Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2010:BN9930

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
05-10-2010
Datum publicatie
08-10-2010
Zaaknummer
Awb 08/44825
Rechtsgebieden
Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Intrekking verblijfsvergunning asiel op basis van individueel ambtsbericht. De bevinding in het individuele ambtsbericht dat de identiteitskaart vervalst is wordt niet gedragen door de onderliggende stukken. Volgens die stukken is de identiteitskaart een duplicaat, dat niet authentiek is, maar wel legaal is afgegeven door de bevoegde instantie. Verder is het ambtsbericht gebaseerd op een memorandum dat naar het oordeel van de rechtbank, gezien de door de opsteller van het stuk gekozen bewoordingen, niet onpartijdig en objectief tot stand is gekomen. Daarnaast wordt in dit memorandum niet inzichtelijk gemaakt hoe de opsteller aan de door hem gepresenteerde informatie is gekomen. Bovendien wordt de bevinding in het individuele ambtsbericht over de nationaliteit van eiser niet gedragen door de onderliggende stukken van het ambtsbericht. De vertrouwenspersoon heeft slechts één bron genoemd waar deze bevinding op is gebaseerd. Nog daargelaten dat niet inzichtelijk is hoe de informatie van de betreffende bron is verkregen, is deze bron geen objectieve bron voor de vaststelling van de nationaliteit van eiser.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ‘S-GRAVENHAGE

Nevenzittingsplaats Groningen

Sector Bestuursrecht

Vreemdelingenkamer

Rechtbank

Zaaknummer: Awb 08/44825

Uitspraak in het geschil tussen:

X

gemachtigde: mr. J.M.J. Lubbers, advocaat te Groningen,

en

DE MINISTER VAN JUSTITIE,

voorheen de STAATSSECRETARIS VAN JUSTITIE

(Immigratie- en Naturalisatiedienst),

te ’s-Gravenhage,

verweerder,

vertegenwoordigd door mr. R.R. de Groot, ambtenaar ten departemente.

1. Ontstaan en loop van het geschil

1.1. Bij besluit van 2 december 2008 heeft verweerder eisers verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd ingetrokken alsmede bij separate besluiten de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd van zijn drie kinderen.

1.2. Op 22 december 2008 heeft eiser hiertegen beroep ingesteld. Op 3 maart 2009 zijn de gronden van beroep ingediend. Eiser heeft op 26 oktober en 2 november 2009 nog nadere stukken ingediend.

1.3. Verweerder heeft de op de zaak betrekking hebbende stukken aan de rechtbank toegezonden. De griffier heeft de van verweerder ontvangen stukken aan eiser toegezonden en hem in de gelegenheid gesteld om nadere gegevens te verstrekken. Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

1.4. Het beroep is behandeld ter openbare zitting van 5 november 2009. Eiser is aldaar in persoon verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Verweerder heeft zich doen vertegenwoordigen.

1.5. Ter zitting heeft de rechtbank het onderzoek geschorst als bedoeld in artikel 8:64 Algemene wet bestuursrecht (Awb).

1.6. De rechtbank heeft op 26 november 2009 op grond van artikel 8:45, eerste lid, Awb de Minister van Buitenlandse Zaken verzocht de stukken die aan het individueel ambtsbericht van 26 juli 2007 ten grondslag liggen aan de rechtbank te doen toekomen. Bij inzending van de stukken op 8 december 2009 is de rechtbank medegedeeld, onder verwijzing naar het bepaalde in artikel 8:29 Awb, dat van bepaalde, nader aangeduide delen van deze stukken uitsluitend de rechtbank kennis zal mogen nemen.

1.7. De rechtbank heeft op 25 februari 2010 bepaald dat beperking van de kennisneming van de onderliggende stukken van het ambtsbericht van 26 juli 2007 gerechtvaardigd is.

1.8. De behandeling van het beroep is voortgezet ter openbare zitting van 8 juli 2010. Eiser is aldaar in persoon verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Verweerder heeft zich doen vertegenwoordigen. De rechtbank heeft het onderzoek ter zitting gesloten.

2. Rechtsoverwegingen.

Feiten en standpunten van partijen

2.1. Op 1 juli 2003 heeft eiser een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. Verweerder heeft bij beschikking van 31 oktober 2003 eiser een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd verleend op grond van artikel 29, eerste lid, onder c, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000), met een geldigheidsduur van drie jaar. Op 13 april 2006 heeft eiser een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd ingediend. Bij besluit van 4 april 2007 is deze eiser verleend onder voorbehoud van de resultaten van het onderzoek door het Ministerie van Buitenlandse Zaken. Op diezelfde datum is bij aparte besluiten zijn drie minderjarige kinderen een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd verleend met ingang van 27 december 2007, geldig tot 27 december 2010.

2.2. Naar aanleiding van ambtshalve verkregen informatie van derden heeft verweerder bij brief van 4 augustus 2006 de Minister van Buitenlandse Zaken verzocht om aan de hand van een aantal in de brief genoemde vragen een individueel ambtsbericht uit te brengen over eiser.

2.3. Op 26 juli 2007 heeft de Minister van Buitenlandse Zaken gerapporteerd. In het rapport wordt ondermeer gesteld dat is gebleken dat eiser de Rwandese in plaats van de Burundese nationaliteit heeft en dat het door hem overgelegde paspoort vals is en niet door de bevoegde instantie is afgegeven. Zijn identiteitskaart is vervalst. Voorts blijkt uit het onderzoek dat de echtgenote van eiser nog in leven is en dat eiser van haar is gescheiden. Dit in tegenstelling tot hetgeen eiser in zijn asielprocedure heeft verklaard namelijk dat zij gedood is door opsporingsambtenaren en dat hij zijn vrouw zelf begraven heeft.

2.4. Verweerder heeft daarop de aan eiser verleende verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd op grond van artikel 35, eerste lid, aanhef en onder a, Vw 2000 ingetrokken. Hiertoe heeft verweerder, samengevat, het volgende overwogen. Onderzoek door het Ministerie van Buitenlandse heeft uitgewezen dat het paspoort van eiser vals is en niet is afgegeven door de daartoe bevoegde instantie. Het door eiser overgelegd bewijs van nationaliteit leidt niet tot een andere conclusie nu eiser heeft verklaard dat hij bij het verkrijgen ervan zijn identiteitsbewijs heeft moeten overleggen terwijl uit het onderzoek door het Ministerie van Buitenlandse Zaken tevens is gebleken dat dat vals is. De door Knopjes uitgevoerde contra-expertise bevestigt dit min of meer. Voorts is de Burundese ambassade niet bevoegd dergelijke nationaliteitsverklaringen af te geven tenzij deze is onderbouwd middels een door de Burundese Minister van Justitie afgegeven verklaring. Hiervan is niet gebleken. Voorts kan niet worden vastgesteld of het document inhoudelijk juist is. De overgelegde overlijdensakte is weliswaar waarschijnlijk echt en door de bevoegde autoriteiten afgegeven, echter niet kan worden vastgesteld of hij ook inhoudelijk juist is. Het document zou zijn afgegeven aan vrienden van eiser in de wijk door de Gemeente. Deze zou eerst onderzoek hebben uitgevoerd of de persoon daadwerkelijk is overleden. Nu van het document niet kan worden vastgesteld of het inhoudelijk juist is en eiser niet inzichtelijk heeft gemaakt of en op welke wijze er onderzoek heeft plaatsgevonden door de Gemeente, is de akte onvoldoende om het individuele ambtsbericht op dit punt te weerleggen. Voorts blijkt uit het individuele ambtsbericht dat eiser Rwandees is. Dit wordt bevestigd door de informatie dat de zoon van eiser bij de ene school als Rwandees beschouwd wordt en dat bij de andere school de ouders van eiser bekend staan als Rwandees. Volgens eiser is het onderzoek niet zorgvuldig uitgevoerd. Verweerder beschouwt echter hetgeen door eiser is aangevoerd als onderbouwing van dit standpunt als onvoldoende om een concreet aanknopingspunt te bieden voor twijfel aan de juistheid en volledigheid van het ambtsbericht.

2.5. Eiser heeft zich in zijn zienswijze en de gronden van beroep op het standpunt gesteld dat zijn vergunning ten onrechte is ingetrokken. Eiser stelt dat hij echte documenten heeft overgelegd, waaruit zijn Burundese nationaliteit blijkt en dat zijn vrouw wel degelijk in 2003 is overleden. Eiser stelt dat het onderzoek door Buitenlandse Zaken beslist niet zorgvuldig is geweest. Er staan fouten in het verslag. Eiser meent het slachtoffer te zijn van andere Burundezen die mogelijk onjuiste verhalen over hem verspreiden.

2.6. Wat betreft de vals bevonden stukken en zijn gestelde Burundese nationaliteit, voert eiser aan dat de stelling dat het paspoort van eiser vals is en niet is afgegeven door de Burundese autoriteiten, opmerkelijk is aangezien de Burundese autoriteiten ook een nationaliteitsverklaring hebben afgegeven. Voorts werd het paspoort van eiser in 2004 en 2006 eveneens onderzocht en destijds echt bevonden. Bovendien werd het paspoort afgegeven in 1991 en was het geldig tot 1995. In die tijd had eiser geen belang bij een vals paspoort. Hij is pas veel later gevlucht.

In beroep heeft eiser een verklaring / certificaat van nationaliteit overgelegd dat door zijn moeder is verkregen na een gesprek met de minister van Justitie, waarbij wordt verwezen naar een “carte nationale d’identité’ met een nummer, op basis waarvan kennelijk onderzoek is verricht. De moeder heeft de minister bewijsstukken verstrekt zoals oude bankafschriften en eiser, er is onderzoek gedaan naar onder meer zijn laatste woonplaats

Verder voert hij dat de omstandigheid dat eisers zoon op de school bekend staat als Rwandees en hijzelf door iemand beschouwd wordt als Rwandees, geen bewijzen zijn voor de Rwandese nationaliteit. Eiser is op 2 februari 1965 is geboren in Bujumbura in Burundi. Hij is daarmee Burundees. Zijn beide ouders waren wel Rwandees. Dat komt omdat tot ongeveer 60 à 70 jaar geleden Burundi en Rwanda één land waren. Na de kolonisatieperiode en de splitsing kreeg iedereen de nationaliteit van het land waar men geboren was.

Op 26 oktober 2009 heeft eiser zijn gronden van beroep aangevuld door nogmaals een kopie van het “Certificat de nationalité N 78/2009 re overleggen. Het originele document is afgegeven door de Minister van Justitie van Burundi en bevestigt de nationaliteit van eiser. Het document is gelegaliseerd door het Ministerie van Buitenlandse Zaken en door de Honorair consul van Nederland in Burundi.

2.7. Wat betreft het overlijden van zijn vrouw, heeft eiser aangevoerd dat sinds het vertrek van eiser, zijn moeder de kinderen heeft verzorgd. Zij is ook naar de ambassade geweest om paspoorten op te halen. Wellicht heeft men op school een vrouw gezien, die kinderen haalde en bracht en gedacht dat het de moeder van de kinderen was. Ook een nichtje hielp soms mee. Hij wijst er op dat buren, familie en vrienden zijn vrouw hebben gezien na haar overlijden en weten dat zij dood is.

Voorts heeft eiser een overlijdensakte van zijn vrouw overgelegd die volgens onderzoek door Bureau Documenten waarschijnlijk is afgegeven door de bevoegde autoriteiten en ook echt is. Verweerder geeft niet aan waarom de bevoegde autoriteiten een echte overlijdensakte zouden afgeven waarvan de inhoud niet juist is. Er is door eiser wel degelijk aangegeven hoe er onderzoek wordt verricht naar iemands overlijden. Dit in tegenstelling tot hetgeen verweerder hieromtrent stelt. Er heeft onderzoek plaatsgevonden door de wijkoudste cq. Chef (iedere 10 huizen heeft een soort chef). Eiser verwijst in dit verband naar het verslag van nader gehoor, waarin ondermeer is aangegeven dat er veel mensen op de begrafenis waren en velen zijn dode echtgenote hebben gezien. Ten slotte verwijst eiser naar een bijgevoegde verklaring van de Burundese Vereniging “Izere” en komt tot de conclusie dat er voldoende redenen zijn aangegeven en bewijsstukken zijn ingediend om een concreet aanknopingspunt te bieden voor twijfel aan de juistheid en volledigheid van het ambtsbericht.

Op 2 november 2009 heeft eiser een verklaring van de broer van zijn overleden vrouw overgelegd waarin deze haar overlijden bevestigd.

Beoordeling van het beroep

2.8. Ingevolge artikel 35, eerste lid, aanhef en onder a Vw 2000 kan de verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd als bedoeld in artikel 33 worden ingetrokken indien de vreemdeling onjuiste gegevens heeft verstrekt dan wel gegevens heeft achtergehouden terwijl die gegevens tot afwijzing van de aanvraag tot het verlenen of verlengen zouden hebben geleid.

2.9. Een individueel ambtsbericht kan, gelet op vaste jurisprudentie, worden aangemerkt als een deskundigenadvies waarbij verweerder in beginsel van de juistheid van het ambtsbericht mag uitgaan. Daartoe dient een dergelijk advies op een onpartijdige, objectieve en inzichtelijke wijze informatie te verschaffen, onder aanduiding – voor zover mogelijk en verantwoord – van de bronnen, aan welke die informatie is ontleend. Indien aan deze eisen is voldaan, mag verweerder bij de besluitvorming op aanvragen voor een verblijfsvergunning of intrekking daarvan van de juistheid van die informatie uitgaan, tenzij concrete aanknopingspunten bestaan voor twijfel aan de juistheid of volledigheid ervan.

2.10. De bevindingen in het individuele ambtsbericht over het paspoort en de identiteitskaart van eiser zijn gebaseerd op een memorandum van een vertrouwenspersoon van 14 februari 2007. Na kennis te hebben genomen van de ongecensureerde versie van dit memorandum, is de rechtbank van oordeel dat dit memorandum op onpartijdige, objectieve en inzichtelijke wijze informatie verschaft over het verrichte onderzoek en de conclusies die daaraan zijn verbonden. Volgens dit memorandum is het paspoort niet authentiek, niet afgegeven door de daartoe bevoegde instantie en illegaal afgegeven. De conclusie in het individuele ambtsbericht dat het paspoort vals is en niet is afgegeven door de bevoegde instantie, wordt gedragen door dit memorandum. Eiser heeft in zoverre geen concrete aanknopingspunten voor twijfel aan de juistheid of volledigheid van het individuele ambtsbericht aangedragen. Verweerder heeft derhalve in zoverre van de juistheid van het individuele ambtsbericht mogen uitgaan.

2.11. Het voorgaande geldt evenwel niet voor de bevinding in het individueel ambtsbericht dat de identiteitskaart van eiser vervalst is. Volgens het memorandum is de identiteitskaart een duplicaat is, dat niet authentiek is. Wel is het document door de bevoegde instantie afgegeven en legaal afgegeven. De conclusie in het individuele ambtsbericht dat het document vervalst is, wordt niet gedragen door het memorandum. In zoverre is het individueel ambtsbericht niet inzichtelijk en heeft verweerder niet van de juistheid daarvan mogen uitgaan.

2.12. De bevindingen in het individuele ambtsbericht over de school in Rwanda die de kinderen van eiser hebben bezocht, de nationaliteit van eiser en over de beweerdelijk overleden echtgenote van eiser, zijn gebaseerd op een memorandum van een vertrouwenspersoon van 19 juni 2007. Na kennis te hebben genomen van de ongecensureerde versie van dit memorandum is de rechtbank van oordeel dat gesteld kan worden dat dit memorandum, en derhalve ook het individuele ambtsbericht voor zover dat daarop is gestoeld, niet voldoen aan voornoemde eisen. Naar het oordeel van de rechtbank is het memorandum van 19 juni 2007, gezien de door de opsteller van het stuk gekozen bewoordingen, niet onpartijdig en objectief tot stand gekomen. Daarnaast wordt in het memorandum niet inzichtelijk gemaakt hoe de opsteller aan de door hem gepresenteerde informatie is gekomen. Ook de informatie verkregen op de school van de oudste zoon is niet dermate inzichtelijk dat deze op zichzelf de conclusie rechtvaardigt dat eiser onjuiste informatie heeft verstrekt.

2.13. Bovendien wordt de bevinding in het individuele ambtsbericht dat eiser de Rwandese nationaliteit heeft, niet gedragen door de onderliggende stukken van het ambtsbericht. De vertrouwenspersoon heeft slechts één bron genoemd waar deze bevinding op is gebaseerd. Nog daargelaten dat niet inzichtelijk is hoe de informatie van de betreffende bron is verkregen, is deze bron geen objectieve bron. Deze bron kan niet als bewijs dienen voor de Rwandese nationaliteit. Weliswaar is het door eiser overgelegde paspoort vals bevonden, maar dat wil op zich nog niet zeggen dat ook de door eiser gestelde nationaliteit niet juist is. Daar komt bij dat het individuele ambtsbericht bevestigt dat eiser in Burundi is geboren. Eiser heeft gemotiveerd uiteengezet dat hij op grond van de Burundese wetgeving op grond daarvan de Burundese nationaliteit heeft. Verweerder heeft dit niet weersproken.

2.14. Het vorenstaande leidt tot het oordeel dat de bevindingen in het individuele ambtsbericht van 26 juli 2007 dat eiser de Rwandese nationaliteit heeft, dat hij gescheiden is van zijn vrouw en dat zijn vrouw nog in leven is, alsmede dat het door hem overgelegde identiteitskaart vervalst is, niet kunnen worden gedragen door het daaraan ten grondslag liggende onderzoek. Dit heeft tot gevolg dat verweerder het betreffende ambtsbericht niet ten grondslag heeft mogen leggen aan de besluiten tot intrekking van de verblijfsvergunningen van eiser en zijn kinderen. De bestreden besluiten zijn derhalve niet zorgvuldig voorbereid en niet deugdelijk gemotiveerd.

2.15. Het beroep is gegrond. De bestreden besluiten dienen wegens strijd met artikel 3:2 en 3:46 Awb te worden vernietigd. Aangezien het hier om ambtshalve genomen besluiten gaat, is verweerder niet gehouden nieuwe besluiten te nemen. Voor zover hij daartoe wel overgaat, zal hij dat moeten doen met inachtneming van hetgeen in deze uitspraak is overwogen.

2.16. Voor veroordeling overeenkomstig artikel 8:75, eerste lid, Awb van een partij in de kosten die de andere partij in verband met de behandeling van het beroep redelijkerwijs heeft moeten maken, bestaat thans aanleiding. Het bedrag van de te vergoeden proceskosten moet naar het oordeel van de rechtbank worden bepaald op € 644,- [1 punt voor het indienen van het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting ].

3. Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep gegrond;

- vernietigt de bestreden besluiten van 2 december 2008;

- veroordeelt verweerder in de proceskosten ad € 644,- en bepaalt dat verweerder deze kosten aan eiser dient te vergoeden.

Aldus gegeven door mr. S.M. Schothorst en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van mr. P.C.J. Timmerman-Lindeijer als griffier op 5 oktober 2010.

de griffier

de rechter

Tegen de uitspraak in de bodemzaak kunnen partijen binnen vier weken na de datum van verzending van deze uitspraak hoger beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, onder vermelding van “hoger beroep vreemdelingenzaken”, postbus 16113, 2500 BC te ’s-Gravenhage. Ingevolge artikel 85 Vw 2000 dient het beroepschrift, in aanvulling op de vereisten gesteld in artikel 6:5 Algemene wet bestuursrecht, één of meer grieven tegen de uitspraak te bevatten. Artikel 6:6 Awb is niet van toepassing.

Afschrift verzonden op: