhaling, is de rechtbank van oordeel dat de veiligheid van anderen, dan wel de algemene veiligheid van personen, oplegging van de maatregel van terbeschikkingstelling eist. De rechtbank ziet aanleiding bovendien de dwangverpleging van verdachte te bevelen om de maatschappij maximaal tegen verdachte te beschermen. Naast de maatregel van terbeschikkingstelling met dwangverpleging behoort naar het oordeel van de rechtbank aan verdachte een gevangenisstraf van lange duur te worden opgelegd. Gevangenisstraf voor de duur van 22 jaar, met aftrek. Terbeschikkingstelling met dwangverpleging.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE

Sector strafrecht

Meervoudige kamer

Parketnummer 09/754189-10

Datum uitspraak: 18 februari 2011

(Verkort vonnis)

De rechtbank 's-Gravenhage, rechtdoende in strafzaken, heeft het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] 1963 te [geboorteplaats],

adres: [adres],

thans gedetineerd in de penitentiaire inrichting Haaglanden,

Penitentiair Psychiatrisch Centrum, locatie Scheveningen.

De terechtzitting.

Het onderzoek is gehouden ter terechtzitting van 4 februari 2011.

De verdachte, bijgestaan door zijn raadsvrouw mr. F. Kellouh, advocaat te 's Gravenhage, is ter terechtzitting verschenen en gehoord.

De officier van justitie mr. N. Vogelenzang heeft gevorderd dat verdachte ter zake van het hem bij dagvaarding (impliciet primair) ten laste gelegde wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 22 jaren, met aftrek van de tijd in voorarrest doorgebracht, en voorts dat de maatregel van TBS met dwangverpleging zal worden opgelegd.

De officier van justitie heeft voorts gevorderd dat de op de lijst van inbeslaggenomen voorwerpen onder 3, 4, 5, 6, 7, 8, 12, 14, 17, 18 genummerde voorwerpen zullen worden verbeurdverklaard, dat de onder 1, 13, 15, 25, 31, 32, 33, 34, 35, 43, 47, 61, 62, 65, 66, 67 genummerde voorwerpen zullen worden onttrokken aan het verkeer en dat de onder 2, 9, 10, 11, 16, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 26, 27, 28, 29, 30, 36, 37, 38, 39, 40, 41, 42, 44, 45, 46, 48, 49, 50, 51, 52, 53, 54, 55, 56, 57, 58, 59, 60, 63, 64, 68 genummerde voorwerpen zullen worden teruggegeven aan de verdachte.

De tenlastelegging.

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 22 augustus 2010 te Zoetermeer opzettelijk en al dan niet

met voorbedachten rade [slachtoffer] van het leven heeft beroofd, immers

heeft verdachte met dat opzet en al dan niet na kalm beraad en rustig overleg,

- meermalen, althans eenmaal, met een mes, althans een scherp en/of puntig

voorwerp in en/of op het hoofd en/of armen, althans elders in het lichaam van

die [slachtoffer] gestoken en/of geprikt en/of gesneden, althans geraakt, en/of

- meermalen, althans eenmaal, die [slachtoffer] tegen het hoofd en/of tegen het

lichaam geschopt en/of getrapt en/of gestompt en/of geslagen,

tengevolge waarvan voornoemde [slachtoffer] is overleden;

art 287 Wetboek van Strafrecht

art 289 Wetboek van Strafrecht

De bewijsmiddelen.

De rechtbank grondt haar overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.

In die gevallen waarin de wet aanvulling van het vonnis vereist met de bewijsmiddelen, dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, zal zulks plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit vonnis zal worden gehecht.

De bewezenverklaring.

Door de voormelde inhoud van vorenstaande bewijsmiddelen - elk daarvan, ook in zijn onderdelen, gebruikt voor het bewijs van datgene waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft - staan de daarin genoemde feiten en omstandigheden vast. Op grond daarvan acht de rechtbank bewezen en is zij tot de overtuiging gekomen dat de verdachte het op de dagvaarding ten laste gelegde feit heeft begaan, met dien verstande, dat de rechtbank bewezen acht - en als hier ingelast beschouwt, zulks met verbetering van eventueel in de tenlastelegging voorkomende type- en taalfouten, zoals weergegeven in de bewezenverklaring, door welke verbetering de verdachte niet in de verdediging is geschaad - de inhoud van de tenlastelegging, dat:

hij op 22 augustus 2010 te Zoetermeer opzettelijk en met voorbedachten rade [slachtoffer]

van het leven heeft beroofd, immers heeft verdachte met dat opzet en na kalm beraad en rustig overleg,

- meermalen met een scherp en puntig voorwerp in het hoofd van die [slachtoffer] gestoken en

- meermalen die [slachtoffer] tegen het hoofd getrapt,

tengevolge waarvan voornoemde [slachtoffer] is overleden.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde en van de verdachte.

Het bewezenverklaarde is volgens de wet strafbaar. De verdachte is deswege strafbaar, nu geen strafuitsluitingsgronden aannemelijk zijn geworden.

Strafmotivering.

Na te melden straf en maatregel zijn in overeenstemming met de ernst van het gepleegde feit, de omstandigheden waaronder dit is begaan en gegrond op de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan tijdens het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Daartoe wordt meer in het bijzonder het navolgende overwogen.

Verdachte en het slachtoffer [slachtoffer] hebben in 2007 drie á vier maanden een relatie gehad. Verdachte is na het beëindigen van de relatie naar eigen zeggen mentaal ingestort. Naar zijn idee ging het slachtoffer verder met haar leven en liet zij hem gewoon achter. Hij voelde zich gebruikt. Verdachte heeft vervolgens -naar de rechtbank aanneemt: reeds begin 2008- het plan opgevat om het slachtoffer te vermoorden. Hij is materiaal gaan verzamelen over haar en, zoals hij het zelf noemt, op haar gaan “jagen”, door haar voortdurend in de gaten te houden en zo precies te weten wat en wanneer ze wat deed. Zo heeft hij talloze malen het slachtoffer in de avonduren geobserveerd terwijl zij in haar huis was.

Verdachte heeft het internet geraadpleegd om uit te vinden hoe een mens een moordenaar kan worden. Hij is gaan trainen om op kracht te komen. Hij was, naar eigen zeggen, volledig geobsedeerd door het slachtoffer en haar vernietiging en zag het als zijn doel het kwaad met kwaad te bestrijden. Hij is op zoek gegaan naar het beste wapen om zijn plan uit te voeren en heeft uiteindelijk zelf diverse soorten wapens in de vorm van naalden in verschillende grootte vervaardigd. Hij heeft daarmee geëxperimenteerd op een daartoe speciaal aangeschafte veiligheidshelm.

Verdachte is zelfs zo ver gegaan dat hij enige weken vóór de moord een huis in Zoetermeer heeft gekocht en wel in een flatgebouw gelegen naast het flatgebouw waarin zich de woning van het slachtoffer bevond. Zo kon hij haar nog beter in de gaten houden. Hij is daarna niet alleen ’s nachts maar ook overdag op haar gaan “jagen”. Hij heeft alle locaties bekeken waar hij haar het beste kon vermoorden. Hij wist uiteindelijk precies waar hij moest gaan staan om zoveel mogelijk uit het zicht van de mensen zijn gang te kunnen gaan en de kans op hulp zo klein mogelijk te maken.

De datum van 22 augustus 2010, de verjaardag van het slachtoffer, heeft verdachte bewust gekozen. Verdachte heeft op die dag ongeveer 20 minuten op het slachtoffer gewacht, haar de doorgang geblokkeerd en toen genadeloos toegeslagen.

Verdachte heeft erkend dat hij het slachtoffer meermalen op en in haar hoofd heeft gestoken met één van de door hem vervaardigde wapens, te weten het wapen dat hij voor een snelle en gewisse dood het meest geschikt achtte. Toen het slachtoffer op de grond lag en verdachte de indruk kreeg dat het gebruik van het wapen (nog) niet het door hem gewenste effect had, is hij met kracht met zijn hak op haar hoofd gaan stampen om het hoofd te vermorzelen en de ruggengraat te breken. Zijn bedoeling was de mogelijkheid van redding van het slachtoffer uit te sluiten. Inderdaad heeft het slachtoffer geen enkele kans gehad om het door verdachte op haar uitgeoefende geweld te overleven. Verdachte heeft verklaard dat deze daad hem een dusdanig gevoel van overwinning heeft bezorgd dat hij een triomftocht is gaan maken langs plaatsen die voor hem in relatie tot het slachtoffer belangrijk waren.

Het door verdachte gepleegde feit kenmerkt zich aldus door een koelbloedige voorbereiding en een al even koelbloedige maar tevens gruwelijke en weerzinwekkende uitvoering. Niet alleen heeft hij [slachtoffer] met voorbedachten rade beroofd van haar kostbaarste bezit, haar leven, maar hij heeft dat bovendien gedaan op zodanige wijze dat zij een afschuwelijke dood moet zijn gestorven.

Daarmee heeft verdachte bovendien peilloos leed toegebracht aan haar nabestaanden, meer in het bijzonder aan haar drie dochters, die plotsklaps hun moeder moeten missen. Hoezeer dat hen heeft getroffen is tot uitdrukking gebracht in de door twee van de dochters ter zitting uitgesproken woorden. Ook het leed dat de broers en zusters van [slachtoffer] als gevolg van haar overlijden ervaren is uit de ter zitting voorgelezen slachtofferverklaring pijnlijk duidelijk geworden. Het leed van de nabestaanden is in elk geval niet verzacht door de houding van verdachte na het plegen van het feit. Verdachte heeft immers steeds, en ook ter zitting, duidelijk en zonder voorbehoud verklaard geen enkele spijt van zijn daad te hebben en er zelfs ingenomen mee te zijn, waarmee hij geen enkel invoelingsvermogen aan de dag heeft gelegd voor de gevolgen die deze daad voor anderen heeft gehad. Daarbij komt dat het feit, op klaarlichte dag op de openbare weg gepleegd, grote beroering heeft gewekt en de rechtsorde ernstig heeft geschokt. Ook voor die gevolgen heeft verdachte zich geheel ongevoelig betoond.

Wat betreft de persoon van verdachte heeft de rechtbank acht geslagen op een uittreksel uit het justitiële documentatieregister (strafblad) van 2 september 2010 betreffende verdachte. Daaruit blijkt dat verdachte éénmaal een transactie van € 150,- heeft betaald wegens overtreding van de Wet wapens en munitie op 18 maart 2010. Verdachte had op die datum naar eigen zeggen ook een wapen voorhanden met het oog op het vermoorden van het slachtoffer [slachtoffer]. Verder is verdachte nimmer met politie of justitie in aanraking geweest.

Naar de persoon van verdachte is forensisch psychologisch en forensisch psychiatrisch onderzoek verricht, waarvan de resultaten zijn neergelegd in een rapport gedateerd 12 december 2010, opgemaakt door drs. B.E.A. van der Hoorn (psychiater) en in een rapport, gedateerd 22 december 2010, opgemaakt door dr. R.A.R. Bullens (klinisch psycholoog).

drs. Van der Hoorn rapporteert dat bij verdachte diagnostisch sprake is van een obsessief/compulsieve persoonlijkheidsstoornis. Het betreft een duurzaam en diepgaand patroon dat mede geluxeerd is door zijn problematische jeugd, waarin sprake was van ernstige affectieve verwaarlozing en een onveilige hechtingsituatie. De rigiditeit van zijn denken is enorm en vloeit voort uit zijn psychopathologie. Verdachte is verminderd toerekeningsvatbaar ten aanzien van het hem ten laste gelegde feit. In tijden van relationele stress is het risico op herhaling aanwezig, daar verdachte zelf nauwelijks besef en geen inzicht heeft in zijn psychopathologie. Mogelijk zou een langer durende en intensieve klinische behandeling het recidiverisico op termijn verminderen. Gezien de ernst van het hem ten laste gelegde feit, de verminderde toerekeningsvatbaarheid, het recidiverisico alsmede het feit dat een langer durende klinische behandeling noodzakelijk is en betrokkene zelf het nut van een behandeling niet inziet, wordt geadviseerd betrokkene een terbeschikkingstelling met dwangverpleging op te leggen.

Ook dr. Bullens rapporteert dat verdachte lijdende is, en tijdens het plegen van het feit lijdende was, aan een gebrekkige ontwikkeling van zijn geestvermogens, tot uiting komend in een obsessief/compulsieve persoonlijkheidsstoornis. Deze stoornis heeft bij verdachte tot de gedachte geleid dat het slachtoffer slecht was en moest worden vernietigd. In zijn obsessie is hij niet meer in staat gebleken daar met enig realisme en oog voor verhouding over na te denken: hij heeft er zich volledig in vastgebeten. Om die reden kan hij -tegen de achtergrond van de bij hem geconstateerde gebrekkige ontwikkeling- verminderd toerekeningsvatbaar worden geacht. Het recidiverisico op korte termijn is laag te noemen. Het is echter onvoorspelbaar in hoeverre verdachte in de verder weggelegen toekomst nogmaals in een situatie terecht kan komen, waarbij hij “vernietiging” of iets soortgelijks noodzakelijk acht. Om die reden is behandeling van zijn persoonsproblematiek nadrukkelijk geïndiceerd. Aangezien deze problematiek bij hem diepgeworteld zit, het delict waartoe hij kan overgaan zeer ernstig is en de kans dat hij vrijwillig een behandeling zal afronden bijzonder gering wordt geacht, is terbeschikkingstelling met dwangverpleging geïndiceerd.

De rechtbank stelt vast dat de gedragsdeskundigen tot een eensluidend oordeel zijn gekomen over verdachte. Zij acht zich op basis van deze rapporten voldoende voorgelicht, neemt de conclusies hieruit over en maakt die tot de hare. Zij acht verdachte op basis van het multidisciplinaire onderzoek verminderd toerekeningsvatbaar.

De rechtbank deelt ook de bevindingen van de gedragswetenschappers, daar waar zij stellen dat er sprake is van gevaar voor herhaling van een feit als door verdachte gepleegd. Zij is gelet hierop van oordeel dat de veiligheid van anderen, dan wel de algemene veiligheid van personen, oplegging van de maatregel van terbeschikkingstelling eist.

In de ernst van het gepleegde misdrijf, het gevaar voor recidive, de noodzaak van behandeling en de afwezigheid van motivatie voor het vrijwillig ondergaan daarvan ziet de rechtbank aanleiding bovendien de dwangverpleging van verdachte te bevelen. Daarmee beoogt de rechtbank de maatschappij maximaal tegen verdachte te beschermen.

Naast de maatregel van terbeschikkingstelling met dwangverpleging behoort naar het oordeel van de rechtbank aan verdachte een gevangenisstraf van lange duur te worden opgelegd. Voor dat oordeel zijn redengevend alle reeds in het voorgaande weergegeven omstandigheden, waaruit de ernst van het door verdachte gepleegde feit volgt. Voor wat betreft de feitelijke duur van die op te leggen gevangenisstraf overweegt de rechtbank nog het volgende.

Misdrijven van de aard en omvang als thans jegens verdachte bewezen verklaard zijn naar hun aard zeer moeilijk met elkaar te vergelijken. De onderhavige zaak maakt dat treffend duidelijk; het gaat om een verdachte die nimmer op andere relevante wijze dan ten aanzien van dit slachtoffer met justitie in aanraking is geweest en, zoals wel wordt gezegd, “slechts” één moord heeft gepleegd. Daar staat tegenover dat de omstandigheden waaronder de thans bewezen verklaarde moord is begaan als uitzonderlijk hebben te gelden, met name vanwege de wijze van voorbereiding en uitvoering en de houding van verdachte na die moord.

De officier van justitie heeft ter terechtzitting betoogd dat, ware er geen sprake van verminderde toerekeningsvatbaarheid, en juist gelet op de omstandigheden van dit specifieke geval, verdachte in aanmerking zou kunnen komen voor een gevangenisstraf van 30 jaren of zelfs levenslange gevangenisstraf. De rechtbank ziet op grond van voornoemde uitzonderlijke omstandigheden geen aanleiding dat uitgangspunt te verwerpen, maar is het met de officier van justitie eens dat een dergelijke strafoplegging zich niet verdraagt met de door de rechtbank aangenomen verminderde toerekeningsvatbaarheid van verdachte.

Hoe hoog de straf dan wel moet zijn is, tot op zeker hoogte in iedere zaak, dus ook in deze zaak, arbitrair. De rechtbank is evenwel van oordeel dat de officier van justitie haar eis, inhoudende dat verdachte behoort te worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 22 jaren, zodanig heeft onderbouwd dat er geen reden is om tot een van die eis afwijkende strafoplegging te komen.

Inbeslaggenomen voorwerpen.

Beslaglijst

1. 1.00 STK Zakmes Kl:rood

2. 1.00 STK USB stick, sleutelhanger Varken

3. 1.00 STK Profiel, Internetprint Harakiri

4. 1.00 STK USB stick Kl:meerkleur, SANDIK Visitor 8 gb

5. 1.00 STK Schrift Kl:zwart, Dagboek THE Landing

6. 1.00 STK Schrift Kl:zwart, Concerning the project klotzen nicht klecke

7. 1.00 STK Schrijfblok, cal schrift 1 bladzijde breschreven

8. 1.00 STK Boek, Dagboek Die jagd div bladzijden ontbreken

9. 1.00 STK Computer, PACKARD BEL 8100 aio

10. 1.00 STK Verrekijker, CRESTA

11. 1.00 STK Verrekijker, CRESTA

12. 1.00 STK Enveloppe, bescheiden

13. 1.00 STK Speer, Handgemaakt

14. 4.00 STK Boek

15. 1.00 STK Tas, Helmresten

16. 1.00 STK Videocamera, CANON met tas en SD kaart

17. 1.00 STK Ordner, Orchidea plan

18. 1.00 STK Ordner, Blanko

19. 1.00 STK Geheugensimm, CANON 8 B

20. 1.00 STK Geheugensimm, SANDIKS 256 MB

21. 1.00 STK Geheugensimm, SANDIKS 512 MB

22. 1.00 STK Geheugensimm, SANDIKS 512 MB

23. 1.00 STK Hoes, papieren en ketekens

24. 1.00 STK Verrekijker, MINI

25. 1.00 STK Zakmes

26. 1.00 STK Verrekijker, NIGHFORCE, Nachtkijker

27. 1.00 STK Verrekijker, Halve

28. 1.00 STK Verrekijker, CRESTA

29. 1.00 STK Camera, MINOLTA z1, geheugen en extra batterijen

30. 1.00 STK Bouwpakket, Periscoop zelfbouw

31. 4.00 DS Doos, 4x zelfde gemaakte messen

32. 1.00 STK Mes, Krom mes

33. 1.00 STK Mes, recht mes

34. 1.00 STK Mes, met twee snijkanten

35. 1.00 STK Mes, Zelfgemaakt

36. 1.00 STK Tas, HUGO BOSS, Dagboek

37. 1.00 STK Boek, Dagboek

38. 1.00 STK Boek, Dun dagboek Hugo Boss

39. 1.00 STK Tas, ALBERT HEIJN

40. 1.00 STK Boek, AUF NACH PARIS, Dagboek

41. 1.00 STK Boek, Goud Klein

42. 1.00 STK Boek, Dagboek Rood Vervormd

43. 1.00 STK Mes, RUTGERS, Scalpel

44. 1.00 STK Riem, verdachte

45. 1.00 STK Broek, verdachte

46. 1.00 STK Telefoontoestel, NOKIA, 357958000618759

47. 1.00 STK Haak, Gemaakt uit metalen plaat

48. 1.00 STK Portemonnee Kl:Bruine

49. 1.00 STK mp3 speler, Witte Headset

50. 1.00 STK Portemonnee Kl:zwarte

51. 1.00 PR Schoenen, Linker schoen

52. 1.00 PR Schoenen, Rechter schoen verdachte

53. 1.00 STK Portemonnee, uit verdachte broekzak

54. 1.00 STK Sok, verdachte

55. 1.00 STK Sok, verdachte

56. 1.00 PR Schoenen, rechter schoen uit hal

57. 1.00 PR Schoenen, Linker schoen uit hal

58. 1.00 STK veter, Uit bak

59. 1.00 STK Jas Kl:zwart, Inloopkast

60. 1.00 STK Pet Kl:Blauw, sportkamer/ loopkast

61. 1.00 STK Mes, mes houder

62. 1.00 STK Mes, keuken

63. 1.00 STK Tas, heup tasje

64. 1.00 STK Pet Kl:zwart

65. 2.00 STK Mes, Gangkast

66. 1.00 STK Mes, mes in houder

67. 1.00 STK Schaar

68. 1.00 STK USB stick, [...]

Verbeurdverklaring

De rechtbank zal de op de beslaglijst onder 3, 4, 5, 6, 7, 8, 12, 14, 17, 18 genummerde voorwerpen, verbeurdverklaren. Deze voorwerpen zijn voor verbeurdverklaring vatbaar,

aangezien deze voorwerpen aan verdachte toebehoren en met behulp van deze voorwerpen het bewezenverklaarde feit is begaan of voorbereid.

Onttrekking aan het verkeer

De rechtbank zal de op de beslaglijst onder 1, 13, 15, 25, 31, 32, 33, 34, 35, 43, 47, 61, 62, 65, 66, 67 genummerde voorwerpen onttrekken aan het verkeer. Deze voorwerpen zijn voor onttrekking aan het verkeer vatbaar, aangezien deze voorwerpen zijn vervaardigd of bestemd tot het begaan van het bewezenverklaarde feit.

Teruggave aan verdachte

Nu het belang van strafvordering zich daartegen niet meer verzet, zal de rechtbank de teruggave aan verdachte gelasten van de op de beslaglijst onder 2, 9, 10, 11, 16, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 26, 27, 28, 29, 30, 36, 37, 38, 39, 40, 41, 42, 44, 45, 46, 48, 49, 50, 51, 52, 53, 54, 55, 56, 57, 58, 59, 60, 63, 64, 68 genummerde voorwerpen.

De toepasselijke wetsartikelen.

De op te leggen straf en maatregel zijn gegrond op de artikelen:

- 37a, 37b, 289 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

Beslissing.

De rechtbank,

verklaart wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het bij dagvaarding (impliciet primair) ten laste gelegde feit heeft begaan en dat het bewezenverklaarde uitmaakt:

moord

verklaart het bewezenverklaarde en de verdachte deswege strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

veroordeelt de verdachte tot:

een gevangenisstraf voor de duur van 22 jaren

bepaalt dat de tijd, door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging geheel in mindering zal worden gebracht, voorzover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht;

gelast de terbeschikkingstelling van verdachte;

beveelt dat de terbeschikkinggestelde van overheidswege zal worden verpleegd;

verklaart verbeurd de op de beslaglijst genummerde voorwerpen, te weten:

3, 4, 5, 6, 7, 8, 12, 14, 17, 18;

verklaart onttrokken aan het verkeer de op de beslaglijst genummerde voorwerpen, te weten: 1, 13, 15, 25, 31, 32, 33, 34, 35, 43, 47, 61, 62, 65, 66, 67;

gelast de teruggave aan verdachte van de op de beslaglijst genummerde voorwerpen, te weten: 2, 9, 10, 11, 16, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 26, 27, 28, 29, 30, 36, 37, 38, 39, 40, 41, 42, 44, 45, 46, 48, 49, 50, 51, 52, 53, 54, 55, 56, 57, 58, 59, 60, 63, 64, 68.

Dit vonnis is gewezen door

mr. J.W. du Pon, voorzitter,

mrs. M. Knijff en I.E.W. Gonzales, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. J.M. Molenaar, griffier,

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 18 februari 2011.