Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2010:BO5183

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
26-11-2010
Datum publicatie
26-11-2010
Zaaknummer
09-665368-10
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het in bezit hebben van kinderpornografische afbeeldingen en films. Verdachte heeft gedurende een periode van ruim drie en een half jaar naar dit soort afbeeldingen gezocht, hiervoor betaald en deze gedownload en bewaard op zijn externe harde schijf. [..] De officier van justitie heeft een straf geëist die zwaarder is dan de nog tot voor kort geëiste en opgelegde straffen in soortgelijke gevallen. De officier van justitie heeft daartoe verwezen naar de nieuwe binnen het Openbaar Ministerie geldende richtlijnen. Naar het oordeel van de rechtbank verhoudt oplegging van een straf als door de officier van justitie geëist zich niet met de huidige stand van zaken in de straftoemeting en druist die te zeer in tegen het beginsel van gelijke berechting. Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen, en daarnaast het feit dat het aantal afbeeldingen dat verdachte in zijn bezit heeft gehad, relatief gering is alsmede de omstandigheid dat de de aangetroffen beelden poserend van aard zijn, is de rechtbank van oordeel dat een onvoorwaardelijke vrijheidsbenemende straf niet passend en geboden is. Taakstraf, bestaande uit een werkstraf, voor de tijd van 180 uren; voorwaardelijke gevangenisstraf van 6 maanden, proeftijd 3 jaar, onder de bijzondere voorwaarde: Reclasseringstoezicht, ook als dat inhoudt begeleiding door en/of (ambulante) behandeling bij De Waag.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ‘S-GRAVENHAGE

Sector Strafrecht

Meervoudige strafkamer

Parketnummer 09/665368-10

Datum uitspraak: 26 november 2010

Tegenspraak

(Promis)

De rechtbank ’s-Gravenhage heeft op de grondslag van de – gewijzigde - tenlastelegging en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1970,

adre[woonplaats].

1. Het onderzoek ter terechtzitting

Het onderzoek is gehouden ter terechtzitting van 12 november 2010.

De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie mr. M.A. van der Laan en van hetgeen door de raadsman van verdachte mr. A.B. Baumgarten, advocaat te ‘s-Gravenhage, en door de verdachte naar voren is gebracht.

2. De tenlastelegging

Aan de verdachte is - na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting - ten laste gelegd dat:

hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 augustus 2006 tot en met 8 april 2010 te [woonplaats], in elk geval in Nederland, telkens, althans één of meermalen een afbeelding en/of een film en/of een gegevensdrager, bevattende 273 foto's en/of 63 films, althans één of meer afbeeldingen en/of films van één of meer seksuele gedraging(en), waarbij (telkens) één of meer perso(o)n(en) die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had(den) bereikt, was/waren betrokken of schijnbaar was/waren betrokken en welke (naakte en/of deels naakte) perso(o)n(en) op zodanige wijze pose(e)r(t)(en) en/of is/zijn afgebeeld, dat zijn/haar/hun ontblote geslachtsde(e)l(en) (nadrukkelijke en/of uitdagend) in beeld is/zijn gebracht (op een wijze kennelijk bedoeld, althans mede bedoeld om seksuele prikkeling op te wekken) en/of die (een) seksuele gedraging(en) met/bij zichzelf en/of een of meer andere perso(o)n(en) verrichten en/of laten verrichten (op een wijze kennelijke bedoeld, althans mede bedoeld om seksuele prikkeling op te wekken) en/of bestaande die seksuele gedraging(en) onder meer uit:

"Blank meisje gekleed in een paars shirt en witte onderbroek ligt op haar rug, zij steunt op haar ellebogen. Het meisje kijkt in de camera. De onderbroek van het meisje zit hoog strak opgetrokken waardoor de nadruk van de foto gericht is op haar vagina" (foto met bestandsnaam [bestandsnaam]) en/of

"Naakt blank meisje zit met haar benen gespreid op een rots/steen. Om haar hals hangt een groot opvallend sieraad. In haar handen houdt zij een zwarte slip ter hoogte van haar navel. Onder de slip door, is de vagina van het meisje duidelijk zichtbaar. De aandacht van de foto is gericht op de vagina" (foto met bestandsnaam [bestandsnaam]) en/of

"Blank meisje is gekleed in een zwarte BH en een zwarte string slip. Het meisje neemt een aantal poses in waarbij wordt ingezoomd op haar anus en vagina. Haar slip is zo klein dat deze ook deels zichtbaar zijn" (film met bestandsnaam [bestandsnaam]) en/of

"Blank meisje gekleed in een witte BH en een zwarte slip zit voor de webcam. Zij kleedt zich vervolgens uit, hierbij wordt ingezoomd op zowel haar borsten als vagina" (film met bestandsnaam webcam[bestandsnaam])

(telkens) heeft verspreid en/of vervaardigd en/of ingevoerd en/of uitgevoerd en/of in bezit heeft gehad;

art 240b lid 1 Wetboek van Strafrecht

3. Het bewijs

3.1 Het standpunt van de officier van justitie

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte in de periode van 1 augustus 2006 tot en met 8 april 2010 kinderporno in bezit heeft gehad.

De officier van justitie heeft gevorderd dat de rechtbank wettig en overtuigend bewezen zal verklaren dat verdachte dit feit heeft begaan.

3.2 Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft bepleit dat verdachte geheel dan wel partieel dient te worden vrijgesproken. De raadsman heeft daartoe het volgende aangevoerd.

In het dossier bevindt zich een door verdachte ondertekende bekennende verklaring, afgelegd bij de politie, dat hij kinderporno heeft gedownload sinds hij de beschikking heeft over een creditcard. Verdachte heeft hierover ter terechtzitting verklaard dat zijn verklaring bij de politie niet juist is weergegeven. De op schrift gestelde verklaring is door verdachte voor gezien getekend, omdat hij weg wilde en hem was medegedeeld dat hij anders gedurende drie dagen in verzekering kon worden gesteld. Ter onderbouwing wijst de raadsman op een onvoltooide zin in het proces-verbaal op pagina 122.

Verdachte was zich voorts niet bewust van de aanwezigheid van de bestanden met kinderpornografische afbeeldingen/films op zijn computer. Niet vast staat dat de aangetroffen bestanden afkomstig zijn van de websites waarvoor is betaald. De bestanden zijn op enig moment aan verdachte toegezonden.

Ten slotte heeft de raadsman aangevoerd dat het aantal kinderpornografische bestanden dat ten laste is gelegd onvoldoende ondersteund wordt door het dossier nu niet is komen vast te staan dat al de aangetroffen bestanden kinderpornografisch materiaal bevatten. Verdachte dient dan ook te worden vrijgesproken van de concreet genoemde aantallen kinderpornografische bestanden.

3.3 De beoordeling van de tenlastelegging1

Inleiding

In augustus 2008 ontving het Korps Landelijke Politiediensten van Interpol een rapport over een drietal onderzoeken uit Wit Rusland, de Verenigde Staten en Groot-Brittannië waarbij onderzoek was gedaan naar meer dan 200 commerciële kinderpornografische websites.2 Bij dit onderzoek was een bestand met klantgegevens en transacties in beslag genomen.3 Hieruit kwam de naam van verdachte naar voren.4

Uit de transactiegegevens bleek dat met de creditcardnummers [nummer 1], [nummer 2] en [nummer 3] toegang was gekocht tot een aantal websites met een kinderpornografisch karakter.5 De creditcards met deze nummers waren afgegeven aan verdachte.6

Uit de transactiegegevens bleek voorts dat met het e-mailadres [e-mailadres].nl via PayPal toegang was gekocht tot een aantal websites met een kinderpornografisch karakter.7 Uit de gegevens die door PayPal werden verstrekt, bleek dat dit adres werd gebruikt door verdachte.8

Op grond van het bovenstaande heeft een doorzoeking ter inbeslagneming plaats gevonden in perceel [adres], de woning van verdachte, waarbij enkele gegevensdragers in beslag zijn genomen.9

De in beslag genomen gegevensdragers zijn vervolgens door de digitale expertise recherche onderzocht.10 De hierop aangetroffen multimedia bestanden zijn door zedenrechercheurs bekeken11 waarbij 273 foto’s en 63 films zijn aangetroffen die kinderpornografisch materiaal bevatten.12 Een viertal van de aangetroffen bestanden worden als volgt omschreven:

Foto met bestandsnaam [bestandsnaam]:

Blank meisje, met een geschatte leeftijd tussen de 12 en 16 jaar, gekleed in een paars shirt en witte onderbroek ligt op haar rug, zij steunt op haar ellebogen. Het meisje kijkt in de camera. De onderbroek van het meisje zit hoog strak opgetrokken waardoor de nadruk van de foto gericht is op haar vagina.

Foto met bestandsnaam [bestandsnaam]:

Naakt blank meisje, met een geschatte leeftijd tussen de 8 en 10 jaar, zit met haar benen gespreid op een rots/steen. Om haar hals hangt een groot opvallend sieraad. In haar handen houdt zij een zwarte slip ter hoogte van haar navel. Onder de slip door, is de vagina van het meisje duidelijk zichtbaar. De aandacht van de foto is gericht op de vagina.

Film met bestandsnaam [bestandsnaam]:

Blank meisje, met een geschatte leeftijd tussen de 12 en 14 jaar, is gekleed in een zwarte BH en een zwarte string slip. Het meisje neemt een aantal poses in waarbij wordt ingezoomd op haar anus en vagina. Haar slip is zo klein dat deze ook deels zichtbaar zijn.

Film met bestandsnaam webcam[bestandsnaam]:

Blank meisje, met een geschatte leeftijd tussen de 14 en 16 jaar, gekleed in een witte BH en een zwarte slip zit voor de webcam. Zij kleedt zich vervolgens uit, hierbij wordt ingezoomd op zowel haar borsten als vagina.13

Verdachte is vervolgens uitgenodigd voor verhoor. Desgevraagd verklaarde verdachte bij de politie dat hij sinds hij de beschikking heeft over een creditcard hij wel eens kinderporno heeft gedownload en hiervoor heeft betaald, dat hij dit heeft gedaan via zijn PC van het merk HP Pavilion en dat hij de kinderporno een paar jaar geleden op de externe harde schijf van het merk LaCie heeft gezet die bij verdachte thuis in beslag is genomen.14

Het oordeel van de rechtbank

Met betrekking tot de inhoud van de verklaring van verdachte bij de politie

Ter terechtzitting is door de verdediging aangevoerd dat zijn verklaring bij de politie niet juist is weergegeven in het proces-verbaal.

De rechtbank overweegt hieromtrent dat in het proces-verbaal is opgenomen dat verdachte zijn verklaring heeft doorgelezen en daarin heeft volhard. Daarnaast is de verklaring op elke pagina door de verdachte ondertekend. Het proces-verbaal is op ambtsbelofte opgemaakt door twee verbalisanten. De rechtbank ziet geen aanleiding om te twijfelen aan hetgeen de verbalisanten op ambtsbelofte hebben opgeschreven en gaat ervan uit dat de verklaring die de verdachte tegenover de politie heeft afgelegd, juist is weergegeven in het proces-verbaal.

De rechtbank houdt verdachte dan ook aan voornoemde verklaring.

Met betrekking tot bezit

Anders dan de raadsman van verdachte stelt, is de rechtbank van oordeel dat verdachte zich bewust moet zijn geweest van de aanwezigheid van de kinderpornografische bestanden op zijn gegevensdragers. Verdachte heeft bij de politie verklaard de bestanden te hebben gedownload en op een zeker moment op een externe harde schijf te hebben gezet. Dergelijke handelingen duiden op bewustzijn van de aanwezigheid van die bestanden en derhalve op het in bezit nemen en hebben van die bestanden.

Met betrekking tot het pornografische karakter

Ten aanzien van het verweer van de raadsman dat het dossier onvoldoende steun biedt voor de kinderpornografische aard van de 273 foto’s en 63 films welke zijn tenlastegelegd overweegt de rechtbank als volgt.

Uit het proces-verbaal volgt dat de multimediabestanden welke op de harddisk zijn aangetroffen door een gecertificeerde zedenrechercheur zijn bekeken. Het aangetroffen mogelijk kinderpornografisch materiaal is door een andere gecertificeerde zedenrechercheur opnieuw beoordeeld. De multimediabestanden zijn beoordeeld op basis van de Aanwijzing Kinderpornografie welke criteria stelt voor het aanmerken van een afbeelding of film als kinderpornografie. Met betrekking tot de in casu als kinderpornografie gekwalificeerde beelden was de beoordeling eensluidend. De rechtbank oordeelt dat op deze wijze is vast komen te staan dat 273 foto’s en 63 films, welke zijn aangetroffen op een bij de verdachte in beslag genomen gegevensdrager, voldoen aan de criteria voor overtreding van artikel 240b Wetboek van Strafrecht. De in de dagvaarding uitgewerkte afbeeldingen en films tezamen vormen een nagenoeg volledige doorsnee van de seksuele gedragingen die op de multimediabestanden voor komen. De rechtbank begrijpt de tenlastelegging aldus dat deze uitgewerkte beschrijvingen zijn bedoeld als voorbeelden die representatief zijn voor alle afbeeldingen, ook voor die welke niet zijn uitgewerkt omdat zij een doorsnee daarvan vormen.

Conclusie

Op grond van het bovenstaande acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte in de periode van 1 augustus 2006 tot en met 8 april 2010 kinderporno in bezit heeft gehad.

Het dossier biedt geen aanwijzingen dat verdachte ook kinderporno heeft verspreid, vervaardigd of uitgevoerd, zodat hij van dat onderdeel van de tenlastelegging dient te worden vrijgesproken.

3.4 De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte:

in de periode van 1 augustus 2006 tot en met 8 april 2010 te [woonplaats] een gegevensdrager, bevattende 273 foto's en 63 films van seksuele gedragingen, waarbij personen die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet hadden bereikt, waren betrokken en welke naakte en/of deels naakte personen op zodanige wijze poseren en zijn afgebeeld, dat hun ontblote geslachtsdelen nadrukkelijk en/of uitdagend in beeld zijn, gebracht op een wijze kennelijk bedoeld om seksuele prikkeling op te wekken en bestaande die seksuele gedragingen onder meer uit:

"Blank meisje gekleed in een paars shirt en witte onderbroek ligt op haar rug, zij steunt op haar ellebogen. Het meisje kijkt in de camera. De onderbroek van het meisje zit hoog strak opgetrokken waardoor de nadruk van de foto gericht is op haar vagina" (foto met bestandsnaam [bestandsnaam]) en

"Naakt blank meisje zit met haar benen gespreid op een rots/steen. Om haar hals hangt een groot opvallend sieraad. In haar handen houdt zij een zwarte slip ter hoogte van haar navel. Onder de slip door, is de vagina van het meisje duidelijk zichtbaar. De aandacht van de foto is gericht op de vagina" (foto met bestandsnaam [bestandsnaam]) en

"Blank meisje is gekleed in een zwarte BH en een zwarte string slip. Het meisje neemt een aantal poses in waarbij wordt ingezoomd op haar anus en vagina. Haar slip is zo klein dat deze ook deels zichtbaar zijn" (film met bestandsnaam [bestandsnaam]) en

"Blank meisje gekleed in een witte BH en een zwarte slip zit voor de webcam. Zij kleedt zich vervolgens uit, hierbij wordt ingezoomd op zowel haar borsten als vagina" (film met bestandsnaam webcam[bestandsnaam])

in bezit heeft gehad.

4. De strafbaarheid van het feit

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.

Dit levert het in de beslissing genoemde strafbare feit op.

5. De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is eveneens strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

6. De straf/maatregel

6.1. De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake van het hem bij gewijzigde dagvaarding ten laste gelegde wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 16 maanden waarvan 6 maanden voorwaardelijk en met een proeftijd van 5 jaren en daaraan gekoppeld de bijzondere voorwaarde van reclasseringstoezicht, ook indien dit een gedragsinterventie en het volgen van een behandeling bij De Waag inhoudt.

6.2. Het standpunt van de verdediging

De raadsman merkt op dat de door de officier geëiste straf buitenproportioneel hoog is. Indien de rechtbank tot een bewezenverklaring zou komen, dient een lagere straf dan de geëiste te worden opgelegd, aldus de advocaat. Hij verzoekt een deels voorwaardelijke taakstraf op te leggen met de bijzondere voorwaarden zoals door de reclassering geadviseerd.

6.3. Het oordeel van de rechtbank

Na te melden straffen zijn in overeenstemming met de ernst van het gepleegde feit, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gegrond op de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte zoals daarvan tijdens het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het in bezit hebben van kinderpornografische afbeeldingen en films. Daarop zijn jonge meisjes te zien die op zodanige wijze poseren dat hun ontblote geslachtsdelen in beeld zijn, op een wijze kennelijk bedoeld om seksuele prikkelingen op te wekken. Verdachte heeft gedurende een periode van ruim drie en een half jaar naar dit soort afbeeldingen gezocht, hiervoor betaald en deze gedownload en bewaard op zijn externe harde schijf. Verdachte heeft hiermee de norm die strekt tot de bescherming van jeugdigen tegen seksueel misbruik in ernstige mate geschonden. Door het aankopen, downloaden en in bezit hebben van kinderpornografisch materiaal wordt de productie daarvan gestimuleerd en in stand gehouden. Voor deze productie worden jonge kinderen ernstig seksueel misbruikt en uitgebuit. Zij worden voor de camera gezet om te poseren en seksuele handelingen bij zichzelf en anderen te verrichten en te ondergaan waaraan zij, gelet op hun geestelijke en lichamelijke ontwikkeling, nog lang niet toe zijn. Tengevolge hiervan lopen deze kinderen psychische schade op die gedurende lange tijd diepe sporen nalaat. Ook kunnen zij nog lange tijd achtervolgd worden door de gevolgen van de productie van de beelden. In de praktijk is namelijk gebleken dat een afbeelding die eenmaal op internet is aangetroffen, vrijwel onmogelijk blijvend van internet te verwijderen is en nog jarenlang kan opduiken. Dat verdachte hieraan, als consument, een bijdrage levert, rekent de rechtbank hem zwaar aan.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het plegen van ernstige feiten hetgeen dan ook scherpe afkeuring verdient en in beginsel zeer streng bestraft dient te worden. De rechtbank neemt bij de strafmaat evenwel in aanmerking dat de bij verdachte aangetroffen beelden enkel poserende kinderen laten zien, zonder het zware misbruik dat in vergelijkbare zaken wordt aangetroffen. Het aantal aangetroffen beelden is, in vergelijking met andere zaken, in omvang beperkt.

De rechtbank heeft acht geslagen op het uittreksel uit de Justitiële Documentatie betreffende verdachte waaruit blijkt dat hij niet eerder veroordeeld wegens enig strafbaar feit.

De rechtbank heeft kennis genomen van het advies van de Reclassering Nederland van 9 november 2010. De rapporteur geeft daar in aan dat sinds de politie-inval verdachte zijn best doet om wijzigingen aan te brengen in zijn bestaan door weer te gaan sporten en meer structuur aan te brengen in zijn leven. Bij de reclassering bestaan evenwel twijfels ten aanzien van de capaciteit van verdachte om de in zijn leven door hemzelf aangebrachte nieuwe structuur vol te houden. Verdachte ontvangt momenteel een uitkering in het kader van de werkloosheidswet en is sinds oktober 2009 ‘in between jobs’. Het recidiverisico schuilt volgens de reclassering met name in schulden, het ontbreken van een partner en een zinvolle daginvulling, waardoor opnieuw spanningen kunnen worden opgeroepen die tot het delictgedrag kunnen leiden. Met de reclassering acht de rechtbank het zinvol om de door verdachte ingeslagen weg te blijven monitoren in welk kader reclasseringstoezicht en een behandeling bij De Waag zinvol wordt geacht.

De officier van justitie heeft een straf geëist die zwaarder is dan de nog tot voor kort geëiste en opgelegde straffen in soortgelijke gevallen. De officier van justitie heeft daartoe verwezen naar de nieuwe binnen het Openbaar Ministerie geldende richtlijnen. Naar het oordeel van de rechtbank verhoudt oplegging van een straf als door de officier van justitie geëist zich niet met de huidige stand van zaken in de straftoemeting en druist die te zeer in tegen het beginsel van gelijke berechting.

Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen, en daarnaast het feit dat het aantal afbeeldingen dat verdachte in zijn bezit heeft gehad, relatief gering is alsmede de omstandigheid dat de de aangetroffen beelden poserend van aard zijn, is de rechtbank van oordeel dat een onvoorwaardelijke vrijheidsbenemende straf niet passend en geboden is. De rechtbank zal een forse werkstraf opleggen. Daarnaast zal de rechtbank, teneinde de ernst van het door de verdachte gepleegde feit nog meer tot uitdrukking te brengen, aan verdachte een voorwaardelijke vrijheidsbenemende straf opleggen. Deze voorwaardelijke gevangenisstraf dient er tevens toe verdachte ervan te weerhouden zich wederom schuldig te maken aan soortgelijke of andere strafbare feiten. Gelet op de ernst van het feit, de lange periode waarin zich dit heeft voorgedaan en teneinde het recidiverisico effectiever te kunnen beperken zal de rechtbank een langere proeftijd dan gebruikelijk bepalen. Aan dit voorwaardelijk strafdeel zal de rechtbank tevens de bijzondere voorwaarde verbinden dat verdachte zich moet houden aan de aanwijzingen van de reclassering, ook als die inhouden dat verdachte zich laat behandelen voor zijn problematiek bij De Waag of een soortgelijke instelling.

7. De in beslag genomen goederen

7.1. De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie vordert de onttrekking aan het verkeer van de in beslag genomen harde schijf waarop de kinderpornografische bestanden zijn aangetroffen.

7.2. Het standpunt van de verdediging

De verdediging verzoekt teruggave van de in beslag genomen harde schijf na verwijdering van de kinderpornografische bestanden, dan wel teruggave van de zich tevens op die harde schijf bevindende foto’s van de ex-vriendin van verdachte welke hem dierbaar zijn.

7.3. Het oordeel van de rechtbank

Om de harde schijf vrij van kinderporno terug te geven, dan wel de voor verdachte dierbare bestanden terug te vinden, is een arbeidsintensieve bewerking van die schijf nodig. Gelet op de beperkte opsporingscapaciteit van de politie, afgewogen tegen het feit dat verdachte zelf de bestanden op dezelfde gegevensdrager bij elkaar heeft gezet, acht de rechtbank het onredelijk bezwarend om aan het ter zake gedane verzoek van de verdediging te voldoen. De rechtbank wijst dit verzoek af.

Nu de gegevensdrager is gebruikt voor het begaan van het feit ontrekt de rechtbank de in beslag genomen gegevensdrager aan het verkeer.

8. De toepasselijke wetsartikelen

De op te leggen straf en maatregel is gegrond op de artikelen:

- 9, 14a, 14b, 14c, 14d, 22c, 22d, 36b, 36c, 240b van het Wetboek van Strafrecht.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

9. De beslissing

De rechtbank,

verklaart wettig en overtuigend bewezen, dat de verdachte het bij gewijzigde dagvaarding tenlastegelegde feit heeft begaan en dat het bewezenverklaarde uitmaakt:

een gegevensdrager, bevattende afbeeldingen van seksuele gedragingen, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt is betrokken, in bezit hebben;

verklaart het bewezen verklaarde en de verdachte deswege strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

veroordeelt de verdachte tot:

een taakstraf, bestaande uit een werkstraf, voor de tijd van 180 (HONDERDTACHTIG) UREN;

beveelt, voor het geval dat de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de tijd van 90 (NEGENTIG) DAGEN;

veroordeelt verdachte te dier zake voorts tot:

een gevangenisstraf voor de duur van 6 (ZES) MAANDEN;

bepaalt, dat die straf niet zal worden tenuitvoergelegd, zulks onder de algemene voorwaarde, dat de veroordeelde zich voor het einde van de hierbij op 3 (DRIE) JAREN vastgestelde proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit en dat veroordeelde ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet of de identificatieplicht aanbiedt;

en onder de bijzondere voorwaarde dat de veroordeelde zich gedurende de proeftijd zal gedragen naar de voorschriften hem te geven door of namens de stichting Reclassering Nederland, zolang die instelling zulks nodig acht, ook als dat inhoudt begeleiding door en/of (ambulante) behandeling bij De Waag;

geeft hierbij opdracht aan bovengenoemde reclasseringsinstelling krachtens het bepaalde bij artikel 14d, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht;

verklaart onttrokken aan het verkeer het op de beslaglijst genoemde voorwerp, te weten 1 LaCie externe harddisk.

Dit vonnis is gewezen door

mr. Wijnnobel-Van Erp, voorzitter,

mrs. Meijers en Van de Kragt, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. Van Halderen, griffier,

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 26 november 2010.

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal wordt – tenzij anders vermeld – bedoeld een ambtsedig proces-verbaal, opgemaakt in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren. Waar wordt verwezen naar dossierpagina’s betreffen die de pagina’s van het doorgenummerde proces-verbaal met het nummer 2010015286 van politie Haaglanden, met bijlagen.

2 Relaas proces-verbaal, pag. 5-6.

3 Relaas proces-verbaal, pag. 5.

4 Relaas proces-verbaal, pag. 7-8.

5 Relaas proces-verbaal, pag. 7-8.

6 Relaas proces-verbaal, pag. 10.

7 Relaas proces-verbaal, pag. 8.

8 Relaas proces-verbaal, pag. 10.

9 Proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagneming, pag. 78-83.

10 Proces-verbaal van bevindingen, pag. 91-96.

11 Proces-verbaal van bevindingen (multimedia), pag. 114.

12 Proces-verbaal van bevindingen (multimedia), pag. 115.

13 Proces-verbaal van bevindingen (multimedia), pag. 116.

14 Proces-verbaal van verhoor verdachte, pag. 122.