Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2010:BN5520

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
30-08-2010
Datum publicatie
30-08-2010
Zaaknummer
09/757290-10
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Opzettelijke vrijheidsberoving en afpersing. Gevangenisstraf van 10 maanden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE

Sector Strafrecht

Meervoudige strafkamer

Parketnummer 09/757290-10 (feiten 1 en 2)

Datum uitspraak: 30 augustus 2010

Tegenspraak

(Promis)

De rechtbank 's-Gravenhage heeft op de grondslag van de tenlastelegging en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte:

[verdachte]

geboren te [geboortedatum] (Suriname) op [geboortedatum] 1972,

[adres]

thans gedetineerd in de [penitentiaire inrichting]

1. Het onderzoek ter terechtzitting

Het onderzoek is gehouden ter terechtzitting van 31 mei 2010 en 16 augustus 2010.

De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie mr. M.M. Egberts en van hetgeen door de raadsman van verdachte mr. P.M. Rombouts, advocaat te Amsterdam, en door de verdachte naar voren is gebracht.

2. De tenlastelegging

Nu voeging van de feiten 1 en 2 met de feiten 3 en 4 naar het oordeel van de rechtbank niet langer in het belang van het onderzoek is, zal de rechtbank de splitsing van de feiten 3 en 4 bevelen.

In dit vonnis zijn de feiten 1 en 2 aan het oordeel van de rechtbank onderworpen.

Aan de verdachte is - na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting - in zoverre ten laste gelegd dat:

feit 1:

hij op of omstreeks 12 februari 2010 te 's-Gravenhage tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] wederrechtelijk

van de vrijheid heeft beroofd en/of beroofd gehouden, immers heeft (hebben) hij verdachte en/of een of meer van zijn mededader(s) met dat opzet

- die [slachtoffer 1] voor zijn woning opgewacht en/of

- plaatsgenomen in de auto bij die [slachtoffer 1] en/of de autosleutels uit het contact van die auto gehaald en/of die [slachtoffer 1] zijn autosleutels laten afgeven en/of die autosleutels afgepakt van die [slachtoffer 1] en/of

- die [slachtoffer 1] bij de (rechter)arm vastgepakt en/of meegetrokken naar zijn woning en/of

- de mobiele telefoon van die [slachtoffer 1] afgepakt en/of

- (in aanwezigheid van die [slachtoffer 2]) die [slachtoffer 1] een of meerdere malen in zijn gezicht geslagen en/of gespuugd en/of

- (in aanwezigheid van die [slachtoffer 2]) tegen die [slachtoffer 1] gezegd: "Ik ga jou pakken,je bent nog niet klaar met me. Jij gaat straks met me mee" en/of "Je gaat echt nu met mij mee, anders schiet ik echt je kinderen kapot" en/of "Als je liegt, dan knal ik je neer" en/of "onthoudt het gezicht van deze man, want die zal je gaan schieten" en/of "geen grappen maken, anders zal hij jou doodschieten", althans woorden van gelijke aard of strekking en/of

- tegen die [slachtoffer 2] en/of die [slachtoffer 1] gezegd: "Zorg ervoor dat hij nu meegaat, en jij gaat ook mee, als je niet meegaat dan schiet ik jullie" en/of "Hij gaat beter mee nu, anders wordt de hele familie afgemaakt", althans woorden van gelijke aard of strekking en/of

- een vuurwapen en/of een op een vuurwapen gelijkend voorwerp zichtbaar aanwezig gehad en/of een vuurwapen en/of een op een vuurwapen gelijkend voorwerp gehouden tegen en/of gericht op het hoofd van die [slachtoffer 1] en/of

- die [slachtoffer 1] en die [slachtoffer 2] gedwongen zich te begeven naar een woning aan de [a-straat] 63 en daar naar binnen te gaan en/of daar te verblijven;

- die [slachtoffer 1] in die woning een of meermalen geslagen en/of

- die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] belet te gaan en staan waar zij wensten;

Subsidiair, indien het vorenstaande niet tot een bewezenverklaring en/of een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 12 februari 2010 te 's-Gravenhage tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2], door geweld of enige andere feitelijkheid en/of door bedreiging met geweld of enige andere feitelijkheid gericht tegen B. [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] wederrechtelijk heeft gedwongen iets te doen, niet te doen of te dulden, immers heeft/hebben verdachte en/of (een of meer van) zijn mededader(s)

- die [slachtoffer 1] voor zijn woning opgewacht en/of

- plaatsgenomen in de auto bij die [slachtoffer 1] en/of de autosleutels uit het contact van die auto gehaald en/of die [slachtoffer 1] zijn autosleutels laten afgeven

en/of die autosleutels afgepakt van die [slachtoffer 1] en/of

- die [slachtoffer 1] bij de (rechter)arm vastgepakt en/of meegetrokken naar zijn woning en/of

- de mobiele telefoon van die [slachtoffer 1] afgepakt en/of

- (in aanwezigheid van die [slachtoffer 2]) die [slachtoffer 1] een of meerdere malen in zijn gezicht geslagen en/of gespuugd en/of

- (in aanwezigheid van die [slachtoffer 2]) tegen die [slachtoffer 1] gezegd: "Ik ga jou pakken,je bent nog niet klaar met me. Jij gaat straks met me mee" en/of "Je gaat echt nu met mij mee, anders schiet ik echt je kinderen kapot" en/of "Als je liegt, dan knal ik je neer" en/of "onthoudt het gezicht van deze man, want die zal je gaan schieten" en/of "geen grappen maken, anders zal hij jou doodschieten", althans woorden van gelijke aard of strekking en/of

- tegen die [slachtoffer 2] en/of die [slachtoffer 1] gezegd: "Zorg ervoor dat hij nu meegaat, en jij gaat ook mee, als je niet meegaat dan schiet ik jullie" en/of "Hij gaat beter mee nu, anders wordt de hele familie afgemaakt", althans woorden van gelijke aard of strekking en/of

- een vuurwapen en/of een op een vuurwapen gelijkend voorwerp zichtbaar aanwezig gehad en/of een vuurwapen en/of een op een vuurwapen gelijkend voorwerp gehouden tegen en/of gericht op het hoofd van die [slachtoffer 1]

waardoor die B. [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] werden gedwongen en/of werden gedwongen te dulden

- tegenover [slachtoffer 2] toe te geven dat hij, B. [slachtoffer 1], een seksule relatie had met [vrouw van verdachte] en/of

- achter de verdachte en/of zijn mededaders aan te rijden naar een pand aan de [a-straat] te 's Gravenhage en/of

- in de het pand gelegen aan de [a-straat] (in bijzijn van o.a. de vader van verdachte) toe te geven dat er een seksuele relatie was geweest tussen [slachtoffer 1] en [vrouw van verdachte]

- dat hij, [slachtoffer 1], in het pand aan de [a-straat] in zijn gezicht werd geslagen en gespuugd;

feit 2:

hij in of omstreeks 12 februari tot en met 17 februari 2010 te 's-Gravenhage ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 1] te dwingen tot de afgifte van geld en/of een Volvo, in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), met een of meer van zijn mededader(s), althans alleen

- een vuurwapen en/of een op een vuurwapen gelijkend voorwerp zichtbaar aanwezig heeft gehad en/of een vuurwapen en/of een op een vuurwapen gelijkend voorwerp heeft gehouden tegen en/of gericht op het hoofd van die [slachtoffer 1] en/of

- die [slachtoffer 1] en die [slachtoffer 2] heeft gedwongen zich te begeven naar een woning aan de [a-straat] 63 en daar naar binnen te gaan en/of daar te verblijven en/of

- die [slachtoffer 1] in die woning een of meermalen heeft geslagen en/of

- die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] heeft belet te gaan en staan waar zij wensten en/of

- een of meermalen tegen die [slachtoffer 1] heeft gezegd dat die [slachtoffer 1] 500 euro per week moest betalen (voor een periode van vijf maanden) en/of dat die [slachtoffer 1] 6500 euro moest betalen en/of dat die [slachtoffer 1] 17 februari 2010 1000 euro moest betalen en/of "je gaat het maar lenen, anders heb je een probleem en dan zou ik ik gaan schieten" en/of "Als die niet doet wat er gezegd is fuck... echt... zijn hand gaat eraf", althans woorden van gelijke aard of strekking en/of

- een of meermalen tegen die [slachtoffer 1] heeft gezed dat hij zijn Volvo, althans zijn auto, moest inleveren;

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

3. Het bewijs (1)

3.1 Het standpunt van de officier van justitie

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte samen met drie andere mannen naar de woning van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] is gegaan en hen aldaar opzettelijk van hun vrijheid heeft beroofd en beroofd gehouden. Zij zijn vervolgens tegen hun wil meegegaan naar de woning van verdachte, waar de vrijheidsberoving is blijven voortduren en voortgezet. Subsidiair is dit feit als dwang ten laste gelegd. Tevens wordt verdachte verweten dat hij heeft gepoogd om met een ander van [slachtoffer 1] geld af te persen door [slachtoffer 1] te slaan, in zijn vrijheid te beletten en hem te bedreigen.

De officier van justitie heeft gevorderd dat de rechtbank wettig en overtuigend bewezen zal verklaren dat verdachte de feiten 1 primair, en 2 heeft begaan. Hij heeft daarbij telkens vrijspraak gevorderd voor het ten laste gelegde gebruik van vuurwapens.

3.2 Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich ter terechtzitting op het standpunt gesteld dat de verdachte van het hem onder 1 primair/subsidiair en 2, ten laste gelegde behoort te worden vrijgesproken.

Ten aanzien van feit 1 primair/subsidiair heeft de raadsman - verkort en zakelijk weergegeven - het navolgende aangevoerd:

De raadsman stelt zich op het standpunt dat wel lijkt vast te staan dat er een eenvoudige mishandeling en belediging hebben plaatsgevonden, wellicht zelfs een bedreiging, maar naar zijn mening zijn de door het openbaar ministerie toegekende kwalificaties van de ten laste gelegde feiten niet op hun plaats.

Ten aanzien van het eerste gedachtestreepje voert de raadsman aan dat verdachte en [slachtoffer 1] hadden afgesproken om die avond elkaar te ontmoeten. Derhalve dient het eerste gedachtestreepje te worden uitgestreept; in elk geval kan het niet bijdragen aan de kwalificatie. Met betrekking tot het tweede gedachtestreepje merkt de raadsman op dat het bewezen kan worden verklaard maar dat dit niet de kwalificatie van het feit draagt. De raadsman meent dat het derde gedachtestreepje niet kan worden bewezen verklaard. Verder heeft het afpakken van de mobiele telefoon door verdachte onder het vierde gedachtestreepje, aldus de raadsman, niets met een vrijheidsberoving te maken.

Ten aanzien van het vijfde en tiende gedachtestreepje voert de raadsman aan dat het slaan en spugen strafbare gedragingen zijn maar dat deze niet hebben bijgedragen aan de vermeende vrijheidsberoving van aangevers. Verder meent de raadsman dat het zesde en zevende gedachtestreepje onvoldoende vast zijn komen te staan, nu alleen aangevers hierover verklaren en hun verklaringen inconsistent zijn. Ook het achtste gedachtestreepje kan niet worden bewezen verklaard, volgens de raadsman, nu daarover te verschillend en ongeloofwaardig door aangevers is verklaard. Met betrekking tot het negende en elfde gedachtestreepje merkt de raadsman op dat aangevers met hun eigen auto naar de woning van verdachte zijn gegaan. Hierdoor ontbreekt het element dwang en kan ook dit niet bewezen worden verklaard, naar de mening van de raadsman. Afsluitend voert de raadsman aan dat wat aan feitelijke omschrijving overblijft de kwalificatie van het ten laste gelegde niet dekt.

Ten aanzien van feit 2 heeft de raadsman - verkort en zakelijk weergegeven - het navolgende aangevoerd:

Hij heeft bepleit dat de inhoud van de telefoongesprekken tussen verdachte en aangever [slachtoffer 1] die in het bijzijn van verbalisant [verbalisant] zijn gevoerd van het bewijs moeten worden uitgesloten, omdat hierdoor het zwijgrecht van verdachte is omzeild en de verdachte is uitgelokt tot het doen van mogelijk strafbare uitlatingen. De raadsman heeft ter onderbouwing van zijn standpunt verwezen naar vragen die door aangever voornoemd aan verdachte zijn gesteld in een telefoongesprek van 14 februari 2010.

Ten aanzien van het eerste, tweede en vierde gedachtestreepje verwijst de raadsman naar zijn opmerkingen over hetgeen bij de gedachtestreepjes acht, negen en elf van feit 1 is vermeld. Deze dienen dan ook uitgestreept te worden. Mocht de rechtbank toch van oordeel zijn dat er een element van dwang is gelegen in het vertrek naar de woning van verdachte, dan heeft dat vertrek geen enkel verband met de dwang tot afgifte van geld, aldus de raadsman. Het derde gedachtestreepje kan worden bewezen verklaard, maar de raadsman is van mening dat het hierbij vermelde evenmin verband houdt met een poging tot afpersing en daarom niet kan bijdragen tot een bewezenverklaring. Ten aanzien van het vijfde en zesde gedachtestreepje is de raadsman primair van mening dat de telefoongesprekken niet voor het bewijs mogen worden gebruikt; subsidiair merkt de raadsman op dat de omschrijvingen niet kloppen. Bovendien wordt er nergens gesproken over het inleveren van een auto.

3.3 Bewijsuitsluiting?

Ten aanzien van de door de raadsman bepleite uitsluiting van het bewijs wegens schending van artikel 6 van het EVRM van de inhoud van de telefoongesprekken tussen verdachte en aangever die in het bijzijn van verbalisant [verbalisant] zijn gevoerd, overweegt de rechtbank als volgt.

Als uitgangspunt heeft te gelden dat bewijsuitsluiting uitsluitend aan de orde kan komen indien het bewijsmateriaal door het verzuim is verkregen en indien door de onrechtmatige bewijsgaring een belangrijk (strafvorderlijk) voorschrift of rechtsbeginsel in aanzienlijke mate is geschonden. (2)

In de onderhavige zaak stelt de rechtbank vast dat aangever [slachtoffer 1] op 13 februari 2010 het eerste telefoongesprek met verdachte heeft gevoerd in bijzijn van verbalisant [verbalisant]. In dit gesprek reageert verdachte in eerste instantie rustig op de vraag van aangever waarom hij zoveel moet betalen. Op dat moment geeft [verbalisant] meteen aan dat het gesprek beëindigd kon worden door aangever. Verdachte gaat echter verder met praten en zegt tegen die [slachtoffer 1] dat hij het bed gewoon moet betalen. [slachtoffer 1] moet dat verder met de neef van verdachte regelen, die er die dag bij was. De neef van verdachte zal naar die [slachtoffer 1] toekomen en die heeft een hele andere aanpak (3). Bovendien wordt in dit gesprek door verdachte bij die [slachtoffer 1] in herinnering gebracht, dat een/de neef van verdachte de dag daarvoor tegen die [slachtoffer 1] heeft gezegd dat hij het bed gaat betalen (4) .

De rechtbank is van oordeel dat uit voornoemd verloop van het gesprek en hetgeen daarin door verdachte uit zichzelf is gezegd tegen aangever [slachtoffer 1] genoegzaam blijkt dat verdachte door [verbalisant] en aangever [slachtoffer 1] niet is gebracht tot andere handelingen dan die waarop zijn opzet reeds tevoren was gericht. Van een schending van een strafvorderlijk voorschrift of rechtsbeginsel is niet gebleken, zodat het verweer faalt.

Er is dus geen reden om de telefoongesprekken tussen verdachte en aangever die in het bijzijn van [verbalisant] zijn gevoerd van het bewijs uit te sluiten.

3.4 De beoordeling van de tenlastelegging

De rechtbank leidt uit de inhoud van het dossier en het verhandelde ter terechtzitting het volgende af.

Ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde:

In de avond van 12 februari 2010 zijn verdachte, [persoon A.], en twee andere jongens met de auto van verdachte naar het huis van aangever [slachtoffer 1] aan de [b-straat] te 's-Gravenhage gegaan. (5) Eerder die dag was er op aandringen van verdachte een afspraak gemaakt tussen [slachtoffer 1] en verdachte om elkaar te zien en te ontmoeten.(6) Verdachte had een dag eerder [slachtoffer 1] aangetroffen in zijn, verdachtes, woning samen met zijn [vrouw] en was toen erg boos geworden op [slachtoffer 1].(7)

Verdachte en [persoon A.] hebben die 12e februari 2010 bij de woning van [slachtoffer 1] aangebeld, maar zij troffen alleen de vrouw van [slachtoffer 1], [slachtoffer 2]. Vervolgens hebben verdachte en [persoon A.], [slachtoffer 1] voor zijn woning opgewacht. (8)

Kort daarna is [slachtoffer 1] met zijn auto bij zijn woning gearriveerd. Verdachte is bij [slachtoffer 1] in de auto gestapt (9). Verdachte vond dat [slachtoffer 1] aan het draaien was en wilde dat [slachtoffer 1] meeging naar de woning.(10) Verdachte heeft tegen [slachtoffer 1] gezegd dat hij met hem wilde praten en dat hij mee moest. (11) Verdachte heeft toen de autosleutels uit het contact van de auto van [slachtoffer 1] gepakt. (12) Verdachte heeft [slachtoffer 1] bij de arm gepakt, (13) en [slachtoffer 1] mee naar boven getrokken, naar zijn woning. (14) [persoon A.] is meegelopen en met z'n drieën zijn ze de woning van [slachtoffer 1] binnengegaan. (15) Verdachte heeft in de woning tegen [slachtoffer 1] gezegd: "ik ga jou pakken, je bent nog niet klaar met me. Jij gaat straks met me mee." (16) Verdachte heeft [slachtoffer 1] in diens woning in zijn gezicht geslagen (17) en gespuugd. (18) [persoon A.] stond constant voor [slachtoffer 1] (19) Verdachte wilde dat [slachtoffer 1] met hem mee zou gaan naar zijn woning om excuses aan te bieden. [slachtoffer 1] zei dat dat niet kon. Verdachte heeft gezegd dat hij daar niets mee te maken had. (20) [slachtoffer 1] had geen keuze, hij moest mee en is door verdachte bij zijn arm vastgepakt en mee naar buiten genomen. (21) Toen zij de woning hadden verlaten, belde de broer van [slachtoffer 1] deze op. Verdachte heeft toen de telefoon van [slachtoffer 1] afgepakt. (22)

Verdachte is vervolgens met zijn auto met daarin [persoon A.] en de twee andere jongens naar zijn woning aan de [a-straat] 63 te 's-Gravenhage gereden. [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] reden er in hun eigen auto achter aan. Daar aangekomen zijn verdachte, [persoon A.], één van de twee jongens, [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] verdachtes woning binnengegaan. (23) In de woning is [slachtoffer 1] door verdachte geslagen en bespuugd in het gezicht. (24)

Ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde:

Op enig moment op die avond van de 12e februari 2010 heeft verdachte in zijn woning aan de [a-straat] te 's-Gravenhage tegen [slachtoffer 1] gezegd, dat één van de twee jongens nog met hem wilde praten. [slachtoffer 1] en die jongen zijn toen in een hoekje met elkaar in de kamer gaan staan en gingen met elkaar praten. (25) [slachtoffer 1] moest van verdachte naar die jongen toe gaan. Die jongen zei toen tegen [slachtoffer 1] dat hij € 500,- per week aan verdachte moest betalen, omdat er anders wat zou gaan gebeuren. (26)

Op zaterdag 13 februari 2010 heeft [slachtoffer 1] op verdachtes verzoek verdachte gebeld. Verdachte heeft in dat gesprek tegen [slachtoffer 1] gezegd: "jij hebt gisteren met die jongen met die witte capuchon gesproken. Jij bent nog niet klaar met hem. Jij moet 5 maanden lang elke week 500 euro betalen. Ik ga een nieuw bed halen en dat ga jij betalen". [slachtoffer 1] heeft in dit gesprek te kennen gegeven dat hij dat geld niet heeft. Hierna heeft verdachte tegen [slachtoffer 1] gezegd: "je gaat het maar lenen, anders heb je een probleem, en dan zou ik gaan schieten." (27)

Diezelfde dag heeft [slachtoffer 1] nogmaals verdachte gebeld. [slachtoffer 1] heeft gevraagd waarom hij zoveel geld moest betalen. Verdachte heeft tegen [slachtoffer 1] gezegd dat zijn neefje deze week naar [slachtoffer 1] zou toekomen en dat die een hele andere aanpak heeft. Verdachte heeft in dit gesprek gezegd dat [slachtoffer 1] € 6.500,- moest betalen want dat was wat zijn bed had gekost. Op de achtergrond was "de neef" te horen die zei: "als die niet doet wat er gezegd is fuck... echt... zijn hand eraf." (28)

[slachtoffer 1] heeft tegen verdachte gezegd dat hij geen geld had voor verdachte, waarop verdachte zei dat [slachtoffer 1] binnen twee weken een eerste termijn van € 1.000,- moest betalen. (29) Er is een afspraak gemaakt voor woensdag (de rechtbank begrijpt: 17 februari 2010). (30)

Nadere overwegingen:

Anders dan de raadsman is de rechtbank van oordeel dat [slachtoffer 1] door de handelingen van verdachte en zijn mededaders van zijn vrijheid is beroofd en beroofd gehouden. Verdachte en zijn mededaders hebben door hun handelingen [slachtoffer 1] belemmerd in zijn vrijheid om te gaan en te staan waar hij wenste. Het gevoerde verweer vindt zijn weerlegging in de gebezigde bewijsmiddelen en behoeft geen verdere bespreking.

Anders dan de officier van justitie acht de rechtbank het echter zeer wel mogelijk, dat er bij [slachtoffer 2] geen sprake was van onvrijwilligheid toen zij met [slachtoffer 1] meeging naar de woning van verdachte en vervolgens in die woning verbleef.

Anders dan de raadsman is de rechtbank van oordeel dat verdachte en zijn mededader hebben gepoogd [slachtoffer 2] af te persen. Ook dit verweer vindt zich weerlegging in de gebezigde bewijsmiddelen en behoeft geen verdere bespreking.

Conclusie:

Op grond van het vorenstaande acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de onder 1 primair (ten aanzien van [slachtoffer 1]) en 2 ten laste gelegde feiten heeft begaan.

De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1 primair ten laste feit ten aanzien van [slachtoffer 2] heeft begaan en zal hem van dat deel van de tenlastelegging vrijspreken.

3.5 De bewezenverklaring

Op grond van het vorenstaande acht de rechtbank wettig bewezen en is zij tot de overtuiging gekomen dat de verdachte de bij dagvaarding onder 1 primair en 2 ten laste gelegde feiten heeft begaan, met dien verstande, dat de rechtbank bewezen acht - zulks met verbetering van eventueel in de tenlastelegging voorkomende type- en taalfouten, zoals weergegeven in de bewezenverklaring, door welke verbetering de verdachte niet in de verdediging is geschaad - de inhoud van de tenlastelegging dat:

feit 1 primair:

hij op of omstreeks 12 februari 2010 te 's-Gravenhage tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en/of beroofd gehouden, immers heeft (hebben) hij verdachte en/of een of meer van zijn mededader(s) met dat opzet

- die [slachtoffer 1] voor zijn woning opgewacht en/of

- plaatsgenomen in de auto bij die [slachtoffer 1] en/of de autosleutels uit het contact van die auto gehaald en/of die [slachtoffer 1] zijn autosleutels laten afgeven en/of die autosleutels afgepakt van die [slachtoffer 1] en/of

- die [slachtoffer 1] bij de (rechter)arm vastgepakt en/of meegetrokken naar zijn woning en/of

- de mobiele telefoon van die [slachtoffer 1] afgepakt en/of

- (in aanwezigheid van die [slachtoffer 2]) die [slachtoffer 1] meerdere malen in zijn gezicht geslagen en /of gespuugd en/of

- (in aanwezigheid van die [slachtoffer 2]) tegen die [slachtoffer 1] gezegd: "Ik ga jou pakken, je bent nog niet klaar met me. Jij gaat straks met me mee" en/of "Je gaat echt nu met mij mee, anders schiet ik echt je kinderen kapot" en/of "Als je liegt, dan knal ik je neer" en/of "onthoudt het gezicht van deze man, want die zal je gaan schieten" en/of "geen grappen maken, anders zal hij jou doodschieten", althans woorden van gelijke aard /of of strekking en/of

- tegen die [slachtoffer 2] en/of die [slachtoffer 1] gezegd: "Zorg ervoor dat hij nu meegaat, en jij gaat ook mee, als je niet meegaat dan schiet ik jullie" en/of "Hij gaat beter mee nu, anders wordt de hele familie afgemaakt", althans woorden van gelijke aard of strekking en/of

- een vuurwapen en/of een op een vuurwapen gelijkend voorwerp zichtbaar aanwezig gehad en/of een vuurwapen en/of een op een vuurwapen gelijkend voorwerp gehouden tegen en/of gericht op het hoofd van die [slachtoffer 1] en/of

- die [slachtoffer 1] gedwongen zich te begeven naar een woning aan de [a-straat] 63 en daar naar binnen te gaan en/of daar te verblijven;

- die [slachtoffer 1] in die woning een of meermalen geslagen en/of

- die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] belet te gaan en staan waar hij zij wensten;

feit 2:

hij in de periode van of omstreeks 12 februari tot en met 17 februari 2010 te 's-Gravenhage ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 1] te dwingen tot de afgifte van geld en/of een Volvo, in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), met een of meer van zijn mededader(s), althans alleen

- een vuurwapen en/of een op een vuurwapen gelijkend voorwerp zichtbaar aanwezig heeft gehad en/of een vuurwapen en/of een op een vuurwapen gelijkend voorwerp heeft gehouden tegen en/of gericht op het hoofd van die [slachtoffer 1] en/of

- die [slachtoffer 1] en die [slachtoffer 2] heeft gedwongen zich te begeven naar een woning aan de [a-straat] 63 en daar naar binnen te gaan en/of daar te verblijven en/of

- die [slachtoffer 1] in die woning een of meermalen heeft geslagen en/of

- een of meermalen tegen die [slachtoffer 1] heeft gezegd dat die [slachtoffer 1] 500 euro per week moest betalen (voor een periode van vijf maanden) en/of dat die [slachtoffer 1] 6500 euro moest betalen en/of dat die [slachtoffer 1] 17 februari 2010 1000 euro moest betalen en/of "je gaat het maar lenen, anders heb je een probleem en dan zou ik gaan schieten" en/of "Als die niet doet wat er gezegd is fuck... echt... zijn hand gaat eraf", althans woorden van gelijke aard en/of strekking en/of

- een of meermalen tegen die [slachtoffer 1] heeft gezed dat hij zijn Volvo, althans zijn auto, moest inleveren;

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

4. De strafbaarheid van de feiten

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Dit levert de in de beslissing genoemde strafbare feiten op.

5. De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is eveneens strafbaar, omdat niet is gebleken van omstandigheden die zijn strafbaarheid uitsluiten.

6. De straf/maatregel

6.1. De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake van de hem bij gewijzigde dagvaarding onder 1 primair, 2, 3 en 4 ten laste gelegde feiten wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 42 maanden, met aftrek van de in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebrachte tijd. De officier van justitie heeft bij repliek te kennen gegeven dat deze vordering is samengesteld uit een gedeelte van 12 maanden ten aanzien van de feiten 1 primair en 2, en een gedeelte van 30 maanden ten aanzien van de feiten 3 en 4, tweede cumulatief/alternatief.

6.2. Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft primair vrijspraak van het ten laste gelegde bepleit. Subsidiair heeft de raadsman aan de rechtbank verzocht om een gevangenisstraf op te leggen die gelijk is aan zijn voorarrest. Hij heeft daarbij opgemerkt dat de eis van de officier van justitie erg fors is nu er naar de mening van de raadsman te veel naar de gevolgen voor de aangevers wordt gekeken en te weinig naar wat er echt gebeurd is. Het gebeurde is misschien niet juist geweest, maar wel begrijpelijk. Verdachte heeft gevolg gegeven aan zijn gekwetste eergevoel op een manier die niet zou behoren, maar de strafmaatrichtlijnen voor opzettelijke vrijheidsberoving zijn niet geschreven voor zaken als de onderhavige, aldus de raadsman.

6.3. Het oordeel van de rechtbank

Na te melden straf is in overeenstemming met de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gegrond op de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan tijdens het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Daarnaast overweegt de rechtbank meer in het bijzonder het navolgende.

De rechtbank is van oordeel dat de strafbare feiten zoals weergegeven in de bewezenverklaring verdachte zwaar moeten worden aangerekend. Bij het begaan van dit feit heeft verdachte ernstig inbreuk gemaakt op de persoonlijke vrijheid van het slachtoffer [slachtoffer 1]. Bovendien heeft verdachte met de opzettelijke vrijheidsbeneming en de poging tot afpersing van het slachtoffer [slachtoffer 1] enkel oog gehad voor zijn eigen gekrenkte trots en financieel gewin, terwijl de ervaring leert dat slachtoffers van dergelijk feiten veelal een langdurig en ernstige psychische nasleep van het gebeurde ondervinden

Uit de slachtofferverklaring van [slachtoffer 1] die ter terechtzitting is voorgelezen is naar voren gekomen dat de gedragingen van verdachte zijn leven volkomen hebben veranderd. Het slachtoffer heeft sinds het incident niet meer gewerkt door psychische klachten die zich ook uiten in lichamelijke klachten, bovendien is hij sindsdien erg angstig geworden en beheersen deze gevoelens zijn leven.

Uit een op naam van verdachte staand uittreksel uit het Justitiële Documentatieregister d.d. 19 februari 2010 blijkt dat verdachte in 2006 is veroordeeld voor een geweldsdelict en wapenbezit. Bovendien is verdachte in het verleden meermalen veroordeeld voor valsheid in geschrifte, oplichting en verduistering waarvoor verdachte langdurige gevangenisstraffen heeft opgelegd gekregen. Dit heeft verdachte er echter niet van weerhouden om zich opnieuw schuldig te maken aan strafbare feiten. Verdachte weigert bovendien elke verantwoordelijkheid voor zijn gedrag te nemen en bagatelliseert zijn gedrag zonder zich te realiseren wat die houding voor gevolgen heeft voor het slachtoffer.

De rechtbank heeft kennisgenomen van een voorlichtingsrapport d.d. 27 mei 2010 betreffende verdachte, opgemaakt en ondertekend door R. Feraaune, reclasseringswerker en M. Verburgt, leidinggevende. In dit rapport is melding gemaakt van een eerder in september 2009 over verdachte opgemaakte pro justitia rapportage, waarin is gesteld dat verdachte moeite heeft zijn impulsen te beheersen. De narcistische dynamiek, aldus de psycholoog in de vermelde rapportage, lijkt te duiden op een krenkbare man die moeite heeft zich te verplaatsen in de ander. De reclassering schat het recidivegevaar op hooggemiddeld.

Gelet op al het vorenstaande acht de rechtbank de navolgende vrijheidsbenemende straf passend en geboden.

7. De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2]

[slachtoffer 2] heeft zich als benadeelde partij gevoegd ter zake van de vordering tot schadevergoeding ten aanzien van de bij dagvaarding onder1 primair/subsidiair en 2 ten laste gelegde feiten, groot € 2.500,-, welk bedrag ziet op immateriële schade.

7.1. De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geconcludeerd dat de vordering in haar geheel toegewezen kan worden en heeft bovendien gevorderd dat de rechtbank de schadevergoedingsmaatregel aan verdachte zal opleggen.

7.2. Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft primair geconcludeerd tot niet-ontvankelijkheid van de vordering van benadeelde partij [slachtoffer 2], nu de raadsman vrijspraak van de ten laste gelegde feiten heeft bepleit. Subsidiair heeft de raadsman matiging van het toe te wijzen bedrag verzocht, aangezien het gebruik van vuurwapens wordt betwist.

7.3. Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank zal de benadeelde partij [slachtoffer 2] niet-ontvankelijk verklaren in haar vordering, nu de rechtbank verdachte heeft vrijgesproken van feit 1, voor zover dat betrekking heeft op de benadeelde partij [slachtoffer 2] en voor wat betreft het bewezen verklaarde feit 2, de poging tot afpersing van [slachtoffer 1], niet rechtstreeks schade is toegebracht aan de benadeelde partij [slachtoffer 2].

8. De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1] / Schadevergoedingsmaatregel

[slachtoffer 1] heeft zich als benadeelde partij gevoegd ter zake van de vordering tot schadevergoeding ten aanzien van de bij dagvaarding onder 1 primair/subsidiair en 2 ten laste gelegde feiten, groot € 2.500,-, welk bedrag ziet op immateriële schade.

8.1. De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geconcludeerd dat de vordering in haar geheel toegewezen kan worden en heeft bovendien gevorderd dat de rechtbank de schadevergoedingsmaatregel aan verdachte zal opleggen.

8.2. Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft primair geconcludeerd tot niet-ontvankelijkheid van de vordering van benadeelde partij [slachtoffer 1], nu de raadsman vrijspraak van de ten laste gelegde feiten heeft bepleit. Subsidiair heeft de raadsman matiging van het toe te wijzen bedrag verzocht, aangezien het gebruik van vuurwapens wordt betwist.

8.3. Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank is van oordeel dat de voormelde schade rechtstreeks voortvloeit uit het onder dagvaarding onder feit 1 primair en 2 bewezen verklaarde. Gelet op de onderbouwing van de vordering en het verhandelde ter terechtzitting zal de rechtbank de vordering gedeeltelijk toewijzen.

Ter zake van de gevorderde immateriële schade, gelet op hetgeen de benadeelde partij [slachtoffer 1] ter toelichting heeft aangevoerd, zal de rechtbank naar billijkheid en als in zoverre eenvoudig vast te stellen een bedrag van € 1.000,- toewijzen.

De rechtbank zal voorts de gevorderde wettelijke rente toewijzen, nu vast is komen te staan dat de schade met ingang van 12 februari 2010 is ontstaan.

De rechtbank zal de benadeelde partij voor het overige deel van de vordering niet-ontvankelijk verklaren. De benadeelde partij kan dit deel van de vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Dit brengt mee, dat de verdachte dient te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met haar vordering heeft gemaakt, welke kosten de rechtbank tot op heden begroot op nihil, en de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.

De rechtbank stelt vast dat de verdachte jegens de benadeelde partij [slachtoffer 1] naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door het onder dagvaarding onder feit 1 primair en 2 bewezen verklaarde is toegebracht.

Daarom zal de rechtbank de schadevergoedingsmaatregel aan verdachte opleggen tot het bedrag waartoe de vordering van de benadeelde partij wordt toegewezen, te weten € 1.000,-, vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente daarover vanaf 12 februari 2010 tot aan de dag waarop deze vordering is voldaan, ten behoeve van het slachtoffer genaamd [slachtoffer 1].

9. De toepasselijke wetsartikelen

De op te leggen straf en maatregel zijn gegrond op de artikelen:

- 24c, 36f, 45, 47, 57, 282 en 317 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezen verklaarde.

10. De beslissing

De rechtbank,

beveelt de splitsing van de feiten 3 en 4 van de feiten 1 en 2;

verklaart wettig en overtuigend bewezen, dat de verdachte de bij gewijzigde dagvaarding onder 1 primair en 2 tenlastegelegde feiten heeft begaan en dat het bewezen verklaarde uitmaakt:

ten aanzien van feit 1, primair:

medeplegen van opzettelijk iemand van de vrijheid beroven en beroofd houden;

ten aanzien van feit 2:

poging tot afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen;

verklaart het bewezen verklaarde en de verdachte deswege strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

veroordeelt de verdachte tot:

een gevangenisstraf voor de duur van 10 maanden;

bepaalt dat de tijd, door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de hem opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht;

verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 2] niet-ontvankelijk in haar vordering tot schadevergoeding en bepaalt dat zij haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;

wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij gedeeltelijk toe en veroordeelt verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan [slachtoffer 1], een bedrag van € 1.000,-, vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente daarover vanaf 12 februari 2010 tot aan de dag waarop deze vordering is voldaan;

veroordeelt de verdachte tevens in de proceskosten door de benadeelde partij [slachtoffer 1] gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 1] voor het overige deel niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat hij dit deel van de vordering in zoverre slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;

legt aan verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat van een bedrag groot

€ 1.000,- ten behoeve van het slachtoffer genaamd [slachtoffer 1], vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente daarover vanaf 12 februari 2010 tot aan de dag waarop deze vordering is voldaan, ten behoeve van het slachtoffer genaamd [slachtoffer 1];

bepaalt dat in geval volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt - onder handhaving van voormelde verplichting - vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 20 dagen;

bepaalt dat voldoening van de gehele of gedeeltelijke betalingsverplichting aan de benadeelde partij de betalingsverplichting aan de Staat in zoverre doet vervallen, alsmede dat voldoening van de gehele of gedeeltelijke betalingsverplichting aan de Staat de betalingsverplichting aan de benadeelde partij in zoverre doet vervallen.

Dit vonnis is gewezen door

mrs. E. Rabbie, voorzitter,

O.M. Harms, en J.J.M. Gielen - Winkster, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. M. Berling, griffier,

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 30 augustus 2010.

Mr. O.M. Harms is buiten staat dit vonnis te ondertekenen.

1. Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal wordt - tenzij anders vermeld -

bedoeld een ambtsedig proces-verbaal opgemaakt in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren van de politie Haaglanden . Waar wordt verwezen naar dossierpagina's betreffen dit de pagina's van de doorgenummerde gebundelde processen-verbaal met het nummer PL 1533 2010032564-1 met bijlagen (blz. 1 t/m 244) van politie Haaglanden, opgemaakt respectievelijk d.d. 18 februari 2010 (blz. 1 t/m 221) en d.d. 4 augustus 2010 (blz. 222 t/m 244).

2 Vgl HR 30 maart 2004, LJN: AM2533

3 Proces-verbaal van bevindingen, p. 220, en tapgesprek TA01, nummer 16, p. 68-69.

4 Tapgesprek TA01, nummer 16, proces-verbaal p. 71.

5 Verklaring van verdachte ter terechtzitting van 16 augustus 2010.

6 Verklaring aangever [slachtoffer 1] bij rechter-commissaris d.d. 20 april 2010 en verklaring verdachte ter terechtzitting van 16 augustus 2010.

7 Proces-verbaal verhoor aangever [slachtoffer 1], p.39 en proces-verbaal verhoor getuige [vrouw van verdachte], p. 114-115.

8 Verklaring verdachte ter terechtzitting van 16 augustus 2010 en verklaring getuige [persoon A.] ter terechtzitting van 16 augustus 2010.

9 Verklaring verdachte ter terechtzitting van 16 augustus 2010 en proces-verbaal verhoor aangever [slachtoffer 1], p. 40.

10 Verklaring verdachte ter terechtzitting van 16 augustus 2010.

11 Verklaring getuige [persoon A.] bij rechter-commissaris d.d. 20 april 2010.

12 Verklaring getuige [slachtoffer 1] bij rechter-commissaris d.d. 20 april 2010 en verklaring van verdachte ter terechtzitting van 16 augustus 2010.

13 Proces-verbaal verhoor verdachte bij politie, p. 135 en proces-verbaal verhoor aangever [slachtoffer 1], p. 40.

14 Proces-verbaal verhoor aangever [slachtoffer 1], p. 40.

15 Verklaringen verdachte, getuige [persoon A.] en getuige [slachtoffer 1] ter terechtzitting van 16 augustus 2010.

16 Proces-verbaal verhoor aangever [slachtoffer 1],p. 40.

17 Verklaring verdachte ter terechtzitting van 16 augustus 2010 en proces-verbaal verhoor aangever [slachtoffer 1], p. 41..

18 Verklaring getuige [slachtoffer 1] bij rechter-commissaris d.d. 20 april 2010.

19 Verklaring getuige [slachtoffer 1] bij rechter-commissaris d.d. 20 april 2010.

20 Verklaring getuige [slachtoffer 1] bij rechter-commissaris d.d. 20 april 2010.

21 Verklaring getuige [slachtoffer 1] ter terechtzitting van 16 augustus 2010.

22 Verklaring getuige [slachtoffer 1] bij rechter-commissaris d.d. 20 april 2010.

23 Verklaring verdachte ter terechtzitting van 16 augustus 2010.

24 Proces-verbaal verhoor getuige [slachtoffer 1], p. 42 en proces-verbaal verhoor getuige [vrouw van verdachte], p. 117-118..

25 Proces-verbaal verhoor getuige [vrouw van verdachte], p. 118.

26 Verklaring [slachtoffer 1] bij rechter-commissaris d.d. 20 april 2010..

27 Aangifte [slachtoffer 1], p. 43.

28 Tap TA01, proces-verbaal p. 68-73.

29 Verklaring [slachtoffer 1] bij rechter-commissaris d.d. 20 april 2010.

30 Tapgesprek TA01, nummer 72, proces-verbaal p. 149.