Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2010:BO9283

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
26-11-2010
Datum publicatie
29-12-2010
Zaaknummer
377965 - KG ZA 10-1281
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Kort geding. Aanbesteding. Zaak aanvankelijk aanhangig gemaakt bij de verkeerde rechtbank.

Ontvankelijkheidsverweer verworpen nu de Staat in ieder geval binnen de termijn van vijftien dagen op de hoogte was van het door eiseressen aanspannen van een kort geding tegen het gunningsvoornemen. Dit heeft weliswaar tot enige vertraging van de procedure geleid, maar de Staat heeft onvoldoende onderbouwd dat zijn belangen in dit concrete geval daardoor onevenredig zijn geschaad. De Staat heeft in redelijkheid tot het oordeel kunnen komen dat eiseressen onvoldoende hebben onderbouwd dat hun prijsstelling marktconform is, zodat de inschrijving naar voorlopig oordeel terecht als onrealistisch laag terzijde is gelegd.

Wetsverwijzingen
Besluit aanbestedingsregels voor overheidsopdrachten
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JAAN 2011/27
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE

Sector civiel recht - voorzieningenrechter

zaak- / rolnummer: 377965 / KG ZA 10-1281

Vonnis in kort geding van 26 november 2010

in de zaak van

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Biogas Plus B.V.,

gevestigd te Bakel, gemeente Gemert-Bakel,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

BGP Ingenieursbureau B.V.,

gevestigd te Uden,

eiseressen,

advocaat mr. G.R.A.G. Goorts te Deurne,

tegen:

de publiekrechtelijke rechtspersoon

de Staat der Nederlanden (Ministerie van Economische Zaken),

zetelend te 's-Gravenhage,

gedaagde,

advocaat mr. G.H.G.M. van Berkel te 's-Gravenhage.

Partijen worden hierna respectievelijk aangeduid als 'Biogas Plus' (vrouwelijk enkelvoud) en 'de Staat'.

1. Het procesverloop

Biogas Plus heeft de Staat op 24 september 2010 doen dagvaarden om op 20 oktober 2010 te verschijnen ter zitting van de voorzieningenrechter van de rechtbank Utrecht. Bij brief van 14 oktober 2010 heeft Biogas Plus de voorzieningenrechter van de rechtbank Utrecht verzocht zich zonder behandeling ter zitting onbevoegd te verklaren en de zaak te verwijzen naar de voorzieningenrechter van de rechtbank 's-Gravenhage. Bij vonnis van 20 oktober 2010 heeft de voorzieningenrechter van de rechtbank Utrecht dit verzoek toegewezen, waarna de zaak is verwezen en op 18 november 2010 door de voorzieningenrechter van deze rechtbank is behandeld. Vonnis is bepaald op heden.

2. De feiten

Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting van 18 november 2010 wordt in dit geding van het volgende uitgegaan.

2.1. Eiseres sub 1 exploiteert een onderneming die zich bezighoudt met de ontwikkeling van biogasprojecten, het (laten) bouwen en leveren van (onderdelen van) biogasinstallaties en daarmee samenhangende werkzaamheden. Eiseres sub 2 exploiteert een bedrijf dat zich specialiseert in de ontwikkeling van projecten op het gebied van duurzame energie, broeikaseffecten, biomassa en groene energie.

2.2. Het Agentschap NL, dat ressorteert onder het Ministerie van Economische Zaken, heeft een niet-openbare Europese aanbestedingsprodure uitgeschreven voor de opdracht 'Evaluatie Vergistingprojecten in Nederland', hierna te noemen 'de opdracht'. Op de aanbestedingsprocedure is het Besluit aanbestedingsregels voor overheidsopdrachten (Bao) van toepassing. Als gunningscriterium geldt 'de economisch meest voordelige aanbieding'. De aanbesteding is opgedeeld in twee fasen. In de eerste fase worden de deelnemers geselecteerd die in de tweede fase een uitnodiging tot het indienen van een offerte zullen ontvangen.

2.3. De eerste fase van de aanbestedingsprocedure is nader beschreven in de 'Selectieleidraad' d.d. 29 april 2010. Daarin is - voor zover hier van belang - het volgende opgenomen:

"(...)

1.2 Doel van de aanbesteding (behoeftestelling)

(...)

Hiervoor moet een evaluatie uitgevoerd worden van het bestaande vergistingspark in Nederland, met uitzondering van de RWZI-vergisters.

(...)

1.3 Beschrijving van de opdracht

De opdracht bestaat uit twee delen.

Deelopdracht 1:

In de deelopdracht 1 dient een brede evaluatie van bij voorkeur alle 130, maar in elk geval 80 vergisters in Nederland te worden uitgevoerd. Deze evaluatie omvat minimaal de in de volgende tabel genoemde onderdelen.

(...)".

2.4. De tweede fase van de aanbestedingsprocedure is nader omschreven in de 'Offerteaanvraag' (aanvraag tot offerte, ook wel 'ato' genoemd), die op 15 juli 2010 is gepubliceerd. De Offerteaanvraag vermeldt - voor zover thans relevant - het volgende:

"(...)

1.3.1 Werkzaamheden inventarisatiefase (fase 1)

De eerste fase betreft een brede evaluatie van zoveel mogelijk, maar tenminste 80 vergistingsinstallaties in Nederland die in 2010 in bedrijf zijn of zullen gaan. Vergisters bij een RWZI/AWZI die uitsluitend gebruik maken van slib uit de waterzuivering, vallen niet onder de in deze aanbesteding bedoelde vergistingsinstallaties.

Opdrachtnemer moet bewerkstelligen dat exploitanten van tenminste 80 vergistingsinstallaties meewerken aan de evaluatie, en zich inspannen om dat aantal te verhogen. Opdrachtgever stelt vóór aanvang van de werkzaamheden aan Opdrachtnemer een lijst met NAW-gegevens beschikbaar van alle, althans van tenminste 120, Nederlandse vergistingsinstallaties. Opdrachtnemer moet vervolgens per vergistingsinstallatie de gegevens bedoeld in par. 1.3.2 verzamelen, opslaan, analyseren, aggregeren en presenteren.

(...)

3.1 Beoordeling van de Inschrijvingen

De Aanbestedende dienst toetst of de Inschrijvingen die voldoen aan de voorschriften, ook voldoen aan de eisen, genoemd in par. 4.1. Deze toetsing wijst uit of Inschrijvers van verdere deelname moeten worden uitgesloten.

(...)

3.3 Bezwaar

(...)

Is een belanghebbende het met het voorgenomen gunningsbesluit niet eens, dan kan hij binnen 15 dagen na de verzenddatum ervan, een kort geding aanhangig maken bij de civiele rechter te Den Haag. Deze termijn geldt als een vervaltermijn. Belanghebbenden hebben na het verlopen van die termijn hun rechten verwerkt, ook om een bodemprocedure aanhangig te maken.

(...)

4.1 Eisen ten aanzien van de opdracht

De Aanbestedende dienst stelt eisen aan de gevraagde dienstverlening en aan de prijsstelling. Een Inschrijving die niet voldoet aan een of meer van de in deze Ato gestelde eisen, wordt uitgesloten van verdere deelname aan de aanbesteding.

De eisen zijn de volgende:

(...)

4.1.4 Eisen aan de prijsstelling

Voor de uitvoering van de Opdracht wordt een vaste totaalprijs gevraagd, waartegen u de werkzaamheden zult uitvoeren. Daarbij geeft u in elk geval aan:

* voor fase 1 de prijs per vergistingsinstallatie, gebaseerd op een aantal van 80. Deze prijs zal tevens worden toegepast als bonus voor elke vergister méér waarover de evaluatie gehouden wordt;

* voor fase 2 de totaalprijs van deze fase.

Een Inschrijving met een prijsstelling die onrealistisch laag is, wordt uitgesloten. Dit geldt zowel voor de prijs voor fase 1 als voor de prijs voor fase 2.(...)".

2.5. Ter zake van de opdracht zijn twee Nota's van Inlichtingen verstrekt, waarin antwoord wordt gegeven op de vragen van de inschrijvers. In de Nota van Inlichtingen van 19 augustus 2010 is - voor zover hier relevant - het volgende vermeld:

"(...)

Nota van inlichtingen

(...)".

De Nota van Inlichtingen II vermeldt - voor zover hier relevant - het volgende:

<Nota van inlichtingen II

"(...)

Vraag 2Afbakening van de opdracht. In paragraaf 1.3 wordt gemeld dat er een brede evaluatie moet komen van bij voorkeur alle 130 maar in elk geval 80 vergistingsinstallaties. Is het correct dat het daarbij niet alleen gaat om de co-vergistingsinstallaties in de agrarische sector, maar ook de vergisters voor GFT, en overige (industriële) reststromen?

Antwoord: jaPar. 1.3(...)".

2.6. Op 1 september 2010 heeft Biogas Plus zich op uitnodiging van het Agentschap NL voor de opdracht ingeschreven. Daarbij is voor de eerste fase een prijs geoffreerd van € 606,-- per vergister. Als bijlage 3 bij de inschrijving heeft Biogas Plus een Plan van aanpak meegezonden. In paragraaf 3.1 daarvan is het volgende opgenomen:

"(...)

De Ato vermeldt dat "Vergisters bij een RWZI/AWZI die uitsluitend gebruik maken van slib uit de waterzuivering, vallen niet onder de in deze aanbesteding bedoelde vergistingsinstallaties". Er zijn in Nederland circa 30 biogasproducerende, anaerobe afvalwaterzuiveringsinstallaties, bijvoorbeeld bij suikerbedrijven, fritesbedrijven e.d. die geen slib verwerken maar afvalwater. Hoewel deze installaties strikt genomen niet onder de bovengenoemde definitie van de Ato vallen, gaan wij er toch vanuit dat deze installaties buiten het kader van deze evaluatie vallen. Dit geldt ook voor de ca. 5 GFT- of co-vergisters in Nederland. Ook proefinstallaties of experimentele installaties blijven buiten beschouwing van de evaluatie.

(...)".

2.7. Na telefonische vragen van de zijde van het Agentschap NL heeft Biogas Plus op 8 september 2010 in een e-mailbericht een toelichting gegeven op de prijsstelling, voor zover thans van belang inhoudende:

"(...)

2. Prijsstelling

Wij zijn in staat om de prijsstelling (van 606 euro per vergister) te realiseren vanwege drie redenen:

(a) De gegevens van de 30 vergisters komen via ons reguliere werk. Daarvoor behoeven wij dus geen extra kosten te maken.

(b) Onze dagtarieven liggen lager dan die van de meeste collega's. De tarieven die wij toepassen bedragen ca. 500 euro per dag, waar de grotere bureau's veelal tarieven van 700-800 euro per dag toepassen.

(c) Zoals in de offerte aangegeven, hebben wij Access database, gekoppeld aan het webplatform reeds beschikbaar en kunnen deze zonder kosten worden ingezet voor het onderzoek. Daardoor zal de dataverwerking aanzienlijk efficiënter en goedkoper zijn.

(d) De prijs per vergister zou, indien wij niet over bovenstaande mogelijkheden zouden beschikken, naar schatting tussen 1350 en 1550 euro per vergister liggen. Nu kunnen wij e.e.a. tegen aanzienlijk lagere kosten uitvoeren."

2.8. Bij brief van 10 september 2010 heeft het Agentschap NL - voor zover hier van belang - het volgende aan Biogas Plus meegedeeld:

"(...)

Het spijt mij u te moeten meedelen dat ik uw inschrijving moet afwijzen omdat u niet aan alle gestelde eisen voldoet. Ik kan dit als volgt toelichten.

Als prijsstelling voor fase 1 (prijs per vergister) heeft u € 606,- per vergister als prijs opgegeven. Gezien de hoeveelheid werk die u in uw Plan van Aanpak stelt te verrichten in deze fase, ligt deze prijs ver beneden de kosten die u in fase 1 per vergister moet maken. Deze bevinding wordt gestaafd door uw prijs voor fase 1 te vergelijken met die van de andere vier Inschrijvers: de laagste prijs daarvan ligt ruim 1000 euro hoger.

(...)

Mevrouw Brandenburg heeft u en de heer Maaskant telefonisch gesproken en aangegeven dat een als onrealistisch laag beoordeelde prijs tot afwijzing van uw Inschrijving leidt, tenzij er een afdoende verklaring voor is. U heeft daarop per e-mail van 8 september 2010 toegelicht hoe uw prijs tot stand is gekomen.

U heeft mij niet kunnen overtuigen dat uw prijsstelling marktconform is.(...)

Ik ben voornemens om de opdracht aan Organic Waste Systems te gunnen.(...)".

2.9. In een faxbericht d.d. 5 november 2010 aan de advocaat van Biogas Plus heeft de advocaat van de Staat een nadere onderbouwing gegeven van de gronden waarop het Agentschap NL de inschrijving van Biogas Plus heeft uitgesloten. Bij dit faxbericht is de bijlage 'Inschatting werkzaamheden fase 1' gevoegd, waarin - voor zover hier van belang - het volgende is opgenomen:

"Bij het formuleren van de ATO is indicatief uitgegaan van een bedrag van circa € 160.000,= voor de uitvoering van de werkzaamheden in fase 1 van het project. Als dit bedrag gedeeld wordt door het minimaal aantal te onderzoeken vergisters, komt dit op een bedrag van gemiddeld €1.875 per vergister.(...)

Totaal wordt de ureninzet per vergister begroot op 20 uur. Het laagste uurtarief waar Agentschap NL mee heeft gerekend bedraagt € 80. De totale kosten per vergister zijn, als gerekend wordt met dit laagste uurtarief, geraamd op een bedrag van € 1600. De werkzaamheden worden echter niet allemaal uitgevoerd door deze relatief goedkope mensen. Een meer realistische schatting van de kosten per vergister komt dan ook neer op €1875.".

3. Het geschil

3.1. Biogas Plus vordert - zakelijk weergegeven - primair (1) de Staat te gebieden haar voorlopige gunnings- respectievelijk afwijzingsbeslissing in te trekken; (2) de Staat te gebieden over te gaan tot gunning aan Biogas Plus; (3) de Staat te verbieden de opdracht aan een ander dan Biogas Plus te gunnen, danwel gevolg te geven aan een overeenkomst met een derde en (4) de Staat te bevelen een eventuele overeenkomst met een derde op te zeggen, een en ander op straffe van een dwangsom en met veroordeling van de Staat in de kosten van het geding en subsidiair de Staat te verbieden de opdracht te gunnen anders dan na heraanbesteding van de opdracht, met veroordeling van de Staat in de kosten van het geding.

3.2. Daartoe stelt Biogas Plus het volgende. Volgens de Staat is de prijsstelling van Biogas Plus onrealistisch laag, zodat haar inschrijving op grond van paragraaf 4.1.4 van de Offerteaanvraag is uitgesloten. Biogas Plus heeft een tijdsbesteding van in totaal 672 uur begroot. Dat dit aantal lager is dan het aantal uren waarvan de Staat is uitgegaan, maakt de prijsstelling niet onrealistisch laag. Dit geldt te meer nu het prijsverschil verklaard kan worden door de omstandigheid dat Biogas Plus over kennis, ervaring en informatie beschikt en dertig vergisters reeds klant van haar zijn. Voorts is het verschil te verklaren doordat Biogas Plus ervoor kiest om de uitvoering van de opdracht zodanig te combineren met haar reguliere werkzaamheden dat geen reistijd berekend hoeft te worden en doordat Biogas Plus een dagtarief van € 500,-- hanteert. Anders dan de Staat heeft betoogd is dit wel degelijk een marktconform dagtarief. Daar komt bij dat Biogas Plus verwacht meer dan 80 vergisters te kunnen bezoeken en daarvan de gegevens te verzamelen, waardoor een verdere kostenbesparing zal ontstaan.

In de brief van 5 november 2010 noemt de Staat als tweede reden voor de ongeldigheid van de inschrijving van Biogas Plus dat hetgeen Biogas Plus heeft aangeboden, afwijkt van de door de Staat gevraagde diensten. Volgens de Offerteaanvraag betreft de eerste fase een brede evaluatie van zoveel mogelijk, maar tenminste 80 vergistingsinstallaties. De Offerteaanvraag vermeldt niet dat er een bepaalde mix van soorten vergisters moet zijn; er is slechts een aantal voorgeschreven. Nu bovendien in het Plan van Aanpak is omschreven dat de groslijst van vergisters aan de Staat zal worden gepresenteerd voor goedkeuring, en Biogas Plus heeft aangegeven dat zij verwacht te kunnen beschikken over de gegevens van 110 tot 120 vergisters, is de aanbieding van Biogas Plus niet afwijkend van hetgeen de Staat heeft gevraagd.

3.3. De Staat voert gemotiveerd verweer, dat hierna, voor zover nodig, zal worden besproken.

4. De beoordeling van het geschil

4.1. Primair heeft de Staat aangevoerd dat Biogas Plus niet-ontvankelijk is in haar vorderingen, omdat zij de zaak niet binnen een termijn van vijftien dagen na de verzending van het voorgenomen gunningsbesluit bij de voorzieningenrechter van deze rechtbank aanhangig heeft gemaakt, zoals in paragraaf 3.3 van de Offerteaanvraag is voorgeschreven. Biogas Plus heeft de procedure binnen de genoemde termijn aanhangig gemaakt bij de voorzieningenrechter van de rechtbank Utrecht, omdat Agentschap NL, onderdeel van het Ministerie van Economische Zaken, gevestigd is in Utrecht. Dat Biogas Plus de zaak opzettelijk in afwijking van de Offerteaanvraag in Utrecht heeft aangebracht is gesteld noch gebleken. Voorts blijkt uit het voorgaande dat de Staat in ieder geval binnen de genoemde termijn van vijftien dagen op de hoogte was van het door Biogas Plus aanspannen van een kort geding tegen het gunningsvoornemen. Weliswaar heeft voormelde gang van zaken tot enige vertraging van de procedure geleid, maar de Staat heeft onvoldoende onderbouwd dat zijn belangen in dit concrete geval daardoor onevenredig zijn geschaad. Dat volgens de planning in de eerste week van oktober 2010 begonnen zou worden met de uitvoering van de opdracht, waarvan de resultaten van belang zijn voor het ontwikkelen van beleid op het gebied van vergistingsprojecten, is daarvoor naar voorlopig oordeel onvoldoende. Anders dan de Staat heeft betoogd is Biogas Plus dan ook ontvankelijk in haar vorderingen.

4.2. De Staat heeft bezwaar gemaakt tegen de producties 5 tot en met 12 van Biogas Plus, omdat deze pas een dag voor de zitting zijn ontvangen. Genoegzaam gebleken is dat slechts een viertal facturen nieuw was voor de Staat. De voorzieningenrechter heeft de behandeling ter zitting voor korte tijd geschorst om de Staat in de gelegenheid te stellen deze stukken te bestuderen. Mede gelet op de omvang daarvan valt niet in te zien dat de Staat door de late toezending van de stukken op onevenredige wijze in zijn verdediging is geschaad. De genoemde producties zijn derhalve toegelaten als gedingstukken.

4.3. In het onderhavige geschil is aan de orde de vraag of het Agentschap NL gerechtigd was de inschrijving van Biogas Plus als ongeldig aan te merken omdat haar prijsstelling niet marktconform was en omdat zij niet besteksconform heeft ingeschreven. Dienaangaande wordt het volgende overwogen.

4.4. Volgens de Staat is de door Biogas Plus voor fase 1 geoffreerde prijs onrealistisch laag. Uit het antwoord op vraag 46 in de Nota van Inlichtingen volgt dat daarvan sprake is wanneer die prijs, gegeven de te verrichten werkzaamheden en de te leveren prestaties, redelijkerwijs niet marktconform is. Volgens de Staat is de door Biogas Plus geboden prijs niet marktconform, vanwege het verschil tussen de door Biogas Plus geoffreerde prijs van € 606,-- en de op één na laagste geoffreerde prijs van € 1.666,--. De voorzieningenrechter acht het gelet op dit prijsverschil begrijpelijk dat het Agentschap NL een toelichting heeft gevraagd op de prijsstelling van Biogas Plus. Daarmee is voldaan aan artikel 56 Bao, waarin is bepaald dat een aanbestedende dienst een inschrijving pas als onrealistisch laag terzijde kan leggen, als de inschrijver in de gelegenheid is gesteld de inschrijving te verduidelijken.

4.5. In een e-mailbericht van 8 september 2010 heeft Biogas Plus een nadere toelichting op de prijsstelling verstrekt. In de eerste plaats heeft Biogas Plus gesteld dat zij een lage prijs kan offreren omdat zij een dagtarief hanteert van € 500,--. Hiertegen is van de zijde van de Staat naar voren gebracht dat dit - uitgaande van een werkdag van acht uur - correspondeert met een uurtarief van € 62,50, derhalve veel lager dan het minimum uurtarief van € 80,-- waarmee het Agentschap NL gerekend heeft (zie 2.9.) Nu Biogas Plus in haar Plan van Aanpak heeft aangegeven dat zij zeer ervaren en senior experts zal inzetten voor de uitvoering van fase 1, heeft het Agentschap NL voorshands redelijkerwijs kunnen twijfelen aan de marktconformiteit van dit uurtarief, te meer nu de overige inschrijvers uurtarieven hebben geoffreerd die het uurtarief van € 80,-- benaderen. De Staat heeft voorts naar voren gebracht dat uit het uurtarief van Biogas Plus moet worden afgeleid dat zij voor alle werkzaamheden in fase 1 per vergistingsinstallatie slechts 9,7 uur zal besteden, hetgeen veel minder is dan het door het Agentschap NL geraamde aantal uren, te weten 20 per vergister. Naar voorlopig oordeel heeft de Staat in redelijkheid kunnen oordelen dat niet alle werkzaamheden die minimaal nodig zijn om de kwaliteit binnen fase 1 te waarborgen, in zo korte tijd kunnen worden verricht, althans niet tegen een marktconform tarief. Hiertegenover heeft Biogas Plus voorshands onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de omstandigheid dat zij het bezoeken van de vergisters zal combineren met haar reguliere werkzaamheden, zodat geen reistijd hoeft te worden berekend, en dat zij voornemens is méér dan 80 vergisters te bezoeken, tot een zodanige kostenbesparing zullen leiden dat daarmee het hiervoor genoemde prijsverschil en het verschil in het aantal per vergister te besteden uren afdoende verklaard kunnen worden.

4.6. Biogas Plus heeft voorts als verklaring voor haar lage prijs gesteld dat zij ter zake van ongeveer dertig vergisters al over de benodigde gegevens beschikt, zodat zij ter zake van die vergisters geen kosten hoeft te maken. Naar voorlopig oordeel heeft Biogas Plus daarmee evenmin een deugdelijke onderbouwing van haar prijsstelling gegeven. Van de zijde van de Staat is hiertegen immers onbetwist naar voren gebracht dat er bij de omschrijving van de werkzaamheden in de Offerteaanvraag en in het Plan van Aanpak van Biogas Plus telkens vanuit is gegaan dat alle te evalueren vergisters zullen worden bezocht. Dit brengt met zich dat de prijs ook op het totaal gebaseerd dient te zijn, zodat Biogas Plus in haar prijsstelling geen vergisters mag uitsluiten.

4.7. Tegenover de stelling van Biogas Plus dat zij beschikt over een bruikbare Access database, gekoppeld aan een webplatform, zodat zij mede daarom voor een lage prijs kon inschrijven, heeft de Staat voorshands voldoende aannemelijk gemaakt dat ook verschillende andere inschrijvers daarover beschikken, zodat het prijsverschil hierdoor evenmin afdoende wordt verklaard. Daar komt bij dat de Staat onbetwist naar voren heeft gebracht dat - voor zover Biogas Plus al in het voordeel zou zijn doordat zij reeds over bepaalde gegevens beschikt - Biogas Plus in de toelichting op de prijsstelling onvoldoende specifiek aannemelijk heeft gemaakt om welke gegevens het gaat, wat het effect daarvan is op de dienstverlening en hoe dit zich vertaalt in tijdwinst. Naar voorlopig oordeel mocht van Biogas Plus verwacht worden dat zij een zodanig onderbouwde nadere toelichting op haar prijsstelling zou geven dat het Agentschap NL aan de hand daarvan kon toetsen in hoeverre werkelijk sprake is van een besparing in tijd en kosten. Nu Biogas Plus dit heeft nagelaten en de prijsstelling ter zitting evenmin op adequate wijze nader is toegelicht, is de voorzieningenrechter van oordeel dat het Agentschap NL in redelijkheid tot het oordeel heeft kunnen komen dat Biogas Plus onvoldoende heeft onderbouwd dat haar prijsstelling marktconform is, zodat het Agentschap NL haar inschrijving gelet op paragraaf 4.1 van de Offerteaanvraag terecht van verdere deelname aan de aanbestedingsprocedure heeft uitgesloten.

4.8. Uit het voorgaande volgt reeds dat de vorderingen van Biogas Plus moeten worden afgewezen. Hetgeen partijen overigens nog hebben gesteld en aangevoerd - met name ter zake van de vraag of Biogas Plus besteksconform heeft ingeschreven - behoeft daarom geen verdere bespreking.

4.9. Biogas Plus zal, als de in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de kosten van dit geding, te vermeerderen met de wettelijke rente zoals hierna vermeld.

5. De beslissing

De voorzieningenrechter:

- wijst de vorderingen af;

- veroordeelt eiseressen hoofdelijk in de kosten van dit geding, tot dusver aan de zijde van de Staat begroot op € 1.079,--, waarvan € 816,-- aan salaris advocaat en € 263,-- aan griffierecht;

- bepaalt dat over de proceskosten de wettelijke rente verschuldigd is vanaf veertien dagen na het wijzen van dit vonnis;

- verklaart deze proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. P.A. Koppen en in het openbaar uitgesproken op 26 november 2010.

mvt