Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2010:BR4341

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
22-10-2010
Datum publicatie
08-08-2011
Zaaknummer
09/993057-09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Belastingfraude waarbij verdachte het vertrouwen dat in haar door de Belastingdienst werd gesteld ernstig beschaamd. Tevens heeft zij tegenover aannemers misbruik gemaakt van haar positie als eigenaar van een grote onroerend goed portefeuille. Een geldboete van 25.000,- euro.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE

Sector strafrecht

Meervoudige kamer

Parketnummer 09/993057-09

Datum uitspraak: 22 oktober 2010

(Verkort vonnis)

De rechtbank 's-Gravenhage, rechtdoende in strafzaken, heeft het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte:

[verdachte],

Gevestigd te [adres],

De terechtzitting.

Het onderzoek is gehouden ter terechtzitting van 29 juni 2010 en 8 oktober 2010.

De verdachte, bijgestaan door haar raadsman mr. A.C. van ‘t Hek, advocaat te Bleiswijk, is ter terechtzitting verschenen en gehoord.

De officier van justitie, mr. C. Backer, heeft gevorderd dat verdachte ter zake van het haar bij dagvaarding onder 1 en 2 primair ten laste gelegde wordt veroordeeld tot een een geldboete van € 50.000,-.

De tenlastelegging.

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen hieronder is vermeld, dat

1.

zij,

op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 23 juni 2005 tot en met 15 mei 2007 te Den Haag en/of Wassenaar en/of Apeldoorn en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met (een) ander(e) (rechts)perso(o)n(en), althans alleen, meermalen, althans eenmaal, (telkens) opzettelijk (een) bij de Belastingwet voorziene aangifte(n), als bedoeld in de Algemene wet inzake rijksbelastingen, te weten één of meer van de volgende aangifte(n)/aangiftebiljet(ten) voor de vennootschapsbelasting ten name van [verdachte],

-aangifte (tijdvak) 2004 ([Nrs.]) en/of

-aangifte (tijdvak) 2005 ([Nrs.]) en/of

-aangifte (tijdvak) 2006 ([Nrs.])

(telkens) onjuist en/of onvolledig heeft gedaan, althans heeft doen doen door (een) ander(en), immers heeft/hebben verdachte en/of haar (verdachtes) mededader(s) (telkens) opzettelijk in strijd met de waarheid op die/dat bij/naar de/een Inspecteur der Belastingen en/of Ambtenaar Belastingdienst/Centrale administratie te Den Haag en/of Wassenaar en/of Apeldoorn en/of elders in Nederland (digitaal) ingeleverde/gezonden aangifte(n) voor de vennootschapsbelasting (over genoemd(e) aangiftetijdvak(ken)) (telkens) (een) te ho(o)g(e) bedrag(en) aan onderhoud(skosten) (van) overige materiële vaste activa en/of (telkens) (een) te ho(o)g(e) bedrag(en) aan (het) totaal overige bedrijfskosten opgegeven en/of vermeld, althans door die/een ander(en) doen of laten opgeven en/of vermelden (terwijl dit/deze onderhoud(skosten) en/of totaal overige bedrijfskosten (voor het grootste gedeelte) privé-panden van [directeur verdachte] betroffen en dus niet panden in het bezit van [verdachte]), terwijl dat/die feit(en) er (telkens) toe heeft/hebben gestrekt, dat te weinig belasting werd geheven;

de in deze tenlastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voorzover daaraan in de Algemene wet inzake rijksbelastingen bepaalde betekenis is gegeven, geacht in dezelfde betekenis te zijn gebezigd;

art. 68 lid 1 ond a Algemene wet inzake rijksbelastingen

art. 69 lid 2 Algemene wet inzake rijksbelastingen

art 69 lid 2 Algemene wet inzake rijksbelastingen

art 68 lid 2 ahf/ond a Algemene wet inzake rijksbelastingen

2.

zij, op één of meer tijdstip(pen) gelegen in of omstreeks de periode van 1 januari 2007 tot en met 31 december 2008 te Den Haag en/of Wassenaar en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met (een) ander(e)(n) (rechts)perso(o)n(en), althans alleen, (telkens) als degene die ingevolge de Belastingwet verplicht waren/was tot het voor raadpleging beschikbaar stellen van boeken en/of bescheiden en/of andere gegevensdragers of de inhoud daarvan deze (telkens) opzettelijk, althans niet opzettelijk, in valse of vervalste vorm voor dit doel ter beschikking hebben/heeft gesteld en/of ter beschikking doen stellen, immers hebben/heeft zij, verdachte en/of haar mededader(s) (een) vals(e) of vervalst(e) bescheid(en) waaronder:

1. (een)(afschrift van) een factuur van [Bedrijf A.] (renovatie en onderhoudsbedrijf) aan [verdachte] d.d. 8 mei 2005 met factuurnummer [Nr.] en/of [Nr.] en/of [Nr.] en/of

2. (een)(afschrift van) een factuur van [Bedrijf B.] aan [verdachte] d.d. 4 mei 2004 met (factuur-/rekening)nummer [Nrs.] en/of

3. (een)(afschrift van) een factuur van [Bedrijf C.] (schildersbedrijf) aan [verdachte] d.d. 21 januari 2005 met factuurnummer [Nr.] en/of

4. (een)(afschrift van) een factuur van [Bedrijf D.] aan [verdachte] d.d. 7 april 2005 met rekeningnummer [Nr.] en/of

5. (een)(afschrift van) een factuur van [Bedrijf E.] (Bouw- en aannemingsbedrijf Machinale houtbewerking) aan [verdachte] d.d. 16 maart 2005 met factuurnummer [Nr.] en/of

6. (een)(afschrift van) een factuur van [Bedrijf F.] aan [verdachte] d.d. 23 januari 2004 met factuurnummer [Nr.] en/of

7. (een)(afschrift van) een factuur van [Bedrijf G.] aan [verdachte] d.d. 13 augustus 2004 met rekeningnummer [Nr.] en/of

8. (een)(afschrift van) een factuur van [Bedrijf H.] (B.V.) aan [verdachte] d.d. 18 april 2005 met factuurnummer [Nr.]

voor raadpleging aan de/een inspecteur der belastingen te Den Haag en/of Haaglanden en/of elders in Nederland en/of aan de/een (controle)ambtenaar/medewerk(st)er van de Belastingdienst te Den Haag en/of Haaglanden en/of elders in Nederland ter beschikking gesteld,

bestaande die valshe(i)d(en) en/of vervalsing(en) in/van één of meer van voormelde geschriften (telkens) hierin -zakelijk weergegeven -

dat het/de op/in (een) de (afschrift(en) van) (een) factu(u)r(en) opgegeven/vermelde (werk)adres(sen) niet het/de (enige) (werk)adres(sen) is/zijn waar de gefactureerde werkzaamhe(i)d(en) heeft/hebben plaatsgevonden dan wel is/zijn verricht

terwijl dat/die feit(en) (telkens) ertoe strekte(n) dat te weinig belasting werd geheven;

de in deze tenlastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voorzover daaraan in de Algemene wet inzake rijksbelastingen bepaalde betekenis is gegeven, geacht in dezelfde betekenis te zijn gebezigd;

Art. 68 lid 1 ond c Algemene wet inzake rijksbelastingen

Art. 69 lid 2 Algemene wet inzake rijksbelastingen

art 69 lid 2 Algemene wet inzake rijksbelastingen

art 68 lid 2 ahf/ond c Algemene wet inzake rijksbelastingen

Subsidiair, indien het vorenstaande niet tot een bewezenverklaring en/of een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

zij, op één of meer tijdstip(pen) gelegen in of omstreeks de periode van 1 januari 2004 tot en met 31 december 2006 te Wassenaar en/of Den Haag en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met (een) ander(e)(n) (rechts)perso(o)n(en), althans alleen, meermalen, althans eenmaal, (telkens) haar bedrijfsadministratie(s), zijnde die bedrijfsadministratie(s) (ieder) een (samenstel van) geschrift(en) dat/die bestemd is/zijn om tot bewijs van enig feit te dienen, (telkens) valselijk heeft/hebben opgemaakt en/of vervalst en/of valselijk

heeft/hebben doen opmaken en/of doen vervalsen, immers heeft/hebben voornoemde rechtspersoon en/of haar mededader(s), (telkens) opzettelijk in haar bedrijfsadministratie(s),

meerdere valse stukken opgenomen en/of geboekt en/of verwerkt en/of doen opnemen en/of doen boeken en/of doen verwerken, waaronder:

1 (een)(afschrift van) een factuur van [Bedrijf A.] (renovatie en onderhoudsbedrijf) aan [verdachte] d.d. 8 mei 2005 met factuurnummer [Nr.] en/of

2 (een)(afschrift van) een factuur van [Bedrijf B.] aan [verdachte] d.d. 4 mei 2004 met (factuur-/rekening)nummer [Nrs.] en/of

3 (een)(afschrift van) een factuur van [Bedrijf C.] (schildersbedrijf) aan [verdachte] d.d. 21 januari 2005 met factuurnummer [Nr.] en/of

4 (een)(afschrift van) een factuur van [Bedrijf D.] aan [verdachte] d.d. 17 oktober 2006 met rekeningnummer [Nr.] en/of

5 (een)(afschrift van) een factuur van [Bedrijf E.] (Bouw- en aannemingsbedrijf Machinale houtbewerking) aan [verdachte] d.d. 16 maart 2005 met factuurnummer [Nr.] en/of

6 (een)(afschrift van) een factuur van [Bedrijf F.] aan [verdachte] d.d. 23 januari 2004 met factuurnummer [Nr.] en/of

7 (een)(afschrift van) een factuur van [Bedrijf G.] aan [verdachte] d.d. 13 augustus 2004 met rekeningnummer [Nr.] en/of

8 (een)(afschrift van) een factuur van [Bedrijf H.] (Keukens B.V.) aan [directeur verdachte] d.d. 10 juli 2004 met factuurnummer [Nr.]

bestaande die valshe(i)d(en) en/of vervalsing(en) in/van één of meer van voormelde geschriften (telkens) hierin -zakelijk weergegeven -

dat het/de op/in één/meerdere (afschrift(en) van) (een) factu(u)r(en) onder 1 tot en met 7 opgegeven/vermelde (werk)adres(sen) niet het/de (enige) (werk)adres(sen) is/zijn waar de gefactureerde werkzaamhe(i)d(en) heeft/hebben plaatsgevonden dan wel is/zijn verricht, en/of dat op/in het onder 8 bedoelde (afschrift van) (een) factuur ter zake 'keuken mode HN greep 622 [adres] wassen.' (slechts) een bedrag van 10924.37 (euro) is vermeld en/of opgenomen (terwijl de keuken voor het adres [adres] en/of [adres] is verkocht dan wel is gekocht voor 19.056,00, althans 19.000,00, althans voor een hoger bedrag dan 10.924,37)

zulks (telkens) met het oogmerk om dat/die (samenstel van) geschrift(en) als echt en onvervalst te gebruiken en/of door ander(en) te doen gebruiken,

art. 225 lid 1 Wetboek van Strafrecht

De bewijsmiddelen.

De rechtbank grondt haar overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.

In die gevallen waarin de wet aanvulling van het vonnis vereist met de bewijsmiddelen, dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, zal zulks plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit vonnis zal worden gehecht.

De bewezenverklaring.

Door de voormelde inhoud van vorenstaande bewijsmiddelen - elk daarvan, ook in zijn onderdelen, gebruikt voor het bewijs van datgene waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft - staan de daarin genoemde feiten en omstandigheden vast. Op grond daarvan acht de rechtbank bewezen en is zij tot de overtuiging gekomen dat de verdachte de op de dagvaarding onder 1 en 2 primair ten laste gelegde feiten heeft begaan, met dien verstande, dat de rechtbank bewezen acht - en als hier ingelast beschouwt, zulks met verbetering van eventueel in de tenlastelegging voorkomende type- en taalfouten, zoals weergegeven in de bewezenverklaring, door welke verbetering de verdachte niet in de verdediging is geschaad - de inhoud van de tenlastelegging, zoals hierna vermeld, dat

1.

zij,

in de periode van 23 juni 2005 tot en met 15 mei 2007 te Apeldoorn meermalen, telkens opzettelijk een bij de Belastingwet voorziene aangifte, als bedoeld in de Algemene wet inzake rijksbelastingen, te weten de volgende aangiften/aangiftebiljetten voor de vennootschapsbelasting ten name van [verdachte],

-aangifte (tijdvak) 2004 en

-aangifte (tijdvak) 2005 en

-aangifte (tijdvak) 2006

telkens onjuist en/of onvolledig heeft gedaan, immers heeft verdachte telkens opzettelijk in strijd met de waarheid op die bij de Inspecteur der Belastingen en/of Ambtenaar Belastingdienst/Centrale administratie te Apeldoorn digitaal ingeleverde/gezonden aangiften voor de vennootschapsbelasting over genoemde aangiftetijdvakken telkens een te hoog bedrag aan onderhoudskosten van overige materiële vaste activa en een te hoog bedrag aan het totaal overige bedrijfskosten opgegeven en/of vermeld, terwijl deze onderhoudskosten en totaal overige bedrijfskosten voor het grootste gedeelte privé-panden van [directeur verdachte] betroffen en dus niet panden in het bezit van [verdachte], terwijl die feiten er (telkens) toe hebben gestrekt, dat te weinig belasting werd geheven;

2.

zij, in de periode van 1 januari 2007 tot en met 31 december 2008 in Nederland, telkens als degene die ingevolge de Belastingwet verplicht was tot het voor raadpleging beschikbaar stellen van boeken en/of bescheiden en/of andere gegevensdragers of de inhoud daarvan deze telkens opzettelijk, in valse of vervalste vorm voor dit doel ter beschikking heeft gesteld en/of ter beschikking doen stellen, immers heeft zij, verdachte valse bescheiden te weten:

1. een afschrift van een factuur van [Bedrijf A.] (renovatie en onderhoudsbedrijf) aan [verdachte] d.d. 8 mei 2005 met factuurnummer [Nr.], en

2. een afschrift van een factuur van [Bedrijf B.] aan [verdachte] d.d. 4 mei 2004 met (factuur-/rekening)nummer [Nr.] en

3. een afschrift van een factuur van [Bedrijf C.] (schildersbedrijf) aan [verdachte] d.d. 21 januari 2005 met factuurnummer [Nr.] en

4. een afschrift van een factuur van [Bedrijf D.] aan [verdachte] d.d. 7 april 2005 met rekeningnummer [Nr.] en

5. een afschrift van een factuur van [Bedrijf E.] (Bouw- en aannemingsbedrijf Machinale houtbewerking) aan [verdachte] d.d. 16 maart 2005 met factuurnummer [Nr.] en

6. een afschrift van een factuur van [Bedrijf F.] aan [verdachte] d.d. 23 januari 2004 met factuurnummer [Nr.] en

7. een afschrift van een factuur van [Bedrijf G.] aan [verdachte] d.d. 13 augustus 2004 met rekeningnummer [Nr.] en

8. een afschrift van een factuur van [Bedrijf H.] (B.V.) aan [verdachte] d.d. 18 april 2005 met factuurnummer [Nr.]

voor raadpleging aan de inspecteur der belastingen in Nederland en/of aan een (controle)ambtenaar/medewerk(st)er van de Belastingdienst in Nederland ter beschikking gesteld,

bestaande die valsheid in voormelde geschriften telkens hierin -zakelijk weergegeven -

dat de op de afschriften van facturen vermelde werkadressen niet het enige werkadres is/zijn waar de gefactureerde werkzaamheden heeft/hebben plaatsgevonden dan wel zijn verricht

terwijl die feiten telkens ertoe strekten dat te weinig belasting werd geheven;

Bewijsoverwegingen

Inkomstenbelasting en vennootschapsbelasting

Uit het dossier blijkt dat zowel verdachte als verdachte [directeur verdachte] in privé (hierna: [directeur verdachte]), die tevens directeur-grootaandeelhouder van verdachte is, een aantal woningen in eigendom heeft. Voorts blijkt dat het onderhoud van deze woningen meerdere kosten met zich brengt.

Verder staat vast dat de kosten die een besloten vennootschap maakt voor onderhoud aan en verbouwingen van de haar in eigendom toebehorende panden aftrekbaar zijn van de opbrengsten die uit die woningen worden gegenereerd. Hoe lager de opbrengst, hoe minder vennootschapsbelasting betaald hoeft te worden. De kosten die een eigenaar in privé maakt in verband met het onderhoud van de hem in privé in eigendom toebehorende panden zijn daarentegen noch in box 1 (eigen woningforfait onder aftrek van de rente op schulden), noch in box 3 (waarde van bezittingen) aftrekbaar voor de inkomstenbelasting.

[directeur verdachte] heeft binnen verdachte alle zeggenschap. Hij heeft erkend dat hij kosten van het onderhoud van panden die hem in privé in eigendom toebehoren heeft opgevoerd als onderhoudskosten van panden van verdachte, door op facturen te (laten) vermelden dat de werkzaamheden hadden plaatsgevonden aan een pand van verdachte.

De raadsman van verdachte heeft betoogd dat de handelwijze van verdachte en [directeur verdachte] er niet toe heeft gestrekt dat er te weinig belasting werd geheven. Hij heeft daartoe aangevoerd dat door verdachte - al jarenlang - dermate grote (compensabele) verliezen werden geleden, dat verdachte in het geheel geen vennootschapsbelasting behoefde te betalen. Ook zonder aftrek van de kosten van de privé-panden van [directeur verdachte] zou verdachte geen winst hebben gemaakt.

De rechtbank verwerpt dit verweer. Door het boeken van onderhoudskosten van privé-panden ten laste van panden van [verdachte] wordt de winst van [verdachte] negatief beïnvloedt. Zolang [verdachte] geen winst maakt, is er geen vennootschapsbelasting verschuldigd. De verliezen van [verdachte] kunnen echter gedurende een termijn van 9 jaar worden gecompenseerd. Nu door de handelwijze van verdachte het compensabele verlies van [verdachte] is verhoogd, zal er (op termijn) minder vennootschapsbelasting worden geheven dan wanneer die kosten niet ten laste van [verdachte] zouden zijn gebracht. Dit past ook bij de eigen verklaring van [directeur verdachte] tegenover de FIOD, waar hij immers heeft verklaard dat zijn handelwijze in de toekomst, als winst zal worden gemaakt bij de verkoop van woningen en ook verdachte winst zal maken, kan leiden tot benadeling van de Belastingdienst. Nu niet uitgesloten kan worden geacht dat verdachte in de komende jaren door de verkoop van (de) panden zodanige inkomsten zal verwerven dat daarmee het verlies wordt gecompenseerd, is naar het oordeel van de rechtbank voldaan aan het zogenoemde strekkingsvereiste: de gedragingen van ([directeur verdachte] namens) verdachte zijn op zichzelf geëigend om te weinig belasting te betalen, nu of in de toekomst. Naar het oordeel van de rechtbank zijn deze gedragingen ook met dit opzet verricht. De rechtbank laat bij dit alles meewegen dat [directeur verdachte] ter terechtzitting namens verdachte heeft verklaard dat hij voornemens is op korte termijn al het vastgoed te gaan verkopen.

Europese regelgeving met betrekking tot de inhoud van facturen

De raadsman van verdachte heeft zich voorts op het standpunt gesteld dat verdachte zich niet schuldig heeft gemaakt aan onjuist factureren. Hij heeft verwezen naar artikel 226, zesde lid, van de Europese Richtlijn betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde 2006/112/EG waar de vereisten inzake facturering worden genoemd. Volgens de raadsman voldoen de gewraakte facturen aan de daarin gestelde vereisten, nu daarin minimaal is genoemd waar de werkzaamheden in ieder geval voor het meest kenmerkende deel hebben plaatsgevonden.

Daargelaten dat naar het oordeel van de rechtbank een factuur informatie dient te bevatten die juist is, stelt de rechtbank vast dat de door de raadsman genoemde Richtlijn ziet op belasting over de toegevoegde waarde (BTW), waar de tenlastelegging ziet op de aangiften Inkomstenbelasting en Vennootschapsbelasting. De rechtbank laat dit verweer daarom verder onbesproken.

Het opzettelijk beschikbaar stellen van valse facturen

Uit de verklaringen van de door de FIOD gehoorde aannemers volgt dat [directeur verdachte] hen heeft gevraagd werkzaamheden die zij hadden verricht aan woningen die hij privé in eigendom had, te boeken op een factuur waarop een woning die in eigendom toebehoorde aan verdachte werd vermeld. Ook heeft [directeur verdachte] aannemers, die werkzaamheden aan verschillende woningen van hem en van verdachte hadden verricht, gevraagd deze werkzaamheden op één factuur te vermelden, onder vermelding van één werkadres. Uit het dossier blijkt voorts dat het daarbij (vrijwel) altijd ging om het adres van een pand dat verdachte in eigendom toebehoorde. In het dossier bevindt zich een aantal facturen die aannemers op verzoek van [directeur verdachte] aldus hebben aangepast. Op een aantal van deze facturen heeft [directeur verdachte] vervolgens met pen de codes heeft geschreven van de panden waar de werkzaamheden daadwerkelijk betrekking op hadden. Ook bevindt zich in het dossier een factuur waar [directeur verdachte] het door de aannemer vermelde adres van een pand van verdachte met pen heeft gewijzigd in het adres van een pand van [verdachte].

Gezien het vorenstaande heeft verdachte door andere adressen op facturen te (laten) vermelden dan die waar de werkzaamheden werden uitgevoerd opzettelijk valse of vervalste stukken in zijn bedrijfsadministratie opgenomen en aan de Belastingdienst ter beschikking gesteld. Zoals hiervoor reeds overwogen werd hierdoor uiteindelijk de winst van [verdachte] kunstmatig verlaagd en is deze handelwijze geëigend om in de toekomst te weinig belasting te betalen.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde en van de verdachte.

Het bewezenverklaarde is volgens de wet strafbaar.

De verdachte is deswege strafbaar, nu geen strafuitsluitingsgronden aannemelijk zijn geworden.

Strafmotivering.

Na te melden straf is in overeenstemming met de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gegrond op de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan tijdens het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Voorts wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het doen van een valse aangifte in zake de vennootschapsbelasting. Verdachte heeft onterecht kosten van panden die [directeur verdachte] privé in eigendom toebehoren in mindering gebracht op de opbrengsten van de haar in eigendom toebehorende panden. Ter afdekking van deze onjuiste handelwijze heeft haar directeur aannemers aangezet om valse facturen op te maken en deze vervolgens in haar administratie verwerkt. Door aldus te handelen heeft verdachte het vertrouwen dat in haar door de Belastingdienst werd gesteld ernstig beschaamd. Tevens heeft zij tegenover aannemers misbruik gemaakt van haar positie als eigenaar van een grote onroerend goed portefeuille.

Gezien het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat een geldboete van na te melden omvang passend en geboden is.

De toepasselijke wetsartikelen.

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen:

- 23, 24, 24c en 57 van het Wetboek van Strafrecht;

- 68 en 69 Algemene wet inzake rijksbelastingen;

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

Beslissing.

De rechtbank,

verklaart wettig en overtuigend bewezen, dat de verdachte de bij dagvaarding onder 1 en 2 primair ten laste gelegde feiten heeft begaan en dat het bewezenverklaarde uitmaakt:

ten aanzien van feit 1:

opzettelijk onjuist belastingaangifte doen;

ten aanzien van feit 2 primair:

opzettelijk boeken in valse of vervalste vorm beschikbaar stellen aan de belastingdienst;

verklaart het bewezenverklaarde en de verdachte deswege strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

veroordeelt de verdachte tot:

een geldboete van € 25.000,-;

Dit vonnis is gewezen door

mrs. B. Bastein, voorzitter,

E.A.G.M. van Rens en S. Krans, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. E.W. Top, griffier,

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 22 oktober 2010.