Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2011:BP4467

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
09-02-2011
Datum publicatie
15-02-2011
Zaaknummer
11/2863
Rechtsgebieden
Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bewaring/rechtsbijstand tijdens gehoor/A6/5.3.4.2 Vc 2000/belangenafweging

Op 25 januari 2011 om 13.00 uur is op verzoek van eiser zijn voorkeursadvocaat ingelicht. Die advocaat gaf aan eiser niet te kunnen bezoeken, en verzocht de betrokken verbalisant een piketadvocaat in kennis te stellen. Om 14.13 uur heeft de verbalisant de piketadvocaat ingelicht. Om 15.50 uur is een aanvang gemaakt met het gehoor; daarbij was geen advocaat aanwezig. Verweerder heeft dus niet gehandeld in overeenstemming met het beleid. Op grond van artikel 94, vierde lid, van de Vw 2000 moet daarom worden beoordeeld of de met de inbewaringstelling gediende belangen in redelijke verhouding staan tot de ernst van het gebrek en de daardoor geschonden belangen. Daarvan is, gelet op de aan de maatregel ten grondslag gelegde gronden, geen sprake. Verweerder heeft ook overigens geen bijzondere belangen gesteld. Beroep gegrond

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ’s-GRAVENHAGE

nevenzittingsplaats Zwolle

Sector Bestuursrecht, Enkelvoudige Kamer voor Vreemdelingenzaken

Registratienummer: Awb 11/2863

Uitspraak op het beroep tegen de bewaring op grond van artikel 59 Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000)

in het geding tussen:

[eiser],

geboren op [geboortedatum],

van Turkse nationaliteit,

IND dossiernummer [nummer],

V-nummer [nummer],

thans verblijvende in het detentiecentrum te Zeist,

raadsman mr. E. van Kempen,

eiser;

en

de minister voor Immigratie en Asiel,

vertegenwoordigd door mr. M.M. Luik,

ambtenaar bij de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND),

verweerder.

1. Procesverloop

Op 25 januari 2011 is eiser, die geen rechtmatig verblijf in Nederland heeft, met het oog op de uitzetting in bewaring gesteld omdat het belang van de openbare orde de inbewaringstelling vordert (artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, Vw 2000).

Op 26 januari 2011 heeft eiser tegen de maatregel van bewaring beroep ingesteld. Het beroep strekt tevens tot een verzoek om toekenning van schadevergoeding.

Het beroep is behandeld ter zitting van 3 februari 2011. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn raadsman. Verweerder heeft zich doen vertegenwoordigen.

2. Overwegingen

Eiser betoogt dat verweerder niet heeft gehandeld in overeenstemming met artikel 5, vijfde lid van het Vreemdelingenbesluit 2000 (hierna: Vb 2000) en het in paragraaf A6/5.3.4.2 van de Vreemdelingencirculaire 2000 (hierna: Vc 2000) vermelde beleid.

Op grond van artikel 5, vijfde lid van het Vb 2000, wordt aan de vreemdeling tijdig mededeling gedaan van de hem toekomende bevoegdheid zich bij het gehoor te doen bijstaan door zijn raadsman.

Blijkens paragraaf A6/5.3.4.2 van de Vc 2000 - voor zover thans van belang - wordt de vreemdeling in beginsel gehoord in het bijzijn van een advocaat. Van dit recht moet door de bevoegde ambtenaar aan de vreemdeling tijdig mededeling gedaan worden (zie artikel 5.2, vijfde lid, Vb). ‘Tijdig’ betekent in dit verband dat, als de vreemdeling rechtsbijstand bij het gehoor wil, de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen zich zodanig dient in te spannen dat die bijstand in redelijkheid gerealiseerd kan worden.

Ten aanzien van deze vorm van rechtsbijstand kunnen zich de volgende situaties voordoen:

- De vreemdeling wenst wel een advocaat bij het gehoor. Zo spoedig als mogelijk wordt de advocatenpiketdienst bij voorkeur per fax ingelicht. Indien binnen twee uur na de verzending van het bericht geen advocaat aanwezig is, kan met het gehoor begonnen worden. Geeft de advocatenpiketdienst of de dienstdoende advocaat aan dat hij (de advocaat) niet bij het gehoor aanwezig wil zijn, dan kan met het gehoor begonnen worden.

- De vreemdeling wenst zijn (met naam genoemde) advocaat bij het gehoor. Zo spoedig als mogelijk dient deze advocaat (ook `s nachts) eerst telefonisch en vervolgens per fax ingelicht te worden. Indien deze advocaat niet bij het gehoor aanwezig wil zijn of niet binnen twee uur na het verzonden bericht aanwezig is, kan met het gehoor begonnen worden.

Het betoog slaagt. Op 25 januari 2011 om 13.00 uur is op verzoek van eiser zijn voorkeursadvocaat ingelicht. Die advocaat gaf aan eiser niet te kunnen bezoeken, en verzocht de betrokken verbalisant een piketadvocaat in kennis te stellen. Om 14.13 uur heeft de verbalisant de piketadvocaat ingelicht. Om 15.50 uur is een aanvang gemaakt met het gehoor; daarbij was geen advocaat aanwezig.

Verweerder heeft dus niet gehandeld in overeenstemming met het beleid. Op grond van artikel 94, vierde lid, van de Vw 2000 moet daarom worden beoordeeld of de met de inbewaringstelling gediende belangen in redelijke verhouding staan tot de ernst van het gebrek en de daardoor geschonden belangen. Daarvan is, gelet op de aan de maatregel ten grondslag gelegde gronden, geen sprake. Verweerder heeft ook overigens geen bijzondere belangen gesteld.

Het beroep zal gegrond worden verklaard en de opheffing van de bewaring zal worden bevolen.

Naar het oordeel van de rechtbank zijn er, alle omstandigheden, waaronder de levensomstandigheden van eiser, in aanmerking genomen, gronden van billijkheid aanwezig om hem ten laste van de Staat een schadevergoeding toe te kennen van € 105,-- per dag voor de dagen die eiser vanaf 25 januari 2011 heeft doorgebracht in een politiecel en € 80,-- per dag voor de dagen die eiser vanaf 26 januari 2011 heeft doorgebracht in het huis van bewaring. Dit betekent dat een schadevergoeding van € 1225,-- zal worden toegekend.

Er bestaat aanleiding verweerder te veroordelen in de kosten die eiser in verband met de behandeling van de zaak redelijkerwijs heeft moeten maken. Deze kosten worden op de voet van het Besluit proceskosten bestuursrecht bepaald op € 874,-- (1 punt voor het beroepschrift, 1 punt voor het verschijnen ter zitting; waarde per punt € 437,--; wegingsfactor 1).

3. Beslissing

De rechtbank

- verklaart het beroep gegrond;

- beveelt de opheffing van de bewaring met ingang van heden;

- kent aan eiser ten laste van de Staat der Nederlanden een vergoeding toe van € 1225,--;

- veroordeelt verweerder in de proceskosten ad € 874,--, te voldoen aan de griffier van deze rechtbank.

Deze uitspraak is gedaan door mr. L.J.C. Hangx, als rechter, en door deze en de griffier ondertekend. Uitgesproken in het openbaar op 9 februari 2011.

Afschrift verzonden op:

Rechtsmiddel

Partijen kunnen tegen deze uitspraak binnen een week na verzending daarvan hoger beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, onder vermelding van “Hoger beroep vreemdelingenzaken”, postbus 16113, 2500 BC ’s-Gravenhage.

Artikel 85 Vw 2000 bepaalt dat het beroepschrift een of meer grieven tegen de uitspraak bevat. Artikel 6:6 Algemene wet bestuursrecht (herstel verzuim) is niet van toepassing.

De voorzitter van de rechtbank te 's-Gravenhage beveelt de tenuitvoerlegging van de in deze uitspraak toegekende schadevergoeding ten bedrage van € 1225,--.

Aldus gedaan op 9 februari 2011 door mr. L.J.C. Hangx, fungerend voorzitter.