Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2010:BO4624

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
05-11-2010
Datum publicatie
22-11-2010
Zaaknummer
AWB 10/36321 VRONTN
Rechtsgebieden
Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

HC- geen sprake van inbewaringstelling - geen oordeel verzoek om schadevergoeding - beroep niet-ontvankelijk.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE

Sector bestuursrecht

Afdeling 3, enkelvoudige kamer

Regnr.: AWB 10/36321 VRONTN

UITSPRAAK ingevolge artikel 8:77 van de Algemene wet bestuursrecht

beroep vrijheidsontnemende maatregel

in het geding tussen

[A], V-nummer [nummer], hierna te noemen de vreemdelinge,

en

de minister voor Immigratie en Asiel, verweerder.

I PROCESVERLOOP

Op 19 oktober 2010 is namens de vreemdelinge een beroepschrift ingediend bij de rechtbank. In het beroepschrift is tevens verzocht om schadevergoeding.

De openbare behandeling van het beroep heeft plaatsgevonden op 29 oktober 2010.

Namens de vreemdelinge is verschenen [B], rechtskundig adviseur te Leiden.

Verweerder heeft zich doen vertegenwoordigen door zijn gemachtigde mr. E. Söylemez, ambtenaar ten departemente.

II OVERWEGINGEN

1De vreemdelinge is geboren op [datum] 1979 en heeft de Surinaamse nationaliteit. Het beroepschrift richt zich tegen het op 19 oktober 2010 aan de vreemdelinge opleggen van de maatregel ex artikel 59 van de Vw 2000 en strekt tevens tot een verzoek om toekenning van schadevergoeding.

2 Ingevolge artikel 94, eerste lid, van de Vw 2000 kan een verzoek om schadevergoeding slechts aan de orde kan komen indien sprake is van een besluit tot oplegging van een vrijheidsontnemende maatregel als bedoeld in de artikelen 6, 58 en 59 van de Vw 2000.

Blijkens de dossierstukken is aan de vreemdelinge op 19 oktober 2010 een negatieve beschikking op haar aanvraag van een verblijfsvergunning regulier uitgereikt. Deze afwijzing heeft onder meer tot gevolg dat zij niet langer rechtmatig verblijf heeft en Nederland onmiddellijk dient te verlaten. Op verzoek van de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) te Hoofddorp hebben de verbalisanten de vreemdelinge na uitreiking van de beschikking om 11.45 uur staande gehouden en ter ophouding overgebracht naar een plaats bestemd voor verhoor, alwaar zij op 19 oktober 2010 om 12.15 uur zijn aangekomen. Na om 12.30 uur te zijn gehoord is zij omstreeks 12.50 uur heengezonden met de aanzegging Nederland voor 3 november 2010 te verlaten.

De vreemdelinge is derhalve niet de maatregel ex artikel 59 van de Vw 2000 opgelegd.

Naar het oordeel van de rechtbank volgt uit het vorenstaande dat er geen sprake is van een beroep tegen het opleggen van een maatregel strekkende tot vrijheidsontneming als bedoeld in de artikelen 6, 58 en 59 van de Vw 2000.

Ingevolge artikel 106, eerste lid, van de Vw 2000 kan de rechtbank, indien zij de opheffing van een maatregel strekkende tot vrijheidsontneming beveelt, dan wel de vrijheidsontneming reeds voor de behandeling van het verzoek tot opheffing van die maatregel wordt opgeheven, aan de vreemdeling een vergoeding ten laste van de Staat toekennen.

Nu niet de rechtmatigheid van de toepassing van een zodanige maatregel ter beoordeling voorligt, kan de rechtbank evenmin een oordeel geven over het verzoek om schadevergoeding.

Nu uit het vorenstaande volgt dat geen sprake is van een opgelegde dan wel inmiddels opgeheven vrijheidsontnemende maatregel als bedoeld in de artikelen 6, 58 en 59 van de Vw 2000, is de rechtbank van oordeel dat voor de gemachtigde van de vreemdelinge niet middels het indienen van het onderhavige beroep een verzoek om schadevergoeding openstaat.

Een situatie als in de door de gemachtigde van de vreemdelinge overgelegde uitspraak van deze rechtbank, nevenzittingsplaats Zwolle, van 7 december 1998 (AWB 98/6284 VRWET) doet zich immers in het onderhavige geval niet voor, nu in die zaak wel sprake was van een ten tijde van de behandeling ter zitting opgeheven vrijheidsontnemende maatregel.

3 Het beroep dient derhalve niet-ontvankelijk te worden verklaard.

4 Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

III BESLISSING

De rechtbank 's-Gravenhage

RECHT DOENDE:

verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Aldus vastgesteld door mr. J.W.H.B. Sentrop, in tegenwoordigheid van de griffier

J.J. Brands.

Uitgesproken in het openbaar op 5 november 2010.

RECHTSMIDDEL

Krachtens artikel 95 Vw 2000 staat tegen deze uitspraak voor partijen hoger beroep open.

De termijn voor het indienen van een beroepschrift bedraagt één week na verzending van de uitspraak door de griffier.

Bij het beroepschrift dient een kopie van deze uitspraak te worden overgelegd.

Het beroepschrift dient een of meer grieven tegen de uitspraak van de rechtbank te bevatten en moet geadresseerd worden aan de Raad van State, Afdeling bestuursrechtspraak, Hoger beroep vreemdelingenzaken, Postbus 16113, 2500 BC Den Haag. (Nadere informatie: www.raadvanstate.nl)