Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2010:BN6260

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
26-08-2010
Datum publicatie
08-09-2010
Zaaknummer
09-607573-10
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Raadkamer
Inhoudsindicatie

Competentie bij de vordering tot opheffing van de schorsing van de voorlopige hechtenis na een in beroep gegeven beschikking van het hof tot schorsing van de voorlopige hechtenis, rechtbank of hof?

De rechtbank heeft de gevangenhouding bevolen en een verzoek tot schorsing afgewezen. Verdachte is daartegen in hoger beroep gegaan bij het hof en de raadkamer van het hof heeft de voorlopige hechtenis geschorst. Na enige tijd vordert het OM de opheffing van de schorsing van de voorlopige hechtenis wegens overtreding van de schorsingsvoorwaarden. Wie is tot behandeling van die vordering bevoegd, de rechtbank of het hof? In casu acht de raadkamer van de rechtbank zich te dezen bevoegd. Zie ook Hof Amsterdam, 13 februari 2008, LJN: BD0206 en Melai/Groenhuijsen, aant. 4 onder artikel 82 Sv. Zie anders: Hof 's-Gravenhage, 30 augustus 2001, Nieuwsbrief Strafrecht 2001, 239.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE

Sector strafrecht

Parketnummer : 09.607573-10

De officier van justitie heeft op 26 augustus 2010 een vordering ingediend, strekkende tot opheffing van de door het gerechtshof op d.d. 11 mei 2010 bevolen schorsing van de voorlopige hechtenis van:

[verdachte]

geboren te [plaats] op [datum] 1991

thans gedetineerd in de P.I. Haaglanden te Zoetermeer

In raadkamer van 26 augustus 2010 zijn gehoord de verdachte en de raadsman, alsmede de officier van justitie op de vordering.

De rechtbank heeft kennisgenomen van het strafdossier in deze zaak, waarin zich onder meer bevinden een bevel tot gevangenhouding van verdachte 18 februari 2010 en een in beroep gegeven beschikking van de Raadkamer van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 11 mei 2010 waarbij de voorlopige hechtenis van verdachte met ingang van dinsdag 11 mei 2010 te 15:00 uur is geschorst, zulks onder de voorwaarden als in die beschikking omschreven, waaronder de bijzondere voorwaarde dat verdachte zich zal houden aan de aanwijzingen die door de Stichting Reclassering zullen worden gegeven;

De officier van justitie vordert thans de opheffing van voormelde schorsing, zulks met verwijzing naar het bericht van de Reclassering Nederland van 19 augustus 2010 waarin is aangegeven dat verdachte zich niet aan afspraken heeft gehouden en "onvoldoende heeft meegewerkt aan de beslissing van 11 mei 2010".

De onderhavige strafzaak wordt thans in eerste aanleg vervolgd bij de rechtbank 's-Gravenhage;

De rechtbank is bekend met de uitspraak van het Gerechtshof 's-Gravenhage van 30 augustus 2001 (Nieuwsbrief Strafrecht 2001/239) doch zij zal het hof daarin niet volgen nu de rechtbank zich met die uitspraak niet kan verenigen. De rechtbank is van oordeel dat zij overeenkomstig artikel 86 van het Wetboek van Strafvordering te dezen bevoegd is van de vordering tot opheffing van de schorsing kennis te nemen en daarop te beslissen (zie ook Gerechtshof Amsterdam 13 februari 2008, LJN: BD0206, databank NJFS 2008, 78, alsmede Melai/Groenhuijsen, aantekening 4 onder artikel 82 Sv)..

De rechtbank is van oordeel dat, gelet op voormeld bericht van de Reclassering Nederland, verdachte zich niet heeft gehouden aan alle in de beschikking van 11 mei 2010 opgenomen voorwaarden en dat er grond aanwezig is de vordering van de officier van justitie toe te wijzen;

Beslissing :

De rechtbank beveelt de opheffing van de op 11 mei 2010 bevolen schorsing van de voorlopige hechtenis van voormelde verdachte en gelast de verdere tenuitvoerlegging van de voorlopige hechtenis van verdachte.

Deze beschikking is gegeven in raadkamer van deze rechtbank op 26 augustus 2010

door mrs De Boer, voorzitter,

Bosman en Van Zeijst ,rechters,

in tegenwoordigheid van Heesterman, griffier.