Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2010:BO5422

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
24-11-2010
Datum publicatie
22-12-2010
Zaaknummer
AWB 09/44453 BEPTDN
Rechtsgebieden
Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Ouders, broer en zus van minderjarig kind dat voor medische behandeling in Nederland verblijft, ontvangen na ongeveer zes jaar een onafhankelijke verblijfsvergunning voor voortgezet verblijf met de arbeidsmarktaantekening "Arbeid uitsluitend toegestaan mits werkgever beschikt over TWV". Eisers komen in bezwaar en beroep tegen deze arbeidsmarktaantekening, die zij strijdig achten met letter en geest van de gezinsherenigingsrichtlijn (Ri2003/86/EG van 22 september 2003). Verder betogen zij dat het wettelijke stelsel van artikel 4 juncto 2 van de Wav en artikel 2 van het Besluit uitvoering Wav strijdig is met artikel 8 EVRM. Deze stellingen worden door de rechtbank verworpen. Beroep ongegrond.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE

Sector bestuursrecht

Afdeling 3, enkelvoudige kamer

Reg.nr.: AWB 09/44453 BEPTDN

UITSPRAAK ingevolge artikel 8:77 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb)

in het geding tussen

[A], [B], [C] en [D], eisers, V-nummers [nummer 1], [nummer 2], [nummer 3] en [nummer 4], woonplaats kiezende ten kantore van hun gemachtigde, mr. C.F. Wassenaar, advocaat te Rotterdam,

en

de minister van Justitie, voorheen de staatssecretaris van Justitie, verweerder.

I. PROCESVERLOOP

Eisers, geboren op respectievelijk [datum] 1956, [datum] 1963, [datum] 1997 en [datum] 2000 hebben allen de Nigeriaanse nationaliteit en verblijven als vreemdeling in Nederland.

Bij beschikking van 24 mei 2006 zijn eisers in het bezit gesteld van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd onder de beperking 'verblijf bij [E]', met een geldigheidsduur van 4 mei 2006 tot 29 september 2006, laatstelijk verlengd tot 30 mei 2012.

[E], geboren [datum] 1995, is de dochter van [A] en [B]. Zij is in het bezit gesteld van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd met als doel 'medische behandeling', met ingang van 29 september 2003.

Op 7 augustus 2009 hebben eisers een aanvraag ingediend tot het wijzigen van deze verblijfsvergunning voor wat de beperking betreft in de beperking "voortgezet verblijf". Deze aanvraag is door verweerder bij besluiten van 15 september 2009 ingewilligd met als arbeidsmarktaantekening "Arbeid uitsluitend toegestaan mits werkgever beschikt over TWV", met ingang van 11 augustus 2009, geldig tot 11 augustus 2014. Eisers hebben tegen dit besluit op 30 september 2009 een bezwaarschrift ingediend. Bij besluit van 3 november 2009 heeft verweerder het bezwaar ongegrond verklaard.

Bij schrijven van 1 december 2009 hebben eisers tegen dit besluit beroep ingesteld bij de rechtbank. Verweerder heeft de op de zaak betrekking hebbende stukken ingezonden en een verweerschrift ingediend.

De openbare behandeling van het beroep heeft plaatsgevonden op 22 maart 2010.

Eiser [A] is aldaar in persoon verschenen, bijgestaan door mr. M.C. de Jong, kantoorgenoot van mr. C.F. Wassenaar.

Verweerder heeft zich doen vertegenwoordigen door mr. J.S.M. Rietveld.

Bij brief van 27 april 2010 heeft de rechtbank partijen bericht dat zij de termijn voor het doen van uitspraak had verlengd.

II. OVERWEGINGEN

1 In dit geding dient te worden beoordeeld of het bestreden besluit in het licht van de daartegen aangevoerde beroepsgronden de toetsing aan geschreven en ongeschreven rechtsregels kan doorstaan.

2 Eisers stellen dat verweerder in het bestreden besluit in bezwaar ten onrechte de arbeidsmarktaantekening 'Arbeid uitsluitend toegestaan mits werkgever beschikt over TWV' aan de verblijfsvergunningen heeft gehandhaafd. Daartoe hebben zij een beroep gedaan op Richtlijn 2003/86/EG van 22 september 2003 inzake het recht op gezinshereniging, PB L 251/12 (hierna: Richtlijn) en op artikel 8 EVRM. Volgens eisers is de Wet arbeid vreemdelingen (Wav) in gevallen als hier aan de orde in strijd met de genoemde Richtlijn en met het recht op privé-leven als bedoeld in artikel 8 EVRM.

Eisers hebben zo in Nederland geen kans op werk, aangezien ten behoeve van hen nimmer een tewerkstellingsvergunning (TWV) zal worden verleend, omdat zij niet dermate goed geschoold zijn dat er geen prioriteitgenietend aanbod aanwezig is. Naar verwachting zullen eisers nooit kunnen voldoen aan de criteria van artikel 3.31 van het Vreemdelingenbesluit 2000 voor het verkrijgen van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd onder de beperking "arbeid in loondienst". Het gaat hier verder om een beperking die leidt tot stagnatie van de participatie en integratie van eisers in de Nederlandse samenleving.

Uit artikel 15 van de Richtlijn volgt dat eisers na vijf jaar rechtmatig verblijf recht hebben op een autonome verblijfstitel, onafhankelijk van de gezinshereniger. In het geval van eisers betreft de verblijfsvergunning onder de beperking "voortgezet verblijf" geen autonome onafhankelijke titel, aangezien zij niet het recht hebben om te werken.

Voorts hebben eisers aangevoerd dat gezinshereniging volgens Richtlijn 2003/86/EG de mogelijkheid biedt de economische en sociale samenhang te versterken, hetgeen een fundamentele doelstelling van de Gemeenschap is. In het geval van eisers wordt deze doelstelling niet gehaald omdat zij niet mogen werken.

Tenslotte wordt aangevoerd dat het recht op privéleven, zoals bepaald in artikel 8 EVRM, ook bestaat uit het recht om te werken. De TWV-plicht legt een zeer zware beperking op het recht om te werken en gelet op vaste jurisprudentie van het EHRM is het de vraag of het beperken van het recht op arbeid voor eisers, gelet op hun verblijfstatus, die van onbepaalde duur is, in overeenstemming is met artikel 8 EVRM.

3 Verweerder stelt zich onder verwijzing naar de ingediende stukken op het standpunt dat de arbeidsmarktaantekening 'Arbeid uitsluitend toegestaan mits werkgever beschikt over TWV' niet in strijd is met de Richtlijn noch met artikel 8 EVRM en dat in het bestreden besluit terecht is geconcludeerd dat de bezwaren ongegrond zijn.

4 De rechtbank stelt allereerst vast dat het beroep zich beperkt tot de op de aan eisers verleende verblijfsvergunning gestelde arbeidsmarktaantekening.

Tussen partijen is niet in geschil dat er, gelet op het bepaalde in artikel 4 juncto artikel 2 van de Wav en in artikel 2 van het Besluit uitvoering Wav, wettelijk geen mogelijkheden zijn om eisers in aanmerking te brengen voor de door hen gewenste arbeidsmarktaantekening "Arbeid vrij toegestaan. TWV niet vereist' (artikel 4, eerste lid, van de Wav). Eisers betogen evenwel dat de genoemde bepalingen van de Wav en van het daarop gebaseerde uitvoeringsbesluit in strijd zijn met de Richtlijn en met artikel 8 EVRM, gelet op artikel 94 van de Grondwet.

5 Ten aanzien van de stelling van eisers dat de aan hen verleende verblijfsvergunning geen autonome verblijfstitel is, overweegt de rechtbank als volgt.

In Richtlijn 2003/86/EG wordt volgens artikel 2, onder e, onder verblijfstitel verstaan: elke toestemming die verleend wordt door de autoriteiten van een lidstaat die een onderdaan van een derde land toestaat om legaal op het grondgebied van die lidstaat te verblijven (...).

De toestemming aan eisers om legaal hier te lande te verblijven is thans gebaseerd op een verblijfstitel "voortgezet verblijf". Deze verblijfstitel is losgekoppeld van de verblijfstitel

'Verblijf bij [E]' van de oorspronkelijke verblijfgever.

De aan eisers verleende verblijfsvergunning voor bepaalde tijd met de beperking "voortgezet verblijf" is derhalve een autonome verblijfstitel in de zin van de Richtlijn.

De bijbehorende arbeidmarktaantekening "Arbeid uitsluitend toegestaan indien werkgever beschikt over TWV" doet aan het karakter van autonome verblijfstitel niets af. In dit verband heeft verweerder er terecht op gewezen dat in artikel 15, vierde lid, van de Richtlijn is bepaald dat de voorwaarden betreffende de verlening en de geldigheidsduur van de autonome verblijfstitel in het nationale recht worden vastgesteld.

In punt 15 van de considerans van de Richtlijn wordt voorts overwogen dat "de integratie van de gezinsleden bevorderd dient worden, weshalve zij een status dienen te verkrijgen die onafhankelijk is van die van de gezinshereniger, met name in het geval van echtscheiding en het beëindigen van een relatie. Zij moeten op dezelfde voorwaarden als de gezinshereniger toegang hebben tot onderwijs, werk en beroepsopleiding."

In dit concrete geval hebben eisers een verblijfsvergunning die onafhankelijk is van de gezinshereniger [E]. Deze laatste heeft thans zelf een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd onder de beperking "voortgezet verblijf" met de arbeidsmarktaantekening 'Arbeid uitsluitend toegestaan mits werkgever beschikt over TWV'. De op de verblijfsvergunning van eisers aangetekende gelijkluidende arbeidsmarktaantekening is gelet hierop niet in strijd met punt 15 van de considerans van de Richtlijn.

6 Ten aanzien van de stelling van eisers dat zij geen vrije toegang hebben tot de arbeidsmarkt, hetgeen niet alleen hun participatie en integratie in de samenleving niet bevordert, maar ook strijdig is met de doelstelling zoals verwoord in punt 4 van de considerans van de Richtlijn, overweegt de rechtbank het volgende.

De rechtbank verwijst in dit verband naar punt 15 van de considerans dat over integratie handelt en voorts naar hetgeen de rechtbank hiervoor onder punt 5 over punt 15 van de considerans heeft overwogen. Voor de stelling dat de punten 4 en 15 van de considerans strijdig zouden zijn met elkaar ziet de rechtbank geen grond. Van belang acht de rechtbank dat arbeid voor eisers is toegestaan, zij het dat de werkgever dient te beschikken over een TWV. Voor de stelling dat het wettelijke stelsel van artikel 4 juncto 2 van de Wav in strijd zou zijn met de Richtlijn, ziet de rechtbank in het licht van de voorgaande overwegingen geen grond. De Richtlijn biedt eisers geen aanspraak op voortgezet verblijf in Nederland onder de door hen gewenste minder vergaande arbeidsmarktaantekening. Het in Nederland bestaande wettelijke stelsel van artikel 4 juncto 2 van de Wav en artikel 2 van het Besluit uitvoering Wav is dan ook niet in strijd met de Richtlijn.

7 Ten aanzien van de stelling dat het prioriteit genietend aanbod altijd voorrang zal hebben en eisers daardoor, gelet op hun geringe opleiding, niet in staat moeten worden geacht werk te vinden, heeft verweerder terecht overwogen dat, nog daargelaten dat eisers niet hebben aangetoond niet te kunnen voldoen aan de voorwaarden voor een TWV en dat zij hun opleidingskwalificaties zouden kunnen verbeteren, dergelijke omstandigheden geen reden kunnen zijn de door eisers gewenste arbeidsmarktaantekening af te geven.

Voorts kan de vraag of ten aanzien van eisers een TWV zal worden afgegeven niet binnen deze procedure worden beantwoord. Zie hiervoor onder meer de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (AbRS) van 9 juli 2009, LJN: BK0664.

8 Ten aanzien van de stelling dat het onthouden aan eisers van het recht op werk strijd oplevert in het kader van privé-leven met artikel 8 EVRM overweegt de rechtbank als volgt.

De rechtbank ziet niet in dat de arbeidsmarktaantekening van eisers in strijd is met artikel 8 van het EVRM. De rechtbank verwijst hierbij tevens naar hetgeen hiervoor is overwogen omtrent punt 15 van de considerans van de Richtlijn. Eisers mogen werken als zij in het bezit zijn van een TWV. Ten aanzien van eisers staat niet vast dat zij niet in het bezit gesteld kunnen worden van een TWV. Voorts betekent de huidige onafhankelijke verblijfstitel van eisers met de door hen bestreden arbeidsmarktaantekening een verbetering ten opzichte van de voorheen bestaande afhankelijke verblijfstitel, waarbij arbeid niet was toegestaan. In zoverre is de participatie en integratie van eisers in de samenleving door het kunnen verrichten van arbeid een stap naderbij gekomen. Ook op deze grond acht de rechtbank geen sprake van strijd met artikel 8 van het EVRM.

9 Het beroep is, gelet op de voorgaande overwegingen, ongegrond.

10 Er zijn geen termen aanwezig voor een proceskostenveroordeling.

III. BESLISSING

De rechtbank 's-Gravenhage,

RECHT DOENDE:

verklaart het beroep ongegrond.

Aldus vastgesteld door mr. J.W.H.B. Sentrop, in tegenwoordigheid van de griffier R.A.A. Strietman.

De griffier is niet in staat deze uitspraak te ondertekenen.

Uitgesproken in het openbaar op 24 november 2010.

RECHTSMIDDEL

Partijen kunnen tegen deze uitspraak hoger beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

De termijn voor het indienen van een beroepschrift bedraagt vier weken na de verzending van de uitspraak door de griffier.

Bij het beroepschrift dient een kopie van deze uitspraak te worden overgelegd. Het beroepschrift dient een of meer grieven tegen de uitspraak van de rechtbank te bevatten en moet worden geadresseerd aan de Raad van State, Afdeling bestuursrechtspraak, Hoger beroep vreemdelingenzaken, Postbus 16113, 2500 BC Den Haag. (Nadere informatie: www.raadvanstate.nl)