Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2010:BN4145

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
17-08-2010
Datum publicatie
17-08-2010
Zaaknummer
371903 KG ZA 10-924
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

A c.s. zijn bestuurslid (geweest) van VAHON. Binnen het bestuur van VAHON is onenigheid ontstaan die heeft geleid tot een tweedeling binnen het bestuur. Kern van het geschil betreft de vraag of de uitschrijvingen van A c.s. uit het handelsregister en de inschrijvingen van de onder 1.4. genoemde personen als nieuwe bestuurders van VAHON in het handelsregister op rechtsgeldige wijze zijn geschied.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE

Sector civiel recht - voorzieningenrechter

Vonnis in kort geding van 17 augustus 2010,

gewezen in de zaak met zaak- / rolnummer: 371903 / KG ZA 10-924 van:

1. [A],

2. [B],

3. [C],

4. [D],

allen wonende te [plaats],

eisers in conventie,

verweerders in reconventie,

advocaat mr. C.N. van den Heuvel te Voorburg, gemeente Leidschendam-Voorburg,

tegen:

de vereniging Vereniging Algemeen Hindoe Onderwijs Nederland,

gevestigd en kantoorhoudende te Den Haag,

gedaagde in conventie,

eiseres in reconventie,

advocaat mr. N.M. Slump te Middelburg.

Eisers in conventie, verweerders in reconventie zullen hierna respectievelijk worden aangeduid als ‘[A]’, ‘[B]’, ‘[C]’ en ‘[D]’, danwel gezamenlijk als ‘[A] c.s.’. Gedaagde in conventie, eiseres in reconventie zal worden aangeduid als VAHON.

1. De feiten in conventie en in reconventie

Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting van 10 augustus 2010 wordt in dit geding van het volgende uitgegaan.

1.1. VAHON voert een basisschool die is opgericht en in stand wordt gehouden op liberaal Hindoelevensbeschouwelijke grondslag. De school heeft een eigen directie, bestaande uit twee directeuren.

1.2. [A] c.s. zijn bestuurslid (geweest) van VAHON. Binnen het bestuur van VAHON is onenigheid ontstaan die heeft geleid tot een tweedeling binnen het bestuur.

1.3. In de statuten van VAHON van 7 juli 1993 (hierna: de statuten) is – voor zover van belang – als volgt bepaald:

“Leden.

Artikel 4

1. Leden zijn alle natuurlijke personen die als zodanig zijn toegelaten overeenkomstig het in lid 2 bepaalde.

2. Aanmelding voor het lidmaatschap geschiedt schriftelijk bij de secretaris.

Het bestuur beslist binnen drie maanden na de aanmelding over de toelating; de toelatingscriteria zullen nader aangegeven worden bij huishoudelijk reglement.

(…)

BESTUUR

Artikel 7

1.a. De vereniging wordt bestuurd door een bestuur, bestaande uit tenminste negen en maximaal vijftien bestuursleden.

(…)

2. Het bestuur wordt benoemd uit de leden door de algemene vergadering op een nader bij huishoudelijk reglement aan te geven wijze.

De benoeming van een bestuurslid geschiedt voor een tijdvak van drie jaar, welke periode steeds na goedkeuring door de Algemene Vergadering, tweemaal is te verlengen.

3. De wijze van aftreding der bestuursleden en de verdeling der functies in het bestuur worden geregeld bij huishoudelijk reglement.

(…)

EINDE BESTUURSLIDMAATSCHAP

Artikel 8

1. Elk bestuurslid kan te allen tijde door de algemene vergadering worden ontslagen of geschorst.

Een schorsing die niet binnen drie maanden gevolgd wordt door een besluit tot ontslag, eindigt door het verloop van die termijn.

2. Het bestuurslidmaatschap eindigt voorts:

a. door het eindigen van het lidmaatschap van de vereniging;

b. door bedanken.

(…)

ALGEMENE VERGADERING

Artikel 12

1. Het bestuur roept de algemene vergadering bijeen, wanneer het dit wenselijk oordeelt of wanneer het daartoe volgens de wet of de statuten verplicht is.

2. De oproeping geschiedt schriftelijk aan de adressen van de leden.

3. Voorts is het bestuur op schriftelijk verzoek van tenminste tien stemgerechtigde leden verplicht tot het bijeenroepen van een algemene vergadering op een termijn van niet langer dan vier weken.

(…)”.

1.4. VAHON heeft vier personen laten inschrijven bij het handelsregister als bestuurder van VAHON. Dit betreft [E], ingeschreven op 31 juli 2006, [F], ingeschreven op 1 november 2009 en [G] en [H], beiden ingeschreven op 5 februari 2010.

1.5. VAHON heeft [A] op 2 maart 2010 bij het handelsregister laten uitschrijven als bestuurder van VAHON. Op 24 maart 2010 heeft zij [B] en [C] laten uitschrijven en [D] op 16 juli 2009. Sindsdien worden [A] c.s. door VAHON niet meer erkend als bestuursleden.

1.6. Bij brief van 10 mei 2010 is uit naam van 89 leden van VAHON een brief aan VAHON geschreven, gericht ter attentie van de heer [I], voorzitter van VAHON, waarin zij verzoeken, op grond van artikel 12 lid 3 van de statuten, binnen vier weken een algemene ledenvergadering bijeen te roepen. Zij geven aan te willen stemmen over de benoeming van een nieuw bestuur van VAHON door haar leden.

1.7. Namens het schoolbestuur is daarop gereageerd bij brief van 22 mei 2010. Daarin is meegedeeld dat op 28 april 2010 onder leiding van een onafhankelijke kiescommissie (de Commissie Van Driel) een verkiezing is gehouden voor een nieuw schoolbestuur conform de bepalingen van de statuten.

1.8. Bij brief van 29 april 2010 is door het schoolbestuur van VAHON – voor zover van belang – het navolgende aan [A] meegedeeld:

“In aansluiting op het bestuursbesluit van 2 december 2009 – waarin besloten werd u per 1 januari 2010 te ontslaan uit uw functie als bestuurder bij het schoolbestuur van VAHON – berichten wij u thans dat op woensdag 28 april 2010 de leden van VAHON zich hebben uitgesproken over dit besluit. Het besluit u ontslag te verlenen is bekrachtigd met meerderheid van stemmen”.

1.9. Bij brief van 29 april 2010 heeft het schoolbestuur van VAHON – voor zover van belang – als volgt aan [D] bericht:

“Op woensdag 28 april 2010 hebben de leden van VAHON zich uitgesproken over uw lidmaatschap van het schoolbestuur. Reden hiertoe was dat u al jaren niet meer deelneemt aan de bestuursvergaderingen. Tevens mochten wij uit het onderzoeksrapport: De pioniersfase voorbij, AC, 2009 afleiden dat u gesteld heeft geen belangstelling meer te hebben voor de bestuursfunctie. Het bestuur heeft dan ook gemeend over uw bestuurslidmaatschap een besluit te moeten nemen en de leden te vragen u ontslag te verlenen uit deze functie.

Wij willen u langs deze weg mededelen dat de leden van VAHON met meerderheid van stemmen dit bestuursbesluit op 28 april 2010 hebben bekrachtigd”.

2. De vorderingen, de gronden daarvoor en het verweer

in conventie

2.1. [A] c.s. vorderen – zakelijk weergegeven –:

- VAHON te veroordelen de uitschrijvingen van [A] c.s. uit het handelsregister als bestuurder van VAHON ongedaan te maken;

- VAHON te veroordelen de inschrijvingen in het handelsregister van de onder 1.4. genoemde nieuwe bestuursleden ongedaan te maken;

- te verklaren dat dit vonnis in de plaats komt van de vereiste toestemming van VAHON indien VAHON geheel of gedeeltelijk in gebreke blijft tijdig aan voornoemde veroordelingen te voldoen.

2.2. Daartoe voeren [A] c.s. – verkort weergegeven – het volgende aan.

[A] c.s. zijn zonder grondslag uitgeschreven als bestuurder van VAHON uit het handelsregister. Deze uitschrijvingen zijn derhalve onrechtmatig jegens [A] c.s. Zij worden door de directie van school niet meer erkend als bestuursleden en kunnen hun bevoegdheden als bestuurslid dientengevolge niet meer uitvoeren. Formeel zijn zij echter nog steeds bestuurslid. Ook de leden van VAHON wensen dat er een einde komt aan de ontstane conflictsituatie binnen het bestuur. VAHON weigert echter aan het verzoek van [A] c.s. te voldoen om een algemene ledenvergadering bijeen te roepen. Zij zijn ook niet op de in de statuten voorgeschreven wijze schriftelijk opgeroepen voor de door VAHON genoemde algemene ledenvergadering van 28 april 2010, waarbij volgens VAHON een nieuw schoolbestuur is gekozen. De tijdens die vergadering beweerdelijk genomen ontslagbesluiten en benoemingsbesluiten missen rechtskracht en zijn dus niet rechtsgeldig. [A] c.s. willen dat er op korte termijn alsnog een bestuursverkiezing door de leden van VAHON plaatsvindt en zij willen weer actief deel kunnen nemen aan het bestuur van VAHON. Zij hebben er dan ook spoedeisend belang bij dat de uitschrijvingen ongedaan worden gemaakt.

De vier onder 1.4. genoemde personen zijn niet benoemd zoals voorgeschreven in artikel 7 lid 2 van de statuten, zodat hun inschrijving op onrechtmatige wijze is geschied. Deze benoeming dient plaats te vinden door de algemene ledenvergadering en niet door het bestuur. Nu de algemene ledenvergadering op 28 april 2010 op onrechtmatige wijze heeft plaatsgevonden, mist de beweerdelijke bekrachtiging van deze benoemingsbesluiten door de algemene vergadering rechtskracht. De inschrijvingen in het handelsregister dienen dan ook per ommegaande ongedaan te worden gemaakt.

2.3. VAHON voert gemotiveerd verweer, dat hierna, voor zover nodig, zal worden besproken.

in reconventie

2.4. Vahon vordert – zakelijk weergegeven – [A] c.s. te verbieden om tijdens de schooljaren 2010/2011 en 2011/2012:

- op welke wijze of in welke vorm dan ook direct of indirect contact op te nemen met de docenten van VAHON, met de ouders van de scholieren en de overige leden van VAHON;

- het schoolterrein van VAHON dan wel het hierop gevestigde schoolgebouw van VAHON te betreden of binnen te treden;

- zich te bevinden in een gebied van 100 meter rondom het schoolgebouw van VAHON,

een en ander steeds op verbeurte van een dwangsom.

2.5. Daartoe voert VAHON – kort gezegd – het volgende aan.

[A] c.s. zijn geen lid meer van VAHON en kunnen dit ook niet meer worden. In de nieuwe statuten, die zijn vastgesteld tijdens de algemene vergadering van 28 april 2010, is opgenomen dat ouders wier kind langer dan twee jaar van school zijn geen lid van VAHON meer kunnen zijn. [A] c.s. hebben al jaren geen kinderen meer op school. Zij hebben dan ook geen enkel belang bij contacten met leden van VAHON of andere betrokkenen. [A] c.s. hebben zich zeer agressief en intimiderend opgesteld jegens medewerkers van VAHON en ouders van scholieren, hetgeen het schoolklimaat en de veiligheid van de leerlingen schaadt. Zij zaaien veel onrust en verwarring onder de ouders van de leerlingen door het poneren van onwaarheden en het verzenden van brieven. Dit alles brengt schade toe aan het schoolklimaat en de veiligheid van de leerlingen.

2.6. [A] c.s. voeren gemotiveerd verweer, dat hierna, voor zover nodig, zal worden besproken.

3. De beoordeling van het geschil

in conventie en in reconventie

3.1. [A] c.s. hebben allereerst bezwaar gemaakt tegen het volgens hen te late tijdstip waarop VAHON een deel van haar processtukken in het geding heeft gebracht. Met [A] c.s. is de voorzieningenrechter van oordeel dat de producties nogal laat zijn overgelegd. De stukken zijn ter griffie ingekomen op 9 augustus 2010 om 11.15 uur. De voorzieningenrechter ziet hierin geen aanleiding te bepalen dat deze stukken geen onderdeel van deze procedure vormen. Ingevolge de regels van het vigerende “Procesreglement kort gedingen rechtbanken sector civiel/familie” worden stukken die binnen 24 uur vóór de terechtzitting (10 augustus 2010 te 9.00 uur) worden ingediend in beginsel buiten beschouwing gelaten. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter zijn [A] c.s., gelet op relatief beperkte overschrijding van voornoemde termijn, niet geschaad in hun procesbelang. In deze procedure zal derhalve acht worden geslagen op deze door VAHON in het geding gebrachte producties. Dit geldt ook voor de door VAHON als productie 35 en 36 in het geding gebrachte stukken. Deze zijn weliswaar nog later ingediend, doch daarvoor geldt dat [A] c.s. bekend zijn met de inhoud daarvan, zodat zij ook te dien aanzien niet in hun procesbelang worden geschaad.

in conventie

3.2. VAHON heeft betoogd dat de voorzieningenrechter onbevoegd is van het geschil kennis te nemen. Daartoe voert zij aan dat VAHON zelf niet over de in- en uitschrijvingen gaat, aangezien dit is voorbehouden aan de Kamer van Koophandel. Zowel inschrijvingen als uitschrijvingen in het handelsregister zijn volgens VAHON aan te merken als bestuursrechtelijke besluiten van de Kamer van Koophandel, waartegen bezwaar en beroep openstaat. [A] c.s. hebben van die beroepsmogelijkheid geen gebruik gemaakt, zodat deze besluiten tot inschrijving formele rechtskracht verkregen hebben. Voor zover daartegen nog geageerd zou kunnen worden, is, aldus nog steeds VAHON, de bestuursrechter bevoegd in een tegen de Kamer van Koophandeld aangespannen procedure.

3.3. Dit betoog wordt verworpen. Ingevolge artikel 2:29 van het Burgerlijk Wetboek zijn de bestuurders van een vereniging waarvan de statuten zijn opgenomen in een notariële akte verplicht haar te doen inschrijven in het handelsregister. Inschrijving van gegevens omtrent bestuurders van de vereniging vindt plaats op grond van artikel 28 van het Handelsregisterbesluit 2008. Daarin is bepaald dat in het handelsregister onder meer worden opgenomen de persoonlijke gegevens van de bestuurders en de datum waarop iedere bestuurder in en uit functie is getreden. Het is dan ook aan de bestuurders van de betreffende vereniging daarvan opgave te doen, waarna tot daadwerkelijk in- dan wel uitschrijving kan worden overgegaan. [A] c.s. stellen zich op het standpunt dat VAHON onrechtmatig heeft gehandeld door deze in- en uitschrijving te bewerkstelligen. Hiermee is de bevoegdheid van de burgerlijke rechter, in dit geval de voorzieningenrechter in kort geding, gegeven. [A] c.s. zijn in hun vorderingen ook ontvankelijk, nu voor de behandeling van hun vorderingen geen andere, exclusieve rechtsgang bestaat, in het bijzonder ook niet voor de bestuursrechter.

3.4. Kern van het geschil betreft de vraag of de uitschrijvingen van [A] c.s. uit het handelsregister en de inschrijvingen van de onder 1.4. genoemde personen als nieuwe bestuurders van VAHON in het handelsregister op rechtsgeldige wijze zijn geschied.

3.5. Vaststaat dat er al jarenlang bestuurlijke problemen (hebben) bestaan binnen VAHON en de school die door haar in stand wordt gehouden. Het door VAHON gepretendeerde bestuur heeft op eigen initiatief stappen ondernomen om de ontstane problemen te verhelpen. Dit heeft onder meer geleid tot inmenging van de Inspectie van het Onderwijs en het inschakelen van een extern bureau om onderzoek te verrichten naar de vraag hoe het bestuur van VAHON versterkt zou kunnen worden. Verder is op 8 april 2010 de onder 1.7. genoemde Commissie Van Driel opgericht die ten doel heeft het voeren van gesprekken met verschillende geledingen van de school en naar aanleiding daarvan aanbevelingen te doen aan het bestuur ter verbetering van de verhoudingen binnen het bestuur. Het gepretendeerde bestuur van VAHON heeft vervolgens getracht het ledenbestand in kaart te brengen, onder ouders van de leerlingen leden te werven en deze leden opgeroepen om deel te nemen aan de algemene ledenvergadering van 28 april 2010. Tijdens die algemene ledenvergadering zijn onder meer de statuten gewijzigd en zijn de onder 1.4. genoemde bestuursleden benoemd. Vaststaat dat [A] c.s. niet (actief) bij voornoemde ontwikkelingen betrokken zijn geweest.

3.6. Ingevolge de statuten geschiedt de benoeming van een bestuurslid voor een tijdvak van drie jaar, welke periode, steeds na goedkeuring door de algemene vergadering, twee maal kan worden verlengd. Vaststaat dat de maximale benoemingstermijn van [A] c.s. van in totaal negen jaar inmiddels verstreken is, zodat zij, gelijk VAHON betoogt, in beginsel geen aanspraak meer kunnen maken op een bestuursfunctie. In zoverre hebben zij geen belang bij de door hen ingestelde vordering tot ongedaanmaking van hun uitschrijving uit het handelsregister als bestuurder van VAHON en komen hun daarop gerichte vorderingen in beginsel reeds op die grond niet voor toewijzing in aanmerking.

3.7. Het verstrijken van de hiervoor bedoelde benoemingstermijn geldt echter evenzeer voor drie van de zeven door VAHON gepretendeerde bestuursleden, die voorheen met [A] c.s. het bestuur van VAHON vormden. Daarbij komt dat de benoeming van de nieuwe bestuursleden ook niet is geschied conform de in de statuten opgenomen bepalingen. Daarin is immers bepaald dat het bestuur benoemd wordt uit de leden door de algemene vergadering op een nader in het huishoudelijk reglement aan te geven wijze. Aangenomen moet worden dat VAHON tot voor kort geen leden kende conform de in de statuten voorgeschreven wijze. Iedere ledenadministratie ontbrak. Benoeming van het bestuur op de voorgeschreven wijze was daardoor niet mogelijk. Hierdoor is een soort vacuüm ontstaan, waar vanuit het voor VAHON vrijwel onmogelijk werd op de voorgeschreven wijze (bestuurs)besluiten te nemen. VAHON heeft dit onderkend en heeft getracht daarin verandering te brengen op de in 3.5. genoemde wijze. Nog daargelaten de vraag of dit formeel gezien volledig op de juiste wijze door VAHON is opgepakt, ziet de voorzieningenrechter in de gegeven situatie geen aanleiding de door [A] c.s. gewenste ordemaatregelen op te leggen. Daarvoor is redengevend dat het belang van voortzetting van de vereniging zich hiertegen verzet. VAHON heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat zij een vernieuwingsproces voorstaat dat het belang van de school dient, welk proces mede wordt ondersteund door de medezeggenschapsraad en de ouderraad van de school en waarbij toezicht wordt uitgeoefend door de Inspectie van het Onderwijs. Daarin thans in te grijpen acht de voorzieningenrechter in de gegeven omstandigheden ongepast.

3.8. Het voorgaande brengt met zich dat de vorderingen van [A] c.s. in conventie zullen worden afgewezen. [A] c.s. zullen, als de in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de kosten van dit geding.

in reconventie

3.9. VAHON vordert in reconventie aan [A] c.s. een contact- en straatverbod op te leggen. Daaraan legt zij ten grondslag dat [A] c.s. zich op zeer intimiderende en agressieve wijze hebben gedragen, hetgeen het schoolklimaat en de vereiste sociale veiligheid van de kinderen op school schaadt.

3.10. Voor een straat- en contactverbod als door VAHON is gevorderd is, gelet op het in de persoonlijke vrijheid van [A] c.s. ingrijpende karakter ervan, slechts plaats, wanneer de veiligstelling van de persoonlijke vrijheid van medewerkers en bestuursleden van VAHON en leerlingen tegen inbreuken daarop door [A] c.s. op geen andere wijze te bereiken is. [A] c.s. erkennen dat de emoties tussen partijen hoog zijn opgelopen, maar ontkennen uitdrukkelijk en gemotiveerd het door VAHON gestelde agressieve en intimiderende gedrag. Dat [A] c.s. zich op de door VAHON gestelde wijze hebben gedragen, is daarmee voorshands in deze procedure onvoldoende gebleken. Ook zijn door VAHON onvoldoende feiten en omstandigheden gesteld en aannemelijk gemaakt op grond waarvan de angst van VAHON voor dergelijke gedragingen in de toekomst objectief kan worden gerechtvaardigd en die zo ernstig zijn dat zij thans een straat- en contactverbod voor [A] c.s. redelijkerwijs noodzakelijk maken. De daarop gerichte vorderingen zullen derhalve worden afgewezen.

3.11. VAHON dient als de in het ongelijk gestelde partij te worden verwezen in de kosten van deze procedure.

4. De beslissing

De voorzieningenrechter:

in conventie

- wijst de vorderingen af;

- veroordeelt [A] c.s. in de kosten van dit geding, tot dusverre aan de zijde van VAHON begroot op € 1.079,--, waarvan € 816,-- aan salaris procureur en € 263,-- aan griffierecht;

in reconventie

- wijst de vorderingen af;

- veroordeelt VAHON in de kosten van dit geding, tot dusverre aan de zijde van [A] c.s. begroot op € 408,-- aan salaris advocaat.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.J. Paris en in het openbaar uitgesproken op 17 augustus 2010.

hf