Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2011:BP4918

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
14-01-2011
Datum publicatie
17-02-2011
Zaaknummer
AWB 10-1798 WW44
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:RVS:2012:BV7277, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

MK. Proces verbaal van mondelinge uitspraak. Gemeentehuis Leiderdorp. Niet-ontvankelijkverklaring vanwege ontbreken rechtstreeks belang. Afstandscriterium. Onvoldoende onderscheidend vermogen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE

Sector bestuursrecht

Afdeling 1, meervoudige kamer

Reg.nr.: AWB 10/1798 WW44

Proces-verbaal van de mondelinge UITSPRAAK ingevolge artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb)

In het geding tussen

[A] en [B], wonende te Leiderdorp, eisers,

en

1. de raad van de gemeente Leiderdorp,

2. het college van burgemeester en wethouders van Leiderdorp,

verweerders.

I PROCESVERLOOP

Op 25 januari 2010 heeft de raad van de gemeente Leiderdorp het projectbesluit "Nieuw Gemeentehuis Leiderdorp" vastgesteld.

Bij besluit van 2 februari 2010 heeft het college van burgemeester van wethouders van Leiderdorp bouwvergunning eerste fase verleend voor het oprichten van een gemeentehuis en een loods op de locatie Willem Alexanderlaan te Leiderdorp, kadastraal bekend als Leiderdorp, sectie B4223, nr. D2.

Bij brief van 2 februari 2010 is eisers kennisgegeven van deze besluiten.

Tegen deze besluiten hebben eisers bij brief van 8 maart 2010, ingekomen bij de rechtbank op 11 maart 2010, beroep ingesteld.

Verweerders hebben de op de zaak betrekking hebbende stukken overgelegd en een verweerschrift ingediend. Bij brief van 18 augustus 2010 hebben eisers gereageerd op het verweerschrift.

Het beroep is op 14 januari 2011 ter zitting behandeld. Eisers zijn in persoon verschenen. Verweerders hebben zich laten vertegenwoordigen door mr. R. Lever, advocaat te Leiden, en [C] en [D], beiden werkzaam bij de gemeente.

De rechtbank heeft het onderzoek gesloten en vervolgens onmiddellijk mondeling uitspraak gedaan.

II OVERWEGINGEN

Ingevolge artikel 1:2, eerste lid, van de Awb wordt onder belanghebbende verstaan degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit betrokken is. De wetgever heeft deze eis gesteld om te voorkomen dat een ieder, in welke hoedanigheid ook, of een persoon met slechts een ver verwijderd of indirect belang als belanghebbende zou moeten worden beschouwd en beroep zou kunnen instellen. Om als belanghebbende in de zin van de Awb te kunnen worden aangemerkt, dient een natuurlijk persoon een voldoende objectief bepaalbaar, eigen, persoonlijk belang te hebben dat hem in voldoende mate onderscheidt van anderen en dat rechtstreeks wordt geraakt door het bestreden besluit. Een louter subjectief gevoel van betrokkenheid bij een besluit, hoe sterk dat gevoel ook is, is daarvoor niet voldoende.

De rechtbank stelt vast dat de afstand tussen eisers' woning, gelegen aan het [adres], en het bouwplan (het gemeentehuis met daarop twee windturbines en de loods) 230 à 240 meter bedraagt. Gezien deze afstand en de tussenliggende bebouwing -waaronder het gebouw van De Tegelhandel van twee bouwlagen- en bomen zal er vanuit hun woning slechts in beperkte mate zicht zijn op het bouwplan, en wel op de windturbines, met een hoogte van 17,7 m, en een deel van de loods. Daarin verschilt de positie van eisers niet van die van anderen in hun woonwijk. Naar het oordeel van de rechtbank is daarmee hun belang onvoldoende specifiek en onderscheidend en kan niet worden gesproken van een persoonlijk van anderen te onderscheiden belang. Ook overigens is niet gebleken van feiten en omstandigheden die tot de conclusie leiden dat sprake is van een objectief en persoonlijk belang van eisers dat rechtstreeks door de besluiten zouden worden geraakt. De belangen van eisers zijn naar het oordeel van de rechtbank dan ook niet rechtstreeks bij de in beroep bestreden besluiten betrokken, als bedoeld in artikel 1:2, eerste lid, van de Awb.

Gelet hierop zijn eisers niet als belanghebbenden aan te merken. Zij zullen daarom in hun beroep niet-ontvankelijk worden verklaard.

III BESLISSING

De rechtbank 's-Gravenhage,

RECHT DOENDE:

verklaart eisers in hun beroep niet-ontvankelijk.

Aldus vastgesteld door mr. H.P.M. Meskers, mr. I.A.M. Kroft en mr.dr. L.M. Koenraad, in tegenwoordigheid van de griffier mr. R.F. van Aalst.

Uitgesproken in het openbaar op 14 januari 2011.

RECHTSMIDDEL

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na verzending van dit proces-verbaal hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.