Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2011:7823

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
22-06-2011
Datum publicatie
27-06-2014
Zaaknummer
327209/HA ZA 08-4264
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Tussenvonnis in 327209 / HA ZA 08-4264.

Zie de overige tussenvonnissen en voor het eindvonnis:

- ECLI:NL:RBSGR:2011:34859

- ECLI:NL:RBSGR:2011:34196

- ECLI:NL:RBDHA:2013:19580

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK 's-Gravenhage

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 327209 / HA ZA 08-4264

Vonnis van 22 juni 2011

in de zaak van

de commanditaire vennootschap

ONTWIKKELINGSCOMBINATIE PARK ALLEMANSGEEST C.V.,

gevestigd te ’s-Gravenhage,

eiseres,

advocaat mr. E.C. van Lent te Leiden,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

AMEX PROPERTY B.V.,

gevestigd te Voorschoten,

gedaagde,

advocaat mr. P.J.M. von Schmidt auf Altenstadt te ’s-Gravenhage.

Partijen worden hierna Allemansgeest en Amex genoemd.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 5 januari 2011;

- de akte uitlaten, van de zijde van Allemansgeest, van 2 maart 2011;

- de akte uitlaten, van de zijde van Amex, van 30 maart 2011;

- de akte uitlaten producties, van de zijde van Allemansgeest, van 27 april 2011;

- de correspondentie van de rechtbank met de voorgestelde deskundige en met partijen over de door de deskundige gewenste voorwaarden.

1.2.

Ten slotte is een datum voor vonnis bepaald.

2 De verdere beoordeling

2.1.

De rechtbank neemt de inhoud van het tussenvonnis van 5 januari 2011 hier over. Zij volhardt bij hetgeen zij in dat vonnis heeft overwogen.

2.2.

De rechtbank heeft partijen in dat tussenvonnis in de gelegenheid gesteld zich uit te spreken over het aantal deskundigen en de persoon van de te benoemen deskundige(n) en over de in het tussenvonnis geformuleerde vragen. De rechtbank heeft partijen tevens in de gelegenheid gesteld voorstellen te doen over andere aan de deskundige te stellen vragen.

Vragen

2.3.

Allemansgeest is akkoord met de door de rechtbank geformuleerde vragen. Amex heeft nieuwe vragen voorgesteld, die Allemansgeest kwalificeert als sturend van karakter. De rechtbank oordeelt als volgt. Vraag 1 van Amex neemt zij over, omdat met het antwoord op deze vraag meer duidelijkheid wordt verkregen over de status van de verontreiniging op het moment dat Amex mogelijk maatregelen had moeten nemen. Daardoor kan de rechtbank meer inzicht krijgen in de situatie ter plaatse in 2002 en 2006. Wel zal zij deze vraag niet beperken tot de percelen van Allemansgeest. Vraag 2 van Amex is gelijk aan vraag 1 van de rechtbank, waarbij de rechtbank de toegevoegde waarde van de woorden “in theorie” niet begrijpt en deze derhalve niet zal overnemen. De vragen 3 en 6 van Amex neemt zij over, nu die een nadere uitwerking betreffen van de door de rechtbank als vraag 1 geformuleerde vraag. Wel zal zij redactionele wijzigingen aanbrengen. Vraag 4 van Amex komt overeen met vraag 4 van de rechtbank. Vraag 5 van Amex betreft een oordeel dat aan de rechtbank is voorbehouden. Deze vraag zal derhalve niet worden overgenomen. Voor wat betreft vraag 7 van Amex, zal de rechtbank in de te stellen vragen duidelijk tot uiting brengen dat zowel de situatie vanaf 2002 als de situatie van 2006 moet worden beoordeeld.

2.4.

Dit leidt tot de volgende door de rechtbank aan de deskundige te stellen vragen:

  1. Kunt u een beschrijving geven van de verontreinigingssituatie in 2002 en in 2006 van de percelen van Amex en van Allemansgeest, waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen de verontreiniging tussen ondiep, middeldiep en diep grondwater?

  2. Had Amex vanaf 2002 maatregelen kunnen treffen die hadden kunnen voorkomen dat de pluim van verontreiniging zich uitbreidde tot de percelen in Krimwijk II?

a. Kunt u ten aanzien van de in het antwoord op deze vraag genoemde maatregelen toelichten wat de effecten van die maatregelen zouden zijn geweest op de pluim van verontreiniging?

b. Had één van deze maatregelen of een samenstel van die maatregelen de schade die Allemansgeest stelt te lijden door de eisen waaraan zij bij de grondwateronttrekking dient te voldoen (zoals het monitoren en zo nodig zuiveren van het grondwater), kunnen voorkomen?

3. Voor zover maatregelen genomen hadden kunnen worden:

a. Waren dit maatregelen in het kader van een multifunctioneel saneren of maatregelen die leiden tot het isoleren en beheersen van de verontreiniging en tot het controleren van de effecten van het isoleren en beheersen (IBC-maatregelen)?

b. Wat zijn de kosten van de maatregelen die Amex dusdoende sinds 2002 had kunnen nemen?

c. Hoe verhouden zich de kosten van deze maatregelen tot de effecten daarvan?

4. Had Amex vanaf 2006 maatregelen kunnen treffen die hadden kunnen voorkomen dat de pluim van verontreiniging zich uitbreidde tot de percelen in Krimwijk II?

a. Kunt u ten aanzien van de in het antwoord op deze vraag genoemde maatregelen toelichten wat de effecten van die maatregelen zouden zijn geweest op de pluim van verontreiniging?

b. Had één van deze maatregelen of een samenstel van die maatregelen de schade die Allemansgeest stelt te lijden door de eisen waaraan zij bij de grondwateronttrekking dient te voldoen (zoals het monitoren en zo nodig zuiveren van het grondwater), kunnen voorkomen?

5. Voor zover maatregelen genomen hadden kunnen worden: wat zijn de kosten van de maatregelen die Amex dusdoende sinds 2006 had kunnen nemen?

6. Hebt u overigens nog opmerkingen die door deze kwestie van belang kunnen zijn?

Deskundige

2.5.

Partijen hebben elk voorstellen gedaan voor één te benoemen deskundige. De door Amex voorgestelde deskundige drs. ing. J. Wernsing, werkzaam bij Grontmij Nederland B.V., is voor Allemansgeest aanvaardbaar, mits er geen enkele schijn van partijdigheid is en de opdracht op onafhankelijke en onpartijdige wijze zal kunnen worden uitgevoerd. Over de andere door de partijen genoemde deskundigen bestaat geen overeenstemming.

2.6.

De rechtbank heeft contact opgenomen met de heer Wernsing, die de rechtbank heeft bevestigd dat hij niet bekend is met één van de partijen noch met hun advocaten. De deskundige heeft de rechtbank tevens meegedeeld dat op een eventuele werkzaamheid van hem als deskundige de algemene voorwaarden van zijn werkgever, Grontmij Nederland B.V., hanteert van toepassing zijn. Het gaat om ‘De Nieuwe Regeling 2005: Rechtsverhouding opdrachtgever – architect, ingenieur, en adviseur (DNR 2005)’. Na overleg met partijen aanvaardt de rechtbank dit voorbehoud voor zover het betreft hoofdstuk 6 van deze algemene voorwaarden, dat voorziet in een beperking van aansprakelijkheid. De publiekrechtelijke aard van de rechtsverhouding tussen de rechtbank en een deskundige, zoals geregeld in het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, verzet zich tegen integrale toepassing van de algemene voorwaarden. Volledigheidshalve merkt de rechtbank op dat deze aansprakelijkheidsbeperking van toepassing is in de verhouding tussen de deskundige en partijen. Daarom heeft zij partijen op voorhand verzocht met deze beperking in te stemmen. Zij hebben in de onder 1.1. vermelde nadere correspondentie te kennen gegeven de beperking te aanvaarden.

2.7.

De rechtbank is voornemens na de ontvangst van het deskundigenrapport opnieuw een comparitie te houden, en wel in aanwezigheid van de deskundige, ter bespreking van de rapportage van de deskundige en om te bezien of een minnelijke oplossing mogelijk is. In het hierna te vermelden voorschot op het honorarium van de deskundige is al rekening gehouden met diens aanwezigheid op deze zitting. De rechtbank zal in dit vonnis deze comparitie bevelen, maar het tijdstip daarvan vaststellen nadat de deskundige heeft gerapporteerd, en overigens na overleg met de beide advocaten en met de deskundige. Mogelijk zal de rechtbank dan tevens bepalen dat elk van partijen de gelegenheid krijgt voorafgaande aan de comparitie schriftelijk te reageren op de inhoud van het rapport. Deze schriftelijke reactie moet in dat geval uiterlijk veertien dagen vóór de zitting aan de rechtbank en aan de andere partij worden toegezonden. Indien de inhoud van het deskundigenbericht daartoe aanleiding geeft, kan de rechtbank ook kiezen voor een andere wijze van voortprocederen. Vanzelfsprekend zullen partijen daarover dan tijdig worden geïnformeerd.

Memo van 9 februari 2011

2.8.

Allemansgeest heeft bij haar akte uitlaten nog een memo van 9 februari 2011 ingebracht, waarvan zij stelt dat het betrekking heeft op de door de rechtbank te stellen vragen aan de deskundige. Dit memo is opgesteld door haar milieukundige adviseur. Amex heeft bezwaar gemaakt tegen het inbrengen van dit memo. De rechtbank zal in deze fase van de procedure op dit memo geen acht slaan, nu het kennelijk ingaat op de aan de deskundige te stellen vragen. De rechtbank wenst zich op het terrein van de te stellen vragen thans eerst te laten voorlichten door een onafhankelijke deskundige. In dat licht bezien is een antwoord op de vragen door (een deskundige namens) één van partijen thans niet opportuun. Het staat Allemansgeest vrij in een latere fase van de procedure, als partijen zich kunnen uitspreken over het rapport van de deskundige, het memo nogmaals in te brengen en dan nader toe te lichten.

3 De beslissing

De rechtbank:

- beveelt een onderzoek door een deskundige;

- benoemt tot deskundige: de heer drs. ing. J. Wernsing, verbonden aan Grontmij Nederland B.V. (postadres: Postbus 119, 3990 DC Houten), teneinde een onderzoek in te stellen en schriftelijk en met redenen omkleed antwoord te geven op de volgende vragen:

  1. Kunt u een beschrijving geven van de verontreinigingssituatie in 2002 en in 2006 van de percelen van Amex en van Allemansgeest, waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen de verontreiniging tussen ondiep, middeldiep en diep grondwater?

  2. Had Amex vanaf 2002 maatregelen kunnen treffen die hadden kunnen voorkomen dat de pluim van verontreiniging zich uitbreidde tot de percelen in Krimwijk II?

a. Kunt u ten aanzien van de in het antwoord op deze vraag genoemde maatregelen toelichten wat de effecten van die maatregelen zouden zijn geweest op de pluim van verontreiniging?

b. Had één van deze maatregelen of een samenstel van die maatregelen de schade die Allemansgeest stelt te lijden door de eisen waaraan zij bij de grondwateronttrekking dient te voldoen (zoals het monitoren en zo nodig zuiveren van het grondwater), kunnen voorkomen?

3. Voor zover maatregelen genomen hadden kunnen worden:

a. Waren dit maatregelen in het kader van een multifunctioneel saneren of maatregelen die leiden tot het isoleren en beheersen van de verontreiniging en tot het controleren van de effecten van het isoleren en beheersen (IBC-maatregelen)?

b. Wat zijn de kosten van de maatregelen die Amex dusdoende sinds 2002 had kunnen nemen?

c. Hoe verhouden zich de kosten van deze maatregelen tot de effecten daarvan?

4. Had Amex vanaf 2006 maatregelen kunnen treffen die hadden kunnen voorkomen dat de pluim van verontreiniging zich uitbreidde tot de percelen in Krimwijk II?

a. Kunt u ten aanzien van de in het antwoord op deze vraag genoemde maatregelen toelichten wat de effecten van die maatregelen zouden zijn geweest op de pluim van verontreiniging?

b. Had één van deze maatregelen of een samenstel van die maatregelen de schade die Allemansgeest stelt te lijden door de eisen waaraan zij bij de grondwateronttrekking dient te voldoen (zoals het monitoren en zo nodig zuiveren van het grondwater), kunnen voorkomen?

5. Voor zover maatregelen genomen hadden kunnen worden: wat zijn de kosten van de maatregelen die Amex dusdoende sinds 2006 had kunnen nemen?

6. Hebt u overigens nog opmerkingen die door deze kwestie van belang kunnen zijn?

- bepaalt dat elk van partijen als voorschot op de kosten van de deskundige een bedrag van € 4.875 exclusief BTW, zijnde € 5.801,25 inclusief BTW, ter griffie van de rechtbank dient te deponeren, in totaal dus € 11.602,50, door overmaking op rekening 56.99.90.580, ten name van Ministerie van Veiligheid en Justitie Arrondissement

’s-Gravenhage, onder vermelding van zaak- en rolnummer 327209 / HA ZA 08-4264;

- bepaalt dat de deskundige de rechtbank zal verzoeken om vaststelling van een nader voorschot indien en zodra de deskundige in de loop van het onderzoek blijkt dat dit meer gaat kosten dan oorspronkelijk begroot;

- bepaalt dat het voorschot uiterlijk op 13 juli 2011 dient te zijn gestort en in voorkomend geval het nadere voorschot binnen twee weken na bekendmaking daarvan door de griffier;

- bepaalt voorts dat, indien de bedoelde voorschotten niet tijdig worden voldaan, de wederpartij van degene die het voorschot niet betaalt de zaak na sommatie van de niet betalende partij (bij vervroeging) kan opbrengen voor vonnis onder het gelijktijdig nemen van een akte waarin van een en ander melding wordt gemaakt;

- bepaalt dat de deskundige zijn werkzaamheden pas behoeft aan te vangen nadat de griffier van deze rechtbank hem zal hebben bevestigd dat het voormelde voorschot ter griffie zijn ontvangen;

- bepaalt dat de deskundige zijn schriftelijke, gemotiveerde en ondertekende rapport, met een gespecificeerde declaratie, uiterlijk drie maanden nadat de griffier heeft meegedeeld dat het voorschot is voldaan, zal doen toekomen aan de civiele griffie van deze rechtbank, Prins Clauslaan 60 (postbus 20302, 2500 EH) te ’s‑Gravenhage, met vermelding van het zaaknummer en het rolnummer van deze zaak;

- bepaalt dat de deskundige zijn onderzoek zelfstandig zal verrichten, ter plaatse en ten tijde als hem goeddunkt en dat hij in zijn rapport zal vermelden op welke wijze hij partijen in de gelegenheid heeft gesteld opmerkingen te maken en verzoeken te doen alsmede of van die gelegenheid gebruik is gemaakt en, zo ja, wat dergelijke opmerkingen en verzoeken hebben ingehouden;

- bepaalt dat de advocaat van Allemansgeest een kopie van alle gedingstukken aan de deskundige ter beschikking zal stellen, met uitzondering van productie 4 bij de akte uitlaten, van de zijde van Allemansgeest, van 2 maart 2011;
- bepaalt dat de griffier een afschrift van dit vonnis aan de deskundige zal zenden;

- bepaalt dat, indien door de deskundige – ondanks de betaling van het (nadere) voorschot – niet wordt overgegaan tot de gevraagde rapportage, de meest gerede partij hiervan mededeling doet aan de rechtbank;

- beveelt een persoonlijke verschijning van partijen zelf – beide deugdelijk vertegenwoordigd door een persoon die bevoegd is tot het treffen van een minnelijke regeling – met hun advocaten, met de 2.7 vermelde doeleinden, ter zitting van mr. H.F.M. Hofhuis op een nader door hem te bepalen tijdstip, in het gebouw van de rechtbank, Prins Clauslaan 60 te ’s-Gravenhage;

- bepaalt dat de datum van de te houden comparitie, na overleg met partijen en de deskundige, zal worden bepaald nadat de griffier van de rechtbank exemplaren van het bij de griffie ingeleverde deskundigenbericht heeft toegezonden aan partijen;

- houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. H.F.M. Hofhuis en in het openbaar uitgesproken op 22 juni 2011.1

1 type: 1958