Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2010:BO5371

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
26-11-2010
Datum publicatie
30-11-2010
Zaaknummer
09-757218-10
Rechtsgebieden
Strafrecht
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De verdachte heeft zich in een korte tijd schuldig gemaakt aan een groot aantal ernstige strafbare feiten. Ten eerste heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan verduistering van een huurauto. Voorts heeft de verdachte zich samen met anderen schuldig gemaakt aan vijf inbraken waarbij een grote hoeveelheid sigaretten, merkkleding en mobiele telefoons zijn weggenomen. Een aantal van deze feiten is begaan met gebruikmaking van de verduisterde huurauto. Behalve het feit dat door het wegnemen van deze goederen veel schade is toegebracht aan de winkeliers hebben de verdachte en zijn medeverdachten ook in de winkels veel schade aangericht. Zij zijn met grof geweld te werk gegaan om de winkels binnen te komen en om in de winkel goederen van hun gading weg te kunnen nemen. Dat de verdachte en zijn medeverdachten bereid zijn ter wille van hun geldelijk gewin de integriteit van anderen op grove en ernstige wijze te schenden blijkt uit het uit het geweld dat is toegebracht aan het slachtoffer. Nadat er voor de zoveelste keer in zijn winkel was ingebroken heeft het slachtoffer getracht de verdachte en zijn medeverdachten tegen te houden toen zij de winkel wilden verlaten. Het slachtoffer is toen op een hardhandige en gewelddadige manier aangepakt. Er is met glas naar hem gegooid, hij is geschopt en geslagen terwijl hij op de grond ligt en er is een stellage in zijn richting gegooid. Het slachtoffer heeft hierdoor niet alleen ernstig letsel opgelopen aan zijn borstbeen maar ondervindt ook – nog steeds- psychische klachten. Ook zijn gezinsleden lijden nog steeds ernstig onder de gevolgen van het misdrijf. Tot slot heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan de diefstal van een motorfiets en een auto. Diefstal is een ergerlijk feit dat schade en overlast toebrengt aan de eigenaar en in het algemeen gevoelens van onrust en onveiligheid veroorzaakt. Gevangenisstraf voor de duur van 5 jaar, waarvan 1 jaar voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ‘S-GRAVENHAGE

Sector familie- en jeugdrecht

Meervoudige strafkamer

Parketnummer 09/757218-10

Datum uitspraak: 26 november 2010

Tegenspraak

(Promis)

De rechtbank ’s-Gravenhage heeft op de grondslag van de tenlastelegging en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1989,

adres: [adres]

thans gedetineerd in de penitentiaire inrichting Haaglanden te Zoetermeer.

1. Het onderzoek ter terechtzitting

Het onderzoek is gehouden ter terechtzitting van 19 augustus 2010, 9 november 2010 en 12 november 2010.

Op de terechtzittingen van 9 november 2010 en 12 november 2010 werd het openbaar ministerie vertegenwoordigd door de officieren van justitie mr. D.M. Kortekaas en mr. L.A. Pronk; laatstgenoemde heeft ter terechtzitting het woord gevoerd.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen door de raadsvrouw van verdachte mr. M. Hoekzema, advocaat te Utrecht, en door de verdachte naar voren is gebracht.

2. De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

Betreft zaak 1 van het procesverbaal:

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 19 december

2009 tot en met 12 januari 2010 te 's-Gravenhage, in elk geval in Nederland

opzettelijk een bestelauto, Mercedes Vito (kenteken [kenteken]), in elk geval

enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [bedrijf] en/of

Autoverhuurbedrijf [bedrijf], in elk geval aan een ander of anderen dan

aan verdachte, welk(e) goed(eren) verdachte anders dan door misdrijf, te weten

als huurder, onder zich had, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend;

art 321 Wetboek van Strafrecht

2.

Betreft zaak 2 van het proces-verbaal:

hij op of omstreeks 03 januari 2010 te Meppel tezamen en in vereniging met

een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke

toeëigening in/uit een winkel van [winkelketen], gevestigd aan de [straat]

heeft weggenomen een groot aantal pakjes sigaretten en/of shag, in elk geval

enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [A], in elk geval

aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), zulks na

zich de toegang tot de plaats van het misdrijf

te hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik

te hebben gebracht door een of meer slot(en) te verbreken, althans te forceren;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

3.

Betreft zaak 3 van het proces-verbaal:

hij op of omstreeks 31 december 2009 te Oudenbosch, gemeente Halderberge,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het

oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een winkel ([winkel])

heeft weggenomen een aantal pakjes sigaretten in elk geval enig goed, geheel

of ten dele toebehorende aan [B] en/of [C]

en/of

[winkel] in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of

zijn mededader(s), zulks na zich de toegang tot de plaats van het misdrijf te

hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik te

hebben gebracht door de ruit van de toegangsdeur van bovengenoemde winkel in

te slaan/te verbreken;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

4.

Betreft zaak 4 en zaak 22 van het proces-verbaal:

hij op of omstreeks 25 november 2009 en/of 02 januari 2010 te Ulvenhout,

gemeente Breda tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans

alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening (telkens) in/uit een

winkel genaamd "[winkel]" heeft weggenomen merkkleding, te weten een

aantal (29) jassen en/of een aantal (42) kledingstukken en/of een aantal

damesjassen en/of een aantal jurken en/of een aantal spijkerbroeken (Armani)

en/of een aantal blouses/sweaters (Hugo Boss en/of Armani) in elk geval enig

goed, geheel of ten dele toebehorende aan [D] en/of "[winkel]", in

elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

zulks na zich de toegang tot de plaats van het misdrijf te hebben verschaft

en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik te hebben gebracht

door (telkens)

- het gooien van stenen tegen en/of door de voorpui van die winkel en/of

- het forceren van een deur van die winkel;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

5.

Betreft zaak 6 van het proces-verbaal:

hij in of omstreeks 06 februari 2010 en/of 07 februari 2010

te 's-Gravenhage tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans

alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een winkel van

[winkelketen] gevestigd aan het Kleine Loo heeft weggenomen een aantal (20)

mobiele telefoons in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan

[winkelketen], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of

zijn mededader(s), zulks na zich de toegang tot de plaats van het misdrijf te

hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik te

hebben gebracht door een trottoirtegel door de glazen schuifdeur van die

winkel te gooien en/of (het) slot(en) van een of meer kast(en) open te

breken, althans te forceren;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

6.

Betreft zaak 7 van het proces-verbaal:

hij op of omstreeks 07 februari 2010 en/of 08 februari 2010 te Meppel tezamen

en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van

wederrechtelijke toeëigening in/uit een winkel gevestigd aan de [straat]

heeft weggenomen een (groot) aantal pakjes sigaretten in elk geval enig goed,

geheel of ten dele toebehorende aan [A] in elk geval aan een ander

of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd

voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met

geweld tegen die [A], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor

te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad

aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken,

hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke

bedreiging met geweld bestond(en) uit het:

- gooien van stukken glas op/tegen en/of in de richting van het lichaam van

die [A] en/of

- gooien van een stellage op/tegen en/of in de richting van het lichaam van

die [A] en/of

- slaan (met een koevoet en/of een stok) en/of schoppen/trappen tegen/op het

lichaam van die [A] (ook terwijl die [A] op de grond lag);

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

7.

Betreft zaak 11 van het proces-verbaal:

hij op of omstreeks 10 maart 2010 te Ter Aar, gemeente Nieuwkoop, tezamen en

in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van

wederrechtelijke toeëigening in/uit een tankstation, gevestigd aan de

[adres] heeft weggenomen een aantal (ongeveer 1000) pakjes

sigaretten, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan

[E] en/of [F], in elk geval aan een ander of

anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), zulks na zich de toegang

tot de plaats van het misdrijf te hebben verschaft en/of de/het weg te nemen

goed(eren) onder zijn/hun bereik te hebben gebracht door een schuifdeur van

dat tankstation in te slaan en/of te verbreken, althans te forceren;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

8.

Betreft zaak 16 en 26 van het proces-verbaal:

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 27 december

2009 tot en met 29 december 2009 te

a. Antwerpen (België) en/of

b. Aachen (Duitsland),

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het

oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen

a. een motorfiets (Piaggio, LXV 125) en/of

b. een motorfiets (Gilera, ACTC 1975),

in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan

a. aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) en/of

b. [G];

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

9.

Betreft zaak 30 van het proces-verbaal:

hij in of omstreeks de periode van 9 maart 2010 tot en met 10 maart 2010 te

's-Gravenhage tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans

alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen

een bestelbus Volkswagen Transporter (kenteken [kenteken]), in elk geval enig

goed, geheel of ten dele toebehorende aan [H] en/of een Lease

Maatschappij, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of

zijn mededader(s);

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

Subsidiair, indien het vorenstaande niet tot een bewezenverklaring en/of een

veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij in of omstreeks de periode van 9 maart 2010 tot en met 10 maart 2010 te

's-Gravenhage, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een

ander of anderen, althans alleen, een bestelbus Volkswagen Transporter

(kenteken [kenteken]), heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft

overgedragen, terwijl hij en/of zijn mededader(s) ten tijde van het verwerven

of het voorhanden krijgen van die bestelbus wist(en) althans redelijkerwijs

had(den) moeten vermoeden dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren)

betrof;

art 417bis lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 416 lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

3. Het bewijs

3.1 Het standpunt van de officier van justitie

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan verduistering van een bestelbus. Voorts zou de verdachte zich samen met anderen schuldig hebben gemaakt aan een zevental inbraken in winkels, waaronder één inbraak met geweld. Daarnaast komt de verdenking er op neer dat de verdachte zich samen met anderen schuldig heeft gemaakt aan diefstal van twee motorfietsen en aan diefstal dan wel heling van een bestelbus.

De officier van justitie mr. L.A. Pronk heeft het woord gevoerd en gevorderd dat de rechtbank wettig en overtuigend bewezen zal verklaren dat verdachte alle feiten heeft begaan, waarbij de officier van justitie bij feit 9 uitgaat van een bewezenverklaring van het primair tenlastegelegde.

3.2 Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft ten aanzien van de ten laste gelegde feiten vrijspraak bepleit.

Ten aanzien van feit 1 heeft zij daarbij aangegeven dat geen sprake is geweest van wederrechtelijke toe-eigening van de gehuurde bestelbus, aangezien het enkel niet terugbrengen hiervan onvoldoende is voor een bewezenverklaring.

Ten aanzien van de feiten 2 en 3 heeft de raadsvrouw bepleit dat het gegeven dat de door de verdachte gehuurde Mercedes Vito volgens de track & trace-gegevens op een bepaald moment op een bepaalde plaats is geweest, onvoldoende bewijs oplevert dat ook de verdachte bij de feiten betrokken is.

Ten aanzien van feit 4 heeft de raadsvrouw aangegeven dat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs is om tot een bewezenverklaring te komen. Met betrekking tot de zaak van 25 november 2009 zijn alleen de kledinglabels, gevonden bij een huiszoeking in de woning van de verdachte, aan de verdachte te linken. De verdachte heeft hierover ter terechtzitting een, volgens de raadsvrouw duidelijke, verklaring afgelegd. De tapgesprekken en de sms-berichten kunnen volgens de raadsvrouw niet bijdragen aan het bewijs nu niet vaststaat dat de gesprekken gevoerd zijn door de verdachte en de sms-berichten wellicht verstuurd zijn door iemand anders.

De verdachte heeft immers verklaard dat hij zijn mobiele telefoon regelmatig uitleent aan anderen, aldus de raadsvrouw en er is in het dossier onvoldoende omschreven en onderbouwd dat de stem van de verdachte te horen is op de tapgesprekken. Ten aanzien van de zaak op 2 januari 2010 staat volgens de raadsvrouw slechts vast dat de Mercedes Vito op het moment van de inbraak in Ulvenhout is geweest.

Ten aanzien van feit 5 heeft de raadsvrouw bepleit dat er, buiten een tweetal herkenningen door verbalisanten, geen ondersteunend en in ieder geval geen overtuigend bewijs is tegen de verdachte.

Ook ten aanzien van feit 6 is de raadsvrouw van mening dat er geen overtuigend bewijs is tegen de verdachte nu de verdachte door een aantal verbalisanten niet is herkend, het niet duidelijk is of de verdachte die nacht zijn eigen telefoon in gebruik heeft gehad en de zus van medeverdachte [medeverdachte 1], [naam zus], haar voor de verdachte belastende verklaring heeft ingetrokken.

Ten aanzien van feit 7 is de raadsvrouw eveneens van mening dat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs in het dossier aanwezig is. De tapgesprekken zijn niet te herleiden tot het ten laste gelegde feit en is er onduidelijkheid over de mastgegevens.

Ten aanzien van feit 8, onderdeel b, heeft de raadsvrouw aangevoerd dat slechts kan worden vastgesteld dat de verdachte samen met [medeverdachte 1] een rondje heeft gereden op de motorfiets. Er kan echter niet worden vastgesteld dat de verdachte de nacht dat de motorfiets in Duitsland is gestolen daadwerkelijk in Duitsland is geweest. Het feit dat de Mercedes Vito in Duitsland is geweest, zegt immers niets over de aanwezigheid van de verdachte in Duitsland. Hetzelfde geldt volgens de raadsvrouw ook ten aanzien van de in Antwerpen gestolen motorfiets. Bovendien is deze bij de medeverdachte [medeverdachte 2] aangetroffen. Tot slot heeft de raadsvrouw aangevoerd dat het ten aanzien van feit 9 onvoldoende duidelijk is hoe, wanneer en door wie de Volkswagen Transporter is weggenomen.

3.3 De beoordeling van de tenlastelegging

Uit het dossier en het verhandelde ter terechtzitting leidt de rechtbank het volgende af.

Onderzoek “Tabak”1

In december 2009 is door het flexteam van het politiebureau Hoefkade een politieonderzoek onder de naam “Tabak” gestart. Dit politieonderzoek richtte zich op een groep jongeren die zich ophoudt rond het buurthuis [buurthuis], de zogenoemde [naam buurthuis]groep. Deze [naam buurthuis]groep bestaat uit ongeveer 65 jongeren die in verschillende samenstellingen voor overlast in de buurt zorgen en strafbare feiten plegen op zowel regionaal als bovenregionaal niveau. Door de politie is een analyse gemaakt naar de personen, onder wie de verdachte, die deel uitmaken van deze [naam buurthuis]groep.2 Uit deze analyse bleek dat zich binnen deze [naam buurthuis]groep meerdere subgroepen bevonden. Een van deze subgroepen bleek te worden gevormd door: [medeverdachte 2], [medeverdachte 3], [verdachte], [X] en [Y].3

Modus Operandi

Uit de analyse is ook gebleken dat bij de incidenten waar de personen van deze subgroep als verdachten worden aangemerkt sprake is van dezelfde modus operandi, betreffende de keuze van winkelbedrijven, gestolen goederen, de wijze van binnenkomst en de keuze van gebruikte werktuigen en hulpmiddelen. De subgroep richt zich met name op parfumeries, juweliers, [winkel]-vestigingen en supermarkten, waaronder met name [winkelketen]. Uit deze winkels worden sigaretten, mobiele telefoons, flessen parfum en sieraden weggenomen na het ingooien van glazen toegangsdeuren, het verbreken van cilindersloten met behulp van professioneel inbrekersgereedschap zoals slotentrekkers en het verbreken van hang- en sluitwerk door middel van een schroevendraaier en een breekijzer.

Behalve van de slotentrekker, schroevendraaier en breekijzer maakt deze groep gebruik van sportassen, big shopper tassen en hoeslakens.4

De verblijfplaats van de verdachte

De verdachte heeft ter terechtzitting naar voren gebracht niet te wonen op het adres [adres 1] en mitsdien niets te maken te hebben met de goederen die bij de huiszoeking d.d. 17 mei 2010 op dat adres in beslag zijn genomen. Volgens de gegevens van de gemeentelijke basis-administratie staat de verdachte ingeschreven op het adres [adres 2] te [woonplaats] en dit is ook het adres waarop hij –samen met twee broers- woonachtig is, aldus de verdachte. De rechtbank is echter van oordeel dat deze verklaring niet geloofwaardig is en dat het daadwerkelijke verblijfadres van de verdachte de [adres 1] is nu de politie voornoemd gba-adres heeft bezocht en aldaar een persoon aantrof die verklaarde reeds twee jaar op dit adres woonachtig te zijn. Voorts is door de politie geconstateerd dat deze portiekwoning was ingericht als ‘gewoon’ woonhuis en dat uit de inrichting bleek dat geen sprake was van onderverdeling of kamerhuur.5 Ten slotte volgt uit de weergave van het getapte telefoongesprek (genummerd 476) tussen de verdachte en medeverdachte [medeverdachte 4] dat de verdachte tegen [medeverdachte 4] heeft gezegd te wonen op de [adres 1] maar te staan ingeschreven ‘bij zijn broer’, waarop [medeverdachte 4] nog lachend zegt ‘je bent aan het frauderen, ik ben van de ID groep’.6

Ten aanzien van feit 1 (zaak 1)7

Op 19 december 2009 heeft de verdachte voor twee dagen een bestelbus Mercedes Vito bij autoverhuurbedrijf [bedrijf], eerder genaamd [bedrijf] gehuurd.8 Hierbij is een kopie gemaakt van zijn rijbewijs.9 De verdachte heeft het huurcontract ondertekend10 en zijn mobiele telefoonnummer11 ingevuld op het verhuurcontract.12

De Mercedes Vito is op 21 december 2009 niet teruggebracht naar het verhuurbedrijf, van welk feit op 7 januari 2010 aangifte is gedaan door de heer [I]. De auto is op 7 januari 2010 onbeheerd aangetroffen op de Pletterijkade te ’s-Gravenhage. Op 8 januari 2010 is deze door een hulpdienst weggesleept.13 De verdachte heeft bij de politie erkend dat hij de Mercedes Vito heeft gehuurd en dat hij het huurcontract heeft ondertekend.14

De rechtbank overweegt dat de verdachte zich de Mercedes Vito opzettelijk en wederrechtelijk heeft toegeëigend, in de periode na het aflopen van de in het verhuurcontract opgenomen termijn. De verdachte heeft de bestelbus immers niet op de overeengekomen datum, namelijk 21 december 2009 om 18.00 uur, (of op enige datum nadien) naar het verhuurbedrijf teruggebracht Blijkens de aangifte heeft de eigenaar van het verhuurbedrijf meermalen vergeefs getracht verdachte telefonisch te benaderen om de verdachte te bewegen de gehuurde bestelbus te retourneren. De verdachte is na het verstrijken van de verhuurperiode in de bestelbus blijven rijden en heeft hierover als heer en meester beschikt, totdat deze bestelbus onbeheerd is aangetroffen. Niet is gebleken dat de verdachte op enig moment de Mercedes Vito heeft willen retourneren. Dit is ook noch bij de politie noch ter terechtzitting door de verdachte aangevoerd. Op grond van vorenstaande acht de rechtbank mitsdien wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan verduistering van de Mercedes Vito in de periode van 21 december 2009 tot en met 8 januari 2010.

Ten aanzien van feit 2 (zaak 5)

In de periode van 19 december 2009 tot en met 31 december 2009 is de Mercedes Vito een aantal keer gecontroleerd door de politie in ’s-Gravenhage, waarbij telkens de verdachte als bestuurder van de bestelbus is aangetroffen.15 Op 21 december 2009 heeft een aanrijding met de Mercedes Vito plaatsgevonden in Amersfoort. Op het aanrijdingsformulier16 zijn de gegevens van de verdachte ingevuld. Op 23 december 2009 is de Merces Vito doorgereden na een aanrijding in Moerkapelle.17 Op 4 januari 2010 is de Mercedes Vito betrokken bij een aanrijding in Duitsland. De verdachte is door de Duitse politie als bestuurder genoteerd.18

De verdachte heeft ter terechtzitting erkend dat hij in de Mercedes Vito heeft gereden, maar dat dit alleen in 's-Gravenhage is geweest.19 Gezien het vorenstaande,en het feit dat op geen enkel moment iemand anders als bestuurder in de Mercedes Vito is aangetroffen en bij het ontbreken van een duidelijke verklaring van de verdachte waaruit blijkt welke personen dan wel in de Mercedes Vito zouden hebben gereden, acht de rechtbank de verklaring van de verdachte dat hij alleen in 's-Gravenhage heeft gereden niet aannemelijk. De rechtbank gaat er dan ook van uit dat het de verdachte is geweest die in de periode van 19 december 2009 tot en met 7 januari 2010 in de Mercedes Vito heeft gereden en dat hij derhalve op alle plekken is geweest die uit het track & trace-systeem volgen.

De door de verdachte gehuurde Mercedes Vito is voorzien van een zogenoemd track & trace-systeem waarmee de route die met het voertuig is afgelegd wordt vastgelegd middels GPS.20Dit systeem wordt geacht zeer nauwkeurig en betrouwbaar te zijn.

Uit deze track & trace-gegevens blijkt dat de Mercedes Vito op 23 december 2009 naar Meppel is gereden en tussen 03:26 uur en 03:31 uur heeft stilgestaan in de [straat 1].21

Voorts blijkt uit de track & trace-gegevens dat op 3 januari 2010 om 3:09 uur weer met de Mercedes Vito naar de [straat 1] te Meppel is gereden. Het tijdstip van aankomst is 3:14 uur. Om 03:22 uur is de Mercedes Vito vanaf de [straat 1] naar de [straat 2] in Meppel gereden en is op de [straat 3] in Meppel geparkeerd tot 8:58 uur. Om 08:58 uur is de auto teruggereden naar ’s-Gravenhage.22 23

Op 3 januari 2010 uur is ingebroken bij [winkel] aan de [straat 1] in Meppel. De eigenaar van deze sigarenwinkel, dhr [A] is om 03:20 wakker geworden van het alarm van de winkel. Bij de inbraak is een grote hoeveelheid rookwaren weggenomen.24 De zoon van de eigenaar van de winkel heeft vier mannen zien wegrennen en heeft gezien dat een van hen een witte shopper met licht en donkerbruine strepen of blokken met daarin verschillende pakjes sigaretten op de grond heeft gezet .25 De cilinder van het slot van de voordeur van de [winkel] is verwijderd met behulp van professioneel slotenmakergereedschap, een cilinderkerntrekker ook wel een kerntrekker genoemd. Om goed met een kerntrekker te kunnen werken kan het beste gebruik gemaakt worden van een sterke accuboormachine van 14-16 volt, bijvoorbeeld een Milwaukee, aldus de getuigeverklaring van slotenmaker [slotenmaker] -de slotenmaker die na de inbraken de sloten bij de [winkel] heeft vervangen- .26

Op 17 mei 2010 heeft een doorzoeking ter inbeslagneming plaatsgevonden in de woning van de verdachte aan de [adres 1] .27 Bij deze doorzoeking is een aantal gereedschappen in beslag genomen waaronder een gebruikte kerntrekker, een gebruikte cilinderknakker28 en een accuboormachine van het merk Milwaukee.29 Bij deze doorzoeking is ook een bruine jas van het merk “The North Face” in beslag genomen. In deze jas is behalve het rijbewijs en een aantal pasjes op naam van de verdachte ook zijn iPhone aangetroffen.30 In deze telefoon is een emailbericht gevonden van het bedrijf [bedrijf], dat gespecialiseerd slotenmakergereedschap verkoopt.31

Door een medewerker van de verkoopadministratie van [bedrijf] is verklaard dat een account is aangemaakt op naam van [verdachte] met als afleveradres [adres 1].32 Uit onderzoek is gebleken dat op naam van de verdachte op 31 mei 2009 twee bestellingen via het internet zijn gedaan en dat die bestellingen op 3 juni 2009 zijn bezorgd op het adres [adres 1].33 Verder heeft de medewerker van [bedrijf] verklaard dat het mogelijk is om goederen te kopen bij de hoofdvestiging in Bonn. Op 5 januari 2010 is in Bonn een aantal producten, waaronder een cilindertrekker en een Milwaukee boormachine, verkocht aan ene [naam verdachte], die zich in de winkel heeft gelegitimeerd met zijn rijbewijs.34 Uit de track & trace-gegevens van de Mercedes Vito blijkt dat de bus op 4 en 5 januari 2010 in Bonn is geweest.35

Eveneens redengevend acht de rechtbank ten slotte de bewezenverklaarde betrokkenheid van verdachte bij een diefstal met geweld met betrekking tot dezelfde [winkel]winkel op 8 februari 2010 (zie hierna feit 7).

Op grond van het bovenstaande is de rechtbank van oordeel dat de verdachte zich samen met anderen schuldig heeft gemaakt aan de inbraak in de [winkelketen]winkel op 3 januari 2010.

Ten aanzien van feit 3 (zaak 3)36

Uit de track & trace-gegevens van de Mercedes Vito blijkt dat op 31 december 2009 met de bus naar Oudenbosch is gereden en dat de bus aldaar op de [markt] heeft stilgestaan van 03:26 uur tot 04:00 uur. De verdachte is op 31 december 2009 tweemaal als bestuurder van de Mercedes Vito gecontroleerd. Op 31 december 2009 is om 04:00 uur ingebroken in de [winkel] aan de [markt] te Oudenbosch. Een aantal getuigen heeft rond het tijdstip van de inbraak een witte bestelbus, type Renault Kangoo, op de [markt] zien rijden. De raadsvrouw heeft aan de hand van foto’s van zowel een Mercedes Vito als een Renault Kangoo aangegeven dat het uiterlijk van deze auto’s erg verschillend is en dat deze auto’s dan ook niet met elkaar te verwarren zijn.

De rechtbank is met de raadsvrouw van oordeel dat deze auto’s qua uiterlijke verschijningsvorm zodanig van elkaar verschillen dat niet zomaar gesteld kan worden dat, als een getuige het heeft over een Renault Kangoo, hij zich gemakkelijk kan vergissen met een Mercedes Vito. Daarnaast is er behalve de track & trace-gegevens van de Mercedes Vito geen ondersteunend bewijs dat verdachtes betrokkenheid dit feit aantoont. De rechtbank zal de verdachte dan ook vrijspreken van het hem onder 3 ten laste gelegde.

Ten aanzien van feit 4 (zaak 22)37

Op 25 november 2010 is ingebroken in de kledingwinkel [winkel] in Ulvenhout. De daders zijn de winkel binnengekomen door het ingooien van de winkelruit. Er is een grote hoeveelheid merkkleding weggenomen.38 Bij de huiszoeking in de woning van de verdachte aan de [adres 1] op 17 mei 2010 zijn diverse kledinglabels van merkkleding aangetroffen en in beslaggenomen.39 Op 22 mei 2010 zijn deze kledinglabels door de politie getoond aan de eigenaar en de medewerkers van de kledingwinkel. Een medewerkster herkent de labels van het merk Hugo Boss als de labels die in de winkel aan de kleding worden bevestigd en waarop handmatig de verkoopprijs is geschreven. Deze medewerkster herkent haar eigen handschrift op de getoonde labels.40 Ook de eigenaar van de winkel herkent het handschrift op de labels als dat van zijn medewerkster.41 De artikelnummers op de in beslag genomen kledinglabels van Hugo Boss: [artikelnummer 1] en [artikelnummer 2] komen overeen met de artikelnummers van de kleding die door de eigenaar van de winkel als gestolen zijn genoteerd.43

Ter terechtzitting heeft de verdachte verklaard dat hij de kledinglabels heeft gevonden in de Mercedes Vito en dat hij deze vervolgens mee naar huis heeft genomen.44 Gezien het feit dat deze labels op 25 november 2009 uit een kledingwinkel zijn weggenomen en de verdachte de Mercedes Vito pas op 19 december 2009 heeft gehuurd hecht de rechtbank geen waarde aan deze ongeloofwaardige verklaring .

Bij de huiszoeking bij de medeverdachte [medeverdachte 2] zijn diverse kledingstukken aangetroffen en in beslag genomen.45 Deze kledingstukken zijn eveneens getoond aan de eigenaar van de kledingwinkel die hierop heeft verklaard dat hij een aantal van de getoonde kledingstukken, waaronder een spijkerbroek van het merk Armani Jeans, een zwart-wit gestreepte blouse van Hugo Boss en een zwart met wit bewerkte blouse van Hugo Boss, het afgelopen seizoen heeft verkocht en dat hij vermoedt dat deze kledingstukken op 25 november 2009 uit zijn winkel zijn weggenomen.46 Ook heeft de eigenaar van de winkel verklaard dat bij de inbraak een aantal damesjassen van het merk Armani is weggenomen en dat dit opvallend is, omdat verder alleen herenkleding is weggenomen en de dameskleding in de winkel in een afzonderlijke ruimte was uitgestald.47

Gedurende het opsporingsonderzoek is de mobiele telefoon met het nummer [nummer], afgeluisterd. Uit CIOT-bevraging is gebleken dat dit nummer door de provider T-Mobile is afgegeven op naam de van de verdachte.48 Bij de politie heeft de verdachte verklaard dat hij een iPhone heeft met een abonnement bij T-Mobile en dat zijn telefoonnummer eindigt op de cijfers [cijfers] De verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij regelmatig zijn telefoon uitleent en anderen zijn telefoon laat gebruiken als zij willen bellen. Desgevraagd heeft de verdachte verklaard dat hij niet alle namen kan onthouden van de personen aan wie hij zijn telefoon uitleent. De politie heeft echter in bijna alle afgeluisterde gesprekken de stem van de verdachte herkend.50 De rechtbank gaat er dan ook van uit dat het mobiele nummer [nummer] van de verdachte is en dat het de verdachte is die te horen is op de tapgesprekken.

Zo ook bij tapgesprek nummer 55151 waar de verdachte op 7 april 2010 heeft gebeld met medeverdachte [medeverdachte 4] :

[medeverdachte 4]: ik wist nog dat [medeverdachte 2]. hij had allemaal armani spullen. allemaal armani broeken en blousejes. komt hij met die jas aanlopen. zo’n blauwe dikke ja. hij zei deze is voor jou.

[verdachte]: hahaha

[medeverdachte 4]: hij is gek geworden die jas was vier keer mijn maat.

[verdachte] lacht:

[medeverdachte 4]: maar die ….. (onverstaanbaar) was wel lief weet je hij was helemaal naar de meisjes afdeling gegaan om voor mij een jas te pakken.

[verdachte]: nee joh zeg maar gewoon die hele de helft van die tent effe leeg ge uh geplunderd.

[medeverdachte 4]: oh was je erbij?

[verdachte]: ja tuurlijk

(zaak 4)52

Volgens de track & trace-gegevens is de Mercedes Vito op 1 januari 2010 om 21:30 uur naar Ulvenhout gereden. Om 22.20 uur is het voertuig Ulvenhout ingereden en om 22:33 uur is Ulvenhout verlaten en wordt er teruggereden naar ’s-Gravenhage. Ook op 2 januari 2010 is weer met de Mercedes Vito naar Ulvenhout gereden waar het voertuig om 1:40 uur is aangekomen. Om 03:40 uur heeft het voertuig Ulvenhout weer verlaten.53 Op 2 januari 2010 is om 3:30 uur (voor de tweede maal) ingebroken in de kledingzaak [winkel] in Ulvenhout. De linkervoordeur van de winkel is vernield en de rechtervoordeur is geforceerd. Bij deze inbraak zijn spijkerbroeken van de merken Armani en Hugo Boss weggenomen. Ook van deze diefstal met braak is aangifte gedaan door [D]. 54

De rechtbank overweegt ten aanzien van de zaken 22 en 4 als volgt.

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte zich samen met anderen schuldig heeft gemaakt aan de inbraak in de kledingwinkel in Ulvenhout op 25 november 2009 nu dit niet alleen volgt uit het hiervoor weergegeven tapgesprek maar bovendien steun vindt in de bij verdachte en zijn medeverdachte bij de huiszoekingen gevonden kledingstukken en prijslabels die rechtstreeks terug te voeren zijn tot de inbraak. Op grond van de track & trace-gegevens van de Mercedes Vito, waarbij de rechtbank er –zoals hierboven reeds aangegeven en beargumenteerd- van uitgaat dat de verdachte als bestuurder van deze auto dient te worden aangemerkt, de modus operandi en het feit dat de verdachte zich op ook op 25 november 2009 schuldig heeft gemaakt aan een inbraak in dezelfde kledingwinkel te Ulvenhout acht de rechtbank eveneens wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte zich ook op 2 januari 2010 schuldig heeft gemaakt aan de inbraak in dezelfde kledingwinkel.

Ten aanzien van feit 5 (zaak 6)55

In de nacht van 6 op 7 februari 2010 is om 23:55 uur ingebroken in de [winkelketen] aan het Kleine Loo te ’s-Gravenhage. Om binnen te komen is door de daders een stoeptegel door een van de glazen schuifdeuren gegooid. In de [winkelketen] is geprobeerd om sigaretten weg te nemen vanuit een kast die is afgesloten met een rolluik.56 Uit een ander deel van de kast, bestaande uit ladekasten en legplanken, zijn na het openbreken van de sloten van de kast twintig mobiele telefoons weggenomen .57 De inbraak is vastgelegd op camerabeelden. Op deze beelden is te zien dat de inbraak is gepleegd door vier verdachten en dat zij gezamenlijk te werk zijn gegaan. Om de goederen te vervoeren is gebruik gemaakt van een laken en een shopper.58 Bij het bekijken van de camerabeelden door politiefunctionarissen is de verdachte herkend als één van de vier verdachten.

Verbalisant [verbalisant 1] heeft verdachte herkend aan zijn gelaat.59 Verbalisant [verbalisant 2] heeft in persoon 2 op de camerabeelden de verdachte herkend aan de contouren en mimiek van het gezicht. Ook heeft hij de verdachte herkend aan de jas die hij draagt en die ook op de beelden te herkennen is als een jas van het merk “The North Face”.60 Behalve de verdachte heeft verbalisant [verbalisant 2] ook medeverdachte [medeverdachte 3] en medeverdachte [medeverdachte 2] op de camerabeelden herkend. Deze twee medeverdachten worden overigens meerdere keren herkend door verschillende verbalisanten.

Bij de huiszoeking in de woning van de verdachte op 17 mei 2010 is een bruine jas van het merk “The North Face” in beslaggenomen. In de jaszak van deze jas zijn onder andere het rijbewijs en meerdere pasjes van de verdachte aangetroffen.61 De jas betreft een jas van hetzelfde soort en type als de jas waaraan de verdachte is herkend op de camerabeelden.62

Uit de historische verkeersgegevens van het mobiele telefoonnummer van de verdachte ([nummer]) is gebleken dat op 6 februari 2010 om 22:43 uur met zijn mobiele telefoon gebruik is gemaakt van het internet. De mobiele telefoon van de verdachte straalt daarbij de telefoonmast in de Van Limburg Stirumstraat te 's-Gravenhage aan.63 Ook is uit de historische verkeersgegevens gebleken dat de verdachte in de avond van 6 februari 2010 om 22:49 uur telefonisch contact heeft gehad met medeverdachte [medeverdachte 2]. De mobiele telefoon van de verdachte straalde daarbij de telefoonmast Groene Zoom te Voorburg aan, welke mast zich in de nabije omgeving van de [winkelketen] aan het Kleine Loo bevindt. 64

Om 23:59 uur maakt de mobiele telefoon van de verdachte verbinding met internet en straalt daarbij de mast Veluweplein aan.65

In het algemeen geldt ten aanzien van het bereik van telefoonmasten dat een antenne-installatie maar een beperkt aantal gesprekken kan verwerken. Indien een telefoonmast “vol” zit, zal de dichtstbijzijnde volgende telefoonmast worden aangestraald. In een stad is het bereik van een antenne kleiner dan op het platteland, ongeveer tussen de 50 en 1.000 meter. De benoeming van de plaats van de telefoonmast hoeft dus niet te betekenen dat de persoon die met zijn telefoon een bepaalde mast aanstraalt ook daadwerkelijk op de plaats van die mast staat.66 Op basis hiervan, mede gezien de afstand tussen de [winkelketen] aan het Kleine Loo en de telefoonmast van het Veluweplein en de aanname dat gezien het nachtelijk uur er weinig verkeersdrukte zal zijn geweest, acht de rechtbank het zeer wel mogelijk dat de verdachte na de inbraak om 23.59 uur met zijn telefoon de telefoonmast van het Veluweplein aanstraalt.

Op grond van bovenstaande acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte samen met anderen heeft ingebroken bij de [winkelketen] aan het Kleine Loo te ’s-Gravenhage.

Ten aanzien van feit 6 (zaak 7)67

Op 8 februari 2010 omstreeks 02:45 uur68 is ingebroken bij de [winkelketen] winkel van de aangever, de heer [A], in de [straat 1] te Meppel. De aangever woont boven zijn winkel en wordt die nacht wakker van glasgerinkel. Als hij naar beneden gaat ziet hij twee mannen in de etalage staan en ziet hij dat de etalageruit is ingegooid. In de winkel ziet hij nog twee mannen die grote zakken in de handen hebben die lijken op dekbedovertrekken. Als de aangever -die een stok in zijn handen heeft- probeert de mannen te beletten de winkel te verlaten wordt eerst met glas naar hem gegooid en wordt hij vervolgens, terwijl hij inmiddels op de grond ligt, geslagen -onder andere met zijn eigen stok of een door de verdachten meegebrachte koevoet- en geschopt.69

Er wordt ook een stellage tegen hem aan gegooid. De mannen gaan er in een auto vandoor met medeneming van een grote hoeveelheid pakjes sigaretten.

De inbraak is vastgelegd op camerabeelden. Op deze beelden is te zien dat vijf mannen nadat zij de etalageruit met stenen hebben ingegooid via deze ruit de winkel betreden. De mannen hebben grote tassen en lakens bij zich die zij in de winkel vullen met pakjes sigaretten. Op het moment dat zij de winkel willen verlaten, komt de aangever in beeld en is te zien dat hij op zijn borst wordt geraakt door een stellage die door een van de verdachten wordt gegooid. Ook is te zien dat de aangever met een stok wordt geslagen en wordt geschopt.70

De aangever heeft hierdoor letsel opgelopen, met name bloeduitstortingen op en ontvellingen van het hoofd, de romp, de armen en de benen. Daarnaast is sprake van een fractuur van het borstbeen. De aangever is een aantal dagen opgenomen in het ziekenhuis op de Intensive Care afdeling.71

Verschillende verbalisanten hebben de camerabeelden bekeken en daarop een aantal verdachten herkend.

Ten aanzien van deze herkenningen overweegt de rechtbank dat de verbalisanten bij de rechter-commissaris uitgebreid hebben beschreven welke werkwijze zij hebben gevolgd bij het bestuderen van de camerabeelden en hoe zij tot een herkenning van één of meerdere op de camerabeelden zichtbare personen zijn gekomen. De rechtbank stelt vast dat gelet op hun verklaringen daarover de verbalisanten ten aanzien van de in de onderhavige zaak beschikbare camerabeelden en de herkenning van de verschillende personen op deze beelden een zuivere en adequate werkwijze hebben gehanteerd en dat zij daarbij de nodige zorgvuldigheid hebben betracht. De rechtbank is dan ook van oordeel dat de herkenningen van de verdachte door de verbalisanten betrouwbaar zijn en voor het bewijs kunnen worden gebezigd.

Verbalisant [verbalisant 1] heeft in persoon 5 op de camerabeelden de verdachte herkend,72 zowel op een tijdstip omstreeks 01:19:14 uur als op een tijdstip omstreeks 02:40:57 uur.73 Verbalisant [verbalisant 3] heeft de verdachte herkend op het moment dat hij achter de toonbank staat om 02:42:27 uur, aan zijn gezicht en aan het merkteken van “The North Face” op zijn jas.74 Andere verbalisanten hebben ook de medeverdachten [medeverdachte 5], [medeverdachte 6] en [medeverdachte 2] op de camerabeelden herkend. Een aantal verbalisanten, onder wie verbalisant [verbalisant 2], is in verband met deze herkenningen nader gehoord bij de rechter-commissaris. Verbalisant [verbalisant 2] heeft bij de rechter-commissaris verklaard dat zij bij het zien van de beelden van camera 4 de verdachte aan zijn gezicht, met name zijn neus, heeft herkend rond het tijdstip 02:42:26 uur.75

Uit onderzoek naar de historische telefoongegevens van het telefoonnummer in gebruik bij de verdachte ([nummer]) is gebleken dat zijn telefoon om zowel 1:17 uur als om 4:12 uur de mast Noordeinde 31 te Meppel heeft aangestraald,76 welke zich in de nabijheid van de [straat 1] in Meppel bevindt.77 De telefoon van de verdachte is de gehele nacht in de omgeving van Meppel geweest en er heeft met deze telefoon veel communicatie plaatsgevonden,78 onder andere met medeverdachte [medeverdachte 2]79.

De zus van medeverdachte [medeverdachte 1], getuige [zus medeverdachte 1], heeft op 30 juni 2010 een verklaring afgelegd bij de politie. Zij heeft verklaard dat zij op 8 februari 2010, nadat haar broertje [medeverdachte 1] haar die ochtend had gebeld, samen met haar man [medeverdachte 1] heeft opgehaald uit Meppel. [medeverdachte 1] heeft haar toen verteld dat hij samen met anderen, te weten [voornaam 1], [voornaam 2] en [voornaam medeverdachte 2], had ingebroken, dat zij maar kort binnen waren en dat de man op een gegeven moment naar beneden kwam met een knuppel en [voornaam 1] zou hebben geslagen.

De man was er erg aan toe en [medeverdachte 1] en de andere jongens zouden zijn gevlucht in een auto waarbij ze werden achtervolgd door de politie. [voornaam 2] zou in de auto gereden hebben welke gehuurd was op de naam van iemand anders.80 Getuige [zus medeverdachte 1] heeft de verdachte bij een fotoconfrontatie bij de politie aangewezen als zijnde de voor haar bekende [voornaam 2].81 Uit onderzoek is gebleken dat de verklaring van getuige [zus medeverdachte 1] veel informatie bevat die overeenkomt met de resultaten in het opsporingsonderzoek.82

De rechtbank acht op grond van het bovenstaande wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte zich samen met anderen schuldig heeft gemaakt aan de tenlastegelegde diefstal met geweld.

De rechtbank is daarbij van oordeel dat gezien de nauwe en bewuste samenwerking tussen de verdachte en de medeverdachten alle geweldshandelingen aan alle verdachten zijn toe te rekenen.

Ten aanzien van feit 7 (zaak 11) en feit 9 primair (zaak 30)83

In de nacht van 9 op 10 maart 2010 zijn door de verdachte veel telefoongesprekken gevoerd, welke door de politie zijn afgeluisterd en waarin de stem van de verdachte is herkend.84

Op 9 maart 2010 om 23:30 uur heeft de verdachte gebeld met een onbekend gebleven persoon. Deze persoon zegt tegen de verdachte dat ze een auto nodig hebben.85 Op 10 maart 2010 om 00:51 uur is de verdachte tweemaal gebeld. De mobiele telefoon van de verdachte heeft daarbij daarbij de telefoonmast in de Mijtenstraat te ’s-Gravenhage aangestraald.86

Op 10 maart 2010 heeft aangever, [H], aangifte gedaan van de diefstal van zijn grijze lease bestelbus Volkswagen Transporter, voorzien van kenteken [kenteken]. De aangever heeft zijn bestelbus op 9 maart 2010 omstreeks 19:00 uur geparkeerd op de [laan] in ’s-Gravenhage. Toen hij de volgende ochtend bij deze parkeerplek kwam, was zijn bestelbus verdwenen.87 De [laan] is enkele straten verwijderd van de Mijtenstraat te ’s-Gravenhage.88

Op 10 maart 2010 heeft de verdachte om 02:19 uur met de medeverdachte [medeverdachte 2] gebeld.89 In dit gesprek zegt de verdachte:

“ik ga met die jongens kraken. Ik ga een zet doen. Ik ga als ik heb gekraakt ik ga jou bellen gelijk. Ik heb net een “dobbie” die heb ik net gestolen.” 90 Tijdens dit gesprek heeft de mobiele telefoon van de verdachte de telefoonmast De Donau langs de A4 aangestraald.91

Op 10 maart 2010 is rond 02:50 uur ingebroken in het [tankstation] aan de [adres] te Ter Aar. De glazen schuifdeur is eruit geslagen en er zijn ongeveer 1000 pakjes sigaretten weggenomen.92 Getuige [getuige] heeft op 10 maart omstreeks 02:45 uur een Zilveren Volkswagen bus met een witte kentekenplaat met een combinatie van N4 stil zien staan bij de ingang van het tankstation. Deze getuige heeft gezien dat vier mannen met rood/wit geblokte tassen heen en weer liepen van de bus naar de winkel.93

De inbraak is vastgelegd op camerabeelden. Op deze beelden is te zien dat op 10 maart 2010 te 02:46 uur een grijze Volkswagen Transporter komt aanrijden en dat hieruit drie jongens stappen. Vervolgens is te zien dat vier jongens in het tankstation de lades en schappen waarin zich de sigaretten bevinden leeghalen en deze omkiepen in een grote tas welke achterin de bus wordt gezet.94 Bij het wegrijden heeft de getuige nog gezien dat het linkerremlicht van de bus kapot was. 95

Op 10 maart 2010 om 03:38 heeft de verdachte wederom met de medeverdachte [medeverdachte 2] gebeld. De verdachte heeft in dit gesprek gezegd:

“we gaan zometeen terug. Ik ga die kant op richting jou uh. Ik wil jou gelijk daar.”

Als [medeverdachte 2] hierop vraagt of er veel is, antwoordt de verdachte:

“nee man niet echt veel man. 900 ofzo. Nee anderhalve tas.” 96

Op 10 maart 2010 om 05:07:27 uur is de verdachte gebeld door de medeverdachte [medeverdachte 2].97 In dit gesprek geeft [medeverdachte 2] de verdachte de opdracht om naar de aparte garage te komen aan de Pieter Lastmanstraat.98 Tijdens dit gesprek heeft de mobiele telefoon van de verdachte de telefoonmast Hoogmade, die zich bevindt langs de A4, aangestraald.99

In de omgeving van de Pieter Lastmanstraat te 's-Gravenhage hangen beveiligingscamera’s van de politie Haaglanden. Op de beelden van de camera in de Van Ostadestraat ter hoogte van het buurthuis [buurthuis] is te zien dat om 05:22:38 uur een grijze bestelbus, type Transporter vanaf de Vaillantlaan de Van Ostadestraat komt inrijden. Vanaf de Van Ostadestraat slaat de bus linksaf de Van Mierisstraat in.100 Volgens verbalisant [verbalisant 4] kan aan het einde van de Van Mierisstraat alleen rechtsaf geslagen worden, de Jan van Gojenstraat in.

De tweede zijstraat links op deze straat betreft het einde van de Pieter Lastmanstraat waar zich parkeergarages bevinden. Volgens verbalisant [verbalisant 4] is de grijze Volkswagen Transporter bus die te zien is op de camera in de Van Ostadelaan identiek aan de bus die is te zien op de beelden van de inbraak in het tankstation in Ter Aar.101

Op 10 maart 2010 om 05:45 uur is de bewuste Volkswagen Transporter op de [adres] te 's-Gravenhage aangetroffen. Op en achter de bijrijderstoel zijn nieuwe losse pakjes shag aangetroffen. In de laadruimte is een nieuw pakje sigaretten van het merk JSP aangetroffen. Ook is in de bestelbus een grote moker gevonden en blijkt de motorkap van de bestelbus nog warm.102

Op grond van bovenstaande acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de diefstal van de Volkswagen Transporter waarmee hij vervolgens naar het tankstation in Ter Aar is gereden en zich daar met anderen schuldig heeft gemaakt aan de inbraak. De rechtbank wijst er nog op dat met “dobbie” waarschijnlijk een auto van het merk Volkswagen wordt bedoeld. De politie wijst er op dat de verdachten veelal straattaal gebruiken om onderling te communiceren en dat de mogelijkheid aanwezig is dat met het woord “dobbie” een busje/auto bedoeld wordt.103

De rechtbank heeft geconstateerd dat intypen van het woord “dobbie”op Google veel hits oplevert die een relatie aantonen met auto’s van het merk Volkswagen.

Ten aanzien van feit 8 onder a (zaak 26)104 en onder b (zaak 16)105

Uit de track & trace-gegevens van de Mercedes Vito blijkt dat de bestelbus op 27 december 2009 om 04:00 uur Antwerpen is ingereden en om 6:50 uur weer terug naar ’s-Gravenhage is gereden. De Mercedes Vito heeft volgens de track & trace-gegevens tussen 6:20 uur en 6:24 uur enige minuten stilgestaan op de Politeshofstraat in Antwerpen. Vervolgens is naar de Pieter Lastmanstraat in 's-Gravenhage gereden.

Op 17 mei 2010 is tijdens een doorzoeking van de woning van [medeverdachte 2] aan de [adres] in de schuur een motorfiets, merk Piaggio, type Vespa LX125 aangetroffen. Deze motorfiets is tussen 27 december 2009 en 29 december 2009 in Antwerpen gestolen ter hoogte van de Politeshofstraat 11.

Nu in het dossier echter geen steunbewijs is gevonden waaruit verdachtes betrokkenheid bij dit strafbare feit volgt zal de rechtbank hem van dit onderdeel van het tenlastegelegde vrijspreken.

Ten aanzien van feit 8 onder b (zaak 16)106

Op 27 december 2009 om 16:19 uur is de Mercedes Vito blijkens de track&trace-gegevens weer uit ’s-Gravenhage vertrokken en heeft om 18:48 uur de Nederlands/Duitse grens gepasseerd. De bus is om 18:51 uur in Aachen gearriveerd107en stopt op de Adalbertsteinweg in Mitte.108 Daarna wordt teruggereden naar ’s Gravenhage [...]. Op 28 december 2009 heeft de Mercedes Vito van 00:12 uur tot 06:05 uur stilgestaan op de [straat waar medeverdachte 1 woont] te ’s-Gravenhage.109 Op 28 december 2009 zien verbalisanten rond 00:50 uur op de Hoefkade te 's-Gravenhage twee personen zonder helm rijden op een motorfiets met een Duits kenteken. De bestuurder van de motorfiets stopt, nadat er een achtervolging door de politie is ingezet, op de stoep van de Van Mierrisstraat waarop de bijrijder zich uit de voeten maakt. De bestuurder springt op de Hoefkade van de rijdende motor en wordt na een achtervolging aangehouden.110

De bestuurder blijkt [medeverdachte 1].

De zus van [medeverdachte 1], getuige [zus medeverdachte ], heeft bij de politie verklaard dat [medeverdachte 1] op 27 december 2009 rond 00:00 uur op zijn mobiel werd gebeld en dat hij hierop naar buiten is gegaan. Zij heeft vanaf het balkon van hun woning aan de [adres medeverdachte 1] een witte Mercedes Vito zien staan en een persoon die zij kent als [achternaam verdachte] (die een broertje heeft die [voornaam medeverdachte 5] heet), gekleed in een motorjack, vanaf de bestuurderskant uit de bus zien stappen. Toen deze persoon de schuifdeur van de bus opende zag zij een motor in de bus staan. Zij heeft tegen deze persoon gezegd dat de motor niet in de kelderbox van haar ouders mocht staan. Ze heeft gezien dat enige tijd met iets van een schroevendraaier aan de motor werd geprutst en dat deze persoon en [medeverdachte 1] samen de motor -met een Duits kenteken- uit de bus tilden en hiermee wegreden. Ze heeft de Mercedes Vito rond 06:05 uur de straat zien uitrijden.111 Naar aanleiding van de verklaring van zijn zus heeft [medeverdachte 1] bij de politie verklaard dat de verdachte, die hij in eerste instantie [voornaam] noemt, op 28 december 2009 tussen 0:00 uur en 00:30 uur bij hem thuis heeft aangebeld en dat zij samen naar de door de verdachte gehuurde witte Mercedes bus zijn gelopen. In deze bus stond een motor met Duitse kentekenplaat die zij, nadat de verdachte er met een schroevendraaier een klein slot uithaalde, samen uit de bus hebben getild en waarop zij vervolgens samen zijn weggereden.112 Uit onderzoek is gebleken dat de motorfiets (voorzien van de Duitse kentekenplaat [kenteken]) tussen 26 december 2009 en 28 december 2009 is gestolen in Aachen aan de [adres].113 Uit onderzoek middels Google maps is gebleken dat dit adres om de hoek ligt van de Adalbertsteinweg alwaar de Mercedes Vito op 27 december 2009 heeft stilgestaan.114

Op grond van bovenstaande acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de diefstal van de motorfiets in Aachen.

3.4 De bewezenverklaring

Op grond van het onder 3.3. overwogene acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de onder 1,2,4,5,6,7, 8 onder b, en 9 primair ten laste gelegde feiten heeft begaan, met dien verstande, dat de rechtbank bewezen acht - zulks met verbetering van eventueel in de tenlastelegging voorkomende kennelijke schrijf- en taalfouten, door welke verbetering de verdachte niet in de verdediging is geschaad - dat:

1.

Betreft zaak 1 van het procesverbaal:

hij in of omstreeks de periode van 21 december 2009 tot en met 8 januari 2010 te 's-Gravenhage, opzettelijk een bestelauto, Mercedes Vito (kenteken [kenteken]), toebehorende aan [bedrijf] en/of Autoverhuurbedrijf [bedrijf], welk goed verdachte anders dan door misdrijf, te weten als huurder, onder zich had, zich wederrechtelijk heeft toegeëigend;

2.

Betreft zaak 5 van het proces-verbaal:

hij op 03 januari 2010 te Meppel tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in een winkel van [winkelketen], gevestigd aan de [straat]

heeft weggenomen een groot aantal pakjes sigaretten en shag, toebehorende aan [A], zulks na zich de toegang tot de plaats van het misdrijf te hebben verschaft door een slot te verbreken;

4.

Betreft zaak 4 en zaak 22 van het proces-verbaal:

hij op 25 november 2009 en 02 januari 2010 te Ulvenhout, gemeente Breda tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening telkens in een winkel genaamd "[winkel]" heeft weggenomen merkkleding, (Hugo Boss en Armani) toebehorende aan [D] en/of "[winkel]", zulks na zich de toegang tot de plaats van het misdrijf te hebben verschaft door

- het gooien van stenen tegen en door de voorpui van die winkel en

- het forceren van een deur van die winkel;

5.

Betreft zaak 6 van het proces-verbaal:

hij op of omstreeks 06 februari 2010 te 's-Gravenhage tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in een winkel van [winkelketen] gevestigd aan het Kleine Loo heeft weggenomen 20 mobiele telefoons toebehorende aan [winkelketen], zulks na zich de toegang tot de plaats van het misdrijf te hebben verschaft door een trottoirtegel door de glazen schuifdeur van die winkel te gooien en het slot van een of meer kasten open te breken;

6.

Betreft zaak 7 van het proces-verbaal:

hij op 08 februari 2010 te Meppel tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in een winkel gevestigd aan de [straat] 36

heeft weggenomen een groot aantal pakjes sigaretten toebehorende aan [A], welke diefstal werd gevolgd van geweld tegen die [A], gepleegd om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en aan zijn mededaders hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld bestond uit:

- gooien van stukken glas tegen en in de richting van het lichaam van die [A] en

- gooien van een stellage in de richting van die [A] en

- slaan (met een koevoet en/of een stok) en schoppen/trappen tegen het

lichaam van die [A], ook terwijl die [A] op de grond lag;

7.

Betreft zaak 11 van het proces-verbaal:

hij op 10 maart 2010 te Ter Aar, gemeente Nieuwkoop, tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in een tankstation, gevestigd aan de [adres] heeft weggenomen ongeveer 1000 pakjes sigaretten, toebehorende aan [E] of [F], zulks na zich de toegang tot de plaats van het misdrijf te hebben verschaft door een schuifdeur van dat tankstation in te slaan;

8.

Betreft zaak 16 van het proces-verbaal:

hij op 27 december 2009 te Aachen (Duitsland) met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een motorfiets (Gilera, ACTC 1975) toebehorende aan

[G];

9 primair.

Betreft zaak 30 van het proces-verbaal:

hij in de periode van 9 maart 2010 tot en met 10 maart 2010 te 's-Gravenhage met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een bestelbus Volkswagen Transporter (kenteken [kenteken]), toebehorende aan [H] en/of een Lease Maatschappij.

4. De strafbaarheid van de feiten

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

Dit levert de in de beslissing genoemde strafbare feiten op.

5. De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is eveneens strafbaar, omdat niet is gebleken van omstandigheidheden die zijn strafbaarheid uitsluiten.

6. De straf/maatregel

6.1. De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte wordt veroordeeld voor de onder 1 tot en met 7, 8 onder a en b en 9 primair ten laste gelegde feiten wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 5 jaren met aftrek van de tijd in voorarrest doorgebracht.

6.2. Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft ten aanzien van alle ten laste gelegde feiten vrijspraak bepleit en zich niet uitgelaten over de strafmaat bij een bewezenverklaring.

6.3. Het oordeel van de rechtbank

Na te melden straf is in overeenstemming met de ernst van de gepleegde feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan alsmede met de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan tijdens het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Daarbij is het volgende in aanmerking genomen.

De verdachte heeft zich in een korte tijd schuldig gemaakt aan een groot aantal ernstige strafbare feiten.

Ten eerste heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan verduistering van een huurauto. Door deze handelwijze heeft de verdachte de eigenaar van het verhuurbedrijf overlast en schade toegebracht.

Voorts heeft de verdachte zich samen met anderen schuldig gemaakt aan vijf inbraken waarbij een grote hoeveelheid sigaretten, merkkleding en mobiele telefoons zijn weggenomen. Een aantal van deze feiten is begaan met gebruikmaking van de verduisterde huurauto. Behalve het feit dat door het wegnemen van deze goederen veel schade is toegebracht aan de winkeliers hebben de verdachte en zijn medeverdachten ook in de winkels veel schade aangericht. Zij zijn met grof geweld te werk gegaan om de winkels binnen te komen en om in de winkel goederen van hun gading weg te kunnen nemen. Dat de verdachte en zijn medeverdachten bereid zijn ter wille van hun geldelijk gewin de integriteit van anderen op grove en ernstige wijze te schenden blijkt uit het uit het geweld dat is toegebracht aan het slachtoffer. Nadat er voor de zoveelste keer in zijn winkel was ingebroken heeft het slachtoffer getracht de verdachte en zijn medeverdachten tegen te houden toen zij de winkel wilden verlaten. Het slachtoffer is toen op een hardhandige en gewelddadige manier aangepakt. Er is met glas naar hem gegooid, hij is geschopt en geslagen terwijl hij op de grond ligt en er is een stellage in zijn richting gegooid. Het slachtoffer heeft hierdoor niet alleen ernstig letsel opgelopen aan zijn borstbeen maar ondervindt ook – nog steeds- psychische klachten. Ook zijn gezinsleden lijden nog steeds ernstig onder de gevolgen van het misdrijf; de echtgenote heeft naast psychische klachten ook slaapproblemen. Voorts hebben het slachtoffer en zijn echtgenote het plezier in hun werk verloren.

Het is een feit van algemene bekendheid dat slachtoffers van dergelijke gewelddadige delicten zich nog gedurende langere tijd angstig en onveilig kunnen voelen, terwijl zij ook nog geruime tijd last kunnen hebben van lichamelijke en/of psychische gevolgen van het gebeurde. Bovendien nemen als gevolg van dit soort delicten de gevoelens van angst en onveiligheid in de maatschappij in het algemeen toe. Tot slot heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan de diefstal van een motorfiets en een auto. Diefstal is een ergerlijk feit dat schade en overlast toebrengt aan de eigenaar en in het algemeen gevoelens van onrust en onveiligheid veroorzaakt.

De rechtbank houdt bij het bepalen van de strafmaat, in het voordeel van de verdachte, rekening met het feit dat hij niet eerder is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten. Blijkens een hem betreffend uittreksel uit het algemeen documentatieregister d.d. 19 mei 2010 is de verdachte in het verleden wel eerder strafrechtelijk veroordeeld wegens overtreding van de Wegenverkeerswet. In het nadeel van de verdachte weegt de rechtbank echter zwaar mee het jegens de eigenaar van de [winkel] gebruikte geweld alsmede dat de verdachte ter terechtzitting geen enkele verantwoordelijkheid heeft genomen voor zijn gedragingen en geen enkel inzicht in zijn gedrag of drijfveren heeft getoond. Bij de vaststelling van de duur van de gevangenisstraf heeft de rechtbank rekening gehouden met de wijze waarop de misdrijven zijn gepleegd. Er lijkt sprake te zijn van een verregaande mate van planning en organisatie die professioneel aandoet.

De rechtbank heeft acht geslagen op de gespreksaantekening van de Reclassering Nederland d.d. 20 mei 2010 waaruit blijkt dat een hulpaanbod niet geïndiceerd is.

De rechtbank is, gelet op het vorenstaande, van oordeel dat een vrijheidsbenemende straf van na te noemen duur passend en geboden is. De rechtbank ziet - teneinde de verdachte in de toekomst van strafbare gedragingen te weerhouden - aanleiding een deel van de straf voorwaardelijk op te leggen.

7. De vordering van de benadeelde partij / de schadevergoedingsmaatregel

[A], [adres], heeft zich inzake feit 6 als benadeelde partij gevoegd ter zake van de vordering tot schadevergoeding, groot € 1.924,57.

7.1. De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot hoofdelijke toewijzing van de vordering van de benadeelde partij voor een bedrag groot € 1.924,57.

Tevens heeft de officier van justitie gevorderd dat de rechtbank aan de verdachte de verplichting zal opleggen tot betaling aan de staat van een bedrag groot € 1.924,57 ten behoeve van de benadeelde partij genaamd [A].

7.2. Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft niet-ontvankelijkheid van de benadeelde partij bepleit.

7.3. Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank acht de vordering, voor zover deze betrekking heeft op materiële schade

ad € 274,57, van zo eenvoudige aard dat dit deel van de vordering zich leent voor behandeling in deze strafzaak. Dit deel van de vordering is namens de verdachte niet betwist en is voldoende onderbouwd door de benadeelde partij. Uit het onderzoek ter terechtzitting is vast komen te staan dat de benadeelde partij rechtstreeks schade heeft geleden als gevolg van het onder 6 bewezenverklaarde feit.

De rechtbank acht de vordering, voor zover deze betrekking heeft op een bedrag van

€ 1.650,-, als (voorschot op een) vergoeding ter zake van immateriële schade tot dat bedrag naar billijkheid toewijsbaar en in zoverre eenvoudig vast te stellen, nu namens de verdachte de omvang daarvan niet is betwist en nu vast is komen te staan dat de benadeelde partij rechtstreeks schade heeft geleden als gevolg van de onder 2 en 6 bewezenverklaarde feiten.

De rechtbank zal de vordering voor zover deze betrekking heeft op de materiële schade derhalve hoofdelijk toewijzen tot een bedrag van € 274,57,-.

De rechtbank zal de vordering voor zover deze betrekking heeft op de immateriële schade ten gevolge van feit 6 derhalve hoofdelijk toewijzen tot een bedrag van € 1.500,-.

De rechtbank zal voorts de gevorderde wettelijke rente toewijzen, nu vast is komen te staan dat de schade op 8 februari 2010 is ontstaan.

De rechtbank zal de vordering voor zover deze betrekking heeft op de immateriële schade ten gevolge van feit 2 derhalve toewijzen tot een bedrag van € 150,-.

De rechtbank zal voorts de gevorderde wettelijke rente toewijzen, nu vast is komen te staan dat de schade op 3 januari 2010 is ontstaan.

Dit brengt mee, dat de verdachte dient te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met zijn vordering heeft gemaakt, welke kosten de rechtbank tot op heden begroot op nihil, en de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.

Nu verdachte jegens het slachtoffer naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door de onder 2 en 6 bewezen verklaarde strafbare feiten is toegebracht en verdachte voor deze feiten zal worden veroordeeld, zal de rechtbank aan verdachte de verplichting opleggen tot betaling aan de Staat van een bedrag groot € 1.924,57,-, vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente daarover tot aan de dag waarop deze vordering is voldaan, ten behoeve van het slachtoffer genaamd [A].

8. De inbeslaggenomen goederen

8.1. De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat het op de lijst van in beslag genomen voorwerpen (beslaglijst, die als bijlage A aan dit vonnis is gehecht) onder 1 genummerde voorwerp zal worden teruggegeven aan de eigenaar, zijnde [G].

8.2. Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft zich niet uitgelaten over het in beslag genomen voorwerp.

8.3 Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank zal, nu het belang van strafvordering zich daartegen niet meer verzet, de teruggave van het inbeslaggenomene gelasten van het op de beslaglijst onder 1 genummerde voorwerp, te weten 1.00 STK Motor Kl: groen PIAGGIO 1xv 125 WDT 707 VOORMALIG KENTEKEN VAN BELGIE, aan rechthebbende persoon, zijnde [G].

9. De toepasselijke wetsartikelen

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen:

14a, 14b, 14c, 36f, 57, 321, 310, 311, 312, van het Wetboek van Strafrecht.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

10. De beslissing

De rechtbank,

verklaart niet wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de onder 3 en onder 8 onderdeel a ten laste gelegde feiten heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

verklaart wettig en overtuigend bewezen, dat de verdachte de onder 1,2,4,5,6,7,8 onderdeel b en onder 9 primair ten laste gelegde feiten heeft begaan en dat het bewezenverklaarde uitmaakt:

ten aanzien van feit 1:

VERDUISTERING

ten aanzien van feit 2, 5, en 7:

DIEFSTAL DOOR TWEE OF MEER VERENIGDE PERSONEN, WAARBIJ DE SCHULDIGE ZICH DE TOEGANG TOT DE PLAATS VAN HET MISDRIJF HEEFT VERSCHAFT DOOR MIDDEL VAN BRAAK, MEERMALEN GEPLEEGD;

ten aanzien van feit 4:

DIEFSTAL DOOR TWEE OF MEER VERENIGDE PERSONEN, ALTHANS ALLEEN, WAARBIJ DE SCHULDIGE ZICH DE TOEGANG TOT DE PLAATS VAN HET MISDRIJF HEEFT VERSCHAFT DOOR MIDDEL VAN BRAAK, MEERMALEN GEPLEEGD;

ten aanzien van feit 6:

DIEFSTAL GEVOLGD VAN GEWELD TEGEN PERSONEN, GEPLEEGD OM BIJ BETRAPPING OP HETERDAAD AAN ZICHZELF EN ANDERE DEELNEMERS AAN HET MISDRIJF DE VLUCHT MOGELIJK TE MAKEN EN HET BEZIT VAN HET GESTOLENE TE VERZEKEREN, TERWIJL HET FEIT WORDT GEPLEEGD DOOR TWEE OF MEER VERENIGDE PERSONEN;

ten aanzien van feit 8 onder b en 9 primair:

DIEFSTAL, MEERMALEN GEPLEEGD

verklaart het bewezenverklaarde en de verdachte deswege strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

veroordeelt de verdachte tot:

een gevangenisstraf voor de duur van 5 jaren;

bepaalt, dat een gedeelte van die straf, groot 1 jaar niet zal worden tenuitvoergelegd, zulks onder de algemene voorwaarde, dat de veroordeelde zich voor het einde van de hierbij op 2 jaren vastgestelde proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

bepaalt dat de tijd, door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest doorgebracht geheel in mindering zal worden gebracht;

wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij met betrekking tot de materiële schade hoofdelijk toe en veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan [A], [adres], een bedrag van € 274,57 vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente daarover vanaf 8 februari 2010 tot aan de dag van de algehele voldoening;

met bepaling dat de verdachte bij gehele of gedeeltelijke betaling door zijn mededaders aan de benadeelde partij, dan wel bij gehele of gedeeltelijke voldoening van de, aan de mededaders opgelegde, verplichting tot betaling aan de Staat, zal zijn bevrijd tot de hoogte van het betaalde bedrag;

wijst een deel van de vordering tot schadevergoeding van de immateriële schade hoofdelijk toe en veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan

[A], [adres], een bedrag van

€ 1.500,- vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente daarover vanaf 8 februari 2010

tot aan de dag van de algehele voldoening;

met bepaling dat de verdachte bij gehele of gedeeltelijke betaling door zijn mededaders aan de benadeelde partij, dan wel bij gehele of gedeeltelijke voldoening van de, aan de mededaders opgelegde, verplichting tot betaling aan de Staat, zal zijn bevrijd tot de hoogte van het betaalde bedrag;

wijst het overige deel van de vordering tot schadevergoeding van de immateriële schade toe en veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan

[A], [adres], een bedrag van

€ 150,- vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente daarover vanaf 3 januari 2010

tot aan de dag van de algehele voldoening;

veroordeelt de verdachte tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

legt aan de verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat van een bedrag groot

€ 1.924,57, ten behoeve van het slachtoffer genaamd [A];

bepaalt dat in geval volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt - onder handhaving van voormelde verplichting - vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 29 dagen;

bepaalt dat voldoening van de gehele of gedeeltelijke betalingsverplichting aan de benadeelde partij de betalingsverplichting aan de Staat in zoverre doet vervallen, alsmede dat voldoening van de gehele of gedeeltelijke betalingsverplichting aan de Staat de betalingsverplichting aan de benadeelde partij in zoverre doet vervallen.

gelast de teruggave aan de rechthebbende [G] van het inbeslaggenomene van het op de beslaglijst onder 1 genummerde voorwerp, te weten 1.00 STK Motor Kl: groen PIAGGIO 1xv 125 WDT 707 VOORMALIG KENTEKEN VAN BELGIE.

Dit vonnis is gewezen door

mr. H.J.M. Smid-Verhage, rechter, voorzitter,

mr. H.M.D. de Jong, rechter,

mr. V.J. de Haan, rechter,

in tegenwoordigheid van mr. D. Dijs, griffier,

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 26 november 2010.

1 Waar hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal, wordt – tenzij anders vermeld – bedoeld een ambtsedig proces-verbaal, opgemaakt in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren. Waar wordt verwezen naar dossierpagina’s betreft dit de pagina’s van het doorgenummerde hoofd proces-verbaal Tabak onderzoek, pagina 1 tot en met 1962, met het nummer PL1514/2010041249-1, politie Haaglanden, bureau Hoefkade, met bijlagen

2 Tabakonderzoek, pagina 52

3 Tabak onderzoek, pagina 57

4 Tabak onderzoek, pagina 57/58

5 Proces-verbaal zaak 5, pagina 1 tot en met 139, met het nummer PL1534/2010077395-1, politie Haaglanden, bureau Hoefkade met bijlagen, P-v bevindingen, pagina 21

6 Tabak onderzoek, pagina 1005, taplijnA13, tapgesprek 476

7 Waar hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal, wordt – tenzij anders vermeld – bedoeld een ambtsedig proces-verbaal, opgemaakt in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren. Waar wordt verwezen naar dossierpagina’s betreft dit de pagina’s van het doorgenummerde proces-verbaal zaak 1, pagina 1 tot en met 143, met het nummer PL1514/2010004968-1, politie Haaglanden, bureau Hoefkade, met bijlagen

8 Proces-verbaal van aangifte, [I], pagina 12

9 Kopie rijbewijs van de verdachte, pagina 24/25

10 Proces-verbaal verhoor verdachte [verdachte], pagina 36

11 Proces-verbaal van bevindingen, pagina 80

12 Kopie huurcontract, pagina 23

13 Proces-verbaal aanvullende aangifte, [I], pagina 20

14 Proces-verbaal verhoor verdachte [verdachte], pagina 36

15 Proces-verbaal van bevindingen, pagina 70/71

16 Kopie aanrijdingsformulier, pagina 72

17 Proces-verbaal van aangifte, [J], pagina 65

18 Proces-verbaal van bevindingen, pagina 142/143

19 Proces-verbaal terechtzitting 9 november 2010, verklaring verdachte

20 Hoofd proces-verbaal Tabak onderzoek, PL1514/2010041249-1, pagina 63 ev

21 Hoofd proces-verbaal Tabak onderzoek, PL1514/2010041249-1, pagina 69

22 Waar hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal, wordt – tenzij anders vermeld – bedoeld een ambtsedig proces-verbaal, opgemaakt in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren. Waar wordt verwezen naar dossierpagina’s betreft dit de pagina’s van het doorgenummerde proces-verbaal zaak 5, pagina 1 tot en met 139, met het nummer PL1534/2010077395-1, politie Haaglanden, bureau Hoefkade met bijlagen

23 Proces-verbaal van bevindingen, pagina 37

24 Proces-verbaal van aangifte, [A], pagina 13

25 Proces-verbaal verklaring getuige [K], pagina 19/20

26 Proces-verbaal verklaring getuige [slotenmaker], pagina 107

27 Hoofd Proces- verbaal Tabak onderzoek PL1514/2010041249, pagina 160

28 Proces-verbaal bevindingen, pagina 114 en 115

29 Bijlage proces-verbaal bevindingen, foto pagina 124

30 Tabak onderzoek proces- verbaal van bevindingen, pagina 1726

31 Tabak onderzoek proces-verbaal van bevindingen, pagina 1727

32 Tabak onderzoek proces-verbaal van bevindingen, pagina 1727

33 [Vertaler] d.d. 13 september 2010, vertaalde stukken naar aanleiding van rechtshulpverzoek

34 Tabak onderzoek proces-verbaal van bevindingen, pagina 1728

35 Tabak onderzoek proces-verbaal van bevindingen, pagina 75

36 Waar hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal, wordt – tenzij anders vermeld – bedoeld een ambtsedig proces-verbaal, opgemaakt in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren. Waar wordt verwezen naar dossierpagina’s betreft dit de pagina’s van het doorgenummerde proces-verbaal zaak 3, pagina 1 tot en met 118, met het nummer PL1534/2010098769-1, politie Haaglanden, bureau Hoefkade met bijlagen

37 Waar hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal, wordt – tenzij anders vermeld – bedoeld een ambtsedig proces-verbaal, opgemaakt in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren. Waar wordt verwezen naar dossierpagina’s betreft dit de pagina’s van het doorgenummerde proces-verbaal zaak 22, pagina 1 tot en met 184, met het nummer PL1534/2010102917-1, politie Haaglanden, bureau Hoefkade met bijlagen

38 Proces verbaal aangifte, [D], pagina 58

39 Tabak onderzoek proces-verbaal doorzoeking, pagina 161

40 Proces-verbaal bevindingen, pagina 103

41 Proces-verbaal van verhoor aangever, pagina 98

42 Foto pagina 105

43 Bijlage proces-verbaal van aangifte, pagina 72

44 Proces-verbaal ter terechtzitting d.d. 9 november 2010, verklaring verdachte

45 Tabak onderzoek proces-verbaal doorzoeking, pagina 246

46 Proces-verbaal van verhoor aangever [D], pagina 97

47 Proces-verbaal van verhoor aangever [D], pagina 97

48 Tabak onderzoek, pagina 63

49 PL1514/2010035263-1, politie Haaglanden (p-v zaak 7) verklaring van de verdachte, pagina 428

50 Tabak onderzoek, proces- verbaal van bevindingen, pagina 852

51 Taplijn TA13, gespreksnummer 551, pagina 27

52 Waar hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal, wordt – tenzij anders vermeld – bedoeld een ambtsedig proces-verbaal, opgemaakt in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren. Waar wordt verwezen naar dossierpagina’s betreft dit de pagina’s van het doorgenummerde proces-verbaal zaak 4, pagina 1 tot en met 146, met het nummer PL1534/2010099246-1, politie Haaglanden, bureau Hoefkade met bijlagen

53 Proces-bevindingen, pagina 46

54 Proces-verbaal van aangifte, [D], pagina 12

55 Waar hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal, wordt – tenzij anders vermeld – bedoeld een ambtsedig proces-verbaal, opgemaakt in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren. Waar wordt verwezen naar dossierpagina’s betreft dit de pagina’s van het doorgenummerde proces-verbaal zaak 6, pagina 1 tot en met 172, met het nummer PL1514/2010027620-1, politie Haaglanden, bureau Hoefkade met bijlagen

56 Proces verbaal aangifte [L], pagina 48/49

57 Proces-verbaal verhoor aangever [L], pagina 52/53

58 Proces-verbaal van bevindingen, pagina 60

59 Proces-verbaal van bevindingen, pagina 85

60 Proces-verbaal van bevindingen, pagina 88

61 Proces-verbaal van bevindingen, pagina 123

62 Proces-verbaal kleding [verdachte], pagina 144

63 Proces-verbaal van bevindingen, pagina 158

64 Proces-verbaal van bevindingen, pagina 171

65 Proces-verbaal, pagina 170

66 Los proces-verbaal PL1414/2010041249 d.d. 1 november 2010, behorende bij zaak 6

67 Waar hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal, wordt – tenzij anders vermeld – bedoeld een ambtsedig proces-verbaal, opgemaakt in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren. Waar wordt verwezen naar dossierpagina’s betreft dit de pagina’s van het doorgenummerde proces-verbaal zaak 7, pagina 1 tot en met 829, met het nummer PL1514/2010035263-1, politie Haaglanden, bureau Hoefkade met bijlagen

68 Proces- verbaal van bevindingen, pagina 51

69 Proces-verbaal van aangifte [A], pagina 39

70 Proces-verbaal van bevindingen, pagina 149 t/m 154

71 Letselrapportage GGd Drenthe, pagina 134 t/m 136

72 Proces-verbaal bevindingen, pagina 197

73 Proces-verbaal bevindingen, pagina 491

74 Proces-verbaal bevindingen, pagina 214

75 Proces-verbaal verhoor van getuige [verbalisant 2] bij de rechter-commissaris

76 Proces-verbaal van bevindingen, pagina 229

77 Overzicht masten, pagina 358

78 Proces-verbaal van bevindingen, pagina 351/352

79 Proces-verbaal, pagina 544 en 547

80 Proces-verbaal van verhoor getuige [zus medeverdachte 1], p. 510/511

81 Proces-verbaal van bevindingen, pagina 542

82 Proces-verbaal van bevindingen, pagina 520 t/m 522

83 Waar hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal, wordt – tenzij anders vermeld – bedoeld een ambtsedig proces-verbaal, opgemaakt in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren. Waar wordt verwezen naar dossierpagina’s betreft dit de pagina’s van het doorgenummerde proces-verbaal zaak 11 en 30, pagina 1 tot en met 301, met het nummer PL1534/2010064218-1, politie Haaglanden, bureau Hoefkade met bijlagen

84 Proces-verbaal van bevindingen, pagina 95

85 Taplijn TA4, gespreksnummer 415, pagina 247

86 Proces-verbaal bevindingen, pagina 96

87 Proces-verbaal van aangifte [H], pagina 136/137

88 Plattegrond pagina 278

89 Proces- verbaal van bevindingen tapgesprekken [verdachte], pagina 173

90 Taplijn TA4, gespreksnummer 429, pagina 176

91 Proces-verbaal bevindingen, pagina 173

92 Proces-verbaal van aangifte [F], pagina 38/39

93 Proces-verbaal verhoor getuige [getuige], pagina 44/45

94 Proces-verbaal bevindingen, pagina 48

95 Proces-verbaal verhoor getuige [getuige], pagina 44/45

96 Taplijn TA4, gespreknummer 431, pagina 28

97 Proces-verbaal bevindingen, pagina 98

98 Taplijn TA4, gespreknummer 438, pagina 30

99 Proces-verbaal bevindingen, pagina 49

100 Proces-verbaal bevindingen, pagina 49

101 Proces-verbaal bevindingen, pagina 49

102 Proces-verbaal van bevindingen, pagina 68

103 Proces-verbaal van bevindingen, pagina 173/174

104 Waar hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal, wordt – tenzij anders vermeld – bedoeld een ambtsedig proces-verbaal, opgemaakt in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren. Waar wordt verwezen naar dossierpagina’s betreft dit de pagina’s van het doorgenummerde proces-verbaal zaak 26, pagina 1 tot en met 41, met het nummer PL1514/2010108011-1, politie Haaglanden, bureau Hoefkade met bijlagen

105 Waar hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal, wordt – tenzij anders vermeld – bedoeld een ambtsedig proces-verbaal, opgemaakt in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren. Waar wordt verwezen naar dossierpagina’s betreft dit de pagina’s van het doorgenummerde proces-verbaal zaak 16, pagina 1 tot en met 150, met het nummer PL1533/2009/58297-20, politie Haaglanden, bureau Hoefkade met bijlagen

106 Waar hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal, wordt – tenzij anders vermeld – bedoeld een ambtsedig proces-verbaal, opgemaakt in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren. Waar wordt verwezen naar dossierpagina’s betreft dit de pagina’s van het doorgenummerde proces-verbaal zaak 16, pagina 1 tot en met 150, met het nummer PL1533/2009/58297-20, politie Haaglanden, bureau Hoefkade met bijlagen

107 Tabak onderzoek, pagina 72

108 Proces-verbaal van bevindingen, pagina 50 en 63

109 Tabak onderzoek, pagina 73

110 Proces-verbaal van bevindingen, pagina 18/19

111 Proces-verbaal van verhoor getuige [zus medeverdachte 1], pagina 29/30

112 Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 1], pagina 32/33 en 40

113 Proces-verbaal van aangifte [G], pagina 47

114 Plattegrond google maps, pagina 64