Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2010:BN4725

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
21-07-2010
Datum publicatie
23-08-2010
Zaaknummer
AWB 09/5396 VPB
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Eiseres hield zich bezig met het deelnemen in, financieren van en directie voeren over ondernemingen in de automobielbranche.

Eiseres bezat in het jaar 1997 100% van de aandelen in A B.V., B B.V. en C B.V. A en B vormden met ingang van 1996 met eiseres een fiscale eenheid voor de vennootschapsbelasting. A was een Toyota dealer, B hield zich sinds haar oprichting bezig met verhuur en shortlease van auto’s aan zowel bedrijven als particulieren en C richtte zich met name op de verkoop van occasions aan particulieren en in beperkte mate aan garagebedrijven en handelaren.

In 1998 participeert eiseres voor 60% in, de nieuw opgerichte, D. Eiseres draagt haar aandelen B en C over aan D.

In 2004 heeft de aandeelhouder van eiseres 25% van de aandelen in eiseres verkocht. De aandeelhouder en de koper komen overeen, dat de koper de overige 75% van de aandelen in eiseres tegen een bepaalde prijs zal kopen en dat de aandelenoverdracht niet eerder zal plaatsvinden dan nadat het in de boekhouding van eiseres geconstateerde en aanwezige compensabel verlies is verdwenen. Rechtbank Den Haag oordeelt, dat eiseres met betrekking tot de aanslag vennootschapsbelasting voor het onderhavige jaar onherroepelijk afstand heeft gedaan van het recht om in bezwaar of beroep te komen op de grond dat de aanslagtermijn is verstreken. Voorts oordeelt de rechtbank, dat artikel 20a van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 de door eiseres voorgestane verliesverrekening verhindert. Het beroep is ongegrond.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Belastingadvies 2010/19.9
V-N 2010/54.2.2
FutD 2010-2036
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE

Sector bestuursrecht

Afdeling 4, meervoudige kamer

Procedurenummer: AWB 09/5396 VPB

Uitspraakdatum: 21 juli 2010

Uitspraak ingevolge artikel 8:77 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb)

In het geding tussen

[X] BV, gevestigd te [Z], eiseres,

en

de inspecteur van de Belastingdienst/[te P], verweerder.

I PROCESVERLOOP

1.1. Verweerder heeft aan eiseres voor het jaar 2004 een aanslag vennootschapsbelasting (aanslagnummer [nummer]) opgelegd, berekend naar een belastbaar bedrag van € 889.160.

1.2. Verweerder heeft bij uitspraak op bezwaar van 1 juli 2009 de aanslag gehandhaafd.

1.3. Eiseres heeft daartegen bij brief van 30 juli 2009, ontvangen bij de rechtbank op 31 juli 2009, beroep ingesteld.

1.4. Verweerder heeft de op de zaak betrekking hebbende stukken overgelegd en een verweerschrift ingediend. Eiseres heeft bij brief van 11 maart 2010 nadere stukken bij de rechtbank ingediend. Deze brief, inclusief nadere stukken, is in afschrift aan verweerder verzonden. Verweerder heeft bij brieven van 10 en 18 maart 2010 nadere stukken bij de rechtbank ingediend. Deze brieven, inclusief nadere stukken, zijn in afschrift aan gemachtigde van eiser verzonden.

1.5. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 23 maart 2010 te Den Haag.

Namens verweerder zijn verschenen mr. [A], [B] en [C]. De gemachtigde van eiseres, mr. [D], heeft bij fax van 23 maart 2010 de rechtbank medegedeeld niet ter zitting te zullen verschijnen.

II OVERWEGINGEN

Feiten

Op grond van de stukken van het geding staat het volgende vast:

2.1. Eiseres is onder de naam [E] Holding BV in 1982 opgericht. Eiseres hield zich bezig met het deelnemen in, financieren van en directie voeren over ondernemingen in de automobielbranche. Haar dochterondernemingen waren in de jaren '80 en '90 van de vorige eeuw onder meer actief in de handel in nieuwe en gebruikte wagens en de verhuur van vrachtwagens.

2.2. Eiseres bezat bij aanvang van het jaar 1997 100% van de aandelen in [F] B.V ("[F]") en [G] Car Rental B.V. ("[G]"). Op 22 mei 1997 verwierf eiseres alle aandelen in [H] B.V. ("[H]") van [F]. [F] en [G] vormden met ingang van 1996 met eiseres een fiscale eenheid voor de vennootschapsbelasting. [F] was een Toyota dealer, [G] hield zich sinds haar oprichting bezig met verhuur en shortlease van auto's aan zowel bedrijven als particulieren en [H] richtte zich met name op de verkoop van occasions aan particulieren en in beperkte mate aan garagebedrijven en handelaren.

2.3. Eiseres is op 8 juni 1998 een joint-venture aangegaan met [I] B.V. ("[I]"). Beide partijen participeerden in de door hen op 22 september 1998 nieuw opgerichte houdstermaatschappij [J] B.V. ("[J]"). Tegelijkertijd is [G] Leasing B.V. opgericht als dochtermaatschappij van [J]. Eiseres had een belang van 60% in [J] en was daarvan tevens directrice. Eiseres heeft in de joint venture (een gedeelte van) haar bestaande activiteiten ingebracht door overdracht van onder meer de aandelen in [G] en [H] aan [J] op 22 september 1998. Eiseres heeft voorts fl. 1.159.998 aan contanten in [J] ingebracht ter voldoening aan haar stortingsverplichting. Door [I] zijn uitsluitend contanten in [J] ingebracht.

Op 7 juli 1999 heeft eiseres een lening van fl. 1.800.000 (€ 816.804) aan [J] verstrekt. [J] en [G] zijn in 2001 failliet verklaard en in 2003 ontbonden.

2.4. In een door eiseres en verweerder op 30 juni 2001 ondertekende vaststellingsovereenkomst staat het volgende vermeld:

"Vennootschapsbelasting:

Met betrekking tot [eiseres] wordt over de jaren 1995 t/m 1999 een totaalbedrag aan correcties eenvoudshalve op de aangegeven belastbare winst over 1998 gemaakt van fl. 4.193.533. Door de totaalcorrectie wordt de belastbare winst over 1998 van [eiseres] nader vastgesteld op -/- fl. 700.175 (aangegeven) + fl. 4.193.533 = Fl. 3.493.358.

Door de aanwezige stand onverrekende verliezen bedraagt het uiteindelijk vastgestelde belastbaar bedrag over 1998 nihil en het saldo verrekenbare verliezen per ultimo 1998 thans fl. 2.627.239 (= fl. 6.820.772 minus compromiscorrectie 4.193.533)."

2.5. Op 18 juni 2004 heeft [M] N.V. (de koper), vertegenwoordigd door haar directeur [K] (hierna: dga van koper), een overeenkomst gesloten met de heer [L] (hierna: verkoper) tot koop van 25% van de aandelen in eiseres. Dga van koper was de enig aandeelhouder in [M] N.V. In deze koopovereenkomst is onder meer het volgende opgenomen:

"(...)

dat verkoper en koper een overeenkomst wensen te sluiten in verband met de overdracht door verkoper aan koper van alle in het geplaatste aandelenkapitaal van de vennootschap door verkoper gehouden aandelen; (...)

zijn met elkaar overeengekomen als volgt:

1. Koper koopt van verkoper 25% van de hiervoor genoemde aandelen (...)

2. De koopsom voor deze aandelen bedraagt in vijfenzeventigduizend euro (€ 75.000,00), (...)

5. Terstond na gemelde aandelenoverdracht zal verkoper bij een te houden aandeelhoudersvergadering worden ontslagen als directeur van de vennootschap en zal koper of een door deze aan te wijzen derde worden ingeschreven als nieuwe directeur van de vennootschap.

6. Verkoper garandeert Koper dat:

a. met vorenstaande verkoop alle hiervoor gemelde aandelen, welke Verkoper in het geplaatste kapitaal van de Vennootschap in eigendom had, zullen worden overgedragen;

(...)"

2.6. Eveneens op 18 juni 2004 hebben verkoper en de dga van koper als bestuurder van [M] N.V., een aanvullende overeenkomst met betrekking tot de overdracht van aandelen in eiseres gesloten. In deze overeenkomst staat onder meer het volgende vermeld:

"(...) dat zij, om hen moverende redenen, deze koopovereenkomst [rechtbank: de in 2.5 hiervoor vermelde overeenkomst] met deze vaststellingsovereenkomst annex sideletter wensen aan te vullen;

zijn met elkaar verder overeengekomen:

1. Koper koopt van verkoper eveneens het restant in het geplaatste aandelenkapitaal, zijnde ongeveer 75%.

2. De koopsom van dit gedeelte bedraagt honderd vijftigduizend euro (€ 150.000). (...)

4. Verkoper heeft van de vennootschap gekocht een vordering op de voormalige accountants van de vennootschap ([N]), waarvan de koopsom is gesteld op (maximum) eenhonderd vijftigduizend euro (€ 150.000), (...)

6. De akte van aandelenoverdracht (2e tranche) zal op een door koper nader te bepalen tijdstip worden verleden (...)

7. Deze aandelenoverdracht zal niet eerder plaatsvinden dan nadat het in de boekhouding van de vennootschap geconstateerde en aanwezige compensabel verlies is verdwenen (...)

(...)

9. Met betrekking tot de hiervoor aangehaalde 2e tranche van het resterende gedeelte geeft verkoper aan koper bij deze een onherroepelijke volmacht tot vertegenwoordiging bij de bedoelde akte van aandelenoverdracht te verlijden voor genoemd notariskantoor (...)Ten overvloede en in aanvulling hierop geeft verkoper aan koper een onherroepelijke optie tot aankoop van deze aandelen

10. Verkoper verleent thans in zijn hoedanigheid van mede/aandeelhouder van de vennootschap aan koper onherroepelijke volmacht om hem te vertegenwoordigen en deswege het stemrecht uit te oefenen in de na de voormelde aandelenoverdracht van de 1e tranche te houden vergaderingen van aandeelhouders."

11. Verkoper garandeert Koper dat:

a. met vorenstaande verkoop alle hiervoor gemelde aandelen, welke Verkoper in het geplaatste kapitaal van de Vennootschap in eigendom had, zullen worden overgedragen;

(...)

c. er geen opties of andere (beperkte) rechten bestaan krachtens welke een derde aanspraak kan maken op levering van één of meer van de in de aanhef vermelde aandelen;

(...)

12. Deze overeenkomst is onlosmakelijk verbonden met de heden eveneens verder tussen partijen getekende akte van aandelenoverdracht, koopovereenkomst en akte van cessie, al welke akte en overeenkomsten genoegzaam aan partijen bekend zijn, waarmede deze overeenkomst een geheel vormt.

(...)

15. Geen der partijen kan deze overeenkomst (doen) ontbinden."

2.7. Op 24 juni 2004 is 25% van het geplaatst aandelenkapitaal van eiseres in eigendom overgedragen aan [M] N.V.

2.8. In een interne notitie van [O] advocaten van 21 april 2005 betreffende faillissementsverslagen staat het volgende vermeld:

"De activiteiten van [J] en haar werkmaatschappijen waren immers reeds in het laatste kwartaal van 1999 beëindigd (tweede faillissementsverslag [J])."

2.9. In een aan eiseres gerichte brief van 2 oktober 2006 heeft de gemachtigde van eiseres het volgende geschreven:

"De door u heden toegezonden beschikkingen vennootschapsbelasting 2000 en 2002 (...) hebben wij gecontroleerd. De door de belastingdienst vermelde verliezen blijken niet juist te zijn. (...) Wij zullen de belastingdienst verzoeken om het bedrag van de compensabele verliezen per 31-12-2002 ambtshalve te verhogen met een bedrag ad € 12.285."

In de bijlage bij die brief is een overzicht van verliesverrekening opgenomen. Die bijlage luidt als volgt:

tabel 1

2.10. Tot de gedingstukken behoort een jegens de belastingdienst afgelegde schriftelijke verklaring die als volgt luidt:

"Betreft:

Afzien van beroep op verstrijken termijn artikel 11 lid 3 Algemene wet inzake rijksbelastingen

De termijn waarbinnen de aanslag vennootschapsbelasting 2004 ten name van

- [eiseres] fiscaalnummer (...)

kan worden vastgesteld dreigt te verstrijken (artikel 11, lid 3 Algemene wet inzake rijksbelastingen). Aangezien het, zoals bekend, nog niet mogelijk is thans een voldoende afgewogen oordeel over de aangifte te geven, kan ter behoud van rechten een aanslag in afwijking van de aangifte worden vastgesteld. Na het vaststellen van de aanslag kan het onderzoek naar het juiste bedrag van de aanslag worden hervat. Wij zijn echter inmiddels overeengekomen dat thans nog geen aanslag wordt vastgesteld en dat u wanneer de aanslag te zijner tijd wordt vastgesteld, geen beroep zult doen op het feit dat de wettelijke termijn daarvoor inmiddels is verstreken. De aanslag zal niet later worden vastgesteld dan 31 december 2008. U doet hierbij dan ook onherroepelijk afstand van het recht om in bezwaar of beroep tegen de aanslag te komen, voor zover het betreft het verstrijken van de wettelijke termijn waarbinnen de aanslag en de gelijktijdig daarmee vast te stellen beschikkingen (bijvoorbeeld heffingsrente en eventuele boetebeschikking) kunnen worden vastgesteld, mits deze uiterlijk op 31 maart 2009 zijn vastgesteld.

Indien u zich kunt vinden in deze vastlegging van onze afspraak, verzoek ik u een door u en door uw gemachtigde voor accoord getekend exemplaar te retourneren."

Dga van koper heeft deze verklaring op 27 november 2008 namens eiseres ondertekend.

2.11. [M] N.V. heeft in totaal € 225.000 aan verkoper in verband met de aankoop van de aandelen in eiseres betaald. Door de notaris is op 12 juli 2004 een bedrag van € 226.890,11 op de bankrekening van verkoper bijgeschreven. In 2009 is de overige 75% van de aandelen in eiseres overgedragen aan [P].

2.12. Uit de vergelijkende cijfers in de aangifte vennootschapsbelasting 1998 van eiseres volgt dat de boekwaarde van de materiële vaste activa op de balans van eiseres per 31 december 1997 NLG 4.922.398 bedroeg, dat eiseres in 1997 een omzet van NLG 4.192.368 heeft behaald en dat de personeelskosten in dat jaar NLG 2.488.121 bedroegen. Uit de vergelijkende cijfers in de jaarrekening over het jaar 2004 volgt dat eiseres in het jaar 2003 geen omzet heeft behaald, zij in dat jaar geen personeel in dienst had en er geen personeelskosten zijn geweest. Voorts volgt hieruit dat eiseres in het jaar 2004 slechts één personeelslid in dienst had, een huuropbrengst van € 1.206.697 heeft genoten en in dat jaar tot een bedrag van € 3.633.816 heeft geïnvesteerd in bedrijfsmiddelen.

2.13. Eiseres heeft over het jaar 2004 aangifte vennootschapsbelasting gedaan naar een belastbare winst van € 726.056. Zij heeft daarop een bedrag van € 726.056 in mindering gebracht in verband met door haar geleden verliezen. Verweerder heeft de aanslag als volgt vastgesteld:

tabel 2

De onderhavige aanslag is met dagtekening 14 maart 2009 vastgesteld.

2.14. Verkoper heeft tijdens een gesprek met verweerder op 13 februari 2009 verklaard dat eiseres in de periode van de verkoop van haar aandelen geen activiteiten ontplooide. Voorts heeft hij verklaard dat hij geen zeggenschap noch enige bemoeienis heeft gehad met (de onderneming van) eiseres in de periode vanaf 24 juni 2004, dat hij na die datum geen enkele vergadering van aandeelhouders heeft bijgewoond en in het geheel geen bemoeienis heeft gehad met de activiteiten van eiseres na die datum. Deze verklaringen heeft hij later tijdens zijn (schriftelijk) getuigenverhoor bevestigd.

2.15. Op 8 september 2009 is dga van koper als verdachte verhoord. Tijdens dit verhoor heeft hij onder meer verklaard dat verkoper vanaf 2004 geen zeggenschap meer had in eiseres, dat hij verkoper nooit heeft geraadpleegd, dat hij via [M] N.V. de volledige zeggenschap in eiseres had en dat verkoper nooit een deel van de winst heeft geclaimd. Tevens heeft hij het volgende verklaard:

"Volgens mij bedroeg het compensabel [rechtbank: verlies] in [eiseres] € 2.890.000. De geleerde heren zeggen altijd dat de aandelenprijs van zo'n vennootschap ongeveer 10% van dit verlies is. (...)" en

"Ik heb [eiseres] echter niet alleen gekocht vanwege het aanwezige compensabel verlies in die BV. Dat was niet meer dan een bijkomend voordeel. Mede reden voor de aankoop van deze vennootschap was gelegen in het feit dat [Verkoper-]Leasing een goede naam had in de leasewereld. In 2003 had [verkoper] zijn leasepoot namelijk overgedragen aan de ABN-AMRO bank, volgens mijn informatie. Ik moest een lening van zo'n € 3,5 miljoen zien te regelen voor de overname van het materieel in [eiseres]. Deze lening heb ik mede op basis van de goede naam [verkoper] bij Bank Paribas kunnen regelen."

2.16. Verweerder heeft bij zijn brief van 10 maart 2010 aan de rechtbank de volgende bijlage gevoegd:

tabel 3

Tevens heeft verweerder een afschrift van een gedeelte van de aanslag vennootschapsbelasting 2003 van eiseres bij die brief gevoegd met daarin vermeld:

"Mededeling nog verrekenbare verliezen:

Het totaalbedrag van nog verrekenbare verliezen bedraagt thans € 2.890.812.

Het totaalbedrag van nog verrekenbare verliezen is inclusief het (eventuele) vastgestelde verlies van dit boekjaar."

Geschil

3.1. In geschil is:

a) of de aanslag dient te worden vernietigd omdat deze niet tijdig is vastgesteld;

b) of artikel 20a van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (hierna: de Wet) de door eiseres voorgestane verliesverrekening verhindert;

c) of eiseres in het onderhavige jaar in verband met de ontbinding van [J] in het jaar 2003 een (liquidatie) verlies in mindering op haar belastbare winst over het onderhavige jaar kan brengen.

Tussen partijen is de hoogte van het verrekenbare verlies niet in geschil. Evenmin is de door verweerder aangebrachte correctie inzake de afschrijving in geschil.

3.2. Eiseres concludeert tot gegrondverklaring van het beroep, vernietiging van de uitspraak op bezwaar, vermindering van de belastingaanslag tot één berekend naar een belastbare winst van nihil en tot vaststelling van een verliesverrekeningsbeschikking ten bedrage van € 889.160.

3.3. Verweerder concludeert tot ongegrondverklaring van het beroep.

3.4. Voor de standpunten van partijen verwijst de rechtbank naar de gedingstukken.

Beoordeling van het geschil

Beschikking verliesverrekening

4.1. Eiseres heeft over het onderhavige jaar aangifte vennootschapsbelasting gedaan naar een belastbare winst van € 726.059. In de aangifte heeft zij tot eenzelfde bedrag verliesverrekening geclaimd. Verweerder heeft de aanslag vastgesteld naar een belastbare winst en een belastbaar bedrag van € 889.160. In deze aanslag ligt naar het oordeel van de rechtbank een verliesverrekeningsbeschikking van nihil besloten, welke door verweerder,

na daartegen door eiseres gemaakt bezwaar, bij de in 1.2 vermelde uitspraak op bezwaar is gehandhaafd.

De bevoegdheid tot het vaststellen van de onderhavige aanslag.

4.2. Ingevolge artikel 11, derde lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, vervalt de bevoegdheid tot het vaststellen van de aanslag door verloop van drie jaren na het tijdstip waarop de belastingschuld is ontstaan. Uit hetgeen onder 2.10 is overwogen, volgt dat eiseres met betrekking tot de aanslag vennootschapsbelasting voor het onderhavige jaar onherroepelijk afstand heeft gedaan van het recht om in bezwaar of beroep te komen op de grond dat de aanslagtermijn is verstreken. Derhalve faalt deze beroepsgrond van eiseres

(vgl. Hoge Raad 22 april 1998, nr. 33.249, LJN: AA2428 op www.rechtspraak.nl, BNB 1998/214).

Toepassing artikel 20a van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969

4.3. Artikel 20a, eerste en vierde lid, van de Wet luiden:

"1. Indien aannemelijk is dat in vergelijking met het begin van het oudste jaar waarvan een verlies nog niet volledig is verrekend, het uiteindelijke belang in de belastingplichtige in belangrijke mate is gewijzigd, zijn met ingang van het jaar waarin de wijziging heeft plaatsgevonden, verliezen van daaraan voorafgaande jaren, in afwijking in zoverre van artikel 20, niet meer voorwaarts verrekenbaar.

(...)

4. Het eerste lid is voorts niet van toepassing op een verlies dat is geleden in een jaar waarin de bezittingen van de belastingplichtige gedurende ten minste negen maanden niet grotendeels uit beleggingen bestonden, mits direct voorafgaande aan de wijziging, bedoeld in het eerste lid, de gezamenlijke omvang van de werkzaamheden van de belastingplichtige niet is afgenomen tot minder dan 30 percent van de gezamenlijke omvang van de werkzaamheden bij het begin van het oudste jaar, bedoeld in het eerste lid."

In de parlementaire geschiedenis van artikel 20a is het volgende opgemerkt:

"In het thans voorgestelde eerste lid van het nieuwe artikel 20a is bepaald dat openstaande verliezen in beginsel niet meer voorwaarts verrekenbaar zijn vanaf het jaar waarin het uiteindelijke belang in het verlieslichaam in belangrijke mate is gewijzigd (waarin - kort gezegd - sprake is van een belangrijke aandeelhouderswisseling). Of sprake is van een belangrijke wijziging wordt beoordeeld door vergelijking van de uiteindelijke "belanghebbenden" in het jaar waarin een aandeelhouderswisseling plaatsvindt met de uiteindelijke "belanghebbenden" aan het begin van het oudste verliesjaar. Gekozen is voor het begrip "belang", omdat in de praktijk onduidelijkheid bleek te bestaan over de begrippen "gerechtigdheid" en "zeggenschap" in het oorspronkelijke voorstel. Het begrip belang komt ook in andere bepalingen in de Wet Vpb voor en moet, conform de uitleg bij die bepalingen, materieel worden getoetst."

Nota van wijziging Ondernemerspakket 2001, Tweede Kamer, vergaderjaar 1999/2000, 27 209, nr. 7.

"De activiteitentoets vindt op grond van de huidige wettekst op het niveau van de belastingplichtige plaats. Indien sprake is van een fiscale eenheid vindt de activiteitentoets op het niveau van de fiscale eenheid plaats. De moedermaatschappij is immers de belastingplichtige voor de gehele fiscale eenheid."

Schriftelijke antwoorden op vragen uit de Tweede Kamer van 8 november 2000, Aanhangsel Handelingen II 2000/01, nr. 20.

Het oudste verliesjaar

4.4.1 Gelet op hetgeen hiervoor in 2.9 en 2.16 is overwogen en gelet op het bepaalde in artikel 20, tweede lid, van de Wet, waarin is bepaald dat een verlies van een bepaald jaar verrekend wordt met de belastbare winsten van de drie voorafgaande jaren en de volgende jaren, is de rechtbank van oordeel dat 1997 het oudste jaar is waarvan een verlies aan het eind van 2003 nog niet volledig is verrekend. Zowel uit de opstelling onder 2.9 als uit de opstelling onder 2.16 volgt dat de omvang van het verlies van 1997 na verrekening met de belastbare winst uit het jaar 2000, fl 996.343 (€ 452.121) bedraagt. Dit is berekend als het restant verlies 1997 na verrekening van verliezen met de belastbare winst uit 1998, groot fl 1.328.651, verminderd met de belastbare winst van het jaar 2000 van fl 332.308.

4.4.2 Het jaar 1998 kan, anders dan eiseres betoogt, niet op grond van het vertrouwensbeginsel als oudste verliesjaar als bedoeld in artikel 20a, eerste en vierde lid, van de Wet in aanmerking worden genomen. De rechtbank acht niet aannemelijk, dat, zoals eiseres, zonder nadere onderbouwing, stelt, verweerder in een brief van

25 oktober 2002 aan eiseres heeft medegedeeld, dat het jaar 1998 het oudste verliesjaar was. De rechtbank verwijst hierbij naar hetgeen in 2.4 en 2.9 hiervóór is overwogen. Aan de enkele omstandigheden dat eiseres in haar aangiften vennootschapsbelasting over de jaren 1999 en verder een nog te verrekenen verlies uit voorgaande jaren van NLG 2.627.240 heeft opgenomen en dat verweerder ook van dit bedrag is uitgegaan, kan eiseres evenmin het vertrouwen ontlenen dat verweerder 1998 als het oudste verliesjaar aanmerkte.

Wijziging van het uiteindelijke belang

4.5. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder aannemelijk gemaakt dat het uiteindelijk belang in eiseres, zoals bedoeld in artikel 20a, eerste lid, van de Wet, in het onderhavige jaar (2004) in belangrijke mate is gewijzigd ten opzichte van het begin van het jaar 1997. Ten gevolge van de aanvullende overeenkomst van 18 juni 2004 (zie 2.6 hiervoor) zijn zowel het economische belang in als de zeggenschap over eiseres naar de nieuwe aandeelhouder [M] N.V. overgegaan. Dit blijkt ook uit de verklaringen van verkoper en van de dga van koper (zie 2.14 en 2.15 hiervoor). De omstandigheid dat 75% van de aandelen in eiseres in 2004 nog niet aan koper waren overgedragen, doet daar niet aan af, te meer niet nu verkoper in 2004 vóór de verkoop van het gehele belang volledig was betaald en, naar eigen verklaring, ook daarna geen enkele bemoeienis meer had met eiseres. De rechtbank acht, gelet op de voormelde verklaringen en de condities in de aanvullende overeenkomst, niet aannemelijk dat slechts sprake was van een voorwaardelijke wijziging van het uiteindelijke belang.

Vergelijking van de gezamenlijke omvang van de werkzaamheden van eiseres

4.6. Eiseres stelt en verweerder betwist, dat de gezamenlijke omvang van de werkzaamheden van eiseres direct voorafgaand aan de wijziging van het belang in eiseres, niet is afgenomen tot minder dan 30% van de gezamenlijke omvang van de werkzaamheden bij het begin van het oudste jaar waarvan een verlies nog niet volledig is verrekend.

4.7. Tussen partijen staat vast dat [F], [G] en eiseres in het jaar 1997 een fiscale eenheid voor de vennootschapsbelasting vormden. De rechtbank acht, voor zover eiseres dit betwist, gelet op hetgeen verweerder heeft gesteld, aannemelijk dat ook [H] in het jaar 1997 tot de fiscale eenheid behoorde. Gelet op het regime van de fiscale eenheid en doel en strekking van artikel 20a van de Wet, dienen voor de toepassing van artikel 20a, vierde lid, van de Wet, de werkzaamheden van de met eiseres gevoegde dochtermaatschappijen te worden toegerekend aan eiseres. Het standpunt van eiseres dat met betrekking tot het jaar 1997 slechts de werkzaamheden van eiseres in aanmerking dienen te worden genomen berust op een onjuiste rechtsopvatting.

4.8. De rechtbank acht aannemelijk, anders dan eiseres stelt, dat [F] failliet is verklaard in het jaar 1999 en in 2001 is ontbonden. Eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt,dat zij na de faillissementen van [F], [J] en [G], nog activiteiten heeft verricht om de geleden verliezen terug te verdienen. Dat eiseres zich tot medio 2005 bezig hield met instellen van een claim tegen [N] acht de rechtbank niet aannemelijk, nu uit de stukken blijkt dat deze claim reeds in 2001 door de curator van [J] is overgedragen aan verkoper. Eiseres heeft evenmin aannemelijk gemaakt dat zij direct voorafgaand aan de wijziging van het uiteindelijke belang, nog managementwerkzaamheden verrichtte ten behoeve van de curator. Gelet hierop en op hetgeen hiervóór onder 2.1, 2.2, 2.12 en 4.7 is overwogen alsmede op hetgeen verkoper en de dga van koper hebben verklaard (zie 2.14. en 2.15), heeft eiseres naar het oordeel van de rechtbank niet aannemelijk gemaakt dat de gezamenlijke omvang van haar werkzaamheden, daaronder begrepen de werkzaamheden van de met haar gevoegde dochtermaatschappijen, direct voorafgaande aan de wijziging van het aandelenbelang slechts is afgenomen tot 30% of meer van de gezamenlijke omvang van de werkzaamheden begin 1997 bedroeg.

4.9. Een verzoek als bedoeld in artikel 20a, elfde lid, van de Wet dient eiseres tot verweerder te richten.

4.10. Gelet op het vorenoverwogene dient het beroep ongegrond te worden verklaard.

Proceskosten

De rechtbank ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

III BESLISSING

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Aldus vastgesteld door mr. G.J. van Leijenhorst (voorzitter), mr. R.C.H.M. Lips en

mr. E.J.W. Heithuis, rechters, in tegenwoordigheid van de griffier mr. S.R.M. Dekker.

Uitgesproken in het openbaar op 21 juli 2010

RECHTSMIDDEL

Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de verzenddatum hoger beroep instellen bij het gerechtshof te 's-Gravenhage (belastingkamer), Postbus 20021, 2500 EA Den Haag.

Bij het instellen van hoger beroep dient het volgende in acht te worden genomen:

1. - bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd.

2. - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:

a. de naam en het adres van de indiener;

b. een dagtekening;

c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het hoger beroep is ingesteld;

d. de gronden van het hoger beroep.