Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2010:BO4625

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
22-11-2010
Datum publicatie
22-11-2010
Zaaknummer
378330 - KG ZA 10-1299
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Partijen zijn verdeeld over de vraag of MarBer c.s. gehouden zijn de door Pluto Sport gevorderde roerende zaken aan haar af te geven. De voorzieningenrechter veroordeelt MarBer c.s. hoofdelijk binnen twee dagen na betekening van dit vonnis de roerende zaken af te geven aan Pluto Sport door haar, of een door haar aan te wijzen derde, in staat te stellen zich naar de bedrijfsruimte te begeven en de roerende zaken mee te nemen, op straffe van een dwangsom van € 2.500,- per dag dat MarBer c.s. hiermee in gebreke blijven, met een maximum van € 100.000.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE

Sector civiel recht - voorzieningenrechter

zaak- / rolnummer: 378330 / KG ZA 10-1299

Vonnis in kort geding van 22 november 2010

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Pluto Sport Europe B.V.,

gevestigd te Ter Aar (gemeente Nieuwkoop),

eiseres,

advocaat mr. F.M.W. van Tol te Utrecht,

tegen:

1. de vennootschap onder firma

Vof MarBer,

gevestigd te Alphen aan den Rijn,

en haar vennoten

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

VKB Vastgoed B.V.,

gevestigd te Alpen aan den Rijn,

3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[A] Holding B.V.,

gevestigd te [plaats],

gedaagden,

advocaat mr. C. de Bres te Amsterdam.

Eiseres wordt hierna aangeduid als ‘Pluto Sport’, gedaagde sub 1 als MarBer en alle gedaagden gezamenlijk als ‘MarBer c.s.’.

1. De feiten

Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting van 10 november 2010 wordt in dit geding van het volgende uitgegaan.

1.1. MarBer is eigenaar van de bedrijfsruimte aan de [adres] te [plaats]. MarBer verhuurde deze ruimte aan de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Pro Club Sports Beheer B.V. (hierna: PCS Beheer).

1.2. PCS Beheer houdt alle aandelen in de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Pro Club Sports B.V. (hierna: PCS) en 1799 van de 1800 aandelen in de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Sportscontrol B.V. (hierna: Sportscontrol).

1.3. Op 29 juni 2010 zijn PCS Beheer, PCS en Sportscontrol in staat van faillissement verklaard met benoeming van mr. [curator] tot curator (hierna: de curator).

1.4. Op 30 juni 2010 heeft Pluto Sport een koopovereenkomst gesloten met de curator. Deze koopovereenkomst strekt tot de verkoop en levering van onder meer inventaris, bedrijfsmiddelen en voorraden van de failliete vennootschappen aan Pluto Sport.

Blijkens de overgelegde overeenkomst zijn de curator en Pluto Sport ten aanzien van de levering van de zaken het volgende overeengekomen:

“2.1. Levering van de Activa zal plaatsvinden op 30 juni 2010, hierna te noemen “de Overdrachtsdatum”, onder de opschortende voorwaarden genoemd in artikel 11 en overigens onder de volgende voorwaarden:

2.2. Levering van de in artikel 1.2 sub a en b genoemde roerende zaken vindt plaats door bezitsverschaffing op de Overdrachtsdatum doordat de Curator aan de Koper toegang verschaft tot de ruimten waar deze zaken zich bevinden.”

1.5. Na 30 juni 2010 heeft Pluto Sport de door haar gekochte zaken met goedvinden van de curator vooralsnog achtergelaten in de bedrijfsruimte.

1.6. Het eerste openbare faillissementsverslag d.d. 5 augustus 2010 met betrekking tot PCS Beheer vermeldt dat deze vennootschap geen bedrijfsmiddelen in eigendom heeft en dat zij niet beschikt over voorraden of onderhanden werk. Dit verslag vermeldt voorts dat de kantoor- en bedrijfsinventaris, alsmede de voorraden van de werkmaatschappijen PCS en Sportscontrol door de doorstarter (voorzieningenrechter: Pluto Sport) zijn overgenomen.

Met betrekking tot de huur vermeldt het verslag:

“De ontruiming van het gehuurde heeft op dit moment nog niet plaatsgevonden. Dit onder andere in verband met het feit dat roerende zaken, aanwezig in het gehuurde, nog (door mij) verkocht en aan derden overdragen moeten worden (zijnde met name in het magazijn aanwezig stellingen).”

1.7. Het tweede openbare faillissementsverslag d.d. 29 september 2010 meldt, voor zover relevant, het volgende:

“Onder verwijzing naar het gestelde in verslag nummer 1 kan gemeld worden dat de laatste roerende zaken eind september a.s. uit het bedrijfspand (…) zullen worden verwijderd, waarna oplevering/overdracht aan de verhuurder kan plaatsvinden.”

1.8. Nadat de curator de huurovereenkomst met MarBer had opgezegd diende, de curator de bedrijfsruimte tegen 30 september 2010 leeg op te leveren aan MarBer. Afgesproken is dat de oplevering op 7 oktober 2010 zou plaatsvinden.

1.9. Op de tussen MarBer en PCS gesloten huurovereenkomst zijn de standaard ROZ-voorwaarden inzake huurovereenkomst kantoorruimte en andere bedrijfsruimte van toepassing. Met betrekking tot de oplevering na het einde van de huurovereenkomst luiden deze voorwaarden, voor zover relevant:

“10.1.4 Verder wordt het gehuurde opgeleverd geheel ontruimd, vrij van gebruik en gebruiksrechten, behoorlijk schoongemaakt onder afgifte van alle sleutels, keycards e.d. aan verhuurder. Huurder is verplicht alle zaken die door hem in, aan of op het gehuurde zijn aangebracht of door hem van de voorgaande huurder of gebruiker zijn overgenomen op eigen kosten te verwijderen. Voor niet verwijderde zaken is verhuurder geen vergoeding verschuldigd. De niet verwijderde zaken kunnen op kosten van huurder worden verwijderd. (…)

(…)

10.3 Alle zaken waarvan huurder kennelijk afstand heeft gedaan door deze in het gehuurde achter te laten bij het daadwerkelijk verlaten van het gehuurde, kunnen door verhuurder, naar verhuurders inzicht, zonder enige aansprakelijkheid zijnerzijds, op kosten van huurder worden verwijderd. Verhuurder heeft het recht om (…) zich deze zaken toe te eigenen en indien gewenst, te verkopen en de opbrengst daarvan te behouden, dit alles tenzij verhuurder ermee bekend is dat de opvolgend huurder de zaken heeft overgenomen.”

1.10. Op 1 oktober 2010 hebben MarBer c.s. de bedrijfsruimte betreden. Aldaar hebben zij Poolse werklui aangetroffen die doende waren stellingen uit de bedrijfsruimte te verwijderen. Daarnaast bevond zich in de bedrijfsruimte nog een aanhangwagen, die eigenaar was van de heer [B], en een aantal andere (roerende) zaken. MarBer c.s. hebben de sloten van de bedrijfsruimte veranderd. Met instemming van MarBer c.s. zijn de werklui vervolgens voortgegaan met het verwijderen en afvoeren van de stellingen. Ook [B] heeft toestemming gekregen zijn aanhangwagen te verwijderen.

1.11. Op of omstreeks 4 oktober 2010 heeft Pluto Sport aanspraak gemaakt op afgifte van de door haar gekochte zaken die zich nog in de bedrijfsruimte bevonden. MarBer c.s. hebben afgifte van deze zaken geweigerd.

1.12. Bij e-mailbericht van 4 oktober 2010 heeft de heer [C] namens Pluto Sport aan de curator verzocht MarBer mee te delen dat de in de bedrijfsruimte aanwezige handelsgoederen en inventaris eigendom zijn van Pluto Sport. De curator heeft dit e-mailbericht doorgezonden aan de (voormalige) advocaat van MarBer c.s.

1.13. Op 7 oktober 2010 heeft de curator de bedrijfsruimte opgeleverd aan MarBer.

1.14. Bij brief van 14 oktober 2010 heeft de advocaat van Pluto Sport MarBer c.s. gesommeerd de door haar gekochte zaken aan haar af te geven. In deze brief wordt melding gemaakt van de volgende zaken: 1 Jungheinrich reachtruck, 2 Jungheinrich vorkheftrucks, 5 handpalletwagens, 2 pallets order Marionex, 1 pallet tassen Scala College, Order TK Mexx, 3 airco’s, Kantoorartikelen, Aantal Stoelen, 2 tafels, Stofzuiger en Bloembak.

1.15. MarBer c.s. hebben geen gehoor gegeven aan de sommatie.

2. Het geschil

2.1. Pluto Sport vordert, zakelijk weergegeven:

I. MarBer c.s. hoofdelijk te veroordelen de onder 1.14 genoemde zaken af te geven door Pluto Sport of een door haar aan te wijzen derde in staat te stellen deze zaken vanuit de bedrijfsruimte van MarBer mee te nemen, een en ander op straffe van een dwangsom;

II. MarBer c.s. hoofdelijk te veroordelen tot betaling van € 1.909,95 ter zake van buitengerechtelijke incassokosten;

III. MarBer c.s. hoofdelijk te veroordelen in de proceskosten, de nakosten daaronder begrepen.

2.2. Daartoe voert Pluto Sport het volgende aan.

Op 30 juni 2010 is Pluto Sport eigenaar geworden van de roerende zaken genoemd in de koopovereenkomst. Op die dag heeft bezitsverschaffing plaatsgevonden doordat de curator haar de sleutel van het bedrijfspand heeft gegeven.

Door een miscommunicatie met de curator, zijn de zaken na 30 september 2010 achtergebleven in de bedrijfsruimte van MarBer c.s. MarBer heeft evenwel geen enkel recht om de zaken onder zich te houden.

Pluto Sport heeft een spoedeisend belang bij de hoor haar gevorderde afgifte, aangezien zij een deel van de zaken reeds heeft doorverkocht en thans in de onmogelijkheid verkeert om deze zaken te leveren.

Pluto Sport heeft buitengerechtelijke incassokosten gemaakt teneinde MarBer c.s. te bewegen de zaken buiten rechte af te geven. Deze kosten ten bedrage van € 1.909,95 dienen door MarBer c.s. te worden vergoed.

2.3. MarBer c.s. voeren gemotiveerd verweer, dat hierna, voor zover nodig, zal worden besproken.

3. De beoordeling van het geschil

3.1. Partijen zijn verdeeld over de vraag of MarBer c.s. gehouden zijn de door Pluto Sport gevorderde roerende zaken (hierna: de roerende zaken) aan haar af te geven. Indien, zoals door Pluto Sport wordt gesteld doch door MarBer c.s. wordt betwist, MarBer c.s. deze zaken ten onrechte onder zich houden, is daarmee het spoedeisend belang aan de zijde van Pluto Sport gegeven.

3.2. Het verweer van MarBer c.s. valt uiteen in twee delen. In de eerste plaats hebben zij betwist dat Pluto Sport eigenaar is geworden van de door haar gevorderde zaken. Volgens MarBer c.s. is juist MarBer, als verhuurder, eigenaar geworden van de in de bedrijfsruimte achtergelaten zaken. In de tweede plaats hebben MarBer c.s. zich op het standpunt gesteld dat, zo Pluto Sport al eigenaar van alle zaken geworden is, MarBer c.s. zich kunnen beroepen op een opschortingsrecht aangezien zij een vordering op Pluto Sport hebben ter zake van schadevergoeding voor de aan de bedrijfsruimte aangerichte schade, het wegnemen van eigendommen van MarBer c.s. en/of een gebruiksvergoeding voor het gebruik van het gehuurde.

3.3. In deze procedure moet derhalve worden beoordeeld of Pluto Sport eigenaar is van de door haar gevorderde zaken en zo ja, of MarBer c.s. zich terzake op een opschortingsrecht kunnen beroepen.

3.4. MarBer c.s. hebben ter onderbouwing van hun verweer dat Pluto Sport geen eigenaar is geworden van de door haar gevorderde zaken het volgende aangevoerd: In de eerste plaats hebben zij zich op het standpunt gesteld dat niet uit de overgelegde koopovereenkomst kan worden afgeleid dat alle gevorderde zaken door Pluto Sport zijn gekocht. Ten tweede hebben zij aangevoerd dat geen sprake is van een geldige levering. In de derde plaats hebben zij zich op het standpunt gesteld dat in de koopovereenkomst sprake is van (onleesbaar gemaakte) opschortende voorwaarden en dat niet beoordeeld kan worden of aan deze voorwaarden is voldaan.

Ten slotte hebben MarBer c.s. zich op het standpunt gesteld dat zij op grond van 5:18 BW, dan wel op grond van de bij de met PCS Beheer gesloten huurovereenkomst behorende algemene voorwaarden eigenaar zijn geworden van de betreffende zaken.

3.5. Voorshands oordelend acht de voorzieningenrechter het aannemelijk dat Pluto Sport eigenaar is geworden van de door haar gevorderde zaken. Redengevend daarvoor is het volgende.

3.6. Ingevolge de artikelen 3:84 jo 3:90 BW geschiedt overdracht van roerende zaken door middel van levering krachtens een geldige titel door een beschikkingsbevoegde. De levering dient te geschieden door middel van bezitsverschaffing. Uit de overgelegde delen van de koopovereenkomst in combinatie met de faillissementsverslagen kan genoegzaam worden afgeleid dat de tussen Pluto Sport en de (beschikkingsbevoegde) curator gesloten koopovereenkomst betrekking heeft op de kantoor- en bedrijfsinventaris, alsmede de voorraden van de PCS en Sportscontrol. MarBer c.s. hebben niet weersproken dat deze zaken zich in de bedrijfsruimte bevinden. Evenmin is gesteld of gebleken dat (behoudens MarBer c.s.) een andere partij dan Pluto Sport aanspraak maakt op deze zaken.

3.7. Met betrekking tot de levering zijn Pluto Sport en de curator overeengekomen dat de levering zou geschieden door middel van bezitsverschaffing op 30 juni 2010 doordat de curator aan Pluto Sport toegang zou verschaffen tot de ruimten waar de verkochte zaken zich bevinden, zo volgt uit de koopovereenkomst. Pluto Sport heeft onweersproken gesteld dat zij na 30 juni 2010 van de curator de beschikking heeft gekregen over de sleutels van de bedrijfsruimte. Met de sleutels was zij in staat om de feitelijke macht over de zaken uit te oefenen en daardoor heeft zij het bezit gekregen van de betreffende zaken. Dat dit mogelijk in strijd is met de voorwaarden van de tussen MarBer en PCS Beheer gesloten huurovereenkomst maakt dat niet anders.

Vanaf het moment dat Pluto Sport het bezit van de zaken had, was aan alle vereisten van de artikelen 3:84 jo 3:90 BW voldaan, zodat het ervoor gehouden moet worden dat Pluto Sport op dat moment eigenaar is geworden van de door haar gekochte zaken. Dat zij later – doordat MarBer c.s. de sleutels van de bedrijfsruimte hebben vervangen – het bezit van die zaken is verloren, doet niet af aan het eerder door haar verworven eigendomsrecht.

3.8. Uit het onder 1.7 gemelde faillissementsverslag van 29 september 2010 volgt dat volgens de curator sprake is van een perfecte overeenkomst. Uit niets blijkt dat de opschortende voorwaarden van de koopovereenkomst niet zijn vervuld.

3.9. Het betoog dat MarBer c.s. op grond van 5:18 BW dan wel op grond van de bij de met PCS Beheer gesloten huurovereenkomst behorende voorwaarden eigenaar zijn geworden van de zaken, kan niet worden gevolgd.

Uit niets blijkt immers dat Pluto Sport het voor artikel 5:18 BW vereiste oogmerk had zich van de eigendom te ontdoen. MarBer c.s. kunnen terzake ook geen geslaagd beroep doen op artikel 3:35 BW, aangezien zij ook naar eigen zeggen (3.42 van hun pleitnota) ermee bekend waren dat de inventaris en handelsvoorraad zoveel mogelijk zouden worden afgevoerd. Zo zij al niet bekend waren met de tussen de curator en Pluto Sport gesloten koopovereenkomst, lag het op hun weg om, bijvoorbeeld door middel van navraag bij de curator, nader onderzoek te doen naar de status van de achtergelaten roerende zaken.

Het beroep van MarBer c.s. op de onder 1.9 genoemde ROZ-voorwaarden kan alleen al niet slagen, omdat Pluto Sport geen partij is bij de betreffende huurovereenkomst.

3.10. Slotsom van het voorgaande is dat Pluto Sport naar voorlopig oordeel heeft te gelden als eigenaar van de door haar gekochte zaken en dat zij op grond van artikel 5:2 BW bevoegd is deze op te eisen van MarBer c.s. Zoals overwogen onder 3.3 moet nu beoordeeld worden of MarBer c.s. zich terzake kunnen beroepen op een opschortingsrecht.

3.11. Voor een geslaagd beroep op een opschortingsrecht door MarBer c.s. is ingevolge artikel 6:52 BW vereist dat zij een opeisbare vordering hebben op Pluto Sport en dat tussen die vordering en de verbintenis strekkende tot afgifte van de zaken een voldoende samenhang bestaat om de opschorting te rechtvaardigen. Deze samenhang kan onder meer worden aangenomen ingeval de verbintenissen over en weer voortvloeien uit dezelfde rechtsverhouding of uit zaken die partijen regelmatig met elkaar hebben gedaan.

3.12. MarBer c.s. hebben zich op het standpunt gesteld dat zij drie vorderingen hebben op Pluto Sport. De gestelde vorderingen hebben betrekking op schade die door Pluto Sport aan de bedrijfsruimte zou zijn toegebracht, dan wel op door Pluto Sport uit de bedrijfsruimte weggenomen stellingen die door natrekking eigendom van MarBer c.s. zouden zijn geworden, dan wel op een gebruiksvergoeding die Pluto Sport verschuldigd zou zijn voor het gebruik van de bedrijfsruimte na het faillissement van PCS Beheer. Volgens MarBer c.s. bestaat de samenhang tussen de verplichting tot afgifte van de zaken en vermelde vorderingen daarin dat Pluto Sport ‘pretendeert rechtsopvolger onder algemene titel te zijn van de gebruikers van de bedrijfsruimte’.

3.13. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter rechtvaardigt het betoog van MarBer c.s. geen beroep op een opschortingsrecht. Dienaangaande wordt als volgt overwogen.

3.14. Pluto Sport en MarBer c.s. zijn geen contractspartijen van elkaar. Dat Pluto Sport (delen van) de activa van PSC Beheer heeft overgenomen – en daarmee rechtsopvolger onder bijzondere titel is – maakt dat niet anders. Ook indien moet worden aangenomen dat Pluto Sport gebruik heeft gemaakt van de bedrijfsruimte, betekent dat niet dat zij moet worden beschouwd als contractspartij van MarBer c.s. De vorderingen van partijen over en weer moeten dan ook allemaal geacht worden te zijn gebaseerd op afzonderlijke onrechtmatige daden. Dit betekent dat de vorderingen van partijen over en weer niet voortvloeien uit dezelfde rechtsverhouding of uit zaken die partijen eerder met elkaar gedaan hebben. De voor opschorting vereiste samenhang moet dan ook afwezig worden geacht.

3.15. Daar komt bij dat getwijfeld moet worden aan het bestaan van de door MarBer c.s. gestelde vorderingen. Voor de schade die is ontstaan door het verwijderen en afvoeren van de stellingen geldt het volgende. Volgens partijen zijn deze stellingen, zoals volgt uit het faillissementsverslag van 5 augustus 2010, met instemming van de curator verwijderd en verkocht aan ‘derden’. De betreffende derden worden door beide partijen omschreven als ‘Polen’. Zonder nadere toelichting – die ontbreekt – valt niet in te zien waarom Pluto Sport aansprakelijk kan worden gehouden voor de schade die zou zijn ontstaan door het verwijderen van de stellingen.

Met betrekking tot de vordering terzake de gebruiksvergoeding voor de bedrijfsruimte wordt als volgt overwogen. Indien Pluto Sport al een vergoeding verschuldigd zou zijn, zou zij die verschuldigd zijn aan de curator, die ingevolge de huurovereenkomst de beschikking had over de bedrijfsruimte. Indien MarBer c.s. meent dat de curator wanprestatie heeft gepleegd doordat hij het gehuurde aan Pluto Sport in gebruik heeft gegeven, dienen zij voor de daardoor geleden schade de curator aan te spreken. Anders dan MarBer c.s. kennelijk menen, is geen sprake van onrechtmatig handelen aan de zijde van Pluto Sport op de enkele grond dat zij kennis had van de (vermeende) wanprestatie van de curator.

3.16. Slotsom van het voorgaande is dat MarBer c.s. zich ter zake van de door Pluto Sport gevorderde afgifte niet op een opschortingsrecht kan beroepen. De gevorderde afgifte zal derhalve – met inachtneming van het navolgende – worden toegewezen.

3.17. Pluto Sport heeft het verweer van MarBer c.s. dat de gevorderde afgifte van ‘Aantal Stoelen’ en ‘Kantoorartikelen’ onvoldoende bepaalbaar is, onweersproken gelaten. Nu niet kan worden vastgesteld om welke zaken het gaat, zal dit deel van de vordering worden afgewezen.

3.18. Oplegging van een dwangsom, als stimulans tot nakoming van de te geven beslissing, is aangewezen. De op te leggen dwangsom zal worden gematigd en gemaximeerd. Voorts zal worden bepaald dat de op te leggen dwangsom vatbaar is voor matiging door de rechter, voor zover handhaving daarvan naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn, mede in aanmerking genomen de mate waarin aan de veroordeling is voldaan, de ernst van de overtreding en de mate van verwijtbaarheid daarvan.

3.19. MarBer c.s. hebben geen zelfstandig verweer gevoerd tegen de medegevorderde buitengerechtelijke incassokosten. Deze kosten zullen daarom, nu aannemelijk is dat buitengerechtelijke incassokosten zijn gemaakt, worden toegewezen, zij het dat deze worden gematigd tot het in lijn met Rapport Voorwerk II redelijk te achten bedrag van € 904,-. Het gevorderde bedrag is immers niet anders onderbouwd dan met de stelling dat het gaat om door een advocaat in rekening gebrachte kosten. Elke specificatie terzake ontbreekt.

3.20. MarBer c.s. zullen, als de in overwegende mate in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de kosten van dit geding, alsmede (deels voorwaardelijk) in de nakosten.

4. De beslissing

De voorzieningenrechter:

- veroordeelt MarBer c.s. hoofdelijk binnen twee dagen na betekening van dit vonnis de hierna te noemen roerende zaken (één Jungheinrich reachtruck, twee Jungheinrich vorkheftrucks, vijf handpalletwagens, twee pallets order Marionex, één pallet tassen Scala College, één order TK Mexx, drie airco’s, twee tafels, Stofzuiger en Bloembak) af te geven aan Pluto Sport door haar, of een door haar aan te wijzen derde, in staat te stellen zich naar de bedrijfsruimte aan de [adres] te [plaats] te begeven en de roerende zaken mee te nemen, op straffe van een dwangsom van € 2.500,- per dag dat MarBer c.s. hiermee in gebreke blijven, met een maximum van € 100.000,-;

- bepaalt dat bovenstaande dwangsom vatbaar is voor matiging op de wijze zoals onder 3.18 is vermeld;

- veroordeelt MarBer c.s. hoofdelijk tot betaling aan Pluto Sport van een bedrag van € 904,- ter zake van buitengerechtelijke incassokosten;

- veroordeelt MarBer c.s. hoofdelijk in de kosten van dit geding, tot dusverre aan de zijde van Pluto Sport begroot op € 1.449,89, waarvan € 816,- aan salaris advocaat, € 560,- aan griffierecht en € 73,89 aan dagvaardingskosten;

- veroordeelt MarBer c.s. tevens hoofdelijk in de nakosten, forfaitair begroot op € 131,- aan salaris advocaat, te vermeerderen met € 68,- aan salaris en met de deurwaarderskosten gemaakt voor de betekening van dit vonnis indien tot betekening wordt overgegaan;

- verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

- wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.Th. Nijhuis en in het openbaar uitgesproken op 22 november 2010.

WJ