Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2011:BP0351

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
04-01-2011
Datum publicatie
11-01-2011
Zaaknummer
AWB 10 / 8835
Rechtsgebieden
Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Zie: bodemprocedure LJN: BP0350

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ’S-GRAVENHAGE

Zittinghoudende te Roermond

Sector bestuursrecht, enkelvoudige kamer

Vreemdelingenkamer

Procedurenummer: AWB 10 / 8835

Uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank als bedoeld in artikel 8:84 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb)

inzake

[naam verzoeker], verzoeker,

gemachtigde mr. L.F. Portier, advocaat te Eindhoven,

tegen

de minister voor Immigratie en Asiel, verweerder.

1. Procesverloop

1.1. In deze uitspraak wordt onder verweerder tevens verstaan de rechtsvoorgangers van de Minister voor Immigratie en Asiel.

1.2. Bij faxbericht van 20 april 2010 heeft verzoeker beroep ingesteld tegen het besluit van verweerder van 29 maart 2010. Bij dat besluit heeft verweerder het bezwaar van verzoeker van 9 maart 2010, gericht tegen het primaire besluit van verweerder van

12 februari 2010, ongegrond verklaard. Bij laatstgenoemd besluit heeft verweerder geweigerd verzoeker een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 14 van de Vw 2000, met als doel ‘verblijf conform beschikking Staatssecretaris (thans Minister)’, te verlenen.

1.3. Voorts heeft verzoeker bij verzoekschrift van 9 maart 2010 de voorzieningenrechter van deze rechtbank verzocht bij wege van voorlopige voorziening uitzetting te verbieden tot op het bezwaar is beslist. Bij brief van 20 april 2010 heeft verzoeker het petitum van het verzoekschrift gewijzigd, in die zin dat de voorzieningenrechter van deze rechtbank wordt verzocht bij wege van voorlopige voorziening uitzetting te verbieden tot op het beroep is beslist. Bij schrijven van 6 mei 2010 heeft verzoeker de gronden van het verzoek ingediend.

1.4. Verweerder heeft de op de zaak betrekking hebbende stukken ingezonden. De ingezonden stukken zijn in afschrift aan verzoeker gezonden.

1.5. Alhoewel abusievelijk geen kennisgeving is verzonden aan eiser, is na toestemming vooraf van beide partijen, heeft op 25 november 2010 de openbare behandeling van het verzoek plaatsgevonden. Verzoeker is in persoon verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde voornoemd. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. D.P.A. van Laarhoven.

1.6. De openbare behandeling van voormeld beroep (geregistreerd onder procedurenummer AWB 10 / 14675) is op 25 november 2010 eveneens op een zitting behandeld.

2. Overwegingen

2.1. In artikel 8:81 van de Awb is bepaald dat indien tegen een besluit bij de rechtbank beroep is ingesteld dan wel, voorafgaand aan een mogelijk beroep bij de rechtbank, bezwaar is gemaakt of administratief beroep is ingesteld, de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak, op verzoek een voorlopige voorziening kan treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.

2.2. Bij uitspraak van heden heeft de rechtbank het door verzoeker ingestelde beroep als vermeld in rubriek I ongegrond verklaard. Gelet op de beslissing in de hoofdzaak is aan het verzoek het belang komen te ontvallen, zodat dit reeds daarom niet voor toewijzing in aanmerking komt. Het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening wordt dan ook afgewezen.

2.3. Van omstandigheden op grond waarvan één van de partijen zou moeten worden veroordeeld in de door de andere partij gemaakte proceskosten, is de voorzieningenrechter niet gebleken.

3. Beslissing

De voorzieningenrechter:

wijst het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening af.

Aldus gedaan door mr. F.H. Machiels in tegenwoordigheid van mr. R.P. van der Pijl als griffier en in het openbaar uitgesproken op 4 januari 2011.

w.g. mr. R.P. van der Pijl,

griffier w.g. mr. F.H. Machiels,

rechter

Voor eensluidend afschrift:

de griffier,

verzonden op: 4 januari 2011

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.