Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2010:BO2854

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
28-10-2010
Datum publicatie
04-11-2010
Zaaknummer
342135 - FA RK 09-5630
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Verzoek vader om toekenning gezamenlijk gezag toegekend, nu de minderjarige bij eenhoofdig gezag reeds klem en verloren is en gezamenlijk gezag in de toekomst ertoe zou kunnen leiden dat ouders beter met elkaar gaan communiceren.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE

Sector familie- en jeugdrecht

Enkelvoudige kamer

Rekestnummer: FA RK 09-5630

Zaaknummer: 342135

Datum beschikking: 28 oktober 2010

Gezag en kinderalimentatie

Beschikking op het op 1 juli 2009 ingekomen verzoek van:

[de vader],

wonende te [plaats A],

advocaat: mr. M.D. van Velthoven te Rotterdam.

Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de moeder],

wonende te [plaats A],

advocaat: mr. M.Y. van der Bijl te 's-Gravenhage.

Procedure

Bij beschikking van 19 maart 2010 van deze rechtbank is een beslissing ter zake van het gezag aangehouden en is de Raad voor de Kinderbescherming verzocht een onderzoek te verrichten, alsmede de rechtbank te rapporteren en te adviseren.

De rechtbank heeft wederom kennis genomen van de stukken, waaronder thans ook:

- het rapport en advies van de Raad voor de Kinderbescherming te 's-Gravenhage d.d. 31 augustus 2010, kenmerk KZ-1-5UBOAB.

Op 30 september 2010 is de behandeling van de zaak ter terechtzitting van deze rechtbank voortgezet in de vorm van een gecombineerde behandeling van zowel het onderhavige verzoek als het verzoek tot ondertoezichtstelling van de minderjarige [minderjarige A] voor de duur van één jaar (378877, JE RK 10-2503). Op het verzoek tot ondertoezichtstelling is bij afzonderlijke beschikking d.d. 30 september 2010 toewijzend beslist.

Ter terechtzitting zijn verschenen: de vader en de moeder, beiden vergezeld van hun advocaat. Namens de raad is verschenen mevrouw J.J. de Kok. Namens Bureau Jeugdzorg is verschenen mevrouw E. de Lange.

Beoordeling

De rechtbank handhaaft al hetgeen bij genoemde beschikking is overwogen en beslist, voor zover in deze beschikking niet anders wordt overwogen of beslist.

Gezag

Het verzoek van de vader tot bepaling dat partijen gezamenlijk het ouderlijk gezag over de minderjarigen zullen uitoefenen, is gegrond op artikel 1: 253c van het Burgerlijk Wetboek (BW). Ingevolge het tweede lid van voormeld artikel wordt dit verzoek indien de moeder niet met gezamenlijk gezag instemt slechts afgewezen indien: a. er een onaanvaardbaar risico is dat het kind klem of verloren zou raken tussen de ouders en niet te verwachten is dat hierin binnen afzienbare tijd voldoende verbetering zou komen, of b. afwijzing anderszins in het belang van het kind noodzakelijk is.

De rechtbank stelt bij de beoordeling voorop dat voor gezamenlijk gezag in het algemeen is vereist dat de ouders in feite in staat zijn tot een behoorlijke gezamenlijke gezagsuitoefening en dat zij beslissingen van enig belang over de minderjarige in gezamenlijk overleg kunnen nemen. Het ontbreken van een goede communicatie tussen de ouders, zoals tussen partijen de situatie is, brengt evenwel niet zonder meer mee dat in het belang van de minderjarige het gezag bij een van de ouders alleen moet worden gelaten.

Op grond van het raadsrapport stelt de rechtbank vast dat de minderjarige thans klem zit tussen de ouders. Immers, hij wordt teveel emotioneel en cognitief belast met zaken die alleen tussen de ouders zouden moeten spelen, terwijl de minderjarige deze zaken gelet op zijn leeftijd nog niet kan (of behoeft te) overzien. De minderjarige wordt door de ouders teveel in de onderlinge strijd van de ouders betrokken, waardoor hij in een loyaliteitsconflict komt. Op grond van het raadsrapport begrijpt de rechtbank evenwel dat het op de langere termijn te verwachten is dat de minderjarige minder klem en verloren zal raken bij gezamenlijke gezagsuitoefening, omdat de ouders in die situatie op meer gelijkwaardige basis met elkaar in overleg zullen moeten treden en elkaar derhalve als ouder moeten respecteren en accepteren. In dit licht hecht de rechtbank eraan te benadrukken dat beide ouders ter terechtzitting de bereidheid hebben uitgesproken om hun onderlinge communicatie te verbeteren. Nu er over de minderjarige een gezinsvoogd is benoemd in het kader van de ondertoezichtstelling, zal deze gezinsvoogd de ouders in het belang van de minderjarige in dit voornemen kunnen stimuleren en eventueel begeleiden. De rechtbank acht het, gelet op het voorgaande in het belang van de minderjarige dat het gezag gezamenlijk wordt uitgeoefend zodat het verzoek van de vader zal worden toegewezen, nu voorts evenmin gebleken is dat afwijzing van het verzoek anderszins in het belang van de minderjarige noodzakelijk zou zijn.

Kinderalimentatie

De rechtbank stelt, in aanvulling op hetgeen in de beschikking van 19 maart 2010 is overwogen, vast dat het aandeel van de vader van € 300,- met ingang van 1 februari 2008 in de behoefte van de minderjarige als niet weersproken in rechte vaststaat.

Ter terechtzitting hebben partijen overeenstemming bereikt over de door de man te betalen kinderbijdrage van € 200,- per maand, met ingang van 1 februari 2008. Zij zijn overeengekomen dat de indexering van dit bedrag met ingang van 2009 aanvangt. Nu dit reeds uit de wet voortvloeit, zal de rechtbank deze indexering niet nader in het dictum vastleggen.

Partijen zijn overeengekomen dat de vader de achterstand in zijn alimentatieverplichting in 1 jaar tijd zal aflossen en dat hij met ingang van oktober 2010 een aanvang neemt met het verrichten van zijn betalingen. De rechtbank gaat er van uit dat partijen deze afspraak gestand zullen doen.

Beslissing

De rechtbank:

bepaalt dat aan de vader en de moeder gezamenlijk het gezag zal toekomen over de minderjarige [minderjarige A], geboren op [geboortedatum] 2000 te [geboorteplaats];

bepaalt dat de vader, met ingang van 1 februari 2008 voor de verzorging en opvoeding van genoemde minderjarige aan de moeder zal betalen een bedrag van € 200,- per maand, met ingang van heden telkens bij vooruitbetaling te voldoen;

verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mr. M. Kramer, kinderrechter, bijgestaan door

mr. I.M. Talstra - Touwen als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van

28 oktober 2010.