Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2011:BP1099

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
12-01-2011
Datum publicatie
18-01-2011
Zaaknummer
119167 KG RK 11/25
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Rechtbank wijst verzoek tot wraking van rechter af.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ’S-GRAVENHAGE

Zittinghoudende te Zutphen

Meervoudige wrakingskamer

Rekestnummer: 119167 KG RK 11/25

Beslissing van 12 januari 2011 van de meervoudige wrakingskamer van de rechtbank op het verzoek van:

[verzoeker],

geboren op [1979],

van Nigeriaanse nationaliteit,

verblijvende in aanmeldcentrum Schiphol,

V-nummer: [nummer],

gemachtigde: mr. W.P.R. Peeters, advocaat te Rijsbergen,

verzoeker,

strekkende tot wraking van:

[rechter],

rechter in deze rechtbank.

1. Het verloop van de procedure

Het verloop van de wrakingsprocedure blijkt uit:

- het verzoek tot wraking, mondeling gedaan ter terechtzitting van 12 januari 2011, strekkende tot wraking van [rechter];

- het proces-verbaal van de behandeling van het wrakingsverzoek ter terechtzitting van

12 januari 2011, waarbij verzoeker, bijgestaan door mr. Peeters, en verweerster aanwezig waren.

2. Het wrakingsverzoek

Mr. Peeters heeft in de procedure bij deze rechtbank bekend onder nummer AWB 10/44933 VRONTN een verzoek tot wraking ingediend. Aan het wrakingsverzoek van verzoeker is, voor zover relevant, het volgende ten grondslag gelegd.

2.1. Ter terechtzitting is hem de gelegenheid ontnomen om het beroep tegen de inbewaringstelling van verzoeker volledig toe te lichten. Bij de voor het aanvoeren van zijn gronden noodzakelijke uitleg over de Europese regelgeving en de Terugkeerrichtlijn heeft de rechter hem het woord ontnomen. Hierdoor was het niet mogelijk om die noodzakelijke toelichting op zijn gronden naar voren te brengen. Uit het feit dat de rechter dat niet heeft onderkend, blijkt haar vooringenomenheid, althans is de schijn daartoe objectief gerechtvaardigd.

3. Standpunt van [rechter]

[Rechter] heeft ter terechtzitting het verzoek tot wraking gemotiveerd weersproken. Op hetgeen zij heeft aangevoerd zal hierna, indien van belang, nader worden ingegaan.

4. Bevoegdheid wrakingskamer

4.1. Ter terechtzitting heeft mr. Peeters gesteld dat de wrakingskamer van rechtbank Zutphen niet bevoegd is om het wrakingsverzoek in behandeling te nemen nu de onderhavige procedure bij de rechtbank ’s-Gravenhage, nevenzittingsplaats Zutphen, dient en niet bij rechtbank Zutphen. Daarnaast zijn de rechters van de nevenvestiging van rechtbank

’s-Gravenhage ook niet bevoegd omdat zij niet zijn aangewezen conform het wrakingsprotocol van rechtbank ’s-Gravenhage.

4.2. De wrakingskamer is op grond van het bepaalde in artikel 5.4. van het wrakingsprotocol van de rechtbank ’s-Gravenhage door mr. D.H. von Maltzahn, plaatsvervangend voorzitter van de wrakingskamer van de rechtbank ’s-Gravenhage, aangewezen. De wrakingskamer - zijnde de wrakingskamer van de rechtbank ’s-Gravenhage, zittinghoudende te Zutphen – is bevoegd om het verzoek tot wraking te behandelen.

5. Beoordeling door de rechtbank

5.1. Ingevolge artikel 8:15 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan op verzoek van een partij een rechter die een zaak behandelt, worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.

5.2. Volgens vaste jurisprudentie van de Hoge Raad dient bij de beoordeling van een beroep op het ontbreken van onpartijdigheid van de rechter in de zin van artikel 6 lid 1 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden en artikel 14 lid 1 van het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten voorop te staan dat een rechter uit hoofde van zijn aanstelling moet worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich uitzonderlijke omstandigheden voordoen die een zwaarwegende aanwijzing opleveren voor het oordeel dat een rechter jegens een rechtzoekende een vooringenomenheid koestert, althans dat de bij een rechtzoekende dienaangaande bestaande vrees objectief gerechtvaardigd is.

5.3. Onderzocht moet worden of de door verzoeker aangevoerde gronden kunnen worden gekwalificeerd als een dergelijke uitzonderlijke omstandigheid.

5.4. De rol van de rechter ter zitting behelst onder andere het voeren van regie, in die zin dat het debat en de feitenvergaring bij voorkeur binnen de daarvoor beschikbare behandeltijd worden afgerond. Niet gebleken is dat met de door mr. Peeters genoemde bewoordingen hem het woord ontnomen is. De wrakingskamer vat de opmerking van de rechter, “wilt u het toespitsen op deze zaak”, of woorden van gelijke strekking, veeleer op als een uitnodiging om het debat op deze wijze verder te voeren. Dat geldt evenzeer voor “dat is niet nodig” of woorden van gelijke strekking, als reactie op het voornemen van mr. Peeters om de koppeling te leggen tussen de richtlijn conforme uitleg en de grond(en) van zijn beroep.

Aldus is verder debat niet verhinderd en is er geen sprake van dat zich uitzonderlijke omstandigheden voordoen die een zwaarwegende aanwijzing opleveren voor het oordeel dat een rechter jegens een rechtzoekende een vooringenomenheid koestert, althans dat de bij een rechtzoekende dienaangaande bestaande vrees objectief gerechtvaardigd is. Het verzoek tot wraking zal dan ook worden afgewezen.

Beslissing

De rechtbank:

- wijst het verzoek tot wraking van [rechter] af;

Deze beslissing is gegeven door mr. J.B. de Groot, voorzitter, mrs. K.H.A. Heenk en W.L.F. Prisse, rechters, en in het openbaar uitgesproken op 12 januari 2011 in aanwezigheid van mr. Demmers, griffier.

De voorzitter is buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.