Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2010:BR3962

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
22-10-2010
Datum publicatie
03-08-2011
Zaaknummer
09/997139-09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Belastingfraude waarbij verdachte misbruik heeft gemaakt van het vertrouwen dat in hem als ondernemer en als privépersoon door de belastingdienst werd gesteld.

Werkstraf voor de duur van 240 uren met aftrek.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE

Sector strafrecht

Meervoudige kamer

Parketnummer 09/997139-09

Datum uitspraak: 22 oktober 2010

(Verkort vonnis)

De rechtbank 's-Gravenhage, rechtdoende in strafzaken, heeft het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1955,

adres: [adres].

De terechtzitting.

Het onderzoek is gehouden ter terechtzitting van 29 juni 2010 en 8 oktober 2010.

De verdachte, bijgestaan door zijn raadsman mr. A.C. van 't Hek, advocaat te Bleiswijk, is ter terechtzitting verschenen en gehoord.

De officier van justitie, mr. C. Backer heeft gevorderd dat verdachte ter zake van het hem bij dagvaarding onder 1, 2 en 3 primair ten laste gelegde wordt veroordeeld tot een werkstraf voor de duur van 240 uren, met aftrek van de tijd in voorarrest doorgebracht, waarvan 120 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren en een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 3 maanden met een proeftijd van 2 jaar.

De tenlastelegging.

Aan de verdachte is ten laste gelegd - na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting - dat:

1.

hij, op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 15 maart 2005 tot

en met 10 april 2007 te Den Haag en/of Apeldoorn en/of elders in Nederland, (telkens) tezamen en in vereniging met (een) ander(e) (rechts)perso(o)n(en), althans alleen, meermalen, althans eenmaal, (telkens) opzettelijk (een) bij de Belastingwet voorziene aangifte(n), als bedoeld in de Algemene wet inzake rijksbelastingen, te weten één of meer van de volgende aangifte(n)/aangiftebiljet(ten) voor de Inkomstenbelasting en/of Premie volksverzekeringen ten name van hem, verdachte,

-aangifte IB 2004 (Bijlage [Nrs.]) en/of

-aangifte IB 2005 (Bijlage [Nrs.]) en/of

-aangifte IB 2006 (Bijlage [Nrs.])

(telkens) onjuist en/of onvolledig heeft gedaan, en/althans heeft doen doen door (een) ander(en) immers heeft/hebben verdachte en/of zijn (verdachtes) mededader(s)(telkens) opzettelijk in strijd met de waarheid op die/dat bij/naar de/een Inspecteur der Belastingen en/of Ambtenaar Belastingdienst/Centrale administratie te Den Haag en/of Apeldoorn en/of elders in Nederland (digitaal) ingeleverde/gezonden aangifte(n) voor de inkomstenbelasting en/of Premie volksverzekeringen (over genoemd(e) aangiftetijdvak(ken)) (telkens) (een) te la(a)ge bedrag(en) aan inkomen uit aanmerkelijk belang opgegeven en/of vermeld, en/althans door die/een ander(en) doen of laten opgeven en/of vermelden (door onvermeld te laten de (privé)kosten van verdachte die [BV.] voor haar rekening nam), terwijl dat/die feit(en) er (telkens) toe heeft/hebben gestrekt, dat te weinig belasting werd

geheven;

de in deze tenlastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voorzover daaraan in de Algemene wet inzake rijksbelastingen bepaalde betekenis is gegeven, geacht in dezelfde betekenis te zijn gebezigd;

art. 68 lid 1 ond a Algemene wet inzake rijksbelastingen

art. 69 lid 2 Algemene Wet inzake rijksbelastingen

art 69 lid 2 Algemene wet inzake rijksbelastingen

art 68 lid 2 ahf/ond a Algemene wet inzake rijksbelastingen

2.

[BV.] op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 23 juni 2005 tot en met 15 mei 2007 te Den Haag en/of Wassenaar en/of Apeldoorn en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met (een) ander(e) (rechts)perso(o)n(en), althans

alleen, meermalen, althans eenmaal, (telkens) opzettelijk (een) bij de Belastingwet voorziene aangifte(n), als bedoeld in de Algemene wet inzake rijksbelastingen, te weten één of meer van de volgende aangifte(n)/aangiftebiljet(ten) voor de vennootschapsbelasting ten name van [BV.],

-aangifte (tijdvak) 2004 ([Nrs.]) en/of

-aangifte (tijdvak) 2005 ([Nrs.]) en/of

-aangifte (tijdvak) 2006 ([Nrs.])

(telkens) onjuist en/of onvolledig heeft gedaan, althans heeft doen doen door (een) ander(en), immers heeft/hebben voornoemd rechtspersoon en/of haar (verdachtes) mededader(s) (telkens) opzettelijk in strijd met de waarheid op die/dat bij/naar de/een Inspecteur der Belastingen en/of Ambtenaar Belastingdienst/Centrale administratie te Den Haag en/of Wassenaar en/of Apeldoorn en/of elders in Nederland (digitaal) ingeleverde/gezonden aangifte(n) voor de vennootschapsbelasting (over genoemd(e) aangiftetijdvak(ken)) (telkens) (een) te ho(o)g(e) bedrag(en) aan onderhoud(skosten) (van) overige materiële vaste activa en/of (telkens) (een) te ho(o)g(e) bedrag(en) aan (het) totaal overige bedrijfskosten opgegeven en/of vermeld, althans door die/een ander(en) doen of laten opgeven en/of vermelden (terwijl dit/deze onderhoud(skosten) en/of totaal overige bedrijfskosten (voor het grootste gedeelte) privé-panden van [verdachte] betroffen en dus niet panden in het bezit van [BV.]), terwijl dat/die feit(en) er (telkens) toe heeft/hebben gestrekt, dat te weinig belasting werd geheven;

tot het plegen van welke bovenomschreven strafba(a)r(e) feiten verdachte en/of zijn mededader(s) (telkens) opdracht heeft/hebben gegeven, dan wel aan welke bovenomschreven gedraging(en) verdachte en/of zijn mededader(s) (telkens) feitelijke leiding heeft/hebben gegeven

de in deze tenlastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voorzover daaraan in de Algemene wet inzake rijksbelastingen bepaalde betekenis is gegeven, geacht in dezelfde betekenis te zijn gebezigd;

art. 68 lid 1 ond a Algemene wet inzake rijksbelastingen

art. 69 lid 2 Algemene wet inzake rijksbelastingen

art 69 lid 1 Algemene wet inzake rijksbelastingen

art 68 lid 2 ahf/ond a Algemene wet inzake rijksbelastingen

3.

[BV.], op één of meer tijdstip(pen) gelegen in of omstreeks de periode van 1 januari 2007 tot en met 31 december 2008 te Den Haag en/of Rijswijk en/of Wassenaar en/of Haaglanden en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met (een) ander(e)(n) (rechts)perso(o)n(en), althans alleen, (telkens) als degene die ingevolge de Belastingwet verplicht waren/was tot het voor raadpleging beschikbaar stellen van boeken en/of bescheiden en/of andere gegevensdragers of de inhoud daarvan deze (telkens) opzettelijk, althans niet opzettelijk, in valse of vervalste vorm voor dit doel ter beschikking hebben/heeft gesteld en/of ter beschikking doen stellen, immers hebben/heeft zij, voornoemd rechtspersoon en/of haar mededader(s) (een) vals(e) of vervalst(e) bescheid(en) waaronder:

1 (een) (afschrift van) een factuur van [Bedrijf A.] (renovatie en onderhoudsbedrijf) aan [BV.] d.d. 8 mei 2005 met factuurnummer [Nrs.] en/of

2 (een) (afschrift van) een factuur van [Bedrijf B.]. aan Heuvelduin BV d.d. 4 mei 2004 met (factuur-/rekening)nummer [Nrs.] en/of

3 (een) (afschrift van) een factuur van [Bedrijf C.] (schildersbedrijf) aan Heuvelduin BV d.d. 21 januari 2005 met factuurnummer [Nrs.] en/of

4 (een) (afschri[Bedrijf H.] factuur van [Bedrijf D.] aan [BV.] d.d. 7 april 2005 met rekeningnummer [Nrs.] en/of

5 (een) (afschrift van) een factuur van [Bedrijf E.] (Bouw- en aannemingsbedrijf Machinale houtbewerking) aan [BV.] d.d. 16 maart 2005 met factuurnummer [Nrs.] en/of

6 (een) (afschrift van) een factuur van [Bedrijf F.] aan [BV.] d.d. 23 januari 2004 met factuurnummer [Nrs.] en/of

7 (een) (afschrift van) een factuur van [Bedrijf G.] aan [BV.] d.d. 13 augustus 2004 met rekeningnummer [Nrs.] en/of

8 (een) (afschrift van) een factuur van [Bedrijf H.] (B.V.) aan Heuvelduin BV d.d. 18 april 2005 met factuurnummer [Nrs.]

voor raadpleging aan de/een inspecteur der belastingen te Den Haag en/of Haaglanden en/of elders in Nederland en/of aan de/een (controle)ambtenaar/medewerk(st)er van de Belastingdienst te Den Haag en/of Haaglanden en/of elders in Nederland ter beschikking gesteld,

bestaande die valshe(i)d(en) en/of vervalsing(en) in/van één of meer van voormelde geschriften (telkens) hierin -zakelijk weergegeven -

dat het/de op/in (een) (afschrift(en) van) (een) factu(u)r(en) opgegeven/vermelde (werk)adres(sen) niet het/de (enige) (werk)adres(sen) is/zijn waar de gefactureerde werkzaamhe(i)d(en) heeft/hebben plaatsgevonden dan wel is/zijn verricht

terwijl dat/die feit(en) (telkens) ertoe strekte(n) dat te weinig belasting werd geheven;

tot het plegen van welke bovenomschreven strafba(a)r(e) feiten verdachte en/of zijn mededader(s) (telkens) opdracht heeft/hebben gegeven, dan wel aan welke bovenomschreven gedraging(en) verdachte en/of zijn mededader(s) (telkens) feitelijke leiding heeft/hebben gegeven

de in deze tenlastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voorzover daaraan in de Algemene wet inzake rijksbelastingen bepaalde betekenis is gegeven, geacht in dezelfde betekenis te zijn gebezigd;

Art. 68, lid 1 ond c Algemene wet inzake rijksbelastingen

Art. 69 lid 2 Algemene wet inzake rijksbelastingen

art 69 lid 2 Algemene wet inzake rijksbelastingen

art 68 lid 2 ahf/ond c Algemene wet inzake rijksbelastingen

art 51 lid 2 ahf/ond 2° Wetboek van Strafrecht

Subsidiair, indien het vorenstaande niet tot een bewezenverklaring en/of een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

[BV.] op één of meer tijdstip(pen) gelegen in of omstreeks de periode van 1 januari 2004 tot en met 31 december 2006 te Wassenaar en/of Den Haag en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met (een) ander(e)(n) (rechts)perso(o)n(en), althans

alleen, meermalen, althans eenmaal, (telkens) haar bedrijfsadministratie(s), zijnde die bedrijfsadministratie(s) (ieder) een (samenstel van) geschrift(en) dat/die bestemd is/zijn om tot bewijs van enig feit te dienen, (telkens) valselijk heeft/hebben opgemaakt en/of vervalst en/of valselijk heeft/hebben doen opmaken en/of doen vervalsen, immers heeft/hebben voornoemd rechtspersoon en/of haar mededader(s), (telkens) opzettelijk in haar bedrijfsadministratie(s), meerdere valse stukken opgenomen en/of geboekt en/of verwerkt en/of doen opnemen en/of doen boeken en/of doen verwerken, waaronder:

1 (een) (afschrift van) een factuur van [Bedrijf A.] (renovatie en onderhoudsbedrijf) aan [BV.] d.d. 8 mei 2005 met factuurnummer [Nrs.] en/of

2 (een) (afschrift van) een factuur van [Bedrijf B.]. aan Heuvelduin BV d.d. 4 mei 2004 met (factuur-/rekening)nummer [Nrs.] en/of,

3 (een) (afschrift van) een factuur van [Bedrijf C.] (schildersbedrijf) aan Heuvelduin BV d.d. 21 januari 2005 met factuurnummer [Nrs.] en/of

4 (een) (afschri[Bedrijf H.] factuur van [Bedrijf D.] aan [BV.] d.d. 17 oktober 2006 met rekeningnummer [Nrs.] en/of

5 (een) (afschrift van) een factuur van [Bedrijf E.] (Bouw- en aannemingsbedrijf Machinale houtbewerking) aan [BV.] d.d. 16 maart 2005 met factuurnummer [Nrs.] en/of

6 (een) (afschrift van) een factuur van [Bedrijf F.] aan [BV.] d.d. 23 januari 2004 met factuurnummer [Nrs.] en/of

7 (een) (afschrift van) een factuur van [Bedrijf G.] aan [BV.] d.d. 13 augustus 2004 met rekeningnummer [Nrs.] en/of

8 (een) (afschrift van) een factuur van [Bedrijf H.] (B.V.) aan [Verdachte] d.d. 10 juli 2004 met factuurnummer [Nrs.]

bestaande die valshe(i)d(en) en/of vervalsing(en) in/van één of meer van voormelde geschriften (telkens) hierin -zakelijk weergegeven -

dat het/de op/in één/meerdere (afschrift(en) van) (een) factu(u)r(en) onder 1 tot en met 7 opgegeven/vermelde (werk)adres(sen) niet het/de (enige) (werk)adres(sen) is/zijn waar de gefactureerde werkzaamhe(i)d(en) heeft/hebben plaatsgevonden dan wel is/zijn verricht, en/of

dat op/in het onder 8 bedoelde (afschrift van) (een) factuur ter zake 'keuken model HN greep 622 [adres]. wassen.' (slechts) een bedrag van 10924.37 (euro) is vermeld en/of opgenomen (terwijl de keuken voor het adres [adres] en/of [adres] is verkocht dan wel is gekocht voor 19.056,00, althans 19.000,00, althans voor een hoger bedrag dan 10.924,37)

zulks (telkens) met het oogmerk om dat/die (samenstel van) geschrift(en) als echt en onvervalst te gebruiken en/of door ander(en) te doen gebruiken,

tot het plegen van welk(e) bovenomschreven strafba(a)r(e) feiten verdachte en/of zijn mededader(s) (telkens) opdracht heeft/hebben gegeven, dan wel aan welke bovenomschreven gedraging(en) verdachte en/of zijn mededader(s) (telkens) feitelijke leiding heeft/hebben gegeven.

Art. 225 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 225 lid 1 Wetboek van Strafrecht

De bewijsmiddelen.

De rechtbank grondt haar overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.

In die gevallen waarin de wet aanvulling van het vonnis vereist met de bewijsmiddelen, dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, zal zulks plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit vonnis zal worden gehecht.

De bewezenverklaring.

Door de voormelde inhoud van vorenstaande bewijsmiddelen - elk daarvan, ook in zijn onderdelen, gebruikt voor het bewijs van datgene waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft - staan de daarin genoemde feiten en omstandigheden vast. Op grond daarvan acht de rechtbank bewezen en is zij tot de overtuiging gekomen dat de verdachte de op de dagvaarding onder 1, 2 en 3 primair ten laste gelegde feiten heeft begaan, met dien verstande, dat de rechtbank bewezen acht - en als hier ingelast beschouwt, zulks met verbetering van eventueel in de tenlastelegging voorkomende type- en taalfouten, zoals weergegeven in de bewezenverklaring, door welke verbetering de verdachte niet in de verdediging is geschaad - de inhoud van de tenlastelegging, dat:

1.

hij, in de periode van 15 maart 2005 tot

en met 10 april 2007 te Apeldoorn meermalen, telkens opzettelijk een bij de Belastingwet voorziene aangifte, als bedoeld in de Algemene wet inzake rijksbelastingen, te weten de volgende aangiften/aangiftebiljetten voor de Inkomstenbelasting en/of Premie volksverzekeringen ten name van hem, verdachte,

-aangifte IB 2004 en

-aangifte IB 2005 en

-aangifte IB 2006

telkens onjuist en/of onvolledig heeft gedaan, immers heeft verdachte telkens opzettelijk in strijd met de waarheid op die bij de Inspecteur der Belastingen en/of Ambtenaar Belastingdienst/Centrale administratie te Apeldoorn digitaal ingeleverde/gezonden aangifte voor de inkomstenbelasting en/of Premie volksverzekeringen over genoemde aangiftetijdvakken telkens een te laag bedrag aan inkomen uit aanmerkelijk belang opgegeven en/of vermeld, door onvermeld te laten de privé-kosten van verdachte die [BV.] voor haar rekening nam, terwijl dat feit er telkens toe heeft gestrekt, dat te weinig belasting werd geheven;

2.

[BV.] in de periode van 23 juni 2005 tot en met 15 mei 2007 te Apeldoorn meermalen, telkens opzettelijk een bij de Belastingwet voorziene aangifte, als bedoeld in de Algemene wet inzake rijksbelastingen, te weten de volgende aangifte(n)/aangiftebiljet(ten) voor de vennootschapsbelasting ten name van [BV.],

-aangifte (tijdvak) 2004 en

-aangifte (tijdvak) 2005 en

-aangifte (tijdvak) 2006

telkens onjuist en/of onvolledig heeft gedaan, immers heeft voornoemd rechtspersoon telkens opzettelijk in strijd met de waarheid op die bij de Inspecteur der Belastingen en/of Ambtenaar Belastingdienst/Centrale administratie te Apeldoorn digitaal ingeleverde/gezonden aangifte voor de vennootschapsbelasting over genoemde aangiftetijdvakken telkens een te hoog bedrag aan onderhoudskosten van overige materiële vaste activa en een te hoog bedrag aan het totaal overige bedrijfskosten opgegeven en/of vermeld, terwijl deze onderhoudskosten en totaal overige bedrijfskosten voor het grootste gedeelte privé-panden van [verdachte] betroffen en dus niet panden in het bezit van [BV.], terwijl die feiten er telkens toe hebben gestrekt, dat te weinig belasting werd geheven;

tot het plegen van welke bovenomschreven strafbare feiten verdachte telkens opdracht heeft, dan wel aan welke bovenomschreven gedragingen verdachte feitelijke leiding heeft gegeven.

3.

[BV.], in de periode van 1 januari 2007 tot en met 31 december 2008 in Nederland, telkens als degene die ingevolge de Belastingwet verplicht was tot het voor raadpleging beschikbaar stellen van boeken en/of bescheiden en/of andere gegevensdragers of de inhoud daarvan deze telkens opzettelijk, in valse of vervalste vorm voor dit doel ter beschikking hebben/heeft gesteld en/of ter beschikking doen stellen, immers heeft zij, voornoemd rechtspersoon valse bescheiden te weten:

1 een afschrift van een factuur van [Bedrijf A.] (renovatie en onderhoudsbedrijf) aan [BV.] d.d. 8 mei 2005 met factuurnummer [Nr.] en

2 een afschrift van een factuur van [Bedrijf B.]. aan Heuvelduin BV d.d. 4 mei 2004 met (factuur-/rekening)nummer en

3 een afschrift van een factuur van [Bedrijf C.] (schildersbedrijf) aan Heuvelduin BV d.d. 21 januari 2005 met factuurnummer [Nr.] en

4 een afschrift van een factuur van [Bedrijf D.] aan [BV.] d.d. 7 april 2005 met rekeningnummer [Nr.] en

5 een afschrift van een factuur van [Bedrijf E.] (Bouw- en aannemingsbedrijf Machinale houtbewerking) aan [BV.] d.d. 16 maart 2005 met factuurnummer [Nr.] en

6 een afschrift van een factuur van[Bedrijf F.] aan [BV.] d.d. 23 januari 2004 met factuurnummer [Nr.] en

7 een afschrift van een factuur van [Bedrijf G.] aan [BV.] d.d. 13 augustus 2004 met rekeningnummer [Nr.] en

8 een afschrift van een factuur van [Bedrijf H.] (B.V.) aan Heuvelduin BV d.d. 18 april 2005 met factuurnummer [Nr.]

voor raadpleging aan de inspecteur der belastingen in Nederland en/of aan een (controle)ambtenaar/medewerk(st)er van de Belastingdienst in Nederland ter beschikking gesteld,

bestaande die valsheid in voormelde geschriften telkens hierin -zakelijk weergegeven -

dat de op een afschriften van facturen vermelde werkadressen niet het enige werkadressen is/zijn waar de gefactureerde werkzaamhe(i)d(en) heeft/hebben plaatsgevonden dan wel is/zijn verricht

terwijl die feiten telkens ertoe strekten dat te weinig belasting werd geheven;

tot het plegen van welke bovenomschreven strafbare feiten verdachte telkens opdracht heeft gegeven, dan wel aan welke bovenomschreven gedragingen verdachte telkens feitelijke leiding heeft gegeven.

Bewijsoverwegingen

Inkomstenbelasting en vennootschapsbelasting

Uit het dossier blijkt dat zowel verdachte in privé als [naam BV] (hierna: de BV), waarvan verdachte directeur-grootaandeelhouder is, een aantal woningen in eigendom heeft. Voorts blijkt dat het onderhoud van deze woningen meerdere kosten met zich mee brengt.

Verder staat vast dat de kosten die de BV maakt voor onderhoud aan en verbouwingen van de haar in eigendom toebehorende panden aftrekbaar zijn van de opbrengsten die uit die woningen worden gegenereerd. Hoe lager de opbrengst, hoe minder vennootschapsbelasting betaald hoeft te worden. De kosten die verdachte maakt in verband met het onderhoud van de hem in privé in eigendom toebehorende panden zijn daarentegen noch in box 1 (eigen woningforfait onder aftrek van de rente op schulden), noch in box 3 (waarde van bezittingen) aftrekbaar voor de inkomstenbelasting.

Binnen de BV is verdachte degene die alle zeggenschap heeft. Hij heeft erkend dat hij kosten van het onderhoud van panden die hem privé in eigendom toebehoren heeft opgevoerd als onderhoudskosten van panden van de BV, door op facturen te (laten) vermelden dat de werkzaamheden hadden plaatsgevonden aan een pand van de BV.

Wanneer de BV niet-zakelijke uitgaven ten laste brengt van haar winst, terwijl die uitgaven niet aftrekbaar zijn, is er, aldus de FIOD, sprake van verkapte of vermomde uitdeling van winst. De directeur-grootaandeelhouder wordt hierdoor bevoordeeld, nu hij zijn inkomsten uit aanmerkelijk belang ziet stijgen; dit betreffen inkomsten die worden belast in box 2 van de inkomstenbelasting. Volgens de berekeningen van de FIOD heeft verdachte als gevolg van deze handelwijze voordeel heeft genoten tot een bedrag van € 189.470,-.

De raadsman van verdachte heeft hier tegen in gebracht dat de handelwijze van verdachte er niet toe heeft gestrekt dat er te weinig belasting werd geheven. Hij heeft daartoe aangevoerd dat door de BV - al jarenlang - dermate grote (compensabele) verliezen werden geleden, dat de BV in het geheel geen vennootschapsbelasting hoefde te betalen. Ook zonder aftrek van de kosten van de privé-panden van verdachte zou de BV geen winst hebben gemaakt.

De raadsman heeft voorts betoogd dat er evenmin te weinig inkomstenbelasting door verdachte is betaald. Hij heeft daartoe aangevoerd dat verdachte terecht geen inkomsten uit aanmerkelijk belang heeft opgegeven in zijn aangifte, nu er geen sprake was van uitdeling van winst. Deze uitdeling is immers niet toegestaan wanneer een bedrijf verliezen lijdt, tenzij op korte termijn winst gemaakt gaat worden. Nu dit laatste in dit geval niet aannemelijk is, moet het bedrag van € 189.470,- niet worden gezien als inkomen uit aanmerkelijk belang voor verdachte als directeur-grootaandeelhouder, maar als terugbetaling van de geldsom die verdachte in privé aan zijn BV had geleend.

De rechtbank verwerpt voornoemde verweren. Door het boeken van onderhoudskosten van privé-panden ten laste van panden van de BV wordt de winst van de BV negatief beïnvloedt. Zolang de BV geen winst maakt, is er geen vennootschapsbelasting verschuldigd. De verliezen van de BV kunnen gedurende een termijn van 9 jaar worden gecompenseerd. Nu door de handelwijze van verdachte het compensabele verlies van de BV is verhoogd, zal er (op termijn) minder vennootschapsbelasting worden geheven dan wanneer die kosten niet ten laste van de BV zouden zijn gebracht. Dit past ook bij de eigen verklaring van verdachte tegenover de FIOD, waar hij immers heeft verklaard dat zijn handelwijze in de toekomst, wanneer winst zal worden gemaakt bij de verkoop van woningen en de BV winst zal maken, kan leiden tot benadeling van de Belastingdienst. Nu niet uitgesloten kan worden dat de BV in de komende jaren door de verkoop van (de) panden zodanige inkomsten zal verwerven dat daarmee het verlies van de BV wordt gecompenseerd, is naar het oordeel van de rechtbank voldaan aan het zogenoemde strekkingsvereiste: de gedragingen van verdachte zijn op zichzelf geëigend om te weinig belasting te betalen, nu of in de toekomst. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verdachte deze gedragingen met dit opzet verricht. De rechtbank laat bij dit alles meewegen dat verdachte ter terechtzitting heeft verklaard dat hij voornemens is op korte termijn het vastgoed van de BV te gaan verkopen.

Naar het oordeel van de rechtbank is eveneens voldaan aan het bewustzijnsvereiste ten aanzien van de winstuitdeling. Verdachte was zich wel degelijk bewust van het feit dat dit handelen voor hem, als enig aandeelhouder, in de toekomst voordeel in de vorm van winstuitdeling zou opleveren.

Ten slotte dient naar het oordeel van de rechtbank het bedrag dat de BV heeft betaald aan kosten voor onderhoud aan de panden die verdachte in eigendom toebehoren te worden aangemerkt als vermomde of verkapte uitdeling van winst aan verdachte. Verdachte heeft niet aannemelijk gemaakt dat dit bedrag moet worden aangemerkt als een terugbetaling van een door verdachte aan de BV verstrekte geldlening. Nu de door of namens verdachte gedane frauduleuze handelingen uiteindelijk tot niets anders kunnen leiden dan tot verhoging van de inkomsten uit aanmerkelijk belang van verdachte, ziet de rechtbank het daarmee gemoeide geldbedrag van € 189.470,- als een verkapte uitdeling van winst aan verdachte.

Europese regelgeving met betrekking tot de inhoud van facturen

De raadsman van verdachte heeft zich voorts op het standpunt gesteld dat verdachte zich niet schuldig heeft gemaakt aan onjuist factureren. Hij heeft verwezen naar artikel 226, zesde lid, van de Europese Richtlijn betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde 2006/112/EG waar de vereisten inzake facturering worden genoemd. Volgens de raadsman voldoen de gewraakte facturen aan de daarin gestelde vereisten, nu daarin minimaal is genoemd waar de werkzaamheden in ieder geval voor het meest kenmerkende deel hebben plaatsgevonden.

Daargelaten dat naar het oordeel van de rechtbank een factuur informatie dient te bevatten die juist is, stelt de rechtbank vast dat de door de raadsman genoemde Richtlijn ziet op belasting over de toegevoegde waarde (BTW), waar de tenlastelegging ziet op de aangiften Inkomstenbelasting en Vennootschapsbelasting. De rechtbank laat dit verweer daarom verder onbesproken.

Het opzettelijk beschikbaar stellen van valse facturen

Uit de verklaringen van de door de FIOD gehoorde aannemers volgt dat verdachte hen heeft gevraagd werkzaamheden, die zij hadden verricht aan woningen die verdachte privé in eigendom had, te boeken op een factuur waarop een woning die in eigendom toebehoorde aan de BV werd vermeld. Ook heeft hij aannemers, die werkzaamheden aan verschillende woningen van verdachte en de BV hadden verricht, gevraagd deze werkzaamheden op één factuur te vermelden, onder vermelding van één werkadres. Uit het dossier blijkt voorts dat het daarbij (vrijwel) altijd ging om het adres van een pand dat de BV in eigendom toebehoorde. In het dossier bevindt zich een aantal facturen die aannemers op verzoek van verdachte aldus hebben aangepast. Op een aantal van deze facturen heeft verdachte vervolgens met pen de codes heeft geschreven van de panden waar de werkzaamheden daadwerkelijk betrekking op hadden. Ook bevindt zich in het dossier een factuur waar verdachte het door de aannemer vermelde adres van een pand van verdachte met pen heeft gewijzigd in het adres van een pand van de BV.

Gezien het vorenstaande heeft verdachte door andere adressen op facturen te (laten) vermelden dan die waar de werkzaamheden feitelijk werden uitgevoerd opzettelijk valse of vervalste stukken in zijn bedrijfsadministratie opgenomen en aan de Belastingdienst ter beschikking gesteld. Zoals hiervoor reeds overwogen werd hierdoor uiteindelijk de winst van de BV kunstmatig verlaagd en is deze handelwijze geëigend om in de toekomst te weinig belasting te betalen.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde en van de verdachte.

Het bewezenverklaarde is volgens de wet strafbaar.

De verdachte is deswege strafbaar, nu geen strafuitsluitingsgronden aannemelijk zijn geworden.

Strafmotivering.

Na te melden straf is in overeenstemming met de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gegrond op de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan tijdens het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Voorts wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft belastingfraude gepleegd en daarmee misbruik gemaakt van het vertrouwen dat in hem als ondernemer en als privé persoon door de Belastingdienst werd gesteld. De Belastingdienst gaat immers in beginsel uit van de juistheid van een aangifte.

Verdachte heeft daarnaast meerdere aannemers aangezet tot het opmaken van valse facturen. Daarbij heeft hij naar het oordeel van de rechtbank misbruik gemaakt van de positie die hij had als eigenaar, al dan niet via de BV, van een grote onroerend goed portefeuille. Aannemers wilden immers graag voor hem blijven werken. Verdachte heeft de valse facturen vervolgens verwerkt in zijn bedrijfsadministratie. Daarmee werd zijn onjuiste handelwijze naar de Belastingdienst toe afgedekt. Bij dit alles ging het verdachte om (toekomstig) financieel voordeel, immers onderhoudskosten die in privé niet aftrekbaar waren, werden op deze wijze toch afgetrokken. De rechtbank neemt hem dit zeer kwalijk.

De rechtbank heeft acht geslagen op een Uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 15 april 2010 omtrent verdachte, waaruit blijkt dat verdachte zich niet eerder heeft schuldig gemaakt aan een strafbaar feit.

De rechtbank neemt, voor het bepalen van de hoogte van de straf, in aanmerking dat verdachte zich gedurende een lange periode heeft beziggehouden met voornoemde laakbare praktijken.

Gezien het voorgaande acht de rechtbank een onvoorwaardelijke werkstraf van na te melden maximale duur passend en geboden. De rechtbank ziet geen aanleiding om verdachte daarnaast nog een voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen, nu zij aannemelijk acht verdachte inmiddels het laakbare van zijn handelen inziet zodat de kans op herhaling klein zal zijn.

De toepasselijke wetsartikelen.

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen:

- 9, 22c, 22d, 51 en 57 van het Wetboek van Strafrecht;

- 68 en 69 Algemene wet inzake rijksbelastingen;

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

Beslissing.

De rechtbank,

verklaart wettig en overtuigend bewezen, dat de verdachte de bij dagvaarding onder 1, 2 en 3 primair ten laste gelegde feiten heeft begaan en dat het bewezenverklaarde uitmaakt:

ten aanzien van feit 1 en 2:

opzettelijk onjuist belastingaangifte doen, meermalen gepleegd;

ten aanzien van feit 3 primair:

opzettelijk boeken in valse of vervalste vorm beschikbaar stellen aan de belastingdienst;

verklaart het bewezenverklaarde en de verdachte deswege strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

veroordeelt de verdachte tot:

een werkstraf voor de duur van 240 uren;

bepaalt dat de tijd, door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van het onvoorwaardelijk gedeelte van de hem opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht, voorzover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht;

Dit vonnis is gewezen door

mrs. B. Bastein, voorzitter,

E.A.G.M. van Rens en S. Krans, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. E.W. Top, griffier,

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 22 oktober 2010.