Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2010:BN9228

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
04-10-2010
Datum publicatie
04-10-2010
Zaaknummer
374535 KG ZA 10-1064
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

In 2004 is ontdekt dat dakpanelen (V-STS dakelementen) die zijn geproduceerd in 1999 en 2000 en verwerkt zijn in (platte) daken van industriële en commerciële gebouwen gebreken vertonen (delaminatie). Gelet op de gevaarzettende situatie die is ontstaan (acuut instortingsgevaar) willen de producent en de leverancier van de dakpanelen overgaan tot het treffen van noodmaatregelen. Voor de uitvoering daarvan is een plan van aanpak opgesteld. Zij vorderen in dit kort geding de verzekeraar te veroordelen tot het verlenen van medewerking aan het plan van aanpak en tot de voldoening van de daaruit voortvloeiende kosten. Nu eisers deze vorderingen enkel gronden op hun wettelijke bereddingsplicht jegens de verzekeraar en de verzekeraar die gestelde verplichting jegens haar uitdrukkelijk en gemotiveerd betwist, is er geen dan wel onvoldoende grond voor toewijzing van de vorderingen. Daar staat tegenover dat de verzekeraar naar het oordeel van de voorzieningenrechter haar recht heeft verwerkt zich in een later stadium erop te beroepen dat eisers in deze niet zouden hebben voldaan aan hun bereddingsplicht jegens haar. De verzekeraar is immers al geruime tijd op de hoogte van de delaminatie van de dakpanelen en van het risico dat zich daardoor kan verwezenlijken. Zij is ook voldoende in staat gesteld om nader onderzoek te doen en op basis daarvan in het kader van een mogelijke bereddingsplicht aan eisers de nodige eisen te stellen. Van die laatste mogelijkheid heeft zij echter om haar moverende redenen geen gebruik gemaakt.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE

Sector civiel recht - voorzieningenrechter

zaak- / rolnummer: 374535 / KG ZA 10-1064

Vonnis in kort geding van 4 oktober 2010

in de zaak van

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Stramit B.V.,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Isobouw Systems B.V.,

beide gevestigd en kantoorhoudende te Someren,

eisers,

advocaat mr. W.A.M. Rupert te Rotterdam,

tegen:

de rechtspersoon naar Iers recht Zurich Insurance Public Limited Company,

gevestigd te Dublin, Ierland, kantoorhoudende te Den Haag,

gedaagde,

advocaat mr. P. van den Broek te Amsterdam.

Partijen worden hierna respectievelijk aangeduid als ‘Stramit c.s.’ en ‘Zurich’. Eisers worden afzonderlijk ook aangeduid als ‘Stramit’ en ‘Isobouw’.

1. De feiten

Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting van 20 september 2010 wordt in dit geding van het volgende uitgegaan.

1.1. Stramit en Isobouw zijn dochterondernemingen van Synbra Holding B.V.

1.2. Stramit produceert zogeheten geïsoleerde stalen sandwich-dakpanelen, ook wel aangeduid als V-STS dakelementen, die door Isobouw op de markt worden gebracht en verkocht. De dakpanelen bestaan uit een kern van 200 of 250 mm dik EPS (“piepschuim”) met aan weerszijden een dunne verzinkte staalplaat. Deze panelen zijn bedoeld om te worden verwerkt in (platte) daken van industriële en commerciële gebouwen.

1.3. In 2004 is ontdekt dat de dakpanelen die in de jaren 1999 en 2000 zijn geproduceerd, gebreken vertonen. In die periode heeft Stramit 200.000 m2 panelen geproduceerd. Deze panelen zijn door Isobouw in het verkeer gebracht en verkocht aan diverse aannemers en montagebedrijven, die de panelen in opdracht van de gebouweigenaren hebben geïnstalleerd. Isobouw heeft de betreffende panelen (hierna aan te duiden als ‘de dakpanelen’) geleverd onder toepasselijkheid van haar leveringsvoorwaarden.

1.4. Bij de dakpanelen komt na verloop van tijd de bovenste staalplaat los te liggen. Dit gebrek wordt veroorzaakt doordat de backcoating die zich aan de binnenzijde van het bovenstaal bevindt loslaat van het zink. Ten gevolge hiervan dringt vocht binnen en gaat het zink corroderen. Dit voortschrijdend proces wordt kort gezegd aangeduid als onthechting of delaminatie. Dit leidt tot instortingsgevaar en het risico dat bij storm staalplaten wegwaaien.

1.5. Stramit c.s. hebben in de onder 1.3 genoemde algemene voorwaarden hun aansprakelijkheid voor dit soort schades uitgesloten, waardoor zij zich jegens hun contractanten niet gehouden achten tot herlevering of herstel.

1.6. Stramit c.s. hebben de gebouweigenaren waar de dakpanelen zijn gebruikt van het gebrek daarvan op de hoogte gesteld. Slechts enkele van deze eigenaren hebben daarop concrete maatregelen genomen.

1.7. Stramit c.s. zijn meermaals door hun afnemers of door de gebouweigenaren aangesproken tot vergoeding van de schade die het gevolg is van de gebrekkige dakpanelen. In die procedures is Nauta Dutilh als rechtsbijstandverlener opgetreden.

1.8. Synbra Group B.V. heeft voor de tot haar concern behorende vennootschappen een aansprakelijkheidsverzekering voor bedrijven (AVB) afgesloten bij Zurich. Op het polisblad zijn de navolgende verzekerde bedragen genoemd:

“EUR 25.000.000,-- per gebeurtenis

EUR 50.000.000,00 als maximum per jaar

EUR 1.250.000,00 per gebeurtenis en per jaar als omschreven in clausule VX951-006 Zuivere vermogensschade.”

1.9. In de artikelen 12 en 20 van de toepasselijke algemene voorwaarden is onder meer het navolgende bepaald:

“DEKKING

12 De verzekering dekt de aansprakelijkheid van verzekerden voor door derden geleden schade (incluis alle op geld waardeerbare gevolgschade en smartegeld) als gevolg van:

12.1 letsel of aantasting van de gezondheid al of niet de dood ten gevolge hebbende (hierna te noemen personenschade);

12.2 beschadiging, vernietiging, verontreiniging, verlies of het vuil worden van zaken of het zich daarop of daarin bevinden van vreemde stoffen (hierna te noemen zaakschade);

(…)

Vervanging van een ondeugdelijke prestatie

20.1 Niet gedekt zijn aanspraken strekkende tot:

- verbetering, herstelling of vervanging van zaken die door of onder verantwoordelijkheid van verzekerde zijn geleverd;”

1.10. In de polis zijn onder meer de navolgende clausules van toepassing verklaard:

“VX951-006 ZUIVERE VERMOGENSSCHADE

In aanvulling op art. 12 en in afwijking van art. 20 van de op het polisblad van toepassing verklaarde verzekeringsvoorwaarden dekt deze verzekering eveneens de aansprakelijkheid van verzekerden voor door derden geleden schade anders dan personen- of zaakschade (…), mits deze zuivere vermogensschade is ontstaan tijdens de looptijd van de verzekering.

(…)

VX031-011/1 VOORWAARDEN VERZEKERDEN

1 Verzekerden hebben de vrijheid bij het aangaan van een overeenkomst met de opdrachtgevers/afnemers hun aansprakelijkheidsbeperkende of –uitsluitende voorwaarden niet toe te passen, alsmede indien deze voorwaarden wel van toepassing zijn – in geval van schade – af te zien van een beroep daarop.”

1.11. Partijen hebben technische inspecties laten verrichten naar de staat van de dakpanelen door het via Cunningham Lindsey Nederland B.V. (hierna: Cunningham Lindsey) ingeschakelde bureau GRAS, inmiddels CLARC genaamd. Begin 2010 is CLARC begonnen met een tweede inspectieronde langs de gebouwen waar de betreffende dakpanelen zijn gebruikt. In een brief van 4 februari 2010 heeft Cunningham Lindsey aan de verzekeringstussenpersoon van Stramit c.s. meegedeeld dat maatregelen hoe dan ook noodzakelijk zijn, variërend van het aanbrengen van tijdelijke additionele constructievoorzieningen tot het geheel vervangen van elementen. Verder wordt meegedeeld dat is vastgesteld dat niet alleen bij daken waar uitsluitend panelen met verdacht staal is toegepast, maar ook bij daken waar daarnaast ook panelen met niet verdacht staal is gebruikt, noodmaatregelen noodzakelijk zijn.

1.12. In 2005 is met wederzijdse instemming van partijen advocatenkantoor Nauta Dutilh ingeschakeld voor juridische bijstand. De kosten hiervan zijn tot 2010 door Stramit c.s. aan Nauta Dutilh betaald en daarna door Zurich aan Stramit c.s. terugbetaald.

1.13. Nauta Dutilh heeft onder meer geadviseerd de diensten Bouw- en Woningtoezicht van de betrokken gemeenten in te lichten. Dit advies hebben Stramit c.s. niet opgevolgd.

1.14. Op 15 januari 2010 is door Nauta Dutilh, in overleg met Stramit c.s., een “Stroomschema ter voorkoming van aansprakelijkheidsschade Isobouw/Stramit” opgesteld voor het uitvoeren van noodmaatregelen.

1.15. Stramit c.s. zijn voornemens een procedure aan te spannen tegen de leverancier van het staal van de dakpanelen, Profine B.V., waarbij zij vergoeding van de door hen geleden schade zullen vorderen.

2. Het geschil

2.1. Stramit c.s. vorderen – zakelijk weergegeven – Zurich te veroordelen tot:

- het verlenen van medewerking aan hun plan van aanpak conform het onder 1.13 vermelde stroomschema;

- vergoeding van de met het plan van aanpak gemoeide kosten, bestaande uit in elk geval het overlagen van de door Stramit c.s. in de inleidende dagvaarding omschreven risicodaken uit de categorieën 1, 2 en 3;

- betaling van de door Stramit c.s. voorgeschoten en door Zurich niet aan haar vergoede bedragen van de rekeningen van Nauta Dutilh ter hoogte van € 64.892,41;

- hervatting van de betaling van de door Nauta Dutilh in rekening te brengen bedragen ter zake van het voeren van verweer tegen aanspraken, ingesteld door derden jegens Stramit c.s.

2.2. Daartoe voeren Stramit c.s. het volgende aan.

Van de gebrekkigheid van de dakpanelen kan Stramit c.s. geen verwijt gemaakt worden. Zij konden niet weten dat dit gebrek op zou gaan treden en zij zijn dan ook niet aansprakelijk jegens hun contractuele afnemers. Hoewel er geen contractuele relatie bestaat tussen derden, zoals bezoekers van de panden waar de dakpanelen zijn gebruikt, enerzijds en Stramit c.s. anderzijds, geldt op grond van vaste jurisprudentie dat de producent van een zaak die bij normaal gebruik voor het doel waarvoor die zaak bestemd is, schade veroorzaakt, aansprakelijk is. Het in het verkeer brengen van een product dat schade veroorzaakt bij normaal gebruik is onrechtmatig. Daarnaast geldt dat particulieren een beroep kunnen doen op de in de wet geregelde vorm van productaansprakelijkheid (artikelen 6:185 en volgende van het Burgerlijk Wetboek (BW)). Wanneer een dak instort kunnen van derden schadeclaims worden verwacht. Daartegen valt door Stramit c.s. geen goed verweer valt te voeren, want de gebrekkigheid van de dakpanelen is sinds 2004 bekend. Voor dergelijke schades hebben Stramit c.s. een dekking onder hun verzekering bij Zurich.

Van 22 “categorie 1-panden” staat het dak op instorten. Bij 24 panden die tot de categorieën 2 en 3 behoren, bestaat eveneens acuut instortingsgevaar. Gelet op dit acute gevaar, dienen er onmiddellijk maatregelen te worden getroffen. Het is niet alleen juridisch onjuist, maar ook maatschappelijk ongewenst dat er in de wetenschap van een gevaarlijke situatie geen maatregelen worden getroffen. De te nemen maatregelen ter voorkoming van instorting van de daken moeten worden aangemerkt als bereddingsmaatregelen. Stramit c.s. hebben de wettelijke verplichting, op grond van artikel 7:957 lid 1 BW, om bereddingsmaatregelen te treffen wegens het bestaan van de verzekeringsovereenkomst. Zurich is gehouden deze kosten te vergoeden. Stramit c.s. hebben voorgesteld om bij de daken waar acuut instortingsgevaar dreigt of aannemelijk is een voorziening te treffen ter voorkoming van instorting of het wegwaaien van de bovenste laag staal. De door Stramit c.s. ontwikkelde methode bestaat in het overlagen van het bestaande dak met een nieuw dak. Dat kan voor een gemiddelde prijs van ongeveer € 60,-- per vierkante meter. Stramit c.s. willen de daken uit de categorieën 1, 2 en 3 gaan overlagen. Zurich is gehouden de kosten van dit overlagen te vergoeden als bereddingskosten. Dit komt in totaal neer op een bedrag van € 7.064.220,--. Stramit c.s. hebben spoedeisend belang bij het uitvoeren van de bereddingsmaatregelen, nu de toestand van de daken verslechtert en het gevaar op instorting iedere dag meer toeneemt. Die bereddingsmaatregelen kunnen Stramit c.s. niet uit eigen middelen bekostigen.

De kosten die Stramit c.s. betaald hebben aan Nauta Dutilh komen eveneens voor rekening van Zurich. Nauta Dutilh is door Zurich ingeschakeld. Tussen Zurich en Stramit c.s. is afgesproken dat om fiscale redenen deze kosten worden voorgeschoten door Stramit c.s. en naderhand door Zurich aan hen weer worden vergoed. Stramit c.s. hebben aan Nauta Dutilh een bedrag voldaan ter hoogte van € 64.892,41, welk bedrag Zurich nog niet aan hen heeft terugbetaald. De kosten van Nauta Dutilh vallen op grond van de verzekeringsvoorwaarden binnen de door Zurich te verlenen dekking.

2.3. Zurich voert gemotiveerd verweer, dat hierna, voor zover nodig, zal worden besproken.

3. De beoordeling van het geschil

3.1. Gelet op de gevaarzettende situatie die is ontstaan als gevolg van de gebrekkigheid van de dakpanelen, willen Stramit c.s. overgaan tot het treffen van noodmaatregelen door middel van het “overlagen” van het dak met een nieuw dak. Zij stellen zich daarbij op het standpunt dat zij jegens Zurich gehouden zijn de voorgestelde maatregelen te nemen op grond van de wettelijke bereddingsplicht (artikel 7:957 lid 1 BW). De kosten van die maatregelen komen volgens Stramit c.s. voor rekening van Zurich (artikel 7:957 lid 2). Zurich betwist echter, op basis van een juridische inschatting van haar risico en eigen onderzoek naar de feiten, dat Stramit c.s. jegens Zurich gehouden zijn tot het nemen van de door hen voorgestane bereddingsmaatregelen.

3.2. Nu Stramit c.s. hun desbetreffende vorderingen enkel op hun verplichting jegens Zurich tot het nemen van bereddingmaatregelen gronden en Zurich die gestelde verplichting jegens haar uitdrukkelijk en gemotiveerd betwist, is er geen dan wel onvoldoende grond voor toewijzing van de vorderingen van Stramit c.s., strekkende tot het verkrijgen van medewerking aan het plan van aanpak en voldoening van de daaruit voortvloeiende kosten. Deze vorderingen van Stramit c.s. komen reeds daarom niet voor toewijzing in aanmerking. Daar staat tegenover dat Zurich naar het oordeel van de voorzieningenrechter haar recht heeft verwerkt zich in een later stadium erop te beroepen dat Stramit c.s. in deze niet zouden hebben voldaan aan hun bereddingsplicht jegens Zurich. Zurich is immers al geruime tijd op de hoogte van de delaminatie van de dakpanelen en van het risico dat zich daardoor kan verwezenlijken. Zij is ook voldoende in staat gesteld om nader onderzoek te doen en op basis daarvan in het kader van een mogelijke bereddingsplicht aan Stramit c.s. de nodige eisen te stellen. Van die laatste mogelijkheid heeft zij echter om haar moverende redenen geen gebruik gemaakt.

3.3. Voor wat betreft de vordering van Stramit c.s. tot betaling van een bedrag van

€ 64.892,64 wegens aan Nauta Dutilh voorgeschoten bedragen, wordt vooropgesteld dat ten aanzien van een geldvordering in kort geding terughoudendheid is geboden. Niet alleen zal moeten worden onderzocht of het bestaan van die vordering voldoende aannemelijk is, maar tevens of daarnaast sprake is van feiten en omstandigheden die meebrengen dat uit hoofde van onverwijlde spoed een onmiddellijke voorziening is vereist.

3.4. Niet is gesteld of aannemelijk geworden dat Stramit c.s. een spoedeisend belang hebben bij de ontvangst van het door hen gevorderde bedrag. Ook aan de overige vereisten voor toewijzing van deze vordering in kort geding is niet voldaan. Zurich heeft de verschuldigdheid van deze kosten uitdrukkelijk en gemotiveerd betwist. Daartoe voert Zurich aan dat niet zij, maar partijen gezamenlijk Nauta Dutilh hebben ingeschakeld en dat deze kosten niet door de verzekering worden gedekt. Volgens Zurich is afgesproken dat de kosten van Nauta Dutilh voorlopig door Zurich vergoed zouden worden. In de visie van Zurich is er geen redelijke grond meer waarom zij die kosten nog langer zou dragen. Zonder nadere bewijslevering, waarvoor de onderhavige kort geding procedure zich niet leent, kan niet worden vastgesteld wie van partijen Nauta Dutilh heeft ingeschakeld, noch wat partijen ten aanzien van de kosten van Nauta Dutilh zijn overeengekomen. Geoordeeld wordt derhalve dat Stramit c.s. het bestaan van hun geldvordering geenszins in hoge mate aannemelijk hebben gemaakt. Ook om deze reden komt dit deel van het gevorderde niet voor toewijzing in aanmerking.

3.5. Ten overvloede wordt nog opgemerkt dat Zurich erkent dat zij uit hoofde van de polis gehouden is eventuele in- en uitbouwkosten van Stramit c.s. te vergoeden, zij het tot (een maximum van) € 1.250.000,--. Tot vergoeding van een hoger bedrag is zij niet bereid. Stramit c.s. nemen daarmee geen genoegen. Gelet op de grondslag van hun vordering, kan op basis van de door Zurich erkende vergoedingsplicht geen lager bedrag worden toegewezen dan het gevorderde.

3.6. Het voorgaande leidt tot de conclusie dat de vorderingen van Stramit c.s. worden afgewezen. Stramit c.s. zullen, als de in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de kosten van dit geding.

4. De beslissing

De voorzieningenrechter:

- wijst de vorderingen van Stramit c.s. af;

- veroordeelt Stramit c.s. in de kosten van dit geding, tot dusverre aan de zijde van Zurich begroot op € 1.074,--, waarvan € 816,-- aan salaris advocaat en € 263,-- aan griffierecht;

- verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad ten aanzien van de proceskosten.

Dit vonnis is gewezen door mr. P.A. Koppen en in het openbaar uitgesproken op 4 oktober 2010.

hf