Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2010:BO4156

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
20-10-2010
Datum publicatie
16-11-2010
Zaaknummer
AWB 10/4507 BESLU
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:RVS:2011:BQ7461, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Eiser, apotheker, heeft geen persoonlijk belang bij de besluiten van verweerder, waarbij aan NSAID’s en acetylsalicylzuur bevattende geneesmiddelen (eenvoudige pijnstillers) de afleverstatus uitsluitend apotheek en drogist (UAD) dan wel algemeen verkrijgbaar (AV) is toegekend. Hij kan derhalve niet worden aangemerkt als belanghebbende als bedoeld in artikel 1:2 van de Awb. Bezwaar is terecht niet-ontvankelijk verklaard.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE

Sector bestuursrecht

Afdeling 3, enkelvoudige kamer

Reg.nr.: AWB 10/4507 BESLU

UITSPRAAK ingevolge artikel 8:77 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb)

in het geding tussen

[Eiser], wonende te [plaats], eiser,

en

het college ter beoordeling van geneesmiddelen, verweerder.

I PROCESVERLOOP

Eiser heeft bij brief van 2 februari 2010 bezwaar gemaakt tegen de besluiten van verweerder, gepubliceerd in Stcrt. 2009, 20468, waarbij aan NSAID's en acetylsalicylzuur bevattende geneesmiddelen (eenvoudige pijnstillers) de afleverstatus uitsluitend apotheek en drogist (UAD) dan wel algemeen verkrijgbaar (AV) is toegekend, welk bezwaar verweerder bij besluit van 11 juni 2010 niet-ontvankelijk heeft verklaard.

Tegen dit besluit heeft eiser bij brief van 23 juni 2010 beroep ingesteld bij de rechtbank.

Verweerder heeft de op de zaak betrekking hebbende stukken ingezonden en een verweerschrift ingediend.

De openbare behandeling van het beroep heeft plaatsgevonden op 14 september 2010.

Eiser is aldaar in persoon verschenen. Verweerder heeft zich doen vertegenwoordigen door drs. F.W. Weijers, ambtenaar in dienst van verweerder, en mr. C. van Balen, advocaat te Den Haag.

II OVERWEGINGEN

1 Ingevolge artikel 1:2, eerste lid, van de Awb wordt onder belanghebbende verstaan degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken.

2 Verweerder heeft zich op het standpunt gesteld dat eiser niet als belanghebbende in de zin van artikel 1:2 van de Awb kan worden aangemerkt, omdat hij geen persoonlijk belang heeft bij de besluiten die zijn genomen in november 2009 en gepubliceerd in de Staatscourant van 31 december 2009. Verweerder stelt dat eiser bij het bestreden besluit geen belang heeft waarmee hij zich in voldoende mate onderscheidt van andere apothekers.

3 Eiser heeft - samengevat - het volgende aangevoerd. De bepaling van de afleverstatus van de NSAID's en acetylsalicylzuur bevattende geneesmiddelen is van belang voor het uitoefenen van zijn beroep als apotheker, zodat hij als belanghebbende in deze procedure dient te worden aangemerkt.

Drogisterijen en supermarkten kunnen de verkoop van deze geneesmiddelen niet registreren in het elektronische patiëntendossier, zodat hij als individuele apotheker genoodzaakt is deze gegevens bij hen te achterhalen en te registreren. Bovendien kan hij op grond van de medische tuchtwet en de wet beroepen individuele gezondheidszorg aansprakelijk worden gesteld voor aankopen bij deze verkooppunten. Volgens eiser kan de voorgestelde indeling niet in stand blijven omdat verweerder afwijkt van de toezeggingen van de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport in het kader van de indeling van NSAID'S en acetylsalicylzuur bevattende geneesmiddelen.

4 In geschil is de vraag of eiser als belanghebbende in de zin van artikel 1:2 van de Awb kan worden aangemerkt.

Om te kunnen worden aangemerkt als belanghebbende dient volgens vaste jurisprudentie sprake te zijn van een eigen, en persoonlijk belang en het belang moet objectief bepaalbaar, voldoende actueel en rechtstreeks betrokken zijn.

Naar het oordeel van de rechtbank brengt het gegeven dat een overheidsbesluit alle leden van een beroepsgroep in gelijke mate treft niet zonder meer met zich dat de individuele leden van die beroepsgroep, al dan niet tezamen met de organisatie(s) van leden van die beroepsgroep, niet rechtstreeks in hun belang kunnen worden getroffen door het overheidsbesluit.

Eisers stelling dat het besluit aangaande de afleverstatus van NSAID's en acetylsalicylzuur bevattende geneesmiddelen hem rechtstreeks in zijn belang treft, nu hij als gevolg hiervan gehouden is aanschaffen door zijn patiënten bij andere verkooppunten te registreren (in het elektronisch patiëntendossier) is echter feitelijk onjuist. Eiser heeft erop gewezen dat het gebruik van NSAID's en acetylsalicylzuur bevattende geneesmiddelen in combinatie met andere geneesmiddelen gevaarlijk en zelfs dodelijk kan zijn, terwijl het gebruik van NSAID's en acetylsalicylzuur bevattende geneesmiddelen door zwangeren en ouderen ook zonder dat andere (genees)middelen worden gebruikt gevaarlijk is. De rechtbank overweegt dat de arts, die geneesmiddelen voorschrijft, en de apotheker, die geneesmiddelen verstrekt, beiden gehouden zijn hun patiënten duidelijk voor te lichten over de risico's, die patiënten lopen door het gebruik van die geneesmiddelen. Het voorschrijven van een geneesmiddel, waarvan het gebruik in combinatie met een NSAID of acetylsalicylzuur bevattend geneesmiddel gevaarlijk is, zal dus met een uitdrukkelijke waarschuwing voor laatstgenoemde geneesmiddelen door zowel de arts als de apotheker en een vermelding van het gevaar op de bijsluiter gepaard moeten gaan. Het achterwege laten van een dergelijke waarschuwing kan in voorkomende gevallen uiteraard leiden tot tuchtrechtelijke aansprakelijkheid, maar dit betekent niet dat die aansprakelijkheid ook bestaat indien de patiënt ondanks de uitdrukkelijke waarschuwing overgaat tot het gebruik van een bij de drogist of supermarkt aangeschaft NSAID of acetylsalicylzuur bevattend geneesmiddel. NSAID's en acetylsalicylzuur bevattende geneesmiddelen verschillen hierin niet van andere vrij verkrijgbare middelen, zoals bijvoorbeeld alcohol, waarvan het gebruik in combinatie met geneesmiddelen gevaarlijk kan zijn, maar waarvan de aanschaf en het gebruik niet kan worden gecontroleerd.

Eiser heeft er voorts op gewezen dat medicatieveiligheid een serieuze zaak is en dat ook naar de mening van de minister van Volksgezondheid en verweerder de risico's verbonden aan het gebruik van NSAID's en acetylsalicylzuur bevattende geneesmiddelen ertoe zouden moeten leiden dat deze middelen niet de status 'Algemene Verkoop' zouden moeten krijgen, een mening waarop zowel de minister als verweerder thans lijken te zijn teruggekomen.

De rechtbank betwijfelt niet dat eiser uit hoofde van zijn beroep bijzonder betrokken is bij medicatieveiligheid en serieus van mening is dat het bestreden besluit schadelijk is voor die medicatieveiligheid, maar dit kan niet tot het oordeel leiden dat eiser ook een persoonlijk belang heeft bij het betreden besluit, waardoor hij moet worden aangemerkt als belanghebbende als bedoeld in artikel 1:2 van de Awb. De medicatieveiligheid is een algemene waarde en het handhaven van de medicatieveiligheid is een aan het bestuur toevertrouwd belang en het bestuur beoordeelt de in dit kader noodzakelijke maatregelen en besluiten met inachtneming van alle daarbij betrokken belangen, waarbij de beroepsgeroep van eiser overigens wordt geraadpleegd.

5 Vorenstaande leidt tot het oordeel dat verweerder bij het bestreden besluit terecht heeft geoordeeld dat eiser geen belanghebbende in de zin van artikel 1:2 van de Awb is en het bezwaar deswege terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard. Het beroep is ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

III BESLISSING

De Rechtbank 's-Gravenhage,

RECHT DOENDE:

verklaart het beroep ongegrond.

Aldus vastgesteld door mr. E. Kouwenhoven in tegenwoordigheid van de griffier mr. A. Erkan.

Uitgesproken in het openbaar op 20 oktober 2010.

RECHTSMIDDEL

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.