Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2011:BP4605

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
02-02-2011
Datum publicatie
15-02-2011
Zaaknummer
349720 - HA ZA 09-3472
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Geschil inzake televisieuitzendingen en internetforum van Tros Radar over Pretium Telecom. Eisvermeerdering Pretium Telecom wordt toegestaan. Vordering Pretium Telecom tot voorlopige voorziening met betrekking tot internetforum wordt afgewezen. Vordering Pretium Telecom tot verstrekking van een afschrift van het ruwe beeld- en geluidsmateriaal verkregen met een verborgen camera in een callcenter wordt toegewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 349720 / HA ZA 09-3472

Vonnis in het incident tot voorlopige voorziening en in het exhibitie-incident van

2 februari 2011

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

PRETIUM TELECOM B.V.,

gevestigd te Haarlem,

eiseres in de hoofdzaak,

eiseres in het incidenten,

advocaat mr. D.P. Kuipers te Den Haag,

tegen

de vereniging met volledige rechtsbevoegdheid

TROS,

gevestigd te Hilversum,

gedaagde in de hoofdzaak,

verweerster in de incidenten,

advocaat mr. H.A.J.M. van Kaam te Amsterdam.

Partijen zullen hierna Pretium en Tros genoemd worden.

1.De procedure

1.1.Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding van 11 september 2009;

- de akte overlegging producties van Pretium, met 61 producties;

- de conclusie van antwoord;

- de akte houdende producties van Tros, met 27 producties;

- de conclusie van repliek, met twee producties;

- de conclusie van dupliek;

- de incidentele conclusie houdende vorderingen tot het treffen van voorlopige voorzieningen ex art. 223 Rv alsmede afgifte van bescheiden ex art. 843a Rv tevens akte houdende verandering en vermeerdering van de eis in de hoofdzaak, met zes producties;

- de incidentele conclusie van antwoord ex artt. 223 jo. 843a Rv alsmede antwoordakte houdende verandering en vermeerdering van eis, met zeven producties;

- de faxbrief van 28 september 2010 van de advocaat van Pretium;

- de faxbrief van 5 oktober 2010 van de advocaat van Tros;

- de faxbrief van 7 oktober 2010 van de advocaat van Pretium;

- het vonnis van 27 oktober 2010, waarbij een verzoek om pleidooi in de incidenten werd afgewezen en de zaak werd verwezen naar de rolzitting van 24 november 2010 voor conclusie van repliek in de beide incidenten en voor repliek op het bezwaar tegen de wijziging van eis VII in de hoofdzaak;

- de incidentele conclusie van repliek inzake de vorderingen tot het treffen van voorlopige voorzieningen ex art. 223 Rv alsmede afgifte van bescheiden ex art. 843a Rv en inzake het verzoek tot verandering en vermeerdering van de eis in de hoofdzaak, met twee producties;

- de incidentele conclusie van dupliek ex artt. 223 jo. 843a Rv alsmede inzake verandering en vermeerdering van eis in de hoofdzaak.

1.2.Ten slotte is vonnis bepaald in de incidenten.

2.Het geschil

in de hoofdzaak

2.1.Pretium heeft bij dagvaarding gevorderd dat de rechtbank bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:

Ivoor recht verklaart dat Tros onrechtmatig heeft gehandeld door Pretium herhaaldelijk en via verschillende media openlijk te beschuldigen van (i) agressieve en/of onfatsoenlijke belpraktijken, (ii) misleiding en/of (iii) het najagen van kwetsbare consumenten; ouderen in het bijzonder;

IITros gebiedt binnen een week na betekening van het vonnis de uitzending van het programma TROS Radar van 29 september 2008 alsmede de op Pretium betrekking hebbende onderdelen uit de uitzendingen van TROS Radar van 22 september en 20 oktober 2008 blijvend te verwijderen, althans voor verwijdering zorg te dragen, van de websites van TROS Radar en uitzendinggemist.nl evenals elke beschrijving op die websites van hetgeen is getoond door middel van het in die uitzending opgenomen beeldmateriaal en de column van mevrouw [A] van 20 oktober 2008;

IIITros gebiedt binnen een week na het vonnis de voorbeeldbrieven waarin wordt opgeroepen tot ontbinding van de overeenkomst met Pretium van de website te verwijderen en verwijderd te houden;

IVTros gebiedt tijdens de eerstvolgende uitzending van TROS Radar na betekening van het vonnis1 direct na de introductie door de presentatrice en vóór de behandeling van de voor die uitzending geplande items de navolgende rectificatietekst schermvullend en goed leesbaar in beeld te brengen (waarbij de aanhef "RECTIFICATIE" drie maal groter dient te zijn dan de overige tekst) en die rectificatietekst in beeld te houden terwijl de tekst op neutrale toon en in normaal tempo door de presentatrice wordt uitgesproken, zonder daarbij enig commentaar te leveren of anderszins afbreuk te doen aan de inhoud of het doel van deze rectificatie:

"RECTIFICATIE

TROS Radar heeft zich op verschillende manieren en herhaaldelijk negatief en beschuldigend uitgelaten over de verkoopmethoden van Pretium Telecom. Deze uitlatingen zijn onder meer gedaan in de uitzendingen van TROS Radar van 22 en 29 september 2008 en 20 oktober 2008 alsmede op de website van TROS Radar, onder meer in een column van haar presentatrice, mevrouw [A].

De TROS heeft zonder voldoende en objectief onderzoek te hebben verricht en zonder dat daaraan voldoende feiten ten grondslag liggen zeer ernstige beschuldigingen jegens Pretium geuit. Er was geen grond voor beschuldigingen als `misdadige praktijken, oplichtingspraktijken, agressieve werving, misselijke wervingsacties". Voorts heeft de TROS zonder enige rechtvaardiging gebruik gemaakt van een verborgen camera en heeft zij de heimelijk opgenomen beelden gemanipuleerd teneinde een negatief beeld van Pretium te scheppen. Tenslotte heeft de TROS verzuimd Pretium een deugdelijk weerwoord te bieden en heeft zij nagelaten haar onjuiste berichtgeving te corrigeren of melding te maken van het standpunt van Pretium.

De rechtbank in Den Haag heeft bij vonnis van [datum] bepaald dat de TROS onzorgvuldig en daarmee onrechtmatig heeft gehandeld door de genoemde negatieve uitlatingen over Pretium te doen. Er is geen gegronde reden om aan te nemen dat Pretium bij het aanbieden van haar diensten consumenten misleidt, agressief en/of onfatsoenlijk behandelt, danwel anderszins onrechtmatig of onzorgvuldig handelt.

Ook heeft de TROS onrechtmatig gehandeld door abonnees van Pretium aan te zetten tot beëindiging van hun overeenkomst met Pretium, zonder dat daarvoor enige grond bestond.

De rechtbank heeft de TROS daarom bij vonnis van [datum] gelast dit bericht uit te zenden en tevens te plaatsen op de website van TROS Radar en in vier landelijke dagbladen.

TROS Radar"

VTros gebiedt binnen een week na het vonnis op de website van TROS Radar op dezelfde plaats als waar zich nu de negatieve uitlatingen over Pretium bevinden, met een link op de homepage trosradar.nl in het bovenste tekstblok op de rechterbovenhelft van de pagina (voor de page-break), gedurende zes maanden de navolgende rectificatietekst, goed leesbaar, evenwichtig verspreid en in normaal lettertype (waarbij de aanhef "RECTIFICATIE" drie maal groter dient te zijn dan de overige tekst), zonder weglatingen, aanvullingen of commentaar, gecentreerd en geëncadreerd te plaatsen en geplaatst te houden: (zie de gecursiveerde tekst onder IV)

VI Tros gebiedt binnen een week na het vonnis in de zaterdageditie van De Telegraaf, het AD, de Volkskrant en het NRC, althans in één of meerdere door de rechtbank te bepalen landelijke dagbladen de navolgende rectificatietekst, goed leesbaar, evenwichtig verspreid en in normaal lettertype (waarbij de aanhef "RECTIFICATIE" drie maal groter dient te zijn dan de overige tekst), zonder weglatingen, aanvullingen of commentaar, geëncadreerd en ter grootte van 1/8 van een pagina te plaatsen: (zie de gecursiveerde tekst onder IV);

VIITros gebiedt binnen een week na het vonnis de forumpagina's op www.trosradar.nl betreffende Pretium te sluiten en niet langer een platform te bieden aan anonieme, ongefundeerde lasterberichten van derden over Pretium, dan wel de lasterlijke berichten over Pretium blijvend te verwijderen en eventuele nieuwe lasterlijke berichten over Pretium binnen 48 uur na plaatsing blijvend te verwijderen;

VIIITros verbiedt zonder deugdelijke grondslag in enige uitzending of publicatie te stellen dan wel te insinueren dat Pretium zich schuldig maakt aan onfatsoenlijke telemarketing of derden daartoe een platform te bieden;

IXbepaalt dat Tros bij het niet of niet-volledig voldoen aan het onder I tot en met VII gevorderde een onmiddellijk opeisbare dwangsom zal verbeuren van € 25.000,- per dag;

XTros veroordeelt tot vergoeding van de door Pretium geleden schade, nader op te maken bij staat;

XITros veroordeelt in de proceskosten.

2.2.Pretium heeft aan deze vorderingen, zeer kort samengevat, het volgende ten grondslag gelegd. Tros heeft Pretium in meerdere uitzendingen op de televisie (het programma TROS Radar) en publicaties op de TROS Radar website gestigmatiseerd. Steeds opnieuw heeft Tros een onjuist en misleidend beeld van Pretium geschetst waarbij zij publiekelijk is neergezet als een onbetrouwbaar bedrijf dat met name oudere consumenten tegen hun zin en via slinkse methoden zou verlokken om een abonnement bij Pretium te nemen. Deze gedragingen van Tros, in het bijzonder de onjuiste, onvolledige en misleidende berichtgeving over Pretium in de uitzendingen van 22, 28 en 29 september en 20 oktober 2008 en op de TROS Radar website zijn onrechtmatig jegens Pretium. Zij heeft daardoor schade geleden en lijdt nog steeds schade, aangezien de uitzendingen en publicaties op internet nog altijd kunnen worden bekeken.

2.3.Op de rolzitting van 21 juli 2010, na de conclusie van dupliek, heeft Pretium haar vorderingen gewijzigd. In de eerste plaats vordert Pretium in plaats van eis VII als hierboven weergegeven thans dat de rechtbank:

VIIaTros gebiedt binnen 24 uur na het vonnis alle forumpagina 's op www.trosradar.nl betreffende Pretium te sluiten en niet langer een platform te bieden aan anonieme, ongefundeerde lasterberichten van derden over Pretium;

VllbTros gebiedt binnen 24 uur na het vonnis de berichten over Pretium die geel zijn gearceerd in het als productie 6 overgelegde afschrift van het topic "pretium telecom" (in de categorie telefonie/internet/digitaal, subcategorie telefonie), evenals de berichten op de verschillende forumpagina 's van Tros Radar die naar het oordeel van de rechtbank vanwege hun lasterlijke of anderszins onrechtmatige karakter voor verwijdering in aanmerking komen blijvend te verwijderen en eventuele nieuwe lasterlijke en/of onrechtmatige berichten over Pretium niet te plaatsen, althans binnen 24 uur na plaatsing blijvend te verwijderen;

VlIcTros gebiedt binnen 24 uur na het vonnis het topic "pretium telecom" (in de categorie telefonie/internet/digitaal, sub-categorie telefonie) op het forum op de website www.trosradar.nl te verwijderen en verwijderd te houden, althans te sluiten in die zin dat geen nieuwe postings worden toegelaten;

VIIdTros gebiedt binnen 24 uur na het vonnis haar gedragsregels met betrekking tot discussies over Pretium Telecom strikt toe te passen en postings met persoonlijke informatie of ge-chat niet te plaatsen althans binnen 24 uur te verwijderen;

VIIedie voorzieningen te treffen die de rechtbank in het licht van de omstandigheden van het geval passend en geboden acht.

In de tweede plaats heeft Pretium onderdeel IX als hierboven weergegeven gewijzigd in die

zin dat voor "VII" moet worden gelezen "VIII".

2.4.Pretium heeft aan deze eiswijzigingen, samengevat, het volgende ten grondslag gelegd. Tros heeft op haar website www.trosradar.nl een discussieforum opengesteld waarop consumenten kunnen klagen over allerhande producten, diensten en aanbieders. Een van de onderwerpen op de subcategorie "telefonie" van het forum is "pretium telecom". Op de grote hoeveelheid forumpagina's over Pretium zijn en worden nog steeds door forumdeelnemers onder meer bedreigingen, lasterlijke en anderszins onrechtmatige uitingen over Pretium en persoonsgegevens van medewerkers van Pretium, waaronder haar bestuurder de heer [B], geplaatst. Deze 'postings' zijn tevens strijdig met de eigen forumgedragsregels van Tros en de Leidraad van de Raad voor de Journalistiek. Pretium heeft er recht op en (spoedeisend) belang bij dat Tros - kort gezegd - wordt gedwongen het forum over Pretium te verwijderen (VIIc), althans te sluiten (VIIa), althans alle hiervoor bedoelde postings te verwijderen (VIIb), althans postings met persoonlijke informatie of ge-chat te verwijderen (VIId).

2.5.Tros heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Zij heeft zich verzet tegen de eerstgenoemde wijziging (wijziging van eis VII in VIIa-e).

in het incident tot voorlopige voorziening

2.6.Pretium vordert bij wijze van voorlopige voorziening, uitvoerbaar bij voorraad, op de minuut en op alle dagen en uren:

Ihet door haar in de hoofdzaak onder Vlla tot en met Vlle gevorderde toe te wijzen met dien verstande dat voor "vonnis" telkens gelezen moet worden "incidenteel vonnis";

IIbepaalt dat Tros een dwangsom verbeurt van € 25.000,- voor iedere dag of gedeelte daarvan dat zij geen gevolg geeft aan onderdeel I;

IIITros veroordeelt in de kosten van het incident.

2.7.Pretium heeft aan deze vordering, samengevat, ten grondslag gelegd hetgeen onder 2.4 is weergegeven.

2.8.Tros heeft gemotiveerd verweer gevoerd.

in het exhibitie-incident

2.9.Pretium vordert in het exhibitie-incident dat de rechtbank bij incidenteel vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, op de minuut en op alle dagen en uren:

ITros gebiedt binnen 24 uur na het vonnis afschrift van het volledige beeld- en geluidsmateriaal dat zij tijdens de infiltratie van het callcenter in kwestie heeft verkregen af te geven aan Pretium;

IIbepaalt dat Tros een dwangsom verbeurt van € 25.000,- voor iedere dag of gedeelte daarvan dat zij geen gevolg geeft aan onderdeel I;

IIITros veroordeelt in de kosten van het incident.

2.10.Pretium legt hieraan, samengevat, het volgende ten grondslag. Het verweer van Tros tegen hoofdvordering I is voornamelijk gebaseerd op het met de verborgen camera opgenomen beeld- en geluidsmateriaal, waarvan Tros een compilatie heeft uitgezonden. Het negatieve beeld dat hierdoor wordt geschetst zou exemplarisch zijn voor de wijze waarop telemarketeers namens Pretium consumenten te woord zouden staan. Er bestaat echter aanleiding te veronderstellen dat de voor Pretium belastende uitlatingen zijn uitgelokt door de infiltrant/reporter. Pretium heeft er rechtmatig belang bij om aan de hand van het volledige beeld- en geluidsmateriaal, waarover Tros beschikt, te onderzoeken in welke context de in de televisie-uitzending door de Tros getoonde diffamerende uitlatingen en handelingen zijn gedaan en of er inderdaad sprake is van uitlokking. Voorts heeft zij er rechtmatig belang bij te onderzoeken of Tros zich wellicht nog in andere opzichten schuldig heeft gemaakt aan manipulatie of onjuiste weergave van de feitelijke gebeurtenissen in het callcenter. De bescheiden waarvan Tros afschrift vordert zijn voldoende concreet omschreven. De rechtsbetrekking als bedoeld in artikel 843a Rv is in dit geval onrechtmatige daad. Of Tros onrechtmatig heeft gehandeld jegens Pretium wordt onder meer bepaald door het antwoord op de vraag of zij belastende verklaringen heeft uitgelokt en/of op andere wijze heeft gemanipuleerd. Tros komt geen beroep op geheimhouding toe als bedoeld in artikel 843a lid 3 Rv. Ook zijn de uitzonderingen als bedoeld lid 4 van deze bepaling niet van toepassing. Er zijn geen gewichtige redenen die zich verzetten tegen de incidentele vordering. Niet aangenomen kan worden dat een behoorlijke rechtsbedeling ook zonder verschaffing van de gevraagde gegevens is gewaarborgd. De onrechtmatigheid van de manipulatie van de beelden kan immers niet anders worden beoordeeld dan door kennisneming van het volledige beeld- en geluidsmateriaal en door vergelijking met de op televisie daarvan uitgezonden compilatie.

2.11.Tros heeft gemotiveerd verweer gevoerd.

3.De beoordeling

in de hoofdzaak

3.1.De rechtbank zal allereerst ingaan op de tegen de wijziging van eis VII ingebrachte bezwaren, waarop nog niet is beslist.

3.2.Tros heeft de volgende bezwaren naar voren gebracht. Pretium heeft haar oorspronkelijke vordering VII niet onderbouwd, waardoor zij niet heeft voldaan aan artikel 111 lid 2 juncto artikel 120 Rv. Het middel van eiswijziging is er niet voor bedoeld dit gebrek te herstellen. Om die reden is de oorspronkelijke vordering VII nietig. Hetzelfde geldt voor de vorderingen VIIa-e. De eiswijziging is voorts onnodig. Hetgeen onder VIIa-e is gevorderd ligt immers reeds besloten in vordering VII. Daarnaast acht Tros de vorderingen VIIa-e onbegrijpelijk vanwege hun diffuse structuur. Tros acht de eiswijziging ook in strijd met de eisen van een goede procesorde. Door de eiswijziging wordt Tros onredelijk in haar verdediging bemoeilijkt gelet op a) de omvang van de conclusie van Pretium van 21 juli 2010, b) het eerder genoemde gebrek aan onderbouwing van vordering VII en c) de omstandigheid dat Pretium al eerder in kort geding in de gelegenheid is geweest om zich te richten tegen het discussieforum. De eiswijziging levert voorts een onaanvaardbare vertraging van de procedure op, aldus nog steeds Tros.

3.3.De rechtbank neemt tot uitgangspunt dat Pretium ingevolge artikel 130 Rv zolang nog geen eindvonnis is gewezen, in beginsel het recht heeft om haar eis of de gronden daarvan te wijzigen, tenzij de eiswijziging in strijd is met de eisen van een goede procesorde. Dit uitgangspunt brengt mee dat voor de toelaatbaarheid van de eiswijziging niet van beslissende betekenis is of Pretium haar (oorspronkelijke) vordering VII al dan niet voldoende heeft onderbouwd. Het is voorts in beginsel aan Pretium om te bepalen of zij de eiswijziging nodig acht. In het licht van de door Pretium gegeven nadere toelichting op de vorderingen VIIa-e, zoals die is verwerkt in de laatste volzin van rechtsoverweging 2.4, acht de rechtbank deze vorderingen overigens niet onbegrijpelijk. Het beroep van Tros op de eisen van een goede procesorde wordt verworpen. Tros heeft zowel in haar incidentele conclusie van antwoord/antwoordakte van 15 september 2010 als in haar conclusie van dupliek van 22 december 2010 uitgebreid inhoudelijk verweer gevoerd tegen de vorderingen VIIa-e. In het licht hiervan kan niet worden geconcludeerd dat de eiswijziging een onredelijke bemoeilijking van de verdediging dan wel een onredelijke vertraging van het geding oplevert. Op hetgeen hiervoor werd overwogen stuit ook af hetgeen Tros overigens tegen de eiswijziging naar voren heeft gebracht. Een en ander leidt er toe dat de rechtbank op de gewijzigde eis van Pretium zal beslissen.

in het incident tot voorlopige voorziening

3.4.De rechtbank is van oordeel dat Pretium voldoende processueel belang (artikel 3:303 BW) heeft bij de incidentele vordering. Hierbij merkt de rechtbank op dat niet vereist is dat sprake is van een spoedeisend belang als bedoeld bij een voorziening in kort geding. De gevraagde voorlopige voorziening hangt samen met de hoofdvordering (artikel 223, lid 2, Rv). In dit geval is er sprake van een zeer nauwe samenhang, nu wordt gevorderd bij wijze van voorlopige voorziening de hoofdvorderingen VIIa-e toe te wijzen.

3.5.Tros heeft onder meer betoogd dat laatstgenoemde vorderingen van Pretium een definitief karakter hebben, zodat zij reeds hierom niet als voorlopige voorzieningen kunnen worden toegewezen.

3.6.Dit betoog faalt. Een voorlopige voorziening heeft in die zin een voorlopig karakter, dat zij slechts geldt voor de duur van het geding. Een voorlopige voorzieningen kan ook onomkeerbare gevolgen hebben en in die zin een definitief karakter dragen, doch dat staat aan toewijzing van de voorziening op zichzelf niet in de weg. Wel zal een eventueel definitief karakter meewegen in de door de rechter te maken afweging van de belangen van partijen om te bepalen of deze de gevorderde ordemaatregelen op dit moment rechtvaardigt. Hierbij dient onder meer te worden gelet op de proceskansen in de hoofdzaak, een en ander naar voorlopig oordeel.

3.7.Bij deze belangenafweging stelt de rechtbank voorop dat toewijzing van de vorderingen VIIa-d een beperking inhoudt van het in artikel 10 lid 1 EVRM (Europees Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens en de Fundamentele Vrijheden) vastgelegde recht op vrijheid van meningsuiting. Een dergelijke beperking is ingevolge artikel 10 lid 2 EVRM slechts toegestaan, indien deze bij de wet is voorzien en noodzakelijk is in een democratische samenleving ter bescherming van de in artikel 10 lid 2 genoemde belangen, waaronder de bescherming van de goede naam of rechten van anderen. Daarnaast dient een dergelijke beperking proportioneel te zijn. Bij de beantwoording van de vraag of aan deze voorwaarden is voldaan dienen alle omstandigheden van het betrokken geval in ogenschouw te worden genomen.

3.8.Naar voorlopig oordeel acht de rechtbank het in stand laten van het forum en het onderwerp Pretium op dit forum op zichzelf niet onrechtmatig. Een wettelijke basis om de vrijheid van meningsuiting in dit geval te beperken ontbreekt. Reeds hierom zijn de vorderingen VIIa en VIIc niet toewijsbaar. Toewijzing zou bovendien een disproportionele maatregel zijn.

3.9.Met betrekking tot vordering VIIb overweegt de rechtbank als volgt. Om te kunnen beoordelen of Tros gehouden is de betreffende berichten op het forum dan wel de door Pretium geel gearceerde gedeelten daarvan te verwijderen, dienen deze berichten in beginsel afzonderlijk te worden onderzocht. In dit geval gaat het om honderden berichten. Een incident als het onderhavige leent zich niet voor een dergelijk tijdrovend onderzoek. Hierbij laat de rechtbank nog daar dat Pretium grotendeels heeft volstaan met een algemene toelichting op de berichten. Een gebod aan Tros om eventuele nieuwe "lasterlijke en/of onrechtmatige" berichten over Pretium niet te plaatsen althans deze berichten te verwijderen acht de rechtbank te onbepaald om te kunnen toewijzen.

3.10.Vordering VIId strekt er toe dat Tros haar eigen gedragsregels strikt handhaaft. Tot die gedragsregels behoort onder meer een verbod voor gebruikers van het forum om te chatten en persoonlijke informatie van derden (zoals telefoonnummers, e-mailadressen en privé-adressen) op de forumpagina's te plaatsen. Niet naleving van deze gedragregels door gebruikers levert echter niet zonder meer een onrechtmatige daad van deze gebruikers op jegens Pretium. Dit zal afhangen van de inhoud van de geplaatste berichten. Pas indien deze inhoud onrechtmatig zou zijn jegens Pretium, en dit onrechtmatig karakter ook voor Tros kenbaar is, kan aan de orde zijn of Tros onrechtmatig handelt jegens Pretium indien zij deze berichten laat plaatsen of niet verwijdert. Een (algemeen) gebod aan Tros tot het handhaven van haar gedragsregels is dan ook naar voorlopig oordeel van de rechtbank niet toewijsbaar.

3.11.De rechtbank ziet geen aanleiding tot het treffen van andere voorzieningen als bedoeld onder VIIe.

3.12.Het voorgaande leidt de rechtbank tot de slotsom dat de vordering in het incident zal worden afgewezen. Bij deze uitkomst past een veroordeling van Pretium in de kosten van het incident.

in het exhibitie-incident

vereisten van artikel 843a Rv

3.13.De rechtbank stelt voorop dat artikel 843a Rv ziet op een bijzondere exhibitieplicht in en buiten rechte. In Nederland bestaat géén algemene exhibitieplicht voor procespartijen in die zin dat zij als hoofdregel verplicht kunnen worden tot het elkaar verschaffen van informatie en documenten. Met het oog daarop en ter voorkoming van zogenaamde visexpedities is de toewijsbaarheid van een op art. 843a Rv gebaseerde vordering in dat wetsartikel door de wetgever aan zes cumulatieve vereisten gebonden. Ten eerste dient de eiser tot exhibitie een rechtmatig belang te stellen en te hebben. Ten tweede moeten de vorderingen "bepaalde bescheiden" betreffen waarover ten derde de verweerder daadwerkelijk de beschikking heeft. Ten vierde dient de incidenteel eiser partij te zijn bij de rechtsbetrekking waarop de gevorderde specifieke bescheiden zien. Indien aan al deze voorwaarden is voldaan, bestaat desondanks géén gehoudenheid tot overlegging indien ten vijfde daarvoor gewichtige redenen zijn of indien ten zesde redelijkerwijs kan worden aangenomen dat een behoorlijke rechtsbedeling ook zonder die gegevensverschaffing is gewaarborgd.

rechtmatig belang?

3.14.Tros heeft onder meer aangevoerd dat Pretium geen rechtmatig belang heeft omdat alleen het uitgezonden beeld- en geluidsmateriaal relevant is en aangezien Pretium reeds beschikt over een transcriptie van de tijdens de cursus op het callcenter gevoerde telefoongesprekken. Dit betoog gaat echter ten onrechte voorbij aan het door Pretium aangevoerde belang, namelijk - kort gezegd - dat kan worden onderzocht of de voor haar belastende uitlatingen in het callcenter die onderdeel uitmaken van de uitgezonden compilatie uitgelokt zijn door de infiltrant/reporter, in welke context de in de uitzending getoonde uitlatingen en handelingen in het callcenter zijn gedaan en in hoeverre er sprake is van manipulatie of onjuiste weergave van de feitelijke gebeurtenissen in het callcenter. Een en ander kan naar het oordeel van de rechtbank relevant zijn voor het antwoord op de vraag of (met name) de televisie-uitzending van 29 september 2008, waarin de compilatie is uitgezonden, als onrechtmatig jegens Pretium moet worden aangemerkt. Anders dan Tros heeft aangevoerd, is het niet noodzakelijk dat Pretium in het kader van dit incident verder feitelijk onderbouwt dat sprake is geweest van uitlokking, manipulatie of onjuiste weergave als hiervoor bedoeld.

3.15.Tros heeft in dit verband nog gewezen op een passage uit de parlementaire geschiedenis met betrekking tot de invoering (per 1 april 1988) van artikel 843a Rv. Hierbij heeft de minister van Justitie gezegd dat de exhibitieplicht "slaat op de situatie, dat de inhoud van een schriftelijk bewijsmiddel aan een partij in beginsel wel bekend is, maar dat zij het niet in haar bezit heeft" (Parlementaire Geschiedenis nieuwe bewijsrecht, blz. 417). Naar de rechtbank begrijpt bedoelt Tros op dit punt te betogen dat nu Pretium de inhoud van het (niet uitgezonden gedeelte van) ruwe beeld- en geluidsmateriaal niet kent, zij geen rechtmatig belang heeft.

3.16.De rechtbank volgt Tros niet in dit betoog. De rechtbank stelt voorop dat een voorwaarde van bekendheid met de inhoud van de opgevraagde bescheiden geen onderdeel uitmaakt van de wettekst. Verder volgt uit de door minister gekozen bewoordingen dat hij bekendheid van een partij met de (volledige) inhoud van de bescheiden niet in alle gevallen noodzakelijk acht ("in beginsel"). Bovendien heeft de minister deze uitlating gedaan in het kader van de oorspronkelijke tekst van artikel 843a Rv, waaronder uitsluitend (onderhandse) akten konden worden opgevraagd. De wetgever heeft bij wetswijziging van 1 januari 2002 gekozen voor uitbreiding tot alle op gegevensdragers aangebrachte gegevens, waaronder bijvoorbeeld digitale bestanden als hier aan de orde. Er kan redelijkerwijs niet worden aangenomen dat de wetgever heeft bedoeld dat een partij altijd (volledig) bekend dient te zijn met de inhoud van dergelijke, vaak omvangrijke, bestanden. Voormelde uitlating van de minister van Justitie is in de parlementaire geschiedenis van deze wetswijziging ook niet herhaald.

3.17.Uit het voorgaande volgt dat Pretium rechtmatig belang heeft bij de opgevraagde bescheiden.

bepaalde bescheiden?

3.18.Als niet betwist staat vast dat Tros de beschikking heeft over het ruwe volledige beeld- en geluidsmateriaal. Dit materiaal is naar het oordeel van de rechtbank voldoende concreet omschreven om te worden aangemerkt als "bepaalde bescheiden" als bedoeld in artikel 843a Rv. Het op dit punt - overigens uitsluitend bij antwoord - gevoerde verweer van Tros wordt verworpen.

partij bij rechtsbetrekking?

3.19.Niet in geschil is dat onder een rechtsbetrekking als bedoeld in artikel 843a Rv ook een rechtsbetrekking valt die uit onrechtmatige daad is ontstaan (vgl. MvT, Parl. Gesch. Herz. Rv., blz. 554). Anders dan Tros heeft aangevoerd, behoeft voor toewijzing van de incidentele vordering niet vast te staan dat de televisie-uitzending van 29 september 2008 jegens Pretium onrechtmatig is. De rechtbank verwijst op dit punt naar rechtsoverweging 3.14. Hetgeen daarin is overwogen is voldoende om te kunnen concluderen dat Pretium in voormelde zin partij is bij een rechtsbetrekking.

gewichtige redenen? (artikel 843a lid 4 Rv)

3.20.Tros heeft onder meer aangevoerd dat de afgifte van journalistiek bronnenmateriaal een uiterst vergaande beperking vormt op de in artikel 10 EVRM neergelegde uitingsvrijheid en de daaruit voortvloeiende vrijheid van nieuwsgaring. Toewijzing van de incidentele vordering zou een onwenselijk precedent scheppen met een "chilling effect" op de vrijheid van nieuwsgaring. Er is volgens Tros een wetsvoorstel in voorbereiding waarin het recht op bronbescherming bij vrije nieuwsgaring versterkt zal worden. Een en ander brengt mee dat gewichtige redenen zich verzetten tegen toewijzing van de incidentele vordering, aldus nog steeds Tros.

3.21.De rechtbank stelt voorop dat, gelijk Pretium heeft betoogd, in dit geval bescherming van een journalistieke bron als bedoeld in het Goodwin-arrest (EHRM 27 maart 1996, NJ 1996, 577) niet in het geding is. In dit geval heeft Tros haar opname(n) in het callcenter ten behoeve van de televisie-uitzending van 29 september 2008 gemaakt met een verborgen camera, waarbij dan ook uitsluitend de betreffende infiltrant/reporter op de hoogte was van het feit dat een opname werd gemaakt. In dat geval levert naar het oordeel van de rechtbank verstrekking van een afschrift van die volledige opname(n) aan Pretium geen inbreuk op van het in artikel 10 EVRM beschermde recht van vrije nieuwsgaring. Tros wordt hierdoor immers op geen enkele wijze (in de toekomst) beperkt in het maken van opnamen met een verborgen camera. Anders gezegd: de publieke functie van de journalistiek komt niet in het gedrang. Dit brengt mee dat het beroep van Tros op gewichtige redenen als bedoeld in lid 4 van artikel 843a Rv moet worden verworpen.

behoorlijke rechtspleging? (artikel 843a lid 5 Rv)

3.22.Tros heeft nog betoogd dat, nu alleen het uitgezonden materiaal relevant is, een behoorlijke rechtspleging ook kan worden gewaarborgd zonder dat Pretium kennis neemt van het ruwe beeld- en geluidsmateriaal. De rechtbank verwerpt dit betoog onder verwijzing naar hetgeen onder 3.14 is overwogen.

toewijzing / uitvoerbaar bij voorraad?

3.23.Het voorgaande leidt de rechtbank tot de conclusie dat vorderingen I en II in het incident als zullen worden toegewezen, met dien verstande dat het vonnis aan Tros dient te worden betekend en dat de gevorderde dwangsom ambtshalve zal worden gematigd en gemaximeerd zoals hierna onder de beslissing is bepaald. Daarnaast zal Tros als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van dit incident.

3.24.Tros heeft bezwaar gemaakt tegen de gevorderde uitvoerbaarheid bij voorraad. Zij heeft hiertoe aangevoerd dat uitvoerbaarheid bij voorraad haar zou belemmeren deze principiële kwestie (in het licht van het door haar bedoelde wetsontwerp inzake bronbescherming) zo nodig aan hogere instantie voor te leggen, nu het verstrekken van de gevorderde bescheiden een onomkeerbare handeling is.

3.25.De rechtbank overweegt als volgt. Mogelijk ingrijpende gevolgen van de executie staan op zichzelf niet in de weg aan uitvoerbaarverklaring bij voorraad, maar moeten meegewogen in de te maken belangenafweging. Alles overwegende moet naar het oordeel van de rechtbank het belang van Pretium om ten behoeve van de voortgang van de hoofdzaak te beschikken over het ruwe beeld- en geluidsmateriaal zwaarder wegen dan het belang van Tros om verstrekking (vooralsnog) te verhinderen door het instellen van hoger beroep tegen dit incidentele vonnis. Dit leidt er toe dat het vonnis uitvoerbaar bij voorraad zal worden verklaard. De gevorderde uitvoerbaarheid bij voorraad "op de minuut en op alle dagen en uren" zal worden afgewezen, nu deze niet is toegelicht en het bovendien ingevolge artikel 64, lid 3, Rv aan de voorzieningenrechter is op het verzoek tot executie op alle dagen en uren te beslissen.

4.De beslissing

De rechtbank:

in het incident tot voorlopige voorziening

4.1.wijst het gevorderde af;

4.2.veroordeelt Pretium in de kosten van het incident, tot op heden aan de zijde van Tros begroot op € 904,- aan salaris advocaat;

4.3.verklaart de veroordeling in rov. 4.2 uitvoerbaar bij voorraad;

in het exhibitie-incident

4.4.gebiedt Tros binnen 24 uur na betekening van dit vonnis afschrift van het volledige beeld- en geluidsmateriaal dat zij tijdens de infiltratie van het callcenter in kwestie heeft verkregen af te geven aan Pretium;

4.5.bepaalt dat Tros een dwangsom verbeurt van € 10.000,- voor iedere dag of gedeelte daarvan dat zij geen gevolg geeft aan het voorgaande gebod in rov. 4.4, tot een maximum van € 500.000,-;

4.6.veroordeelt Tros in de kosten van het incident, tot op heden aan de zijde van Pretium begroot op € 904,- aan salaris advocaat;

4.7.verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

4.8.wijst het meer of anders gevorderde af;

in de hoofdzaak

4.9.verwijst de zaak naar de rol van 16 februari 2011 voor partijberaad (artikel 2.11 Landelijk Procesreglement).

Dit vonnis is gewezen door mr. H. Wien en in het openbaar uitgesproken op 2 februari 2011, in tegenwoordigheid van de griffier.